NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • good post
  • thanks
  • thanks
  • Discounted UGG Boots
  • Discounted UGG Boots

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • CKII (scott yancey review)
        op Graag meer informatie over Prof. Dr. Johann Bauer...
  • Villas (Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • Bali Luxury Villas (Tropical Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • illuminati (illuminati)
        op Fibromyalgie in het kort
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    peterbitter
    blog.seniorennet.be/peterbi
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    georgecalis
    blog.seniorennet.be/georgec
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    lovenich
    blog.seniorennet.be/lovenic
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    tfront1940
    blog.seniorennet.be/tfront1
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    annemarie02
    blog.seniorennet.be/annemar
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    13-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie - Nevenaandoeningen - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  



    Fibromyalgie Ė Nevenaandoeningen
    Klachten en/of aandoeningen die veel voorkomen
    naast fibromyalgie

    Deel II


    6.5 - Wat kun je tegen spanningshoofdpijn doen ? - Hoofdpijntips

    6.5.1 - Neem je klachten serieus
    De buitenwereld doet hoofdpijn vaak af als aanstellerij.
    Oneerlijk en gemeen ?
    Absoluut.
    Maar helaas doen veel hoofdpijnlijders hetzelfde.
    Ze hebben wel pijn maar praten er niet over, gaan er niet meer naar de huisarts of verdedigen zich ten opzichte van hun collega's.
    Zo denkt een migrainbelijder bijvoorbeeld tijdn een aanval : het is best wel erg, maar in elk geval ben ik nog niet aan het braken, ik kan dus nog best gaan werken...
    Eigenlijk neem je met deze denkwijze de pijn ook niet helemaal serieus !
    Je gaat maar door en door. een 'beetje' pijn hoort er misschien voor jou bij, maar bedenk dat jouw drempel hoog is.
    Probeer die pijn dus niet weg te moffelen.
    Tegen die vriendin kun je best vertellen dat je niet komt theedrinken.
    Je bent immers ziek.

    6.5.2 - Accepteer de pijn
    Als je spanningshoofdpijn of chronische hoofdpijn jebt, heb je zo vaak pijn dat ja amper een normaal leven leidt.
    Een bittere pil !
    Het is dan ook belangrijk dat je accepteert dat pijn een onderdeel is van je leven.
    Dat is geen makkie.
    Je kunt het vergelijken met ene rouwproces; je moet afscheid nemen van het idee dat je ooit een leven krijgt waarin je geen pijn meer hebt.
    Veel chronische hoofdpijnlijders die dit idee hebben geaccepteerd, bemerken vaak een opmerkelijke verlichting van de pijn. omdat dit een moeilijk proces is , moet je niet schromen deskundige hulp te zoeken bij bijvoorbeeld een patientenvereniging of therapeut.

    6.5.3 - Laat je niet leven door de pijn
    Een bekende valkuil van mensen die regelmatig pijn hebben, is dat zij eerst de dingen doen die moeten en dan pas de dingen die ze leuk vinden.
    Of bij voorbaat al afspraken afzeggen omdat ze waarschijnlijk toch niet kunnen komen.
    Want stel je toch eens voor dat je een aanval krijgt en je werk is nog niet af of je moet voor de zoveelste keer je famillie afbellen.
    Ze pezen dus maar door in hun werk, gezin en huis.
    Zoek daarom een goede balans tussen in- en ontspanning.
    Probeer zoveel mogelijk afspraken na te komen en leuke dingen te doen.
    Als je al je enrgie stopt in je werk, blijft er nauwelijks iets over voor de dingen die energie geven en waar je hart ligt.

    6.5.4 - Werk aan een goede conditie
    Net als bij Fibromyalgie is het ook hier weer heel belangrijk om aan je conditie te werken.
    Zorg goed voor jezelf !
    Heel veel hoofdpijnlijders weten wanneer zij een aanval kunnen verwachten of wanneer de klachten erger worden.
    Je grenzen kennen is ťťn ding, er ook naar luisteren is een tweede.
    Het is belangrijk dat je er niet overheen gaat.
    Als je een aanval voelt opkomen en je hebt een feetsje voor de boeg, moet je je dus afvragen of het feestje het waard is om zo'n migraineaanval te riskeren.
    Probeer die prikkeldrempel te verhogen door regelmatig te slapen, regelmatig te eten en naar je lichaam te luisteren.

    6.5.5 - Zoek afleiding
    Soms is afleiding het beste medicijn.
    Dat is moeilijk als je veel pijn hebt.
    Want hoe kun je dan meedoen aan die basketballwedstrijd of naar die film met vrienden ?
    Toch is dat wel noodzakelijk.
    Ook al is het soms nodig dat je feestjes of afspraken afzegt, blijf je hobby's uitoefenen en ontspanning zoeken.

    6.5.6 - Frisse lucht
    Voldoende zuurstof is essentieel voor je zenuwstelsel.
    Regelmatig naar buiten of op je werk een raam opendoen is essentieel.
    Je hoofd krijgt letterlijk frisse lucht.

    6.5.7 Ė Massage
    Door massage van je spieren onstaat een betere doorbloeding van je spieren naar je nek en hoofd.
    Tegelijkertijd werkt een massage ontspannend.
    Hierdoor vermindert de pijn aanzienlijk.

    6.5.8 - Snelle ontspanningsoefening
    - Trek je schouders met een diepe teug adem zo ver mogelijk de lucht in.
    - Adem uit en laat ze zo ver mogelijk zakken.
    - Herhaal dit een paar keer achter elkaar; je schouders voelen ontspannen aan.

    6.5.9 - Suiker
    Acute hoofdpijn kan het gevolg zijn van een te lage bloedsuikerspiegel.
    Naast de hoofdpijn voel je je ook zwakjes en misselijk.
    Even wat eten helpt, liefst een banaan of een bruine boterham met jam.
    Deze zaken zitten boordevol snelle suikers en je voelt je snel weer goed.

    6.5.10 - Zachtjes kauwen
    Ben je dol op kauwgum en heb je vaak hoofdpijn ?
    Misschien kauw je te hard.
    Door het continu kauwen van kauwgum belast je je kaakspieren te zwaar.
    Aan de zijkanten van het hoofd ontstaat er een doffe pijn.
    Het advies is simpel : stop met kauwen en laat je kaken lekker uitrusten !




    7. - HPU
    (hemopyrrollactamurie)

    7.1 Ė HPU

    HPU is een erfelijke stofwisselingsziekte, die voornamelijk voorkomt bij vrouwen.
    De afkorting HPU staat voor 'hemopyrrollactamurie'.

    De aandoening is genoemd naar het stofje dat bij patiŽnten wordt gevonden in de urine : hemopyrrollactam-complex.
    Dit complex van chemische verbindingen wordt niet elders in het lichaam aangetroffen.
    Het is waarschijnlijk een afvalproduct van de stofwisseling.

    Hemopyrrollactam-complex vangt enkele belangrijke bouwstoffen weg :

    • Vitamine B6 - Om exact te zijn: pyridoxaal-5-fosfaat, de 'actieve' vorm van vitamine B6.
      In het bloed van sommige HPU-patiŽnten kan een ophoping van vitamine B6 worden vastgesteld.
      Dit kan behandelaars op het verkeerde spoor zetten, omdat zij de conclusie trekken dat er geen tekort is waar te nemen.
      Echter: de 'actieve' vorm wordt weggevangen en niet de oorspronkelijke vitamine.
      Vitamine B6 is betrokken bij een groot aantal processen in het lichaam, zoals de stofwisseling van koolhydraten en vetten.

    • Zink - Van dit mineraal is onder meer bekend dat het de weerstand tegen infecties vergroot.

    • Mangaan - Bij onder andere de suikerstofwisseling, darmfuncties en de vorming van kraakbeen is dit mineraal een cruciale factor.
      Doordat hemopyrrollactam-complex deze voedingstoffen aan zich bindt, ontstaan ernstige tekorten in het lichaam.

    Centraal staat het gebrek aan de actieve vorm van vitamine B6.
    Dit tekort heeft namelijk een dubbel effect : het verstoort niet alleen biochemische processen die afhankelijk zijn deze vitamine, maar het vermindert ook de opname van zink, mangaan en chroom.

    Door de tekorten raakt het lichaam uit balans, wat kan leiden tot tal van gezondheidsklachten.
    De eerste symptomen kunnen overigens al direct na de geboorte ontstaan.
    Op hoge leeftijd hebben 'HPU-vrouwen' vaak een uitgebreid klachtenpatroon.

    Het vitamine- en mineralengebrek kan niet worden opgeheven door het eten van voedsel dat rijk is aan vitamine B6, zink en mangaan, omdat de tekorten in het lichaam te groot zijn.
    Met gerichte voedingssupplementen is HPU echter goed te behandelen.



    7.2 - HPU-Klachtenpatroon

    Klachten door directe tekorten aan vitamine B6, zink en mangaan.
    Elke HPU-patiŽnt heeft meerdere van deze kenmerken :

    • spierzwakte en verminderde spieropbouw;

    • gewrichtsproblemen;

    • maag- en darmklachten (a.g.v. koolhydraat-intolerantie en gebrekkige eiwitvertering);

    • hart- en vaatziekten (a.g.v. verhoogd homocysteÔne);

    • problemen rond menstruatie, zwangerschap en bevalling;

    • suikerproblemen: hypoglykemie en eventueel later diabetes type-2 (a.g.v. koolhydraat-intolerantie en verlaagde leverfunctie).

    Bij zeer hoge concentraties hemopyrrollactam-complex verergeren de klachten.
    Daarnaast kunnen nieuwe klachten ontstaan, zoals :

    • bloedarmoede;

    • vermoeidheid (a.g.v. verminderde levercapaciteit)

    • psychiatrische aandoeningen, zoals depressie of schizofrenie

    • spierspasmen, epileptoÔde aanvallen, stuipen, krampaanvallen (a.g.v. magnesiumtekort)

    • Secundaire klachten door afwijkende regelsystemen.

    Het ontstaan van secundaire klachten is afhankelijk van de concentratie hemopyrrollactam-complex, leeftijd (hoe ouder, des te meer klachten) en belastende factoren zoals stress, vormen van anticonceptie, medicijngebruik, andere ziekten en vegetarisme.
    De belangrijkste secundaire klachten zijn :

    • vermoeidheid (a.g.v. histamine-daling);

    • hoofdpijn en migraine (a.g.v. histamine-daling);

    • allergieŽn, zoals glutengevoeligheid (a.g.v. histamine-daling en/of een verlaagd IgA);

    • infecties (a.g.v. een verlaagd IgA);

    • verlaagde bloeddruk (a.g.v. hypofyse-onderfunctie);

    • verminderde vruchtbaarheid (a.g.v. hypofyse-onderfunctie);

    • overgewicht (a.g.v. hypofyse-onderfunctie).



    7.3 - HPU-testģ

    Wanneer u zichzelf (deels) herkent in het HPU-klachtenpatroon, kan het zijn dat u zichzelf de vraag stelt : "Heb ik misschien HPU ?".

    Vooral wanneer u de symptomen herkent die kunnen ontstaan door directe tekorten aan vitamine B6, zink en mangaan, kan het zinvol zijn een antwoord te vinden.
    Met name ťťn van de directe symptomen is kenmerkend voor mensen met HPU : een verhoogde beweeglijkheid van de gewrichten (hypermobiliteit).
    Veel HPU-vrouwen kunnen bijvoorbeeld hun pink recht naar achteren leggen of hun duim overstrekken.
    Ook overbeweeglijkheid van het kaakgewricht komt vaak voor.

    Daarnaast zijn veel vrouwen met HPU vermoeid.
    Vermoeidheid bij HPU kan het gevolg zijn van hypoglykemie, een verminderde levercapaciteit, een laag histamine-gehalte en/of onderactiviteit van de bijnier.

    Talloze vrouwen met vermoeidheidsklachten lopen het medisch en alternatieve circuit af, op zoek naar een remedie.
    Maar zonder rekening te houden met de mogelijkheid dat ze HPU hebben.
    Vermoeide patiŽnten worden dikwijls verkeerd behandeld of foutief gediagnosticeerd.
    Een voorbeeld is de 'rest-diagnose' chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS of ME).
    Een deel van de vrouwen die leven met het etiket 'ME' of 'CVS' heeft in werkelijkheid HPU en is derhalve te behandelen.




    8. - Hypermobiliteit


    8.1 Ė Hyperlaxiteit

    Hyperlaxiteit of hypermobiliteit is een (erfelijke) aanleg.
    Door veranderingen in het bindweefsel krijgen de gewrichtsbanden en het kapsel meer elastische eigenschappen.
    De banden zullen bij belasting niet strak opspannen maar juist wat meerekken.
    De gewrichten kunnen hierdoor verder dan normaal bewegen en vaak overstrekken.
    Het is dus een aanleg en geen aandoening.
    Net zoals bijvoorbeeld aanleg voor blauwe ogen of bruine ogen.
    Het komt in wisselende mate voor bij 4 tot 7% van de Nederlandse bevolking, afhankelijk van geslacht, leeftijd en ras.


    8.2 - Wat zijn de klachten ?

    Indien de gewrichten niet worden overbelast, zijn er meestal geen klachten.
    Door intensieve sport en zware arbeid kunnen klachten ontstaan of toenemen.
    De klachten beginnen vaak op jeugdige leeftijd en veranderen met het ouder worden.

    Veel voorkomende klachten zijn :

    • Frequent verzwikken van de enkels

    • Knieklachten, meestal bij fietsen, hurken en traplopen

    • Terugkerende polsklachten

    • Stekende schouderpijn bij reiken en werken boven het hoofd

    • Lage rugklachten



    8.3 - Hoe wordt hypermobiliteit vastgesteld ?

    De hypermobiliteitsaanleg wordt vastgesteld door lichamelijk onderzoek.
    RŲntgenonderzoek of een 'scan' is niet nodig.
    In zeldzame gevallen zal bloedonderzoek worden gedaan om onderliggende ziekten uit te sluiten.
    Ten onrechte wordt soms gedacht aan een reumatische aandoening of fibromyalgie.

    8.4 - Wat zijn de gevolgen van hyperlaxiteit ?

    Mensen met hyperlaxiteit kunnen sommige activiteiten beter dan anderen en andere dingen minder goed.
    Door de (over)rekbaarheid van de gewrichten zal iemand met hyperlaxiteit bijvoorbeeld uitblinken bij ballet, terwijl bij krachtsport eerder blessures zullen ontstaan.

    8.5 - Welke behandelingen zijn mogelijk ?

    Een aanleg is geen afwijking of ziekte en kan dus ook niet worden genezen of behandeld.
    Niet ieder lichaam is hetzelfde en dus kan ook niet iedereen hetzelfde.
    Het is daarom belangrijk om van uw lichaam geen activiteiten te vragen waar uw lichaam niet geschikt voor is.
    Alleen door aanpassing van uw activiteiten kunnen de klachten overgaan en worden voorkomen.

    Een fysiotherapeut kan met een behoedzaam opgebouwd oefenschema de spierconditie helpen verbeteren.
    Ook therapie voor het trainen van reflexmatig aanspannen van spieren (propriocepsis-training) kan zinvol zijn.
    Rekken of manipuleren van gewrichten heeft slechts een tijdelijk verlichtend effect maar werkt op de lange duur juist averechts.
    Manuele therapie en 'kraken' moet vermeden worden.
    Er is helaas geen enkele therapie die aan de hyperlaxiteitsaanleg zelf iets kan veranderen.

    8.6 - Wat kunt u er zelf aan doen ?

    Bij sport of beroepskeuze is het verstandig al zo vroeg mogelijk rekening te houden met de hyperlaxiteitsaanleg.
    Vaak is het mogelijk gunstig gebruik te maken van uw extra beweeglijke gewrichten.

    8.6.1 Ė Sport
    Het handhaven van een goede spierconditie is van groot belang, maar intensieve krachtsport moet vermeden worden.
    Enkel-belastende sporten, zoals volleybal en handbal, geven meer kans op blessures.

    8.6.2 Ė Werk
    Kleine aanpassingen op de werkplek kunnen een aanzienlijke vermindering van klachten geven.
    Herhaalde bewegingen (monotoon werk) en werken boven het hoofd dienen zoveel mogelijk te worden vermeden.

    8.6.3 Ė Hulpmiddelen
    Bandages kunnen de kans op klachten en blessures verminderen.
    Het is erg onverstandig een bandage te gebruiken om een sport te kunnen (blijven) doen, terwijl u deze sport zonder een bandage niet zonder klachten kunt volhouden.

    Steunzolen kunnen soms verlichting geven bij chronische voetklachten.
    Deze kunt u het beste aanschaffen bij de orthopedisch instrumentenmaker of schoentechnicus.

    Een geringe hakverhoging kan de overstrekking van de knieŽn afremmen.
    Een hakverhoging kunt u overal verkrijgen.




    9. - Hyperventilatie


    9.1 Ė Hyperventilatie

    Hyperventilatie staat voor : 'te snel en te heftig ademhalen'.
    Het is eigenlijk geen ziekte, maar iets dat men verkeerd doet, namelijk meer in- en uitademen dan eigenlijk nodig is.
    De zuurstof die via de longen in het bloed komt, wordt gebruikt om het lichaam te laten groeien, bewegen e.d.
    Wanneer zuurstof in het lichaam wordt gebruikt ontstaat de afvalstof : koolzuur.
    Wanneer de verhouding zuurstof-koolzuur niet meer in verhouding is, ontstaan er reacties en kunnen er hyperventilatieklachten optreden.
    Deze hyperventilatieklachten kunnen worden veroorzaakt door een te laag koolzuurgehalte in het bloed.
    Deze klachten kunnen zeer gevarieerd zijn.

    9.2 Ė Acute & chronische hyperventilatie

    9.2.1 - Acute hyperventilatie
    Bij een hyperventilatieaanval kan de ademhaling hoorbaar versnellen en vaak kan men deze ook niet meer onder controle houden.
    Het hart kan sneller gaan kloppen en men heeft soms het gevoel dat het hart een slag overslaat.
    Men gaat transpireren en wordt bleek.
    Er ontstaat angst.
    Het vermoeden rijst dat er iets ernstigs - misschien wel een hartaanval - gaande is en dat men dood gaat.
    Handen en voeten kunnen gaan tintelen, de mond kan droog worden.
    Tevens is het mogelijk dat u duizelig wordt, wazig of dubbel gaat zien en dreigt flauw te vallen.
    Helder denken is niet meer mogelijk.
    Zonder dat daar enige aanleiding toe is kunt u gaan lachen of huilen.
    Paniek overheerst op dat moment alles.
    Na verloop van tijd houdt het echter vanzelf op.
    Vaak is men daarna erg moe.

    9.2.2 - Chronische hyperventilatie
    Naast de acute vorm van hyperventilatie bestaat er ook een chronische vorm.
    Chronische hyperventilatie is minder spectaculair en daardoor ook minder eenvoudig te herkennen.
    Deze vorm van hyperventilatie komt echter op grotere schaal voor dan acute hyperventilatie.
    Chronische hyperventilatie wordt gekenmerkt door vage klachten, die echter constant aanwezig kunnen zijn.
    Dit is logisch omdat men bijna de hele dag 'onbewust' aan het hyperventileren is.
    Het duurt meestal erg lang voordat ontdekt wordt dat men lijdt aan chronische hyperventilatie, want de hierbij optredende klachten kunnen ook vele andere oorzaken hebben.
    Wanneer dan eindelijk de diagnose hyperventilatie wordt gesteld hebben veel mensen al angsten, zoals o.a. ziektevrees opgebouwd omdat men zo lang in onwetendheid heeft verkeerd.

    9.3 - Wat te doen bij een aanval van hyperventilatie

    Het weer inademen van de eigen uitgeademde lucht kan een eerste maatregel zijn om hyperventilatieklachten te stoppen.
    Men kan daarbij o.a. gebruik maken van de handen.
    Men kan de handen in een kommetje om neus en mond vouwen en daarin in- en uitademen.
    Op dezelfde manier werkt de 'hyperfree', een klein handzaam hulpmiddel voor onderweg Ė cfr. :
    http://www.efarma.nl/pages/ItemInfo.asp?ItemID=13888501 -.
    Bij deze manieren van ademhalen wordt verder verlies van koolzuur voorkomen en kan het lichaam een eventueel tekort daaraan weer snel aanvullen.
    De bloedvaten zullen zich dan weer verwijden en de klachten zullen verminderen of zelfs helemaal verdwijnen.
    Deze methode werkt echter niet voor iedereen.
    Men kan ook door lichaamsbeweging (b.v. springen, het maken van diepe kniebuigingen, hardlopen enz.) reeds in een vroeg stadium de klachten proberen terug te dringen.
    De extra productie van koolzuur is dan voldoende om het dreigend tekort daaraan te compenseren.
    Bovendien heeft beweging een ontspannend effect op het lichaam.
    Zo zijn er nog wel meer trucjes om de adem weer onder controle te krijgen.




    10. - Hypoglycemie


    10.1 Ė Hypoglycemie

    We hebben er allemaal wel eens last van : een dipje op een bepaald moment van de dag.
    De neiging is dan groot om er met zakken drop of koekjes weer bovenop te komen.
    Dat is een natuurlijk reactie : bij zoín dipje is de bloedsuikerspiegel namelijk heel laag.
    Je krijgt dan automatisch trek in zoetigheid.

    Snoepen is echter geen oplossing.
    De eerste paar minuten lijk je er van op te knappen Ė je bloedsuikerspiegel stijgt weer snel Ė maar daarna komt de volgende dip des te harder aan.
    Je bloedsuikerspiegel is dan flink gekelderd.
    Met twee ongesuikerde dadels kun je jezelf al uit een dipje eten : laat die zak drop dus maar in de bureaula.

    10.2 - Voorkom een hypo

    Bij sterke schommelingen in de bloedsuikerspiegel spreekt men van hypoglycemie.
    Een te laag bloedsuikergehalte wordt daarom ook wel een Ďhypoí genoemd.
    Het is het gevoel wanneer je te lang niks hebt gegeten, bijvoorbeeld lang in de rij moet staan en denkt dat je gaat flauwvallen.
    Schommelingen in de bloedsuikerspiegel zijn niet prettig en niet gezond.
    Je voelt je het prettigst wanneer de bloedsuikerspiegel zo constant mogelijk is.
    Daar kun je met gezonde voeding heel goed zelf voor zorgen.
    Voedingsvezels staan erom bekend dat ze de bloedsuikerspiegel constant houden.
    Daarom is het altijd goed om te kiezen voor volkoren producten.

    10.3 - Tips voor een constante bloedsuikerspiegel

    • Kies voor volkoren in plaats van witte bloem, pastaís, wit brood en witte rijst.

    • Vezelrijk zijn ook alle groenten, fruit, peulvruchten en maÔs.

    • Vermijd alle soorten suiker en stroop. Dus ook de snoepjes en koekjes waarin deze zijn verwerkt. Rietsuiker, honing en dergelijke zijn voor de bloedsuikerspiegel even slecht als gewone witte suiker.

    • Eet regelmatig: beter vaker kleinere porties.

    • Drink zoveel mogelijk tussen de maaltijden door en niet teveel tijdens.

    • Roken, koffie en stress laten de bloedsuikerspiegel snel stijgen en dienen dus vermeden te worden.

    Mild vormen van lichaamsbeweging en frisse lucht zijn een aanrader.




    11. - SI-gewricht


    Veel Fibromyalgie-patiŽnten hebben ook last van het SI-gewricht.
    Wat dat precies is en wat je er tegen kunt doen leest u op deze pagina.


    11.1 - Wat is het SI-gewricht ?

    Het sacro-iliacaal gewricht (SI-gewricht Ė cfr. : http://www.zol.be/Internet/MBV/MBV-NMR.asp?id=1043 -) bevindt zich in het bekken tussen het uiteinde van de wervelkolom, te weten het heiligbeen en de darmbeenderen in het bekken.
    De 2 sacro-iliacale gewrichten verbinden het heiligbeen met de 2 darmbeenderen.
    Dit is het punt waar de wervelkolom en de beenderen van de benen met elkaar verbonden worden.
    De ware functie van het SI-gewricht is nog een raadsel.
    Lange tijd werd aangenomen dat het SI-gewricht onbeweeglijk genoemd kon worden.
    In 1851 beschreef Zaglas voor het eerst de functie van het SI-gewricht en over de betekenis van de beweeglijkheid bij de baring.
    Onder invloed van hormonen worden de banden (ligamenten) in het bekken losser, zodat er tijdens de bevalling meer ruimte komt om het kind te baren.
    In het normale sacro-iliacale gewricht treedt enige beweging op.
    Deze beweging wordt niet teweeggebracht door spieren, maar wordt indirect veroorzaakt door werking van de spieren van andere en aangrenzende lichaamsdelen, de beweging daarvan en de belasting die zij veroorzaken.
    De mate van beweging wordt bepaald door de stevige ligamenten en de benige vorm van de ruwe gewrichtsvlakken.
    Vanuit liggende houding rechtop komen of vanuit stand gaan liggen geeft een kleine kantelbeweging van het heiligbeen ten opzichte van het darmbeen.
    Ook wanneer de romp voor- en achtergebogen wordt, verplaatst het heiligbeen zich ten opzichte van het darmbeen.
    Door Wilder et al werd het idee geopperd dat het SI-gewricht ook als schokbreker fungeert dankzij het feit dat de ligamenten energie absorberen.

    Niet alleen de functie van de bekkengordel is nog niet geheel ontrafeld, ook de verklaring van de diverse bekkengordel aandoeningen is niet eenduidig.
    De karakteristieken van de klachten kunnen bij meerdere bekkenproblemen aanwezig zijn.
    Ook de plaats van de klachten is niet eenduidig voor een aandoening.
    Het is niet makkelijk een onderscheid te maken tussen een pijnlijk lumbo-sacraal facetgewricht en een aandoening van het sacro-iliacale gewricht.
    Ook bestaat er eigenlijk geen karakteristiek patroon van pijn bij beweging.
    Wel heeft men vaak de neiging om bij staan en zitten met het gezonde been het gewicht te dragen en met het gezonde been een opstapje op te stappen.
    Het sacro-iliacale gewricht ligt in een gebied waarheen pijn vanuit de lendewervelkolom en soms vanuit de heup vaak uitstraalt.
    Het is belangrijk dat lumbale laesies, lumbo-sacrale aandoeningen, aandoeningen van een of beide heupen en ernstige ziekten van het sacro-iliacale gewricht worden uitgesloten voordat aangenomen wordt dat een goedaardige sacro-Ôliacale aandoening de klachten veroorzaakt.
    Als het medische onderzoek geen uitsluitsel geeft of het SI-gewricht de veroorzaker van de klachten is, dan wordt er voorrang gegeven aan de behandeling van de lumbale wervels.
    Daarna wordt verder behandeld op grond van het resultaat met het uitsluiten van andere aandoeningen.


    11.2 - Wat kunt u zelf doen ?

    Zoals bij alle vormen van rugklachten is het belangrijk dat u probeert om in beweging te blijven.
    Vraag begeleiding als u niet goed weet hoe u verantwoord kunt bewegen.
    Een goede conditie van de spieren kan veel narigheid voorkomen.
    Vergeet ook niet om voldoende rust te nemen.
    Oefeningen en tips die goed kunnen helpen bij een blokkade van het SI-gewricht of het herstel daarna zijn de volgende :

    • maak een korte pittige wandeling of fiets met het zadel in een hoge stand.

    • laat altijd uw gewicht op beide benen rusten als u stilstaat.

    • ga op uw rug liggen met gebogen benen.
      Armen opzij onder schouderhoogte, handpalmen naar het plafond.
      Beweeg beide knieŽn naar links en vervolgens naar rechts.
      Voeten op de grond houden en knieŽn tegen elkaar. (10x/15 seconden rust/10x/15 seconden rust/10x).

    • ga op uw rug liggen met gestrekte benen en duw de benen een voor een van u af.

    • ga op uw rug liggen met gebogen benen en trek een gebogen knie met de handen eromheen naar de borst, wissel af met de andere knie.




    12. - Stress


    De meeste Fibromyalgie-patiŽnten vinden stress eigenlijk maar een vies woord.
    Zij willen het liefst niet met stress geassocieerd worden.
    Immers hun klachten zijn vaak al jaren geschoven op stress.
    Toch speelt stress een grote factor in de oorsprong van Fibromyalgie.

    Sommige artsen hebben het gevoel dat het begin van FM vaak gerelateerd is aan een grote 'stressvolle' levensgebeurtenis.
    Het is mogelijk dat chronische of acute stress de gevoeligheid voor de aandoening vergroot.
    Minder dan een kwart van de patiŽnten vermeldt spontaan dat zijn of haar klachten begonnen in een emotioneel moeilijke preiode zoals bij famillieproblemen, overlijden of echtscheiding.
    Terwijl 15% van de patiŽnten een ongeluk als aanleiding zien.
    Zo'n 66% van de FM-patiŽnten meldt een geleidelijk begin van de klachten die bij een derde darvaan al vanaf de vroege jeugd is begonnen.

    Het is al lang bekend dat emotionele stress de gevoeligheid voor vrijwel iedere ziekte vergroot.
    Dit geldt voor grote levensgebeurtenissen maar geldt vooral voor een stressvolle omgang met het dagelijkse leven.
    Sommige auteurs en artsen zijn er daarom van overtuigd dat stress ťťn van de (vele) factoren is die aan de basis kan staan van FM.

    Ondanks dat het vermeiden van stress mischien FM had kunnen voorkomen, betekent dit nog niet dat FM 'psychisch' is.
    Zeer zeker niet.
    Net zoals alle andere ziekten die onder invloed van stress ontstaan dit niet zijn.
    Er kan geconcludeerd worden dat er tot nu toe geen sterke overeenkomsten tussen FM en psychologische afwijkingen zijn aangetoond.
    Eerdere bevindingen van hogere scores voor depressie en andere neurologische afwijkingen bleken meer het gevolg van FM dan de oorzaak.
    Ondanks de chronische pijn en beperking is slechts een minderheid van de FM-patiŽnten depressief, nauwelijks meer dan onder de 'normale' bevolking.
    Dus FM is zeker geen vorm van depressie.

    Natuurlijk hebben chronische pijn en vermoeidheid hun effecten op iemands persoonlijkheid.
    Bij FM-patiŽnten zijn de copingstrategiŽen(hoe ga je met dingen om) veranderd ten opzichte van gezonden.
    Het actief aanpakken van problemen is verminderd terwijl het zoeken naar gerusstellende gedachten verhoogd zijn bij FM.
    Vergeleken met reumatoÔde-arthritispatiŽnten is er geen verschil in copingstrategie.
    Dus de veranderingen in copinggedrag in deze groepen zijn waarschijnlijk het gevolg van de klachten.

    De angsstoornissen die bij de helft van de FM-patiŽnten optreden, worden waarschijnlijk veroorzaakt door gevoelens van oncontroleerbaarheid van de pijn en angst voor weefselbeschadiging.
    Bij het aangaan van de therapie is het zeer belangrijk dat de arts de patiŽnt met FM gerust stelt, informatie geeft en de klachten leert beheersen.
    FM hoeft geen hopeloze ziekte te zijn, maar een succesv
    olle behandeling vergt wel een speciale omgang en attitude van de arts, omgeving en de patient zelf.


    Cfr. :
    -
    http://www.tlichtpuntje.be/info/fibronevenaandoeningen.htm
    -
    http://www.allesoverfibromyalgie.com/


    Cfr. ook :

    1. Fibromyalgie - Inleiding voor artsen, patienten en arbeidsdeskundigen
      A. Haarlemmer & R. Soerjanto, Medisch Centrum Wallborg te Amsterdam - Elsevier 1998 - ISBN 90 352 1629 6
      Fibromyalgie of het 'chronisch vermoeidheidssyndroom' zoals het samen met ME genoemd wordt, is tot dusver sterk omstreden.
      Bij onderzoek was meestal niets te zien.
      PatiŽnten stuiten dan ook vaak op veel onbegrip bij (keurings)artsen, kennissen en familieleden.
      Pas betrekkelijk recent zijn er sensitieve en specifieke criteria ontworpen voor de classificatie en diagnostisering.
      Parallel daaraan groeit de acceptatie : zo heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie inmiddels het bestaan van fibromyalgie officieel erkend.
      Met dit boek geven Haarlemmer en Soerjanto een helder overzicht van de huidige wetenschappelijke kennis rond fibromyalgie.
      In een apart hoofdstuk laten zij een aantal fibromyalgiepatiŽnten zelf aan het woord.
      De auteurs presenteren bovendien een nieuw onderzoek, waarbij zij gebruikmaken van de ERGOS werksimulator.
      Met dit onderzoek tonen zij duidelijk functionele beperkingen aan bij fibromyalgiepatiŽnten.
      Deze bevindingen leiden tot de stelling dat de huidige WAO-keuring bij fibromyalgie niet goed functioneert.
      WAO-procedures krijgen dan ook ruim aandacht in het boek.
      Fibromyalgie is geschreven voor verzekeringsdeskundigen, arbeidsdeskundigen, huisartsen, fysiotherapeuten, reumatologen, neurologen, revalidatieartsen, orthopedisch-chirurgen en andere specialisten.
      Ook patiŽnten (met wetenschappelijke interesse) en hun familie zullen in dit boek veel waardevolle informatie vinden.
      Cfr. :
      http://www.mecvs.net/module-ME_CVS_docs-viewpub-tid-2-pid-43.html

    2. Candida infectie
      © 2006 Ė pilliewillie.nl
      De behandeling van een candida infectie is voor de meeste patiŽnten erg lastig.
      De huisarts mist specifieke kennis op dit gebied waardoor de patiŽnt de behandeling grotendeels zelf gestalte moet geven met behulp van literatuur die op dit gebied vaak tegenstrijdig is.
      Bovendien hebben therapeuten of artsen die zich specialiseren in de behandeling van candida vaak lange wachtlijsten of wonen ver weg.
      Voor mij een goede reden om een geheel nieuwe serie artikelen te schrijven over de behandeling van candida, een candida forum beschikbaar te stellen waar candida patiŽnten informatie met elkaar kunnen uitwisselen, te zorgen voor laboratorium onderzoek van hoge kwaliteit voor de diagnose en samen te werken met een orthomoleculaire therapeut gespecialiseerd in de behandeling van candida voor het geven van behandelingsadviezen.
      Deze therapeut is zowel via het candida forum als via de knop "Online Therapeut" te bereiken.
      Veel gestelde vragen over candida
      - Is een candida dieet voldoende bij de behandeling van een candida infectie ?

      Alleen een dieet is kansloos bij de behandeling van een candida infectie.
      Omgekeerd is dat ook waar, alleen geneesmiddelen en/of supplementen zonder een dieet zijn ook kansloos.
      -
      Ik ben al een aantal keren behandeld maar de candida infectie komt steeds weer terug !
      Hoe kan dit ?

      Meestal komt de candida infectie terug als de behandeling alleen gericht is op het behandelen van de schimmelinfectie of gistinfectie en geen aandacht schenkt aan de oorzaken van de infectie zoals: spijsverteringsproblemen, verstoorde darmflora en een verkeerde zuurgraad van de darm.
      Het kan ook zo zijn dat de behandelaar zich niet heeft gerealiseerd dat er sprake is van een schimmelinfectie veroorzaakt door de schimmel aspergilles waarbij o.a. een eiwit restrictie in het dieet moet worden opgenomen.
      - Kan een candida infectie in de darmen ook een vaginale infectie tot gevolg hebben ?
      Dat kan zeker !
      De darmen vormen de buitenkant van het lichaam.
      In de darmen wordt het immuunsysteem opgeleid dat verantwoordelijk is voor de verdediging van de buitenkant van het lichaam (darm, huid en slijmvliezen), dus ook de vagina.
      Door een candida infectie in de darmen komt dit deel van het immuunsysteem (IgA) niet goed tot ontwikkeling en kunnen er dus ook infecties in de vagina ontstaan.
      - Waarom is een Levend Bloed Analyse (LBA) geen goede diagnose methodiek voor het vaststellen van een candida infectie ?
      De meeste artsen geloven dat schimmelinfecties en gistinfecties alleen in het bloed voorkomen bij terminaal ziek patiŽnten (kanker, AIDS), maar niet bij patiŽnten die ďslechtsĒ een candida infectie in de darmen hebben.
      Bovendien zegt een LBA niets over de toestand van de darmflora, de pH waarde van de darm en eventuele spijsverteringsproblemen.
      -
      Mag ik nu wel of geen gistbrood eten, tijdens een candida dieet ?
      Gist kan niet als voeding door candida gebruikt worden en speelt daarom geen rol bij de behandeling van een candida infectie.
      PatiŽnten die allergisch zijn voor bakkersgist adviseer ik gist te vermijden.
      Hierdoor wordt het immuunsysteem ontzien
      - Wat is een Herxheimer reactie, tijdens een candida behandeling ?
      Door het afsterven van candida gisten komen er toxines vrij die de lever overbelasten, hierdoor kunnen o.a. hoofdpijn, huiduitslag en griepachtige verschijnselen optreden.
      Dit noemt men een Herxheimer reactie.
      In de behandeling kunnen preventiemaatregelen worden opgenomen waardoor Herxheimer klachten verminderen.
      - Ik ben net begonnen met de candida behandeling maar wordt alleen maar zieker ?
      Dat is een goed teken !
      De schimmels of gisten gaan dood en laten toxines in het lichaam achter.
      Je hebt last van de zogenaamde Herxheimer reactie.
      - Is een candida een schimmel of een gist ?
      Een candida is een gist.
      Er bestaan vele soorten candida gisten : candida albicans, candida crusei, candida tropicalis.
      Een candida gist voedt zich met suiker.
      Een suiker (koolhydraat) arm dieet is belangrijk bij de behandeling van een candida (gist) infectie.
      Voorbeelden van schimmels zijn aspergillus niger (kleur zwart, komt o.a. in badkamer voor), aspergillus flavus (vloek van de Farao) en de aspergillus fumigatus.
      Aspergillus voedt zich met eiwitten.
      Als er dus sprake is van een aspergillus infectie is een eiwi arm dieet belangrijk.
      - Een B12 tekort veroorzaakt vermoeidheid
      Veel patiŽnten met darmstoornissen hebben een tekort aan B12 omdat deze vitamine in de darm wordt gemaakt.
      Ook een slechte vertering en/of verstoorde maagwerking draagt hiertoe bij.
      Een waarde boven de 500 pmol/L mag, vanuit de orthomoleculaire visie, als voldoende beoordeeld worden.
      Lagere waarden geven vaak vermoeidheids- en andere B12-gerelateerde klachten, ook al valt u binnen de referentiewaarden.
      Laat uw B12 door de huisarts controleren en vraag naar de waarde.
      Laat tegelijkertijd ook de ijzerwaarden controleren, tekorten van beiden komen vrij vaak voor. (Anne van Espen}
      Cfr. :
      http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/candida1.html

    3. Carpale tunnelsyndroom (CTS)
      Gezondheid.be, 14-08-03 (bijgewerkt op : 08-02-04)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1672

    4. Spanningshoofdpijn
      Gezondheid.be, 15-12-04 Ė Bron : NHG-Standaard Hoofdpijn, augustus 2004
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2486

     

    13-08-2007 om 17:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het verschil tussen burnout en...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










    Het verschil tussen burnout en...

    Stichting Burnout

    Gevoelig, moe, stress, angst... ?
    Gevoelig, angstig, moe, stress of toch burnout, ME/CVS of fibromyalgie ?
    Te weinig energie, onrust in het hoofd en/of te gevoelig voor omgevingsinvloeden, vermoeidheid, stress sluipen geleidelijk aan het leven binnen.
    Energiereserves worden opgebruikt en de dagelijkse energie raakt op.
    Men voelt zich somberder.
    Het lichaam mist energie om zichzelf te herstellen en er ontstaan fysieke klachten.
    Dit alles versterkt elkaar en er ontstaat een neerwaartse spiraal.
    Naarmate de energiereserves verder opraken wordt de weg terug langer.
    Daarom is het verstandig om zo snel mogelijk actie te ondernemen.
    Weer met volle energie gewoon functioneren is prettiger (emotioneel, fysiek en financiŽel) dan geleidelijk verder achteruitgaan en hopen dat het over een maand wel over is.
    Bij vermoeidheidsklachten, stress en burnout dient het energieniveau verhoogd en gestabiliseerd.
    Bij onrust in het hoofd nemen zoekt men innerlijke rust en ontspanning om weer energie op te kunnen laden.
    En men moet kijken naar de specifieke situatie van de cliŽnt : grenzen leren stellen, eigenwaarde opvijzelen en in met alle omstandigheden leren omgaan.
    De therapeut en de patiŽnt werken samen aan een aantal praktische zaken die de patiŽnt moeten toelaten beter te functioneren in het dagelijks leven beter.
    Bij angstklachten zoekt men de oorzaken en tracht men die weg te nemen.
    Relatief veel personen met angstklachten, vermoeidheidsklachten, stress, burnout, ME/CVS of fibromyalgie zijn ook hooggevoelig waardoor ze veel meer en sterkere signalen uit de omgeving ervaren.
    Cfr. : http://members.home.nl/hmvanzanten/menu7tips.htm


    Burnout is deels een hype...

    Is het al medisch erkend ?
    Is er niet weinig onderzoek op dat gebied ?

    De hoofddoelstelling van de Stichting Burnout is het verzoenen van de verwachtingen van de patiŽnt met het wetenschappelijk onderzoek.

    Er is al veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar burnout.
    Bepaalde artsen staan wantrouwig tegenover 'burnout' omdat ze niet op de hoogte zijn van de stand van het wetenschappelijk onderzoek naar burnout en omdat ze vaak alleen oog hebben voor aandoeningen die zij kunnen 'zien' en te weinig voor de gevoelens van hun patiŽnten.

    Vaak gooit men alles op ťťn hoop.
    Daarom is het belangrijk even de verschillen te noteren tussen burnout en andere 'verschijnselen' zoals depressie, chronische vermoeidheid (CVS/ME), stress, algemene lusteloosheid, fibromyalgie, overspannenheid opdat men een keuze zou kunnen maken tussen diagnoses die veel van dezelfde karakteristieken gemeen hebben.
    In vaktermen noemt men dat een 'differentiaaldiagnose'.

    Aan het einde van deze toelichting staan we ook even stil bij het feit dat mensen meerdere verschijnselen tegelijk kunnen hebben : dan spreekt men van 'comorbiditeit'.


    1. - Depressie


    Depressie :

    • is stemmingsstoornis
      Burnout daarentegen is een energiestoornis.

    • komt op alle levensgebieden tegelijk voor
      Burnout heeft te maken met vermoeiende menselijke interacties (meestal het werk).
      Iemand die burnout is kan bv. wťl vreugde vinden in andere dingen in het leven, terwijl bij bv. depressie de negatieve stemming haar schaduw werpt op ŗlle levensterreinen

    • wordt bij ernstige mate gekenmerkt door suicidale gedachten
      Bij burnout is dit niet het geval

    • valt te verhelpen met antidepressiva
      Burnout valt nooit met pillen te
      herstellen.
      Men kan slaappillen nemen, maar 's morgens keert het burnout gevoel onmiddellijk terug

    • kan deels erfelijk zijn en niet geheel uit het verdere leven te bannen.

    Kennis van bovenstaande is belangrijk als u met artsen gaat praten.

    Artsen denken vaak nog in termen van een psychische of persoonlijkheidsstoornis, zoals beschreven in de lijst van de 'Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders' DSM (gebaseerd op consensus van Amerikaanse psychiater - cfr. : http://www.trimbos.nl/default4734.html -) onder DSM IV en/of in 'International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems' (ICD) van de Wereld Gezondheisorganisatie onder ICD 10 Ė cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/ICD-10 -.
    Burnout komt in DSM IV niet voor.
    Gelukkig bestaan wel de nodige (huis)artsen die in burnout geloven of het zelf hebben meegemaakt.




    2. - CVS/ME


    CVS (Chronisch Vermoeidheids Syndroom of ME) wordt gekenmerkt door vermoeidheid van onbekende oorzaak.

    In tegenstelling tot burnout :

    • kan bij CVS/ME de patiŽnt geen levensgebied noemen waarin hij of zij verschrikkelijk teleurgesteld is en afgebrand

    • komt bij CVS/ME de ziekte langzaam opzetten om langer te duren

    • is er bij CVS/ME geen geschiedenis van eerst veel betrokkenheid en enthousiasme die later omgeslagen zijn in een uitgebrand gevoel

    • helpt in geval van burnout een verandering in de levensinrichting van de patiŽnt terwijl dit niet zo is bij CVS/ME-patiŽnten.
      Je kan wel 'leren leven' met CVS/ME, zodat je er minder last van hebt.
      Een verandering in werkomgeving is bij bij burnout heel vaak dť oplossing, dat geldt veel minder voor CVS/ME.
      ME/CVS is m.a.w. veel moeilijker te 'genezen'.




    3. - Stress


    Stress kenmerkt zich door een gevoel van spanning.
    Als die spanning kortdurend van aard is, is het gewoon stress - met een bepaalde aanleiding.
    Gewoonlijk daalt het stressniveau dan weer.
    Indien stress een lange tijd voortduurt kan het tot burnout leiden.

    Maar gewoonlijk kenmerkt stress zich (ten opzicht van burnout) door :

    • het tijdelijk karakter (van enkele minuten tot enkele dagen)

    • het verhoogd energieniveau (in plaats van verlaagd zoals bij burnout)

    • verhoogde alertheid.




    4. - Algemene lusteloosheid


    Algemene lusteloosheid is een op zich interessant verschijnsel.
    Er kan ofwel depressie ofwel burnout achter zitten.
    Er kan echter ook een gebrek aan betrokkenheid of een gebrek aan gevoelens ervaren achter zitten :

    • Gebrek aan betrokkenheid
      Een gebrek aan betrokkenheid kan ontstaan omdat het individu latere pijn wil vermijden.
      Het verschijnsel lijkt op '
      learned helplessness' dat in de psychologie goed is
      beschreven Ė cfr. 'Burnout en learned helplessness' door Carien Karsten op : http://cvwizard.nl/main_template.php3?id=433 - .
      Ook het 'innerlijk ontslag' valt hieronder : het vele jaren in dienst blijven omdat het moet vanwege het loonstrookje en men toch niets anders (laat staan iets boeienders) op de arbeidsmarkt kan vinden Ė cfr. : 'Levensloop als bedrijfspsychologisch concept' van Otto van Veen'op :
      http://www.nvp-plaza.nl/documents/download/otto_van_veen.doc -.
      De (in negatieve zin) typische ambtenaar valt hieronder... 'nog 35 minuten en is het 16.30 en mag ik naar huis, wat is vanavond op TC ?, welke vakanties kan ik boeken ?, wanneer mag ik met pensioen ?, wat kan ik allemaal met mijn levensloopregeling doen ?' etc.

    • Gebrek aan gevoelens
      Sommige mensen weten tijdelijk of jarenlang niet wat ze voelen.
      Ze kunnen niet benoemen wanneer en of ze basisemoties als blijdschap, verdriet, kwaadheid, liefde, plezier voelen.
      In dit geval is op ontdekking gericht, emotioneel-lichamelijke therapie op zijn plaats, zoals lichaamswerk (en wat nog meer op Reich is gebaseerd of door hem is beÔnvloed).
      ''La nausťe' van Jean Paul Sartre Ė cfr. :
      http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7235348/ - is een roman die het gevoel tussen depressie en algemene lusteloosheid goed beschrijft.




    5. - Fibromyalgie


    Fibromyalgie betekent 'pijn in spieren en bindweefsels'.
    Dit kan een persoon dwingen tot minder activiteiten of verminderd plezier, maar dit komt dan door de pijn in in spieren en bindweefsels en wordt - ook in de beleving van het individu - niet veroorzaakt door een mismatch van persoon/omgeving met emotionele uitputting zoals bij burnout.
    Een reumatoloog kan i.h.a. prima omgaan met firbomyalgie.




    6. - Overspannenheid


    Van Dale zegt over overspannenheid : 'ziek, door te zware geestelijke belasting doorgedraaid'.
    Ten opzichte van burnout kenmerkt overspannenheid zich door :

    • actief maar ongeordend gedrag

    • regelmatig hyperactieve perioden

    • relatief korte duur.

    Maar : een probleem is dat 'overspannenheid' een Nederlands woord is en in het Engels geen equivalent heeft, zodat het moeilijk aansluiten is bij internationaal onderzoek.

    Overspannenheid of 'overstressed' zijn kan een voorstadium zijn van depressie.




    7. - Comorbiditeit


    Comorbiditeit is het samenvallen van meerdere verschijnselen (stoornissen, aandoeningen).
    Een bekend voorbeeld is het tegelijkertijd voorkomen van depressie en angststoornis of tegelijkertijd schizofrenie en bipolaire stoornis.

    Voor burnout is met name het diagnostiseren of depressie meespeelt belangrijk.
    Vandaar dat bovenstaand op het verschil is in gegaan.
    Omdat burnout een energiestoornis is en depressie een stemmingsstoornis is, ligt enig verband voor de hand in die zin dat een zeer lage stemming ook tot weinig energie leidt en dat een laag energieniveau ook tot niet veel positieve prikkels kŗn leiden.


