NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • binnenwerkkraan
  • Nice blog
  • This website
  • Mr
  • verified by a accredited testing work

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • Villas (Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • Bali Luxury Villas (Tropical Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • illuminati (illuminati)
        op Fibromyalgie in het kort
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid... waarom eigenlijk ? - Gedachten over menselijke energie, levenskracht en hoe daarmee om te gaan
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    kellyy_ps_psp
    blog.seniorennet.be/kellyy_
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    meike
    blog.seniorennet.be/meike
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    tenerife
    blog.seniorennet.be/tenerif
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    meike
    blog.seniorennet.be/meike
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    maroeska1951
    blog.seniorennet.be/maroesk
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    26-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Chronisch Vermoeidheid Syndroom (Ruud C W Vermeulen)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Het Chronisch Vermoeidheid Syndroom

    Ruud C W Vermeulen
    CFS Research Centrum Amsterdam Ė E-mail :
    info@cvscentrum.nl Ė Tel. : 0204706290 Ė Fax : 0204706299


    1. - Inleiding

    Over Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS) bestaan veel verschillende opvattingen. Sommige onderzoekers menen dat er geen actueel substraat bestaat en dat psychotherapie het antwoord vormt en anderen behandelen langdurig met medicamenten.

    De vele onderzoeken hebben aanleiding gegeven tot verwarring over de oorzaak en de aard van het syndroom. Ordening is daarom gewenst. De hier beschreven modellen zijn gebaseerd op onze kennis van vandaag. Zij kunnen veranderd of verworpen worden als meer informatie beschikbaar komt.


    2. - Definities

    Kenmerk van een syndroom is dat de beschrijving tot stand komt door een groep experts die tot een gemeenschappelijke definitie komen. De oorzaak is altijd onbekend en de voorwaarden voor de diagnose zijn afhankelijk van de ervaring van de groep experts en de heersende opvattingen.

    De eerste definitie van CVS dateert uit 1988 (Holmes et al 1988). Tegenwoordig wordt meestal de definitie uit 1994 (Fukuda et al. 1994) gebruikt. De criteria subfebriele temperatuur en lichamelijke afwijkingen van de Holmes criteria zijn bij de Fukuda criteria verdwenen.

    De criteria zijn :

    *- klinisch niet verklaarde invaliderende vermoeidheid, die niet altijd aanwezig is geweest, niet veroorzaakt wordt door overmatige activiteit, langer dan 6 maanden bestaat en niet verbetert door bedrust en

    *- daarbij 4 van de 8 volgende criteria die na het optreden van de vermoeidheid ontstonden :

    • ernstige vermindering van het korte termijn geheugen of concentratie

    • pijnlijke keel

    • pijnlijke lymfeklieren in hals of oksels

    • spierpijn

    • verspringende gewrichtspijn zonder roodheid of zwelling

    • hoofdpijn van een nieuw soort, met een nieuw patroon of ernst

    • vermoeid ontwaken en

    • toename van de klachten gedurende meer dan 24 uur na inspanning.

    Deze combinatie van symptomen vertoont veel overeenkomst met de ziekterespons, een standaard reactie die optreedt als in het brein wordt vastgesteld dat het immuunsysteem actief is.

    De bekendste vorm van vermoeidheid is een signaal dat optreedt bij inspanning. De activiteit wordt hierdoor beŽindigd. Op dat moment is men niet in staat om een prestatie te leveren, na rusten is dat weer mogelijk.

    Vermoeidheid bij vormen van depressie is voortdurend aanwezig, de patiŽnt is wel in staat om een prestatie te leveren en er zijn aanwijzingen dat lichamelijk inspanning in de buitenlucht de conditie verbetert.

    De moeheid bij het CVS is anders.
    Er treedt exacerbatie op bij inspanning. Men is in staat om een prestatie te leveren, maar er ontstaan problemen met de adaptatie en het herstel en de patiŽnt is geruime tijd niet meer in staat om een prestatie te leveren. Het criterium daarvoor is een langer dan 24 uur durende toename van malaise. Daarnaast is ook het prestatieniveau beperkt. De moeheid is dus van geheel andere aard, in zekere mate te vergelijken met de symptomen van infectie en maligniteit. Ook dan is het symptoom al aanwezig bij ontwaken.

    Men kan zich afvragen of de moeheid bij CVS wel belangrijk is voor het kwantificeren van het probleem.
    Een objectieve meetmethode ontbreekt en het is niet meer dan een signaal, een bewustwording van een onderliggend probleem. Een indruk van de ervaren ernst van moeheid kan men verkrijgen met de Checklist Individual Strength (CIS-20R) Ė cfr. m/blog dd. 26.11.05 - , die in Nederland is gevalideerd en de internationaal meer gebruikte MFI-20. Een maat voor de beperking in het fysiek functioneren is de as fysiek functioneren van de Rand-36.

    Recent tracht men inzicht te verkrijgen in de processen die er voor zorgen dat inspanning leidt tot exacerbatie van de symptomen. Tijdens inspanningstesten blijken CVS patiŽnten te verschillen van gezonden, gemeten naar genactiviteit, oxidatieve stress en cytokines. Het is mogelijk dat hier sprake is van een uitvergroting van subtiele verschillen die niet betrouwbaar meetbaar waren.

    De onderzoeken van Okada et al. (2004) en de Lange et al (2005) geven geen reden tot optimisme. Beide onderzoeken tonen een vermindering van de grijze schors bij patiŽnten met CVS. De volume reductie was evenredig met de afname van de conditie. Bij relatief eenvoudige rekensommen blijken patiŽnten met CVS meer hersenstructuren te gebruiken dan gezonde controles. Hoe deze laatste bevindingen gekoppeld moeten worden aan de symptomen van CVS is nog in onderzoek. Wij hopen dit jaar te starten met een onderzoek waarin de genactiviteit, de respons van pro-inflammatoire cytokines, oxidatieve stress en het klinisch beeld gezamenlijk worden bestudeerd in een toestand van lichamelijke belasting.


    3. - Behandeling

    De behandeling van CVS is niet gericht gericht op de stoornis in het brein. Daarvoor ontbreekt nog de kennis. De ernst van de symptomen wordt bepaald door de stoornis in het brein en mogelijk ook door omstandigheden in de rest van het lichaam en door omgevingsfactoren. Onderzoek naar intrapsychische processen die de symptomen versterken wijst op een mogelijke invloed daarvan. De op deze opvatting gebaseerde cognitieve gedragstherapie kent aanhangers, met name onder psychologen. Het onderzoek naar lichamelijke omstandigheden die de symptomen kunnen versterken is ook nog lang niet afgerond. Een oorzakelijk verband tussen het optreden van CVS en het bestaan van actuele ziekten is zeker niet altijd aanwezig. PatiŽnten met kanker voldoen in veel gevallen aan de inclusie criteria van CVS, maar ook aan het exclusie criterium dat er geen actuele verklaring in de vorm van een geaccepteerde mag zijn.

    Wat resteert is de vraag of patiŽnten met CVS andere lichamelijke stoornissen vertonen in de vorm van de aanwezigheid van typische micro-organismen of dat de hersenstoornis leidt tot een abnormale respons.

    De aandacht van de research is op dit moment gericht op de interactie van de patiŽnt met de inhoud van het spijsverteringskanaal en chronische infecties van de luchtwegen met Chlamydia en Mycoplasma.

    De keuze voor een somatische behandeling is gebaseerd op de veronderstelling van een toename van de symptomen door lichamelijke factoren. Men behandelt niet de CVS, maar omstandigheden die de symptomen doen toenemen. Een verondersteld oorzakelijke behandeling is het gebruik van antibiotica. Een probleem daarbij is dat het nog lang niet zeker is dat CVS patiŽnten andere micro-organismen hebben dan gezonden. Wetenschappelijk onderzoek in de vorm van een gerandomiseerde dubbelblinde trial ontbreekt. De Becker et al. (2005) gebruikten elastase als marker van ontsteking in een onderzoek waarbij CVS patiŽnten werden behandeld met antibiotica en toonden aan dat een subjectieve verbetering van de symptomen gepaard ging met een daling van het elastase. Op grond van klinische ervaring in drie centra bestaat de indruk dat 60% van de CVS patiŽnten een subjectieve verbetering van de symptomen ervaart na een behandeling met antibiotica. De antibiotica worden langdurig gegeven, een onderzoek naar het resultaat is gewenst. Een genezing van CVS is met deze behandeling zeldzaam.

    De overdracht van informatie over stoornissen in het lichaam die mogelijk de klachten verergeren kan via het immuunsysteem van het lichaam of, bij stoornissen in darm of luchtwegen, via de nervus vagus, worden overgedragen aan het brein. In het brein wordt het immuunsysteem actief. Daarvoor zijn de immuunactieve cellen in het brein verantwoordelijk. Zij kunnen pro-inflammatoire cytokines produceren, waarmee de ziekterespons wordt gemoduleerd. Remming van de productie kan de respons verminderen. Men kan hierbij denken aan bijnierschorshormonen en remmers van de productie van pro-inflammatoire cytokines.

    De behandeling met hydrocortison leidde bij onderzoek tot vermindering van de klachten bij de meerderheid van de CVS patiŽnten maar het effect was ook altijd beperkt tot een maand. L-carnitine is onder andere een relatieve TNF-α blokker en een cortisol-receptor antagonist. Circa 60% van de CVS patiŽnten reageert op de behandeling met L-carnitine met een toename van de inspanningsmogelijkheid en met sneller herstel, een deel rapporteert ook vermindering van pijn. Krachtiger TNF-α blokkers zijn nog niet gebruikt en men kan zich afvragen of het verstandig is een op zich normaal proces uit te schakelen.

    Over andere behandelopties is nauwelijks informatie. Te denken valt aan venlafaxine, dat zowel de serotonine als ook de noradrenaline heropname remt. Klinische ervaring is beperkt. Een eerste indruk is dat 40% van de CVS patiŽnten een subjectieve verbetering ervaart. Het is niet duidelijk aan welk werkingsmechanisme dit moet worden toegeschreven. Over actueel onderzoek naar andere medicamenten is wel informatie, maar resultaten ontbreken nog.