    Cfr. :
    http://www.burnout.nl/verschilburnou
    tmet/verschilburnoutmet.htm  

     

    10-08-2007 om 18:35 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.A real-time assessment of the effect of exercise in Chronic Fatigue Syndrome
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  



























    A real-time assessment of the effect of
    exercise in Chronic Fatigue Syndrome


    Yoshiuchi K, Cook DB, Ohashi K, Kumano H, Kuboki T, Yamamoto Y, Natelson BH
    Department of Neurosciences, University of Medicine and Dentistry of New Jersey -
    New Jersey Medical School, USA; Department of Psychosomatic Medicine, Faculty of Medicine, the University of Tokyo, Japan Ė ImmuneSupport.com - http://www.ImmuneSupport.com -, 07-28-2007 - Journal : Physiology & Behavior.
    2007 Jul 24; [E-publication ahead of print] - PMID: 17655887 - ©2007 ProHealth, Inc.


    Abstract

    Patients with Chronic Fatigue Syndrome (CFS) report substantial symptom worsening after exercise. However, the time course over which this develops has not been explored.

    Therefore, the objective of this study was to investigate the influence of exercise on subjective symptoms and on cognitive function in CFS patients in natural settings using a computerized ecological momentary assessment method, which allowed us to track the effects of exercise within and across days.

    Subjects were 9 female patients with CFS and 9 healthy women.
    A watch-type computer was used to collect real-time data on physical and psychological symptoms and cognitive function for 1 week before and 2 weeks after a maximal exercise test.
    For each variable, we investigated temporal changes after exercise using multilevel modeling.

    Following exercise, physical symptoms did get worse but not until a five-day delay in CFS patients.
    Despite this, there was no difference in the temporal pattern of changes in psychological symptoms or in cognitive function after exercise between CFS patients and controls.

    In conclusion, physical symptoms worsened after several days delay in patients with CFS following exercise while psychological symptoms or cognitive function did not change after exercise.

    Discussion

    CFS patients have an unusual complaintóthat even minimal exertion produces a dramatic worsening of their entire symptom complex beginning a day or two later.
    However, very little work has focused on the scientific validation of this complaint.

    In our previous work, we showed that activity as monitored by actigraphy diminished but not until 5 days after the period of exertion [8].
    Importantly, the present follow-up study, focusing on symptoms, showed the same effect.

    Physical symptoms did not change following exertion until 5 days later.
    This prolonged delay appears strikingly different from the sort of post-exertional symptom worsening that occurs in cardiopulmonary disease.

    This delay may distinguish CFS from other fatiguing illnesses.
    In addition, psychological symptoms did not get worse over time.
    This dissociation between physical and psychological symptoms is important because it suggests that physical symptom worsening is not associated with altered mood.

    An earlier momentary assessment study done on CFS patients doing their usual activities [20] noted that fatigue and arousal were worst early and late in the day for both patients and controls with patients having worse symptoms across the day.

    Our data were similar to the earlier report in the point that physical symptoms were less severe in the afternoon.
    In addition, both patients and controls had more psychological symptoms in mornings and afternoons than in nights with the patients having higher scores on these symptoms across the
    entire day.

    As was the case for physical symptoms, the CFS group showed less variability of psychological symptoms across the entire day.
    This diurnal pattern of psychological symptoms was also similar to those in earlier studies [20,21].

    In contrast to increased physical symptoms after exercise, cognitive function did not deteriorate over time although many studies have reported impairment in cognitive function at baseline [22Ė24] or after exercise [11,12,25] for patients with CFS.

    The reason for this discrepancy may relate to our use of the continuous performance test in this study although one of our previous studies showed that exercise did not alter cognitive function [26].
    Another possible reason is the time when cognitive tests were performed.
    In many previous studies, cognitive tests were performed just after exercise while tests were done for a longer period in this study.

    There were some limitations in this study :

    1. First, the sample size was relatively small and there was some loss of data in the second week after exercise, which might cause difficulty in generalizability of the result in the present study.
      Therefore, further studies with a larger sample size for a longer period are needed to confirm the results of this study.

    2. Second, the subjects in this study were only women.
      Therefore, it is not possible to apply the results of this study to men with CFS.

    3. Third, objective activity was not measured in this study.
      Therefore, the relationship between subjective symptoms and objective activity remains unknown.

    4. Finally, the regression coefficient of the GROUP◊DAY2 interaction was not so large compared with the main effect of the GROUP in the model for the physical symptoms.
      Therefore, the clinical significance should be interpreted with caution.

    Nonetheless the results, using an EMA technique, are clear : CFS patients showed worsening of physical symptoms beginning 5 days after performing a standard exercise test to volitional exhaustion; in contrast, exercise did not adversely affect psychological symptoms or cognitive performance.
    These findings suggest that symptom exacerbation is not a function of altered mood.
    Documenting symptom worsening itself and the delay preceding it is important in that it provides an outcome measure for therapeutic trials.
    Moreover, its existence may be useful in moving the diagnosis of CFS from patients' complaint to objective measures of altered function.

    Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/8201/T/CFIDS_FM/searchtext/



    Chronic ACTH autoantibodies are a significant pathological factor in the disruption of the hypothalamic-pituitary-adrenal axis in chronic fatigue syndrome, anorexia nervosa and major depression

    R. Wheatland
    The Endocrine Research Project, 574 Sims Road, Santa Cruz, CA 95060, USA Ė ImmuneSupport.com -http://www.ImmuneSupport.com-, 05-12-2005 - Med Hypotheses. 2005 May 7; [Epub ahead of print] - PMID: 15885924 - ©2007 ProHealth, Inc.

    Dysregulation of the hypothalamic-pituitary-adrenal (HPA) axis is a commonly recognized feature of many pathological conditions.
    Abnormal adrenal responses to experimental manipulation have been well documented in patients suffering from chronic fatigue syndrome, anorexia nervosa and major depression.
    Yet no defect of any single organ, gland or brain region has been identified as a cause of these abnormalities.

    The disruption of the HPA axis that occurs in these conditions can be understood if an interfering factor is present in these patients.
    Evidence indicates that this interfering factor is adrenocorticotropin hormone (ACTH) autoantibodies.
    Chronic high levels of ACTH autoantibodies will significantly disrupt the HPA axis and force the body to compensate for an impaired cortisol response.

    The resulting effect of chronic ACTH autoantibody interference is the manifestation of adrenocortical insufficient symptoms and psychological disturbances.
    Some symptoms of chronic fatigue syndrome, anorexia nervosa and major depression, such as anxiety, are the adverse effects of mechanisms compensating for less effective ACTH due to autoantibodies.

    Furthermore, these patients engage in extraordinary behaviors, such as self-injury, to increase their cortisol levels.
    When this compensation is inadequate, symptoms of adrenocortical insufficiency appear.
    Corticosteroid supplements have been demonstrated to be an effective treatment for chronic fatigue syndrome, anorexia nervosa and major depression.

    It allows the patients to have the corticosteroids they require for daily functioning and daily stressors.
    This therapy will relieve the patients of their symptoms of adrenocortical insufficiency and permit their cortisol-stimulating mechanisms to operate at levels that will not cause pathological problems.

    Cfr. : http://www.ImmuneSupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6437



    Chronic fatigue syndrome
    - A clinically empirical approach to its definition and study -

    Reeves WC, Wagner D, Nisenbaum R, Jones JF, Gurbaxani B, Solomon L, Papanicolaou DA, Unger ER, Vernon SD, Heim C
    ImmuneSupport.com - http://www.ImmuneSupport.com-, 01-03-2006 - BMC Med. 2005 Dec 15;3(1):19 [Epub ahead of print] Ė PMID : 16356178 - ©2007 ProHealth, Inc.

    Background

    The lack of standardized criteria for defining chronic fatigue syndrome (CFS) has constrained research.
    The objective of this study was to apply the 1994 CFS criteria by standardized reproducible criteria.

    Methods

    This population-based case control study enrolled 227 adults identified from the population of Wichita with : (1) CFS (n=58); (2) non-fatigued controls matched to CFS on sex, race, age and body mass index (n=55); (3) persons with medically unexplained fatigue not CFS, which we term ISF (n=59); (4) CFS accompanied by melancholic depression (n=27); and (5) ISF plus melancholic depression (n=28).

    Participants were admitted to a hospital for two days and underwent medical history and physical examination, the Diagnostic Interview Schedule and laboratory testing to identify medical and psychiatric conditions exclusionary for CFS.
    Illness classification at the time of the clinical study utilized two algorithms : (1) the same criteria as in the surveillance study; (2) a standardized clinically empirical algorithm based on quantitative assessment of the major domains of CFS (impairment, fatigue and accompanying symptoms).

    Results

    One hundred and sixty-four participants had no exclusionary conditions at the time of this study.
    Clinically empirical classification identified 43 subjects as CFS, 57 as ISF and 64 as not ill.
    There was minimal association between the empirical classification and classification by the surveillance criteria.

    Subjects empirically classified as CFS had significantly worse impairment (evaluated by the SF-36), more severe fatigue (documented by the multidimensional fatigue inventory), more frequent and severe accompanying symptoms than those with ISF, who in turn had significantly worse scores than the not ill; this was not true for classification by the surveillance algorithm.

    Conclusions

    The empirical definition includes all aspects of CFS specified in the 1994 case definition and identifies persons with CFS in a precise manner that can be readily reproduced by both investigators and clinicians.

    Cfr. : http://www.ImmuneSupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6919



    NADH's
    possible benefit for CFS and FMS

    Scott D. Olson, ND
    - a Naturopathic Doctor specializing in natural medicine -
    ImmuneSupport.com - http://www.ImmuneSupport.com -, 04-30-2007 - ©2007 ProHealth, Inc.

    Supplementing with NADH is known to improve cellular energy safely by increasing production of the cellular fuel ATP.
    NADH also plays a vital role in creation of the neurotransmitters (brain chemicals) serotonin, dopamine and norepinephrine - important for mood, memory, alertness and concentration.

    But what is NADH ?
    How does it deliver benefits to the cells ?
    And how does this compare with the actions of chemical stimulants such as caffeine ?
    Naturopathic Doctor Scott Olson outlines the science and offers a Q&A with Austrian NADH expert Professor Jorg Birkmayer, MD, PhD, who devised a way to deliver NADH intact in bioavailable form to the cells.

    What is NADH ?

    Beta-nicotinamide adenine dinucleotide (NADH) has long been the most popular non-drug regimen for Chronic Fatigue Syndrome (CFS) and is also highly favored by Fibromyalgia Syndrome (FMS) patients.
    Its use in CFS is supported by two randomized, placebo-controlled clinical studies suggesting that NADH supplementation may be helpful in some patients to enhance energy (see for example : 'Therapeutic effects of oral NADH on the symptoms of patients with chronic fatigue syndrome' by Linda M Forsyth, MD; Harry G Preuss, MD Ė ImmuneSupport.com, 02-01-1999 - Reprinted from Annals of allergy, asthma and immunology, February, 1999, Volume 82, Number 2 at : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/id/192 -) and many patients are convinced that NADH enhances their quality of life.

    NADH is a naturally occurring coenzyme that is necessary for the production of energy in each of our 100 trillion cells.
    Found in the highest concentrations in the cellís mitochondria, this essential nutrient and potent antioxidant facilitates the production of cellular energy in the form of adenosine triphosphate (ATP) Ė and plays a role in thousands of chemical reactions that occur in the body. Without NADH, energy production is severely impaired.

    NADH is considered an extremely safe supplement with "insignificant" side effects and no known drug interactions.
    Technically, it is the activated form of niacin (vitamin B3) in the body, synthesized from adenylic acid and nicotinamide.

    What is NADH Good For ?

    Supplementing with NADH has been shown to have two key functions in the body.

    First, it improves cellular energy by increasing the production of the cellular fuel, ATP.
    This makes it beneficial in conditions where there is a lack of energy or fatigue, such as CFS and FMS and even for athletic performance.
    The benefits of supplemental NADH are also supported by anecdotal experiences of individuals with Parkinsonís disease, Alzheimerís disease and jet lag.

    Second, NADH also plays a vital role in the creation of neurotransmitters (brain chemicals), such as serotonin, dopamine and norepinephrine.
    These brain chemicals are important for mood, memory, alertness and concentration Ė and users claim that supplementing with NADH helps to elevate mental clarity and improve alertness and concentration.

    The use of NADH in various conditions - and related studies to date Ė are summarized in the following table and detailed below (cfr. also 'Therapeutic effects of oral NADH on the symptoms of patients with chronic fatigue syndrome' by Forsyth LM, Preuss HG, MacDowell AL, Chiazze L Jr, Birkmayer GD, Bellanti JA in Ann Allergy Asthma Immunol. 1999 Feb;82(2):185-91 Ė Cfr. : http://www.immunesupport.com/news/nadh_study.htm -&- 'Comparison of oral nicotinamide adenine dinucleotide (NADH) versus conventional therapy for chronic fatigue syndrome' by Santaella ML, Font I, Disdier OM in P R Health Sci J. 2004 Jun;23(2):89-93 Ė Cfr. : http://grande.nal.usda.gov/ibids/index.php?mode2=detail&origin=ibids_references&therow=762130 -).

    Condition/Purpose - Comment

    • Dopamine Production
      The nutrient has been well-studied for both effectiveness and safety issues and can be recommended for these conditions on the basis of scientific support.

    • Low Energy or Fatigue / Mood Support / Jet Lag
      The nutrient has at least some good clinical studies in humans to support its use, and/or a long history of traditional use. It can be recommended for these conditions on the basis of its traditional use and its relative safety.

    • Cognitive Function
      The nutrient lacks the support of good clinical studies in humans, but has been used traditionally, and a few studies suggest it might be effective. It can be recommended for use for these conditions with the caution that it is not well-supported by research.

    Cfr. : http://www.ImmuneSupport.com/library/showarticle.cfm?ID=7955



    Neuropsychiatric sequelae of Nipah virus encephalitis

    Ng BY, Lim CC, Yeoh A, Lee WL
    Department of Behavioral Medicine, Singapore General Hospital, Republic of Singapore : gdmnby@sgh.com.sg Ė ImmuneSupport.com - http://www.ImmuneSupport.com -, 12-28-2004 - J Neuropsychiatry Clin Neurosci. 2004 Fall;16(4):500-4 - PMID: 15616178 - ©2007 ProHealth, Inc. : http://www.ProHealthNetwork.com

    The authors followed nine patients with Nipah virus encephalitis over the course of 24 months.
    Eight of the nine developed psychiatric features assigned to the encephalitis.
    Three patients developed major depressive disorder immediately after recovering from the encephalitis, and two developed depression approximately 1 year after the outbreak.
    Two patients developed personality changes, and two suffered chronic fatigue syndrome.
    Neuropsychological testing was accomplished in eight of the nine patients.
    Deficits in attention, verbal and/or visual memory were substantial in seven of the eight patients tested.
    Verbal memory was more impaired than visual memory in these patients.
    Comparison between psychiatric and cognitive impairment and total number of brain lesions showed no discernible trends.

    Cfr. : http://www.ImmuneSupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6179


    Cfr. also
    :

    1. Chronic fatigue syndrome - A clinically empirical approach to its definition and study
      Reeves WC, Wagner D, Nisenbaum R, Jones JF, Gurbaxani B, Solomon L, Papanicolaou DA, Unger ER, Vernon SD, Heim C - ImmuneSupport.com, 01-03-2006 - BMC Med. 2005 Dec 15;3(1):19 - PMID: 16356178
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6919

    2. Chronic Fatigue Syndrome - Evaluation and Treatment
      Timothy Craig and Sujani Kakumanu, Pennsylvania State University College of Medicine, Hershey, Pennsylvania - Address correspondence to : Timothy J. Craig, D.O., Department of Medicine, Pennsylvania State University College of Medicine, Hershey Medical Center, 500 University Ave., Hershey, PA 17033 (e-mail : tcraig@psu.edu -) - © 2002 The American Academy of Family Physicians, March 15, 2002
      The authors
      Timothy Craig is associate professor of medicine, pediatrics, and graduate studies at Pennsylvania State University College of Medicine, Milton S. Hershey Medical Center, Hershey. He graduated from the New York College of Osteopathic Medicine, Old Westburg, N.Y., completed a rotating internship and medicine training at San Diego Naval Hospital and received training in allergy and immunology at Walter Reed Medical Center, Washington, D.C.
      Sujani Kakumanu is currently a third-year medical student at the Pennsylvania State University College of Medicine. She completed a bachelor's degree in psychology at Cornell University, Ithaca, N.Y.
      Cfr. : http://www.aafp.org/afp/20020315/1083.html

    3. Chronic Fatigue Syndrome (CFS) - An update
      Komaroff AL, Buchwald DS Ė ImmuneSupport.com, 02-08-1998
      Among the many patients who seek medical care for the complaint of fatigue, a small number suffer from chronic fatigue syndrome (CFS).
      CFS is a poorly understood condition characterized by debilitating fatigue and associated symptoms lasting at least six months.
      Studies indicate that the illness is not simply a manifestation of an underlying psychiatric disorder, but rather is an illness characterized by activation of the immune system, various abnormalities of several hypothalamic-pituitary axes, and reactivation of certain infectious agents.
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/1817/t/CFIDS_FM

    4. Chronic Fatigue Syndrome (CFS) - An update for clinicians in primary care
      Houde SC, Kampfe-Leacher R Ė ImmuneSupport.com, 07-08-1997
      Cases of long-standing (6 months or longer) fatigue that are not explained by an existing medical or psychiatric diagnosis are referred to as chronic fatigue syndrome (CFS).
      CFS is a condition of unknown etiology that presents with a complex array of symptoms in patients with diverse health histories.
      A diagnosis of CFS is largely dependent upon ruling out other organic and psychologic causes of fatigue.
      CFS can present the clinician with a unique set of challenges in terms of diagnosis and treatment.
      A review of recent research suggests that the management of CFS requires an individualized approach for each patient.
      An historic overview of the condition is presented along with current theories of causation, diagnosis considerations, symptom management and health promotion strategies.
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/2054/t/CFIDS_FM

    5. Effects of exercise on cognitive and motor function in chronic fatigue syndrome and depression
      Susan K Blackwood (a), Siobhan M MacHale (a), Mick J Power (a), Guy M Goodwin (b), Stephen M Lawriea Ė (a) Edinburgh University Department of Psychiatry, Royal Edinburgh Hospital, Edinburgh EH10 5HF, UK Ė (b) Oxford University Department of Psychiatry, Warneford Hospital, Oxford OX3 7JX, UK - Correspondence to : Dr S M Lawrie, Edinburgh University Department of Psychiatry, Royal Edinburgh Hospital, Edinburgh EH10 5HF, UK Ė Tel. : 0044 131 537 6671, fax : 0044 131 447 6860- Email : S.Lawrie@ed.ac.uk - 8 August 1997
      Objectives
      - Patients with chronic fatigue syndrome complain of physical and mental fatigue that is worsened by exertion.
      It was predicted that the cognitive and motor responses to vigorous exercise in patients with chronic fatigue syndrome would differ from those in depressed and healthy controls.
      Methods - Ten patients with chronic fatigue syndrome, 10 with depressive illness, and 10 healthy controls completed cognitive and muscle strength testing before and after a treadmill exercise test.
      Measures of cardiovascular functioning and perceived effort, fatigue and mood were taken during each stage of testing.
      Results - Depressed patients performed worst on cognitive tests at baseline.
      During the treadmill test, patients with chronic fatigue syndrome had higher ratings of perceived effort and fatigue than both control groups, whereas patients with depression reported lower mood.
      After exertion, patients with chronic fatigue syndrome showed a greater decrease than healthy controls on everyday tests of focused (p=0.02) and sustained (p=0.001) attention, as well as greater deterioration than depressed patients on the focused attention task (p=0.03).
      No between group differences were found in cardiovascular or symptom measures taken during the cognitive testing.
      Conclusions - Patients with chronic fatigue syndrome show a specific sensitivity to the effects of exertion on effortful cognitive functioning.
      This occurs despite subjective and objective evidence of effort allocation in chronic fatigue syndrome, suggesting that patients have reduced working memory capacity or a greater demand to monitor cognitive processes or both.
      Further insight into the pathophysiology of the core complaints in chronic fatigue syndrome is likely to be realised by studying the effects of exercise on other aspects of everyday functioning.
      Cfr. : http://jnnp.bmj.com/cgi/content/abstract/65/4/541

    6. Exercise and Cognitive Performance in Chronic Fatigue Syndrome
      Dane B. Cook; Paul R. Nagelkirk; Arnold Peckerman; Ashok Poluri; John Mores; Benjamin H. Natelson, 10/07/2005
      Cfr. : http://www.medscape.com/viewarticle/513882

    7. Exercise and Disease
      Marianne Eisinger Ė CRC, Jul 27 1992 Ė ISBN-10 : 0849379121 / ISBN-13 : 978-0849379123
      Exercise and Disease reviews the role of exercise and physical fitness in the prevention or causation of cancer.
      Relevant mechanistic studies, particularly immunomodulation, are emphasized.
      The book also interprets effects of long-term exercise on immune functions and data that shows how exercise influences disease resistance.
      On the other hand, exercise may be involved in immune mediated motion injuries.
      Finally, exercise plays a potential role in cancer therapy.
      The book will be useful to researchers interested in the most recent developments and their interpretations.
      Cfr. : http://www.amazon.ca/Exercise-and-Disease/dp/0849379121

    8. Exercise and Immune Function
      Laurie Hoffman-Goetz, University of Waterloo, Ontario, Canada - Crc Press Llc; 1 edition, 1996 Ė ISBN-10 : 0849381908 / ISBN-13 : 978-0849381904
      In Exercise And Immune Function, leading experts discuss what is known about physical activity and its effects on the immune system.
      This unique reference describes the science and application of exercise immunology, providing an excellent source of expert information for researchers, students and practitioners.
      The impact of exercise on immune function in dieters, in combination with alcohol use and in the elderly are addressed, and up-to-date reviews on the relationships between exercise and the risk of disease are provided.
      Anyone in basic medical science, sports medicine, exercise physiology, immunology and health promotion should have a copy of this book.
      Cfr. : http://www.amazon.ca/Exercise-Immune-Function-Laurie-Hoffman-Goetz/dp/0849381908

    9. Exercise therapy for chronic fatigue syndrome
      Edmonds M, McGuire H, Price J - The Cochrane Collaboration - Cochrane Reviews, July 19. 2004 (update : May 08. 2004)
      Cfr. : http://www.cochrane.org/reviews/en/ab003200.html

    10. Exercising With Fibromyalgia
      Paige Waehner, About.com, (updated) 19 April 2006
      Cfr. : http://exercise.about.com/cs/exercisehealth/a/fibromyalgia.htm

    11. Fibromyalgia and Exercise
      Familydoctor.org - American Academy of Family Physicians, Sept. 200, updated April 2005 - © 2000-2007 American Academy of Family Physicians
      Cfr. : http://familydoctor.org/online/famdocen/home/common/pain/treatment/061.printerview.html

    12. Grow Young with Hgh (audiobook) - (Audio cassette)
      Ronald Klatz & Tsoutsouvas Sam Ė HarperAudio, May 1, 1997 Ė ISBN-10 : 0694518344 / ISBN-13 : 978-0694518340
      The autors - Dr. Ronald Klatz is one of the foremost experts on anti-aging research and holds many important posts in the medical community, including president of the American Academy of Anti-Aging Medicine. He currently resides in Chicago.
      Carol Kahn is a well-known New York-based writer specializing in health and science, and is a former contributing editor to Longevity.
      Read by Sam Tsoutsouvas on two cassettes.
      The book - Perhaps as close to the fountain of youth as we will ever come, the human growth hormone (HGH), has already produced stunning results in the battle against aging.
      In Grow Young With HGH, anti-aging pioneer Dr. Ronald Klatz not only explains how HGH works, but how it can work for you.
      Dr. Klatz's remarkable guide first helps you determine your own HGH levels and then shows you step by step how HGH can be utilized to reverse the effects of aging by decreasing fat, increasing muscle, lowering blood pressure and cholesterol, strengthening the immune system, increasing bone density and cardiovascular output and enhancing the mental faculties and sexual performance that diminish as we grow older.
      Whether through hormonal drug therapy or by stimulating the body's own supply of HGH through diet and exercise, now everyone can reap the many benefits of this miracle substance.
      All you have to do is follow Dr. Klatz's medically-proven plan and his helpful consumer tips on the easiest, cheapest,and safest ways in which HGH can build a healthier, happier and more vital future for us all.
      Cfr. : http://www.amazon.com/Grow-Young-Hgh-Ronald-Klatz/dp/0694518344

    13. Illness from low levels of environmental chemicals - Relevance to Chronic Fatigue Syndrome (CFS)
      ImmuneSupport.com, 09-03-1998 - Source - AJM 1998 Sep 28;105(3A):74S-82S
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/1720/t/CFIDS_FM

    14. Muscle Pain, Myofascial Pain and Fibromyalgia - Recent Advances (Journal of Musculoskeletal Pain, V. 7, No. Ĺ )
      World Congress on Myofascial Pain and Fibromyalgia 1998 Silvi Marina, Leonardo Vecchiet & Maria Adele Giamberardino - Haworth Press, September 1999 Ė ISBN-10 : 0789007959 Ė ISBN-13 : 978-0789007957
      Cfr. : http://www.amazon.com/Muscle-Pain-Myofascial-Fibromyalgia-Musculoskeletal/dp/0789007959/ref=sr_1_1/104-0886648-9747905?ie=UTF8&s=books&qid=1186659140&sr=1-1

    15. Normal opioid tone and hypothalamic-pituitary-adrenal axis function in chronic fatigue syndrome despite marked functional impairment
      Inder WJ, Prickett TC, Mulder RT, Department of Endocrinology, Christchurch Hospital, and Department of Psychological Medicine, Christchurch School of Medicine, Christchurch, New Zealand - ImmuneSupport.com, 02-28-2005 - Clin Endocrinol (Oxf). 2005 Mar;62(3):343-8 - PMID: 15730417
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/6302/t/CFIDS_FM

    16. Nutritional and botanical interventions to assist with the adaptation to stress
      Kelly GS - Altern Med Rev. 1999 Aug;4(4):249-65 - PMID: 10468649
      Prolonged stress, whether a result of mental/emotional upset or due to physical factors such as malnutrition, surgery, chemical exposure, excessive exercise, sleep deprivation or a host of other environmental causes, results in predictable systemic effects.
      The systemic effects of stress include increased levels of stress hormones such as cortisol, a decline in certain aspects of immune system function such as natural killer cell cytotoxicity or secretory-IgA levels and a disruption of gastrointestinal microflora balance.
      These systemic changes might be a substantial contributor to many of the stress-associated declines in health. Based on human and animal research, it appears a variety of nutritional and botanical substances - such as adaptogenic herbs, specific vitamins including ascorbic acid, vitamins B1 and B6, the coenzyme forms of vitamin B5 (pantethine) and B12 (methylcobalamin), the amino acid tyrosine and other nutrients such as lipoic acid, phosphatidylserine and plant sterol/sterolin combinations - may allow individuals to sustain an adaptive response and minimize some of the systemic effects of stress.
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10468649&dopt=AbstractPlus

    17. Possible Chronic Fatigue Syndrome (CFIDS) Blood Test Found by Temple Researcher
      Patti Stilley Schmidt Ė ImmuneSupport.com, 01-01-1999
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/225/t/CFIDS_FM

    18. Spinal Fluid Abnormalities in Patients with Chronic Fatigue Syndrome
      Natelson BH, Weaver SA, Tseng CL, Ottenweller JE, Fatigue Research Center (129), VA Medical Center, 385 Tremont Ave., East Orange, NJ 07018. bhn@njneuromed.org - Clin Diagn Lab Immunol. 2005 Jan;12(1):52-5 - PMID: 15642984 - ImmuneSupport.com, 01-20-2005
      Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6212

    19. Subjective and objective sleepiness in monozygotic twins discordant for chronic fatigue syndrome
      Watson NF, Jacobsen C, Goldberg J, Kapur V, Buchwald D, Department of Neurology, University of Washington, Seattle 98104-2499, USA : nwatson@u.washington.edu - ImmuneSupport.com, 09-30-2004 - Sleep. 2004 Aug 1;27(5):973-7
      Cfr. : http://www.ImmuneSupport.com/library/showarticle.cfm?ID=6000 


    09-08-2007 om 14:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het protocol van dokter Teitelbaum - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  








    Het protocol van dokter Teitelbaum

    Deel II


    2. - Voedingssupplementen

    - Raadpleeg steeds je arts ! -

    - D-ribose

    D-ribose is een eenvoudig (mono)suiker zoals fructose en glucose.
    Het poeder bevat alleen de zuivere stof, geen toevoegingen.
    D-ribose komt in alle cellen van het menselijk lichaam voor, maar voor sporters telt vooral de d-ribose in ATP en RNA.
    Het is een onmisbaar element voor de productie van energie in het lichaam.
    Blijkbaar ondersteunt D
    r. Teitelbaum tegenwoordig het gebruik
    van d-ribose.
    Er zijn
    inderdaad mensen bij wie dit produkt heel goed werkt.
    Een proefbehandeling van 10-15 g/dag kan na een paar weken al aantonen of de patiŽnten er baat bij hebben.
    D-ribose kan bij sommige mensen hartkloppingen veroorzaken, maar dat kan men oplossen door het op te lossen in wat fruitsap.
    Cfr. :
    http://www.creanite.com/DaviWB/Pagina15.html

    - Magnesium/appelzuurpreparaten

    Magnesium is onontbeerlijk voor alle biochemische processen in het lichaam.
    Het speelt een belangrijke rol in de cholesterolstofwisseling, helpt bij de vorming van DNA en is betrokken bij de aanmaak van hormonen.
    Verder speelt magnesium een rol in de overdracht van zenuwimpulsen en heeft het een ontspannende werking bij lichamelijke stress.
    Een magnesium tekort kan leiden tot een onregelmatige hartslag, hartkloppingen, een slechte bloedsomloop, spierkrampen, nervositeit en benauwdheid.
    Magnesium wordt voorgeschreven bij osteoporose, depressiviteit en angst, gebrek aan energie, PMS, menstruatieklachten, slapeloosheid, migraine, tandvleesproblemen, hoge bloeddruk en prostaatproblemen.
    Magnesium is schadelijk voor mensen met nierproblemen en atrioventriculaire blocks. Magnesium werkt samen met calcium (botontkalking, nervositeit), vitamine B6 (zwangerschapsmisselijkheid, nierstenen) en kalium (hartziekten).
    Cfr. :
    -
    http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/behandeling.fibromyalgie.11.html

    -
    http://www.egezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/voeding_afslanking/mij_maar_portie_
    magnesium-14283-901-art.htm

    -
    http://www.kruidenvrouwtje.nl/mineralen/magnesium.htm

    Appelzuur is het zwak organisch zuur dat in appels zit (het zorgt voor de zure smaak van groene appels).
    Magnesium 400 van ďOrthicaĒ lijkt me hťťl geschikt, weliswaar zit daar gťťn appelzuur in maar dŗt kun je er apart bijnemen.
    Ik vind meerdere bronnen die vermelden dat er mťťr dan 350 mg/dag Magnesium moet ingenomen worden en zelf heb ik
    ook die ondervinding Ė er mag echter geen nierfalen zijn - spreek ervover met je arts !).

    Pillie Willie schrijft hierover :

    Behandeling van fibromyalgie met magnesium en appelzuur (Malic Acid)

    Pillie Willie
    -
    www.pilliewillie.nl -

    Bijna elke Nederlander heeft een magnesium deficiŽntie.
    Een gezonde volwassene heeft ongeveer 500 - 1000mg magnesium per dag nodig, maar de meeste Nederlanders krijgen maar 300 - 400mg per dag binnen.
    Een tekort aan magnesium veroorzaakt klachten als : vermoeidheid, intolerantie voor extra beweging, depressie, intolerantie voor psychische stress en stoornissen aan het autonome zenuwgestel en het immuunsysteem.
    Een magnesiumtekort heeft voor CVS/ME en fibromyalgie patiŽnten grotere gevolgen dan voor gezonde mensen.
    Bij de ME en Fibromyalgie subgroep met een tekort aan bio-energie (ATP) (mitochondriale disfunctie) worden de klachten extra versterkt.
    Er zijn een groot aantal onderzoeken beschikbaar die aangeven dat magnesium in combinatie met appelzuur (Malic Acid) suppletie de vermoeidheid, de pijn en de spierkrampen bij CVS/ME en fibromyalgie patiŽnten kunnen verminderen.

    Alle artikelen en behandelingsprotocollen zijn volgens het zelfzorg principe geschreven.
    Bij zelfzorg is niet de arts of specialist maar de patiŽnt verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de behandeling.
    Toch adviseer ik patiŽnten om bij gezondheidsklachten eerst een arts te raadplegen.
    Een juiste diagnose is ook bij een zelfzorgtraject van onschatbare waarde.

    Bijna iedereen heeft een magnesium tekort
    Bijna elke Nederlander heeft een magnesium deficiŽntie. Een gezonde volwassene heeft ongeveer 500 - 1000mg magnesium per dag nodig, maar de meeste Nederlanders krijgen maar 300 - 400mg per dag binnen. Een tekort aan magnesium veroorzaakt klachten als: vermoeidheid, intoleranties voor extra beweging, depressie, intolerantie voor psychische stress en stoornissen aan het autonome zenuwgestel en het immuunsysteem.

    Het meeste magnesium is opgeslagen in de cellen, daarom is een serum bloedonderzoek om een magnesium deficiŽntie vast te stellen onbetrouwbaar.
    Routine-onderzoek dat bij CVS/ME patiŽnten wordt uitgevoerd brengen tekorten daardoor niet aan het licht.
    Een magnesium tekort heeft voor CVS/ME en FMS patiŽnten grotere gevolgen dan voor gezonde mensen.
    Bij de CVS/ME subgroep met een ATP deficiŽntie worden de klachten extra versterkt.
    Magnesium en appelzuur spelen een belangrijke rol bij de productie van ATP
    Er zijn een groot aantal onderzoeken beschikbaar die aangeven dat magnesium en appelzuur (Malic Acid) suppletie de vermoeidheid, de pijn en de spierkrampen bij CVS/ME en FMS patiŽnten kunnen verminderen.
    Magnesium en appelzuur vormen een sleutelrol bij de productie van ATP. Magnesium zorgt er voor dat er niet te veel Ca++ (calcium ion) in de mitochondria wordt opgeslagen.
    Te veel Ca++ verstoort de productie van ATP doordat ADP, een stof die op eenvoudige manier in ATP omgezet kan worden, aan het calcium gebonden raakt.
    Bovendien zorgt magnesium er voor dat aluminium geen binding aan kan gaan met de fosfaatgroepen die belangrijk zijn voor de ATP productie.
    Appelzuur functioneert als chelatiemiddel waardoor een te hoog niveau aan aluminium uit het lichaam kan worden verwijderd.

    En tenslotte zijn er een aantal onderzoeken beschikbaar die aangeven dat de combinatie magnesium en appelzuur in staat is om bij het ATP productieproces op zuurstof te besparen ('Short-term Intensive Exercise and Magnesium').
    Dat is goed nieuws voor CVS/ME en FMS patiŽnten omdat ander onderzoek aangeeft dat de meeste patiŽnten minder zuurstof van de longen naar de cellen kunnen transporteren.
    Magnesium en appelzuur behandelingsprotocol
    Bij magnesium suppletie zijn weinig bijwerkingen te verwachten vooral als gebruik gemaakt wordt van magnesiumproducten die zijn gekoppeld aan een aminozuur.
    Deze vorm wordt het best door het lichaam opgenomen, hierdoor is de kans op diaree of darmkrampen minimaal.
    Magnesiumoxide is als supplement voor de behandeling van CVS/ME en FMS af te raden, tenzij de patiŽnt ook last heeft van obstipatie.
    Voor suppletie kan het best van magnesiumglycinate gebruik gemaakt worden in combinatie met appelzuur :
    - 400 - 800mg (elementair) magnesium glycinate in combinatie met 2000 - 2400mg appelzuur is in het algemeen een goede therapeutische dosis voor de behandeling van vermoeidheid, pijn en spierkramp bij CVS/ME en FMS.
    - de spierpijn verminderd meestal binnen enkele dagen, de vermoeidheid binnen enkele weken.
    Start de behandeling met magnesium en appelzuur via het volgende introductieprotocol :
    - Gebruik gedurende 3 - 4 dagen een dosis van 100mg magnesium glycinate en 500mg appelzuur per dag.
    Treden er geen allergieŽn of intoleranties op verhoog dan de dosis elke 3 - 4 dagen met 100mg magnesium glycinate en 500mg appelzuur totdat de therapeutische dosis van 400/2000mg is bereikt.
    Halveer de dosis als diaree of darmkrampen optreden.
    Bouw dan ook langzamer op.
    Verdeel de dosis van zowel het magnesium en het appelzuur over de hele dag, bij voorkeur tijdens de maaltijd.
    Deze supplementen zijn nl. in water oplosbaar en daardoor weer snel uit het lichaam verdwenen.
    - PatiŽnten die voor veel chemische stoffen en voedingsstoffen allergisch of intolerant zijn geworden adviseer ik een extra test toe te voegen door te beginnen met ťťn enkele dosis van 100mg magnesium glycinate en 500mg appelzuur.
    Wacht daarna 3 - 4 dagen om te zien of er problemen ontstaan.
    Ga door met het introductieprotocol als er tijdens deze intolerantietest geen problemen zijn opgetreden.
    Treden er wel allergische reacties overleg dan met een arts.
    Als de klachten niet verminderen bouw deze dosis dan op tot maximaal 800/2400mg per dag.
    Als u een dosis heeft gevonden waarbij de klachten duidelijk verminderen houdt deze dosis dan een aantal weken gelijk en probeer dan of 25% minder ook goed voor u werkt.
    Op deze manier bepaalt u uw persoonlijke therapeutische dosis magnesium en appelzuur.
    Maak ook een ďuitstapjeĒ naar 800/2400mg per dag als u reeds bij bijvoorbeeld 400/2000mg merkt dat de klachten verminderen.
    Dit ďuitstapjeĒ naar een hogere dosis adviseer ik om toch eens uit te proberen of in het geval van magnesium en appelzuur ďmeer ook beter isĒ.
    Na ongeveer 8 maanden kan worden geprobeerd de therapeutische dosis met ongeveer 70% te verminderen naar een onderhoudsdosis.
    Verhoog de dosis als de klachten terug komen.
    Magnesium en appelzuur suppletie is zeer veilig en kan daarom zonder supervisie van een arts worden toegepast.
    Ik adviseer elke CVS/ME of FMS patiŽnt om deze supplement combinatie tenminste twee maanden te proberen.
    Hoewel er over de combinatie magensium en appelzuur veel positieve literatuur beschikbaar is heeft deze combinatie niet gewerkt voor Maronka.
    De klachten werden meer, niet minder.
    Maronka heeft CVS/ME, geen fibromyalgie.
    CVS/ME blijft een complexe ziekte en de behandeling heeft daarom iets weg van een zoektocht, soms neem je de verkeerde afslag (cfr. :
    http://www.candida-fibromyalgie-hypoglycemie-chronische-vermoeidheid-me.nl/forums/viewtopic.php?topic=1342&forum=34&86 -).
    Referenties
    -
    Treatment of fibromyalgia syndrome with Super Malic: a randomized, double blind, placebo controlled, crossover pilot study
    -
    Overview Magnesium
    -
    Consequences of magnesium deficiency on the enhancement of stress reactions; preventive and therapeutic implications (a review)
    -
    Malic Acid Reduces Muscle Pain While Increasing Endurance in Chronic Fatigue Syndrome (CFS) and fibromyalgia (FM)
    -
    American College of Physicians on Malic Acid for Treating Fibromyalgia
    -
    Consequences of Magnesium Deficiency on the Enhancement of Stress Reactions; Preventive and Therapeutic Implications (A Review)
    Cfr. : http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/behandeling.fibromyalgie.11.html

    - Multivitaminepreparaten

    Multivitamine/mineralenpreparaten bevatten vele vitaminen en mineralen met daarnaast soms ook kruidenextracten (vitamine B 12, C, D en E, β-caroteen, foliumzuur, ...).
    Vitaminen en mineralen zijn natuurlijke stoffen die in zeer kleine hoeveelheden in onze voeding zitten.
    Vitaminen en mineralen spelen een belangrijke rol bij de stofwisseling, waarbij energie wordt vrijgemaakt uit het eten.
    Verder zijn ze onontbeerlijk voor de groei en het herstel van weefsels.
    Het afweersysteem heeft ze nodig om infecties te bestrijden.
    Sommige vitaminen, bijvoorbeeld vitamine C, zijn zogeheten antioxidanten, die het lichaam beschermen tegen de schadelijke gevolgen van vrije radicalen.
    Dat zijn instabiele bijproducten van chemische reacties in het lichaam, die cellen kunnen beschadigen.
    Antioxidanten zouden ook hart- en vaatziekten helpen voorkomen.
    Alle benodigde vitaminen en mineralen moet de mens uit de voeding halen, want het lichaam maakt ze niet zelf aan.
    Wie zorgt voor een uitgebalanceerde voeding komt hoogstwaarschijnlijk niets te kort.
    In geval van een tekort aan bepaalde vitaminen en/of mineralen, kan de huisarts voedingssupplementen aanbevelen ter voorkoming van een zogeheten 'gebreksziekte'.
    De meeste multivitaminepreparaten bevatten hoeveelheden vitamines en mineralen die veilig zijn.
    Wanneer supplementen voorgeschreven worden, is het in het algemeen toch aan te raden de gebruiksduur te beperken en niet meer dan tweemaal de dagelijks aanbevolen hoeveelheid toe te dienen.
    In bepaalde omstandigheden is een specifiek supplement nodig, bijvoorbeeld foliumzuursupplementen bij vrouwen die wensen zwanger te worden.
    Vitamine D- en B 12 -supplementen zijn waarschijnlijk noodzakelijk bij bejaarden (vooral bij deze die in een rusthuis verblijvenį.
    De voordelen van hoge doses vitamine E staan nog niet vast.
    Er bestaan geen overtuigende bewijzen dat vitamine C-supplementen een bepaalde ziekte zouden voorkomen.
    Supplementen aan β-caroteen moeten vermeden worden, zeker bij rokers.

    Ikzelf opteer voornamelijk voor een B-complex ďForteĒ mŤt vit. B12.
    Zorg gedurende de wintermaanden vooral voor voldoende inname van vit. D of gebruik een 'kunstzon', ook vitamine C mag dan niet ontbreken.
    Cfr. :
    -
    http://www.bcfi.be/Folia/1999/F26N07A.cfm
    -
    http://www.gezzond.nl/%7B01b3ba87-21f0-4761-a1bc-fa3eba0dde2b%7D



    3. - Medicatie

    - Raadpleeg steeds je arts ! -

    De medicatie moet geÔndividualiseerd worden op basis van labotesten.

    - Bloeddruk

    - Bij een bloeddruk van < 100/60 of orthostatische duizeligheid of verergeren van de fibromyalgiesymptomen als men gedurende 10 minuten tegen een muur staat : Fludrocortisone (Florinef) : 1mg/dag (zout, water en potassium in het dieet verhogen) te beginnen met ľ tablet/dag en verhogen met ľ van een tablet elke 3-7 dagen.
    Cfr. :
    http://www.rxlist.com/cgi/generic/fludro.htm

    - Bij neuraal gemedieerde lage bloeddruk, depressie of aanhoudende ernstige pijn :
    Sertraline (Zoloft) : 50mg, Ĺ-2 bij het slapengaan
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/Sertraline/0/600 - of
    Paroxetine (Paxil) : 20mg, Ĺ-2 bij het slapengaan
    Cfr. :
    http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelId=2102&productId=5783 - of
    Fluoxetine (Prozac) : 20mg, 1-2 Ďs morgens
    Cfr. :
    http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelID=2100&productID=5779 - of
    Nefazodone (Serzone) : 100mg tweemaal daags
    Cfr. :
    http://www.drugs.com/serzone.html -.

    - Cortisol (Cortef)

    Indien de controsynestimulatietest met cortisol basislijn kleiner is dan of gelijk aan 12ug/dL (331nmoL/L) en/of als de halfuurlijkse verhoging < 7ug/dL (193nmoL/L) is of als de uurlijkse verhoging < 11ug/dL (303nmoL/L) met een 1 uur cortisolniveau < 28 ug/dL (773nmoL/L) of als HgbA1C < 5.1% en/of als de patiŽnt minstens 3 van de volgende verschijnselen heeft : sterke behoefte aan zoetigheid, bibberen dat verlicht wordt door te eten, duizeligheid, zwaarmoedigheid, steeds terugkerende infecties die langer duren dan normaal, stressgevoelens bij het uitbreken van ziekte of lage bloeddruk, dan wordt het volgende toegepast : Cortisol (Cortef) : 5mg, 1-3 tabletten Ďs morgens, Ĺ-1 Ĺ tabletten ís middags en Ĺ tablet rond 16.00 u (men moet de laagst mogelijke dosis aanwenden die klinisch nog optimaal werkt : gewoonlijk is deze dosis 5-12 Ĺmg/dag- gaande tot 20-25mg/dag).
    Dit is zeer technisch en moeilijk te vertalen : raadpleeg je arts !
    C
    fr. :
    http://www.tweelingenregister.org/nederlands/onderzoek/Cortisol_web.PDF -

    - DHEA (prasteron)

    Steeds meer patiŽnten met fibromyalgie of Secundaire fibromyalgie gaan het voedingssupplement DHEA gebruiken om af te vallen en vooral om spiermassa te ontwikkelen.
    Dihydroepiandosteron (DHEA) is een voedingssupplement dat normaal in het lichaam gemaakt wordt door de bijnier.
    De topproductie van dhea door het lichaam is rond het twintigste levensjaar, waarna er steeds minder gemaakt wordt en uiteindelijk rond het zeventigste levensjaar men nog maar 10 procent van wat men rond het twintigste levensjaar produceerde maakt.
    Het is niet als geneesmiddel geregistreerd en in capsules van 25 en 50 mg verkrijgbaar en heeft de naam dat het een Ďverjongingsmedicijní is.
    Er zijn wel wat onderzoeken gedaan naar de effecten van dhea, maar die onderzoeken zijn meestal van beroerde kwaliteit.
    Uit die onderzoeken zou blijken dat dhea ouderdomsziekten tegengaat : hart en bloedvatziekten, suikerziekte en de ziekte van Alzheimer.
    De enige positieve resultaten die de onderzoeken kunnen melden en die wel verifieerbaar zijn, betreffen een beter gevoel van algemeen welbehagen.
    Bijwerkingen die op kunnen treden bij vrouwen zijn acne, haarverlies, haar op ongebruikelijke plaatsen en een lagere stem.
    Bevordering van de groei van een eventueel kwaadaardig gezwel van de prostaat behoort ook tot de bijwerkingen.
    Het is om die redenen dat aangeraden wordt om geen dhea te gebruiken.
    Toch stelt Dr. Teitelbaum voor - i
    ndien volgende waardes van DHEA-Sulfaat (mcg/dl) (x.02714=umoL/L) in het bloed waargenomen worden (cfr. tabellen) een dagelijkse toeslag van DHEA 5-50mg, oraal toe te dienen (verminder de dosis indien acne of bij vrouwen zich een verdonkering van het aangezichtshaar voordoet).
    De benaming 'umoL/L' wordt waarschijnlijk gebezigd voor de uitdrukking 'Ķmol/liter'.
    Dit is zeer technisch en moeilijk te vertalen : raadpleeg je arts !
    Cfr. :
    http://ftp.castel.nl/~voss01/artsen/dhea.htm

    Voor mannen 


    DHEA-Sulfaat umoL/L-DHEA-Sulfaat mcg/L-RX (mg/d)

                        0.0                   Ė 2,70                Ė 100 50
                        2.8                   Ė 5.4 101           Ė 200 40
                        5.5                   Ė 7.6 201           Ė 280 25
                        7.7                   Ė 8.7 281           Ė 320 10



    Voor vrouwen 


    DHEA-Sulfaat umoL/L-DHEA-Sulfaat mcg/L-RX (mg/d)

                        0.0                   Ė 0,8 0               Ė 30 25
                        0.9                   Ė 2,2 31             Ė 80 20
                        2.3                   Ė 3.0 81             - 110 10
                        3.1                   Ė 3.8 111           - 114 5

    - Estradiol

    Estradiol (17β-estradiol) (ook oestradiol) is een geslachtshormoon.
    Het wordt doorgaans als een 'vrouwelijk'
    hormoon gezien maar is ook in mannen aanwezig.
    Estradiol heeft niet alleen invloed op het
    voortplantingssysteem maar beÔnvloedt ook onder andere de botstructuur.
    Indien Estradiol < 75pg/mL (275pmoL/L) en/of FSH & LH > 10 mI.U./mL (I.U./L) en/of onregelmatige menstruatie, opvliegers, onvoldoende vaginale smering, laag libido, opflakkering van fibromyalgiesymptomen vůůr de menstruatie of S/P TAH ('status post total abdominal hysterectomy' = 'totale hysterectomie is de verwijdering van de baarmoeder en de baarmoederhals').
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/4037/Estradiol_Tabletten

    Oestrogeenvervanger (bij vrouwen) : indien jonger dan 40 jaar :
    Ovcon 35 - indien ouder dan > 40 jaar
    Cfr. :
    http://www.medicinenet.com/norethindroneethinyl_estradiol-oral/article.htm - of (bij bijwerkingen door Ovcon)
    Estradiol : Ĺ - 2 mg elke dag
    cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/Estradiol%20/0/600 - of
    Tri estrogen (10% Estradiol, 10% Estrone, 80% Estriol) : 1ľ-5 mg/d oraal op dag 1-25 van de cyclus
    Cfr.
    http://www.eternitymedicine.com/english/04_eternity_medicine_products/Tri_Estrogen/Tri_Estrogen.
    htm
    - en (indien uterus aanwezig)
    natuurlijk progesteron 100mg oraal, bij het slapengaan 200mg oraal, bij het slapengaan op dag 16-25 van de cyclus.
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/groepen/2370

    - Ijzeronderzoek

    Indien het ferritineniveau kleiner is dan 40 ng/ml (Ķg/l) of de ijzersaturatie kleiner is dan 22% moet men elke dag, in de namiddag tussen 14.00 en 16.00 uur, op een nuchtere maag 1 dosis ijzerfumaraat van het type Chromagen innemen : 1 tablet Chromagen bestaat uit : 70 mg elementair ijzer, 81 mg ijzerfumaraat, 60 mg vit. C, 1 mg foliumzuur en 10 Ķg vit. B12.
    Uw arts zal uitzoeken welk Europees equivalent hiervoor Ė bij benadering Ė verkrijgbaar is.
    Cfr. :
    http://www.medicinenet.com/ironvitamin_cvitamin_b12stomach_concentrate_-/article.htm & http://www.drugs.com/mtm/ferragen.html -.

    - Kouwelijkheid

    Bij ernstige kouwelijkheid van de handen of voeten of bleekheid :
    Oxytocin : 10 eenheden oraal elke dag.
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/Oxytocin/0/600 -

    - Ontstekingen

    Bij terugkerende lichaamstemperatuur van > 37 įC :
    Doxycycline :
    100mg oraal tweemaal daags gedurende 6 weken.
    C
    fr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/Doxycycline/0/600 -
    Eventueel andere antibiotica volgens het oordeel van de arts e
    n voor virusontstekingen vit. C, 500mg/dag (3000 mg/dag voor volwassenen), vertraagde afgifte van de vitamine.

    - Schildklieronderzoek

    Indien TSH (thyroid stimulating hormone) > 2.5 or < .9U/mL en/of totaal T3 is < 95ng/dL (1.5nmoL/L) en/of vrij T4 is < 1.0ng/dL (13pmoL/L) en patiŽnt minstens 3 of meer van de volgende symptomen heeft : gewichtstoename, mondtemperatuur < 36,8 įC , droge huid, dunne haren, constipatie, pijngevoeligheid en/of intoleratie voor koude, zal men het volgende toepassen :
    Levothyroxine (Synthroid) : 25mcg, 1-4 (elke morgen)
    Cfr. :
    http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelID=2026&productID=5573 -
    of
    gedroogde schildklier ('Armour' of 'Armour Thyroid' in Nederland verkocht onder de naam 'Cytomelģ : 30mg Ĺ-3 tabletten (elke morgen) (bij te stellen in functie van de verlichting van de symptomen terwijl men het vrije T4 in het normale gebied houdt).
    cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/683/Cytomel Ė (in Franrijk heet het 'CyNomel') - http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelId=2027&productId=5578 -).

    - Schimmelinfecties

    Indien bij microscopisch onderzoek van de stoelgang blijkt dat er sprake is van teveel schimmels of schimmelovergroei of indien bepaalde symptomen er op wijzen dat er schimmeloverlast is (candidiase van het mondslijmvlies, terugkerende gistvaginitis, gebruik van antibiotica, onchomycose :
    Nystatine : 500,000 units 2 oraal 3 maal per dag gedurende 3-5 maanden plus, in ernstiger gevallen.
    Voor Nystatine bestaan tegenwoordig modernere versies van gelijkaardige medicijnen.
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/Nystatine/0/600 -
    Itraconazole (Sporanox) : 100mg 2 oraal, elke dag bij het eten gedurende 6-12 weken (begin 4 weken nadat er met Nystatine werd begonnen).
    Cfr. :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/SPORANOX-10212-537-art.htm -
    Combineer Itraconazole niet met :
    Seldane Ė cfr. :
    http://www.rxlist.com/cgi/generic/terfen.htm -,
    Hismanal Ė cfr. :
    http://www.geneesmiddelenrepertorium.nl/031_hisma_10390.html -,
    Propulsid (Cisapride) Ė cfr. :
    http://www.voks.nl/htm/nieuws/prepulsid/prepulsid.htm - of
    antacida (een antacidum neutraliseert het maagzuur Ė cfr. :
    http://zoeken.dokterdokter.nl/folder/Overzichtvanmedicijnenbijmaagklachten/ -).

    - Indien de stoelgang positief toont voor Clostridium difficile of als er andere Metronidazole (Flagyl)-gevoelige parasieten aanwezig zijn :
    Metronidazole (Flagyl) : 250mg oraal 4 maal daags gedurende 10 dagen of 750mg oraal driemaal daags gedurende 10 dagen
    Cfr. :
    http://www.consumed.nl/medicijnen/4628/Flagyl - gevolgd door
    iodoquinol (Yodoxin) : 650mg oraal driemaal daags.
    Cfr. :
    http://www.glenwood-llc.com/pre-yodoxin.html -

    - Testosteron

    Indien vrij testosteron Ė cfr. : http://www.kuleuven.be/ck/2006_07/03/ck18-03-testosteron.php - aanwezig is in het laagste ďquintile for ageĒ wordt het volgende toegepast :
    Testosteron Enanthaat (Delatestryl) :
    100mg intramusculair, QWK (= ťťnmaal per week) bij mannen
    Cfr. :
    http://www.rxmed.com/b.main/b2.pharmaceutical/b2.1.monographs/CPS-%20Monographs/CPS-%20(General%20Monographs-%20D)/DELATESTRYL.html - of
    natuurlijk Testosteron : 2mg oraal, elke dag of tweemaal daags bij vrouwen.

    - Vitamine B12 onderzoek

    Indien het niveau van vit. B12 lager is dan 540 pg/mL (398pmol/l) wordt 1-3 maal per week intramusculair een dosis van 1000 Ķg/cc (1cc) ingespoten Ė in totaal 12 dosissen Ė
    Cfr. 'B12 injecties' :
    http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/b12.injecties.cvs.me.1.html Ė of
    vitamine B12 tabletten : 1000 Ķg (elke dag 1 onder de tong laten smelten).
    Cfr. :
    http://www.animalfreedom.org/paginas/informatie/B12.html -
    Dokter Teitel handhaaft een hog
    ere minimum vit. B12 standaard dan gebruikelijk om bloedarmoede te voorkomen.

    Raadpleeg steeds je arts !

    Cfr. : http://users.skynet.be/fa112974/Teitelbaumprotocol.doc 

    07-08-2007 om 22:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het protocol van dokter Teitelbaum - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen   



     


    Het protocol van dokter Teitelbaum

    Deel I

    Cfr. :
    -
    http://www.jacobteitelbaum.com/study.htm
    -
    http://www.vitality101.com/Newsletter/newsletter-24.htm

    © 2004-2006 by The Annapolis Chronic Fatigue and Fibromyalgia Research Center
    (op basis van de interpretatie van ďStrandkruierĒ)


    - Raadpleeg steeds je arts ! -

    Strandkruier : ďIk ben gťťn dokter. Ik ben slechts een fibromyalgiepatiŽnt en interpreteer de tekst slechts als ďwebsearcherĒ en steunend op persoonlijke ondervinding. Men mag deze tekst dus enkel zien als een persoonlijke mening van 'Strandkruier' (website : http://www.strandkruier.net -).
    Ik neem geen verantwoordelijkheid voor eventuele vertaalfouten.
    Ik geef geen medische adviezen : raadpleeg steeds eerst je arts (artsen verwijs ik naar de originele versie van dokter Teitelbaum) !
    De vermelde medicijnen zijn niet altijd verkrijgbaar in Europa : je arts zal dus eventueel op zoek moeten gaan naar een equivalenten


    M.E.- en fibromyalgie-behandelingsprotocol volgens dr. Teitelbaum (USA)
    Ė cfr. :
    www.jules.be (dd. 18-12-05) -


    1. -
    Slaapstornissen
    - cfr. :
    http://www.vitality101.com/Newsletter/newsletter-24.htm -

    Slaap is het eerste gegeven waar bij fibromyalgie moet aan gewerkt worden.
    Haast ŗlle fibromyalgiepatiŽnten hebben last van ťťn of andere slaapstoring Ė cfr. :
    http://www.gezondheid.be/INDEX.cfm?fuseaction=art&art_id=2772 -, zelfs onbewust.
    Als het mogelijk is kan men de patiŽnten onderwerpen aan een slaapstudie Ė cfr. :
    http://www.uza.be/UZA/downloads/UZA-Slaapstoornissen2-2005.pdf -.
    Meestal zal dan opgemerkt worden dat de 4de slaapfase in de slaap geheel of gedeeltelijk verstoord is.

    Slaapcyclus (5 fasen)
    Overgangsfase
    De slaapcyclus begint met een overgangsstadium : de spieren ontspannen zich en men begint te zweven of te drijven.
    Dit gaat gepaard met levendige, bijna psychedelische beelden.
    De hersenen gaan beta-golven uitzenden.
    Dit zijn snelle golven die aangeven dat de hersenen levendig of onrustig zijn.
    Fase 1 Ė Ontspannen
    In deze fase gaan de hersenen alpha-golven uitzenden.
    Hierbij zijn de hersenen waakzaam maar ontspannen.
    Fase 2 - Lichte slaap
    Men begint te doezelen en bevindt zich in een lichte slaap.
    De hersens produceren nu langzame en ritmische theta-golven.
    De duur van dit stadium varieert van enkele seconden tot minutenlang.
    De overgangsperiode tussen waken en slapen noemen we de hypnagogische toestand.
    Fase 3 - Echte slaap
    Op een gegeven moment gaan de theta-golven gepaard met snelle, korte uitbarstingen van hersenactiviteit.
    De echte slaap is aangebroken.
    Opmerkelijk is dat, wanneer men mensen uit deze fase wekt, ze niet het gevoel hebben dat ze aan sliepen.
    Fase 4 Ė nREM-slaap
    Na gemiddeld 20 minuten start de vierde fase.
    Dit is de fase van de diepe slaap.
    De delta-golven gaan groot en langzaam verlopen.
    Wanneer men mensen uit deze fase wekt voelen ze zich wazig en gedesoriŽnteerd.
    Ze willen dan ook liever verder slapen.
    De diepe slaap wordt ook wel nREM-slaap genoemd.
    Tijdens de nREM-slaap rusten lichaam en geest uit.
    We hebben deze slaap dus nodig om te herstellen.
    Mensen met een tekort aan nREM-slaap zijn moe, onhandig en traag.
    Maar men heeft slechts tijdelijk last van een tekort aan nREM-slaap.
    Fase5 - REM-slaap
    Vervolgens bevindt men zich in de droomslaap of ook wel REM-slaap genoemd.
    Deze fase gaat gemiddeld 5 kwartier na het in slaap vallen in.
    De bloeddruk stijgt en de hartslag versnelt.
    Het lichaam is vrijwel volledig verlamd.
    Wat wel beweegt zijn de ogen, die onder de gesloten oogleden snel heen en weer bewegen.
    Vandaar ook de naam REM of 'Rapid Eye Movement', vertaald betekent deze naam ďsnelle oog bewegingĒ.
    Wanneer men iemand wekt uit een REM-slaap beseft deze persoon dat hij gedroomd heeft en kan hij zijn droom ook navertellen.
    De eerste REM-slaap duurt gemiddeld 5 minuten.
    Vervolgens keert men terug naar de nREM-slaap.
    De hele cyclus duurt 80 tot 90 minuten.
    In ťťn nacht vinden ongeveer 4 opeenvolgende cycli plaats en gaat de duur van de REM-slaap verlengen.
    Deze kan net voor het ontwaken wel een uur duren.
    De REM-slaap is belangrijk voor de psychische gezondheid.
    De REM-slaap helpt om met spanning om te gaan.
    Mensen met een tekort aan REM-slaap zijn overgevoelig en lijden aan concentratie- en geheugenverlies.
    Een tekort aan REM-slaap kan tot echte stoornissen leiden .../...
    Cfr. :
    http://users.telenet.be/dromenland/slaapcyclus.htm

    Slaapapneu
    Een apneu is een medische term voor een ademstilstand tijdens de slaap gedurende tenminste 10 seconden.
    Indien er meer dan 10 tot 15 apneus optreden per uur, spreekt men van een slaapapneusyndroom.
    Hierdoor daalt het zuurstofgehalte in de weefsels.
    Naast allerlei fysiologische veranderingen in het lichaam geven de hersenen het lichaam ook een signaal om wakker te worden.
    Na ontwaken, vaak met een schok, wordt de ademhaling weer hervat.
    De fysiologische veranderingen en het steeds ontwaken hebben het slaapapneusyndroom tot gevolg.
    Iedereen krijgt wel eens apneus in zijn slaap.
    Het is pas wanneer die vaak voorkomen en lang duren, dat ze een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid .../...
    Cfr. :
    http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1759

    Kan dit niet opgelost worden (bv. aan slaapapneu kan meestel wel wat gedaan worden) dan kan men overgaan tot behandeling met de onderstaande medicijnen (eventueel te combineren Ė raadpleeg je arts ! - cfr. ook : http://www.apotheek.nl/templates/secure/contentmedicijnlist.asp?StartLetter=S&SubAandoeningID=137 Ė Brotizolam - Diazepam - Flunitrazepam - Flurazepam - Loprazolam - Lorazepam - Lormetazepam - Melatonine - Midazolam - Nitrazepam - Oxazepam - Sint-Janskruid - Temazepam - Valeriaan - Zolpidem - Zopiclon ) :

    - Amitriptyline (Sarotexģ - Tryptizolģ)

    10mg, Ĺ - 5 oraal, bij het slapengaan.
    Amitriptyline is een antidepressivum en behoort tot de groep van de zogenaamde tricyclische antidepressiva.
    Amitriptyline remt de heropname van noradrenaline in de diverse neuronen.
    Voorts heeft amitriptyline alfa1-adrenolytische, anticholinerge, antihistamine- en antiserotonerge (5- HT-receptor-blokkerende) eigenschappen.
    Cfr. :
    -
    http://www.consumed.nl/medicijnen/4185/Amitriptyline_Tabletten_generiek
    -
    http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelID=2095&productID=5768

    - Carisprodol (SOMAģ)

    350mg, Ĺ - 1 oraal, bij het slapengaan.
    Carisprodol wordt ook niet bij ons verkocht.
    Het is een spierverslapper (muscle relaxer), die stijfheid en spierspasmen en de gevolgen van een kwetsuur of een verrekking verzacht.
    Cfr. :
    http://www.rxlist.com/cgi/generic/carisop.htm -.

    - Clonazepam (Rivotril)

    Ĺmg, Ĺ - 8 dosissen, oraal, bij het slapengaan.
    Clonazepam behoort tot de groep geneesmiddelen benzodiazepinen.
    Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en helpt bepaalde epilepsieaanvallen te voorkomen.
    Artsen schrijven het voor bij paniekstoornissen, epilepsie, rusteloze benen en zenuwpijn ten gevolge van diabetes mellitus.
    Cfr. :
    http://www.efarma.nl/pages/winap.asp?ID=500&Method=infotekst

    - Cyclobenzaprine (Flexeril)

    10mg, Ĺ - 2 oraal, bij het slapengaan
    Cyclobenzaprine, een spierverslapper, wordt gebruikt samen met rust, fysiotherapie and andere behandelingen om de spieren te ontspannen en de pijn te verzachten bij kwetsuren of verrekking.
    Cfr. :
    http://www.rxlist.com/cgi/generic/cyclobnz.htm

    - Melatonine

    3/10mg , oraal, bij het slapengaan
    (zeer aan te raden - misschien beginnen met slechts 1 mg Ė mocht zich een depressie ontwikkelen onmiddellijk je de arts verwittigen)
    Melatonine is een natuurlijke stof (aangemaakt door de pijnappelklier) die positieve effecten heeft op het in- en doorslapen, het hart- en de bloedvaten, tijdens de overgang, tegen veroudering en vele andere processen.
    Cfr. :
    http://www.apotheek.nl/templates/secure/frs_3content.asp?MedicijnID=871&Trefwoord=

    - Trazodon (Desyrel)

    25 Ė 200mg, oraal, bij het slapengaan
    Trazodon(e) (
    Desyrel, Trazon, Trialodine, Tritticoģ & Thombran
    ģ) is een anti-depressivum.
    Het verandert de chemische processen in de hersenen.
    Trazodone wordt voorgeschreven om depressieverschijnselen zoals droefheid, gevoel van waardeloosheid of schuld, interesseverlies in dagelijkse activiteiten, veranderingen in eetlust, vermoeidheid, teveel slapen, slapeloosheid en zelfmoord tegen te gaan.
    Cfr. :
    -
    http://www.medicinenet.com/trazodone/article.htm

    -
    http://www.consumed.nl/medicijnen/4689/Trazodon_Tabletten

    - Valeriaan (Valeriana officinalis)

    180mg/Melisse 90mg (combinatie, 1-2 dosissen, oraal, bij het slapengaan).
    De wortel wordt medicinaal toegepast bij allerlei nerveuze aandoeningen, zoals migraine en slapeloosheid.
    Valeriaan werkt ontspannend, kalmerend, windverdrijvend, krampwerend en licht pijnstillend.
    Het is nuttig bij slapeloosheid, angstigheid (eventueel met depressiviteit), prikkelbaarheid, prikkelhoest, spanningshoofdpijnen, migraine, paniekaanvallen, hartkloppingen, menstruatiepijn, gevoelige darmen, spanningsconstipatie en darmkrampen.
    Opgelet : Bijzonder temperamentvolle mensen, die slapeloos zijn door overactiviteit, kunnen bij valeriaangebruik hun symptomen verergerd zien.
    Grote doses kunnen leiden tot een zwaar gevoel in het hoofd.
    Gebruik daarom liefst tabletten met combinaties van kruiden.
    Valeriaan is ongeschikt voor kleine kinderen.
    Om een vaste slaap te bekomen die minimum 7-8 uur duurt zonder onderbreking dient men een combinatie uit te zoeken van bv. onderstaande medicamenten.
    Het is best van meerdere medicijnen een lage dosis te gebruiken om ís anderendaags zo weinig mogelijk ďsufĒ te lopen.
    Het onderstaande lijstje is niet imperatief.
    Cfr. :
    http://www.apotheek.nl/templates/secure/frs_3content.asp?MedicijnID=733&Trefwoord=

    - Zolpidemtartraat (zolpidem)

    10mg, Ĺ - 1 Ĺ dosis, oraal, bij het slapengaan
    Door pijn, nare gebeurtenissen, lawaai en zorgen kunt u soms moeilijk in slaap komen.
    Zolpidem vermindert de spanning die hierbij ontstaat en maakt suf.
    Dit bevordert dat u in slaap valt en beter doorslaapt.
    Binnen een halfuur na inname wordt u slaperig en rustig.
    Zorg er daarom voor dat u thuis bent, geen ingewikkelde klussen meer moet doen en uw bed makkelijk kunt bereiken.
    De werking begint binnen een half uur en houdt ongeveer zes uur aan.
    Cfr. :
    http://www.apotheek.nl/templates/secure/contentMedicijnForm.asp?MedicijnID=1015&Merknaam=true

    Zťlf zou ik in deze lijst zelf andere antidepressiva Ė cfr. ook : http://www.consumed.nl/medicijnen/groepen/1816 & http://www.dhpforum.nl/forums/index.php?act=ST&f=30&t=635&st=0#entry11418 - opnemen, zoals lage dosissen van :

    - Duloxetine (Cymbalta)
    cfr. :
    http://www.apotheek.nl/templates/secure/contentMedicijnForm.asp?MedicijnID=1007
    & http://www.consumed.nl/medicijnen/6710/Cymbalta
    -
    Efexor
    cfr. :
    http://www.ziekenhuis.nl/index.php?cat=medicijngids&medgids=question&id=9290 & http://www.consumed.nl/medicijnen/934/Efexor
    -
    Mianserine (Tolvon)
    cfr. :
    http://www.hulpgids.nl/medicijnen/medicijnsoorten/mianserine.htm & http://www.consumed.nl/medicijnen/4400/Mianserine_Tabletten_generiek
    - Milnacipran
    cfr. :
    http://www.antiaging-systems.com/a2z/milnacipran.htm
    - Prozac (Fluoxetine) Ė cfr. :
    http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_geneesmiddelen/PROZAC-10093-537-art.htm & http://www.consumed.nl/medicijnen/3483/Prozac
    - Seroxat (Paroxetine) Ė cfr. :
    http://www.hulpgids.nl/medicijnen/medicijnsoorten/paroxetine.htm & http://www.consumed.nl/medicijnen/2476/Seroxat
    - Sinequan Ė cfr. :
    http://www.geneesmiddelenrepertorium.nl/057_sineq_05899.html & http://www.consumed.nl/medicijnen/2493/Sinequan
    - en andere...
    - gťťn Citalopram (Cipramilģ) - cfr. :
    http://www.hulpgids.nl/medicijnen/medicijnsoorten/citalopram.htm & http://www.consumed.nl/medicijnen/4180/Citalopram_Tabletten_Druppels_generiek - want het zou niet werkzaam zijn bij fibromyalgie).

    Dr. Teitelbaum zegt dat steeds lage dosissen moeten gehandhaafd worden, zelfs als men combineert.
    De opdracht is immers :
    - de beste eenheid of combinatie te bepalen (de juiste keuze van het medicijn is bijzonder belangrijk en moet proefondervindelijk vastgesteld worden)
    - met de laagst mogelijke hoeveelheid te werken die nog werkzaam is maar men moet de patiŽnt de vrijheid geven om zijn dosis enigszins te wijzigen, naar behoefte, waarna men van hem/haar verlangt dat hij/zij bij beterschap steeds terugkeert naar het laagst mogelijke minimum.

    Benzodiazepines

    Gebruik liefst gťťn benzodiazepines omdat deze de 4de slaapfase niet steeds garanderen.

    Benzodiazepines
    Bij slapeloosheid dient eerst de oorzaak opgespoord en in de mate van het mogelijke ook aangepakt.
    Op de tweede plaats komt de niet-medicamenteuze aanpak, zoals slaaphygiŽne, relaxatie en eventueel gedragstherapie.
    Indien men toch besluit om een slaapmiddel te geven, valt de keuze op een benzodiazepine met halflange werkingsduur, laag gedoseerd en hoogstens ťťn week gegeven.
    De nieuwere stoffen verwant aan de benzodiazepines (zolpidem, zopiclon en zaleplon) hebben geen voordeel t.o.v. de benzodiazepines.
    Bij alle vormen van angst verdient cognitieve gedragstherapie de voorkeur.
    Als deze niet mogelijk blijkt of indien dit onvoldoende resultaat geeft, kunnen bepaalde antidepressiva, een benzodiazepine of buspiron overwogen worden, maar er bestaat geen eensgezindheid over welk middel de eerste keuze is.
    Bij zeer acute vormen van angst kan, naast cognitieve gedragstherapie, onmiddellijk een benzodiazepine Ė bij voorkeur een langwerkend Ė gestart worden, maar dit gedurende hoogstens enkele weken.
    Bij het obsessief-compulsief syndroom start men, naast cognitieve gedragstherapie, onmiddellijk ook een selectieve serotonine-heropnameremmer.
    Het is de taak van de arts en apotheker om chronische gebruikers van benzodiazepines te motiveren tot geleidelijke afbouw.
    Na een motivatiegesprek wordt waar nodig overgeschakeld naar een langwerkend benzodiazepine.
    Er wordt dan best afgebouwd met een tiende van de dosis om de ťťn ŗ twee weken; soms is adjuverende behandeling noodzakelijk.
    Samenwerking met de apotheker is wenselijk teneinde aan de patiŽnt gelijklopende informatie te geven .../...
    Cfr. :
    http://www.bcfi.be/Folia/2002/F29N10B.cfm

    Ook Clonazepam (Rivotril) Ė cfr. : http://www.hulpgids.nl/medicijnen/medicijnsoorten/clonazepam.htm Ė kan de 4de slaapfase niet steeds garanderen.geldt.
    Gebruik het daarom samen met een ander antidepressivum.

    Alprazolam (Xanaxģ) - cfr. : http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelId=2079&productId=5735 - zou de 4de slaapfase niet in gevaar te brengen, maar het werkt ook niet voor iedereen (ik vond zelfs een bron die beweert dat Alprazolam de 4de slaapfase helemaal niet bevordert !).

    Het is in ieder geval de bedoeling de 4de slaapfase te bevorderen en in functie dŗŗrvan medicijnen uit te zoeken !

    Gewichtstoename

    - Amitriptyline (Sarotexģ - Tryptizolģ) - cfr. : http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelID=2095&productID=5768 & http://www.consumed.nl/medicijnen/4185/Amitriptyline_Tabletten_generiek
    - Efexor (Venlafaxine) Ė cfr. :
    http://www.mentalhealth.com/drug/p30-e02.html en http://www.consumed.nl/medicijnen/934/Efexor

    - Paroxetine (Deroxatģ - Seroxatģ) - cfr. :
    http://www.serviceapotheek.nl/geneesmiddelen/index.asp?geneesmiddelID=2102&productID=5783 & http://www.consumed.nl/medicijnen/4327/Paroxetine_Tabletten_generiek & http://www.consumed.nl/medicijnen/6522/Paroxetine_HCl-anhydraat_PCH & http://www.consumed.nl/medicijnen/6838/Paroxetine_Ranbaxy
    kunnen gew
    ichtstoename veroorzaken en daar zijn sommige patiŽnten niet zo gelukkig mee...

    Mono-amine oxidase remmers

    Het gebruik van mono-amine oxidase remmers zoals Parnate (tranylcypromine) Ė cfr. : http://www.artsenapotheker.nl/q/parnate - en Nardil (fenelzine) Ė cfr. : http://www.apotheek.nl/templates/secure/contentMedicijnForm.asp?MedicijnID=1766&Merknaam=true - moet met zorg gebeuren.
    Bij onzorgvuldig gebruik, wanneer men zich niet strikt aan het dieet houdt of bij overdoseringen in het geval van suÔcidepogingen, zijn zij echter levensgevaarlijk.
    Verschijnselen van overdosering zijn : onrust, waarna te hoge of juist te lage bloeddruk optreedt, gevolgd door temperatuurstijging, hartkloppingen, spiertrekkingen, epileptische aanvallen en bewusteloosheid.
    De MAO-remmers kunnen dus alleen aan patiŽnten worden gegeven van wie bekend is dat zij zich goed aan het dieet zullen houden, kortom patiŽnten waarmee afspraken te maken zijn.
    MAO-remmers kunnen niet worden gecombineerd met bepaalde bloeddrukverlagende middelen, met geen van de heropnameremmers, opwekkende middelen en natuurlijk tyramine-bevattende spijzen en dranken.
    Dus alleen te gebruiken door mensen :
    -
    die zich strikt aan een dieet kunnen houden
    - die geen andere antidepressieve medicijnen gebruiken
    - die de laatste 2-6 weken geen antidepressieve medicijnen hebben gebruikt.
    -
    bij wie andere antidepressiva hebben gefaald.
    Verslavend zijn de MAO-remmers niet.

    Mono-amine oxidase remmers
    Achtergronden
    Mono-amine oxidase remmers zijn bij toeval ontdekt.
    In dit geval was men op zoek naar een nieuw middel ter behandeling van tuberculose (TBC) toen in 1953 een oplettende arts (het barstte in de vijftiger jaren van de oplettende artsen, zeker in Frankrijk) merkte dat de patiŽnten met TBC zich beter gingen voelen.
    Dat gebeurde niet omdat de TBC overging, want het middel was daar niet geschikt voor, maar omdat het de stemming van depressieve tuberculose patiŽnten verbeterde.
    Oplettende artsen eigen, werd het preparaat aan depressieve patiŽnten gegeven die geen TBC hadden en inderdaad : de depressieve verschijnselen klaarden op.
    Het eerst ontdekte middel, iproniazide lijkt in chemische structuur dan ook op een stof die wel werkzaam is tegen TBC.
    Hierop volgde een (kleine) serie van dergelijke stoffen, die alle werkzame antidepressiva zijn.
    Deze medicijnen, hoewel net zo werkzaam als de heropnameremmers, zijn vanwege de kans op gevaarlijke bijwerkingen in ons land niet populair geworden en op het ogenblik slechts met moeite te verkrijgen.
    In de Verenigde Staten en in Engeland worden zij daarentegen veel gebruikt.
    Terecht, want met kennis van zaken gebruikt, zijn zij een belangrijke aanvulling op de heropnameremmers.
    Werking van MAO-remmers
    Zoals beschreven bij de werking van de oude antidepressiva / heropnameremmers Ė cfr. :
    http://www.e-psychiater.nl/html/medicijnen/antidepressiva.html -&- http://www.e-psychiater.nl/html/medicijnen/ssri.html - worden boodschapperstoffen van de ene zenuw uitgescheiden om een signaal over te brengen naar de tegenoverliggende zenuw.
    Deze boodschappers worden uitgescheiden in de synapsspleet tussen de twee zenuwuiteinden.
    Om ervoor te zorgen dat weer een nieuw signaal kan ontstaan, worden de boodschapperstoffen hetzij afgebroken terwijl zij zich in de synapsspleet bevinden, dan wel heropgenomen in het uiteinde van de zenuw.
    De afbraak van deze boodschapperstoffen wordt verricht door een bepaalde stof, een 'enzym' genaamd.
    Dit enzym heet monoamine-oxidase (afgekort MAO). De MAO- remmers remmen, zoals de naam zegt, dit enzym, waardoor de afbraak van de boodschapperstoffen wordt verhinderd.
    De belangrijkste stoffen waarvan de afbraak wordt belemmerd, zijn serotonine en noradrenaline maar er is ook een verminderde afbraak van dopamine.
    De MAO-remmers bereiken dus, zij het op een andere wijze, hetzelfde doel als de heropnameremmers : het verhogen van de hoeveelheid serotonine en noradrenaline in de ruimte tussen de zenuwen.
    Waarschijnlijk verminderen zij de depressieve klachten dan ook door dezelfde aanpassingen teweeg te brengen die door de heropnameremmers worden bereikt.
    Het is waarschijnlijk geen toeval dat net als bij de heropnameremmers het bij de MAO-remmers een tot twee weken duurt (mogelijk zelfs langer : 3-4 weken) tot de depressieve verschijnselen aantoonbaar verminderen.
    De MAO-remmers worden goed door de darmen opgenomen en bereiken na 2-4 uur de maximale hoeveelheid in het bloed.
    Zij blijven niet zo lang in het lichaam (meestal 6 tot 12 uur) en moeten daarom twee tot driemaal per dag worden ingenomen.
    De MAO-remmers worden afgebroken in de lever tot inactieve stoffen en via de nieren in de urine uitgescheiden.
    Bijwerkingen
    De bijwerkingen van de oude MAO-remmers zijn de voornaamste reden dat zij weinig worden toegepast.
    Waarschijnlijk verhinderen de MAO-remmers ook de afbraak van de stof tyramine, die veel in het voedsel voorkomt.
    Tyramine is een voorloper van stoffen die -onder andere- tot een stijging van de bloeddruk leiden.
    Omdat de afbraak van tyramine door MAO-remmers wordt belemmerd, neemt de hoeveelheid van deze bloeddrukstijgende stoffen toe.
    Wanneer een patiŽnt die behandeld wordt met MAO-remmers voedsel of drank gebruikt waar tyramine in zit, kan bloeddrukverhoging optreden.
    De bloeddrukstijging is gevaarlijk omdat als gevolg hiervan hersenbloedingen kunnen optreden (de eerste verschijnselen zijn vaak ernstige hoofdpijn, al dan niet gepaard gaande met misselijkheid en braken).
    Wanneer de patiŽnt zich echter aan het dieet houdt, is de kans op zo'n bloeddrukstijging nihil.
    Naast deze bijwerking vertonen de MAO-remmers nog een aantal meer onschuldige, maar wel onaangename bijwerkingen.
    Zo kunnen zij aanleiding geven tot slapeloosheid, hyperactiviteit, gewichtstoename, het vasthouden van vocht en duizeligheid bij plotseling gaan staan (vanwege daling van de bloeddruk).
    Dit laatste is tegen te gaan door veel te drinken, zout te eten of steunkousen te dragen.
    Voorzorgsmaatregelen
    Met zorg gebruikt, zijn de MAO-remmers veilig.
    Bij onzorgvuldig gebruik, wanneer men zich niet strikt aan het dieet houdt of bij overdoseringen in het geval van suÔcidepogingen, zijn zij echter levensgevaarlijk.
    Verschijnselen van overdosering zijn : onrust, waarna te hoge of juist te lage bloeddruk optreedt, gevolgd door temperatuurstijging, hartkloppingen, spiertrekkingen, epileptische aanvallen en bewusteloosheid.
    Verslavend zijn de MAO-remmers niet.
    De werkzaamheid neemt niet af na verloop van tijd.
    Bloedspiegelbepaling
    Bepaling van de hoeveelheid van de oude MAO-remmers is zeer omslachtig en niet zinvol.
    Voorzorgen
    De MAO-remmers kunnen alleen aan patiŽnten worden gegeven van wie bekend is dat zij zich goed aan het dieet zullen houden, kortom patiŽnten waarmee afspraken te maken zijn.
    MAO-remmers kunnen niet worden gecombineerd met bepaalde bloeddrukverlagende middelen, met geen van de heropnameremmers, opwekkende middelen en natuurlijk tyramine-bevattende spijzen en dranken.
    Dus alleen te gebruiken door mensen :
    -
    die zich strikt aan een dieet kunnen houden
    - die geen andere antidepressieve medicijnen gebruiken
    - die de laatste 2-6 weken geen antidepressieve medicijnen hebben gebruikt
    - bij wie andere antidepressiva hebben gefaald.
    Toepassingen
    - Manisch-depressieve stoornis
    -
    Paniekstoornis en agorafobie
    - Depressieve stoornis
    - Schizoaffectieve stoornis
    - Sociale fobie
    - Posttraumatische stressstoornis
    - Borderline Persoonlijkheidsstoornis.
    Toepassing MAO-remmers bij paniekstoornis en agorafobie
    De MAO-remmer fenelzine (Nardil) verbetert de verschijnselen van een paniekstoornis.
    Aangezien er alternatieven voorhanden zijn in de zin van (serotonine) heropnameremmers, is de rol van fenelzine bij deze aandoening beperkt tot behandeling van patiŽnten die niet vooruitgaan op heropnameremmers.
    Toepassing MAO-remmers bij depressieve stoornis
    De MAO-remmers zijn werkzaam in de behandeling van een depressieve stoornis.
    Qua mate van werkzaamheid verschillen zij niet van de heropnameremmers.
    Toch worden zij vanwege hun bijwerkingen gewoonlijk niet toegepast voor de behandeling van ongecompliceerde depressies.
    De primaire toepassing van de MAO-remmers is de behandeling van depressieve patiŽnten die niet verbeteren met een heropnameremmer.
    Dergelijke patiŽnten blijken vaak nog wel te kunnen herstellen wanneer een MAO-remmer wordt gebruikt.
    Dit komt mogelijk omdat de MAO-remmers via een andere weg hetzelfde biologische effect bereiken als de heropnameremmers.
    In ons land zijn alleen tranylcypromine (Parnate) en fenelzine (Nardil) beschikbaar en dan alleen nog wanneer de behandelaar er een zogenaamde bewustzijnsverklaring voor schrijft.
    Atypische depressie
    Een andere toepassing van de oude MAO-remmers is de behandeling van atypische depressies, gekenmerkt door toegenomen in plaats van verminderde slaap, toegenomen in plaats van verminderde eetlust, overgevoeligheid voor afwijzing door anderen en een sombere stemming die opklaart wanneer er iets leuks gebeurt.
    Hoewel de MAO-remmers voor de behandeling van deze vorm van depressie geschikt zijn, wordt hun toepasbaarheid beperkt door hun bijwerkingen en het feit dat een goed alternatief voorhanden is in de hoedanigheid van de nieuwe serotonine heropnameremmers.
    Toepassing MAO-remmers bij Sociale fobie
    De MAO-remmers fenelzine (Nardil) verbetert de verschijnselen van een sociale fobie.
    Aangezien er alternatieven voorhanden zijn in de zin van (serotonine) heropnameremmers, is de rol van fenelzine bij deze aandoening beperkt tot behandeling van patiŽnten die niet vooruitgaan op heropnameremmers.
    Cfr. :
    http://www.e-psychiater.nl/html/medicijnen/mao.html

    Men moet er van uitgaan dat elk opgenoemd medicament averechts kan werken, dat het helemaal niets doet of dat het effect na te korte tijd verdwijnt : in zulk geval moet je direct overschakelen op een ander middel.

    Trial-and-errorprocedure

    De arts moet zijn patiŽnten er op voorbereiden dat de behandeling een langdurige ďtrial-and-errorprocedureĒ kan worden en dat zij er zich niet moeten over verwonderen dat zij meer dan eens zullen moeten terugkomen om andere medicijnen uit te proberen.
    Dit opdat zij hun vertrouwen in de arts niet te vroeg zouden opzeggen.

    Het is dus ook niet nodig voor elk medicijn de ďmagnumverpakkingenĒ voor te schrijven omdat het nooit zeker is dat het middel bij de eerste inname al zal werken of iets opleveren.
    Indien de arts over eigen proefstaaltjes beschikt kan hij die gerust meegeven.
    Hij zal alzo gauw genoeg weten of iets ja dan neen aanslaat zonder kosten voor de patiŽnt.

    Tenzij de arts duidelijk vaststelt dat de patiŽnten aan een majeure depressie lijden, moet hij vermijden Ėůůk in zijn correspondentie met eventuele specialisten die door de patiŽnten onderschept kan worden - de diagnose ďdepressieĒ te stellen.
    Onderzoek heeft immers uitgewezen dat fibromyalgie in wezen gťťn depressie is.
    Als de patiŽnt enige depressiviteit vertoont is dit eerder het gevolg van de ziekte dan de oorzaak ervan.
    Veel patiŽnten die ondervinden dat hun arts hen als ďdepressievelingĒ bestempelt ervaren dit dan ook als een belediging en in wezen hebben zij daarin gelijk.
    Dit houdt ook in dat artsen hen niet dezelfde hoeveelheid antidepressiva mogen voorschrijven als dat zij dit zouden doen voor mensen met een echte majeure depressie.
    Een fout voorschrijfgedrag kan als een boomerang werken en het is voor niets nodig ook.
    Dokter Teitelbaum legt de nadruk op lage dosissen opdat de patiŽnten zich ís anderendaags niet suf voelen.
    Men moet er immers op beducht zijn dat de bijwerkingen van antidepressiva of andere medicamenten door de fibromyalgie kunnen versterkt worden en dan komt men van de regen in de drup terecht.

    Een goede nachtrust betekent steeds dat de mensen zich uitgerust voelen bij het opstaan ťn dat zij zich min of meer nog kunnen herinneren dat zij een droom gehad hebben (ik spreek hier uit eigen ondervinding en steunend op waarneming bij lotgenoten).

    - Raadpleeg steeds je arts ! -

    Lees verder : Deel II

    07-08-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (17 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Artsen vinden behandeling fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  













     

    Artsen vinden behandeling fibromyalgie

    De Telegraaf, 14 jul 2007
    © 1996-2007 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam


    NIJMEGEN - Fibromyalgie, ook wel bekend als wekedelenreuma, is succesvol te behandelen met

    een combinatie van
    fysiotherapie en cognitieve gedragstherapie
    .

    PatiŽnten ervaren na zestien sessies minder pijn en minder beperkingen.
    Sommigen zeggen zelfs genezen te zijn.

    Dat blijkt uit een onderzoek van de Sint Maartenskliniek en het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen.

    Fibromyalgie is vooral onder vrouwen een veel voorkomende aandoening, waarvoor echter tot nu toe geen aanwijsbare oorzaak kan worden gevonden.
    PatiŽnten hebben pijn in de weke delen rondom gewrichten, maar bloed- of rŲntgenonderzoek tonen geen afwijkingen aan.
    Toch komen sommigen zelfs in een rolstoel terecht, aldus onderzoekspsycholoog Wim van Lankveld.

    Tot nu toe was de enige behandeling voor fibromyalgie oefeningen doen en medicijnen slikken, maar geen enkel medicijn had blijvend resultaat, volgens de onderzoekers.
    Veel patiŽnten kregen dan ook uiteindelijk te horen dat de pijn tussen hun oren zat en dat ze er maar mee moesten leren leven.

    Van Lankveld benadrukt dat fibromyalgie geen hersenspinsel is.
    ĄOok al is er geen oorzaak : de pijn die de patiŽnt voelt is altijd een belemmering. De gedragstherapie zorgt er voor dat mensen weer vertrouwen in hun lichaam krijgen en dat ze leren omgaan met stress. Regel ťťn is dat we in de groep niet praten over pijn. Want dat ze pijn hebben, weet iedereen nu wel. Nu moeten ze uit de neerwaartse spiraal weer naar boven. Bij fysiotherapie leren ze dat ze best kunnen bewegenĒ, aldus de psycholoog.

    Volgens Van Lankveld is er nooit eerder een behandeling tegen fibromyalgie gevonden waarbij patiŽnten zelf meldden dat ze genezen waren.
    Dit positieve effect blijkt ook een half jaar na de behandeling nog aan te houden.

    Cfr. :
    http://www.telegraaf.nl/binnenland/67436491/Artsen_vinden_behandeling_fibromyalgie.html
     

    03-08-2007 om 19:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inspuitingen met groeihormoon - Oproep !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     

    Oproep !


    De Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten (V.L.F.P.)

    doet een oproep aan iedereen
    die ervaring heeft met

    Inspuitingen met groeihormoon

    Alle reacties
    - zowel positief als negatief -
    zijn welkom !

    Bel, schrijf, fax of mail naar het V.L.F.P. - secretariaat

    Impulsstaart 6 C
    2220 Heist-op-den-Berg
    Tel. en fax : 015 25 33 19
    E-mail :
    info@vlfp.be

    Webstie : http://www.fibromyalgie.be/


    Dank je !


    03-08-2007 om 10:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


































     

    Prof. Dr. Kenny De Meirleir


    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel I


    De meest belangrijke theorieŽn rond CVS

    Op http://www.hetalternatief.org/Samenhang%20Belangrijke%20Theorieen.htm - vind je een schema (© F.N.M. Twisk 2007) waarin de samenhang tussen enkele van de meest belangrijke theorieŽn rond CVS grafisch wordt voorgesteld.

    Als je op de plaatjes klikt krijg een uitgebreidere beschrijving van elke theorie :


    De behandeling van ME

    Op het schema http://www.hetalternatief.org/OverzichtTherapie.gif - op http://www.hetalternatief.org/TherapieHoofdlijnen.htm Ė wordt grafisch voorgesteld hoe de behandeling die logischerwijs voortvloeit uit een onderbouwde verklaring voor ME (cfr. kaders hierboven) er in hoofdlijnen uitziet.

    De primaire oorzaak van het chronische karakter van ME is zeer waarschijnlijk een vicieuze cirkel van een sterk ontregeld afweersysteem (verzwakt : Th1-stand / overaktief : Th2-stand) en chronische infekties.

    Het is zaak om het probleem bij de bron aan te pakken en de oorzaak-gevolg-verbanden serieus te nemen.

    Als je dat niet doet, als je bijvoorbeeld antioxidanten inneemt voor het bestrijden van de oxidatieve stress en de infekties zijn nog aktief, heeft dat vaak geen blijvend effekt.
    Het afweersysteem blijft namelijk vrije radikalen aanmaken om de infekties te bestrijden.
    Die aanpak lijkt sterk op dweilen met de kraan open.

    De eerste stap in het proces is het bestrijden van de verschillende infekties (vooral intracellulaire infekties die het afweersysteem ontregelen) en het opkrikken, dempen en "terugzetten" van het afweersysteem.

    Omdat de meeste antibiotika de bakteria/mycoplasma niet doden, maar uitsluitend de tegenstander tegen- houden (voeding wegnemen etc.), zal het afweersysteem de tegenstander definitief moeten uitschakelen.

    Probleem is dat het afweersysteem vaak in de verkeerde stand (Th2-stand) overaktief is, maar juist in de goede stand (Th1-stand, nodig voor het opruimen van geÔnfekteerde cellen en tumoren) verzwakt is.

    Het "Brusselse model"

    Op de ťťn of andere manier (naar mijn mening een infektie) wordt het afweersysteem geaktiveerd.
    Dat afweer-systeem produceert o.m. RNAse-L en proteasen (enzymen die in staat zijn eiwitten te splitsen) en stikstofoxide.
    Om de ťťn of andere reden valt het ene deel van het afweersysteem (proteasen, zoals elastase) het andere deel van het afweersysteem (RNAse-L) aan.
    Hieruit ontstaan RNAse-L-fragmenten ("verknipt"' RNAse-L).
    De RNAse-L-fragmentatie-theorie is beschreven en uitgewerkt door Suhadolnik, McGregor, Peterson, Cheney, de Meirleir e.a.
    Omdat de RNAse-L-stukjes precies passen op de "deurtjes" van een cel, kunnen voedingsstoffen niet aangevoerd en afvalstoffen / overschotten niet afgevoerd worden.
    Cellen kunnen hierdoor niet goed funktioneren, bijv. op stress reageren.
    Dit verschijnsel wordt aangeduid als channelopathie (channel staat hier voor "celdeurtje").
    Op http://www.hetalternatief.org/SamenvattingBrusselseModel.htm (geaktualiseerd : juli 2007) wordt dit schematisch voorgesteld Ė cfr. : http://www.hetalternatief.org/BrusselseTheorie.jpg - met toelichting op de vicieuze cirkel [slecht werkend afweersysteem <-> chronische infekties].

    Een beknopte samenvatting van de RNAse-L-channelopathie-theorie van Prof. Dr. De Meirleir (en anderen)

    De theorie van de Meirleir is met zwart aangegeven, aanvullende konklusies die voortvloeien uit de mycoplasma-hypothese oranje.

    Stap 1 Ė Infektie
    Een ziekteverwekker aktiveert het immuunsysteem.
    Een mogelijke ziekteverwekker is Mycoplasma (fermentans etc).

    Stap 2 - Reaktie van het afweersysteem
    Het afweersysteem gaat reageren, onder meer door het produceren van :

        • RNAse-L (enzym dat het genetisch materiaal van de ziekteverwekker ďverteertĒ)
        • Elastase (enzym dat de ziekteverwekker moet ďdodenĒ)
        • Caspase (enzym dat geinfekteerde cellen tot zelfmoord aanzet).

    Stap 3 - De infektie wordt niet volledig uitgeschakeld, delen van het afweersysteem worden verminkt
    Het resultaat van stap 1 en 2 is :

        • a. - Pathogenen (bijv. mycoplasmaís) die door het afweersysteem uitgeschakeld zijn,
        • b. - Mycoplasmaís die het afweersysteem blijven aktiveren, mede omdat zij onherkenbaar zijn en
        • c. - RNAse-L-fragmenten: omdat proteasen (eiwitsplitsende enzymen) het gewone, essentiŽle RNAse-L-eiwit opsplitst: het ene deel van het afweersysteem, proteasen (bijv. elastase), valt een ander deel van het afweersysteem, het RNAse-L-enzym, aan.

    Stap 4 Ė Channelopathie
    Aangezien de RNAse-L-fragmenten kwa samenstelling sterk overeenkomen met de "vervoersmiddelen" voor voedings- en afvalstoffen van een cel (ABC-transporters) worden specifieke toegangs- en uitvalswegen geblokkeerd.
    De RNAse-L-fragmenten "
    pikken" de ABC-transporters "in".
    Hierdoor kan de cel bepaalde voedingsstoffen niet aanvullen (bijv. magnesium) en bepaalde afvalstoffen niet afvoeren.
    Door deze blokkade wordt de cel ernstig belemmerd in zijn funktioneren (= '
    channelopathie').
    (Bron : VPRO/Noorderlicht)
    Voor een grafische toelichting over wat channelopathie moet klik je : http://www.hetalternatief.org/RNAse%20en%20Channelopathy.jpg -

    Cfr. : http://www.hetalternatief.org/Channelopathie.htm

    Een tweede probleem als gevolg van de RNAse-L-fragmentatie is een slecht funktionerend afweersysteem.
    Met als gevolg dat oude infekties opleven en nieuwe infekties gemakkelijker kunnen toeslaan.