    Referenties op aanvraag


    Cfr. : http://www.cfscentrumamsterdam.nl/CFS%20artseninfo.htm

    26-11-2005 om 08:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Checklist Individual Strength (CIS)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    De Checklist Individual Strength (CIS)

    J.H.M.M. Vercoulen, M. Albert & G. Bleijenberg
    Academisch Ziekenhuis Nijmegen, Afdeling Medische Psychologie, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen


    1. - Inleiding

    Moeheid is in de klinische praktijk een moeilijk te beoordelen klacht. Het is een van de meest frequente klachten in de huisartspraktijk en een prominente klacht bij tal van somatische en psychiatrische aandoeningen. Om te voorzien in een instrument om moeheid te meten werd de Checklist Individual Strength (CIS) ontwikkeld (Vercoulen, Swanink, Fennis, Galama, Van der Meer & Bleijenberg, 1994).

    Vanuit de eerste versie van de CIS werd tevens een andere vermoeidheidsvragenlijst ontwikkeld : de Multidimensionele Vermoeidheidsindex (MVI : Smets, Garssen, Bonke, Vercoulen & De Haes. 1995).

    Het belangrijkste verschil tussen beide is dat de CIS uitgaat van de laatste twee weken, terwijl de MVI uitgaat van de laatste paar dagen. Dit betekent dat de MVI meer een actucel toestandsbeeld ('state') meet. Dc CIS daarentegen meet meer een 'trait'-beeld waarin fluctuaties in de tijd worden meegenomen. Inmiddels is de CIS bij verschillcnde groepen gezonde personen en patienten afgenomen.


    2. - Uitvoering en scoring

    De CIS bestaat uit 20 korte items die gescoord worden op een 7-punts Likertschaal. Het ene uiteinde van de schaal wordt gedefinieerd als 'Ja, dat klopt' en het andere uiteinde als 'Nee, dat klopt niet'. Er bestaat een 'paper-and-pencil'-versie en een versie voor de KUN, tic 'TestOrganiser'. Dc TestOrganiser is een door de afdeling Medische Psychologie AZN en de afdeling Instrumentele Dienst van de KUN ontworpen computerondersteunde diagnostische module. Afname, scoring en omzetting naar statistische programma's zijn geautomatiseerd. Dc invultijd bedraagt circa 5 minuten.

    De CIS bestaat uit vier subschalen :

    1. subjectieve moeheid (8 items, bijvoorbeeld 'Ik voel me moe')

    2. concentratie (5 items, bijvoorbeeld 'het kost me moeite ergens mijn aandacht bij te houden)

    3. motivatie (4 items, bijvoorbeeld 'de zin om dingen te ondernemen ontbreekt mij')

    4. lichamelijke activiteit (3 items, bivoorbeeld 'Ik vind dat ik weinig doe op een dag').

    Ongeveer de helft van de items is gespiegeld geformuleerd. Subschaalscores worden verkregen door eenvoudige optelling van de individuele Items per betrokken subschaal. Daarnaast geeft optelling van alle subschalen een totaalscore. Hoge scores duiden op problemen in het betreffende concept.

    Naast de CIS bestaat voor klinisch gebruik ook een verkorte 4-item-versie van de Subjectieve Moeheidschaal van de CIS: de Verkorte Vermoeidheidsvragenlijst (VVV: Albert. Smets, Vercoulen, Garssen & Bleijenberg, 1998).


    3. - Onderzoek

    De CIS bestond oorspronkelijk uit 24 items. Psychometrische kwaliteiten van de CIS werden onderzocht in een groep van 298 patienten met het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) (Vercoulen et al., 1994). Na factoranalyse en betrouwbaarheids-analyses werden 4 items verwijderd vanwege lage ladingen (< 40) op de respectievelijke hoofdfactor of vanwege het feit dat ze laadden op meerdere factoren. Factoranalyse over de resterende 20 items leverde een 4-factorenstructuur op (verklaarde variantie : 67.7%). Dit betekent dat de factoren voor een belangrijk deel verschillende concepten representeren. De betrouwbaarheid van de CIS is uitstekend. Cronbach's alfa voor de gehele schaal was .90 en de Gutman split-half betrouwbaarheid bedroeg .92. Cronbach's alfa's voor Subjectieve Moeheid, Concentratie, Motivatie en Lichamelijke Activiteit waren respectievelijk .88. .92, .83 en .87.

    Er zijn inmiddels gegevens beschikbaar voor de volgende groepen :

    1. Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) : 758 patienten uit verschillende onderzoekscohorten met een inclusiecriterium van een CIS-Subjectieve Moeheidscore van ten minste 35 (deels reeds beschreven door Vercoulen, Swanink, Fennis, Galama, Van der Meer, & Bleijenberg. 1994 en door Vercoulen, Hommes, Swanink, Jongen, Fennis, Galama, Van der Meer & Bleijenberg. 1996a).
      Gemiddelde leeftijd : 37.5 jaar (SD 10.4).

    2. Multipele Sclerose (MS) : 87 patienten uit twee onderzoekscohorten (Vercoulen et al., 1996a; Van der Werf, Jongen, Lycklama a Nijeholt. Barkhof, Hommes & Bleijenberg. 1998).
      Gemiddelde leeftijd : 36.5 jaar (SD 8.4).

    3. Gezonde controles : 53 gezonde volwassenen geselecteerd als op leeftijd, opleiding en geslacht gematche controles voor de CVS- en MS-patienten (Vercoulen et al.. 1996a).
      Gemiddelde leeftijd : 37.1 (SD 11.5).

    4. Buikklachten : 83 patienten met functionele buikklachten (Vercoulen et al.. 1994). Gemiddelde leeftijd is 40.5 jaar (SD 12.5).

    5. CVA : 73 zelfstandig wonende patienten. een jaar na een CVA (Van der Werf, Van den Broek, Anten, Jongen & Bleijenberg - Ter publicatie aangeboden).
      Gemiddelde leeftijd : 62,1 jaar (SD 8.4).

    6. CVA-controles : 43 neighboorhood-controles zonder CVA geschiedenis van ongeveer dezelfde leeftijd als de CVA patient (veelal echtgenoot of buurman).
      Gemiddelde leeftijd : 59.1 (SD 10.2).

    7. Militairen : 1689 militairen uitgezonden naar Cambodja in verband met VN-vredesmissies (De Vries, Soetekauw, Bleijenberg & Van der Meer, 1998).
      Gemiddelde leeftijd : 35.5 jaar (SD 8.1).

    8. Ex-oncologische patienten : 84 personen die behandeld zijn voor diverse vormen van kanker, die ten minste een half jaar ziektevrij zijn verklaard (Servaes, Van der Werf, Prins, Verhagen & Bleienberg - Ter publicatie aangeboden).
      Gemiddelde leeftijd : 48.5 jaar (SD 14.1).

    In een longitudinaal onderzoek bleek de CIS in staat om verandering in moeheid te kunnen meten gedurende 18 maanden natuurlijk beloop bij CVS patienten (Vercoulen, Swanink, Fennis, Galama, Van der Meer & Bleijenberg, 1996b). Dit niet alleen bij patienten die na 18 maanden volledig hersteld waren, maar ook bij patienten die na 18 maanden weliswaar nog klachten hadden, maar die zich als verbeterd beschouwden.

    De discriminatieve validiteit van de CIS bleek uitstekend : er waren significante groepsverschillen tussen CVS-patienten, MS-patienten en patienten met functionele buikklachtcn. Daarnaast hadden alle patientengroepen significant hogere scores dan de gezonde controlegroepen en de genezen verklaarde oncologie-patienten (zie voor groepsgemiddelden Tabel I). In de natuurlijk-beloopstudie bleek dat de CIS de herstelde patienten en de verbeterde patienten kon onderscheiden (Vercoulen et al., 1996b).

    Convergente validiteit was eveneens bevredigend. De CIS-subschaal Subjectieve Moeheid vertoonde een sterke correlatie met een Visual Analogue Scale gericht op moeheid. De subschaal Concentratie had een hoge correlatie met de subschaal Concentratieproblemen van de Sickness Impact Profile (SIP) (Vercoulen et al., 1996b). De subschaal Lichamelijke Activiteit vertoonde modale correlaties met andere vragenlijsten die lichamelijke activiteit meten (Vercoulen et al.. 1998a). Dc subschaal motivatie kende een modale correlatie met de Beck Depression Inventory (BDI).

    Tabel 1. Normscores voor de check list Individual Strength (CIS)



    Subjectieve moeheid deciel gem. SD 10e 20e 30e 40e 50e 60e 70e 80e 90e CVS 45 48 50 52 53 54 55 56 54 51.7 4.6 MS 23 29 35 38 41 45 48 51 56 40.2 11.8 Gezonde controles 8 8 9 12 15 17 21 24 32 17.3 10.1 Buikklachten 24 27 29 32 34 36 38 39 45 34.1 8.5 CVA 26 27 30 32 34 35 36 38 40 33.2 5.4 CVA-controles 8 9 11 14 34 19 27 30 46 21.2 13.1 Militairen 8 10 12 15 18 22 28 34 41 21.9 12.6 Ex-oncologie 8 9 10 12 17 23 26 34 46 21.1 13.7





    Lichamelijke activiteit deciel gem. SD 10e 20e 30e 40e 50e 60e 70e 80e 90e CVS 11 4 15 17 11 19 20 21 21 16.9 4.2 MS 4 7 9 10 2 5 16 18 21 12.6 5.7 Gezonde controles 3 3 3 4 5 6 7 10 15 6.6 4.5 Buikklachten 5 9 10 11 12 14 15 15 17 12.0 4.3 CVA 9 9 11 11 12 13 14 15 16 12.3 2.9 CVA-controles 3 3 4 5 6 8 10 12 14 7.3 4.1 Militairen 3 4 4 5 6 8 9 11 14 7.6 4.3 Ex-oncologie 3 3 3 4 6 7 10 13 18 7.6 5.6

    Motivatie deciel gem. SD 10e 20e 30e 40e 50e 60e 70e 80e 90e CVS 9 11 13 15 17 19 21 23 26 17.0 6.5 MS 5 8 10 11 12 14 16 18 21 13.0 5.6 Gezonde controles 4 4 5 6 7 8 9 11 14 7.9 4.1 Buikklachten 9 11 12 13 15 16 16 18 21 14.4 4.7 CVA 11 13 14 16 17 20 20 21 22 17.0 4.4 CVA-controles 4 5 6 7 9 10 13 15 18 9.9 5.3 Militairen 4 4 5 6 7 8 10 12 14 18 9.8 5.2 Ex-oncologie 4 4 5 6 7 9 11 13 17 3.0 5.6