    En daarmee is de vicieuze cirkel rond : pathogenen ū reaktie afweersysteem, echter: proteasen vernielen RNAse-L ū afweersysteem werkt onvoldoende !

    Sommige ziekteverwekkers, zoals mycoplasma's, zijn door het verzwakte afweersysteem in staat om ook de witte bloed- cellen (afweersysteem) te infekteren.
    Hierdoor ontstaan weer twee nieuwe problemen: het afweersysteem valt het afweersysteem aan (auto-immuunziekte) en het afweersysteem wordt nog verder verzwakt enzovoorts.

    Omdat het afweersysteem permanent of chronisch aktief is, worden stoffen aangemaakt die een mens ziek maken (een koortsgevoel geven).
    Bij een kortdurende infektie is die aanvalstaktiek, bijv. stikstofoxide (NO) aanmaken om de tegenstander uit te schakelen, geen probleem. Probleem is echter dat de infekties vaak jaren stand houden.

    Als het lichaam jaren lang bijv. stikstof aanmaakt zullen er veel vrije radikalen en een groot zuurstoftekort ontstaan (oxidatieve stress).
    Dit deel van het model is "uitgewerkt" door dr. Martin Pall. Belangrijke gevolgen van oxidatieve stress (veel stikstofoxide) is pijn/hoofdpijn, stemmingswisselingen en prikkeling van het zenuwstelsel.
    Cfr. :
    http://www.hetalternatief.org/SamenvattingBrusselseModel.htm


    Dit is een van de redenen waarom een korte antibiotika-kuur niet volstaat.
    Dus naast het nemen van maat-regelen om de schadelijke effekten van langdurig antibiotika-gebruik te beperken (bijv. probiotika, soorten antibiotika wisselen, regelmatig stoppen) moet ook het afweersysteem "
    opgekrikt" en afgeremd worden.

    Daartoe zijn diverse medicijnen en supplementen beschikbaar.
    Omega-3 bijvoorbeeld helpt het afweer-systeem af te remmen.
    Glutathione is niet alleen een prima antioxidant en ondersteunt het afweersysteem.
    Ampligen (erg duur en niet geschikt voor alle ME-patiŽnten) en Kutrapressin zijn niet alleen antivirale middelen, maar ook immuun-modulatoren : zetten het afweersysteem terug in de goede stand (Th1-stand).

    Als de infekties bestreden zijn en het afweersysteem weer redelijk funktioneert, kan de gevolgschade opgeruimd worden: de vrije radikalen en de schade die daaruit voortvloeit.
    Daarbij moet U onder meer denken aan beschadigde mitochondria (energiefabriekjes) en de afbraak van essentiŽle eiwitten en vetten.

    Belangrijk in dit kader zijn antioxidanten: glutathione, superoxide dismutase, vitamine B12, vitamine C etc.

    Model dr. Martin Pall
    - Het peroxynitriet-model -

    Explaining Unexplained Illnesses, 2007
    (plaatjes: © F.N.M. Twisk 2007)

    De vijf principes

    De (pathofysiologische) verklaring van dr. Martin Pall voor ME, MCS en andere ziekten is gebaseerd op de volgende vijf samenhangende principes :

    • Verschillende stressoren zetten de ziekte (de NO/ONOO-cirkel) in gang
      • De NO/ONOO-cirkel is een vicieuze cirkel, die zichzelf in stand houdt
      • Alle symptomen en klachten worden verklaard door de elementen uit de cirkel
      • De NO/ONOO-cirkel vindt lokaal, dat wil zeggen: in de cel, plaats en
      • Behandeling van ME en andere ziekten vereist een kombinatie van supplementen.

    We zullen op elk van de 5 principes wat dieper ingaan.

    Principe 1 - Verschillende stressoren zetten de ziekte (de NO/ONOO-cirkel) in gang

    Volgens Pall is de stressor alleen aan het begin nodig om de zaak in gang te zetten.
    De stressor is voor elke ziekte anders. Pall onderkent voor ME/CVS 9 stressoren :

    • virale infekties*
      • bakteriŽle infekties*
      • infekties met protozoa (eencellige mikroorganismen), toxoplasma
      • blootstelling aan koolmonoxide
      • fysieke trauma's
      • blootstelling aan organofosfaten
      • grote psychische stress
      • ciguatoxine-vergiftiging en
      • blootstelling aan straling.

    Andere ziekten hebben vaak weer andere stressoren (aanleidingen) :

      • MCS
        - b
        lootstelling aan vluchtige organische stoffen* of
        - bestrijdingsmiddelen pesticiden/insekticiden* (organofosfaten*, carbamaten*, organochloriden, pyrethroiden etc.)
      • Fibromyalgie
        - fysiek trauma (met name aan het hoofd en nek)*
        - virale infekties*, bakteriŽle infekties,
        - grote psychische stress
      • Post-traumatisch stresssyndroom
        -
        grote psychische stress*,
        - fysiek trauma aan het hoofd

    (*) geeft de meest voorkomende oorzaak aan

    In totaal onderkent Pall minstens 12 stressoren.
    Ze hebben echter ťťn ding gemeen : ze leiden tot een toename van de hoeveelheid stikstofoxide (en zetten de NO/ONOO-cirkel in werking).


    Principe 2 - De NO/ONOO-cirkel is een vicieuze cirkel, die zichzelf in stand houdt

    Verhoogde hoeveelheden stikstofoxide (NO) leiden, samen met superoxide, tot toename van de hoeveelheden van de hoeveelheid peroxynitriet (ONOO) : een zeer schadelijke, vrije radikaal.
    Dit leidt weer (via diverse stappen) tot toename van de hoeveelheid stikstofoxide en peroxynitriet.
    En zo is en vicieuze, zichzelf versterkende cirkel geboren: met zeer verstrekkende gevolgen !

    Voor de echte liefhebbers - De kern van het NO-ONOO-model (de vicieuze cirkel) kun je vinden op : http://www.hetalternatief.org/NO-ONOO-model%20Martin%20Pall.gif


    Principe 3  - Alle symptomen en klachten worden verklaard door de elementen uit de cirkel

    Het voert in dit kader te ver om alle symptomen op basis van dit model toe te lichten.
    Ik zal volstaan met enkele voorbeelden :

      • Vermoeidheid
        Energietekort als gevolg van verminderde omzetting van zuurstof in energie, op haar beurt veroorzaakt door schade aan de mitochondria (energiecentrales)
      • Spierpijn
        Melkzuur : bijprodukt anaerobe verbranding als gevolg van afgenomen zuurstofopname, die veroorzaakt wordt door schade aan de mitochondria
      • Geheugen- en koncentratie-problemen
        - e
        xcessief togenomen hoeveelheden stikstofoxide
        - verminderde energieproduktie en verstoorde stofwisseling in de hersenen
      • Verzwakte afweer
        - afname van het aantal en de werking van NK-cellen
        - s
        chade aan de NK-cellen door vrije radikalen (m.n. schade door superoxide).


    Principe 4 - De NO/ONOO-cirkel vindt lokaal - d.w.z. in de cel - plaats

    De ziekte wordt veroorzaakt door problemen Ūn de cellen.
    Bij de nu bekende ziektemechanismen worden de problemen vaak buiten de cellen veroorzaakt.

    Er zijn twee redenen waarom dit aannemelijk klinkt :

      • De klachten, zoals spier- of gewrichtpijn, fluktueren van plaats tot plaats : als iets permanent defekt is (bijv. een kniegewricht), heeft iemand pijn op ťťn bepaalde plek.
      • De klachten, zoals geheugen- en koncentratieproblemen, fluktueren in de tijd : als de hersenen permanent beschadigd zijn, zouden er geen "heldere" perioden zijn.


    Principe 5 - Behandeling gericht op het opheffen van de NO-/ONOO-cirkel 
    vereist een kombinatie van supplementen/geneesmiddelen

    Dr. Pall stelt een kombinatie voor van de behandelplannen van onder meer :

      • Dr. Paul Cheney
      • Dr. Garth Nicolson
      • Dr. Noboysa (Nash) Petrovic
      • Dr. Jacob Teitelbaum
      • Dr. Grace Ziem (met wie hij samenwerkt bij het ontwikkelen van een behandelprotokol).

    Dr. Pall stelt dat de cirkel op verschillende wijzen/plekken tot staan gebracht moet worden : ťťn geneesmiddel/supplement zal daarvoor waarschijnlijk niet volstaan, de oplossing ligt in een kombinatie van geneesmiddelen/supplementen.

    Een niet volledige lijst van supplementen die de NO/ONOO-cirkel zouden kunnen stoppen :

      • tocopherolen/tocotrienolen
      • ascorbaat (vitamine C-variant)
      • coenzyme Q10
      • selenium
      • carotenoÔden
      • flavonoÔden
      • TMG, choline, SAMe
      • carnitine/acetylcarnitine
      • fosfolipiden
      • hydroxocobalamine (B12)
      • pyridoxalfosfaat (aktieve vorm van vitamine V6, co-enzym)
      • riboflavine (vitamine B2)
      • riboflavine-5-fosfaat (gele kleurstof, E106: co-enzym)
      • andere B-vitaminen
      • glutathione (in gereduceerde vorm) en grondstoffen (zoals NAC: cysteÔne)
      • alfa-lipon zuur
      • magnesium (Mg2+)
      • zink (Zn2+), mangaan (Mn2+), koper (Cu2+)
      • riluzole (merknaam Riolutek, geneesmiddel voor ALS)
      • taurine
      • NMDA-remmers, zoals
            - gabapentine (merknaam: Neurontin) en
            - memantine (ontwikkeld voor Alzheimer)
      • lange keten omega 3-vetzuren
      • geneesmiddelen en supplementen die de NF-kB aktiviteit afremmen
      • kurkuma (kruid/gele kleurstof voor Indiase recepten)
      • supplementen op basis van algen
      • hyperbare zuurstof-behandeling (duikerskompartiment)
      • minocycline en tetracyclines (antibiotika)
      • creatine
      • panax ginseng (?)
      • guaifenesin (?)
      • carnosine
      • TRH:  thyrothropine vrijmakend hormoon
      • D-ribose

    Voor een beschrijving van enkele supplementen/geneesmiddelen lees je 'Antioxidant Suggestions For Down-regulation of the NO/ONOO- Cycle'  van Dr. Martin Pall, PhD (12-06-07) - cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm?id=8075&T=CFIDS_FM -.


    Slotopmerkingen

    De theorie van de Pall is een theorie die een groot deel van de ziekte verklaart.
    Echter de theorie lijkt niet het hele probleem te verklaren (bijv. channelopathie).
    Samen met enkele andere theorieŽn, die direkt aansluiten bij/overlap[pen met het model van Pall, kan wat er fout gaat bij ME/CVS-patiŽnten in grote lijnen verklaard worden.
    Lees daarvoor 'Samenhang tussen enkele van de meest belangrijke theorieŽn' op :
    http://www.hetalternatief.org/Samenhang%20Belangrijke%20Theorieen.htm -.

    Dr. Pall stelt - en het bewijs daarvoor is (nog) niet erg overtuigend - dat de stressoren (zoals infekties) alleen in het begin, als 'aansteker' aanwezig zijn.
    Persisterende infekties, mede als gevolg van een ontregeld afweersysteem, lijken ook een voorname rol in de (pathofysiologische) verklaring te spelen.

    Het NO/ONOO-model lijkt van toepassing op een scala aan ziekten :

      • ME/CVS,
      • MCS,
      • fibromyalgie
      • post-traumatisch stressyndroom,
      • MS (Multiple Sclerose),
      • tinnitus (oorsuizen),
      • Alzheimer,
      • Parkinson,
      • ALS (Amyotrofe laterale sclerose),
      • astma
      • et cetera.

    Als de anti-oxidanten tekort schieten/uitgeput zijn is inspanning schadelijk voor patiŽnten.

    Het bijprodukt van energieproduktie is superoxide, dat de vicieuze cirkel verder voedt...

     

    Het boek

    Explaining Unexplained Illnesses
    Potential Paradigm for Chronic Fatigue Syndrome, Multiple Chemical Sensitivity, Fibromyalgia, Post-Traumatic Stress Disorder and Gulf War Syndrome

    Martin L. Pall, PhD, BA
    Harrington Park Press, 1 edition, May 15, 2007
    ISBN-10 : 078902389X - ISBN-13 : 978-0789023896

    Discover the answer to the mysteries of these debilitating illnesses.

    Explaining "Unexplained Illnesses" provides long-sought explanations for the properties of chronic fatigue syndrome (CFS), multiple chemical sensitivity (MCS), fibromyalgia, and posttraumatic stress disorder.
    This groundbreaking book examines common symptoms and signs; short-term stressors such as infection, chemical exposure, physical trauma and severe psychological stress; why people are often diagnosed as having more than one of these illnesses, and approaches for treating the cause of each disease, rather than the symptoms.
    The book presents a detailed and well-supported mechanism (the NO/ONOO- cycle) that provides consistent explanations for many of the puzzling elements of these diseases.

    At least a dozen scientists have proposed that chronic fatigue syndrome, multiple chemical sensitivity and fibromyalgia must share a common mechanism; others have suggested posttraumatic stress disorder may belong to this group as well.
    This unique book provides explanations for their previously unexplained properties with more than 1,500 references to scientific literature, creating a whole new approach to therapy and treatment of these illnesses.

    Explaining "Unexplained Illnesses" provides answers to these questions :

      • How do short-term stressors initiate chronic illness ?
      • How does the biochemistry of the NO/ONOO- cycle produce chronic illness ?
      • How can the diverse symptoms and signs of these illnesses be generated as a Consequence of their common biochemistry ?
      • Why is there so much variation in symptoms from one sufferer to another ?
      • What are the principles underlying the NO/ONOO- cycle mechanism ?
      • How does the NO/ONOO- cycle provide explanations for a dozen previously Unexplained properties of these illnesses ?
      • How might 14 additional illnesses/diseases also be caused by the NO/ONOO- cycle etiology ?
      • and many more...

    Explaining "Unexplained Illnesses" is a must-read for physicians and scientists and for anyone who suffers from-or knows someone who suffers from--these previously puzzling illnesses.

    Inhoudsopgave

      • Acknowledgements
      • Hoofsdstuk 1. - The NO/ONOO-Cycle and the Cause of Chronic Fatigue Syndrome, Multiple Chemical Sensitivity, Fibromyalgia and Post-traumatic Stress Disorder
      • Hoofsdstuk 2. - Important Components and Their Properties
      • Hoofsdstuk 3. - Generation of Symptoms and Signs of Multisystem Illness
      • Hoofsdstuk 4. - The Local versus Systemic Nature of the NO/ONOO- Cycle Mechanism and Its Implications for Nomenclature and Treatment
      • Hoofsdstuk 5. - Chronic Fatigue Syndrome
      • Hoofsdstuk 6. - Agents That Lower Nitric Oxide Levels Are Useful in the Treatment of Multisystem Illnesses
      • Hoofsdstuk 7. - Multiple Chemical Sensitivity
      • Hoofsdstuk 8. - Fibromyalgia
      • Hoofsdstuk 9. - Post-traumatic Stress Disorder
      • Hoofsdstuk 10. - Gulf War Syndrome - A Combination of All Four
      • Hoofsdstuk 11. - The Toll of Multisystem Illnesses
      • Hoofsdstuk 12. - Overall Evidence - What Else Is Needed ?
      • Hoofsdstuk 13. - What About Those Who Say It Is All in  Your Head ?
      • Hoofsdstuk 14. - A Major New Paradigm of Human Disease ?
      • Hoofsdstuk 15. - Therapy
      • Hoofsdstuk 16. - Conclusions
      • References
      • Index

    Cfr. :
    -
    http://www.hetalternatief.org/Theorie%20Pall.htm
    -
    http://www.haworthpress.com/store/SampleText/5139.pdf

    Cfr. ook :

    Als de mitochondria van een cel beschadigd is, zal die cel onvoldoende energie produceren en kan deze niet goed funktioneren.
    Als dit probleem bijv. cellen van de hartspier betreft, zal het hart niet goed werken.

    Het hart zal in dat geval minder goed "pompen": de hoeveelheid doorgepompt bloed (Q) is onvoldoende.

    Voor een toelichting op het doorbloedingsprobleem en de gevolgen (model Cheney) : 

    • The Heart of the Matter - CFS & Cardiac Issues
      Carol Sieverling - CFS & FM Support Goup of DFW, Apr 05

    The CFS/FM Support Group of DFW, a 501(c)(3) nonprofit organization, exists to provide education and support for those living with chronic fatigue syndrome (CFS), also known as chronic fatigue and immune dysfunction syndrome (CFIDS); fibromyalgia (FM) and other related illnesses.

    The group formed in 1988 under the leadership of Dave Lovelace.
    In keeping with the understanding of the time, it was called the Chronic Epstein-Barr Support Group.
    It evolved into the Ft. Worth and Mid-Cities CFIDS Support Group, led by Bob and Jennifer Fix.
    In 1998, Carol Sieverling assumed leadership of the group and the name was changed to reflect the fact that a great many of our members have fibromyalgia syndrome and come from all over the metroplex.
    Carvi Shamsid-Deen became support group leader in 2005.

    The clinical overlap between CFIDS and FM is so great that a patient's diagnosis may depend on what type of doctor you see and how you describe your symptoms on that particular day.
    Many have only FM and some have only CFIDS; however, some research shows that a majority of chronic fatigue syndrome patients also develop fibromyalgia.

    Both syndromes share similar profiles, including but not limited to pain and fatigue, poor sleep, cognitive difficulties, endocrine abnormalities and abnormal blood flow in and to the brain.
    Other chronic conditions shared by some members of our group include multiple chemical sensitivities, restless legs syndrome and irritable bowel syndrome.

    The CFS/FM Support Group of DFW presents the information on this website as a service to our members and other Internet users.
    We attempt to provide the most accurate information whenever possible.
    However, because of our reliance on information provided by outside sources, we make no warranty or guarantee concerning the accuracy or reliability of the content at this site or other sites to which we link.
    The listing of products, services or service providers and links to herein does not constitute an endorsement by The CFS/FM Support Group of DFW.
    Judgment regarding the use of these listings must be made by the individual user only.

    The CFS/FM Support Group of DFW is staffed by volunteers, most of whom are persons with CFIDS (PWCs) also seeking help and support in their daily struggle with this disease.
    We have no membership fees or dues and are supported by donations.
    Gifts are tax deductible and we are extremely grateful for the support from all of our donors.

    Cfr. : http://www.dfwcfids.org/medical/cheney/heart04.htm


    Er zijn mogelijkheden om het bloedvolume en de zuurstofopname iets te verhogen (symptoombestrijding).
    Omdat het
    lichaam voortdurend celen vernieuwd, zal dit probleem zich waarschijnlijk vanzelf oplossen.


    Cfr. :
    http://www.hetalternatief.org/TherapieHoofdlijnen.htm


    Lees verder : Deel II

     

    02-08-2007 om 11:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dr. Elke Van Hoof






    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel II



    Een openhartig gesprek met... Prof. dr. Kenny de Meirleir

    De onderwerpen

    De onderwerpen die tijdens dit 3 uur durende interview aan de orde kwamen zijn :

    1. Prof. dr. Kenny de Meirleir - De persoon en zijn werk

    2. De ziekte
      M.E. en CVS, AIDS-II, het overlijden aan M.E., erkenning etc.

    3. De diagnose
      Diagnosekriteria en wetenschappelijke kriteria, bloedonderzoek, infekties, markers (genenmarkers, RNAse-L) en hun rol, inspanningsonderzoek etc.

    4. De verklaring (oorzaak/oorzaken en gevolgen)
      Ziekmakende biologische afwijkingen bij M.E.-patiŽnten :
      - het Brusselse model (RNAse-L, PKR, channelopathie, 3 typen patiŽnten)
      - andere theorieŽn (met name dat van dr. Pall en doorbloedingsproblemen) en
      - dť primaire oorzaak - Aanleg en/of overdraagbaarheid ?

    5. De behandeling
      De eerste prioriteit, stappenplan, antibiotika, Ampligen, genezingskansen etc.

    6. De biopsychosociale school
      De enorme invloed van ď
      de psychische school
      Ē
      de Gezondheidsraad (in Nederland en BelgiŽ),
      inspanning, trainingseffekt en graduele inspanningstherapie (GET),
      de nieuwe psychische ď
      verklaringĒ : verminderde stressresponse etc.

    7. Over een aantal omstreden kwesties
      Kwakzalverij ?, Ampligen, het "Acclydine-schandaal", pseudo-experts etc.

    8. De toekomst
      Kliniek, medicijnen, onderzoek (prioriteiten), markers, samenwerking etc.

    9. Tot slot 

    Cfr. : http://www.hetalternatief.org/Interview.htm



    Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
    - Een biologische benadering -

    P. Englebienne en K. De Meirleir

    Tekst : Elke Van Hoof, Dr. Psychologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel

    Inleiding

    CVS verschilt van chronische vermoeidheid door het voorkomen, naast vermoeidheid, van andere klachten zoals hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn en gezwollen lymfeklieren maar ook door de ernst en duur van de symptomen.
    CVS kan erg variŽren.
    Sommige patiŽnten belanden in een rolstoel of zijn bedlegerig; de sociale, economische en maatschappelijke implicaties kunnen dan ook zeer zwaar zijn.

    Om de diagnose te stellen, worden alle andere mogelijkheden uitgesloten.
    De symptomen waarop men zich baseert komen ook voor bij verschillende andere aandoeningen zoals bij depressieve stoornissen.
    Het is dus van belang biologische markers te vinden die de differentiaaldiagnose tussen CVS en bijvoorbeeld depressieve stoornissen, vastleggen.


    Definitie CVS

    In totaal werden over de jaren vijf definities voor CVS ontwikkeld, elk met hun eigen specifieke kenmerken.
    De twee meest verspreide en meest gebruikte definities werden ontwikkeld in de ĎCenters for Disease Control and Preventioní (CDC) in Atlanta (USA) :

    1. Chronic fatigue syndrome - A working case definition
      Holmes GP, Kaplan JE, Gantz NM, Komaroff AL, Schonberger LB, Straus SE, Jones JF, Dubois RE, Cunningham-Rundles C, Pahwa S et al., Division of Viral Diseases, Centers for Disease Control, Atlanta, Georgia - Ann Intern Med. 1988 Mar;108(3):387-9 - PMID: 2829679
      The chronic Epstein-Barr virus syndrome is a poorly defined symptom complex characterized primarily by chronic or recurrent debilitating fatigue and various combinations of other symptoms, including sore throat, lymph node pain and tenderness, headache, myalgia and arthralgias.
      Although the syndrome has received recent attention and has been diagnosed in many patients, the chronic Epstein-Barr virus syndrome has not been defined consistently.
      Despite the name of the syndrome, both the diagnostic value of Epstein-Barr virus serologic tests and the proposed causal relationship between Epstein-Barr virus infection and patients who have been diagnosed with the chronic Epstein-Barr virus syndrome remain doubtful.
      We propose a new name for the chronic Epstein-Barr virus syndrome - the chronic fatigue syndrome - that more accurately describes this symptom complex as a syndrome of unknown cause characterized primarily by chronic fatigue.
      We also present a working definition for the chronic fatigue syndrome designed to improve the comparability and reproducibility of clinical research and epidemiologic studies and to provide a rational basis for evaluating patients who have chronic fatigue of undetermined cause.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=retrieve&db=pubmed&list_uids=2829679&dopt=AbstractPlus

    2. The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study
      International Chronic Fatigue Syndrome Study Group : Fukuda K, Straus SE, Hickie I, Sharpe MC, Dobbins JG, Komaroff A, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA 30333 - Ann Intern Med. 1994 Dec 15;121(12):953-9 - PMID: 7978722
      The complexities of the chronic fatigue syndrome and the methodologic problems associated with its study indicate the need for a comprehensive, systematic and integrated approach to the evaluation, classification and study of persons with this condition and other fatiguing illnesses.
      We propose a conceptual framework and a set of guidelines that provide such an approach.
      Our guidelines include recommendations for the clinical evaluation of fatigued persons, a revised case definition of the chronic fatigue syndrome and a strategy for subgrouping fatigued persons in formal investigations.
      Comment in :
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):74-5
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=7978722&ordinalpos=2&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum


    In tabel 1 staan de CDC criteria van 1994 beschreven.
    Deze onderzoeksdefinities hadden als belangrijkste doel een gelijke groep te onderscheiden waarop men wetenschappelijk onderzoek kon doen.


    Tabel 1 - Criteria van CVS naar Fukuda et al (1994)

    1. Chronische vermoeidheid wordt hier gedefinieerd als een zelfgerapporteerde, klinisch geŽvalueerde en lichamelijk onverklaarbare aanhoudende of terugkerende chronische vermoeidheid die meer dan zes maanden aanwezig is en die niet het resultaat is van voortdurende inspanning, een nieuw of duidelijk begin heeft, niet aanzienlijk verbeterd door rust en heeft geleid tot een sterke afname van vroegere niveaus van beroepsmatig, sociaal of persoonlijk functioneren.

    2. De chronische vermoeidheid wordt gekarakteriseerd door minstens 4 van de volgende symptomen :
      - zelfgerapporteerde beperkingen in korte termijn geheugen- of concentratieproblemen;
      - keelpijn;
      - gevoelige hals- of okselklieren;
      - spierpijn;
      - gewrichtspijn zonder zwelling of roodheid;
      - hoofdpijn van verschillende types, patronen of ernst;
      - niet herstellende slaap;
      - algemene malaiseklachten na een inspanning, die langer dan 24 uur aanhouden.


    Er zijn duidelijke verschillen tussen de definities.
    Als gevolg verschilt de prevalentie ook aanzienlijk naargelang de gebruikte criteria.
    De onderzoekscriteria zijn gericht op klachten en wetenschappelijk onderzoek wat direct ook de problemen van de definities aanduidt.
    Recent werden nieuwe criteria voorgesteld, de zogenaamde Canadese criteria die zich specifiek richten op klinisch werk, dus op artsen en andere medische hulpverleners.
    Deze laatste ontwikkelde criteria zijn niet gericht op onderzoek.


    Ontstaansmechanismen

    In de loop der jaren werd veel onderzoek gedaan naar de oorzakelijke verbanden tussen infecties en CVS. De studies gaven verschillende resultaten alhoewel sommige hypothesen werden weerhouden.

    Uit onderzoek blijkt de kans op een nieuwe infectie, verantwoordelijk voor het ontstaan van CVS, zeer onwaarschijnlijk en gaat het eerder om een reactivatie.

    Het niet kunnen aantonen van een virale infectie betekent niet noodzakelijk dat er geen infectie is geweest.
    Levy stelde het Ďhit and runí-effect voor waarbij een virus het lichaam besmet, immuunabnormaliteiten veroorzaakt en dan geŽlimineerd wordt waarbij de abnormaliteiten aanwezig blijven.
    Andere hypothesen stellen dat bacteriŽle infecties zoals Brucella en Chlamydia pneumoniae belangrijk kunnen zijn.
    Ook Mycoplasma-infecties worden vaak gevonden.
    Ongeveer 60% van de CVS-patiŽnten blijkt geÔnfecteerd met minstens ťťn van deze opportunistische infecties.

    In een bepaalde studie bleek dat 72% van de patiŽnten een infectie rapporteren bij het begin van hun CVS-symptomen en dit resultaat wordt bevestigd door andere wetenschappers.
    Bovendien toonden De Becker et al. (2002) aan dat de combinatie tussen een infectieuze factor en niet-infectieuze factor meestal het begin kenmerkt.

    Andere resultaten leidde tot de hypothese dat een langdurige stresstoestand veranderingen kan teweegbrengen in het stress-systeem van het lichaam (o.a. verhoogde cortisol) wat op zijn beurt ook immunologische gevolgen heeft.
    In deze toestand is men meer vatbaar voor infecties.

    Als men de wetenschappelijk literatuur bekijkt zijn is een zwak immuunsysteem [slecht verdedigingsmechanismen in de cellen en verhoogde immuunactiviteit] het meest consistent gerapporteerd bij CVS-patiŽnten.
    Bovendien is er een verhoogde kans op een allergie met een langdurige onevenwicht in het immuunsysteem.


    Biologische markers

    Reeds lange tijd werd gezocht naar biologische of objectieve kenmerken van CVS.
    Er werden een aantal biologische afwijkingen gevonden die niet aanwezig waren bij de controlegroepen.
    Toch waren geen van deze abnormaliteiten echt specifiek.
    Nochtans is het van groot belang dat eventuele biologische merkers worden gevonden aangezien ze de (h)erkenning bevorderen en ook de diagnosestelling.

    In 1997 werd aan de universiteit van Philadelphia (USA) een abnormale vorm van een bepaald eiwit (RNase L) gevonden.

    Deze resultaten werden bevestigd aan de Vrije Universiteit Brussel.
    Tot op heden is dit de enige effectieve, snel uitvoerbare test die beschikbaar is ter ondersteuning van de diagnose van CVS.

    Ribonuclease L (RNase L) is ťťn van de sleutelenzymes die geÔnduceerd worden door interferon.
    Interferon is een alarmsignaal dat afgaat bij een aanval van o.a. bacteriŽn en virussen.
    Het RNase L eiwit heeft normaal gesproken een moleculair gewicht van 83 kDa.
    Eens geactiveerd gedraagt RNase L zich als een schaar om aanvallers te vernietigen (en zo de infectie te stoppen) en op hetzelfde moment zet het de geÔnfecteerde cel aan tot spontane celdood (apoptose).
    Hierdoor wordt de infectie bestreden en geneest de persoon (Figuur 2. - RNase L-systeem in gezonde personen).

    In de immuuncellen van de CVS patiŽnten wordt het RNase L gesplitst door proteasen.
    Proteasen zijn afbrekers en behoren normaal gesproken bij de normale afbraakprocessen in het lichaam.

    Eens gesplitst ontstaat er een lagere gewichtsvorm van RNase L (LMW) maar deze vorm bezit echter onvoldoende goed werkende functies met als gevolg verhoging in het knippen van aanvallers (virussen en bacteriŽn).
    Bovendien zullen sommige van de LMW RNase L fragmenten zich binden aan verkeerde poorten en zo de channelopathy veroorzaken (Figuur 3. - RNase L-systeem in CVS).
    Normaal gesproken worden die poorten door andere stoffen bezet en verloopt alles in het lichaam zoals het hoort.
    Door het bezetten van de verkeerde poorten, kunnen een aantal lichaamsfuncties niet meer correct verlopen.

    De voorgaande bevindingen hebben geleid tot een coherente theorie die wordt gepresenteerd in het boek ĎChronic Fatigue Syndrome - A biological approachí door P. Englebienne en K. De Meirleir (2002 Ė cfr. : http://www.amazon.com/Chronic-Fatigue-Syndrome-Biological-Approach/dp/0849310466 -).

    De theorie maakt in de eerste plaats een onderscheid tussen voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren zoals ook al gesuggereerd door andere onderzoekers en wetenschappers.
    Dit deel zal zich toespitsen op het biologisch deel van de theorie zoals beschreven in het boek (Figuur 4. - Simpele weergave van de figuur 8.2 uit boek).

    De voorgestelde immuniteitsveranderingen kunnen veroorzaakt worden door ten minste 7 uitlokkende factoren :

    1. Stress in de lichaamscellen kan veroorzaakt worden door bloedtransfusies of langdurige blootstelling aan stralingen zoals ons team meermaals klinisch heeft vastgesteld.

    2. Verschillende toxinen zoals zware metalen, organofosfaten en PCP kunnen immuundysfuncties veroorzaken.

    3. Sommige acute virale infecties veroorzaken een zwakke immuniteit voor langere tijd.
      Dit geeft de mogelijkheid aan opportunistische infecties om (her) op te flakkeren.

    4. Langdurige fysieke of mentale stress heeft een negatieve impact op de immuniteit.

    5. Zwangerschap en fysiologisch/ pathologische situaties waarbij hoge oestrogenen niveaus aanwezig zijn, brengt de immuniteit in onevenwicht.
      Dit onevenwicht zorgt voor een verhoogde kans op allergieŽn.
      Lage niveauís oestrogeen verbeteren de immuniteit terwijl hogere dosissen (zoals gevonden tijdens een zwangerschap) de immuniteit onder druk zet.

    6. Infecties die moeilijk verdwijnen en dus langdurig het lichaam bezetten veroorzaken dezelfde verschuiving van de immuniteit balans.

    7. Een allergische persoon heeft meer kans om opportunistische infecties binnen te krijgen.

    Al deze uitlokkende factoren veroorzaken immunologische veranderingen zoals steeds terugkerende virale activiteit, activatie van de defensiemechanismen en abnormaliteiten die fluctueren in de tijd.
    De verhoogde activiteit van het RNase L systeem is een indicatie voor een slechtere algemene gezondheidstoestand.

    De steeds terugkerende virale activiteit is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de griep-achtige symptomen en de gevoelige lymfeklieren.
    Tezelfdertijd maken zwakke aanvallers het RNase L systeem kwetsbaar en veroorzaken ook een vermindering in RLI. Dit RLI is de ďuitĒ-knop van het defensiesysteem in het lichaam.
    Dit heeft als gevolg dat het RNase L systeem in een hogere versnelling gaat waardoor er meer poorten bezet worden door de verkeerde stoffen (channelopathy).
    Deze channelopathy is klinisch belangrijk want het kan verschillende symptomen, verklaren zoals nachtzweten en verlaging van de pijndrempel.

    Deze channelopathy veroorzaakt op zijn beurt natuurlijk een aantal veranderingen in het lichaam die leiden tot spierzwakte, centrale vermoeidheid en slaapproblemen (Figuur 5. Ė Channelopathy (Figuur 8.3 uit boek)).

    Door de vermindering van de ďuitĒ-knop (RLI) en verhoogde RNase L-activiteit worden een aantal andere processen vertraagd zoals de eiwitsynthese waardoor men traag recupereert na een inspanning.

    Uiteindelijk kom je in een vicieuze cirkel terecht waarbij niet alleen de defensie ontregelt is maar ook andere lichaamsprocessen aangetast worden.

    De visie van het team onder leiding van Prof. Dr. K. De Meirleir bestaat natuurlijk uit meer dan alleen de bovenvermelde biologische theorie.
    Zoals uit onderzoek van andere wetenschappers blijkt, vinden ook wij de achtergrond van de patiŽnt belangrijk.
    Voortbeschikkende factoren worden dan ook in rekening gebracht.
    Deze factoren kunnen genetisch van aard zijn, maar ook uit mentale uitdagingen bestaan.
    Bij langdurige mentale uitdagingen valt het evenwicht tussen draagkracht en draaglast uit balans.
    Allerlei factoren kunnen daarbij een rol spelen zoals perfectionisme, werkomstandigheden, privťproblemen en/ of ingrijpende levensgebeurtenissen.


    Als samenvatting kan men de theorie als volgt beschrijven :

    Voortbeschikkende factoren leiden tot kwetsbaarheid van lichaam op stress.
    Wanneer in de kwetsbare toestand uitlokkende factoren en dus extra stress wordt toegevoegd, kan het lichaam zijn veerkrachtigheid verliezen en CVS ontwikkelen.
    Dit leidt tot een aantal biologische veranderingen zoals uitgebreid beschreven in het boek van P. Englebienne en K. De Meirleir.
    Als volhardende factoren beschouwen we de opportunistische infectie en in de tweede plaats mogelijke psychologische fenomenen zoals ziektewinst.


    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/dinatje/DeMeirleir.doc


    Lees verder : Deel III

    02-08-2007 om 10:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dr. J. Kamsteeg








    De hoofdlijnen van de behandeling van ME
     
    Deel III




    Nieuwe theorie (stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese van Pall) voor het ontstaan van chronische vermoeidheid ?

    Dr. J. Kamsteeg
    Bron : College of Science, School of Molecular Biosciences, Washington State University, Pullman, WA 99164-4660 USA - Chronic Fatigue Syndrome as a NO/ONOO- Cycle Disease - Martin L. Pall, Professor :
    http://molecular.biosciences.wsu.edu/Faculty/pall/pall_cfs.htm


    Inleiding

    Er is een nieuwe theorie gepubliceerd die een verklaring geeft voor het ontstaan van het chronische vermoeidheidsyndroom (ME, CFS).
    Deze theorie wordt gestaafd met tal van biochemische en fysiologische waarnemingen waarvan er een aantal tot nu toe niet verklaard konden worden.
    Vijf van de meest belangrijkste vraagstukken binnen dit syndroom zijn nu verklaard.
    Deze theorie is gepubliceerd door Dr. Martin Pall, hoogleraar in de Biochemie en Medisch Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Washington, in een serie publicaties (1-4,9).
    Zijn theorie start met de waarneming dat infecties altijd voorafgaan aan het ontstaan van ME en het verwante fibromyalgie.
    Zij induceren een sterk verhoogde productie aan ontstekingen veroorzakende inflammatoire cytokinen, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase (iNOS) induceren.
    Dit enzym op zijn beurt maakt een grote hoeveelheid stikstofoxide vrij dat een reactie aangaat met superoxide om de zeer sterke oxidant peroxynitriet te vormen.

    Peroxynitriet werkt via zes bekende biochemische wegen die de hoeveelheid stikstofoxide en superoxide verder laten toenemen en nog meer peroxynitriet te laten vormen.
    Als op deze wijze de spiegel van peroxynitriet eenmaal verhoogd is, zal dit mechanisme deze spiegel verhoogd houden en op deze wijze een vicieuze cirkel in stand houden (1).
    Volgens de theorie moet deze reactieketen doorbroken kunnen worden om het chronische vermoeidheidsyndroom effectief te kunnen behandelen.

    Twaalf verschillende waarnemingen op het gebied van het chronische vermoeidheidsyndroom onderbouwen deze theorie :

    1. De concentratie van neopterin, een marker voor de inductie van het induceerbare stikstofoxidesynthase is verhoogd in CFS-patiŽnten (1).

    2. Mitochondria werken niet of heel slecht bij ME-patiŽnten.
      Het is bekend dat mitochondria door het peroxynitriet en stikstofoxide worden aangevallen en hun functie verliezen (1).

    3. Zowel het cis-aconitinezuur als barnsteenzuur zijn verhoogd in ME-patiŽnten.
      De enzymen die deze verbindingen moeten metaboliseren worden door peroxynitriet geÔnactiveerd (1).

    4. De vier ontstekingsreacties veroorzakende cytokinen die betrokken zijn bij deze reacties worden in tien verschillende CFS-studies genoemd (1,2).

    5. Deze zelfde cytokinen veroorzaken vermoeidheidsklachten indien ze bij mensen worden geÔnjecteerd (1).

    6. In een diermodel voor CFS kon vermoeidheid worden geÔnduceerd door het geven van een bacterie-extract dat zowel de productie van deze cytokinen als het stikstofoxide-synthase induceert.

    7. Voorraden van meervoudig onverzadigde vetzuren raken uitgeput bij patiŽnten met CFS.
      Deze meervoudig onverzadigde vetzuren worden geoxideerd door oxidanten zoals peroxynitriet.

    8. De anekdotische bewijzen waarbij vastgesteld is dat antioxidanten zoals coŽnzyme Q10, flavonoÔden en glutathion-voorlopers positief werken op de behandeling van CFS, onderbouwen dat de ziekte veroorzaakt kan worden door peroxynitriet.

    9. Het feit dat vrouwen meer stikstofoxide produceren dan mannen, verklaart het verschil in voorkomen van de ziekte tussen mannen en vrouwen.
      Een soortgelijk verschil is waar te nemen in het optreden van auto-immuunziekten die door een overschot aan peroxynitriet gekenmerkt worden zoals lupus, reumatische artritis ed.

    10. Bij een redelijk aantal gevallen van CFS worden grote hoeveelheden vrij mitochondriaal-DNA gevonden, hetgeen suggereert (maar niet bewijst) dat de disfunctie en/of afbraak van mitochondria een rol speelt bij het ontstaan van CFS symptomen (1).

    11. Er worden biochemische overeenkomsten gevonden in een daling van glutamine en cystine in CFS en in andere ziekten waarbij verhoogde peroxynitriet wordt gevonden.
      Dit suggereert een overeenkomstige biochemische oorzaak voor al deze ziekten (1).

    12. Aangezien peroxynitriet een zeer sterke oxidant is, zal de oxidatieve stress bij CFS hoog zijn.
      Op het moment dat de theorie gelanceerd werd was hiervoor nog geen bewijs, maar drie opeenvolgende publicaties hebben bewijs aangevoerd dat oxidatieve stress in CFS aanwezig is (5-7A).
      Deze resultaten mogen daarom beschouwd worden als een bevestiging voor de voorwaarden van de theorie.
      De onderzoekers waren op moment van publicatie nog niet op de hoogte van deze theorie.
      Veel van de puzzel wordt verklaart door de stikstofoxide/peroxynitriet van Pall.
      Vijf verschillende vragen over CFS worden beantwoord met bovenstaande theorie :
      * De eerste vraag : de chronische natuur van CFS wordt verklaard door de zelfonderhoudende vicieuze cirkel dat de basis vormt van deze theorie.
      * De tweede vraag is hoe infecties en andere stressfactoren die vooraf gingen aan CFS deze ziekte kunnen veroorzaken.
      De theorie voorspelt dat ieder op zich kan leiden tot een mechanisme dat resulteert in een verhoogd stikstofoxide.
      Infectie is niet de enige bron van stress die hierbij betrokken is : zowel fysieke trauma als psychologische trauma's zijn in staat om de productie van stikstofoxiden te laten toenemen (2).
      Ook weefselhypoxy (verlaagd histamine-gehalte) kunnen leiden tot verhoogde concentraties superoxide, de voorloper van peroxynitriet (2).
      * De derde vraag gaat over de vele biochemische en fysiologische overeenkomsten in CFS.
      Dit werd hierboven al bediscussieerd met de twaalf genoemde punten.
      * De vierde vraag is hoe de diverse symptomen van deze ziekte ontstaan.
      Het bleek dat een groot aantal factoren inclusief stikstofoxide, superoxide, oxidatieve stress en mitochrondriale energieproblemen een belangrijke functie hierbij hebben (2).
      Stikstofoxide, bijvoorbeeld stimuleert de nociceptoren die de waarneming van pijn genereren.
      Een verhoogde stikstofoxide concentratie zal een belangrijke rol spelen bij de multi-orgaan en spierpijn die met CFS geassocieerd wordt (2).
      Stikstofoxide speelt verder een centrale rol bij leer- en geheugenprocessen.
      De verhoogde stikstofoxiden leveren een verklaring voor de cognitieve stoornissen die karakteristiek zij voor CFS (2).
      Andere symptomen die zich laten verklaren zijn orthostatische intolerantie, immuunstoornissen, vermoeidheid en malaise na inspanning (2).
      De immuunstoornissen die gemeld worden bij CFS rapporteren vele opportunistische infecties zoals Mycoplasma of HHV6 infecties, die primaire CFS-mechanisme kunnen laten ontstaan alleen al vanwege de productie van ontsteking bevorderende cytokines.
      * De vijfde vraag betreft het ontstaan van de variabele symptomen en het verband met meervoudige chemische gevoeligheid (MCS, multiple chemical sensitivity), posttraumatische stress stoornis (PTSD) en fibromyalgie (FM).
      De theorie geeft een gedeeltelijke verklaring voor de verschillende symptomen van geval tot geval doordat de distributie van stikstofperoxide/peroxynitriet niet gelijkmatig over de weefsel verdeeld is.
      Een gemeenschappelijke etiologie voor CFS met MCS, PTSD en FM is door vele onderzoekers al verondersteld (bediscussieerd in 4,9).
      Een gemeenschappelijke oorzaak werd niet alleen verondersteld omdat er veel overlap is in de symptomen van de verschillende ziekten (voor discussie zie 4 en 9), maar ook bleken patiŽnten meestal door meer dan een van deze vier ziekten getroffen te zijn.
      Deze overlap tussen deze vier genoemde ziektebeelden laat de vraag reizen of deze ziekten niet allen veroorzaakt worden door overproductie aan stikstofoxide en peroxynitriet.
      Elke van deze vier ziekten gaat namelijk meestal vooraf door en worden mogelijk geÔnduceerd door blootstelling aan kortdurende stress die aanleiding geeft tot verhoogde stikstofoxide synthese.

    Pall en Satterlee (4) presenteerden een belangrijk bewijs voor de overproductie van stikstofoxide/peroxynitriet als oorzaak van MCS :

    Alle organische oplosmiddelen en pesticiden waarom MCS waren blootgesteld vooraf MCS optrad zijn stuk voor stuk in staat de aanmaak van stikstofoxide te stimuleren.
    Deze chemische verbindingen zijn ook in staat de productie van ontstekingsbevorderende cytokinen te stimuleren, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase kunnen induceren.
    - Neopterin, een marker voor de inductie van induceerbaar stikstofoxide synthetase, is verhoogd bij MCS-patiŽnten.
    - Markers voor oxidatieve stress zijn verhoogd bij MCS, zoals voorspelbaar is wanneer een toename van de peroxynitriet productie erbij betrokken zou zijn.
    - In diermodellen voor MCS, is er een overtuigend bewijs voor een essentiŽle rol voor zowel een verhoogde NMDA activiteit (bekend is dat deze verhoogde productie leidt tot een verhoogde stikstofoxidenproductie) als een verhoogde stikstofoxide synthese zelf.
    Als men de verhoogde productie van stikstofoxide blokkeert in dit diermodel, dan is de karakteristieke biologische respons ook geblokkeerd.
    Dit en andere bewijzen tonden aan dat stikstofoxide een essentiŽle rol heeft (4).

    Een overeenkomstige beredenering kan worden toegepast voor het bewijs dat stikstofoxide een rol speelt bij zowel PTSD als FM (9).
    PTSD wordt verondersteld veroorzaakt te worden door een overmatige NMDA stimulatie, die zoals eerder werd verondersteld aanleiding geeft tot een overmatige stikstofoxide en peroxynitriet productie (9).
    Twee ontstekingsbevorderende cytokinen die in staat zijn de verhoogde synthese van stikstofoxide te induceren zijn verhoogd in PTSD-patiŽnten. PTSD diermodellen hebben een essentiŽle rol gemeld voor NMDA-stimulatie en stikstofoxide synthese bij het produceren van de karakteristieke biologische respons.

    Een recent onderzoek naar FM veronderstelde een verhoogde stikstofoxide productie en verhoogde NMDA-stimulatie (8).
    Bekend is dat NMDA-stimulatie de stikstofoxide synthese verhoogd.
    Zoals bij de andere verwante ziekten die hier bediscussieerd zijn, is er voldoende bewijs uit onderzoek naar FM, dat de stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese ondersteund (9).

    De theorie dat verhoogde stikstofoxide productie verantwoordelijk is voor de etiologie van zowel CFS, MCS, PTSD en FM is de enige theorie die een verklaring geeft voor de overlap aan symptomen bij deze ziekten.
    Alhoewel nog niet alle bewijsstukken voor deze theorie nog niet goed zijn onderzocht, geven deze bewijzen uit verschillende disciplines aan dat deze theorie zeer aannemelijk is.


    Behandeling

    Wat leert dit mechanisme nu over de mogelijke behandeling van CFS ?
    Zoals bediscussieerd in referentie 1, zijn een aantal middelen die zinvol zijn bij de behandeling van CFS.
    Deze middelen zijn voornamelijk gebaseerd op anekdotische bewijzen, dat verwacht wordt dat deze de concentratie van stikstofoxide/peroxynitriet te verlagen.
    Mogelijk het meest intrigerende is dat van een van deze mogelijkheden al ruimschoots gebruik wordt gemaakt namelijk de injecties met vitamine B12 bij de behandeling van CFS.
    Er zijn twee vormen van vitamine B12 injecties die gebruikt worden namelijk hydroxocobalamine, hetwelk in staat is stikstofoxiden te binden en cyanocobalamine, dat eerst in hydroxocobalamin moet worden omgezet door zogenaamde Pall human cells (3).
    Deze waarnemingen veronderstellen dat het stikstofoxide/peroxynitriet mechanisme in deze theorie goede voorspellingen kan doen over de mogelijke behandeling van CFS.
    Het is te hopen dat dit mechanisme ons in staat stelt het gebruik van deze en andere middelen te optimaliseren voor de behandeling van CFS en verwante ziekten.


    Controverse met HPU ?

    De theorie van Pall lijkt in eerste instantie moeilijk in te passen in het HPU-beeld.
    Bij HPU is er sprake van een verminderde heemsymthese doordat drie van acht betrokken enzymen verminderd aanwezig zijn.
    Heem is ook de basisbouwsteen voor NOS.
    Nu zijn er twee vormen van NOS de induceerbare vorm (iNOS) en de niet-induceerbare vorm (NOS).
    Deze verlaagde productie van iNOS verklaarde samen met de verlaagde concentratie aan IgA-antistoffen de infectiegevoeligheid van HPU-patiŽnten.
    Binnen HPU komt chronische vermoeidheid erg veel voor.
    We zien daarin meestal nogal relatief lage HPL-waarden.
    Deze vermoeidheid wordt natuurlijk mede veroorzaakt door de daling van het histaminegehalte, de onderactiviteit van de bijnieren, de storingen in de mineralenbalans onder meer door een daling van het picolinezuur e.d.
    Ook als deze tekorten allemaal aangevuld worden blijven er voldoende patiŽnten over met chronische vermoeidheidsklachten.
    Wat dat betreft zouden we deze theorie willen omarmen.

    Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat binnen HPU door het tekortschieten van de iNOS er een hogere concentratie NOS aangehouden wordt.
    Bij chronische infecties zou dit fataal kunnen uitpakken doordat er uiteindelijk teveel stikstofoxide en/of peroxynitriet wordt gevormd.
    We zullen in de toekomst bij deze patiŽntengroep neopterine bepalen om hier achter te komen.


    Literatuur

    1. Elevated, sustained peroxynitrite levels as the cause of chronic fatigue syndrome
      Pall ML, Department of Biochemistry/Biophysics and Program in Basic Medical Sciences, Washington State University, Pullman 99164-4660, USA :
      pall@mail.wsu.edu - Med Hypotheses. 2000 Jan;54(1):115-25 - PMID: 10790736
      The etiology of chronic fatigue syndrome (CFS) has been both obscure and highly contentious, leading to substantial barriers to both clear diagnosis and effective treatment.
      I propose here a novel hypothesis of CFS in which either viral or bacterial infection induces one or more cytokines, IL-1beta IL-6, TNF-alpha and IFN-gamma.
      These induce nitric oxide synthase (iNOS), leading to increased nitric oxide levels.
      Nitric oxide, in turn, reacts with superoxide radical to generate the potent oxidant peroxynitrite.
      Multiple amplification and positive feedback mechanisms are proposed by which once peroxynitrite levels are elevated, they tend to be sustained at a high level.
      This proposed mechanism may lower the HPA axis activity and be maintained by consequent lowered glucocorticoid levels.
      Similarities are discussed among CFS and autoimmune and other diseases previously shown to be associated with elevated peroxynitrite.
      Multiple pharmacological approaches to the treatment of CFS are suggested by this hypothesis.
      Comment in :
      Med Hypotheses. 2005;65(3):631-3
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10790736&dopt=AbstractPlus

    2. Elevated peroxynitrite as the cause of chronic fatigue syndrome - Other inducers and mechanisms of symptom generation
      Pall ML, Multidisciplinary Innovations in Research, Theory and Clinical Practice - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 2000;7:45-58.
      In an earlier paper, I proposed that chronic fatigue syndrome (CFS) is caused by a response to infection, involving the induction of inflammatory cytokines which induce, in turn, the inducible nitric oxide synthase, producing elevated nitric oxide.
      Nitric oxide reacts with superoxide to form the potent oxidant, peroxynitrite.
      Six positive feedback loops were proposed by which peroxynitrite may stay elevated, acting to increase levels of both nitric oxide and superoxide, which react to form more peroxynitrite.
      This vicious cycle based on known biochemistry is proposed to be the central cause of CFS.
      The current paper discusses additional inducers which may act by increasing nitric oxide (physical or psychological trauma) or increasing superoxide (hypoxia) and the role of orthostatic intolerance, Ehlers-Danlos syndrome, excessive exercise, exercise intolerance and carbon monoxide in inducing hypoxia and consequently superoxide and peroxynitrite.
      The major symptoms of CFS can all be interpreted as relatively direct consequences of the pathophysiology predicted by the elevated peroxynitrite theory of CFS.
      Attractive mechanisms are proposed by which elevated peroxynitrite, nitric oxide and/or related physiological changes may induce CFS symptoms including fatigue, immune dysfunction, learning and memory dysfunction, multi-organ pain, exercise intolerance/ postexertional malaise and orthostatic intolerance.
      Roles are discussed for six factors likely to influence the frequency of CFS induction in response to infection or other inducing events.

      Cfr. :
      -
      http://listserv.nodak.edu/scripts/wa.exe?A2=ind0103C&L=co-cure&P=R1753
      -
      http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?sid=VXU2541RSCH48KE4APQAT26XG7839F0B&ID=9159

    3. Cobalamin Used in CFS Therapy is a Nitric Oxide Scavenger
      Martin L. Pall, Ph.D. - ChronicFatigue.com, 10-10-2001 - ©2007 ProHealth, Inc.
      Editor's Note : Dr. Martin L. Pall, Ph.D., received his Ph.D. in Biochemistry and Genetics from Caltech after receiving his B.A. degree at Johns Hopkins University.
      He is a professor of Biochemistry and Basic Medical Sciences at Washington State University.
      He teaches medical students and is the chief instructor at Washington State University in the medical biochemistry course for first-year medical students.
      The following review discusses the possible beneficial role of cobalamin (vitamin B12) in CFS treatment functioning as a nitric oxide scavenger and suggests a useful perspective for confirming and optimizing such a treatment.

      Hydroxocobalamin is the injectible form of vitamin B12.
      Methylcobalamin (the only form of vitamin B12 found in the brain), is the form of vitamin B12 taken orally, and is the preferred source of vitamin B12.
      Cobalamin (vitamin B12) injections in the form of hydroxocobalamin or cyanocobalamin, have been used to treat Chronic Fatigue Syndrome (CFS) in the United States, Canada and several European countries.
      While an early review of this practice questioned the efficacy of this treatment, more recent reports have suggested that extensive clinical experience provides support for the usefulness of such injections in CFS treatment.
      No placebo-controlled clinical trials have been performed with hydroxocobalamin or cyanocobalamin injections in CFS to follow up on the clinical observations.
      The mechanism of action of cobalamin in CFS treatment, if any, is not known, although it has been suggested that it may act to remove a vitamin B12 deficiency.
      The current paper is focused on an alternative interpretation, suggesting that cobalamin may be acting in CFS treatment primarily as a nitric oxide scavenger.
      Elevated nitric oxide and its potent oxidant product, peroxynitrite, has been suggested to be central in the etiology of CFS and nitric oxide, peroxynitrite and related mechanisms, have been proposed to generate the symptoms of CFS.
      The most direct evidence supporting the view that nitric oxide levels are elevated in CFS is that levels of neoterin, a marker of the induction of the inducible nitric oxide synthase, are elevated in CFS.
      In addition, the levels of several inflammatory cytokines known to induce the inducible nitric oxide synthase are also reported to show elevation in CFS.
      This proposed mechanism of CFS etiology predicts that scavengers of nitric oxide may be useful in CFS treatment.
      It may be of interest, therefore, that hydroxocobalamin has been found to be a nitric oxide scavenger, both in vitro [developed or maintained in a controlled, non-living environment] and in vivo [occurring within a living organism].
      Hydroxocobalamin is a Nitric Oxide Scavenger
      Hydroxocobalamin was reported to be a potent scavenger of nitric oxide in a report of in vitro studies and has subsequently been reported to act in this manner in vivo.
      Animal studies have shown that it is sufficiently active to antagonize the action of nitric oxide in vivo.
      This action of hydroxocobalamin is sufficiently well documented that it has been used as an analytical tool to test the role of nitric oxide in several additional biological responses.
      It should be noted, that the properties of hydroxocobalamin are relevant to therapy using either hydroxocobalamin or cyanocobalamin, because humans contain an enzyme that releases cyanide from cyanocobalamin, thus converting it to hydroxocobalamin.
      Is There a Vitamin B12 Deficiency in CFS ?
      While there is no evidence of any systemic vitamin B12 deficiency as characteristic of CFS, Regland et al., report that B12 levels are low in the central nervous system (CNS) in CFS patients, as shown by low B12 and high homocysteine levels in the cerebrospinal fluid.
      This report suggests two questions : (1) 'How might such a deficiency be generated ?' and (2) 'Is it responsible for the central symptoms of CFS ?'.
      There is evidence that reactive nitrogen species, because of their reaction with cobalamin, may lead to a B12 deficiency.
      Nicolau et al., reported that nitric oxide inactivated methionine synthase, a cobalamin (B12) dependent enzyme, suggesting that the reaction of nitric oxide with vitamin B12 may lead to loss of coenzyme activity.
      Nitrous oxide, a different reactive nitrogen species, is known to produce a vitamin B12 deficiency in vivo.
      Thus, it is possible that nitric oxide or one of its reactive nitrogen products, such as nitrite, which is also known to react with hydroxocobalamin, might produce a vitamin B12 deficiency in the CNS or CFS patients.
      Is it likely that such a CNS vitamin B12 deficiency might lead to symptoms of CFS, such as fatigue or cognitive/learning and memory dysfunction ?
      It is known that B12 deficiency in pernicious anemia, for example, leads to neurological dysfunction.
      However, the symptoms here are quite different from the characteristic CNS-related symptoms of CFS.
      It seems likely, therefore, that vitamin B12 deficiency does not lead to the major CNS-related symptoms of CFS.
      I suggest, therefore, that the action of cobalamin injections in scavenging nitric oxide may be a more plausible mechanism of action in CFS treatment than that of reversing a CNS B12 deficiency and that this may provide support, therefore, for the proposed elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism for CFS.
      The possible role of cobalamin acting as a nitric oxide scavenger in CFS treatment provides possible confirmation of a prediction of the elevated nitric oxide/peroxynitrite theory of CFS, by showing that a known nitric oxide scavenger may be useful in CFS treatment.
      Development of a strategy to optimize such treatment may be influenced by this possible mode of action of cobalamin.
      This new interpretation for the relationship between cobalamin and CFS may also provide an additional incentive for initiation of a placebo-controlled clinical trial using cobalamin injections to treat CFS.
      Cfr. :
      http://www.chronicfatiguesyndromesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/3137/T/CFIDS
      /searchtext/Cognitive

    4. Elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism for the common etiology of multiple chemical sensitivity, chronic fatigue syndrome and posttraumatic stress disorder
      Pall ML & Satterlee JD, School of Molecular Biosciences, Washington State University, Pullman 99164-4660, USA :
      martin_pall@wsu.edu - Ann N Y Acad Sci. 2001 Mar;933:323-9 - PMID: 12000033
      Various types of evidence implicate nitric oxide and an oxidant, possibly peroxynitrite, in MCS and chemical intolerance (CI).
      The positive feedback loops proposed earlier for CFS may explain the chronic nature of MCS (CI) as well as several of its other reported properties.
      These observations raise the possibility that this proposed elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism may be the mechanism of a new disease paradigm, answering the question raised by Miller earlier : "Are we on the threshold of a new theory of disease ?"
      Cfr. :
      -
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=12000033&ordinalpos=1&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

      -
      http://listserv.nodak.edu/scripts/wa.exe?A2=ind0205B&L=co-cure&P=R2378

    5. Investigation of erythrocyte oxidative damage in rheumatoid arthritis and chronic fatigue syndrome
      R. S. Richards - T. K. Roberts, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Gallaghan, NSW, Australia - R. H. Dunstan, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Callaghan NSW 2308, Australia - N. R. McGregor, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Callaghan, NSW 2308, Australia - Journal of Chronic Fatigue Syndrome : Multidisciplinary Innovations in Research, Theory and Clinical Practice 2000;6:37-46 Ė ISSN : 1057-3321- Pub Date : 01/01/1998
      A role of free radical scavenging for erythrocytes has previously been demonstrated, which is additional to their established role of gas exchange.
      In carrying out this role, erythrocytes become damaged by oxidation, which consumes endogenous reducing substances.
      It was therefore proposed that there exists a link between erythrocyte metabolism (particularly redox metabolism) and erythrocyte shape and that both of these should be related to erythrocyte deformability.
      To look for evidence of oxidative damage in vivo, the erythrocytes were assessed for reduced glutathione (GSH), malondialdehyde (MDA), methaemoglobin (metHb) and 2,3-diphosphoglyceric acid (2,3-DPG) in patients suffering from rheumatoid arthritis (RA), chronic fatigue syndrome (CFS) and healthy control subjects.
      Full blood counts, serum vitamin B12, erythrocyte folate, serum ferritin, serum iron, serum iron binding capacity and erythrocyte magnesium were also performed on all samples.
      Patients with RA had increased 2,3-DPG, GSH and metHb when compared with the control group as well as the expected decreased haemoglobin, haematocrit, and serum iron.
      There was evidence of oxidative damage in CFS with 2,3-DPG metHb and MDA increased in this group.
      An increase in GSH could also be demonstrated in a sub-group of the CFS patients.
      This damage may explain the shape changes (presumably accompanied by increased rigidity) that have been reported in erythrocytes in patients suffering from CFS and suggests a role for free radicals in the pathogenesis of CFS.
      Cfr. :
      http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?sid=VXU2541RSCH48KE4APQAT26XG7839F0B&ID=9165

    6. Blood parameters indicative of oxidative stress are associated with symptom expression in chronic fatigue syndrome
      Richards RS, Roberts TK, McGregor NR, Dunstan RH, Butt HL, Department of Biological Sciences, University of Newcastle, Australia - Redox Rep. 2000;5(1):35-41 - PMID: 10905542
      Full blood counts, ESR, CRP, haematinics and markers for oxidative stress were measured for 33 patients diagnosed with chronic fatigue syndrome (CFS) and 27 age and sex matched controls.
      All participants also completed symptom questionnaires.
      CFS patients had increases in malondialdehyde (P <0.006), methaemoglobin (P <0.02), mean erythrocyte volume (P <0.02) and 2,3-diphosphoglycerate (P <0.04) compared with controls.
      Multiple regression analysis found methaemoglobin to be the principal component that differentiated between CFS patients and control subjects.
      Methaemoglobin was found to be the major component associated with variation in symptom expression in CFS patients (R(2) = 0.99, P <0.00001), which included fatigue, musculoskeletal symptoms, pain and sleep disturbance.
      Variation in levels of malondialdehyde and 2,3-diphosphoglycerate were associated with variations in cognitive symptoms and sleep disturbance (R(2) = 0.99, P <0.00001).
      These data suggest that oxidative stress due to excess free radical formation is a contributor to the pathology of CFS and was associated with symptom presentation.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez


    Lees verder : Deel IV

    02-08-2007 om 10:36 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel IV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     Prof. Dr. Greta Moorkens


     





    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel IV


    1. Specific oxidative alterations in vastus lateralis muscle of patients with the diagnosis of chronic fatigue syndrome
      Fulle S, Mecocci P, Fanů G, Vecchiet I, Vecchini A, Racciotti D, Cherubini A, Pizzigallo E, Vecchiet L, Senin U, Beal MF, Lab. Interuniversitario di Miologia, Dip. Biologia Cellulare e Molecolare, UniversitŠ di PerugiŠ, Perugia, Italy - Free Radic Biol Med. 2000 Dec 15;29(12):1252 - 9 PMID: 11118815
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is a poorly understood disease characterized by mental and physical fatigue, most often observed in young white females.
      Muscle pain at rest, exacerbated by exercise, is a common symptom.
      Although a specific defect in muscle metabolism has not been clearly defined, yet several studies report altered oxidative metabolism.
      In this study, we detected oxidative damage to DNA and lipids in muscle specimens of CFS patients as compared to age-matched controls, as well as increased activity of the antioxidant enzymes catalase, glutathione peroxidase and transferase, and increases in total glutathione plasma levels.
      From these results we hypothesize that in CFS there is oxidative stress in muscle, which results in an increase in antioxidant defenses.
      Furthermore, in muscle membranes, fluidity and fatty acid composition are significantly different in specimens from CFS patients as compared to controls and to patients suffering from fibromyalgia.
      These data support an organic origin of CFS, in which muscle suffers oxidative damage.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11118815&dopt=AbstractPlus

    2. Antioxidant strotus and lipoprotein oxidation in chronic fatigue syndrome
      7A. Keenoy BM, Moorkens G, Vertommen J, DeLeeuw I.. Life Sciences 2001;68:2037-2049
      Cfr. :
      - Novel chronic fatigue syndrome (CFS) theory finally produces detailed explanations for many CFS observations
      Cfr. :
      http://uk.geocities.com/me_not_cfs/A_Cause_of_CFS_by_Dr_Martin_L_Pall.html
      - Productie van Peroxynitriet binnen het menselijk lichaam
      Cfr. :
      http://www.xs4all.nl/~jvancan/articles/Martin_Pall.html

    3. Changes in the concentrations of amino acids in the cerebrospinal fluid that correlate with pain in patients with fibromyalgia - Implications for nitric oxide pathways
      Larson AA, Giovengo SL, Russell IJ, Michalek JE, Graduate Program in Neuroscience, 295 Animal Science/Veterinary Medicine Building, University of Minnesota, 1988 Fitch Avenue, St. Paul, MN 55108, USA :
      larso011@tc.umn.edu - Pain. 2000 Aug;87(2):201-11 - PMID: 10924813
      Substance P (SP), a putative nociceptive transmitter, is increased in the CSF of patients with fibromyalgia syndrome (FMS).
      Because excitatory amino acids (EAAs) also appear to transmit pain, we hypothesized that CSF EAAs may be similarly involved in this syndrome.
      We found that the mean concentrations of most amino acids in the CSF did not differ amongst groups of subjects with primary FMS (PFMS), fibromyalgia associated with other conditions (SFMS), other painful conditions not exhibiting fibromyalgia (OTHER) or age-matched, healthy normal controls (HNC).
      However, in SFMS patients, individual measures of pain intensity, determined using an examination-based measure of pain intensity, the tender point index (TPI), covaried with their respective concentrations of glutamine and asparagine, metabolites of glutamate and aspartate, respectively.
      This suggests that re-uptake and biotransformation mask pain-related increases in EAAs.
      Individual concentrations of glycine and taurine also correlated with their respective TPI values in patients with PFMS.
      While taurine is affected by a variety of excitatory manipulations, glycine is an inhibitory transmitter as well as a positive modulator of the N-methyl-D-asparate (NMDA) receptor.
      In both PFMS and SFMS patients, TPI covaried with arginine, the precursor to nitric oxide (NO), whose concentrations, in turn, correlated with those of citrulline, a byproduct of NO synthesis.
      These events predict involvement of NO, a potent signaling molecule thought to be involved in pain processing.
      Together these metabolic changes that covary with the intensity of pain in patients with FMS may reflect increased EAA release and a positive modulation of NMDA receptors by glycine, perhaps resulting in enhanced synthesis of NO.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    4. Common etiology of posttraumatic stress disorder, fibromyalgia, chronic fatigue syndrome and multiple chemical sensitivity via elevated nitric oxide/peroxynitrite
      Pall ML, School of Molecular Biosciences and Program in Medical Sciences, Washington State University, Pullman, 99164-4660, USA :
      pall@mail.wsu.edu - Med Hypotheses. 2001 Aug;57(2):139-45 - PMID: 11461161 - Copyright 2001 Harcourt Publishers Ltd.
      Three types of overlap occur among the disease states chronic fatigue syndrome (CFS), fibromyalgia (FM), multiple chemical sensitivity (MCS) and posttraumatic stress disorder (PTSD).
      They share common symptoms.
      Many patients meet the criteria for diagnosis for two or more of these disorders and each disorder appears to be often induced by a relatively short-term stress which is followed by a chronic pathology, suggesting that the stress may act by inducing a self-perpetuating vicious cycle.
      Such a vicious cycle mechanism has been proposed to explain the etiology of CFS and MCS, based on elevated levels of nitric oxide and its potent oxidant product, peroxynitrite.
      Six positive feedback loops were proposed to act such that when peroxynitrite levels are elevated, they may remain elevated.
      The biochemistry involved is not highly tissue-specific, so that variation in symptoms may be explained by a variation in nitric oxide/peroxynitrite tissue distribution.
      The evidence for the same biochemical mechanism in the etiology of PTSD and FM is discussed here and while less extensive than in the case of CFS and MCS, it is nevertheless suggestive.
      Evidence supporting the role of elevated nitric oxide/peroxynitrite in these four disease states is summarized, including induction of nitric oxide by common apparent inducers of these disease states, markers of elevated nitric oxide/peroxynitrite in patients and evidence for an inductive role of elevated nitric oxide in animal models.
      This theory appears to be the first to provide a mechanistic explanation for the multiple overlaps of these disease states and it also explains the origin of many of their common symptoms and similarity to both Gulf War syndrome and chronic sequelae of carbon monoxide toxicity.
      This theory suggests multiple studies that should be performed to further test this proposed mechanism.
      If this mechanism proves central to the etiology of these four conditions, it may also be involved in other conditions of currently obscure etiology and criteria are suggested for identifying such conditions.
      Comment in :
      Med Hypotheses. 2005;65(3):631-3 -.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11461161&dopt=Abstract


    Cfr. :
    http://www.keac.nl/nieuws4.htm 

    02-08-2007 om 10:14 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychosociale vaardigheden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










     





    Psychosociale vaardigheden

    Rapport van de Hoge Gezondheidsraad
    (HRG dossiernimmer : 8108 - Validatiedatum: 06-12-06)


    • "De psychosociale vaardigheden zijn het vermogen van een persoon om efficiŽnt in te spelen op de eisen en de beproevingen van het dagelijks leven.
      Het is de bekwaamheid van een persoon om een toestand van geestelijk welzijn te behouden, door een gepast en positief gedrag aan te nemen in zijn relaties met de anderen, zijn eigen cultuur en zijn omgeving.
      De psychosociale vaardigheden spelen een belangrijke rol in de bevordering van de gezondheid in de ruimste zin, in termen van fysiek, mentaal en sociaal welzijn.
      Meer bepaald, als de gezondheidsproblemen verbonden zijn aan een gedrag en als het gedrag verbonden is aan een onmogelijkheid om efficiŽnt te reageren op stress en op de druk van het leven, zou de verbetering van het psychosociaal vermogen een belangrijk element kunnen zijn in de bevordering van de gezondheid en het welzijn, aangezien het gedrag een steeds belangrijkere rol speelt in de oorsprong van de gezondheidsproblemen.Ľ

      (WGO, 1993)

    • ę Ö Het is cruciaal de mensen in staat te stellen om te gaan met alle stadia van hun leven en zich voor te bereiden om traumaís en chronische ziektes het hoofd te bieden.
      Dat werk moet mogelijk gemaakt worden in de schoolomgeving, het gezin, de werkomgeving en de gemeenschap en er moet actie worden ondernomen door tussenkomst van de educatieve, professionele, commerciŽle en vrijwilligersorganisaties en in de instellingen zelfÖĽ

      (WGO, Verdrag van Ottawa, 1986).


       

    In : 'Depressie, depressiviteit en zelfmoord' - Rapport van de Hoge Gezondheidsraad (HRG dossiernimmer : 8108 - Validatiedatum: 06-12-06)

    Cfr. :
    http://www.zorg-en-gezondheid.be/uploadedFiles/NLsite/Preventie/Ziekten_en_aandoeningen/Depressie_en_zelfdoding/actie
    plan/GGZ_VAS_notakab_2007_bijlage%208%20rapport%20hoge%20gezondheidsraad_december2006.doc

    01-08-2007 om 14:34 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    30-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Darmflora en uw gezondheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Het Gouden Boekje voor de Gewrichten
    - Eerst voeding, dan medicijnen -


    Cfr. :
    http://www.drogisterij.net/Het_gouden_boekje
    _gewrichten/P/724193?Drogisterij_Session
    =69ab648230e6b314e3180fb077323e58







     


     

    Darmflora en uw gezondheid

    Marijke de Waal Malefijt : http://www.gottswaal.nl/level2.php?id=194&page=87&groep=overg
    © 2007 Natuur DiŽtisten Nederland

    De darmen geven een weerspiegeling van de gezondheid.
    Voor een goed werkend immuunsysteem is een gezonde spijsvertering noodzakelijk.
    Verkeerde eetgewoonten, antibioticabehandelingen, infecties, erfelijke aanleg etc. kunnen de darmflora en hierdoor het immuunsysteem verstoren.
    Het begin van een stofwisselingsblokkade, een allergie, een gebrek aan vitamines, mineralen en sporenelementen is daarom vaak te vinden in de darmen.
    Cfr. ook het kleurrijke boekje 'Darmflora - Samenleven met bacterien' van de Stichting BWM Ė cfr. :
    http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOA_6YMKGP?Opendocument - (voor Ä 7 te bestellen bij : info@natuurdietisten.nl -.

    Goed inzicht krijgen in het ecologische systeem van de darmen kan door speciale ontlastingsonderzoeken.
    Dit geeft o.a. informatie over de zuurtegraad van de darmen, het aantal aŽrobe- en anaŽrobe darmflora, het aantal soorten schimmels en het verloop van de spijsvertering.
    Dankzij deze onderzoeken wordt het voorschrijven van de juiste voedingsadviezen makkelijker.
    Bijvoorbeeld door het geven van een eiwitbeperking bij een teveel aan proteolytische darmkiemen (bacteriŽn die leven van eiwitten).
    Of een vetbeperking bij een teveel aan lipolytische darmkiemen (bacteriŽn die leven van vetten) en een koolhydraatbeperking bij een teveel aan schimmels (deze leven van suikers).


    Elke bacterie zijn eigen groeivoorwaarden

    In het algemeen verdeelt men de darmflora -dat zijn de micro-organismen die in de darm leven - in op hun groeivoorwaarden.
    Er zijn aŽrobe, anaŽrobe en microaerophile flora.
    AŽrobe bacteriŽn groeien in aanwezigheid van zuurstof, anaŽrobe bacteriŽn groeien in zuurstofvrije omstandigheden en microaerophile bacteriŽn hebben zuurstofarme omstandigheden nodig.

    Residente en transiŽnte flora
    Er bestaat nog een verschil en dat is het verschil tussen wat heet de residente en transiŽnte flora.
    De residente flora zijn onmisbaar voor de fysiologische processen in de darmen.
    Dit zijn zogenaamde 'obligaat bacteriŽn'.
    Het is afgeleid van het woord 'obligaat' dat 'verplicht', 'noodzakelijk' betekent.
    De transiŽnte flora, ook wel 'passerende kiemen' genoemd, zijn permanent in de darm aanwezig.
    Ze komen simpelweg door de voeding binnen.
    Ze worden tot op zekere hoogte verdragen en hebben in het algemeen geen nut.
    Wťl hebben ze een schadelijke invloed op de darmen.
    Daarom worden in de uitslagen van ontlastingsonderzoeken zogeheten getolereerde waarden aangegeven (bijv. <10.4).


    De juiste onderlinge verhoudingen

    Een negatieve verschuiving tussen residente aŽrobe, anaŽrobe, microaerophile bacteriŽn en een toename van de transiŽnte flora (ook schimmels), leidt tot een beschadiging van de darmen.
    Dat kan tot een beschadiging van de stofwisseling (metabolisme) leiden.
    De hierboven genoemde 'residente flora' geven een stimulerend effect.
    Deze goede werking die ervan uitgaat, is afhankelijk van de ontwikkeling van het darmslijmvlies en het functioneren van het immuunsysteem.

    Een extra 'veiligheidsklep'
    De ruime verspreiding en receptorblokkade van die flora vormt een barriŤre tegenover lichaamsvreemde kiemen (een receptorblokkade is een specifiek mogelijkheid van het lichaam om ongewenste en/of schadelijke stoffen te signaleren, deze de weg te versperren en daarmee de doorgang te belemmeren).
    Zoín barriŤre ontstaat door een gezonde strijd om voedingsstoffen te creŽren en door het aanmaken van groeiremmende (z.g. microbiocide) stofwisselingsproducten.
    Samen met de anatomische indeling van de darm draagt deze (residente) flora bij aan het weerstandsvermogen tegen passerende (transiŽnte) kiemen (hieronder vallen ook schimmels).
    Naast het vormen van deze barriŤrefunctie nemen de (residente) flora vooral deel aan de stofwisseling van het darmslijmvlies.
    Zo kunnen ze vetzuren aanmaken.
    De door deze flora geproduceerde vetzuren met een korte moleculaire keten verzorgen ca. 40% van de energiebehoefte voor de epitheelcellen van de dikke darm.
    Enkele kiemen van de darmflora, zoals BifidobacteriŽn-stammen en E.coli. maken de vitaminen B1, B2, B6,B12, foliumzuur, biotine, niacine en pantotheenzuur aan.
    Stuk voor stuk belangrijke onderdelen voor uw gezondheid.


    PH-waarde

    De pH-waarde - ook zuurtegraad genoemd - van de ontlasting is een eenvoudige, maar belangrijke maatstaf voor de beoordeling van de in de darm aanwezige darmflora.
    Deze waarde geeft het resultaat weer van alle microbiŽle stofwisselingsprocessen in de dikke darm.
    De pH-waarde van de ontlasting zegt niets over de pH-waarde Ūn de andere lichaamsweefsels.
    Het gaat hier vooral om de samenstelling van de darmflora en vooral de afzonderlijke verhoudingen tussen de nutriŽnten die de pH-waarde beÔnvloeden.
    Koolhydraten die u eet worden door de koolhydraatbacteriŽn (de saccharolytische bacteriŽnflora) in de dikke darm omgezet in vetzuren.
    Daardoor ontstaat een verzuring van de darmflora, wat een pH-verlagende werking geeft.
    Eiwitten die u eet worden omgezet door de eiwit-actieve darmflora, de proteolytisch actieve darmkiemen.
    Deze produceren ammonia en andere stofwisselingsproducten, dat alkalische effecten geven.
    Dat wil zeggen ze hebben een pH-verhogende werking.

    Saccharolytische darmkiemen
    Deze zijn zuurvormend (dus pH verlagend) en leven van koolhydraten/vezels.
    Enkele heten :
    - Enterococcus sp.
    - Lactobacillus sp,
    - Bifidobacterium sp.
    - E.coli / E.coli varianten
    - Bacteroides
    Proteolytische darmkiemen
    Deze zijn alkaliserend (dus pH verhogend) en leven van eiwitten.
    Enkele heten :
    - E.coli/E.coli varianten
    - Eneterobacterien
    - Bacteroide stammen
    - Clostridien sp. (ook lypolytisch: wat wil zeggen het leeft van vet)
    - Pseudomonas
    - Proteus Klebsiella


    Een gezonde darm : een goede pH-waarde

    Bij een Europese omnivoor (dit is een alleseter, waaronder o.a. de mens valt) met gezonde darmen ligt de pH-waarde tussen 6,0 - 7,0.
    Eenzijdige voeding of een niet goed werkende vertering leidt tot een onjuiste darmflora (koolhydraten zijn pH verlagend, eiwitten zijn pH verhogend).
    Dat geeft op zijn beurt een ongewenste verschuiving van de pH-waarde.

    Het teveel eten van eiwitten of vetten geeft een overschot ervan in de dikke darm en dat geeft een alkalisch (pH verhogend) darmmilieu.
    Dit geldt ook voor storingen in de eiwit- en vetvertering (zoals exocrine pancreasinsufficientie, verstoorde secretie van galzuren) en voor ontstekingen van het darmslijmvlies.

    De juiste zuurtegraad van uw darmen
    Een overwegend zuurvormende (saccharolytisch) actieve dikke darmflora door vezelrijke voeding en ook koolhydraatintolerantie leiden dus tot een verzuring van de ontlasting.
    Dat is juist goed, omdat bij een alkalische (dus pH-verhogend) pH-waarde veel bacteriŽle enzymsystemen met een schadelijke werking optimaal functioneren, wordt gestreefd naar een zure pH-waarde van de ontlasting tussen 5,8 - 6,8.
    Deze waarde kunt u bij een vezelrijke voeding verwachten.
    Bij zuigelingen bestaat de dikke darmflora bijna uitsluitend uit bifidobacteriŽn en lactobacillen, dus verzurende bacteriŽn, wat blijkt uit de typisch zuur ruikende ontlasting met een pH-waarde tussen 5,0 Ė 5,5.
    Een onjuiste zuurtegraad
    Bij een onjuiste zuurtegraad kunnen een voor de mens schadelijke, bacteriŽle stofwisselingsproducten (toxinen) geproduceerd worden zoals biogene aminen of precarcinogenen.
    Bovendien vestigen en vermeerderen allerlei ongewenste kiemen (ook enteropathogenen) zich beter in het alkalische (pH verhogend) milieu.
    Een pH-waarde hoger dan 7,0 is niet aan te raden.
    Daarom wordt deze waarde als bovengrens gehanteerd.
    Bij een pH-waarde van 7.0 of hoger moet een nauwkeurige voedingsanamnese en evt. verder onderzoek (verteringsparameter, aanwijzingen voor ontstekingen) gedaan worden.
    Gevolgd door een therapeutische behandeling ervan.


    Een goede vertering : het halve werk

    Winderigheid, onduidelijke klachten in de onderbuik, diarree, obstipatie en andere maag-darmstoringen, gaan vaak gepaard met min of meer duidelijke verschuivingen in de darmflora.
    Met als resultaat een onvoldoende werkende spijsvertering en/of onvoldoende opname van de voedingsstoffen.
    Met behulp van bepaalde testen is het mogelijk een gebrekkige vertering (spiervezels, zetmeel, neutrale vetten, vetzuren) in de ontlasting aan te tonen.
    Deze eenvoudige, snelle en goedkope methode is een eerste aanwijzing op verstoringen in uw vertering of in uw opname.
    Soms kan verder onderzoek nodig zijn.


    BacteriŽle dysbiose

    De darmflora beschermt uw lichaam tegen infecties, produceert belangrijke voedingsstoffen en speelt een belangrijke rol in uw immuunsysteem.
    Een goede balans in deze darmflora is dus essentieel.
    Als deze balans verstoord raakt spreken we van een 'bacteriŽle dysbiose'.
    Meestal betreft dit een teveel van een of meerdere soorten met minder gunstige eigenschappen, zoals een schimmelsoort of de bacterie Clostridium of Pseudomonas.
    Deze overgroei gaat ten koste van de goedaardige flora (bv. de Bifido en Lactobacillus).


    Het ontstaan van een dysbiose

    Een disbalans in de darmflora ontstaat door verschillende oorzaken.
    Hier noemen we er enkele.
    Zo bestaat er geen twijfel aan de onmisbaarheid van antibiotica.
    Het zijn echte levensredders in noodgevallen.
    Naast de ziekteverwekker die bestreden wordt, kan bij sommige antibioticabehandelingen (oraal, breedspectrum) helaas een zeer groot gedeelte van de goedaardige microflora in de darm verdwijnen.
    De zo ontstane Ďlegeí darm is zeer gevoelig voor infecties zowel van buitenaf als van binnenuit door bepaalde stoffen die zich nog in de darm bevinden.
    Twintig tot dertig procent van de mensen die behandeld zijn met breedspectrum antibioticatherapie krijgt diarree die bijna altijd het gevolg is van een infectie met Clostridium.
    Verder kunnen er ook andere infecties optreden zoals door Candida, E-coli en gistschimmels.
    Niet alleen antibiotica kan een ongewenste bijwerking op de goedaardige microflora geven.
    Andere mogelijkheden zijn :
      

    • Langdurige of frequente obstipatie
    • Chloor en andere bacteroÔcide chemicaliŽn (zware metalen, medicijnen, fluor e.d) die zich in het drinkwater bevinden.
    • Vlees uit de bio-industrie met antibiotica
    • Overmatig alcohol gebruik/misbruik. Overmatig suiker-, vet- en dierlijk eiwitgebruik (bijvoorbeeld kaas, vlees, melk).
    • Eten van bedorven voedsel, voedselvergiftiging.

    • Langdurig vasten. Of niet eten, zoals bij eetstoornissen kan voorkomen.

    • Verteringsstoornissen (onvoldoende maagzuur, slechte galfunctie, slechte pancreasenzymen productie, slechte darmperistaltiek).

    • Infecties.

    • Darmoperatie, bestralingstherapie en chemokuur.

    • Medicijngebruik (bijvoorbeeld de NSAIDís, dit zijn ontstekingsremmers).

    • Emotionele en fysieke stress.


    Vertering en mineralen

    In de voeding zijn mineralen en spoorelementen meestal gebonden aan eiwitten of andere organische verbindingen.
    Sommigen kunnen in deze vorm worden opgenomen door de dunne darm.
    De meeste mineralen en spoorelementen kunnen slechts als ion worden opgenomen.
    Daartoe moeten ze eerst worden vrijgemaakt uit hun gebonden vorm door te kauwen en door een gedeeltelijke vertering van het voedsel.
    De vertering loopt in twee fasen :
     

    • Fase 1 betreft de vertering in de maag, waarbij het mineraal in ionische vorm vrijkomt.

    • Fase 2 betreft het inpakken (de chelatie) van het mineraal door aminozuren (aminozuurchelaat), waarna absorptie kan plaatsvinden.


    Makkelijke mineralen : in ion-vorm

    Klachten als dysbiose, verminderde enzymatische activiteit van de pancreas, verminderde maagzuurproductie, atrofie van de darmvlokken en malabsorptie syndroom, hebben negatieve gevolgen voor de spijsvertering.
    Er is een mogelijkheid om dan gesuppleerde mineralen in een ionische vorm te geven, zodat fase 1 van de vertering wordt omzeild.
    In de darm is er voldoende eiwit aanwezig uit afbraak van oude darmcellen voor de fase 2 : het inpakken (de chelatie) van de mineraal-ionen tot aminozuurcomplexen die nodig zijn voor goede opname (absorptie).


    Wat is een ion ?

    Een ion is een deeltje (een atoom of een groep atomen) dat een electrische lading draagt.
    Er zijn twee groepen ionen : positief geladen ionen, de kationen (+) en negatief geladen ionen, de anionen (-).
    Voorbeelden van belangrijke kationen in het lichaam zijn die van magnesium, natrium, kalium, calcium en waterstof.
    Belangrijke anionen zijn bicarbonaat, chloride en fosfaat.

    Katalytische oligotherapie
    Oligo- of spoorelementen zijn natuurlijke mineralen die in kleine dosis toegediend worden.
    Ze helpen als activator van enzymen en bij het opheffen van enzymblokkades.
    Ze spelen o.a een rol als : cofactor van enzymen, vitamines en van structurele stoffen en hormonen in het lichaam.
    Het speelt een rol als regulator bij ionfluxen door de membranen en als als regulator bij de DNA synthese.
    Oligo-elementen kunnen pas optimaal benut worden als ze in de geÔoniseerde vorm (de Ďniet-gebondení vorm of de zogenaamde voorverteerde vorm) toegediend worden.
    Tabletten zijn niťt geÔoniseerd omdat de lading van de mineralen door het tabletteren geneutraliseerd worden.
    Om diezelfde reden mag u vloeibare geÔoniseerde spoorelementen niťt in contact laten komen met een metalen lepel.
    Een betere opname
    De opname (absorptie) wordt door de geÔoniseerde vorm zeer effectief verhoogd.
    Oligo-elementen worden heel snel via het mondslijmvlies direct in het bloed opgenomen.
    Vandaar het advies de vloeistof dertig seconde onder de tong houden, bij voorkeur nuchter of voor de maaltijd.


    Kwalijke bacteriŽn en kwalijke werkingen

    De verkeerde bacteriŽn kunnen bij een overgroei in de darmflora schade aanrichten.
    Aan een kant ontstaat er schade door speciale enzymen die de vele schadelijke bacteriŽn afgeven.
    Aan de andere kant ontstaat er schade door de afvalstoffen van deze hoeveelheid schadelijke bacteriŽn.
    Van dit laatste hebben vooral de lever en de darmwand te lijden.
    We zetten het voor u even op een rijtje wat de nare gevolgen kunnen zijn.


    Schadelijke enzym-activiteiten

    Enzymen die geproduceerd worden bij een bacteriŽle overgroei kunnen teruggevonden worden in de ontlasting.
    De meest belangrijke enzymen zijn :

    • Urease (afkomstig van Bacteroides, Proteus, Klebsiella) wordt opgeroepen door het eten van veel vlees.
      Urease maakt ureum wateroplosbaar tot ammonia, waardoor de pH-waarde van de ontlasting toeneemt. Dit geeft meer kans op darmslijmvliesschade (mucosale schade) en uiteindelijk op darmkanker.

    • Decarboxylase levert vaso-actieve en neurotoxische amines op.
      Onder meer histamine, octopamine, tyramine) wat o.a. hoofdpijn, gedragsveranderingen en zenuwoverprikkelingen geeft.
    • Tryptofanase wordt opgeroepen door vlees en zorgt voor de afbraak van tryptofaan tot kankerverwekkende fenolen.

    • Beta Glucoronidase wordt opgeroepen door eiwitrijk voedsel en zorgt voor hydrolysatie (het in water oplosbaar maken) van geconjugeerde oestrogenen en galzouten (in de lever) waardoor ze de-conjugeren en daarmee weer in de circulatie terugkomen.
      Dit kan mogelijk een verhoogde kans op borstkanker geven door een overmaat aan de Ďverkeerdeí oestrogenen.
      Giftige (toxische) galzouten zorgen voor schade aan de darmwand.
      Dit kan een risico op het lekkende darmsyndroom geven en een toename van allergische reacties).

    • Azoreductase; hydrolyseren (het in water oplosbaar maken) ook galzouten.

    • Nitroreductase; hydrolyseren (het in water oplosbaar maken) de galzouten.

    • Pancreases; breken pancreasenzymen af en die van de intestinale brush border.
      Dit resulteert in een slechte pancreaswerking, slechte opname van nutriŽnten en darmslijmvliesschade ('mucosale schade').
      In het ergste geval kunnen de darmvlokken (viili) beschadigd raken en een pseudo-coeliakie ontstaan met een glutengevoeligheid als gevolg.


    Leverbelasting en ontstekingen aan de darmwand

    De exo- en endotoxines ('toxisch' = 'giftig') die ontstaan door een teveel aan schadelijke bacteriŽn lekken door de darmwand ('tight junctions').
    Dit veroorzaakt ontstekingsschade aan de darmwand en de lever.
    Als gevolg hiervan kunnen nutriŽnten uit de voeding niet goed meer worden opgenomen.
    Dit kan dan weer leiden tot andere vervelende effecten, zoals vermoeidheid, huidklachten, gewrichtsklachten enz.

    Extra werk voor de lever
    De lever moet een teveel aan schadelijke bacteriŽn 'overuren' maken om de gifstoffen die door de darmwand lekken te ontgiften.
    Veel vrije radicalen komen hierbij vrij, waardoor de gal vol gifstoffen komt.
    Wat op zijn beurt weer schade geeft aan de pancreas en een te grote doordringbaarheid (hyperpermeabiliteit) van de darm veroorzaakt.
    Giftige (toxische) stoffen en toxische galzouten geven een overprikkeling aan de darm (PDS; prikkelend darmsyndroom ) met als gevolg opgeblazen gevoel, pijnklachten, voedselintoleranties e.d.
    Lekkende antilichamen vanuit de darm kunnen zich hechten aan gewrichtsspleten en zo ontstekingsreacties geven in de gewrichten.
    De behandeling met ontstekingsremmers (NSAIDís) maakt in feite het probleem van de lekkende darm alleen maar erger door toename van de ontstekingsreacties van het darmslijmvlies.
    Het is bekend dat infecties in de darmen met bijvoorbeeld Klebsiella, Salmonella en Yersinia reactieve artritis (gewrichtsontsteking) kunnen veroorzaken.
    BacteriŽle antigenen kunnen dan de bloedstroom in lekken (translocatie) en veroorzaken zo (via immunosensitatie) ontstekingen in de gewrichten.


    Schimmels

    Een onderdeel van het ontlastingsonderzoek kan zijn of er sprake is van teveel aan schimmels in de darmflora.
    De meeste mensen kennen vooral de schimmel Candida albicans.
    Er zijn nog veel andere belangrijke schimmels, zoals :

    • Apathogene schimmels
      b.v. Candida utiles (bakkersgist)
      Cunninghamella elegans

    • Gistschimmels
      Candida albicans
      Var, stellatoidea
      Candida glabrata
      Candida guillermondii
      Candida krusei
      Candida parapsilosis
      Candida tropicalis
      Trichosporon cutaneum
      Sacharomyces cerviciae
      Cryptococcus neoformans
      Geotrichum candidum

    • Huidschimmels
      Mikrosporum nanum
      Mikrosporum mentagrophytes
      Mikrosporum gypseum
      Trichophyton tonsurans
      Trichophyton schoenleinii
      Trichophyton rubrum

    • Overige
      Aspergillus fumigatus
      Aspergillus niger
      Aspergillus flavus
      Alternaria alternata
      Mucor species
      Rhizomucor pusillus.


    De uitslag van een ontlastingsonderzoek

    Bij de beoordeling van het ontlastingsonderzoek moet met veel componenten rekening worden gehouden.
    Er kunnen bijvoorbeeld gelijktijdig verschillende verteringsstoornissen optreden.
    Het kan ook zijn dat er rekening moet worden gehouden met grote beschadigingen in het darmslijmvlies.
    Er wordt ook gekeken of er sprake is van een teveel aan schimmels.


    Darmflora opbouw

    Vandaar dat het opbouwen van de darmflora - zoals bijvoorbeeld het opheffen van een dysbiose - gepaard gaat met meerdere punten die tegelijkertijd aangepakt moeten worden.
    Die gelijktijdige aanpak op meerdere fronten zorgt dat de darmflora zo snel mogelijk op orde komt. (de kuur duurt gemiddeld 2 maanden).
    Na 6 tot 8 weken is een nieuwe controle voor de ontlasting nodig.

    Enkele onderdelen van deze opbouw zijn :

    1. Bestrijding van de 'overall flora depressie' en/of het teveel aan schimmels
      'Overall flora depressie' is het verschijnsel dat de darmflora over de gehele linie tekortkomingen vertoont.
      Een voedingsbodem maken voor goede aerobe en anaerobe darmbacteriŽn en het aanvullen van meerdere van deze goede bacteriŽn.
      U kunt denken aan het eten van voldoende vezels (groente, fruit) en het innemen van Inuline (cfr. hierover verderop) en aan het aanvullen van Probiotica (met een samenstelling van die bacteriŽn die bij u ontbreken dan wel verlaagd zijn).

    2. pH-Herstel of -behoud
      Door de juiste zuurtegraadwaarden (pH-waarden) in de darm wordt de groei van vooral lichaamseigen anaerobe darmflora gestimuleerd.
      Daardoor wordt de immunologische rol van de darmflora ondersteund.
      De spijsverteringsenzymen kunnen hierdoor ook beter gaan werken.
      Tevens wordt het herstel van het darmslijmvlies bereikt.
      U kunt denken aan speciale voedingsadviezen die nodig zijn voor het bevorderen van de goede aanhechting van de juiste bacteriŽn en aan preparaten die voor een goede aanhechting van de bacteriŽn zorgen of een preparaat met enterococcen en/of escheria coli.

    3. Vertering ondersteunen
      Met speciale voedingsadviezen die de vertering ondersteunen of preparaten die dit doen kunt u de vertering verbeteren.
      Afhankelijk van het teveel van de bacteriesoort(en) kunt u als advies krijgen :
      - bij de lipolytische soort (bv. Clostridium) : hiervoor geldt een vetbeperking
      - bij de proteolytische soort (bv. Pseudomonas) : hiervoor geldt een eiwitbeperking (voornamelijk dierlijke eiwitten).
      - bij de saccharolytische soort (bv. bij verlaging van de Bifido en aanwezigheid van schimmels) : hiervoor geldt een strenge koolhydraatbeperking.

    4. Prebiotica
      De in de darm levende bacteriŽn zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van voedingsvezels.
      Er zijn twee soorten vezels : wateroplosbare en niet-wateroplosbare.
      Onder de wateroplosbare vezels vallen onder andere : inuline, pectine en (haver)zemelen.
      Onder de niet-wateroplosbare cellulose.
      De wateroplosbare vezels noemt men gezien hun chemische structuur 'niet-zetmeel polysacchariden' (NSP's).
      De dunne darm kan deze groep stoffen niet opnemen (resorberen).
      Daardoor staan ze volledig ter beschikking van de darmflora in de dikke darm.


    Inuline en de relatie met bifidobacteriŽn

    Inuline is in de groep NSPís een uitgebreid onderzochte stof.
    Van bifidobacteriŽn is bekend dat ze over enzymen beschikken die geschikt zijn voor de hydrolyse (het in water oplosbaar maken) van inuline.
    Inuline komt voor in artisjokken, cichorei, aard-peer, zoete aardappelen en bananen.
    De bifidobacterie en andere groepen gezondheidsbevorderende bacteriŽn worden gestimuleerd door NSP.

    BifidobacteriŽn : voor uw gezondheid
    De bifidobacteriŽn (melkzuur bacteriŽn) hebben de volgende positieve effecten op de gezondheid : 

    • Ze produceren B-vitamines.

    • Ze gaan allergieŽn tegen.
      De microbiŽle stofwisseling in de dikke darm zet inuline om in onder andere kortketenige vetzuren zoals acetaat, propionaat en butyraat.
      Deze stoffen komen de rode bloedlichaampjes (erytrocyten) in de dikke darm ten goede.
      Door een tekort aan erytrocyten, neemt de doorgangbaarheid van de darmen (darmpermeabiliteit) toe, wat allergieŽn en voedingsintoleranties uitlokt.