    Concentratie deciel gem. SD 10e 20e 30e 40e 50e 60e 70e 80e 90e CVS 18 22 25 27 29 31 32 34 35 27.5 7.0 MS 5 11 15 18 20 23 26 30 34 20.0 9.6 Gezonde controles 5 5 5 7 7 9 12 14 11 9.5 5.0 Buikklachten 8 12 16 18 19 20 23 24 26 18.5 6.6 CVA 17 17 18 19 21 21 22 23 23 20.2 3.6 CVA-controles 5 5 5 8 10 12 15 21 27 12.6 8.4 Militairen 5 6 9 11 14 18 22 25 29 15.8 8.8 Ex-oncologie 5 5 6 7 9 11 14 18 23 11.3 6.9


    Totaal score deciel gem. SD 10e 20e 30e 40e 50e 60e 70e 80e 90e CVS 94 101 106 110 114 118 22 126 132 113.1 14.6 MS 54 65 74 90 84 93 99 106 122 85.1 21.9 Gezonde controles 22 24 30 33 35 42 48 58 68 41.5 19.8 Buikklachten 60 68 72 77 80 82 86 89 102 71.1 18.1 CVA 32 53 68 74 83 95 05 113 129 93.6 32.2 CVA-controles 20 28 34 40 42 52 56 76 97 50.9 26.6 Militairen 24 30 36 42 49 58 69 80 93 55.0 26.5 Ex-oncologie 20 23 28 34 40 49 62 72 93 49.0 27.2


    Divergente validiteit : De CIS-subschaal Subjectieve Moeheid is niet gerelateerd aan depressie zoals gemeten met de BDI na verwljdering van twee Items aangaande moeheid en energieverlies. Dit werd gevonden bij patienten met CVS en bij patienten met MS (Vercoulen et al., 1996a). Normgegevens voor de bovenbeschreven groepen bestaande uit decielscores en gemiddelde en standaarddeviatie zijn per subschaal weergegeven in Tabel I. Er werden geen klinisch relevante en statistisch significante relaties gevonden tussen leeftijd en geslacht enerzijds en de subschalen anderzijds.

    De CIS is een handzaam multi-dimensioneel instrument, zowel wat betreft afname als scoring. Dc CIS heeft uitstekende psychometrische eigenschappen, wat betreft betrouwbaarheid en validiteit. Dc CIS is in staat onderscheid te maken tussen verschillende patientgroepen onderling en tussen patienten en gezonde personen. Daarnaast is de CIS gevoelig voor het meten van subtiele veranderingen in de ernst van de moeheid. Normgegevens zijn beschikbaar van verschillende groepen gezonde personen en verschillende groepen patienten. De optie voor computerafname, scoring en statistische verwerking biedt de mogelijkheid op eenvoudige en kosten- en tijdbesparende wijze gegevens te verkrijgen. Bovenstaande eigenschappen maken de CIS uitermate geschikt voor het meten van verschillende aspecten van moeheid voor research-doeleinden, maar ook in de klinische praktijk.

    De CIS is op schriftelijk verzoek verkrijgbaar bij de eerste auteur.


    4. - Literatuur

    1. Alberts, M., Smets, EMA., Vercoulen, J.H.M.M., Garssen, B.. & Bleijenberg. G. (1997). Verkorte vermoeidheidsvragenlijst': een praktisch hulpmiddel bij het scoren van vermoeidheid. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 31, 1526-1530

    2. Servaws, P., Werf, S. van der, Prins,J., Verhagen, C. A Bleijenberg, G. (ter publicatie aangeboden). Fatigue in disease free cancer patients in comparison to fatigue in patients with chronic fatigue syndrome.

    3. Smets. EMA., Garssen, B., Bonke, B., Vercoulen, J.H.M.M.. & Has, J.C.J.M. de (1995). Het meten van vermoeidheid met de Multidimensionele Vermoeidheidsindex (MVI). Gedrag & Gezondheid. 23, 79.85.

    4. Vercoulen, J.H MM. Swanink. CMA Fennis. J.F.M., Galama, J M.D. Meer, J W M van der & Bleijenberg. G. (1994). Dimensional assessment of chronic fatigue syndrome. Journal of Psychosomaticc Research, 38. 383-392.

    5. Vercoulen. J.H.M. M.. Hommes, OR. Swanink, C.M.A. Jongen. PJ.H. Fennis. J.F.M. Galama.J.M.D. Meer.JWM van der & Bleijenberg. G. (1996a). The measurement of fatigue in multiple sclerosis : a multidimensional comparison with, patients with chronic fatigue syndrome and healthy subjects. Archives of Neurology, 53, 642-649

    6. Vercoulen. J.H.M M. Swanink, C.M.A.. Fennis, JIM.. Galama, J.M.D. Meer J.W.M van der, & Bleljenberg. G. (1996b). Prognosis in chronic fatigue syndrome: a prospective study on the natural course. Journal of Neurology. Neurosurgery and Psychiatry. 60. 489-494.

    7. Vercoulen. J.H.M.M, Bazelmans, F., Swanink. C.M.A.. Fennis, J.F.M. Galama. J.M.D. Jongen. PJR. Hommes. OR.. Meer, J.W.M. van der & Bleijenberg. G. (1998a). Physical activity in chronic fatigue syndrome : assessment and its role in fatigue. Journal of Psychiatric Research. 31, 661.673.

    8. Vercoulen, J.H.M.M., Swanink. C.M.A.. Galama. J.M.D.. Fennis. J P.M. Jongen. P.J.H, Hommes, OR.. Meer, J.W.M. van der & Bleljenborg, G. (1998b). The persistence of fatigue in chronic fatigue syndrome and multiple sclerosis : the development of a model. Journal of Psychosomatic Research. 45, 507-517.

    9. Vries. M. de. Soetekouw. P,M.M.B.. Bleienberg G.. & Meer. J.W.M. van der (1998). Het post-Cambodia klachten onderzoek fase I : een iventariserend onderzoek naar aard, omvang en ontstaanswijze. Nijmegen AZN

    10. Werf S.P. van der, Jongen. PJH.. Lycklama a Nijenholt. GJ.. Barkhof. F. Hommes, OR.. & Bleijenberg. G. (1998). Fatigue In multiple sclerosis : interrelations between fatigue complaints, cerebral MRI abnormalities and neurological disability. Journal of the Neurological Siences 160. 164-170.

    11. Werf S.P.. van der. Broek. H.H.L.P. van der, Anten, H.W.M.. Jongen. P.J.H & Bleijenberg. G. Fatigue after cerebral vascular accident (ter publicatie aangeboden)


    Cfr. : https://listserv.surfnet.nl/scripts/WA.EXE?A2=ind9911E&L=me-net&P=R796

    26-11-2005 om 08:08 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wetenschap en Onderzoek bij het Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS)

         

     

    Wetenschap en Onderzoek
    bij het Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS)

    Ruud C W Vermeulen,
    CVS Research Centrum, Amsterdam : http://www.cfscentrumamsterdam.nl/
    - E-mail: info@cvscentrum.nl - Telefoon : 0204706290 - Fax : 0204706299 -

    Helemaal aan het einde ('Besluit') van deze stoer onderbouwde wetenschappelijke studie schrijft de auteur :

    ďDe aanwezigheid van anatomische afwijkingen en storingen in de biochemie, endocrinologie, neurologie en immunologie plaatsen het chronische vermoeidheidsyndroom midden in de geneeskunde als een fascinerende uitdagende ziekte. Het lijden van de patiŽnten en de problemen van de betrokken families mag niet worden onderschat.Ē

    Er zijn dus genoeg 'objectieve' symptomen aanwezig in CVS.

    Ik heb het artikel volledig herwerkt.
    Mocht je graag een kopietje van mijn werkstukje ontvangen, stuur me dan gewoon een mailtje :
    jules.de.cuyper@telenet.be


    Cfr. :
    http://www.cfscentrumamsterdam.nl/CVS%20vanuit%20medischbiologisch%20gezichtspunt%20onderzoek%202002%202%2016.htm

           

    26-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bestaan er pilletjes die je van de drank kunnen houden ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Bestaan er pilletjes
    die je van
    de drank kunnen houden ?

    De Druglijn : 078 15 10 20
    (een telefoonlijn waar je terechtkan met informatievragen, hulpvragen of vragen naar materiaal over drank, drugs & pillen - web site : 
    http://www.druglijn.be/ -)
    © 2003, VU : VAD, Stan Ansoms


    Neen, wat wťl bestaat, is medicatie die ontwenningsverschijnselen verlicht, de kans op herval verkleint of bijkomende geestelijke problemen behandelt :

    • bij ontgifting (detoxificatie) worden vooral kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) voorgeschreven en/of tiapride en vitamine B. Ernstige ontwenningsverschijnselen kunnen, zonder medicamenteuze ondersteuning, tot levensbedreigende situaties leiden.

    • na de ontgifting komt het erop aan niet te hervallen in oude drinkgewoonten. Medicatie zoals Antabuse of Campral kan hierbij helpen. Antabuse is de 'beroemde' pil die ervoor zorgt dat je lichaam hevig reageert als je alcohol aanraakt, zelfs bij een kleine hoeveelheid : je krijgt hartkloppingen, hoofdpijn, je wordt erg rood en je bloeddruk daalt. Campral kan, in periodes dat je niet drinkt, de drang naar alcohol verminderen.

    Veel mensen die problematisch drinken hebben bijkomende geestelijke problemen en soms is het aangewezen hiervoor medicatie te nemen. Meestal gaat het om antidepressiva.

    Medicatie kan dus nuttig zijn bij de behandeling van alcoholproblemen. Maar de genoemde producten 'genezen' het alcoholprobleem niet. Ze kunnen de probleemdrinker wel helpen om het drankprobleem onder controle te houden.

    Nog belangrijker is ondersteuning door de omgeving, in de eerste plaats het gezin en de vriendenkring. Is deze ondersteuning niet voldoende, dan kan professionele hulp een steuntje in de rug zijn.


    Wil je meer weten over alcohol ? Surf dan eens naar : www.boodschapineenfles.be !


    Cfr. : http://www.druglijn.be/info_drugs/veelgevraagd/pilletjes%20tegen%20drankprobleem.html

    25-11-2005 om 22:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sociale angststoornis
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Sociale angststoornis

    Wyett, 2005


    Sociale angst is de angst om negatief door anderen te worden beoordeeld. Iemand die hier last van heeft, is ontzettend bang dat hij zich in gezelschap onhandig zal gedragen, iets verkeerds zal zeggen, zal worden uitgelachen of last zal krijgen van allerlei (voor anderen zichtbare) lichamelijke verschijnselen zoals blozen, trillen, zweten.