    • Ze belemmeren de groei van Clostridium en andere ongewenste micro-organismen.
      Door een te eenzijdige voeding met gebrek aan ballaststoffen loopt het aantal bifidobacteriŽn terug.
      Deze groep is namelijk sterk afhankelijk van NSPís als voedingsbron.
      Via ontlastingsonderzoek is dit effect aan te tonen.
      Het gevolg hiervan is dat Clostridium bacteriŽn zich kunnen vermenigvuldigen.
      De stofwisselingsproducten van deze bacteriŽn hebben zoals eerder al beschreven een negatief effect op het darmmilieu.
      De ontlasting wordt basisch en er ontstaat ammoniak (dat de lever belast) bij de eiwitstofwisseling.
      Daarbij worden voorwaarden gecreŽerd die de huisvesting van ziekmakende (pathogene) bacteriŽn bevordert.
      Ook de galzouten worden dan ontoereikend opgenomen waardoor de galproductie ter compensatie moet toenemen.
      Dit maakt de kans op galsteenvorming groter.
      NÚg dramatischer zijn de veranderingen die onder invloed van de NDH-clostridiumgroep (Nuclear Dehydrogenetaing Clostridia) optreden.
      Deze bacteriŽn zijn in staat galzuren om te zetten in kankerverwekkende (carcinogene) stoffen.
      Dit proces kan op de langere termijn darmkanker (coloncarcinomen) veroorzaken.

    • Ze geven minder belasting voor nieren en lever.
      Door een verhoogd aantal bifidobacteriŽn in het lichaam (dankzij de inname van inuline) ontstaat er een grotere bacteriŽle omzetting van stikstof.
      De bacteriŽle binding aan stikstofmetabolieten levert een hogere stikstofuitscheiding op, waardoor er minder ammoniak gevormd kan worden.
      Een teveel aan ammoniak geeft o.a. hoofdpijn, vermoeidheid, suffigheid, jeuk.
      Het toegenomen aantal melkzuurbacteriŽn zorgt voor aanzuring van de darmlumen.
      De verhouding ammoniak-ammonium verschuift daardoor naar ammonium.
      Ammonium is nauwelijks opneembaar en verlaat via de ontlasting het lichaam.
      De lever en de nieren profiteren hiervan en worden minder belast.

    • Het geeft een daling van cholesterol.
      De aanzuring van de darmlumen door de melkzuur producerende bifidobacteriŽn verklaart ook de cholesterolverlaging door het gebruik van inuline.
      Daarbij bindt inuline triglyceriden, fosfolipiden, vrije vetzuren en cholesterol aan zich, waardoor deze stoffen gebonden via de ontlasting het lichaam verlaten.
      U merkt dit door een afname van vermoeidheid en een verbeterd prestatievermogen.

    • Inuline zet de darmen in beweging.
      Inuline is niet alleen een weldaad voor de darmbacteriŽn.
      Ook bij overgewicht is de inname van inuline aan te bevelen.
      Door de waterbindende capaciteit van inuline neemt het verzadigingsgevoel toe en de maaglediging wordt vertraagd.
      Inuline stabiliseert glucoseschommelingen in het bloed, waardoor vetopslag en hongergevoelens worden geremd.
      Bij obstipatie biedt inuline een veilige en effectieve oplossing.
      Antrachinonderivaten zoals Senna producten zijn op de lange termijn schadelijk voor de darmen en de darmlumen.
      Ook is een steeds hogere dosering nodig om resultaat op te leveren.
      Inuline heeft deze effecten niet en kan langdurig ingenomen worden.
      Bij het gebruik van inuline neemt het volume van de ontlasting toe.
      Door de volumevergroting neemt de darmperistaltiek toe.
      Ook wordt de ontlasting zachter.
      Inuline kan bepaalde verteringsenzymen binden, waardoor de voedingsstoffen optimaal beschikbaar komen.
      De verbeterde efficiŽntie van de spijsverteringsenzymen ontlasten de pancreas en de gal.
      Een aangesterkte Ďmelkzuurfloraí verbetert de tolerantie van lactose.
      Door het gebruik van pre- en of probiotica is het vaak mogelijk een lactose intolerantie af te bouwen.
      Door het gebruik van inuline neemt de snelheid van de passage van de voeding toe.
      Hoe hoger het gewicht van de ontlasting, hoe korter deze in de darmen verblijft.
      Door de kortere passagetijd is het contact met giftige (toxische) en kankerverwekkende (carcinogene) stoffen minimaal, het maakt hierbij niet uit of deze stoffen in de voeding zitten of ontstaan als bijproduct van de stofwisseling.
      Daarbij hebben wateroplosbare ballaststoffen door hun grote oppervlakte een hoog bindingsvermogen aan kationen.
      Belasting door zware metalen wordt hierdoor verminderd.
      Inuline inname bij diabetici zorgt voor een vertraagde afgifte van de in de voeding aanwezige koolhydraten.
      Onderzoek geeft aan dat de glucosetolerantie verbetert, de glucose uitscheiding via de nieren vermindert en er een afname van de HbA1 waarde optreedt.

    • Het remt bacteriŽn die in staat zijn nitraten om te zetten in potentieel gevaarlijke nitrieten.

    Een verbetering van de darmfunctie kan bij ernstige ontregelde darmen pas na 8 tot 16 weken optreden.


    Probiotica

    Naast inuline en probiotica zijn ook de lactobacillen van groot belang.
    Kort samengevat hebben ze de volgende eigenschappen :

    • Ze gaan de aanhechting of groei van ziekmakende (pathogene) bacteriŽn in de ingewanden tegen, wat hun vermogen om het maag-darmkanaal te koloniseren reduceert.

    • Ze produceren bacteriedodende metabolieten waaronder H2O2.

    • Ze belemmeren de verplaatsing van ziekmakende bacteriŽn langs de darmwanden. 

    • Ze bevorderen de afbraak van de door ziekmakende bacteriŽn geproduceerde giften (zoals carcinogene amines).

    • Ze zorgen voor de opname van nitriet, waardoor de vorming van schadelijke amines voorkomen wordt.

    • De schadelijke enzymactiviteit (zie boven) van de bacteriŽn neemt af.

    • Met name de bifido is in staat moeilijk verteerbare koolhydraten (oligosacharides) te fermenteren waardoor korte ketenvetzuren ontstaan die de darmperistaltiek bevorderen.

    • Lactobacillen hebben het vermogen om de inwerking van microbiele toxinen te verhinderen door de toxinereceptoren van de gastheer enzymatisch te veranderen.
      Competitie om plaatsen op het darmepitheel en beschikbare voedingsstoffen spelen hierbij een rol.

    • Lactobacillen geven een verlaging aan Enterococcen overgroei en Clostridium overgroei.

    • Lactobacillen completeren de afbraak van voedselallergenen (bv. Koemelk-caseÔnen).
      Hierdoor worden immuunreacties tegen voedselallergenen onderdrukt en dat geeft ook een vermindering van ontstekingsreacties (down-regulatie van een immuunrespons).

    • Lactobacillen verlagen de urease-activiteit in de darmen (geeft verbeteringen bij artritis).

    • Lactobacillen hebben een hoge Beta-galactosidase-activiteit die de aanwezige lactose in de melk of yoghurt kunnen omzetten in glucose en galactose. (meting hoeveelheid geproduceerd waterstofgas geeft aan hoeveel lactose er omgezet kan worden.
      Hoge metingen geven lactose-intolerantie aan).

    • Ze geven een verhoogde IgA -immuunrespons, waardoor de immunologische barriŤre toeneemt.

    • Ze produceren antilichamen en verhogen ook de stimulatie van fagocyten die essentieel zijn voor het goed functioneren van het immuunsysteem.

    • Ze helpen bij de assimilatie van cholesterol.

    • Ze maken lactase vrij, het enzym dat voor de afbraak van melklactose zorgt.

    • Ze vertonen uitgesproken anti-microbische activiteiten tegen organismen zoals C. difficile, Candida albicans, E. colli, Pseudomonas aeruginosa, Salmonella typhimurium, Staphylococcus aureus, Heliobacter pylori.

    • De her-kolonisatie van de juiste microflora verloopt vlotter na het gebruik van een antibioticakuur waardoor het risico voor overgroei van de schadelijke wordt voorkomen.


    Tumor M2-PK-Test in de ontlasting

    Deze test uit de faeces is om vroegtijdige darmkanker op te sporen.
    Met 30.000 patiŽnten jaarlijks die overlijden aan darmkanker staat deze op de tweede plaats als soort carcinoom met fatale afloop .
    Bij een tijdige herkenning en behandeling is het genezingspercentage groot.
    De meting van tumor M2-Pk is niet afhankelijk van het aantonen van occult bloed in de ontlasting.


    Calprotectinetest in de ontlasting

    Calprotectine is een eiwitcomplex met antibacteriŽle eigenschappen.
    Calprotectine ontneemt de bacteriŽn de moelijkheid om zich te ontwikkelen.
    Calprotectine wordt uitgescheiden bij ontstekingsreacties van neutrofiele granulocyten, macrofagen en keratincyten.
    Het is een test die kan differentiŽren tussen een chronische ontsteking, intenstinale ziekten en geÔrriteerd colon syndroom.
    Deze test heeft ook eenhoge sensitiviteit in het detecteren van colon-rectale carcinomen en poliepen.
    Calprotectine en M2-PK kunnen beÔnvloed worden door parasieten.
    Calprotectine is een ontstekingsmarker voor de darmen.
    Het is logisch dat deze parameter verhoogd wordt bij parasitaire infecties.
    De M2-PK kan ook verhoogd aanwezig zijn in het geval van een gluten-enteropathie.
    Vroegdiagnostiek geeft de mogelijkheid om de voedingsadviezen nog meer op maat te maken.
    De natuurdiŽtisten kunnen u hierbij helpen.


    Literatuur en links

    • Voor meer informatie over onderzoeken
      - RP Vitamino Analytic :
      http://www.rp-vitamino.com/site/1491616238961630/niederlaendisch/consumer/
      - Laboratorium Pro Health B.V. :
      www.prohealth.nl

    • Zoekt u een boekje over darmflora ?
      - Darmflora - Samenleven met bacterien (Stichting BWM)
      - De afslankclub (Patty Harpenau)
      - De natuurlijke gezondheidswijzer (Henny de Lint)
      - Eerste hulp bij eetbuien (Joanna Kortink)
      - Eten voor de kleintjes - Van borst tot boterham (Stefan Kleintjes)
      - Feiten over vetten (Mary G. Enig Ph.)
      - Gouden boekje voor de gewrichten (Gert Schuitemaker)
      - Gouden boekje voor de gezondheid (Gert Schuitemaker)
      - Gouden boekje voor het Hart (Gert Schuitemaker)
      - Het lichaam is perfect (Annemarie Postma)
      - Honger naar geweld (Gert Schuitemaker)
      - Ken je eigen hoofdmenu - Afvallen zonder dieet (Patty Harpenau)
      - Schizofrenie (Dr. Harold Foster)
      - Uit de ban van eetbuien (Joanna Kortink)
      - Uit de ban van eetbuien (Luister-CD) (Joanna Kortink)
      - 't Went zo'n element (Tessa Gottschal & Marijke de Waal Malefijt)
      - Wat je eet ben je zelf (Gillian McKeith)
      - Wat je eet ben je zelf kookboek (Gillian McKeith)
      - Wat je eet ben je zelf maaltijdplanner (Gillian McKeith)
      Cfr. :
      http://www.natuurdietisten.nl/detail.php?cod=400&page=9#enig


    Cfr. : http://www.natuurdietisten.nl/detail.php?cod=103&id=373&page=9

    30-07-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gezondheidsraad erkent chronisch vermoeidheids syndroom -- Echt altijd moe - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




     

















    Gezondheidsraad erkent chronisch vermoeidheids syndroom
    - Echt altijd moe -

    PMC Roosendaal, 23-07-07
    Bron : Gezondheidsraad


    Deel I


    Nederland telt naar schatting tussen de dertig- en veertigduizend patiŽnten met het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS).
    Ruim driekwart van hen is vrouw. CVS- patiŽnten voelen zich voortdurend moe en uitgeput en hebben daarbij ook allerlei andere lichamelijke klachten.
    Hun werk valt hen vaak te zwaar, evenals hun sociale leven.
    CVS is een controversiŽle aandoening.
    Zowel binnen als buiten de medische wereld zijn er mensen die wel en mensen die niet in het bestaan ervan geloven.
    Dat heeft onder meer tot grote meningsverschillen geleid over het vermogen van CVS-patiŽnten om arbeid te verrichten en daarmee over het recht op een uitkering.


    Oorzaken

    De precieze oorzaken van de aandoening CVS zijn nog niet bekend, maar vaststaat dat het gaat om een samenspel van lichamelijke en psychosociale factoren.
    De beste behandeling is niet totale rust, maar een geleidelijke opbouw van lichamelijke activiteit.
    Cognitieve gedragstherapie kan daarbij helpen.
    Er is nog weinig bekend over het ontstaan en de oorzaken van CVS.
    Eenvoudige diagnostische tests zijn er niet.
    Voor de Gezondheidsraad staat vast dat CVS niet is af te doen als een ziekte die louter psychische oorzaken heeft.
    CVS is ťťn van de vele syndromen met lichamelijk onverklaarde klachten, waartoe bijvoorbeeld ook fibromyalgie en het prikkelbaredarmsyndroom behoren.
    Het klachtenpatroon bij deze aandoeningen duidt op een ontregeling van regelsystemen of van de communicatie tussen regelsystemen.
    De ontregeling lijkt terug te voeren op eenzelfde grondpatroon: een langdurige en ernstige verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en belasting.


    Rust Roest

    Moeheid is in het algemeen een signaal om het kalmer aan te doen, maar totale rust doet de conditie geen goed en houdt de klachten uiteindelijk in stand.
    ĎRust roestí is daarom de rode draad in het beleid bij vermoeidheidsklachten.
    CVS-patiŽnten moeten het advies krijgen te doen wat ze nog kunnen, zo nodig na aanpassing van werk(tijden) in overleg met de bedrijfsarts.
    Verder blijkt cognitieve gedragstherapie een effectieve behandeling te zijn.
    PatiŽnten leren hun mogelijkheden optimaal te benutten en hun lichamelijke activiteit geleidelijk op te bouwen met als doel herstel van functioneren en werkhervatting.
    Voor een adequate zorgverlening is uitbreiding van de behandelcapaciteit nodig.
    Cognitieve gedragstherapie bij CVS is alleen structureel beschikbaar in Nijmegen, maar daar staan ruim driehonderd patiŽnten op de wachtlijst.
    Er zouden meer centra gevormd moeten worden die zich speciaal op CVS richten of meer in het algemeen op onderzoek en behandeling van stressgebonden aandoeningen.
    De kennis over CVS vertoont grote hiaten.
    De zoektocht naar ťťn specifieke oorzaak van CVS is niet vruchtbaar gebleken en zal vermoedelijk ook in de toekomst niet leiden tot een verklaring van het scala van symptomen en verschijnselen.
    Een daadwerkelijke vergroting van het inzicht in de oorzaken en de behandeling van CVS vergt een multidisciplinaire aanpak.



    Psychosomatische fysiotherapie
    De therapeut leert u luisteren naar uw eigen lichaam
    Cfr. :
    http://www.pmcmoleneind.nl/pmc/Zorg/psychosomatische_fysiotherapie.htm




    Echt altijd moe

    M.M. Klaver en A.P. Visser
    - M.M. Klaver, emotieneuroloog, Hengelo, Werkgroep Onbegrepen Lichamelijke Klachten (de Paarse Brandnetel)
    - A.P. Visser, psycholoog, Helen Dowling Instituut, Utrecht, Werkgroep Onverklaarbare Chronische Klachten (OCK)
    Correspondentieadres :
    mmklaver@planet.nl


    ... De omgeving gebruikt termen als 'psychisch', 'aandacht', 'secundaire ziektewinst', 'modeziekten', 'inbeelding', 'aanstellen' en 'tussen de oren'.
    Het zijn allemaal termen met een negatieve bijbetekenis, die haaks staan op het idee dat we de patiŽnt serieus moeten nemen...

    ... alleen wetenschappelijk bewijs en aantoonbaarheid zijn Ďechtí.
    Deze visie ligt ten grondslag aan de vrucht van het dualisme : het biomedisch denken...

    ... Er is echter geen wetenschappelijk bewijs voor de opvatting dat niet-wetenschappelijk bewezen klachten niet echt zijn.
    Er zijn veel echte subjectieve verschijnselen, die niet wetenschappelijk bewezen zijn.
    Hiermee verliest het wetenschappelijke bewijs als argument voor echtheid van klachten aan betekenis...

    ... Het uitgangspunt dat lichaam en geest een eenheid vormen en dat recht dient te worden gedaan aan biologische ťn psychosociale factoren is de kern van de biopsychosociale visie.
    Deze visie is de meest geschikte benadering voor de beoordeling en behandeling van CVS...

    ... Niet-erkennen is een belangrijke klachteninstand--houdende factor...


    Artsen moeten CVS-patiŽnten serieus nemen

    Het chronisch-vermoeidheidssyndroom is geen inbeelding en het gaat niet vanzelf over.
    Het is een reŽel klachtenbeeld dat door vele factoren wordt bepaald en ook als zodanig moet worden behandeld.
    Bij de erkenning van het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS) speelt het echtheidscriterium een cruciale rol.
    Dit blijkt uit het onlangs verschenen advies van de Gezondheidsraad en de reactie daarop van minister Hoogervorst.
    De minister wil CVS niet erkennen wegens het ontbreken van wetenschappelijk bewijs : alleen wetenschappelijk bewijs en aantoonbaarheid zijn Ďechtí.
    Deze visie ligt ten grondslag aan de vrucht van het dualisme : het biomedisch denken.
    Het leven en de kliniek zijn echter meer dan wetenschap en biomedische denkwijze alleen.
    Het echtheidscriterium is een symbool van het biomedisch denken geworden.
    Vanuit onze langdurige betrokkenheid bij de problematiek van onbegrepen lichamelijke klachten dan wel onverklaarbare chronische klachten willen wij daar enige kanttekeningen bij maken.


    Inbeelding

    Velen binnen en buiten de medische wereld beschouwen Ďniet-echteí klachten als inbeelding.
    Dit vinden we terug in de termen 'aanstellen', 'aandacht', 'tussen de oren' en 'secundaire ziektewinst'.
    Er is echter geen wetenschappelijk bewijs voor de opvatting dat niet-wetenschappelijk bewezen klachten niet echt zijn.
    Er zijn veel echte subjectieve verschijnselen, die niet wetenschappelijk bewezen zijn.
    Hiermee verliest het wetenschappelijke bewijs als argument voor echtheid van klachten aan betekenis.

    De commissie van de Gezondheidsraad heeft zich verzet tegen de dualistische weergave van de werkelijkheid.
    In een zeer afgewogen oordeel stelt ze dat er toenemend bewijs is voor de niet-dualistische integrale opvatting dat biologie (biochemische processen) en psychologie (gedrag) twee aspecten van hetzelfde zijn.
    Zo is aangetoond dat iemand die in de steek wordt gelaten daadwerkelijk pijn voelt.
    In de afgelopen jaren zijn zelfs bij Ďhysterieí en placebo als inbeeldingequivalenten zachte neurologische functiestoornissen zichtbaar geworden op fMRI als teken van functioneel substraat.
    Het uitgangspunt dat lichaam en geest een eenheid vormen en dat recht dient te worden gedaan aan biologische ťn psychosociale factoren is de kern van de biopsychosociale visie.
    Deze visie is de meest geschikte benadering voor de beoordeling en behandeling van CVS.
    De erkenning behoort te worden getoetst aan valide biopsychosociale criteria en dit is wat de Gezondheidsraadcommissie in haar rapport ook heeft gedaan.


    Schijn

    Het argument van minister Hoogervorst dat substraatloze klachten vanzelf weer overgaan, is onjuist.
    Immers de vermoeidheid die CVS kenmerkt, is na zes maanden nog aanwezig.
    De 3 tot 8 procent patiŽnten die later spontaan herstellen, vormen de uitzondering.
    Ook weten we van uitbehandelde chronische-pijnpatiŽnten die het medische circuit verlaten hebben, dat de pijn onveranderd aanwezig blijft.
    Dat de klachten verdwijnen, is schijn.
    Wat verdwijnt, is de Ďnaamí van de klacht.
    De klachten komen in een andere vorm terug en krijgen een andere naam.
    Per saldo zien we in de toegenomen medische consumptie een globale toename van onbegrepen lichamelijke klachten en onverklaarbare chronische klachten.


    Stressoren

    Neurowetenschappelijk onderzoek geeft duidelijk en evident aan dat de psyche en de centraal-neurologische functies twee aspecten van hetzelfde zijn.
    De psyche heeft organische wortels en is zoals taal een hersenfunctie.
    De commissie van de Gezondheidsraad noemt de sensitisatiehypothese en betitelt deze als waardevol.
    Deze hypothese, naar voren gebracht door Ursin en Eriksen, hebben wij verder uitgewerkt in een stressor-sensitisatiemodel : de limbische verklaring.
    Dit werkmodel kan een impuls geven om stressoren vast te stellen, te behandelen en wetenschappelijk te toetsen.
    De ervaring leert dat dit model goed werkt in de klinische praktijk.

    Aangezien de oorzaak van CVS niet eenduidig is, concentreert de behandeling zich op de gevolgen.
    Ons is gebleken dat culturele factoren een belangrijke rol spelen in het multifactorieel bepaalde klachtenbeeld.
    Het gaat hierbij om de verwachtingen, opvattingen en denkbeelden van de patiŽnt, maar ook om de reacties uit de omgeving waarmee de patiŽnt wordt geconfronteerd.
    De omgeving gebruikt termen als 'psychisch', 'aandacht', 'secundaire ziektewinst', 'modeziekten', 'inbeelding', 'aanstellen' en 'tussen de oren'.
    Het zijn allemaal termen met een negatieve bijbetekenis, die haaks staan op het idee dat we de patiŽnt serieus moeten nemen.
    Wij zien deze culturele termen als klachteninstandhoudende stressoren en het is wenselijk ze ongedaan te maken.
    Als arts en patiŽnt hun eigen gedachten en verwachtingen beter zouden formuleren en hun woorden op elkaar afstemmen, zal het gesprek adequater verlopen en zal het gezond gedrag bevorderen.


    Aanpak

    Net zoals de commissie van de Gezondheidsraad beschouwen wij CVS als een multifactorieel bepaald probleem dat vanuit de biopsychosociale visie om een multidisciplinaire aanpak vraagt.
    Aan dit complexe geheel voegen wij nog de rol van beÔnvloedbare culturele factoren toe.
    Ook willen wij aandacht vragen voor psychosomatische fysiotherapie, naast cognitieve gedragstherapie.
    Het lukt niet altijd om de patiŽnt door cognities tot inzicht te brengen.
    Het lichaamsbewustzijn voor stresssignalen is bij de sociaal-cognitief ingestelde personen vaak slecht ontwikkeld.
    Psychosomatische fysiotherapie laat bij veel patiŽnten het kwartje vallen.
    Onze aanpak verloopt in twee fasen :


    Fase 1 :

    • uitsluiten van een organische verklaring (kort biomedisch traject);

    • herkennen dat CVS zich kan gaan ontwikkelen;

    • actief de termen Ďmoeí en Ďmoeheidí gebruiken, conform de klacht;

    • actief bespreken dat moeheid wordt instandgehouden door gedrag;

    • actief zoeken naar gedragsdeterminanten, stressoren (pseudo-medische verklaringen, vermijding, catastroferen) en deze bespreken;

    • actief begeleiden naar gezond gedrag (interne locus of control, adequate antwoorden en handelingen, bevestigen van goede keuzen);

    • cognitieve gedragstherapie, graded activity/pacing/graded exercise training, psychosomatische fysiotherapie.


    Fase 2 (na zes maanden) :

    • cognitieve gedragstherapie;

    • graded activity/pacing/graded exercise training;

    • psychosomatische fysiotherapie.


    Als deze behandelingsvormen geen resultaat hebben, stellen we de diagnose ĎCVSí en bieden ondersteunende hulp.
    Op deze manier krijgen CVS-patiŽnten de erkenning die zij nodig hebben en kan een begaanbaar traject voor de behandeling worden ingezet.


    Samenvatting

    • Bij de erkenning van het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS) speelt het echtheidscriterium een cruciale rol; op dit criterium heeft biomedisch denken niet het alleenrecht.

    • CVS moet niet biomedisch worden benaderd maar op biopsycho-sociale wijze.

    • Wil men de patiŽnt serieus nemen, dan hoort erkenning van zijn kwaal erbij.
      Niet-erkennen is een belangrijke klachteninstand--houdende factor.

    • De nadruk van de behandeling moet liggen op de preventie van CVS; hierbij moet het gedrag expliciet worden besproken.

    • Daar waar woorden tekortschieten, is psychosomatische fysiotherapie zinvol.


    Cfr. :
    http://www.pmc-roosendaal.nl/content_128.asp





    De Gezondheidsraad
    Verzekeringsgeneeskundige protocollen


    De protocollen zijn bedoeld ter ondersteuning van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en worden uitgebracht op verzoek van de minister van SZW.
    Ze worden opgesteld door een commissie van de Gezondheidsraad, in aansluiting op bestaande
    evidence based curatieve en bedrijfsgeneeskundige richtlijnen.
    De protocollen dienen gelezen te worden in samenhang met de eind vorig jaar door de Gezondheidsraad gepubliceerde '
    Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige protocollen' Ė cfr. : http://www.st-ab.nl/wetwiaor1rvpa-05.htm -.


    Cfr. ook :


    1. Aanpak van onverklaarde chronische klachten en somatisatie
      Werkwijzer, versie 2, november 2006
      Cfr. :
      http://www.stecr.nl/download/Werkwijzer_somatisatie_definitief.pdf

    2. Altijd moe
      Chantal Smedts Ė Standaard Uitgeverij, 16-02-06 Ė ISBN : 9002219660 / 9789002219665
      Chantal Smedts was een gelukkige vrouw : een goed huwelijk, een pracht van een dochter, een mooi huis en leuke vriendinnen.
      Maar ze had vooral ook een druk beroepsleven.
      Samen met haar echtgenoot had ze een succesvolle keten van kapperszaken uitgebouwd.
      Chantal was in de bloei van haar leven.
      Tot dit hectische bestaan haar plots te veel werd en ze volledig instortte.
      De diagnose klonk als een doodvonnis : ze leed aan het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS).
      Hoe kunnen we CVS voorkomen ?
      Chantal Leren luisteren naar ons lichaam, leren ontspannen, leren ademen, de juiste houding aannemen : heel eenvoudige zaken en raadgevingen die het leven van een kapper fundamenteel kunnen veranderen.
      Ik heb geleerd dat schoonheid op de eerste plaats van binnenuit komt en dat je daar eerst moet aan werken.
      De buitenkant is belangrijk, dat kan niemand ontkennen, ik zie er ook graag verzorgd en uitgerust uit, maar als je genoeg zorg draagt voor de binnenkant, dan komt dat vanzelf.
      Een gezond evenwicht bewaren door stil te staan bij de kleine dingen van het leven en die met je omgeving te delen, daar gaat het om.
      In de toekomst zal ik dat steeds meer doen.
      Cfr. :
      http://www.azur.be/index.php?page=ARTIKEL&a=9002219660

    3. Altijd moe ? - Behandeling kan uitkomst bieden
      Wieke van Dun, GGZ Rijnstreek
      Iedereen is wel eens moe.
      Meestal verdwijnt die moeheid na een paar nachten goed slapen.
      Maar als je je niet buitensporig inspant, voldoende rust neemt en de moeheid niet verdwijnt of zelfs toeneemt, kan er meer aan de hand zijn.
      Als de klachten langer dan zes maanden aanhouden is een bezoek aan de huisarts van belang.
      Want het zou kunnen dat er sprake is van CVS, het Chronisch Vermoeidheidssyndroom.
      Nederland telt tenminste 27.000 mensen met deze ziekte, maar waarschijnlijk zijn er veel meer mensen met CVS.
      CVS is een niet-erkende ziekte, wat bij veel patiŽnten tot frustratie leidt.
      De onzichtbaarheid van de ziekte leidt vaak tot onbegrip van de omgeving.
      Het gaat om een aandoening waarbij de symptomen zeer kunnen verschillen.
      Ook de mate waarin patiŽnten CVS hebben kan zeer verschillen.
      Sommige patiŽnten kunnen nog werken, andere kunnen bijna niets meer.
      Een diagnose is niet te stellen op basis van bloedonderzoek.
      De oorzaak van CVS is nog onbekend.
      Het starten van de klachten kan een lichamelijke oorzaak hebben, bijvoobeeld een blijvende vermoeidheid na de ziekte van Pfeiffer.
      Ook is een psychologische oorzaak mogelijk, bijvoorbeeld het doormaken van een heel zware periode.
      Hoe lastig de diagnose CVS soms ook te stellen is, er is gelukkig wel iets aan de ziekte te doen.
      GGZ Rijnstreek biedt een behandeling die zeer goede resultaten oplevert en veel patiŽnten begeleidt naar volledig herstel.
      Er bestaat geen wachttijd voor de behandeling, iedere zes weken kan men instromen.
      De behandeling is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie.
      Bij deze therapievorm worden het positief beÔnvloeden van gedachten en gedrag getraind.
      Bijzonder aan deze behandeling is dat patiŽnten de behandeling in groepsverband krijgen.
      Dat gebeurt bijna nergens in Nederland maar levert veel positieve reacties op.
      Omdat deelnemers op verschillende momenten instromen zien mensen die net met de behandeling beginnen ook deelnemers die bijna klaar zijn met hun behandeling.
      Dat geeft hoop.
      Ook herkennen mensen veel in elkaar en kunnen zij elkaar tips geven.
      Wij vroegen Monique, een ex-CVS-patiŽnte, naar haar ervaringen met deze ziekte en de therapie die ze gedurende ruim een jaar bij GGZ Rijnstreek volgde.
      Monique heeft een zware vorm van CVS gehad waarbij zij op bepaald moment vrijwel alleen nog maar sliep en bijna door pijn in haar benen niet meer kon lopen.
      Inmiddels is zij volledig hersteld, staat zij gezonder in het leven dan ooit en wil zij graag haar verhaal doen om mensen met de ziekte bekend te maken.
      Monique (39) heeft een zware periode achter de rug, zij heeft een scheiding doorgemaakt, de zorg voor drie kinderen en een baan.
      En dat gaat haar allemaal goed af.
      Zij is het type doener, harde werker, iemand die de schouders eronder zet.
      Juist in de periode erna, wanneer er weer wat rust in haar leven komt en zij een vriend krijgt die haar dingen uit handen neemt, gaat het mis.
      ďMijn lichaam begon te protesteren. Ik kreeg lichamelijke klachten, zat vaak bij de huisarts, kreeg allergische reacties en raakte steeds vermoeider. Maar iedereen is wel eens een periode moe, dus dat onderdrukte ik. Toen ik gewrichtspijnen kreeg en mijn korte termijn geheugen steeds slechter werd, stuurde mijn huisarts mij naar huis met het advies een paar weken volledige rust te nemen. Thuis was het best moeilijk om echt rustig aan te doen, omdat ik me niet ziek voelde. Wel vermoeid, maar niet ziek. Toen mijn lichaam in de gaten had dat het rust mocht nemen was het in ťťn keer afgelopen. Ik kon alleen nog maar slapen
      Er volgt een periode van ongeveer zes weken waarin haar moeheid toeneemt en de gewrichtspijnen erger worden.
      Even naar boven lopen om een was in de wasmachine te doen is haar al te veel.
      Ze valt een keer flauw onder de douche en slaapt praktisch de hele dag.
      Ze kan nog net haar dochter naar school brengen, maar dat is dan ook het enige.
      Ze gaat naar de huisarts die haar doorverwijst naar een psycholoog.
      ďMijn eerste reactie was Ďik ben toch niet gekí, maar ik had in de gaten dat ik stappen moest ondernemen. Met de psychologe ging ik mijn verleden langs. En natuurlijk heb ik een paar tikken opgelopen, maar ik kon daar goed mee omgaan, dat psychische stukje was het probleem niet. Mijn geest wilde heel erg, mijn lichaam niet. Intussen kreeg ik ook last van angsten. Ik kreeg medicatie voorgeschreven om mijn lichaam tot rust te brengen. Ik ging op internet informatie zoeken en kwam op een website over CVS terecht. Toen viel bij mij het kwartje
      Haar psychologe adviseert Monique te gaan kijken bij de behandelgroep voor CVS-patiŽnten die GGZ Rijnstreek aanbiedt.
      Dat doet ze en ze herkent zoveel in haar medecursisten dat zij besluit de therapie te gaan volgen.
      ďIk heb er thuis over gesproken. Mijn directe omgeving stond 200 procent achter me. En dat was heel belangrijk voor mij. Zij namen mij thuis dingen uit handen zodat ik de therapie kon volgen. De behandeling vergde veel energie. De therapie begint met terug naar af te gaan, naar de basis. Voelen en ervaren. Vijf minuten iets mentaals doen, vijf minuten rust. Je moet heel consequent zijn, je moet echt precies het stappenplan doorlopen. En dan is het drie stappen vooruit, twee stappen terug. Vaak heb ik gedacht, dat lukt me nooit. Het is zo geweldig als het dan wel lukt. Andere mensen uit mijn omgeving konden niet zoveel met mijn klachten. Vooral omdat het niet zichtbaar was. Zij zagen mij op goede momenten, als ik een half uurtje buiten was. Je kunt de mensen ook niet kwalijk nemen dat ze dachten dat het allemaal wel meeviel. Dat ik daarna vier uur sliep zagen zij immers niet. Dat onbegrip uit mijn omgeving ervoer ik als een blokkade in mijn genezingsproces. Daarom heb ik mij gedurende de periode dat ik de therapie volgde afgesloten voor de buitenwereld. Dat gaf mij veel rust en de mogelijkheid te groeien in het therapieproces.Ē
      Monique krijgt nog een lichamelijke klacht.
      Voordat zij ziek werd, liep zij drie keer in de week hard en werkte ze als aerobicsinstructrice.
      Het plotselinge ophouden met sporten veroorzaakt opspelende pijn in haar benen.
      Haar benen verzuren in rust waardoor zij bijna niet kan lopen.
      Zij is bang dat zij in een rolstoel terecht komt.
      Maar met behulp van haar behandelaren van de therapiegroep lukt het om te blijven lopen.
      ďMijn behandelaren stimuleerden mij te blijven lopen, al was het maar een paar stapjes. Uit ervaring weten zij dat het goed komt maar dat het een zware weg is. Zij geven je de kracht en stimulans om in jezelf te geloven. Het fijne aan een groepsbehandeling is de herkenning. Als je begint met de therapie zie je ook hoe het gaat met mensen die de therapie bijna afgerond hebben, omdat het een doorlopende groep is. Dat werkt heel stimulerend. Het communiceren in de groep en het geven van tips aan elkaar, dat is ook iets waar iedereen echt van leert. Je hebt heel veel aan elkaar omdat in de buitenwereld de mensen het niet begrijpen, ze herkennen het gevoel niet, de symptonen.Ē
      De behandeling werpt zijn vruchten af, na verloop van tijd gaat het steeds beter met Monique.
      Het gaat zelfs zo goed dat zij na verloop van tijd gaat reÔntegreren in haar werk.
      Bij dezelfde werkgever, maar dan op kantoor.
      Het reÔntegreren begint met een uur per dag.
      Het reÔntegratieproces verloopt heel voorspoedig.
      Monique krijgt veel steun van haar werkgever en collegaís.
      Binnen een half jaar is zij volledig gereÔntegreerd.
      Een paar maanden later rondt zij, hersteld, haar behandeling bij GGZ Rijnstreek af.
      ďNu gaat het heel goed. Ik ben de oude, maar wel op een gezondere manier. Ik neem mijn rustmomenten. Ik luister werkelijk naar mijn lichaam. Ik heb momenten gehad dat ik bang was dat ik teveel had gedaan. Maar je moet realistisch zijn, je krijgt niet zomaar een terugslag. Heel langzaam krijg ik dat vertrouwen. Ook met mijn benen gaat het heel goed. Ik word begeleid door een fysiotherapeut en ik ben begonnen met nordic walking. Ik doe dat nu vier weken en heb geen moment meer last gehad van mijn benen.Ē
      Monique is een van de patiŽnten die genezen is van CVS.
      Zij pleit voor meer bekendheid van de ziekte en de mogelijke behandeling ervan.
      ďOmdat ik niet kon accepteren wat er met me gebeurde, ben ik in therapie gekomen. Had ik dat niet gedaan, dan was ik verder weggezakt omdat ik niet had geweten hoe ik had moeten herstellen. Je probeert het wel, maar met te grote stappen en dat kan je lichaam niet aan. Je lichaam moet weer in balans komen. Mijn boodschap is : ga in therapie, wees consequent, hou vertrouwen en weet dat het drie stappen vooruit is en twee terug. Dat je meer tegenslagen krijgt dan dat het meezit. Maar dat dat proces ook omdraait. Dan ben je op de goede weg. Ik heb geluk gehad, ik ben goed opgevangen, ook op mijn werk. Ik kan gezond in het leven staan en tegen het leven lachen.Ē
      Cfr. :
      http://www.ggzrijnstreek.nl/sbeosimages/artikel_cvs_website1.pdf

    4. Altijd moe, altijd pijn, altijd vergeetachtig
      W. van Hengel, Reformatorisch Dagblad, 29-04-03
      Cfr. :
      http://www.cvs-online.nl/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=91&mode=thread&order=0&thold=0

    5. Arbeidsongeschikt - Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
      Cfr. :
      http://www.rug.nl/medewerkers/arbeidsvoorwaarden/ziek/aanpassingsIPAP

    6. Beoordelen, behandelen, begeleiden - Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
      Gezondheisdraad,
      22-07-05
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1246&p=1

    7. Chronic fatigue syndrome
      Gezondheidsraad, 25 January 2005
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1169
      Cfr. ook :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1167&p=1

    8. Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS of ME)
      Gezondheid.be, 01-09-00 (bijgewerkt op : 05-05-04)
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=57

    9. Cognitive Activation Theory of Stress, Sensitisation and Common Health Complaints
      Ursin H, Eriksen HR, Unifob Health, University of Bergen, Christies gt 13, Bergen, N 5015, Norway - Ann N Y Acad Sci. 2007 Jun 21; [Epub ahead of print] - PMID: 17584977
      According to the cognitive activation theory of stress (CATS), a formal system of systematic definitions, the term "stress" is used for stress stimuli, the stress experience, the non-specific, general stress response and the experience of the stress response.
      The stress response is normal, healthy and necessary alarm.
      If sustained there may be a risk of illness and disease.
      The level and duration of the alarm depends on the expectancy of the outcome of stimuli and the specific responses available for coping.
      The most common health complaints are subjective health complaints like muscle pain, tiredness and mood changes.
      These are normal aches of short duration and low intensity for most people.
      For some the pains and complaints are substantial and long-lasting with serious implications for functioning.
      There are no sharp or obvious limits in the distribution of health complaints, separating "normal" and endurable pain and complaints and intolerable complaints that need professional help.
      These conditions are most often unspecific and are the most common reason for encounters with health professionals and the most frequent reason for sick leave and disability.
      There is a striking comorbidity for all these conditions.
      This may be explained by psychobiological sensitization within neural loops, maintained by sustained activation, which has been suggested as a mechanism for these conditions.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=17584977&ordinalpos=1&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    10. De hersenen vanbinnen
      Natuurinformatie Naturalis Ė Illustrties van Bas Blankevoort - Augustus 2005
      De hersenen zijn niet meer dan een leverkleurige weke massa, niet veel groter dan twee gebalde vuisten naast elkaar.
      Toch vormt deze weke massa het commandocentrum van ons lichaam waar alle activiteiten in het lichaam gereguleerd worden.
      Zo zijn er bijvoorbeeld gebieden voor de zintuigen en voor motorische informatie, maar ook voor het regelen van het dag- en nachtritme, het geheugen en de emoties .../...
      Cfr. :
      http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i003299.html

    11. Het chronische-vermoeidheidssyndroom
      Gezondheidsraad, 25-01-05
      PatiŽnten met het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS), ook wel bekend als ME, lijden aan een aandoening die niet algemeen als zodanig wordt erkend.
      In een vandaag verschenen advies wil de Gezondheidsraad een einde maken aan die controverse.
      De raad noemt CVS een ernstig invaliderende aandoening.
      De precieze oorzaken ervan zijn nog niet bekend, maar vaststaat dat het gaat om een samenspel van lichamelijke en psychosociale factoren.
      De beste behandeling is niet totale rust, maar een geleidelijke opbouw van lichamelijke activiteit.
      Cognitieve gedragstherapie kan daarbij helpen.
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1167&p=1
      Cfr. ook :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1169

    12. Het limbisch systeem in de hersenen
      Wikipedia
      Het limbisch systeem (Latijn 'limbus' = 'rand' of 'zoom') is een groep structuren in de
      hersenen die betrokken zijn bij emotie, motivatie, genot en het emotioneel geheugen.
      Het is (evolutionair gezien) een van de oudste delen van de hersenen maar bevat ook enkele nieuwere structuren.
      Het limbisch systeem is onderdeel van de
      grote hersenen.
      Voorgeschiedenis
      De term limbisch syteem is voor het eerst in 1878 door
      Paul Broca gebruikt die sprak van de grand lobe limbique.
      Aanvankelijk was men van mening dat het limbisch systeem bestond uit een topografisch gerangschikt banensysteem dat diende voor de integratie van emotionele ervaringen.
      Deze opvatting vinden we terug bij
      James Papez aan wie de term circuit van Papez is ontleend.
      De laatste term is echter niet door Papez zelf, maar door
      Paul MacLean bedacht.
      Papez was wel een van de eersten die in 1937 het limbisch systeem verbond aan emoties.
      Later ontdekte men dat de functie van het limbisch systeem aanzienlijk complexer was en dat het systeem bestond uit een verzameling van verspreide maar nauw met elkaar verbonden kernen en schorsgebieden.
      Daarbij stonden bovendien veel meer de functionele dan de topografische (vorm) aspecten centraal.
      De term 'limbisch systeem' wordt echter ook nu nog veel gebruikt, maar omvat andere structuren dan in de vroegere theorieŽn werd aangenomen.
      Ook is vast komen te staan dat de hippocampus belangrijker was voor het geheugen dan voor emotionele integratie (zoals Papez en MacLean aannamen).
      Verder zijn amygdala, orbitofrontale cortex en delen van de
      basale ganglia als belangrijke nieuwe componenten toegevoegd.
      Ook wordt emotie niet meer gezien als een 'unitaire', dat wil zeggen een door een enkel circuit gestuurde functie, maar denkt men meer in termen van verschillende emotiesystemen die van verschillende circuits en netwerken in de hersenen afhankelijk zijn.
      Onderdelen en functies
      Het limbisch systeem bestaat onder andere uit :
      - de
      hippocampus: betrokken bij de vorming van het langetermijngeheugen.
      - de
      gyrus cinguli: waarbij het voorste deel, de cortex cingularis anterior betrokken is bij evaluatie van beloning en straf
      - de
      hypothalamus: reguleert het autonome zenuwstelsel door middel van hormonen; betrokken bij de regulering van bloeddruk, hartslag, honger, dorst, seksuele opwinding en de slaap-waakcyclus
      - de
      amygdala: betrokken bij agressie en angst
      - de
      orbitofrontale cortex: betrokken bij het nemen van beslissingen en affectieve leerprocessen.
      Cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Limbisch_systeem
      Cfr. ook : 'De hersenen vanbinnen' op :
      http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i003299.html

    13. Het limbisch systeem, een mogelijke verklaring voor onbegrepen lichamelijke klachten
      Klaver MM, Baart JC - Huisarts Wetenschap 2003; 45: 611Ė613 - In : 'Gulden JWJ van der et al. - In : 'Onverklaarde chronische klachten Ė Verklaring, behandeling en begeleiding' Ė Houten : Bohn Stafleu van Loghum, pagina : 33-46, 2006
      Cfr. : http://home.bsl.nl/boek/9789031346325/Onverklaarde_chronische_klachten;jsessionid=
      C6FED74F20D8BF0A60223805E2A07E0E

    14. Is chronische vermoeidheid genetisch bepaald ?
      Psycholoog.Net, 14-02-06 in 'Psychosomatische klachten' - Frank Ruiters - British Journal of Psychiatry
      Omdat tot 75% van alle mensen die lijden aan chronische vermoeidheid (CFS) stemmings- of angststoornissen hebben, hebben wetenschappers zich afgevraagd of CFS niet door dezelfde genetische factor wordt veroorzaakt als angst of depressie.
      Om dat na te gaan, werden 69 eeneiige tweelingen en 31 twee-eiige tweelingen onderzocht.
      Daarbij had ťťn van de tweelingen in ieder paar minstens 6 maanden lang last gehad van chronische vermoeidheid.
      De vermoeide tweelingen bleken inderdaad vaker depressief, angstig, sterk bezig met hun lichamelijke klachten en sociaal teruggetrokken dan hun niet-vermoeide tweelingbroer- of zus.
      Dit bleek het geval bij zowel de eeneiige als bij de twee-eiige tweelingen.
      Dat geeft dus aan dat de oorzaak van de vermoeidheid niet moet worden gezocht in de genen, maar in omgevingsfactoren.
      Cfr. :
      http://www.psycholoog.net/?p=167

    15. Limbische systeem ('gevoelshersenen', diŽncefalon)
      (c) 1999-2007, ConsuMed
      Centrale gedeelte van de hersenen dat is gelegen in de tussenhersenen (= 'diencefalon') aan het einde van de hersenstam onder de grote hersenen.
      In het limbische systeem worden alle gevoels- of sensorische indrukken, waaronder pijn-signalen, afkomstig van zowel binnen als buiten (= 'zintuiglijk') het lichaam, geÔntegreerd tot gevoelens (= 'emoties' en 'sentimenten') en ťťn algeheel gevoelen (= 'stemming') en motivate (= 'ambitie') en daarna gekoppeld aan de overige hersenfuncties.
      In het limbische systeem bevinden zich o.a. :
      -
      basale kernen : stroomlijning van de bewegingen
      -
      hippocampus (= 'zeepaardje') : regelatie gedragspatronen
      -
      hypothalamus : regeling van de onwillekeurige (= 'autonome') lichaamsfuncties, waaronder de lichaamstemperatuur
      -
      thalamus : o.a. verwerking van pijnsignalen
      Cfr. ook :
      -
      emotionele aandoeningen
      -
      stemmingsstoornissen
      - gevoelsleven
      - hersenen
      Cfr. :
      http://www.consumed.nl/ziekten/4422/Limbische_systeemormatie.nl/nnm.dossiers/natuurda
      tabase.nl/i003299.html



    Lees verder : Deel II

     

    29-07-2007 om 22:55 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gezondheidsraad erkent chronisch vermoeidheids syndroom -- Echt altijd moe - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  






















    Gezondheidsraad erkent chronisch vermoeidheids syndroom
    - Echt altijd moe -

    Deel II


    1. Onverklaarde chronische klachten - Verklaring, behandeling en begeleiding
      Dr. J.W.J. van der Gulden Ė Bohn Stafleu van Loghum, 17-11-05 - ISBN : 9789031346325
      Cfr. :
      http://home.bsl.nl/boek/9789031346325/Onverklaarde_chronische_klachten;jsessionid=
      C6FED74F20D8BF0A60223805E2A07E0E

    2. Protocollen ondersteunen beoordeling arbeidsongeschiktheid bij whiplash
      Zorg-krant Ė 15-05-2007
      Voor zowel de individuele werknemer als de samenleving is het van groot belang dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in overeenstemming is met de stand van de wetenschap.
      Daarom brengt de Gezondheidsraad ter ondersteuning van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling, op verzoek van de minister van SZW, een tiental verzekeringsgeneeskundige protocollen uit.
      Ze worden opgesteld door een commissie van de raad, in aansluiting op bestaande evidence based curatieve en bedrijfsgeneeskundige richtlijnen.
      Het advies 'Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Chronische-vermoeidheidssyndroom, Lumbosacraal radiculair syndroom', dat vandaag verschijnt, bevat het achtste en negende protocol in de reeks.
      De protocollen dienen gelezen te worden in samenhang met de eind vorig jaar door de Gezondheidsraad gepubliceerde 'Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige protocollen'.
      Na het in juli 2005 verschenen advies 'Beoordelen, behandelen, begeleiden - Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid' en de adviezen met de Algemene inleiding en de verzekeringsgeneeskundige protocollen 'Aspecifieke lage rugpijn, Hartinfarct', 'Overspanning, Depressieve stoornis', 'Angststoornissen, Beroerte en Borstkanker' is dit advies met de protocollen 'Chronische-vermoeidheidssyndroom en Lumbosacraal radiculair syndroom' het vijfde dat door de Gezondheidsraad wordt uitgebracht in het kader van de invoering van de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
      Later dit voorjaar zal met de publicatie van het protocol Whiplash Associated Disorder de reeks van tien protocollen gecompleteerd worden.
      De WIA-advisering door de Gezondheidsraad zal worden afgerond met een advies over verzekeringsgeneeskundige Ďmediprudentieí.
      Cfr. :
      http://www.whiplash.nl/index.php?m=59&s=&i=1010

    3. Psychosomatic medicine - State of the art
      Ursin H, Department of Biological and Medical Psychology, University of Bergen, Norway.
      holger.ursin@psych.uib.no - Ann Med. 2000 Jul;32(5):323-8 - PMID: 10949063
      Contemporary psychosomatic medicine must take into consideration developments in psychobiology.
      The difficulty in accepting dualistic concepts is a serious challenge to positions distinguishing between psychological and 'real' causes of disease.
      There is more emphasis on life style factors for disease and on the impact of psychosocial factors on illness rather than on disease.
      The neurophysiological concept of activation or arousal has been important in the development of rational pathophysiological models that describe how sustained arousal may be a pathophysiological factor.
      For illness, sensitization may be an acceptable psychobiological mechanism underlying very frequently occurring and expensive medical conditions that require medical and economical assistance.
      One possible alternative to old dynamic concepts is the development of a cognitive arousal theory of stress.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10949063&dopt=AbstractPlus

    4. Psychosomatische fysiotherapie
      ParaMedisch Centrum Moleneind :
      pmcmoleneind@hetnet.nl Ė Laatst aangepast op : 14-08-06
      Wat is Psychosomatische Fysiotherapie ?
      De psychosomatische fysiotherapeut heeft zich gespecialiseerd in de behandeling van spannings- of stressklachten.
      Spanningsklachten kunnen zowel van lichamelijke als geestelijke aard zijn.
      Er is sprake van spanningsklachten als deze klachten verband houden met lichamelijke en/of psychische overbelasting (stress).
      Deze klachten worden ook wel psychosomatische klachten genoemd.
      De psychosomatisch werkende fysiotherapeut zal u kunnen begeleiden en zijn/haar handelen richten op het herstellen van het verstoorde evenwicht tussen spanning en ontspanning.
      Daar er een directe of indirecte samenhang bestaat tussen lichaam en geest komen beide aspecten in de behandeling aan de orde.
      Om uw stressreacties beter te kunnen begrijpen en waar mogelijk in gunstige zin te beÔnvloeden, worden uw leef- en werkomstandigheden bij de behandeling betrokken.
      De therapeut leert u luisteren naar uw eigen lichaam.
      Voor welke klachten ?
      De samenhang tussen de lichamelijke klachten en de psychische overbelasting is niet altijd direct duidelijk.
      Uw lichamelijke klachten treden meestal op de voorgrond en hebben bij medisch onderzoek geen duidelijke oorzaak opgeleverd.
      Veelal ervaart u zelf prikkelbaarheid, vermoeidheid en gevoelens van gespannenheid, die verband kunnen houden met bepaalde levensomstandigheden zoals :
      - grote werkdruk
      - conflicten
      - emotionele gebeurtenissen
      - relationele problemen
      - verlies van dierbaren
      - ernstige ziekteprocessen.
      Deze gebeurtenissen, zeker als deze langere tijd blijven bestaan, kunnen u zodanig uit evenwicht brengen dat er spanningsklachten ontstaan.
      Spanningsklachten kunnen zich op een lichamelijk en psychisch niveau uiten.
      De meest voorkomende hiervan zijn :
      į Lichamelijke klachten :
      - algemene vermoeidheid - spier- en gewrichtsklachten
      - nek- en rugklachten
      - hoofdpijn
      - maag- en buikklachten
      - benauwdheid, druk op de borst
      - duizeligheid en tintelingen in de armen en benen
      - overmatig transpireren
      - beverige of trillende handen
      - hartkloppingen
      - vaak verkouden en/of griep
      į Psychische klachten :
      - lusteloosheid en geestelijke vermoeidheid
      - prikkelbaarheid, onrust en gejaagdheid
      - overactief zijn, niet stil kunnen zitten of staan
      - onvoldoende greep op uw leven hebben
      - het gevoel hebben uit balans te zijn
      - neerslachtigheid, somberheid
      - angstgevoelens en onzekerheid
      - piekeren, concentratiestoornissen
      - geheugenverlies
      - slaapstoornissen
      - neiging om moeilijke situaties te vermijden
      - niet meer kunnen genieten en kunnen ontspannen
      - overmatig eten, roken, alcohol- en koffiegebruik
      Hoe ziet de behandeling eruit ?
      Allereerst zal er een gesprek en onderzoek zijn om uw klachten te begrijpen en waar nodig te verduidelijken en toe te lichten.
      Dit aanvangsgesprek is dan ook zowel op de lichamelijke als op de psychische klachten gericht.
      Vaak wordt er gebruik gemaakt van een klachtenlijst die dient om uw ziektegeschiedenis vast te leggen.
      Hierna wordt samen met u een therapieplan opgemaakt, het doel van de therapie besproken en uw eigen inbreng in het herstelproces gevraagd.
      Er wordt van u een actieve inzet verwacht bij het aanleren van onderstaande oefeningen :
      - het inzicht krijgen in oorzaak en gevolg
      - het aanleren van ontspanningoefeningen
      - het ervaren van ademtherapeutische oefeningen
      - houdings- en bewegingsadviezen/oefeningen
      - massage/warmtetherapie
      - begeleidende gesprekken ter ondersteuning
      U leert invloed te krijgen op uw gezondheid, zodat u na de therapie beter in staat zult zijn om uw klachten aan te pakken.
      Cfr. :
      http://www.pmcmoleneind.nl/pmc/Zorg/psychosomatische_fysiotherapie.htm

    5. Psychosomatische klachten
      F.J.W. v.d. Meijs, (laatst bijgewerkt) 05-07-07
      Door alle medische klachten viel ik in een groot gat en werd ik uiteindelijk doorverwezen naar een Psychosomatisch Therapeut daar kon ik mijn verhaal kwijt en werd er naar mij geluisterd.
      Daar werd mij geleerd er mee om te gaan.
      Soms lukt het, soms niet.
      Ik trof een tekst over dit fenomeen.
      In dit verhaal herken ik me zelf, misschien kan ik door dit schrijven mede lotgenoten helpen.
      Slapeloosheid, misselijk, tintelende armen of benen, spierpijn, buikpijn...
      Als je geen griep hebt, kunnen zulke klachten heel goed een psychische oorzaak hebben.
      In zoín geval spreken we van psychosomatische klachten.
      Spanningshoofdpijn is een bekend voorbeeld.
      Door te veel drukte en stress (je hebt letterlijk te veel aan je hoofd) krijg je het gevoel alsof er een klemmende band om je hoofd zit.
      Psychosomatische klachten ontstaan doordat je spanningen niet kunt loslaten, waardoor ze zich Ė om toch een uitweg te zoeken Ė omzetten in lichamelijke klachten.
      Recente gebeurtenissen kunnen de oorzaak van de spanningen zijn, maar ook gebeurtenissen uit het verleden.
      Nare jeugdervaringen die je niet goed hebt verwerkt, zoals thuis of school kunnen op volwassen leeftijd nog zorgen voor lichamelijk klachten.
      Hoewel bijna iedereen er op zijn tijd last van heeft, worden bij de ťťn geestelijke spanningen veel vaker omgezet in lichamelijke klachten (gesomatiseerd) dan bij de ander.
      Mensen die in hun leven veel vervelende dingen hebben meegemaakt of die onder grote druk staan, lopen het grootste risico op het ontwikkelen van psychosomatische klachten.
      Maar er zijn ook mensen die niet onder erg veel spanning staan en die toch somatiseren.
      Hoe zit dat ?
      Het heeft vooral te maken met je persoonlijkheid ?
      Somatiseerders Ė mensen die gemakkelijk psychosomatische klachten ontwikkelen Ė zijn vaak heel gevoelig.
      Ze raken snel gespannen wanneer er iets vervelens gebeurt en vinden het moeilijk om deze spanning weer los te laten.
      Ook kun je last krijgen van psychosomatische klachten wanneer je een moeilijke tijd doormaakt.
      Je relatie is net op de klippen gelopen, of een dierbare is zojuist overleden.
      In zoín periode is de kans groot dat spanningen zich vastzetten in je lichaam.

      Zo voorkom je psychosomatische klachten
      Leg verband tussen gebeurtenissen en je lichaam.
      Voel waar de spanning zich ophoopt wanneer er iets vervelend gebeurt : in je schouders, je hoofd of een andere plek van je lichaam.
      Het kan ook zijn dat je niet tijdens maar na een gebeurtenis de spanning voelt.
      Besef dan dat de oorzaak niet lichamelijk is.
      Uit je emoties.
      Weet je eenmaal hoe je lichaam op spanningen reageert, dan kun je iets doen.
      De sleutel is het uiten van je emoties.
      Ben je boos op iemand, pot dit dan niet op.
      Vertel de persoon in kwestie de waarheid !
      Kan dat niet, reageer je boosheid dan op een andere manier af:
      Ga hardlopen of sla op een boksbal.
      Leer je ontspannen.
      Ontspanningsoefeningen of yoga.
      Of koop een ontspanningsoefening cd (NFP tel 0786211054 (F v.d.M))
      Ontspanningsoefeningen of yoga kunnen spanningen wegnemen en zo lichamelijke klachten voorkomen.
      Ga de confrontatie aan.
      Om weer lekker in je vel te zitten, kan een confrontatie met vervelende gebeurtenissen uit het verleden noodzakelijk zijn.
      Alleen zo kun je ze verwerken.
      Zoek eventueel hulp bij een deskundige.
      Doe wat je hart je ingeeft.
      Volg je gevoel in plaats van dingen te doen omdat je denkt dat ze zo horen.
      Je kropt dan veel minder spanningen op en je zult je een stuk gelukkiger en gezonder voelen.

      Cfr. :
      http://www.frans-meijs.nl/Website/Psychosomatische.htm

    6. Psychosomatische klachten
      Theo C. de Roon, Vitaal in balans
      Veel fysieke klachten hebben een psychische oorsprong.
      Schouder, nek-, rug- of hoofdpijnklachten kunnen ontstaan vanuit de psyche en zich uiten via de "soma", het lichaam. 
      Dit geldt evengoed voor een tennisarm, muis-arm of terugkerende blessures.
      Je kunt de fysieke klacht dan opvatten als een signaal of symptoom van een onderliggend onbewust conflict dat opgelost=bewust gemaakt wil worden.
      In zekere zin zijn deze klachten "functioneel" totdat je ze niet meer nodig hebtÖ
      Gezondheid wordt wel driedimensionaal geformuleerd als het ontbreken van ziekte, terwijl je vanuit het spirituele veel ruimer kunt kijken naar gezondheid en wel als balans tussen lichaam, ziel en geest en vitaliteit op alle gebieden van je leven.
      We onderscheiden een spirituele, een emotioneel/psychische en een fysieke dimensie bij het denken over gezondheid of welbevinden.
      Zeker is dat er een "hiŽrarchische" samenwerking is tussen de drie gebieden wanneer het gaat om helingsprocessen.
      De mate van contact met een groter perspectief, contact met de heelheid in onszelf en hoe we omgaan met wat er zich innerlijk aandient en onze bereidheid om er naar te kijken, kan wonderen bewerken op het fysieke vlak.
      Onbewuste of onverwerkte zaken kunnen alleen in stand gehouden worden door een diepliggende spierspanning.
      Dat kost energie en kan leiden tot chronische vermoeidheid.
      Dat is ook vaak de reden dat we hebben verleerd om op een diep niveau te ontspannen.
      Een Rebalancing behandeling kan ervoor zorgen dat we opnieuw diep leren ontspannen en onszelf meer lichaamsbewustzijn, meer "leven vanuit je voeten" in plaats van je "hoofd", meer speelruimte, meer energie, meer vrijheid en creativiteit toestaan.
      Een gespannen geest kan niet bestaan in een ontspannen lichaam !
      .../...
      Cfr. :
      http://www.vitaalinbalans.nl/waarom/psychoklacht.htm
      Cfr. ook :
      -
      http://www.solune.nl/stresshantering/psychosomatischeklachten/index.html
      -
      http://www.morpheus-emotionele-bevrijding.com/pych-klachten.html

    7. Psychosomatische klachten verminderen
      Psycholoog.Net, 16-01-06 - Frank Ruiters in 'Psychosomatische klachten'
      Vage lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, misselijkheid en tintelende armen, teisteren iedereen weleens.
      Als er geen duidelijke lichamelijke oorzaak aantoonbaar is, is het waarschijnlijk dat er een psychische oorzaak aan ten grondslag ligt.
      Psychosomatische klachten ontstaan als je spanning niet kunt loslaten.
      Niet alleen recente gebeurtenissen kunnen spanning veroorzaken, maar ook gebeurtenissen in het verleden.
      Iedereen heeft met spanning en stress te maken, maar bij sommigen worden deze veel makkelijker omgezet tot lichamelijke klachten.
      Mensen die gemakkelijk somatische klachten ontwikkelen, hebben een gevoeliger persoonlijkheid, waardoor ze sneller gespannen raken als er iets vervelends gebeurt.
      Hoe kun je klachten voorkomen ?
      1) Besef ten eerste dat ieder lichaam zijn Ďzwakkeí plekken heeft en signalen afgeeft bij stress.
      Ga voor jezelf eens na hoe je reageert op spanning.
      Leg zelf het verband tussen pijn in je lichaam en meegemaakte vervelende gebeurtenissen.
      Ga zelf na waar de spanning zich ophoopt (bijv. in je schouders, rug).
      Besef zelf dat je ook na afloop van een gebeurtenis spanning kunt voelen in je lichaam en dat de primaire oorzaak dan niet lichamelijk is.
      2) Leer jezelf om gevoelens en emoties te uiten.
      Uit deze tegen de persoon die je frustreert en krop ze niet op.
      Als dat onmogelijk is, uit de frustraties dan op een andere manier (hardlopen, ontspanning zoeken).
      Hoewel klagen in het algemeen niet gewaardeerd wordt, zijn de mensen die dat doen gezonder dan degenen die zich groot houden.
      Jammeren en klagen in plaats van neutraal over problemen praten geeft opluchting en vermindert stress.
      Martelaren, tobbers en mensen met zelfverwijt zijn slechte stressmanagers.
      3) Reken af met en verwerk vervelende gebeurtenissen in het verleden door eventueel hulp te zoeken bij een deskundige of ga de confrontatie aan.
      Als je twijfel hebt over de mogelijke oorzaken van de lichamelijke klachten, is het misschien verstandig om de huisarts daarnaar te vragen.
      Cfr. :
      http://www.psycholoog.net/?p=14

    8. Sensitization and subjective health complaints
      Eriksen HR, Ursin H, Department of Biological and Medical Psychology, University of Bergen, Norway :
      hege.eriksen@psych.uib.no - Scand J Psychol. 2002 Apr;43(2):189-96 - PMID: 12004958
      Why is it that some of us have more pain, more fatigue and more gastrointestinal trouble than others ?
      Is it possible that there are brain mechanisms and psychological mechanisms that make some people sensitized to specific complaints ?
      In this concluding paper we review the historical and theoretical background, discuss the evidence and theoretical positions in the contributions and draw some conclusions.
      Traditional psychosomatic models had less predictive value and less therapeutic importance than what was hoped for.
      The main problem with these models was the lack of a pathophysiological explanation for why psychological problems could be related to somatic disease.
      Sustained arousal or "allostatic load" offers more plausible and acceptable mechanisms for pathology and, to some extent, for sensitization and illness.
      The combination of cognitive psychology and neurophysiology offers a model for somatic pathology and, perhaps more important, also for the understanding of subjective complaints and illness.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=12004958&ordinalpos=2&itool
      =EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    9. Sensitization, subjective health complaints and sustained arousal
      Ursin H, Eriksen HR, Department of Biological and Medical Psychology, University of Bergen, Norway - Ann N Y Acad Sci. 2001 Mar;933:119-29 - PMID: 12000015
      The purpose of this presentation is to discuss the possibility that sensitization is a psychobiological mechanism underlying not only multiple chemical sensitivity (MCS), but a much more general cluster of illness, referred to as "subjective health complaints".
      Sustained arousal or sustained "stress" responses, may be an important factor for the development of these conditions.
      Patients with subjective complaints without objective changes are sometimes referred to as having "fashionable diagnoses" or "unexplained symptoms".
      They may be given diagnoses like MCS, epidemic fatigue, chronic fatigue syndrome, burnout, stress, a variety of intoxications, environmental illness, radiation, multiple chemical hypersensitivity, food intolerance, functional dyspepsia, irritable bowel, myalgic encephalitis, postviral syndrome, yuppie flu, fibromyalgia or vital exhaustion.
      One issue is whether this is one general condition or separate entities.
      Another issue is whether sensitization may be the psychobiological mechanism for most or all of these conditions.
      Finally, is it likely that sustained arousal may facilitate the development of sensitization in some or many neural circuits ?
      In this review, the main emphasis will be on musculoskeletal pain.
      This is the most frequent and most expensive condition for sickness compensation and disability.
      The comorbidity of other complaints, however, will also be taken into account.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=12000015&ordinalpos=3&itool
      =EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    10. Stress en psychosomatische klachten
      Korrelatie.nl
      Cfr. :
      http://www.korrelatie.nl/?themeID=18&show=Links

    11. Subjective health complaints, sensitization and sustained cognitive activation (stress)
      Eriksen HR, Ursin H, Department of Biological and Medical Psychology, University of Bergen, Jonas Lies vei 91, N-5009 Bergen, Norway :
      hege.eriksen@psych.uib.no - J Psychosom Res. 2004 Apr;56(4):445-8 - PMID: 15094030 Ė (c) 2004 Elsevier Inc.
      Introduction
      - This review argues that "subjective health complaints" is a better and neutral term for "unexplained medical symptoms".
      The most common complaints are musculoskeletal pain, gastrointestinal complaints and "pseudoneurology" (tiredness, sleep problems, fatigue and mood changes).
      These complaints are common in the general population, but for some these complaints reach a level that requires care and assistance.
      Theoretical assumptions - We suggest that these complaints are based on sensations from what in most people are normal physiological processes.
      In some individuals these sensations become intolerable.
      In some cases it may signal somatic disease, in most cases not.
      Cases without somatic disease or with minimal somatic findings, occur under diagnoses like burnout, epidemic fatigue, multiple chemical sensitivity, chronic musculoskeletal pain, chronic low back pain, chronic fatigue syndrome and fibromyalgia.
      These complaints are particularly common in individuals with low coping and high levels of helplessness and hopelessness.
      Conclusion - The psychobiological mechanisms for this is suggested to be sensitization in neural loops maintained by sustained attention and arousal.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=15094030&ordinalpos=1&itool
      =EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    12. The cognitive activation theory of stress
      Ursin H, Eriksen HR, Department of Biological and Medical Psychology, University of Bergen, Jonas Liesvei 91, N-5009 Bergen, Norway :
      holger.ursin@psych.uib.no - Psychoneuroendocrinology. 2004 Jun;29(5):567-92 - PMID: 15041082
      This paper presents a cognitive activation theory of stress (CATS), with a formal system of systematic definitions.
      The term "stress" is used for four aspects of "stress", stress stimuli, stress experience, the non-specific, general stress response and experience of the stress response.
      These four meanings may be measured separately.
      The stress response is a general alarm in a homeostatic system, producing general and unspecific neurophysiological activation from one level of arousal to more arousal.
      The stress response occurs whenever there is something missing, for instance a homeostatic imbalance or a threat to homeostasis and life of the organism.
      Formally, the alarm occurs when there is a discrepancy between what should be and what is-between the value a variable should have (set value (SV)) and the real value (actual value (AV)) of the same variable.
      The stress response, therefore, is an essential and necessary physiological response.
      The unpleasantness of the alarm is no health threat.
      However, if sustained, the response may lead to illness and disease through established pathophysiological processes ("allostatic load").
      The alarm elicits specific behaviors to cope with the situation.
      The level of alarm depends on expectancy of the outcome of stimuli and the specific responses available for coping.
      Psychological defense is defined as a distortion of stimulus expectancies.
      Response outcome expectancies are defined as positive, negative or none, to the available responses.
      This offers formal definitions of coping, hopelessness and helplessness that are easy to operationalize in man and in animals.
      It is an essential element of CATS that only when coping is defined as positive outcome expectancy does the concept predict relations to health and disease.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=AbstractPlus&list_uids=15041082

    13. Theoretische uitgangspunten bij de tactiele behandeling van psychosomatische klachten
      G. de Graaf & A. J. A, Verberk, Instituut voor Humane Bewegingsfunctionaliteit (HBF) - (c) Nederlands Tijdschrift Voor Fysiotherapie
      - C. G. de Graaf
      , particuliere praktijk; sinds 1981 uitsluitend werkzaam als therapeut humane bewegingsfunctionaliteit en als docent aan de gelijknamige opleiding
      - Prof. dr. A J. A. Verberk, psycholoog; em. Hoogleraar methodeleer soc. wetensch. R. U. Groningen; docent aan bovengenoemde opleiding.
      - Correspondentieadres : Instituut Humane, Bewegingsfunctionaliteit, Kooilaan 18, 8501 CT Joure.
      Bij dit al 11 jaar geleden gepubliceerde artikel in het Nederlands Tijdschrift Voor Fysiotherapie ( vol. 99 no. 9 september 1989 ) willen wij 2 opmerkingen vooraf laten gaan :
      - Ten eerste - De term Ďpsychosomatischí is uitsluitend gebruikt om aan te sluiten bij de gangbare medische praktijk.
      In het artikel geven wij duidelijk aan, dat wij met die term niet gelukkig zijn.
      - Ten tweede - Het artikel legt te zeer de nadruk op personen die als het ware voorbestemd zijn om op een bepaald moment in hun leven z.g. psychosomatische klachten te ontwikkelen.
      Ook dit sluit aan bij de gangbare medische opvatting.
      Maar chronische klachten, die een gevolg zijn van de te beschrijven excentrische positionaliteit, kunnen even goed ontstaan louter als gevolg van hardnekkige pijn of andere stressvolle situaties, zonder dat er sprake is van de beschreven tekorten in de eerste levensjaren.
      .../...
      Cfr. :
      http://www.bewegingsfunctionaliteit.nl/Psychosomatische%20Klachten.pdf

    14. Verzekeringsgeneeskundige mediprudentie
      Gezondheidsraad, 04-06-07
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf/200714.pdf

    15. Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Algemene inleiding, Overspanning, Depressieve stoornis
      Gezondheisdraad, 19-12-06
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1475&p=1

    16. Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Angststoornissen, Beroerte, Borstkanker
      Gezondheidsraad, 05-03-07
      Cfr. :
      http://www.healthcouncil.nl/pdf.php?ID=1516&p=1

    17. Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Aspecifieke lage rugpijn, Hartinfarct
      Gezondheisdraad,
      30-11-05
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1282&p=1

    18. Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Chronische-vermoeidheidssyndroom, Lumbosacraal radiculair syndroom
      Gezondheisdraad,
      12-04-07
      Cfr. :
      http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1532&p=1

    19. Verzekeringsgeneeskundige protocollen - Whiplash Associated Disorder
      Beloofd voor het voorjaar van 2007
      Cfr. : ...
      Cfr. ook :
      http://www.whiplash.nl/index.php?m=59&s=&i=1010

    20. WAO is nu WIA
      Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
      De WIA is op 1 januari 2006 in werking getreden (formeel op : 29-12-2005).
      Cfr. :
      http://www.werkennaarvermogen.nl/

    21. Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
      © Stichting AB, november 2005
      Cfr. :
      http://www.st-ab.nl/wetwia.htm
      Cfr. ook :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_werk_en_inkomen_naar_arbeidsvermogen
      -
      http://www.postbus51.nl/index.cfm/t/Wet_Werk_en_Inkomen_naar_Arbeidsvermogen
      __WIA_/vid/7053EB49-DEFB-3123-964573AD4F8A83EB

      -
      http://www.eerstekamer.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vh14gcipptvo
      -
      http://home.szw.nl/navigatie/dossier/dsp_dossier.cfm?set_id=2355
      -
      http://www.ohcbv.nl/nieuws/wia.htm

    22. Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) - Memorie van toelichtng
      © Stichting AB, november 2005
      Cfr. :
      http://www.st-ab.nl/wetwiamvt.htm

    23. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wikipedia)
      Wikipedia, (laatst bewerkt) 16-07-07
      De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is een
      Nederlandse wet die op 29 december 2005 in werking is getreden en is de opvolger van de WAO.
      De WIA geldt voor mensen die op of na
      1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
      Degenen die voor die datum al arbeidsongeschikt waren, blijven onder de WAO vallen.
      Achtergrond van de WIA
      De aanleiding voor deze wet was het grote aantal mensen dat een beroep doet op de WAO.
      In de nieuwe wet staat werken voorop.
      Werknemers en werkgevers worden met financiŽle prikkels gestimuleerd er alles aan te doen om gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden.
      Om het beroep op de WAO in te perken zijn al eerder wettelijke maatregelen getroffen, zoals de invoering van de
      Wet verbetering poortwachter, waarin normen zijn opgenomen voor de reÔntegratie van arbeidsongeschikte medewerkers.
      Ook is de wettelijke loondoorbetalingstermijn verlengd naar 104 weken.
      In de
      Stichting van de Arbeid is afgesproken dat werkgevers aan arbeidsongeschikte medewerkers over de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid in totaal niet meer dan 70% van het loon doorbetalen.
      In veel
      cao's is deze afspraak bevestigd, waarbij veelal overeengekomen is dat een medewerker toch het volledige loon ontvangt als hij voldoende meewerkt aan zijn reÔntegratie.
      Arbeidsongeschiktheidsklassen
      De WIA kent drie soorten arbeids(on)geschiktheid :
      - minder dan 35% arbeidsongeschikt
      - meer dan 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt Úf meer dan 80% maar niet duurzaam arbeidsongeschikt (WGA)
      - meer dan 80% Ťn duurzaam arbeidsongeschikt (IVA).
      <35% arbeidsongeschikt
      Iemand die meer dan 65% arbeidsgeschikt (ofwel minder dan 35% arbeidsongeschikt) is, krijgt geen WIA-uitkering.
      Hij blijft in principe in dienst van de werkgever.
      Wel wordt hij aangemerkt als arbeidsgehandicapte, wat wil zeggen dat hij recht heeft op subsidies en andere ondersteuning om te kunnen blijven (of gaan) werken.
      Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)
      Mensen die meer dan 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt zijn, komen in aanmerking voor een WGA-uitkering.
      Ditzelfde geldt voor mensen die volledig (meer dan 80%) arbeidsongeschikt (maar niet duurzaam arbeidsongeschikt) zijn.
      De WGA bestaat uit een twee fases :
      - de loongerelateerde uitkering
      - de loonaanvullingsuitkering - de vervolguitkering
      Bij het bepalen van de hoogte van de uitkering geldt het
      maximum dagloon.
      *
      De loongerelateerde uitkering
      Iemand komt in aanmerking voor deze uitkering indien hij aan de zogeheten referte-eis voldoet.
      Dit betekent dat de arbeidsongeschikte voorafgaande aan de dag dat hij ziek werd, tenminste 26 van de 36 weken moet hebben gewerkt.
      Iemand die niet aan deze eis voldoet krijgt of een loonaanvullingsuitkering (cfr. 4.2.1 hierna) of een vervolguitkering (cfr. 4.2.2 hierna).
      De duur van de loongerelateerde uitkering hangt af van het arbeidsverleden (hierin wordt dezelfde berekening als in de
      Werkloosheidswet gevolgd).
      De hoogte van deze uitkering is 70% van het verschil tussen het oude loon en het nieuwe loon.
      Voorbeeld : Jan is voor 50% arbeidsgeschikt verklaard en het UWV kent hem een WGA-uitkering toe.
      Voordat hij ziek werd, verdiende hij Ä1800 euro per maand.
      De hoogte van de uitkering bedraagt dan 70% van Ä1800 = Ä1260 per maand.
      Stel dat hij toch nog met zijn restcapiciteiten kan werken en hij verdient daarmee Ä1000.
      Jan ontvangt dan 70% van (Ä1800 - Ä1000) = Ä560 (uitkering) + Ä1000 (loon) = Ä1560 per maand.
      Zou Jan helemaal niet werken, dan bedraagt zijn inkomen 70% van (Ä1800 - Ä0) = Ä1260.
      Deze berekeningswijze betekent dat het inkomen van Jan hoger wordt, als hij meer gaat werken.
      Dit sluit aan bij het doel van de WIA : het belonen van meer werken.
      Afhankelijk van zijn arbeidsverleden, krijgt Jan minimaal 6 maanden en maximaal 5 jaar dit bedrag.
      Vanaf 1 januari 2008 is de uitkeringsduur minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden (3 jaar en 2 maanden).
      * De loonaanvullingsuitkering

      Iemand die bij de aanvraag van een WGA-uitkering niet voldoet aan de referte-eis of degene die de maximale termijn van de loongerelateerde uitkering heeft doorlopen en nog steeds ziek is, kan in aanmerking komen voor de loonaanvullingsuitkering.
      De voorwaarde is dan wel dat die persoon tenminste de helft van zijn verdiencapaciteit heeft benut.
      Is dit niet het geval, dan komt hij in aanmerking voor de vervolguitkering (zie 2B).
      Iemand die aan deze eis voldoet, krijgt tot zijn 65e jaar deze uitkering.
      De hoogte van de loonaanvullingsuitkering bedraagt 70% van het verschil tussen het oude loon en de verdiencapaciteit (verdiencapaciteit is het loon dat iemand ondanks zijn arbeidsongeschiktheid nog zou kunnen verdienen).
      Voorbeeld : Jan is voor 50% arbeidsgeschikt verklaard door het UWV.
      Voordat hij ziek werd, verdiende hij Ä1800 per maand.
      Volgens het UWV zou Jan met zijn restcapaciteiten nog Ä900 per maand kunnen verdienen (50% van Ä1800).
      Het lukt Jan te gaan werken en hij verdient Ä600 per maand.
      Dit betekent dat Jan voor de loonaanvullingsuitkering in aanmerking komt (immers, Ä600 is meer dan de helft van Ä900).
      Het inkomen van Jan bestaat dan uit een WGA-uitkering van 70% van (Ä1800 - Ä900) = Ä630 en een loon van Ä600 (loon), dus in totaal Ä1230.
      Ook hierbij geldt dat hoe meer Jan werkt, hoe hoger zijn totale inkomen wordt.
      Stel dat Jan een baan heeft waarmee hij minder dan Ä450 per maand zou verdienen (dus minder dan de helft van zijn verdiencapaciteit), dan komt hij niet (langer) in aanmerking voor de loonaanvullingsuitkering, maar voor de vervolguitkering.
      * De vervolguitkering

      Iemand die minder dan de helft van zijn verdiencapaciteit benut, ontvangt een vervolguitkering.
      Het UWV keert deze uitkering uit totdat de arbeidsongeschikte 65 jaar wordt.
      Afhankelijk van het uitkeringspercentage krijgt iemand een bepaald deel van het minimumloon.
      Dit betekent dat een arbeidsongeschikte per maand een bedrag krijgt, dat ver onder dit kan minimum liggen.
      Indien mogelijk kan hij een beroep doen op de 'Toeslagenwet' om dit bedrag aan te vullen.
      IVA
      Mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt raken, krijgen een IVA-uitkering van 70% van het laatstverdiende loon (rekening houdend met maximum dagloon).
      Per 1 januari 2006 wordt er verhoogd tot 75% van het laatstverdiende loon.
      "Volledig" betekent : meer dan 80%.
      "Duurzaam" betekent : geen of slechts een geringe kans op herstel.
      Is sprake van een geringe kans op herstel, dan vindt de eerste vijf jaar jaarlijks een keuring plaats om te kijken of er verbetering is opgetreden waardoor sprake is van gedeeltelijke in plaats van volledige arbeidsongeschiktheid.
      Cfr. :
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_werk_en_inkomen_naar_arbeidsvermogen

    29-07-2007 om 22:11 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychosomatische fysiotherapie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen   








     


    Psychosomatische fysiotherapie

    ParaMedisch Centrum Moleneind : pmcmoleneind@hetnet.nl
    (Laatst aangepast op : 14-08-06)


    Wat is Psychosomatische Fysiotherapie ?

    De psychosomatische fysiotherapeut heeft zich gespecialiseerd in de behandeling van spannings- of stressklachten.
    Spanningsklachten kunnen zowel van lichamelijke als geestelijke aard zijn.
    Er is sprake van spanningsklachten als deze klachten verband houden met lichamelijke en/of psychische overbelasting (stress).
    Deze klachten worden ook wel psychosomatische klachten genoemd.
    De psychosomatisch werkende fysiotherapeut zal u kunnen begeleiden en zijn/haar handelen richten op het herstellen van het verstoorde evenwicht tussen spanning en ontspanning.
    Daar er een directe of indirecte samenhang bestaat tussen lichaam en geest komen beide aspecten in de behandeling aan de orde.
    Om uw stressreacties beter te kunnen begrijpen en waar mogelijk in gunstige zin te beÔnvloeden, worden uw leef- en werkomstandigheden bij de behandeling betrokken.
    De therapeut leert u luisteren naar uw eigen lichaam.


    Voor welke klachten ?

    De samenhang tussen de lichamelijke klachten en de psychische overbelasting is niet altijd direct duidelijk.
    Uw lichamelijke klachten treden meestal op de voorgrond en hebben bij medisch onderzoek geen duidelijke oorzaak opgeleverd.
    Veelal ervaart u zelf prikkelbaarheid, vermoeidheid en gevoelens van gespannenheid, die verband kunnen houden met bepaalde levensomstandigheden zoals :
    - grote werkdruk
    - conflicten
    - emotionele gebeurtenissen
    - relationele problemen
    - verlies van dierbaren
    - ernstige ziekteprocessen.
    Deze gebeurtenissen, zeker als deze langere tijd blijven bestaan, kunnen u zodanig uit evenwicht brengen dat er spanningsklachten ontstaan.
    Spanningsklachten kunnen zich op een lichamelijk en psychisch niveau uiten.
    De meest voorkomende hiervan zijn :

    • Lichamelijke klachten :
      - algemene vermoeidheid - spier- en gewrichtsklachten
      - nek- en rugklachten
      - hoofdpijn
      - maag- en buikklachten
      - benauwdheid, druk op de borst
      - duizeligheid en tintelingen in de armen en benen
      - overmatig transpireren
      - beverige of trillende handen
      - hartkloppingen
      - vaak verkouden en/of griep.

    • Psychische klachten :
      - lusteloosheid en geestelijke vermoeidheid
      - prikkelbaarheid, onrust en gejaagdheid
      - overactief zijn, niet stil kunnen zitten of staan
      - onvoldoende greep op uw leven hebben
      - het gevoel hebben uit balans te zijn
      - neerslachtigheid, somberheid
      - angstgevoelens en onzekerheid
      - piekeren, concentratiestoornissen
      - geheugenverlies
      - slaapstoornissen
      - neiging om moeilijke situaties te vermijden
      - niet meer kunnen genieten en kunnen ontspannen
      - overmatig eten, roken, alcohol- en koffiegebruik.


    Hoe ziet de behandeling eruit ?

    Allereerst zal er een gesprek en onderzoek zijn om uw klachten te begrijpen en waar nodig te verduidelijken en toe te lichten.
    Dit aanvangsgesprek is dan ook zowel op de lichamelijke als op de psychische klachten gericht.
    Vaak wordt er gebruik gemaakt van een klachtenlijst die dient om uw ziektegeschiedenis vast te leggen.
    Hierna wordt samen met u een therapieplan opgemaakt, het doel van de therapie besproken en uw eigen inbreng in het herstelproces gevraagd.
    Er wordt van u een actieve inzet verwacht bij het aanleren van onderstaande oefeningen :
    - het inzicht krijgen in oorzaak en gevolg
    - het aanleren van ontspanningoefeningen
    - het ervaren van ademtherapeutische oefeningen
    - houdings- en bewegingsadviezen/oefeningen
    - massage/
    warmtetherapie
    - begeleidende gesprekken ter ondersteuning
    U leert invloed te krijgen op uw gezondheid, zodat u na de therapie beter in staat zult zijn om uw klachten aan te pakken.

    Cfr. : http://www.pmcmoleneind.nl/pmc/Zorg/psychosomatische_fysiotherapie.htm
    Cfr. ook :
    http://www.hu.nl/OpleidingenMasters/Professional+Master+Fysiotherapie/Meer+over+deze+master/
    Psychosomatische+Fysiotherapie.htm?wbc_purpose=Basic&WBCMODE=PresentationUnpublished

    29-07-2007 om 18:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibroveerke - Jaarlijkse infodag (29-06-07) - Persverslag
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



     

    Fibroveerke
    - Jaarlijkse infodag - 29 juni 2007 -
     
    (Persverslag)

    - Bron : Atlas Weekblad : atlas@atlasweekblad.be -
    (aangepaste tekst)


    Ontmoetingscentrum Deerlijk te klein
    voor
    Infodag V.Z.W. Fibroveerke !

     

    De jaarlijkse infodag voor CVS- en fibromyalgiepatŽnten op 29 juni in Deerlijk bracht een ware volksverhuizing mee.
    Het werd een massale bijeenkomst van meer dan 300 lotgenoten uit gans BelgiŽ.


    Voorzitster Veerle :

    ďIn december werd de VZW Fibroveerke opgericht.
    Het was de bedoeling met een kleine groep te starten...
    Nu blijk echter dat er - overal in BelgiŽ - een grote nood is aan een degelijk werkende vereniging : begin dit jaar noteerden we vaak al 30 leden per week !
    Nog steeds komen nieuwe leden zich aansluiten, maar we hebben het gevoel dat nog te veel mensen aarzelen en ook die willen we erbij halen.
    Ons sterkste punt is dat we opteren voor een persoonlijk contact tussen de bestuursleden en de leden : bij ons zijn de leden geen nummer, maar een persoon.
    De informatiedag bracht een ware volksverhuizing met zich mee, we hadden bezoekers van Genk, Houthalen, Hasselt en zelfs Nederlandse gasten.
    Door de grote omkomst moesten we, helaas, heelwat mensen - die niet ingeschreven hadden - terug naar huis sturenĒ.


    Luk Saffloer

    Luk Saffloer, radiomaker, thans schrijver van boeken en lotgenoot sprak het aanvangswoord, een sterk getuigenis van een man die al heelwat watertjes heeft doorzwommen.


    Aromatherapie

    Dan kregen we interessante tips i.v.m. Aromatherapie.
    De aromatherapeute legde het allemaal uit in geuren en kleuren.


    Dr. ir. E. De Maerteleire

    Na de pauze kwam Dokter ir. E. De Maerteleire aan het woord.
    Iedereen zocht vol verwachting pen en papier om de vele interessante tips te noteren.
    Inderdaad, de bijdrage van Dokter ir. E. De Maerteleire was echt een schot in de roos, want blijkbaar kreeg niemand er - ondanks pijn en vermoeidheid - genoeg van !

    Als afsluiter kregen we nog een getuigenis over infraroodwerking.


    Tevreden trokken we met zijn allen naar huis...



    Voorzitster Veerle :

    • Ledendag
      Na afloop werd door het bestuur unaniem beslsist onze infodag voortaan te organiseren als een 'LEDENDAG'.
      De contacten die de voorbije 5 edities werden gelegd vormen daarvoor immers een blijvende, stevige basis.
      Het is en blijft onze opdracht onze leden te blijven steunen en met mekaar in contact te brengen, maar onze eerste ledendag Ė voorzien voor 4 juli 2008 Ė zal dus helaas enkel openstaan voor leden en hun partner.

    • Lid worden
      Lid worden van de VZW Fibroveerke kan door 16 euro te storten op rekening : 979-2391159-17.
      Leden krijgen niet enkel een ledenboekje om de drie maand, maar hebben ook tal van voordelen.
      Zo zal bv. onze huisbibliotheek enkel toegankelijk zijn voor leden, net als ons (gesloten) forum waar de leden ervaring kunnen delen.

    • Medisch-didactische bibliotheek
      We startten met een medisch-didactische bibliotheek.
      We z
      ijn lichamelijk niet in staat veel propaganda te voeren, deur-aan-deur aan te bellen of als steun producten te verkopen : we
      hebben dus ook de steun nodig van 'gezonde' mensen !
      Gelukkig verleent de Koning Boudewijnstichting haar medewerking aan ons project.
      Giften zijn dus fiscaal aftrekbaar vanaf 30 euro (art. 104 WIB)
      .
      De Koning Boudewijnstichting opende immers voor ons initiatief reeds een 'projectrekening' die het nummer 000-0000004-04 kreeg (vermeld steeds : 'L82082 Ė Fibroveerke').
      - Opmerking : de afspraak is wel dat 10 % van alle giften ten goede komen van het Streeksfonds West-Vlaanderen dat hiermee ook andere projecten zal steunen -

    Zoals je ziet is er nog heelwat werk aan de winkel.

    Met jůu steun ťn die van anderen (waarbij je vrienden en kennissen)
    lukt het zeker !

     

    29-07-2007 om 14:55 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zo wordt seks (weer) beter - Tips en trucs voor vrouwen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  















    Zo wordt seks (weer) beter
    - Tips en trucs voor vrouwen -

    Gezondheidsnet, 12-07-07


    Als je al een paar jaar bij je partner bent, kan het gebeuren dat je seksleven op een laag pitje komt te staan.
    Maar dat is helemaal nergens voor nodig !

        Met onderstaande tips maak je de seks weer fijn.

    1. Praten is het sleutelwoord als je dichter tot elkaar wilt komen.
      Vraag wat je partner fijn vindt, maar vertel ook wat jij graag zou willen.
      Door naar elkaar te luisteren, leer je elkaars behoeften - opnieuw - kennen en kun je hierop inspelen.

    2. Zonder je minstens ťťn keer per week af met z'n tweeŽn.
      Sluit je even af voor de drukte van het dagelijks leven.
      Doe deuren en ramen dicht, breng kinderen naar de oppas en laat je werk liggen tot morgen.
      Zo ben je eindelijk eens echt samen en kom je dichter tot elkaar.

    3. Tijd samen doorbrengen is erg belangrijk.
      Doe dingen die jullie samen leuk vinden.
      Dat kan winkelen of fietsen zijn maar ook gewoon samen op de bank een dvd'tje kijken.
      Zo breng je de lol terug in je relatie en dat werkt door in allerlei gebieden.

    4. Ga eens uit.
      Doe je mooiste jurk aan en ga een avondje naar de bioscoop, discotheek of het theater.
      Zo zijn jullie samen op een prettige manier bij elkaar.

    5. Blijf altijd aandacht aan je uiterlijk besteden.
      Het doet je partner goed als hij ziet dat je nog altijd moeite voor hem doet.

    6. Jonge meiden zien er dan misschien beter uit, maar er zijn altijd gebieden waarop jij beter scoort.
      Uitstraling, humor en intelligentie zijn eigenschappen die je nog steeds hebt en waar jouw man ooit op gevallen is.
      Maak er gebruik van !

    7. Breng de romantiek terug in je relatie.
      Romantiek zit hem in de kleine dingen : van een glas wijn tijdens het koken, kaarsen tijdens het diner tot een spontane zoen of glimlach.

    8. Stuur lieve berichtjes aan je partner.
      Stop briefjes in zijn jaszak of stuur een sms of email.
      Je kunt er ook spannende dingen in schrijven zoals bv. : "Kom je vanavond vroeg thuis ? Ik heb een verrassing voor jeÖ"

    9. Bouw door die kleine briefjes of korte sms'jes de spanning op.
      Laat hem op subtiele wijze merken dat je wat van plan bent als hij 's avonds thuiskomt of als je hem over een paar dagen ziet.

    10. Lingerie kan je partner in de stemming brengen.


    Cfr. :
    http://www.gezondheidsnet.nl:80/relatie/artikelen/303/zo-wordt-seks-weer-beter

    27-07-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    25-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Somatische, neuropatische & psychosomatische pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Het onderscheid lichamelijk -  psychisch is achterhaald : psychologische factoren spelen altijd een rol bij elke ziekte of klacht .../...
    Psychosomatische klachten zijn dus lichamelijke klachten die lijken te worden veroorzaakt of verergerd door psychische factoren en niet door een specifieke ziekte.
    Dat wil niet zeggen dat ze verzonnen zijn of aanstellerij.
    Cfr. :
    http://www.kennisring.nl/smartsite.dws?id=63895

    Inhoud :

    1. - Neuropatische pijn

    2. - Psychosomatische klachten, psychosomatische pijn, somatische pijn

    3. - De behandeling van neuropathische pijn door geneesmiddelen



    I. - Neuropatische pijn

    Gezondheidsinfo - © 2003 Pfize


    Wat is neuropathische pijn ?

    Neuropatische pijn is een vorm van chronische pijn waarvan de juiste oorzaak nog niet is achterhaald.
    In het algemeen gaat het hier om een letsel of een gebrekkige werking van de zenuwen.
    In het zenuwstelsel treedt ergens een stoornis op in de geleiding van signalen.
    Hierdoor kunnen niet-pijnlijke prikkels zoals een gewone aanraking als pijnlijk worden ervaren.

    De persoon in kwestie ondervindt pijn die buiten proportie is (wat de duur of intensiteit betreft) of pijn zonder zichtbaar of aantoonbaar letsel.
    Om van chronische en dus ook neuropathische pijn te kunnen spreken, moet de pijn minstens drie tot zes maanden aanwezig zijn.


    Wat zijn de symptomen ?

    Neuropatische pijn wisselt in intensiteit maar blijft doorgaans continu aanwezig.
    Vaak neemt het pijngevoel tijdens de slaap af.
    Symptomen zijn onder meer :

    • Chronische pijnklachten

    • Pijnklachten die niet afhankelijk zijn van de houding

    • Een gevoel van speldenprikken, elektrische schokken, messteken

    • Een brandend gevoel

    • Gevoelsstoornissen rond de pijnlijke zone (bv. ledematen die 'slapen', of overgevoelig zijn)

    • Gevoel dat men op 'kussens' loopt

    • Pijn bij koude of warmte (bv. tijdens een douche)

    • Pijn bij aanraking (bv. kledij op de huid)

    • Gevoel dat er mieren op en onder de huid lopen

    • Onaangename kriebelingen

    Een speldenprik doet bij de meeste mensen slechts even pijn.
    Een persoon met neuropathische pijn kan soms nog lang na het prikken pijn blijven voelen.
    PatiŽnten verdragen soms ook geen lakens op hun lichaam, geen sokken of schoenen aan hun voeten en ervaren een lichte druk op hun huid reeds als pijnlijk.


    Wat is de oorzaak ?

    De juiste oorzaak van neuropathische pijn is nog niet bekend.
    Er zijn theorieŽn die zich toespitsen op een fout in de pijngeleiding of een afwijkende werking van bepaalde delen van het zenuwstelsel die verantwoordelijk zijn voor de pijngeleiding.

    Onze zenuwen vangen impulsen op en geven die door aan de hersenen.
    Die interpreteren de prikkels en vertalen ze voor ons.
    Zo voelen we een aanraking, warmte, koude en ook pijn.

    Bij neuropathische pijn, gaat er ergens iets verkeerd : bij de ontvangst van de prikkel, het doorgeven aan de hersenen of de vertaling.
    Hierdoor wordt zelfs een lichte aanraking als pijn geÔnterpreteerd of krijgt men zonder aanleiding een constant pijngevoel.

    Neuropathische pijn kan soms opduiken na een operatie, bij personen die genezen zijn van zona of die lijden aan suikerziekte, kanker, multipele sclerose, ...


    Wat zijn de gevolgen ?

    Door de constante pijn gaat de levenskwaliteit sterk achteruit.
    De patiŽnt komt soms onder grote psychologische druk te staan.
    Veel personen hebben last om hun dagelijkse activiteiten uit te oefenen, dreigen hun werk te verliezen en kunnen in een depressie verzeild geraken of leggen zich bij hun situatie neer.

    Neuropathische pijn heeft ook een grote invloed op de slaapkwaliteit : 70 % van de patiŽnten lijdt aan een slaapstoornis.
    Er treedt interactie op tussen de pijn en de slaap.
    Een slechte nachtrust veroorzaakt vaak een opstoot van pijn.
    Anderzijds leidt de pijn tot slechter slapen.


    Hoe neuropathische pijn behandelen ?

    Deze aandoening is vrij moeilijk te behandelen.
    Vitaminepreparaten B12 blijken weinig succesvol te zijn.
    Klassieke pijnstillers helpen niet.
    Ook kinesitherapie en relaxatietechnieken kunnen de pijn niet echt verhelpen.
    Morfine is dan weer af te raden voor jongere mensen.

    Een mogelijkheid zijn de zogenaamde tricyclische antidepressiva.