    Mensen kunnen bang zijn voor het negatief oordeel van anderen als ze bijvoorbeeld een toespraak houden in het openbaar, vergaderen, eten in gezelschap, een handtekening zetten terwijl anderen toekijken, een examen afleggen, op visite gaan of koffie inschenken in gezelschap. Als deze angst de overhand neemt en je ernstig belemmert in je werk of vrijetijdsbesteding spreken we van een sociale angststoornis of sociale fobie.


    De symptomen van sociale angststoornis

    Alhoewel iedereen zijn eigen vorm en symptomen van een sociale angststoornis heeft, zijn een paar gemeenschappelijke elementen steeds aanwezig :

    • een duidelijke en aanhouden angst voor de negatieve of kritische beoordeling door anderen. Vaak zijn mensen met een sociale angststoornis bang dat anderen hun onzekerheid en angst zien (het blozen, trillen, stotteren, dichtklappen). De angst kan uitmonden in een paniekaanval.

    • een oplopende lichamelijke spanning in sociale situaties die zich uit in trillen, blozen, zweten of concentratieproblemen.

    • negatieve zelfwaardering. Dat betekent dat men zich zelf in sociale situaties negatief beoordeelt. Mensen met een sociale angststoornis zien zich, in vergelijking met anderen, als Ďminderí.

    • vermijden en ontwijken van sociale situaties. Men doet alles om de Ďangstigeí situatie of omgeving te vermijden.

    Mensen met een sociale angststoornis zijn zich er vaak van bewust dat hun angstige reactie Ďonredelijkí is. Dat is vaak ťťn van de redenen waarom ze zich schamen.


    Gevolgen van sociale angststoornis

    Een sociale angststoornis belemmert het dagelijkse functioneren, werk en relaties ernstig. Een sociale angststoornis kan zoveel negatieve gevolgen hebben op het zelfbeeld, dat depressieve klachten veel voorkomen. Daarbij komt het ook voor dat veel mensen hun toevlucht gaan zoeken tot alcohol en zelfmedicatie omdat ze denken dat de angst dan vermindert. Niet verstandig, want alcoholverslaving kan de angst en depressieve klachten vergergeren.

    Omdat de sociale angststoornis meestal vroeg in het leven begint (meestal rond de pubertijd) komt het regelmatig voor dat een sociale angststoornis niet word (h)erkend. Zonder behandeling is de prognose ongunstig; het gaat niet vanzelf over. Gelukkig zijn er goede behandelmogelijkheden om van een sociale angststoornis af te komen.


    De behandeling van sociale angststoornis

    Zodra de huisarts heeft vastgesteld dat het inderdaad om een sociale angststoornis gaat, kan hij of zij met een behandeling beginnen. Er zijn verschillende mogelijkheden. De arts kan ontspanningsoefeningen of gedragstherapie adviseren. Dat gebeurt meestal bij een psycholoog of psychiater. De huisarts (of psychiater) kan daarbij ook een behandeling met geneesmiddelen starten.

    In de hersenen zijn stoffen aanwezig die invloed hebben op de stemming en op angstgevoelens. Dat zijn onder andere serotonine en noradrenaline. Bij een depressie en bij een angststoornis bestaat er een tekort aan deze stoffen. Met behulp van antidepressiva kunnen deze tekorten aangevuld worden. Onderscheid kan gemaakt worden tussen antidepressiva die beide stoffen in de hersenen aanvullen of slechts ťťn. Antidepressiva die beide stoffen aanvullen worden o.a. 'SNRI' genoemd.


    Lees ook


    Cfr. : http://66.249.93.104/search?q=cache:Ta80sC4v398J:www.wyethpharmaceuticals.nl/pagina/%3Fidentifier%3D1642%26menuItem%3D230+alcoholverslaving+-+antidepressiva&hl=nl&lr=lang_nl

    25-11-2005 om 21:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Medicatie voor alcoholverslaving
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Medicatie voor alcoholverslaving

    Bier&Gezondheid, 16/05/2003


    Vraag : Er bestaat medicatie (antabuse, campral) die de drang naar alcohol doet afnemen. Deze worden oraal toegepast. Er bestaan ook medicamenten die men Ďinplantí. Kunt u mij daarvan de werking uitleggen en zeggen hoe lang zo een implanting doorgaans werkt ? Kan iemand met een inplanting nog alcohol nuttigen zonder ziek te worden ? Kan zo een inplanting verwijderd worden door de patiŽnt zelf ?



    Antwoord : Disulfiram, met handelsnaam antabuse, blokkeert de afbraak van alcohol in het lichaam in het acetaldehyde stadium. Na inname van antabuse kan de concentratie van het giftige acetaldehyde in het bloed vijf tot tien maal hoger worden dan bij het gewoon metabolisme van evenveel alcohol. De gevolgen kunnen dramatisch zijn : ademhalingsmoeilijkheden, ongesteldheid, braakneigingen, transpiratie, borstpijn, hyperventilatie, versnelling van het hartritme, hoge bloeddruk, troebel zicht, tot zelfs een hartinfarct, bewusteloos, stuiptrekkingen en de dood.

    Antabuse, dat tegenwoordig nog bijna uitsluitend in de vorm van pillen voor orale inname wordt verstrekt, is vooral nuttig bij verslaafden die echt van hun verslaving willen afgeraken. De vrees voor de gevolgen houdt hen van de drank af. Het is dus vooral een afschrikkingsmiddel en helemaal geen geneesmiddel en bovendien zijn de gevolgen op lange termijn nog niet goed onderzocht.

    Alcoholici die minder gemotiveerd zijn, Ďvergetení vaak hun pillen te nemen, zodat ze weer kunnen drinken. Vandaar de idee van het inplanten van antabuse. Daarbij wordt een preparaat ingeplant, dat in principe gedurende maanden met voldoende regelmaat een voldoende hoeveelheid disulfiram moet vrijgeven in het lichaam. In de praktijk heeft men ondervonden dat dit niet zo gemakkelijk gaat. Bovendien ontstaan er vaak ontstekingen op de plaats van de inplanting. Vandaar dat men minder en minder een beroep doet op deze techniek, die eigenlijk nog slechts uiterst zelden wordt toegepast.

    Slaagt een verslaafde er toch in een arts te bewegen tot een inplanting van antabuse, dan is het effect nagenoeg hetzelfde als bij de inname van een pil : drinkt men nog alcohol, dan wordt men ziek. De patiŽnt waagt zich best niet aan het zelf verwijderen van de inplanting: dit is werk voor de artsen. Wanneer hij het zelf doet, wordt het risico van infectie natuurlijk veel groter.


    Cfr. : http://www.bierengezondheid.be/index_nl.jsp?Page=Doc877&Doc=forum

    25-11-2005 om 20:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (21 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het chronische-vermoeidheidssyndroom en betekenisverlening door artsen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen         
    Het chronische-vermoeidheidssyndroom
    en
    betekenisverlening door artsen
               
    J. Vandenbergen & S. Vanheule

    J. Vandenbergen is arts/psychotherapeut en is werkzaam als onderzoeker aan de Universiteit Gent - S. Vanheule is klinisch psycholoog en is als doctor assistent verbonden aan de Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie van de Universiteit Gent Ė Correspondentieadres : J. Vandenbergen, Universiteit Gent, Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie, Dunantlaan 2, 9000 Gent Ė E-mail : Stijn.Vanheule@UGent.be - Jan.Vandenbergen@UGent.be

    Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 18-10-2004
    Tijdschrift voor Psychiatrie 47 (2005) 6, 359-367


    I. - Samenvatting

    Op basis van een uitgebreid literatuuronderzoek betreffende het chronische-vermoeidheidssyndroom zijn vier wetenschappelijke verklaringsmodellen te onderscheiden : een biomedisch, een psychosociaal, een psychoanalytisch en een gezondheidspsychologisch model.

    Zowel arts als patiŽnt maken van dergelijke modellen gebruik wanneer ze betekenis verlenen aan het chronische-vermoeidheidssyndroom. Uitgaande van een algemene kennistheorie en een theorie over individuele betekenisverlening aan het ziek zijn, wordt dat keuzeproces in kaart gebracht en wordt aangegeven welke invloed de arts-patiŽntrelatie heeft op dit proces.

    Ablata causa... tolluntur effectus... Les effets ne se portent bien quíen absence de la cause
    (Lacan 1973, p. 117)

    Langdurige vermoeidheid, angst en depressie zijn veruit de meest frequente klachten in de eerstelijnsgezondheidszorg en leiden ook tot een veelvoorkomende hulpvraag in de consultatieve psychiatrie (liaisonpsychiatrie). Epidemiologisch onderzoek wijst uit dat tot 41% van de patiŽntenpopulatie bij de huisarts vermoeidheid meldt, met of zonder stress (Hickie e.a. 1999). Vermoeidheid kan hierbij opgevat worden als een doordringend psychisch en fysiek gevoel van uitputting, met een subjectief gebrek aan kracht of energie dat niet gerelateerd is aan inspanning. Wanneer de vermoeidheid langer dan zes maanden door blijft gaan en gepaard gaat met andere somatische en psychische symptomen (Fukuda e.a. 1994), dan kan de diagnose Ďchronische-vermoeidheidssyndroomí (CVS) gesteld worden.

    De diagnose berust op klinische gronden en op de exclusie van alternatieve medische diagnosen. CVS werd als nieuw syndroom voor het eerst uitvoerig beschreven in 1988 (Holmes e.a. 1988). De operationele diagnostische en descriptieve criteria van het Amerikaanse Center of Disease Control (cdccriteria) worden op dit moment internationaal gebruikt (Fukuda e.a. 1994). Deze criteria werden aanvankelijk uitgewerkt ten bate van het wetenschappelijk onderzoek en niet als klinische strategie.

    Om de criteria klinisch werkbaar te maken, werden ze tweemaal aangepast.

    Desondanks bleef het verdere onderzoek erg meerduidig verlopen, wat heeft geleid tot een inconsistente definitie (Reeves e.a. 2003).

    Bovendien blijken de meeste huisartsen geen onderscheid te maken tussen Ďonverklaarde langdurige vermoeidheidí zoals opgenomen in de cdc-criteria en cvs als apart syndroom (Bleijenberg 1997).

    Er is wetenschappelijk een vrij grote consensus dat patiŽnten met CVS een heterogene populatie vormen en wetenschappers zijn er tot op heden niet in geslaagd een eenduidig model te formuleren betreffende de oorzaak van dit syndroom. In de huidige literatuur staan verschillende concurrerende verklaringsmodellen naast elkaar, zonder dat een definitieve uitspraak mogelijk is omtrent de validiteit van de modellen.

    In dit artikel gaan we allereerst in op de bestaande verklaringsmodellen. We onderzoeken de causale redenering die in elk van de modellen wordt gehanteerd en welke evidentie voor deze redenering aanwezig is.

    Vervolgens gaan we na hoe deze modellen functioneren als betekenisverlenende paradigmaís voor de arts die met patiŽnten met cvs wordt geconfronteerd en voor deze patiŽnten zelf.

    We beschrijven ook de impact van de arts-patiŽntrelatie op deze betekenisverlening.



    II. - Causale modellen


    2. 1 - Methode

    De databanken van PubMed en Psyclit werden systematisch onderzocht, met als voornaamste trefwoorden : Ďcfsí, Ďmyalgic encephalomyelitisí, Ďfibromyalgiaí, Ďfatigueí, Ďfunctional disorderí, Ďactual neurosisí, Ďsomatizationí, Ďpatients perceptionsí, Ďcausal attibutionsí, Ďnarrativeí, Ďdiscursive constructioní, ĎGPí, Ďidentityí en als publicatieperiode 1994 t/m 2003.
    Tevens werd gezocht in de Aleph catalogus van Universiteit Gent met de trefwoorden : Ďcfsí, Ďfibromyalgiaí, Ďnarrativeí, Ďillnessí, Ďidentityí, Ďdiscursive constructioní.


    2.2 - Resultaten

    Er blijken 4 verklaringsmodellen te onderscheiden (zie tabel 1). Hierbij doen we geen uitspraak over de juistheid van de modellen in kwestie. De intentie is om de impact na te gaan van de in de erin vervatte causale redeneringen.

    Tabel 1 - Vier causale modellen van het chronische-vermoeidheidssyndroom

                    Model                  Geassocieerde begrippen

    1. Biomedische model : Infectieziekten, gestoorde immuniteit, neuro-endocriene stoornissen, neuropsychologische stoornissen
    2. Biopsychosociale model : Functionele somatische aandoeningen, psychosociale stress, depressie, gemengde angst en
      depressieve stoornis, psychoneuro-endocrinologie/immunologie

    3. Psychoanalytische model : Aktualneurose, neurasthenie, pensťe operatoire, alexithymie

    4. Gezondheidspsychologische model : Lage zelfwaardering, somatische attributie, catastrofale cognities, vermijdingsgedrag

    2.2.1 - Biomedische model

    Binnen het biomedische model (figuur 1) wordt cvs beschouwd als een medische toestand met een omlijnde fysiologische etiologie (beperking) die leidt tot een specifieke primaire ziekte-entiteit. De alternatieve term voor CVS, Ďmyalgische encefalomyelitisí, die in biomedische verklaringsmodellen vaak wordt gehanteerd, accentueert de vermoede somatische herkomst.
    De veronderstelde achterliggende mechanismen zijn : infectieziekten, gestoorde immuniteit en neuro-endocriene stoornissen. Secundair hieraan wordt eveneens rekening gehouden met uitlokkende factoren zoals atopie, intoxicatie, stress en stemmingsstoornissen.

    Figuur 1 - Het geÔntegreerde biomedische verklaringsmodel van het chronische -vermoeidheidssyndroom

    Een eerste biomedische denklijn beschouwt CVS als een gevolg van een infectieziekte (Loblay e.a. 2002). Het verband met ziektekiemen (bv. enterovirussen) en andere ziekteverwekkers (bv. mycoplasma) werd onderzocht, maar nergens kon een eenduidig causaal verband onderscheiden worden.

    In een tweede biomedische denklijn wordt CVS gekoppeld aan een gestoorde immuniteit (De Meirleir e.a. 2002; Loblay e.a. 2002). Het verband tussen CVS en allergie werd onderzocht, evenals de rol van auto-immune processen, intoxicatie (bv. met zware metalen) en stoornissen in de antivirale immuniteit. Zo wordt, parallel met het aids-onderzoek, het belang van de cytokines als celmediator in de immunologie bestudeerd. De causale betekenis van elk van deze factoren blijft tot op heden onduidelijk.

    Een derde biomedische denklijn stelt een stoornis van de neuro-endocriene functie Ė van de hypothalamus-hypofyse-bijnieras (hpa-as) Ė voorop (Cleare e.a. 2001). Sympathische stoornissen en orthostatische hypotensie, evenals een verhoogde dopamine- of serotonineactiviteit zijn grondig onderzocht, zonder eenduidige resultaten. Binnen deze denklijnen wordt ook het optreden van onverklaarde neuropsychologische symptomen, zoals cognitieve stoornissen beschreven (Fischler e.a. 1996). Een verband tussen CVS en afwijkingen in de witte hersenstof of stoornissen in de regionale hersenbloedstroom is niet aangetoond.
    Over het samengaan van CVS met depressieve klachten bestaat voldoende consensus; de frequente slaapstoornissen blijven echter onverklaard.


    2.2.2 - Biopsychosociale model

    Het biopsychosociale model poogt CVS te verklaren door somatische mechanismen te incorporeren in een psychosociale context (Wessely e.a. 1999). Dit model ziet het ziek zijn tot expressie komen in een verband met individueel gedrag en omgangstijlen : met psychologische en sociale factoren die in een dynamische samenhang leiden naar een functionele beperking.

    Figuur 2 - Het biopsychosociale model van stressgebonden syndromen
    (Model van Demitrack (Neerinckx & Van Houdenhove 1999)

    In dit model (figuur 2) staan drie factoren centraal : genetische factoren, ontwikkelingsfactoren (kwetsbaarheid) en omgevingsfactoren. Er wordt een brugfunctie tussen lichaam en psyche toegekend aan de hpa-as : het individu wordt onder psychosociale druk in een cascade meegesleurd, totdat een somatische stoornis uitbreekt.

    Volgens dit model stimuleert chronische stress de hpa-as. De uitputting van deze laatste veroorzaakt na verloop van tijd een secundair tekort aan cortisol en daardoor wordt het cellulaire immuunsysteem verstoord. Cytokines en andere moleculen worden afgescheiden, met als gevolgen een malaisegevoel, ernstige vermoeidheid en verhoogde pijnperceptie . Aanhoudende stress doet het reactievermogen van de hpa-as verder dalen en er volgt een negatieve spiraal.

    Er is veel onderzoek verricht naar het verband tussen CVS en depressie (Van Hoof e.a. 2003; Van Houdenhove e.a. 2001) of chronische stemmingsstoornissen (zie figuur 1). De hoge comorbiditeit van CVS en depressie (20 - 50% naar gelang het onderzoek) en van CVS en angst (25%) wordt algemeen aanvaard. Desondanks bestaat er een discussie over de rol van stemmingsstoornissen in de voorgeschiedenis van de patiŽnt.

    Het verband tussen de hpa-as, depressie, angst en CVS blijft in de psychoneuro-immunologie onderwerp van onderzoek (De Gucht & Fischler 2001). Zo treft men bij patiŽnten met CVS een hpa- hypofunctie aan, terwijl bij patiŽnten met een depressieve stoornis een hyperfunctie van de hpa-as wordt vastgesteld.

    Sommige onderzoekers trachten het biomedische model en het biopsychosociale model met elkaar te verzoenen door te wijzen op de heterogene kenmerken binnen de CVS-populatie (Masuda e.a. 2002). Zij onderscheiden daarbij een groep extraverte postinfectieuze patiŽnten van een groep introverte, neurotische en stressgevoelige patiŽnten.

    Een andere biopsychosociale onderzoekslijn zoekt een verklaring voor het ontstaan van CVS in de samenhang met een incidenteel of chronisch traumatische levensgeschiedenis (Hatcher & House 2003). Tot op heden is een specifiek verband tussen een hogere kwetsbaarheid voor CVS en misbruik op jonge leeftijd niet aangetoond.

    Weer een andere denklijn bestudeert het verband tussen psychosociale stress en CVS. De persoonlijkheidstrek Ďneuroticismeí (negatief affect : angst en depressie), blijkt tussen de stressvolle oorzaak en de CVS-symptomen te staan (De Gucht & Fischler 2001). Ook een verband tussen CVS en neurasthenie werd vastgesteld (Hickie e.a. 2002).


    2.2.3 - Psychoanalytische model

    De neurasthenie leidt ons naar een derde causaal model : Freuds angsttheorieŽn en zijn concept 'Aktualneurose' (Freud 1989/1917). Freud beschrijft de 'Aktualneurose' als een nerveuze reactie op een somatische excitatiebron die psychisch niet verwerkt kan worden. De effecten ervan situeren zich op het niveau van het lichaam. In tegenstelling tot de conversiesymptomen hebben deze symptomen geen psychische betekenis. Het gaat om angst en somatische equivalenten van angst : ernstige vermoeidheid, stemmingsschommelingen en allerlei lichamelijke bezwaren. Freud ziet de 'Aktualneurose' als een continuŁm waarbij neurasthenie een middenpositie inneemt ten opzichte van enerzijds de hypochondrie aan de psychotische pool en anderzijds de angststoornissen die meer aanleunen tegen de neurosen (Freud 1989/1917).

    De overeenkomst met de hedendaagse functionele somatische aandoeningen is treffend.

    Na de benadering met Freud en de 'Aktualneurose' volgt de psychosomatische benadering. Hierbij wordt het accent gelegd op het niet psychisch bewerken van affectvolle traumatische gebeurtenissen Ė pensťe operatoire (Marty & De MíUzan 1963). De Amerikaanse variant hiervan werd uitgewerkt in het concept 'alexythimie' : een persoonlijkheidstrek die duidt op het niet uiten van emoties. 'Alexithymie' blijkt in een direct verband te staan met onverklaarde somatische symptomen (De Gucht & Heiser 2003).

    Het potentiŽle, maar onduidelijke verband tussen CVS en somatisatie krijgt binnen dit model meer vorm. Verder bouwend op de angsttheorieŽn van Freud zien theoretici in de somatisatie een equivalent van een angststoornis of een depressie (Verhaeghe 2002) : somatisatie is het gevolg van een mentale vermijding van bedreigende informatie waardoor de lichamelijke sensatie of arousal niet psychisch geÔnterpreteerd wordt, maar vervangen wordt door een minder bedreigende lichamelijke ziekte-interpretatie.

    Het aantal onverklaarde lichamelijke klachten in de beschrijvende cdc-criteria is erg uitgesproken. Een verband tussen CVS en de somatisatiestoornis ligt dan op het eerste gezicht voor de hand. Nauwgezet onderzoek ontkracht dit echter (Johnson e.a. 1996).