    Tricyclische antidepressiva
    Groep van medicijnen (zie hieronder) die de heropname (Eng. 're-uptake') van de hersenstoffen norepinefrine (= nor-adrenaline) en/of serotonine (= 5-hydroxytryptamine = 5-HT) door bepaalde hersenzenuwen remmen en daardoor werkzaam zijn tegen depressiviteit.
    Voorbeelden :
    - Amitriptyline (Sarotex, Tryptizol)
    - Clomipramine (Anafranil)
    - Desipramine (Pertrofran)  - 2003 uit de handel genomen
    - Dosulepine (Prothiaden) 
    - Doxepine (Sinequan)
    - Imipramine (Tofranil)
    - Nortriptyline (Nortrilen)
    - Trimipramine (Surmontill)

    Deze oudere generatie geneesmiddelen kan in lage dosis de pijn wat verzachten.

    Ook geneesmiddelen tegen epilepsie ('anti-epileptica') kunnen verlichting brengen.

    Voorbeelden :
    - valproÔnezuur en natriumvalproaat
    - carbamazepine en oxcarbazepine
    - fenytoÔne
    - feneturide
    - ethosuximide
    - fenobarbital en primidon
    - recentere anti-epileptica: felbamaat, gabapentine, lamotrigine, levetiracetam, pregabaline, tiagabine, topiramaat, vigabatrine
    - koolzuuranhydrase-inhibitoren (zie 1.5.3.)
    - sommige benzodiazepines

    Succesvol zijn in deze groep de nieuwe generatie van 'anti-epileptica' (van de oudere generatie anti-epileptica is bekend dat deze de cognitie en het gedrag in mindere of meerdere mate negatief kunnen beÔnvloeden. De laatste 20 jaar is er een reeks aan nieuwe anti-epileptica op de markt gebracht met, naar beweerd wordt, een gunstiger bijwerkingenprofiel).

    Vraag uw dokter of huisarts altijd om raad.


    Tips

    • Neuropathische pijn is niet hetzelfde als psychosomatische pijn (cfr. hieronder).
      Het is een reŽle pijn die voortvloeit uit een stoornis in het zenuwstelsel.

    • Neem lang genoeg uw geneesmiddelen.
      Soms duurt het zes maanden of langer vooraleer u uw dosis kunt afbouwen.

    • Zorg dat u er niet alleen voorstaat.
      Psychologische begeleiding kan u leren hoe u met uw pijn om moet gaan.
      U moet zich zeker niet bij de feiten neerleggen.
      Er is iets aan te doen !


    FAQ's

    Hoe werkt het zenuwstelsel ?
    Het zenuwstelsel bestaat uit ontelbaar vele zenuwen die lange kettingen vormen.
    Elke zenuw heeft receptoren.
    Die vangen prikkels op en geven die door aan de volgende zenuw.
    Tot de prikkel de hersenen bereikt.
    De hersenen vertalen deze prikkel.
    Vervolgens geven zij een signaal door zodat het lichaam op de prikkel kan reageren.

    Bijvoorbeeld :
    U steekt uw vinger in een vlam. De zenuwen op de huid voelen de warmte (prikkel) en melden dit aan de hersenen. Die interpreteren de prikkels als 'pijn' en geven de vinger een signaal zich terug te trekken, wat ook prompt gebeurt.

    Lopen sommige mensen meer risico ?
    Vaak gaat neuropathische pijn gepaard met andere ziekten of duikt ze op na een aandoening of letsel.
    Soms is het oorspronkelijke letsel volledig genezen wanneer de pijn zich manifesteert (bv. de pijn na verdwijning van
    zonaletsels).
    In andere gevallen is de oorzaak nog aanwezig.
    Diabetici hebben in een vergevorderd stadium neuropatische pijnen aan de voeten.
    De pijn kan zich ook voordoen bij kanker, na chemotherapie, bij Multiple Sclerose of lage rugpijn e.a..
    Fantoompijn is eveneens een vorm van neuropathische pijn.

    Denkt de dokter dat ik depressief ben of aan epilepsie lijd ?
    Wanneer de dokter u een antidepressivum of anti-elepticum voorschrijft, betekent dit niet dat u depressief bent of aan epilepsie lijdt.
    Geneesmiddelen kunnen verschillende werkingen hebben (denk bv. maar aan de erectiepil die uitgevonden werd tijdens proeven met hartlijders).
    Een echte depressie vereist trouwens een veel hogere dosis aan antidepressiva dan diegene die de dokter tegen neuropathische pijn voorschrijft.

    Cfr. : http://www.pfizer.be/Dutch/What_we_do/Health_info/Neuropatische+pijn.htm

    Cfr. ook :

    1. Neuropathische pijn
      Deze website is speciaal samengesteld voor mensen met zenuwpijn, hun naaste familie en vrienden.
      U vindt onder andere informatie over het ziektebeeld neuropathische pijn (zenuwpijn), de oorzaak en de behandelingsmethoden.
      Cfr. :
      http://www.neuropathischepijn.nl/inet/np/ep/contentView.do?pageTypeId=20379&programId=20397&contentType=EDITORIAL&contentId=
      20412&BV_SessionID=@@@@1763306408.1185400486@@@@&BV_EngineID=
      ccccaddlhmemmlfcefecfnndfjmdffi.0

    2. Neuropathische pijn
      Neuropathische pijn is acute of chronische pijn waarvan het aannemelijk is dat het wordt onderhouden door een abnormale somatosensorische impuls-verwerking in het perifere of centrale zenuwstelsel.
      Eťn en ander impliceert dat een neurologische laesie ten grondslag ligt aan het pijnsyndroom.
      Is er geen neurologisch letsel vast te stellen, dan kan men niet spreken van neuropathische pijn.
      Het is in dat geval logischer te spreken van idiopathische pijn.
      Een uitzondering wordt hier gemaakt voor CRPS1 (voorheen sympathische reflex dystrophie).
      Hoewel de oorzaak hiervan niet bekend is, maakt het bijbehorende symptomencomplex het aannemelijk dat we hier te maken hebben met een neuropathisch pijnsyndroom .../...
      Cfr. :
      http://www.pijn.com/medici/diagnose5.htm

    3. Neuropathische pijn of zenuwpijn
      Cfr. :
      http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3907

    4. Neuropathische pijn of zenuwpijn
      Prof. dr. Wouter W.A. Zuurmond - SpreekuurThuis
      Cfr. :
      http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=17

    5. Neuropathische pijn of zenuwpijn
      PijnPolikliniek.info, 12-04-05
      De meeste mensen zijn gewend te denken aan pijn als een symptoom of teken van een onderliggende ziekte of beschadiging.
      Bij acute pijn is dit doorgaans ook het geval.
      Bij chronische pijn zijn echter de pijndrempel, de pijnverwerking en de pijnbeleving vaak gestoord.
      In wezen kan men zeggen dat de pijn op zichzelf een ziekte is geworden en niet slechts een symptoom.
      Er is daarom ook een slechte overeenkomst tussen de bevindingen bij RŲntgenonderzoek enerzijds en de mate van pijn anderzijds.
      Cfr. :
      http://www.pijnpolikliniek.info/index.php?page=35%A7ion=8

    6. Oog voor speciale pijn : pijn bij fibromyalgie
      © Onafhankelijk ziekenfonds
      Wat ?
      Fibromyalgie kenmerkt zich door pijn aan het 'bewegingsapparaat'.
      Duur ?
      Meestal chronisch van aard.
      Hoe te herkennen ?
      De pijn voelt aan alsof men griep heeft; een vorm van spierpijn dus.
      Het grote verschil is dat de griep van voorbijgaande aard is, terwijl fybromyalgie-patiŽnten voortdurend pijn lijden.
      De pijn localiseert zich voornamelijk in de nek, de schouders, de handen, het bekken, de benen, de voeten en de rug.
      Helaas is de pijn niet het enige probleem : patiŽnten slapen slecht (al dan niet door de pijn), zijn vermoeid en depressief.
      Factoren ?
      Een definitieve oorzaak kon tot op vandaag nog niet gevonden worden.
      Een ontregeling van het immuunsysteem, veranderingen in de bindweefselstructuur, tekort aan zuurstof in de spieren, storing in het metabolisme van bepaalde stoffen die een werking hebben op de bloedvaten en het zenuwstelsel werden bestudeerd, maar het zijn stuk voor stuk mogelijke factoren.
      Cfr. :
      http://www.oz501.be/jsp/displaydoc.jsp?id=1693

    7. Pijn
      Dr. P.C. van der Velden, oncoloog, M Kamphuis-van der Poel, verpleegkundig specialist W.H.A. & Elink Schuurman, huisarts
      Meestal is er sprake van nociceptieve pijn (= pijn tgv voortdurende en doorgaande weefselbeschadiging).
      Soms is er sprake van neuropatische pijn. (=pijn tgv beschadiging van een zenuw(plexus)).
      Het onderscheid is belangrijk omdat neuropathische pijn NIET reageert op de klassieke pijnstillers.
      Neuropatische pijn wordt vaak aangegeven als oppervlakkige, brandende of stekende pijn.
      Karakteristiek is de allodynie (lichte aanraking of blazen op de huid verergert de pijn); patienten zijn vaak niet ik staat om kleren te dragen.
      Soms komt ook een doof gevoel voor.
      Er dient altijd een poging gedaan te worden om de pijn te kwantificeren (Houdt de pijn U uit de slaap ? Wordt U tijdens een gesprek steeds afgeleid door de pijn ?).
      Het effect van een interventie op de pijn kan het beste kwantitatief geevalueerd worden mbv de Visual Analogue Scale .../...
      Cfr. :
      http://www.calando.nl/profes/resultaat.php3?id=16

    8. Pijnbegrippen
      't Llichtpuntje - Bron : BPS
      .../...
      Wat is psychosomatische revalidatie ?
      Een patient met chronische pijn is verstrikt geraakt in een kluwen van problemen op sociaal, emotioneel en cognitief vlak.
      Hij is sociaal geÔsoleerd, voelt zich depressief en angstig en kan zich niet goed concentreren.
      Het ligt voor de hand om in eerste instantie te onderzoeken hoe de lichamelijke oorzaak van pijn kan opgelost worden.
      Dit is echter niet steeds gemakkelijk en soms is dit onmogelijk.
      Personen met chronische pijn hoeven echter niet passief af te wachten op een medische ontdekking.
      Het passief afwachten kan er zelfs voor zorgen dat de patiŽnt nog meer geÔsoleerd geraakt, nog depressiever en angstiger wordt.
      Daarenboven zal zijn lichamelijke conditie achteruitgaan.
      Allesbehalve dus een ideale situatie voor elke behandeling.
      Bij een psychosomatische revalidatie zal getracht worden om de patient op het sociale en emotionele vlak te helpen.
      Hoe kan de patient terug een kwaliteitsvol leven krijgen ?
      In een psychosomatische revalidatie zal getracht worden om via psychologische en psychiatrische technieken de patient te revalideren op sociaal en emotioneel vlak.
      Er wordt ondezocht welke psychologische factoren ervoor zorgen dat patienten in een neerwaartse spiraal terecht gekomen zijn en vervolgens zal samen met de patient gezocht worden naar aanvaardbare en realistische oplossingenen.
      De rol van de patient is hierbij anders dan bij een arts.
      De patient moet zelf actief meewerken aan zijn revalidatie.
      Hij moet daarom gemotiveerd zijn.
      De hulpverlener kan dan vanuit zijn expertise de patient coachen in het revalidatieproces.
      .../...
      Kan een psyholoog mij helpen in de behandeling van mijn pijn ?
      Een psycholoog kan helpen om mensen te leren leven met pijn.
      Woorden die gemakkelijk in de mond genomen worden, maar zeer moeilijk te realiseren zijn.
      Soms zal de psycholoog zich richten op de behandeling van de pijn.
      Dit kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van het leren van ontspanningsoefeningen of aandachtsafleidingsoefeningen.
      Vaak zal de psycholoog zich richten op hoe de patient emotioneel en sociaal functioneert.
      Dan zal getracht worden de dramatische impact van pijn op het leven van de patient te milderen of aanvaardbaar te maken.
      Uiteraard zal de psycholoog kijken welke psychosociale factoren zowel in het verleden als in het heden een rol kunnen gespeeld hebben.
      Dit kan variŽren van patiŽnt tot patiŽnt.
      De psycholoog heeft een hele waaier aan technieken die de patiŽnt kan helpen om het leven dragelijker te maken.
      De psycholoog mag zeker niet de andere aspecten van pijnbehandeling uit het oog verliezen.
      Daarom is hij vaak lid van een mutlidisciplinair team.
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/pijnbegrippen.htm



    II. - Psychosomatische klachten, psychosomatische pijn, somatische pijn

    Ingrid Holvoet
    LTA Persoonlijke Ontwikkeling Ė Email :
    ingrid.holvoet@skynet.be - © LTA Personal Development 2007 : www.ltapersoonlijkeontwikkeling.com


    Volgens de visie van LTA Persoonlijke Ontwikkeling worden psychosomatische klachten en psychosomatische pijn veroorzaakt door programmeringen of patronen die zich in het onderbewustzijn bevinden.
    Deze patronen zijn in de vorm van een materie in en rond het lichaam opgeslagen.
    Somatische pijn is het resultaat van de pijnwaarneming via het zenuwstelsel en is niet het gevolg van patronen.
    Behalve dat er patronen in het onderbewustzijn kunnen aanwezig zijn die ervoor zorgen dat pijn intenser wordt waargenomen.

    Er zijn twee verschillende vormen van patronen die psychosomatische klachten of psychosomatische pijn kunnen veroorzaken.


    Een eerste vorm betreft patronen die in organen of lichaamsdelen opgeslagen zijn.
    Patronen met als inhoud angst, dwang, frustratie, financiŽle tegenslagen, ontrouw, ...
    Deze patronen hebben een negatieve invloed op de werking van het orgaan of het lichaamsdeel waarin ze opgeslagen zijn.
    Of ze veroorzaken ongemakken of pijn in dat deel van het lichaam.

    Indien er b.v. patronen betreffende diverse onderwerpen (onzekerheid, schuldgevoelens, concentratieproblemen, tegenslagen, ...) in de darmen opgeslagen zijn, dan kunnen die voor al dan niet chronische diarree of constipatie zorgen.
    Of anders ongemakken of pijn veroorzaken.
    Wanneer er patronen geactiveerd worden, zoals wanneer iemand in een negatieve situatie terecht komt, kunnen de symptomen verergeren.
    Deze klachten die het resultaat zijn van patronen opgeslagen in het lichaam kunnen met de LTA methode dikwijls heel gemakkelijk verholpen worden.
    In dat geval richt de LTA therapeut zijn aandacht op de patronen in het lichaamsdeel opgeslagen, waardoor deze vernietigd worden.
    En waardoor psychosomatische klachten of psychosomatische pijn verdwijnen.

    Problemen met maag of darmen, hoofdpijn, spanningen in de schouders en nek, spanningen op de borst, niet-somatische rugpijn, gevoeligheid voor keelpijn en veel andere psychosomatische klachten of psychosomatische pijnen zijn met de LTA methode bij veel mensen zeer gemakkelijk te verhelpen.

    Massagetechnieken, acupunctuur, magnetiseren, ... hebben eveneens een effect op de patronen opgeslagen in een lichaamsdeel en kunnen klachten die het gevolg zijn daarvan verlichten.
    Met deze technieken worden ook stukken van patronen afgebroken.
    Ook al dit is niet geweten.
    Men denkt dat er met acupunctuur energiebanen vrijgemaakt worden.
    Wat er in werkelijkheid gebeurt is het breken van een materie (de patronen) die in lichaamsdelen is opgeslagen.


    Een tweede vorm van psychosomatische klachten en psychosomatische pijn wordt veroorzaakt door patronen die rond de persoon zijn opgeslagen.
    Indien iemand gevoelig is voor diarree of constipatie, dan kan dit ook veroorzaakt worden door patronen in het onderbewustzijn die scheikundige processen in het lichaam beÔnvloeden waardoor ziektes ontstaan.
    Deze vorm is moeilijker te verhelpen dan de eerste vorm aangezien we hier alle lagen van een ziektepatroon moeten afpellen.
    Ziektepatronen zitten dikwijls op diepe lagen in het onderbewustzijn opgeslagen en bestaan uit grote hoeveelheden materie.

    Indien het om deze vorm van patronen gaat, kunnen technieken als acupunctuur, massages, magnetiseren e.d. niet helpen.
    Homeopathie daarentegen kan in dat geval wel helpen, omdat homeopathie patronen deactiveert.
    Deactiveren kan heel snel gaan, maar het patroon is niet afgepeld en de psychosomatische klachten of de psychosomatische pijnen kunnen later terug de kop optsteken.
    NLP kan ook wel eens resultaten halen bij lichamelijke klachten, zoals b.v. bepaalde vormen van allergie.
    Dit kan eveneens heel snel gaan.
    Maar hier geldt hetzelfde als met homeopathie : patronen zijn niet afgepeld maar zijn gaan liggen en klachten komen later dikwijls terug.


    Fibromyalgie

    Bij fibromyalgie b.v. (een ziekte waarbij de patiŽnt veel spierpijnen heeft), is er geen lichamelijke oorzaak te vinden.
    Enkele voorbeelden van patronen bij mensen die aan deze ziekte lijden.


    Een eerste variatie :

    Een eerste patroon dat dicteert : 'je moet lijden, je moet pijn lijden' activeert een tweede patroon met als inhoud een programmering die zorgt voor een afwijkende hersenwerking.
    Het patroon bevat een formule van een scheikundige stof.
    Die stof wordt in de hersenen geproduceerd.
    Het patroon dicteert een afwijking in de normale samenstelling (wordt bepaald door de formule).
    Door de aanwezigheid van die stof ontstaat er een afwijking in de samenstelling van het celplasma van zenuwcellen.
    Waardoor de elektrische geleiding over de zenuwcellen niet vlot verloopt.
    Waardoor er pijn ontstaat zodra spieren gebruikt worden, en de geringste inspanning al een zware belasting is.


    Een tweede variatie :

    Een eerste patroon 'je bent moe' activeert een tweede patroon.
    Dit tweede patroon zorgt ervoor dat er iets abnormaals plaatsheeft in het achterhoofd, er heeft op een wel aangeduide plaats door het patroon een scheikundig proces plaats (het is onduidelijk wat het precies is, het is iets op celniveau waardoor er ontstekingen ontstaan).
    Hetzelfde proces gebeurt in de oksels (lymfeklieren ?), op die plaatsen ontstaat in de cellen een giftige stof, die stof komt in de bloedbaan terecht en gaat naar de hersenen.
    Dit beÔnvloedt de elektrische werking in de hersenen, waardoor de elektrische geleiding over de zenuwbanen naar delen van het lichaam gebrekkig verloopt.
    Daardoor verzwakt het spierstelsel en andere stelsels en organen en ontstaat pijn op diverse plaatsen in het lichaam.
    Het lichaam in zijn geheel functioneert niet meer zoals het moet.
    De persoon is moe en de geringste inspanning is een belasting.


    Psychosomatische klachten en psychosomatische pijn kunnen met de LTA techniek altijd verholpen worden, op korte of langere termijn.

    In het geval van somatische of lichamelijke pijn zijn er twee zaken die we met de LTA methode kunnen doen.
    Patronen breken die pijn intensifiŽren.
    En pijn tijdelijk stillen met behulp van pijnstillende energieŽn van een LTA therapeut.

    De pijndrempel verschilt sterk van persoon tot persoon.
    Bij mensen met een lage pijndrempel kunnen er patronen in het onderbewustzijn aanwezig zijn die ervoor zorgen dat lichamelijke pijn intens wordt waargenomen.

    Bv. 'je zult pijn intens voelen'.
    Dit activeert een tweede patroon : 'in de hersenen ontstaat een signaal waardoor de elektrische geleiding over het zenuwstelsel intensifieert, waardoor er een meer intense pijn wordt gevoeld'.
    Bij het breken van dergelijke patronen wordt pijn minder intens.

    Mensen kunnen proberen om met de LTA zelfbehandelingstechniek somatische pijn te verlichten.
    Tijdens de zelfbehandeling werken de energieŽn van een LTA therapeut in op de materie van de patronen en breken stukken van patronen af.
    Indien het echter om lichamelijke pijn gaat, wordt een ander type energie van de therapeut gebruikt.
    Namelijk energieŽn die inwerken op het zenuwstelsel en een pijnstillende invloed uitoefenen.
    Deze invloed is echter van tijdelijke aard.
    De zelfbehandelingstechniek voor pijnstillen moet blijvend toegepast worden, alhoewel er bij sommige mensen wel een blijvende verlichting kan bereikt worden.
    Je kunt het effect vergelijken met het effect van pijnstillende medicatie.


    Cfr. :
    -
    http://www.ltapersoonlijkeontwikkeling.com/details.asp?language=nl&productID=188343
    -
    http://www.ltapersonalgrowth.com/

    Cfr. ook :

    1. Mama, mijn buik doet pijn - Kinderen met buikpijn helpen
      Ludo Driesen Ė Uitgeverij Garant Ė ISBN : 978905350963
      Tijdens de vakantie liep alles nog goed, maar sinds september klaagt Matthias (14) vaak over buikpijn.
      Hij wil dan niet naar school.
      Met buikpijn kan hij zich niet concentreren, zegt hij.
      Volgens onze huisarts is er lichamelijk niks aan de hand.
      Gisteren stuurde de school Matthias naar huis : ziek.
      Hij moet nu maar eens ophouden met die komedie.
      Of zijn er soms andere problemen ?
      Cfr. :
      http://www.klasse.be/ouders/help.php?id=65
      Zeven tot dertig procent van de kinderen en jongeren tussen 8-18 jaar klaagt geregeld over pijn ergens in het lichaam.
      Heel vaak gaat het om buikpijn.
      Sommige kinderen hebben er zoveel last van dat ze er hun normale activiteiten tijdelijk voor opgeven.
      Waar komt de buikpijn vandaan ?
      Organisch of functioneel ?
      Stress, aangeleerd gedrag om aandacht te vragen, veinzerij om onprettige dingen niet te moeten doen, aanstellerij ?
      Dit boek gaat vooral over functionele buikpijn.
      De diverse redenen waarom kinderen die kunnen hebben, krijgen uitleg.
      Daarna geeft de auteur adviezen over hoe ermee omgaan : een buikpijnkalender brengt een en ander aan het licht, kinderen moeten leren stress te hanteren, buipijngedrag afleren enz.
      Dit kan stapsgewijs.
      In dit boek staat hoe dat kan.
      Een verhelderend, praktisch boek voor ouders, kinderverzorgsters, kleuterleiders enz...
      Cfr. :
      http://www.carmelitana.be/info.php?isbn=9789053509630

    2. Psychosomatische klachten
      KennisRing; (laatst bijgewerkt :) 02-08-05
      Wat zijn psychosomatische klachten ?
      Hoofdpijn na een zware dag vol spannende gebeurtenissen, wie heeft daar nooit eens last van ?
      Bijna iedereen heeft zo af en toe lichamelijke klachten door psychische spanningen.
      Dit noemt men psychosomatische klachten 'psyche' betekent 'geest', 'soma' betekent 'lichaam').
      De krachtige wisselwerking ertussen beÔnvloedt onze gezondheid intensief.
      Sterker nog, het onderscheid lichamelijk -  psychisch is achterhaald.
      Psychologische factoren spelen altijd een rol bij elke ziekte of klacht. 
      Psychosomatische klachten zijn dus lichamelijke klachten die lijken te worden veroorzaakt of verergerd door psychische factoren en niet door een specifieke ziekte.
      Dat wil niet zeggen dat ze verzonnen zijn of aanstellerij.
      De officiŽle naam voor psychosomatische klachten is 'somatoforme stoornissen'.
      Daar vallen onder :
      conversiestoornis, somatisatiestoornis (jarenlang talrijke lichamelijke klachten zonder lichamelijke oorzaak), hypochondriepijnstoornis en dysmorfofobie (iemand is ervan overtuigd dat zijn uiterlijk heel erg afwijkt en is daar overdreven mee bezig).
      Een term die ook wel gebruikt wordt voor klachten waarvoor geen specifieke oorzaak wordt gevonden is lichamelijk onverklaarde klachten (LOK).
      Cfr. :
      http://www.kennisring.nl/smartsite.dws?id=63895



    III. - De behandeling van neuropathische pijn door geneesmiddelen

    Bron : Vlaamse Pijnliga 


    Er verscheen een recent overzichtsartikel in de medische vakliteratuur over de behandeling van chronische neuropatische pijn door geneesmiddelen.
    Dergelijke overzichtsartikelen zijn niet alleen belangrijk voor artsen.
    Ook voor patiŽnten is het van belang te weten welke middelen er op de markt zijn en in welke mate zijn doeltreffendheid zijn.

    Neuropatische pijn is een vorm van chronische pijn waarvan de juiste oorzaak nog niet is achterhaald.
    In het algemeen gaat het hier om een letsel of een gebrekkige werking van de zenuwen.
    In het zenuwstelsel treedt ergens een stoornis op in de geleiding van signalen.
    Hierdoor kunnen niet-pijnlijke prikkels zoals een gewone aanraking als pijnlijk worden ervaren.
    De persoon in kwestie ondervindt pijn die langer duurt of zeer ernstig is of pijn zonder zichtbaar of aantoonbaar letsel.
    Om van chronische en dus ook neuropathische pijn te kunnen spreken, moet de pijn minstens drie tot zes maanden aanwezig zijn.


    1. - Eerste keuze geneesmiddelen

    De eerste keuze bij behandeling zijn geneesmiddelen waarvan de doeltreffendheid is aangetoond in meerdere studies en waarvan het gebruik in de praktijk mogelijk is.
    Het gaat om : 

    • tricyclische antidepressiva

    • gabapentine en pregabaline

    • narcotische analgetica en

    • tramadol.


    Tricyclische antidepressiva

    De tricyclische antidepressiva zijn specifieke geneesmiddelen voor de behandeling van depressie.
    Ze zijn tevens de eerste geneesmiddelen waarvan de doeltreffendheid bij verschillende types van neuropathische pijn werd aangetoond.
    De studies werden vooral met amitriptyline (bv. Redomex, Tryptizol) en nortriptyline (bv. Nortrilen) uitgevoerd.
    Hun pijnstillend effect is onafhankelijk van hun antidepressief effect.
    Voorzichtigheid is zeker geboden bij patiŽnten met een voorgeschiedenis van hart -en vaataandoeningen, glaucoom of moeilijkheden om te wateren.
    Duloxetine (Cymbaltaģ), dat recent werd gecommercialiseerd, heeft in de Belgische bijsluiter ook de behandeling van neuropatische pijn door suikerziekte als toepassing.

    Gabapentine

    In acht studies werd aangetoond dat gabapentine (Neurontinģ) leidt tot een vermindering van chronische neuropathische pijn, in het bijzonder bij zona pijn en neuropatische pijn door suikerziekte.
    De voornaamste ongewenste effecten van gabapentine zijn slaperigheid en duizeligheid en minder frequent maag-darm klachten.
    Gabapentine wordt meestal beter verdragen dan de andere anti-epileptica.
    In BelgiŽ is gabapentine geregistreerd en terugbetaald voor de behandeling van zona pijn en neuropatische pijn door suikerziekte indien amitriptyline (bv. Redomex, Tryptizol) niet kan worden toegediend of onvoldoende werkt.

    Pregabaline

    Pregabaline (Lyricaģ) is een anti-epilepticum verwant aan gabapentine.
    Meerdere studies tonen een gunstig effect van pregabaline bij neuropathische pijnen.
    De doeltreffendheid en de ongewenste effecten lijken vergelijkbaar met deze van gabapentine.
    In BelgiŽ wordt pregabaline sedert 1 februari 2006 terugbetaald voor de behandeling van zona pijn en neuropatische pijn door suikerziekte indien amitriptyline (bv. Redomex, Tryptizol) niet kan worden toegediend of onvoldoende werkt.

    Narcotische analgetica

    In meerdere studies werd een vermindering van verschillende types neuropathische pijn aangetoond met narcotische analgetica zoals morfine of fentanyl.
    Hun gebruik is echter beperkt wegens het risico van ongewenste effecten (slaperigheid, lage bloeddruk, obstipatie, braakneigingen) en het optreden op lange termijn van afhankelijkheid.
    Er wordt aangeraden de behandeling zeker te starten met lage doses en deze progressief op te drijven.
    Preventieve behandeling van de obstipatie door maatregelen zoals vezelrijke voeding, voldoende vochtinname (b.v. vers fruitsap bij het ontbijt), mobilisatie en -indien nodig -laxeermiddelen is aangeraden.

    Tramadol

    Het analgetisch effect van tramadol berust op een morfine-achtig effect maar ook op andere effecten.
    In twee studies werd met tramadol een vermindering van verschillende types neuropathische pijn aangetoond.
    De voornaamste ongewenste effecten van tramadol zijn: duizeligheid, braakneigingen, obstipatie, slaperigheid en te lage bloeddruk.
    Ze treden frequenter op bij het vlug opdrijven van de dosis.


    Neuropathische pijn kan niet altijd voldoende onderdrukt worden met ťťn enkel geneesmiddel zodat het kan nuttig zijn meerdere geneesmiddelen te combineren. In een recente studie werd de doeltreffendheid aangetoond van een behandeling op basis van gabapentine en morfine bij zona pijn en neuropatische pijn door suikerziekte.
    Deze combinatie leidde tot een meer uitgesproken pijnstillend effect, met gebruik van lagere doses, dan wanneer gabapentine of morfine afzonderlijk zouden zijn gebruikt; de ongewenste effecten zoals obstipatie, slaperigheid en monddroogte, waren met de combinatie evenwel hoger.
    Andere studies zijn zeker noodzakelijk om te bepalen welke de beste combinaties zijn en bij welke types neuropathische pijn ze kunnen gebruikt worden.


    2. - Tweede keuze geneesmiddelen

    Een aantal geneesmiddelen voorgesteld voor de behandeling van neuropathische pijn, zijn geen eerste keuze middelen o.a. door een gebrek aan bewijzen van doeltreffendheid, de ongewenste effecten, de hoge kostprijs of het gebrek aan een geschikte specialiteit in BelgiŽ.

    • Lamotrigine (bv. Lambipol, Lamictal, Lamotrigine Bexal, Lamotrigine EG, Lamotrigine-Ratiopharm) is een anti-epilepticum waarvan de doeltreffendheid aangetoond werd bij verscheidene types van neuropathische pijn zoals neuropathie door HIV-virusinfectie en suikerziekte.
      Wegens het risico van ernstige huidreacties en omwille van de hoge kostprijs is het echter geen eerste keuze middel.

    • Carbamazepine (Merck-carbamazepine, Tegretol) wordt sinds lang gebruikt bij aangezichtspijnen en neuropathie door suikerziekte.
      Bewijzen van zijn doeltreffendheid komen echter uit oudere studies die niet altijd voldoen aan de huidige criteria.

    • LidocaÔne aan 5 % als transdermale pleister, aangebracht ter hoogte van de plaats waar de pijn het meest uitgesproken is, bleek in twee studies doeltreffend bij patiŽnten met zona neuralgie.
      LidocaÔne bestaat in BelgiŽ niet onder deze vorm.

    • CapsaÔcine crŤme aan 0,075 % kan nuttig zijn bij voor de behandeling van zona pijn en neuropatische pijn door suikerziekte, maar het is geen eerste keuze middel gezien de beperkte doeltreffendheid en ongewenste neveneffecten , zoals bijvoorbeeld een branderig gevoel op de plaats van toediening.
      In BelgiŽ bestaat geen specialiteit op basis van capsaÔcine waarvan de concentratie geschikt is voor gebruik in deze indicatie; een geschikte specialiteit kan worden ingevoerd uit het buitenland (bv. uit het Verenigd Koninkrijk, onder de benaming Axsainģ crŤme aan 0,075%).

    • Selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI's) zoals citalopram (bv. Cipramil, Citalopram Bexal, Citalopram EG, Citalopram Sandoz, Citalopram Teva, Citalopram-Ratiopharm, Merck-citalopram), paroxetine (bv. Aropax, Merck-paroxetine, Paroxetine Bexal, Paroxetine EG, Paroxetine Sandoz, Paroxetine Teva, Paroxetine topgen, Paroxetine-Ratiopharm, Seroxat) en venlafaxine (bv. Efexor), vertoonden in enkele studies een gunstig effect bij neuropathische pijn.

    • Mexiletine (bv. Mexitil), clonidine (bv. Dixarit) of dextromethorfan(bv. Dexir, Dextromethorphan Teva,Ö) worden soms gebruikt bij neuropathische pijn, maar hun doeltreffendheid is onvoldoende onderbouwd.


    Cfr. : 
    http://www.tlichtpuntje.be/info/neuropatischepijn.htm

    Cfr. ook :

    1. Behandeling van chronische pijn
      Chronische pijn kan voorkomen bij allerlei ziekten en aandoeningen.
      Afhankelijk van de aard en lokalisatie van de aandoening of het letsel verschillen de pijnklachten in kwaliteit en kwantiteit.
      In 2/3 van de gevallen verdwijnt de pijn na enige tijd spontaan.
      Wanneer de pijn na gemiddeld 3 jaar nog bestaat is de kans op herstel gering.
      Chirurgische therapie (b.v. neurolyse of neurotisatie) kan naast een partieel functioneel herstel, soms een gunstig effect op de ernst en de frequentie van de pijnklachten hebben.
      PatiŽnten bij wie medicijnen geen of onvoldoende verlichting van de pijn geven of bij wie ernstige bijwerkingen optreden bij overigens effectieve doses kunnen soms behandeld worden met een aantal behandelingen cq. ingrepen binnen het kader van een pijntherapie gegeven door de anesthesist zoals neurolytische blokkades en transcutane zenuwstimulaties (TENS) .../...
      Cfr. :
      http://www.tlichtpuntje.be/info/neuromodulatie%20bij%20pijn.htm

    2. Body awareness
      Wulff, I. (2000) - Praxis, 11, 22-24 (samenvatting : Ann Kristin StorlÝkken)
      Veel mensen zoeken hulp op basis van psychosomatische klachten en spanningsklachten.
      Body awareness is een Zweedse behandelmethode die patiŽnten helpen om de pijnrol te laten verminderen om de werking van de pijnklachten te laten verminderen.
      Deze methode is geschikt voor zowel individuele- als groepsbehandeling.
      Achtergrond
      PatiŽnten met psychosomatische pijn en spanningsklachten treft men in de fysiotherapeutische behandelingen regelmatig aan.
      Meestal zijn dit klachten als onrust, angst en depressies.
      Deze patiŽnten hebben vaak moeite om op eigen kracht te mobiliseren.
      De Zweedse Psychotherapeute Gertrud Roxendal die de methode Body Awareness heeft ontwikkelt schrijft : ďOns lichaamgevoel heeft een grote betekenis voor onze identiteit, zelfvertrouwen en welbevinden. De balans van het lichaam is bij psychosomatische klachten verandert c.q. Verstoort.Ē
      Fysiotherapeutische behandelmethoden hebben een traditioneel in de natuurwetenschappen.
      Het lichaam wordt volgens biomechanische en psychologische princiepen behandeld.
      De behandelmethode ďBody AwarenessĒ is in verschillende wetenschappelijke studies beschreven, bijvoorbeeld van Roxendal, Mattson en ScattebÝ.
      Traumatische belevenissen kunnen musculaire spanningen veroorzaken
      Dat spierspanning en ademhalingsblokkering als gevolg van traumatische gebeurtenissen en  emotionele toestanden kunnen ontstaan is door meerdere auteurs beschreven.
      De wetenschap over de samenhang van de spierspanning en traumatische belevenissen vormen een belangrijk punt bij de Body awareness.
      De spierspanningen die beÔnvloed worden door emoties heeft een negatief effect op de coŲrdinatie van de adembeweging.
      De spanning van de hals, borstkas en buik neemt toe.
      De posturale energie flow wordt beperkt.
      Dat heeft een negatieve invloed op de mogelijkheid om een evenwicht in lichaam en geest te creŽren.
      Er is beschreven dat lichaamsgeoriŽnteerde behandelingen met lichaamsgevoel een beter bewegelijkheid en stabiliteit tot gevolg heeft en dat het een gunstige invloed op de algehele belastbaarheid heeft.
      Spanningen beÔnvloeden het bewustzijn
      De belangrijkste rol van de fysiotherapeut is om de patiŽnten te helpen om een beter contact met zijn lichaam te krijgen en het gevoel en  het bewustzijn een eigen identiteit te geven.
      Signalen van het lichaam worden vaak niet of onadequaat waargenomen.
      De behandelingsmethode
      Body awareness lijkt op bewegingen vanuit de Chinese bewegingskunst Tíai Chi en de Japanse Zen traditie.
      De bedoeling is om het gevoel van identiteit en lichaamswaarneming te integreren.
      Body awareness bestaat uit eenvoudige bewegingen die makkelijk te leren zijn.
      De oefeningen zijn toepasbaar voor het hele lichaam, onafhankelijk van wat voor klachten iemand heeft.
      Basisfuncties van de Body Awareness
      Het voelen van het gewicht tegen het onderlaag.
      Het samenspel van de zwaartekracht en de houdingsreflexen.
      De theorie van de Body Awareness heeft veel te maken met het Solar Plexus.
      Bewegingen die van dit centrum komen zijn harmonisch, worden van de ademhaling beÔnvloed en kosten minimale energie.
      Als de adembeweging geÔntegreerd werd, werden de lichaamsfuncties en het gevoelsleven gevitaliseerd.
      De energie die door spierspanningen geblokkeerd werden zijn teruggevonden.
      Individuele en groepsbehandelingen
      De mentale oefeningen worden individueel benadert.
      Het leren voelen van het lichaam.
      Als iemand deze oefening uitvoert en aan andere dingen denkt, kan een scheiding ontstaan tussen het lichaam en de geest.
      De body awareness wordt vervolgens in een groep uitgevoerd, maar dan met nadruk op het eigen functioneren en de belevenissen van de individuele personen.
      Het is een belangrijke taak van de begeleider om de cursisten te helpen zoeken naar hun eigen kwaliteiten.
      Kennis is een activiteit en niet iets wat vanzelf ontstaat.
      Zelfbewustwording zoeken in rust en beweging is een belangrijk item in de behandeling.
      Het individu leert zijn signalen van het lichaam beter waar te nemen en leert in een groep beter te concentreren.
      In een groep kunnen de deelnemers hun ervaringen uitwisselen met elkaar en van elkaar leren.
      Cfr. :
      http://www.stichting-flow.nl/tijdschr/Wulff.htm

    3. Farmacotherapie van neuropathische pijn
      Een geaccepteerd protocol voor de sequentiŽle farmacotherapie van neuropathische pijn bestaat niet.
      Hieronder is een suggestie geformuleerd die door het PKC Maastricht in de praktijk gevolgd wordt.
      Deze richtlijn is dus gebaseerd op eigen ervaringen en maar ten dele op gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek .../...
      Cfr. :
      http://www.pijn.com/medici/therapeutisch1.htm#neuropatisch

    4. Medicamenteuze behandeling van neuropathische pijn
      Bij neuropathische of neurogene pijn zijn niet-narcotische analgetica en niet-steroÔdale anti-inflammatoire farmaca vaak onvoldoende werkzaam.
      De narcotische analgetica zijn wel doeltreffend bij neurogene pijn al dan niet ten gevolge van kanker.
      Men maakt ook vaak gebruik van andere geneesmiddelen zoals bepaalde antidepressiva en anti-epileptica, waarvan het nut is aangetoond bij bepaalde vormen van neuropathische pijn, zoals diabetische neuropathie en postherpetische neuralgie; deze middelen zijn vaak echter niet geregistreerd voor, noch terugb

    25-07-2007 om 23:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (6)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omgaan met psychosomatische klachten in de praktijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




    Omgaan met psychosomatische klachten
    in de praktijk

    Marjolein de Craen & Loes Swaan
    Magazine3


    Marjolein de Craen is psycholoog en psychotherapeut.
    Loes Swaan is revalidatiearts en is voorzitter van de Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland en lid van de Medische Advies Raad van de fibromyalgie patiŽntenvereniging FES.
    Samen werken zij in revalidatiecentrum De Trappenberg in een aandachtsgebonden team op het gebied van pijn en psychosomatische klachten.
    Hierin worden patiŽnten (vanaf 20 jaar) behandeld met o.a. chronische rugklachten, fibromyalgie, CRPS (voorheen posttraumische dystrofie), whiplashsyndroom, CANS, bekkenklachten en het chronisch vermoeidheidssyndroom.
    Het KGA legde hen een aantal vragen voor.

    Al deze ziektes zijn allemaal erg in het nieuws, de laatste tijd
    Wat vinden jullie van al die commotie ?

    Het is terecht dat er veel aandacht voor is want de moeilijk objectiveerbare aandoeningen zijn een groot probleem voor zowel de mensen die er last van hebben als voor de maatschappij.
    Het is jammer dat er een polarisatie lijkt op te treden met vooral steeds harder roepende mensen aan beide zijden die nauwelijks meer communiceren.
    Juist door de klachten te erkennen als multifactorieel doe je recht aan patiŽnt en behandelaar.
    Bij het chronisch vermoeidheidssyndroom hoort volgens de Gezondheidsraad een beleid van graded activity in combinatie met cognitieve gedragstherapie, iets wat goed aansluit bij onze revalidatieprogrammaís.


    Ervaren jullie een taboe op (mede) psychisch bepaalde klachten ?

    Voor patiŽnten is het acceptabel om met lichamelijke klachten naar een revalidatiecentrum verwezen te worden.
    Daar komen ze eerst bij de revalidatiearts; een medisch specialist.
    Ook dit is aanvaardbaar.
    Daarna is het aan de revalidatiearts om de patiŽnt duidelijk te maken dat we werken volgens het bio-psychosociaal model.
    Dat wil zeggen dat we ervan uitgaan dat chronische pijn en chronische vermoeidheid multidimensioneel zijn bepaald.
    Biologische, psychologische en sociale factoren spelen een rol en beÔnvloeden elkaar onderling.
    In ons revalidatiecentrum heeft iedere revalidant voorafgaand aan een revalidatietraject een intake bij de psycholoog.
    Doordat we dat bij iedereen doen is het ook minder beladen.
    We leggen uit dat bij iedere patiŽnt en in principe bij iedere klacht, meerdere factoren een rol spelen.
    Alleen door naar het geheel te kijken kunnen we een goede analyse en een goed behandelplan maken.
    De psycholoog brengt in kaart welke factoren een bijdrage kunnen leveren aan de klachten en maakt samen met de patiŽnt een probleemanalyse.
    Het behandelplan is hierop gebaseerd.
    Het revalidatieteam, naast revalidatiearts en psycholoog meestal bestaande uit fysiotherapeut, ergotherapeut en haptotherapeut gebruikt dit als uitgangspunt.


    Zijn er dan helemaal geen taboes ?

    Ja, die zijn er natuurlijk wel.
    Het vraagt soms heel wat van onze gespreksvaardigheden om dat duidelijk te maken.
    Reconceptualisatie wordt dat wel genoemd.
    Een patiŽnt komt binnen met het idee dat er meer medische diagnostiek gedaan moet worden of dat er eigenlijk een operatie nodig is.
    Het is vooral aan de revalidatiearts om uit te leggen waarom dat meestal niet zinvol is.
    Aan de revalidatiearts vooral de taak om uit te leggen hoe het werkt met sensitisatie, deconditionering, bewegingsangst, abnormale bewegingspatronen en langdurige overarousal.
    De psycholoog kan daar later op doorgaan, als deze ingang eenmaal acceptabel is voor de patiŽnt.
    Belangrijk is om irreŽle cognities te achterhalen, mensen bewust te maken van inadequate denk- en gedragspatronen en samen te zoeken naar alternatieve copingstijlen.


    Noem eens een paar voorbeelden

    Bij patiŽnten met chronische pijn komen naar verhouding veel mensen voor die ernstige life-events hebben meegemaakt.
    Dit kan zijn een vorm van misbruik of emotionele dan wel fysieke verwaarlozing.
    Mensen denken vaak dat zij dat al hebben verwerkt en het dus niets te maken kan hebben met de lichamelijke klacht waar zij mee komen.
    Ze worden zelfs boos als er van te voren van uit wordt gegaan dat hun verleden er wel weer mee te maken zal hebben, dat het allemaal tussen de oren zit.
    Als je dan uitlegt hoe het werkt met langdurige over-alertheid en het neurohormonale systeem, lukt het meestal om toch de psychische kant en daarmee hun verleden te betrekken bij hun lichamelijke klachten.
    Een ander voorbeeld : iemand kan niet werken vanwege rugklachten.
    Bij doorvragen blijkt dat er eigenlijk gezinsproblemen spelen of een arbeidsconflict.
    De rugklachten zijn op zichzelf geen reden om te verzuimen, maar vormen een alibi in plaats van de psychosociale problemen.
    Dat is voor een patiŽnt echter niet leuk om te horen.


    Wie krijgen er chronische pijn of vermoeidheid, kan het ons allemaal overkomen ?

    In principe wel maar de een is er vatbaarder voor dan de ander.
    We gaan ervan uit dat er predisponerende, uitlokkende en instandhoudende factoren voor nodig zijn.
    Predisponerende factoren kunnen zijn een van nature beperkte psychische belastbaarheid en bepaalde persoonskenmerken zoals dwangmatigheid, perfectionisme en faalangst.
    Een uitlokkende factor kan zijn een infectieziekte, een operatie of een ingrijpende gebeurtenis.
    Als de uitlokkende factor plaatsvindt op een moment dat iemand al kwetsbaar is vanwege een life-vent, dan kan dit de laatste druppel zijn die de emmer doet overlopen.
    Instandhoudende factoren kunnen zijn een arbeidsconflict, pesten op het werk of als klachten positieve aandacht opleveren in de eigen omgeving.
    Moeilijke situaties worden zo op een legitieme manier vermeden met positieve bekrachtiging ervoor in de plaats.


    Kun je een praktijkvoorbeeld geven ?

    Een 24-jarige vrouw, verwezen in verband met chronische vermoeidheidsklachten.
    Ze is pas afgestudeerd als jurist.
    Tijdens haar studie had ze al last van vermoeidheid, vooral in perioden van tentamens.
    De vermoeidheid is sterk toegenomen nu ze solliciteert naar een baan.
    Ze voelt zich niet opgewassen tegen het volwassen, werkende leven en wil graag alles onder controle hebben.
    Ze is veel energie kwijt aan dwangmatig gedrag en piekeren, slaapt slecht en heeft weinig zelfvertrouwen.
    De behandeling bestaat eruit haar copingstrategieŽn aan te leren om beter om te gaan met stress.
    Verder krijgt ze ik-versterkende therapie om het zelfvertrouwen te verbeteren.
    Er vindt een opbouw van activiteiten plaats volgens de graded activity principes.
    Voor sollicitatietraining is ze verwezen naar het CWI.


    Leuk allemaal, maar werkt het ook ?

    Op een aantal gebieden is inmiddels onderzoek gedaan.
    Een aantal onderzoeksvoorbeelden is ook goed te gebruiken in uitleg aan patiŽnten.
    Zo is er onderzoek gedaan bij patiŽnten met lage rugklachten.
    Zij keken naar een video waarop mensen allerlei zware activiteiten deden, zoals een krat bier uit een auto tillen.
    Bij die patiŽnten werd een EMG-registratie gedaan van de activiteit van hun rugspieren.
    Op het moment dat op de video een krat bier uit de auto getild werd, spanden ze hun eigen rugspieren enorm aan en kregen ze pijn.
    Ander voorbeeld - Twee groepen mensen kregen pijnlijke elektrische prikkels toegediend in oplopende intensiteit.
    De ene groep was in staat de stroom uit te schakelen, de andere groep niet.
    De groep die actief de stroom kon uitschakelen, liet de intensiteit van de prikkel veel hoger oplopen dan de andere groep.
    Met andere woorden : controle over de pijnprikkel maakt dat de pijn beter verdragen wordt.


    Hoe betrekken jullie de rol van arbeid bij de revalidatiebehandeling ?

    Voor ons is het participeren in de maatschappij een belangrijk doel van revalidatie.
    Voor de meeste mensen hoort werk daar bij.
    Een zinvolle dagbesteding draagt bij aan de kwaliteit van leven.
    De aangescherpte WAO-wetgeving is soms een extra stimulans om de drempel naar werk weer te nemen.
    Soms ook zijn de regels zo dwingend dat geleidelijke werkhervatting nauwelijks mogelijk is.
    In De Trappenberg zijn we gestart met Arbeidsrevalidatie in het kader van Vroege Interventie, voor werknemers die zes weken tot zes maanden.

    Cfr. : http://ws4.e-vision.nl/trappenberg/upload/pdf%20atikel%202.pdfCfr. : http://ws4.e-vision.nl/trappenberg/upload/pdf%20atikel%202.pdf

    25-07-2007 om 22:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    viadelaplata
    blog.seniorennet.be/viadela
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!