    2.2.4 - Gezondheidspsychologische model

    Ook de attributiestijl en een aantal persoonlijkheidsfactoren van patiŽnten met CVS werden uitgebreid onderzocht, waarbij vooral de lage zelfwaardering opviel (Bleijenberg 1997, Cresswell & Chalder, 2002). Zo kampen patiŽnten met CVS minder met schuldgevoelens dan depressieve patiŽnten en leggen ze de oorzaak van hun lijden eerder extern, terwijl depressieve patiŽnten de oorzaak doorgaans bij zichzelf zoeken. De somatische attributie van de patiŽnten met CVS zou een bewerkingspoging zijn om zichzelf te beschermen tegen het doorbreken van stemmingsstoornissen (figuur 3).

    Figuur 3 - Gezondheidspsychologische verklaringsmodel van het chronische-vermoeidheidssyndroom

    De ziektebeleving van deze patiŽnten kenmerkt zich door negatieve self-efficacy-verwachtingen en catastrofale cognities. PatiŽnten met CVS nemen aan dat hun problemen van somatische aard zijn, maar doen dat ook van andere, occasionele symptomen (Butler e.a. 2001). Ze hebben een uitgesproken weerstand tegen psychologische attributies en krijgen voortdurend te kampen met gevoelens van oncontroleerbaarheid en hulpeloosheid (Chalder e.a. 1996).



    III. - Van wetenschap naar betekenis

    De vier causale modellen die we hier onderscheiden, passen binnen ruimere wetenschappelijke denkkaders, waarbij het biopsychosociale model zowel het zuivere biomedische als de meer psychologische modellen integreert. Het biopsychosociale model beklemtoont een multifactoriŽle oorzaak. Naarmate men zich verder van de somatische pool verwijdert en binnen het psychosociale paradigma de effecten van stress op CVS onderzoekt, wordt de invloed van traumatische effecten op de patiŽnt en diens beperkte defensie hiertegen opvallend. Het psychoanalytische denkkader accentueert hierbij het niet psychisch bewerken van conflicten. De gezondheidspsychologie tot slot, tracht een antwoord te geven op de vraag welke modellen patiŽnten hanteren voor het verklaren van individueel ziektegedrag.

    De oorzakelijke hypothesen in elk van de modellen bevatten een zekere wetenschappelijke evidentie, doch geen enkel model drijft momenteel boven als zijnde Ďhet juisteí.

    Elke hulpverlener die met patiŽnten met CVS werkt, weet evenwel dat zij zich ziek voelen en wensen dat hun ziekte erkend wordt. Ons inziens heeft het vraagteken op de plaats van de oorzaak (causa) een niet te miskennen impact op de manier waarop zowel artsen als patiŽnten omgaan met CVS. In klinische situaties verlenen de beide partijen een causale betekenis aan de ziekte. Ze maken een Ďcausale keuzeí en geven een antwoord op het punt waar de wetenschap (voorlopig) zwijgt; dit zowel in het kader van het individuele denken als op het niveau van collectieve en maatschappelijke fora.

    Een terechte kritiek op puur biomedische modellen vanuit het gezondheidspsychologisch onderzoek, is dat deze de somatische attributies van de patiŽnt over het hoofd zien (Manu 2000).

    Wij willen een stap verder gaan en in deze redenering ook de arts-patiŽntrelatie betrekken, omdat op dit interactionele microniveau betekenis wordt verleend aan CVS. Het is onze stelling dat de artspatiŽntrelatie vťrstrekkende gevolgen heeft voor de manier waarop het keuzeproces van patiŽnten verloopt. In de theorieŽn over betekenisverlening neemt men aan dat het discours tussen arts en patiŽnt de belangrijkste drager en het voornaamste uitwisselingsmedium van kennis en/of ervaringen is. Binnen hun relatie verlenen de beide partijen een causale betekenis aan de fenomenen waarmee zij geconfronteerd worden.

    Wetenschappelijke theorieŽn over CVS functioneren hierbij als kennisconstructen en interpretatieschemaís (Hyden 1997). Elk causaal model geeft een uitleg en functioneert als paradigma, waarbij kennis over CVS gecombineerd wordt met veel omvattender kennistheorieŽn die beÔnvloed worden door de cultuur en het tijdskader. De vier causale modellen die we eerder onderscheidden, zijn ingebed in een dergelijk paradigma (tabel 2). Met andere woorden : wanneer mensen betekenis verlenen aan CVS gaan ze niet alleen uit van de beperkte wetenschappelijke inzichten, maar tevens van een veel ruimere opvatting over kennis om ziektefenomenen te verklaren (Hazemeijer & Rasker 2003).

    Tabel 2 - De vier causale modellen van het chronische-vermoeidheidssyndroom binnen hun paradigma

              Model                        Heersend paradigma

    1. Biomedische model : Positief-wetenschappelijk of biomedisch
    2. Biopsychosociale model : Psychosociaal
    3. Psychoanalytische model : Psychoanalytisch
    4. Gezondheidspsychologische model : Psychologisch

    Zowel de arts als de patiŽnt maken op dit punt een keuze. Wat ze individueel aannemen als waarheid, wordt in belangrijke mate bepaald door een aantal factoren zoals successen op gebied van het wetenschappelijk onderzoek, de slagvaardigheid van de onderzoeker en vooral ook door eigen deducties uit de aangereikte informatie. Als grondlegger van de paradigmatastudie concludeerde Kuhn (1962) dat twee paradigmata niet op een rationele manier met elkaar vergeleken kunnen worden. Dit principe noemt hij 'incommensurabiliteit', die aanleiding geeft tot een competitieve spanning tussen paradigmata, die partijen als het ware dwingt om te kiezen wat Ďechtí waar is. Dat gebeurt vaak op basis van machtsverhoudingen (Foucault 1971) en overtuigingskracht (Kuhn 1962) en leidt tot polarisatie.

    Qua overtuigingskracht bestaat er inzake CVS momenteel vooral een spanning tussen het strikt biomedische paradigma en het psychologische paradigma.

    Qua verklaringsmodel blijken de huisartsen doorgaans het psychosociale model te verkiezen (Horton-Salway 2002). Qua macht kunnen we stellen dat de arts-patiŽntrelatie een asymmetrische verhouding is op het gebied van het weten. Deze machtsverhouding impliceert dat de arts deels in staat is om aan zijn patiŽnt voor te schrijven welk paradigma valide is en wat bijgevolg als normaal of abnormaal dient te gelden (Foucault 1971). De machtsverhouding verhult echter het feit dat elke mentale constructie van een object een blinde vlek omvat, waardoor men nooit vat op krijgt op de Ďechteí realiteit. Elke mentale constructie van de realiteit is precair. Het beeld dat mensen opbouwen over zichzelf en over ziekte omzwachtelt iets van die blinde vlek en van de fundamenteel beangstigende onzekerheid die ze impliceert (Lacan 1973).

    Onderzoekers wijzen erop dat een arts vanuit zijn medisch handelen doorgaans zijn eigen opvattingen aan de patiŽnt oplegt (Hickie e.a. 1990). Door middel van zijn tussenkomst als expert beantwoordt hij de vraag van de patiŽnt : wat gebeurt er met mij, waaraan lijd ik ? Als het lijden verklaard kan worden door een extern agens, dan wordt de patiŽnt vaak zowel genezen van een aanwijsbare ziekte als ontheven van de vraag of zijn subjectiviteit geÔmpliceerd is in zijn ziekte (Verhaeghe 2002).

    Sommige aandoeningen zijn zichtbaar, herkenbaar en wetenschappelijk toetsbaar en worden daardoor sociaal als aanvaardbaar ervaren. Andere ziekten zijn somatisch onzichtbaar, waardoor het lijkt alsof de patiŽnt het ziekteproces beÔnvloedt en er bovendien schuld aan heeft (Barker 2002).

    Die stelling kunnen we illustreren door de vergelijking te maken tussen de positie van een patiŽnt die lijdt aan een vreemde huidziekte en een patiŽnt die lijdt aan CVS. Stel, een verontruste patiŽnt biedt zich bij de huisarts aan met een plots opgetreden gegeneraliseerde huidaandoening. Door onderzoek van de eruptie en haar kenmerken zal de arts via toetsing van zijn kennis besluiten dat hij te maken heeft met een onschuldige en snel voorbijgaande aandoening van mogelijke virale aard. Binnen de verhouding zal de arts na een korte medische beschrijving van de oorzaak een lokale behandeling voorstellen. De overtuigingskracht van de arts is daarbij een maat voor de beheersing van onrust bij de patiŽnt. Bij het verlaten van de medische praktijk voelt de patiŽnt zich gerustgesteld op grond van de uitdrukkelijk positieve boodschap die hij van zijn arts ontving.

    Uit dit voorbeeld blijkt dat beide partijen binnen de relatie met eigen verwachtingen qua verklaringsmodellen en behandeling aanwezig zijn. Beide protagonisten ontmoeten elkaar binnen een verhouding als subjecten met een eigen realiteit, die het product is van eigen kennis en psychische structuur. Deze ontmoeting kan succesvol zijn of fout lopen.

    Verloopt het consult van de chronisch vermoeide patiŽnt volgens dezelfde modaliteiten ? We menen van niet. Bij biomedisch onzichtbare aandoeningen is een eenduidige lichamelijke of medisch-psychologische verklaring niet meteen voorhanden. Wanneer de patiŽnt zijn arts om raad vraagt, is deze gedwongen om vanuit de bestaande kennistheorieŽn de voor hem meest geldende te kiezen. Die keuze leidt vervolgens tot een onderhandelen en toetsen tussen beide partijen. In het geval van onenigheid, is de kans groot dat de patiŽnt het consult ervaart als een afwijzing (Deale & Wessely 2001). Wanneer arts en patiŽnt elkaar binnen het discours niet vinden, dreigt de potentiŽle Ďongeldigheidí van het ziek zijn de patiŽnt te isoleren. Volgens Barker (2002) zal het antwoord van de patiŽnt op een dergelijke situatie tweeledig zijn.

    Ten eerste zal de patiŽnt als individu vooral binnen het biomedische kader steun zoeken, waarbij uitgegaan wordt van de premisse dat fysiek ziek zijn Ďechtí is en psychisch ziek Ďonechtí is. Het afstemmingsproces betreffende de diagnose verwordt op die manier tot een strijd om geloofd te worden, waarbij de kwestie van de schuldvraag actueel wordt (Verhaeghe 2002). Vervolgens zullen patiŽnten steun en aansluiting zoeken bij een collectief kader met inbedding van het ziekteverhaal in een cultureel betoog. Het gevolg daarvan is dat wat medisch onzichtbaar lijkt, zichtbaar wordt in een ongenuanceerd (pseudo) wetenschappelijk standpunt (Hyden 1997).

    Figuur 4 - Het discours in de arts-patiŽntrelatie, in dit geval in verband met het chronische-vermoeidheidssyndroom.

    Echter, wanneer arts en patiŽnt, ondanks de causale onbeslistheid, in staat zijn betekenis te geven aan de symptomen, kan dit het bewerkingsproces aan de patiŽnt ten goede komen. Hierbij zullen ze de individuele subjectieve kennis rond CVS bij elkaar nagaan (zie figuur 4). Beide partijen binden zich door middel van een gemeenschappelijk verhaal dat een gunstig effect heeft op het verloop van het syndroom (Rober 1997).

    Inderdaad blijkt uit onderzoek dat een voor de patiŽnt aanvaardbaar discours de ziekte-evolutie bevordert en dit helpt ook om eng somatische attributies om te buigen en bevordert een positieve uitkomst van de ziekte (Jackson & Kroenke 1999). Een optimale dynamiek binnen de arts-patiŽntrelatie wijst dus in de richting van een effect dat de zuivere betekenisverlening ruim overschrijdt.



    IV - Conclusie

    CVS is een invaliderend fenomeen waarvoor, ondanks de voorhanden zijnde verklaringsmodellen, een afdoende wetenschappelijke verklaring ontbreekt. Deze onbeslistheid heeft een cruciaal effect op de manier waarop zowel artsen als patiŽnten betekenis verlenen aan CVS. Hierbij geven we aan dat de betekenisverlening en het gevoerde discours in de eerste plaats gericht zijn op de bewerking van het ziek zijn. Bovendien gaat van de artspatiŽntrelatie een cruciale invloed uit op de betekenisverlening van de patiŽnt.

    Dit gegeven kan volgens ons een interessant aanknopingspunt zijn voor verdere empirische exploratie, omdat het proces niet stopt bij betekenisverlening. Het is bekend dat een positieve arts-patiŽnt-relatie een positief effect heeft op de uitkomst van de behandeling van biomedisch onzichtbare aandoeningen. Tot op heden is er geen onderzoek verricht naar de effecten van de arts-patiŽnt-relatie op het beloop van CVS en meer specifiek naar de invloed van subjectieve factoren bij de arts en bij de patiŽnt. Daarom zou het interessant zijn om te onderzoeken welk effect uitgaat van de positie die de arts inneemt ten aanzien van de paradigmaís, op de causale keuzes die de patiŽnt maakt en de mate waar de patiŽnt hieraan vasthoudt. De verklaringsmodellen die de arts zelf hanteert, de verklaringsmodellen die de arts bij zijn patiŽnt waarneemt en de manier waarop hij hiermee omgaat, kunnen belangrijke implicaties hebben voor de behandeling en de behandelingsuitkomst.

    We menen dat dynamisch onderzoek van de subjectiviteit in de arts-patiŽntrelatie en het effect daarvan op de het beloop van CVS, zeer aangewezen is.



    V. - Literatuur
              (De uitgebreide literatuurlijst is te verkrijgen bij de eerste auteur)
     

    1. Barker, K. (2002). Self-help literature and the making of an illness identity : the case of fibromyalgia syndrome. Social Problems, 49, 279-300.

    2. Bleijenberg, G. (1997). Attributies en chronische vermoeidheid. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 141, 1510-1512.

    3. Butler, J.A., Chalder, T., & Wessely, S. (2001). Causal attributions for somatic sensations in patients with chronic fatigue syndrome and their partners. Psychological Medicine, 31, 97-105.

    4. Chalder, T., Power, M.J., & Wessely, S. (1996). Chronic fatigue in the community : Ďa question of attributioní. Psychological Medicine, 26, 791-800.

    5. Cleare, A.J., Blair, D., Chambers, S., e.a. (2001). Urinary free cortisol in chronic fatigue syndrome. American Journal of Psychiatry, 158, 641-643.

    6. Deale, A., & Wessely, S. (2001). Patientsí perceptions of medical care in chronic fatigue syndrome. Social Science & Medicine, 52, 1859- 1864.

    7. Fischler, B., DíHaenen, H., Cluydts, R., e.a. (1996). Comparison of 99m Tc hmpao spect scan between chronic fatigue syndrome, major depression and healthy controls: an exploratory study of clinical correlates of regional cerebral blood flow. Neuropsychobiology, 34, 175-183.

    8. Foucault, M. (1971). LíOrdre du discours. LeÁon inaugurale au CollŤge de France prononcťe le 2 dťcembre 1970. Paris : Gallimard. Freud, S. (1989). Colleges inleiding tot de psychoanalyse. Inleiding tot de psychoanalyse 1/2 (W. Oranje, Vert.). Amsterdam/Meppel : Boom.

    9. Fukuda, K., Straus, S.E., Hickie, I., e.a. (1994). The chronic fatigue syndrome : a comprehensive approach to its definition and study. International Chronic Fatigue Syndrome Study Group. Annals of Internal Medicine, 121, 953-959.

    10. Gucht, V. De, & Fischler, B. (2001). Analyse van de relatie tussen professionele stress, psychosociale parameters en verschillende dimensies van de fysieke gezondheid. Scriptie. Leuven: K.U. Leuven.

    11. Gucht, V. De, & Heiser, W. (2003). Alexithymia and somatisation : quantitative review of the literature. Journal of Psychosomatic Research, 54, 425-434.

    12. Hatcher, S., & House, A. (2003). Life events, difficulties and dilemmas in the onset of chronic fatigue syndrome: a case-control study. Psychological Medicine, 33, 1185-1192.

    13. Hazemeijer, I., & Rasker, J.J. (2003). Fibromyalgia and the therapeutic domain. A philosophical study on the origins of fibromyalgia in a specific social setting. Rheumatology (Oxford, England), 42, 507-515.

    14. Hickie, I., Davenport, T., Issakidis, C., e.a. (2002). Neurasthenia: prevalence, disability and health care characteristics in the Australian community. British Journal of Psychiatry, 181, 56-61.

    15. Hickie, I., Koschera, A., Hadzi-Pavlovic, D., e.a. (1999). The temporal stability and co-morbidity of prolonged fatigue: a longitudinal study in primary care. Psychological Medicine, 29, 855-861.

    16. Hickie, I., Lloyd, A., Wakefield, D., e.a. (1990). The psychiatric status of patients with the chronic fatigue syndrome. British Journal of Psychiatry, 156, 534-540.

    17. Holmes, G.P., Kaplan, J.E., Gantz, N.M., e.a. (1988). Chronic fatigue syndrome: a working case definition. Annals of Internal Medicine, 108, 387-389.

    18. Hoof, E. Van, Cluydts, R., & De Meirleir, K. (2003). Atypical depression as a secondary symptom in chronic fatigue syndrome. Medical Hypothesis, 61, 52-55.

    19. Horton-Salway, M. (2002). Bio-psycho-social reasoning in GPís narratives : the discoursive construction of ME patientsí identities. Health, 6, 401-421.

    20. Houdenhove, B. Van, Neerinckx, E., Onghena, P., e.a. (2001). Premorbid Ďoveractiveí lifestyle in chronic fatigue syndrome and fibromyalgia. An etiological factor or proof of good citizenship ? Journal of Psychosomatic Research, 51, 571-576.

    21. Hyden, L-C. (1997). Illness and narrative. Sociology of Health & Illness, 19, 48-69.

    22. Jackson, J.L., & Kroenke, K. (1999). Difficult patient encounters in the ambulatory clinic: clinical predictors and outcomes. Archives of Internal Medicine, 159, 1069-1075.

    23. Johnson, S.K., DeLuca, J., & Natelson, B.H. (1996). Assessing somatization disorder in the chronic fatigue syndrome. Psychosomatic Medicine, 58, 50-57.

    24. Kuhn, T. (1962). The Structure of Scientific Revolutions. Chicago: University of Chicago Press.

    25. Lacan, J. (1973). Le Sťminaire. Livre XI: les quatre concepts fondamentaux de la psychanalyse (1964). Paris: Seuil. Manu, P. (2000). Chronic fatigue syndrome: the fundamentals still apply. American Journal of Medicine, 108, 172-173.

    26. Marty, P., & De Muzan, M. (1963). La Pensťe Operatoire. Revue FranÁaise de Psychoanalyse, 27(Suppl.), 345-356.

    27. Masuda, A., Munemoto, T., Yamanaka, T., e.a. (2002). Psychosocial characteristics and immunological functions in patients with postinfectious chronic fatigue syndrome and noninfectious chronic fatigue syndrome. Journal of Behaviour Medicine, 25,477-485.

    28. Meirleir, K. De, Suhadolnik, R.J., Lebleu, B., e.a. (2002). Antiviral pathway activation in chronic fatigue syndrome and acute infection. Clinical Infectious Diseases, 34, 1420-1421.

    29. Neerinckx, E., & Van Houdenhove, B. (1999). Het chronische vermoeidheid-syndroom anno 1999: een terugblik en een perspectief. Tijdschrift voor Geneeskunde, 55, 1726-1731.

    30. Reeves WC, Lloyd A, Vernon SD, Klimas N, Jason LA, Bleijenberg G, Evengard B, White PD, Nisenbaum R, Unger ER; International Chronic Fatigue Syndrome Study Group - Identification of ambiguities in the 1994 chronic fatigue syndrome research case definition and recommendations for resolution - BMC Health Serv Res. 2003 Dec 31;3(1):25.

    31. Rober, P. (1997). Nieuwe metaforen voor de gezinstherapie : van de cybernetica tot het narratieve paradigma. In L. Migerode & P. Rober (Red.), Conversaties en verhalen. Op zoek naar een nieuwe taal voor de gezinstherapie. Leuven : Garant.

    32. Verhaeghe, P. (2002). Over normaliteit en andere afwijkingen. Handboek klinische psychodiagnostiek. Leuven: Acco.

    33. Wessely, S., Nimnuan, C., & Sharpe, M. (1999). Functional somatic syndromes : one or many ? Lancet, 354, 936-939.

    34. Working Group of the Royal Australasian College of Physicians. (2002). Chronic fatigue syndrome. Clinical practice guidelines Ė 2002. The Medical Journal of Australia, 176(Suppl.), S23-S56.


    Summary

    Chronic fatigue syndrome and causal attributions
    - J. Vandenbergen, S. Vanheule Ė Tijdschrift voor psychiatrie 47(2005)6, 359-367 -
    On the basis of an extensive search of the literature relating to chronic fatigue syndrome (CFS) we were able to distinguish four types of explanatory models : biomedical, psychosocial, psychoanalytic and health-sychological. Because there is as yet no single definitive causal theory for cfs, doctors and patients currently use these four models to characterise the root causes of CFS. Starting form a theory of knowledge and a theory on individualsí explanations for being ill, we investigate how doctors and patients choose a particular model and we indicate to what extent the physicianpatient relations can influence this choice.


    Cfr. :
    http://www.me-cvs.nl/files/vandenbergen.pdf

    25-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De ziekte en het fenomeen van Raynaud
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    De ziekte
    en het fenomeen van Raynaud

    Gezondheid.be, 13-02-2003
    (bijgewerkt op : 10-11-2005)


    Als je in de winter of bij het manipuleren van diepvriesvoeding direct ijskoude vingers hebt die blauw of wit worden, dan kan het zijn dat je lijdt aan het fenomeen van Raynaud. Het verschijnsel begint meestal aan ťťn of enkele vingers (of tenen) en verspreidt zich dan symmetrisch naar andere. De wit of blauwverkleuring is scherp afgelijnd.

    In tweede instantie kunnen de vingers of tenen rood worden en opzwellen en tintelen. Soms kan een brandend gevoel ontstaan.

    Aan de basis ligt een plots verhevigd samentrekken van de bloedvaten. Men denkt dat in meer dan 80% van de gevallen het gewoon om een versterkte normale reactie op koude gaat. Maar er kunnen ook andere aandoeningen aan de basis liggen of het kan een eerste symptoom zijn van een minder goede doorbloeding van de aders. Ook sommige geneesmiddelen (bv. betablokkers) kunnen een dergelijke reactie uitlokken.

    Men spreekt van een primaire RF (PRF) wanneer er geen duidelijke ziekte of oorzaak aan ten grondslag ligt en van een secundaire vorm (SRF) wanneer dit wel het geval is.
    Het primaire wordt vaak geassocieerd met migraine bij dames en zal meestal verdwijnen wanneer ze in de menopauze terechtkomen.
    Het secundair fenomeen is voornamelijk de vaataantasting in het kader van bindweefselziekten.
    Secundaire Raynaud-fenomenen kunnen ook het gevolg zijn van o.a. arbeidsomstandigheden (drilboor) en bepaalde medicatie.
    De verschijnselen van een secundair Raynaudfenomeen zijn vaak ernstiger dan die van de primaire vorm.

    Als er na onderzoek geen duidelijke oorzaak voor de aandoening bestaat, dan spreekt men van de ziekte of het fenomeen van Raynaud.
    Meestal begint de aandoening op vrij jonge leeftijd (gemiddeld 14 jaar), zelden na 40 jaar.
    Het komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen.
    Meestal gaat het om vrij milde aanvallen.
    Wanneer de aandoening voorkomt in de familie, is het risico verhoogd.
    Roken kan de symptomen verergeren of zelfs uitlokken.
    Wanneer de symptomen voor het eerst optreden na 30 jaar, gepaard gaan met intense pijn en assymetrisch verloopt (dus niet aan beide handen of voeten), dan is er waarschijnlijk meer aan de hand.


    Behandeling
    Uiteraard moeten lage temperaturen zo veel mogelijk worden vermeden (handschoenen en sokken dragen).
    Roken wordt absoluut afgeraden.
    Ook geneesmiddelen die een samentrekking van de bloedvaten veroorzaken moeten worden vermeden.
    Bij ernstige klachten kan de arts vaatverwijdende geneesmiddelen voorschrijven. Meestal zal het gaan om een calciumantagonist (Nifedipine, felodipine, amlodipine, nisoldipine, isradipine). Omwille van de mogelijke nevenwerkingen moet hiermee voorzichtig worden omgesprongen. Andere vaatverwijdende geneesmiddelen worden soms toegepast, maar zijn minder bestudeerd voor deze aandoening.
    In zeer ernstige gevallen kan een operatie worden overwogen waarbij de zenuwen die het samentrekken van de bloedvaten veroorzaken, worden doorgeknipt. Maar over het nut van een dergelijke operatie bestaat in medische kringen geen overeenstemming.


    Cfr. ook ďWintertenen - Winterhanden (Perniones)Ē op m/blog dd. 24.11.05


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1399

    24-11-2005 om 00:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wintertenen - Winterhanden (Perniones)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

             
    Wintertenen - Winterhanden
    (Perniones) 
                  
    Gezondheid.be, 16-11-2005


    Sommige mensen hebben in de winter last van zg. winterhanden, wintertenen, wintervoeten of zelfs winterdijen. In medisch jargon spreekt men van perniones.

    Klachten
    Pijnlijke, rode tot blauwe, gloeiende, vaak jeukende, tintelende of branderige zwellingen op de vingers, handen, tenen, voeten, hielen, onderbenen, soms dijen, neuspunt, oorranden, na blootstelling aan koude. Soms kunnen er blaren, zweertjes of wonden ontstaan. Een complicatie is een bacteriŽle infectie. Meestal gaan de plekken vanzelf over binnen enkele weken.
    Perniones wordt meer bij vrouwen dan bij mannen gezien. Vooral mensen die veel in de koude buitenlucht of koude ruimtes werken kunnen er meer last van hebben, zoals boeren en slagers.

    Hoe ontstaat het ?
    Perniones is een abnormale reactie van de kleine haarvaatjes in de huid op koude.
    De normale reactie bij blootstelling aan een koude omgeving is dat de oppervlakkige kleine vaten minder bloed doorlaten (vasoconstrictie), zodat er minder bloed naar de huid gaat. De kerntemperatuur van het lichaam blijft daardoor op peil, de temperatuur van de huid daalt. Als de huidtemperatuur te laag wordt, treedt een beschermingsmechanisme in werking, de vaatjes worden juist opengezet (vasodilatatie) en de huid warmt snel op, wordt rood en warm, gaat gloeien.
    Bij perniones reageren de vaatjes anders. In de wat grotere vaten in de diepere gedeelten van de huid treedt na blootstelling aan kou een langdurige, aanhoudende vasoconstrictie (dichtknijpen van de vaatjes) op, die niet automatisch gevolgd wordt door vasodilatatie (vaatverwijding). De kleine haarvaten in de oppervlakkige lagen van de huid gaan wel maximaal openstaan, in een poging om de afsluiting in de diepte op te vangen.
    Vooral de constante blootstelling aan lage temperatuur (rondom het vriespunt) in combinatie met hoge luchtvochtigheid en wind zijn van belang. Factoren zoals te strakke schoenen, te dunne sokken / kousen, vochtig klimaat en strakke handschoenen kunnen ook klachten doen ontstaan.

    Oorzaak
    De oorzaak van dit abnormale reactiepatroon is niet bekend. Een erfelijke aanleg kan een rol spelen, omdat het in families voorkomt. Ook mensen met overmatig zweten van handen of voeten kunnen meer last hebben van perniones.
    Het ontstaan van de plekken wordt bevorderd door het dragen van te nauwe schoenen en handschoenen.
    Het wordt ook wat vaker gezien bij mensen met een slechte voedingstoestand, o.a. bij anorexia nervosa.
    Perniones moet worden onderscheiden van het Raynaud fenomeen (cfr. m/blog dd. 24.11.05).

    Hoe voorkomen ?
    ē warme, goed isolerende kleding (dikke sokken, handschoenen, ruim zittende, goed isolerende schoenen, ) en warme omgeving;
    ē temperatuurwisselingen voorkomen

    Behandeling
    Er bestaat eigenlijk geen echte behandeling waarvan het effect bewezen is.
    Mogelijke behandelingen zijn :

    ē wisselbaden (waarbij de handen of voeten 2 ŗ 3 minuten in koud en daarna in warm water ondergedompeld worden). Dit gebeurt het best voor de winter.
    ē massage.
    ē UVB therapie in het begin van de winter
    ē capsicum crŤme of Midalgan Forte
    ē vaatverwijdende middelen zoals Nifedipine of Adalat, diltiazem (Tildiem), prazosine, nicotinezuurderivaten zoals Complamin (xanthinolnicotinaat), Trental (pentoxyfylline) of Loftyl (buflomedil). Van geen enkele van deze methoden of produkten is evenwel aangetoond dat ze enig effect hebben.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3164

    Cfr. ook :

    24-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Raynaudfenomeen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Het fenomeen van Raynaud

    De Universiteit Twente (UT) - Toegepaste Onderwijskunde : http://www.utwente.nl/


    Bij het fenomeen van Raynaud stroomt er tijdelijk minder of geen bloed naar de bloedvaten van de vingers en soms van de tenen. Dit is het gevolg van het plotseling samentrekken van de spiertjes in de vaatwand, waardoor het bloedvat vernauwt en de bloedstroom belemmerd wordt.

    Het fenomeen van Raynaud heeft een primaire vorm en een secundaire vorm :

    • het primair Raynaudfenomeen, komt het meeste voor. De oorzaak van het primair Raynaudfenomeen is onbekend. Als er een bijkomende ziekte als aanwijsbare oorzaak is voor het verschijnsel, spreken we van

    • het secundair Raynaudfenomeen. De verschijnselen van een secundair Raynaudfenomeen zijn vaak ernstiger dan die van de primaire vorm.

    Om de diagnose primair Raynaudfenomeen zeker te stellen, moet er sprake zijn van een aantal klachten en verschijnselen. Om te weten of deze symptomen optreden, zal de arts nauwkeurig navraag doen.


    Behandeling
    Voor de behandeling is het van belang na te gaan met welke vorm van Raynaud we te maken hebben. De medische wetenschap kent nog geen afdoende behandeling voor het primair Raynaudfenomeen. Wanneer de klachten niet ernstig zijn, is de behandeling gericht op het voorkomen van vaatkrampen.
    De patiŽnt kan daar zelf aan bijdragen door temperatuurwisselingen, tocht en kou zo veel mogelijk te vermijden en zich warm te kleden.
    Een medisch specialist kan vaatverwijdende medicijnen voorschrijven. Die hebben een verslappende werking op de bloedvaten. De vaten verwijden en de doorstroming van het bloed verbetert. De medicijnen verwijden echter niet alleen de bloedvaten van handen en voeten, maar ook die van andere delen van het lichaam. Dit kan leiden tot op zichzelf onschuldige, maar vervelende bijwerkingen.
    In ernstige gevallen kan een operatie worden uitgevoerd waarbij een zenuw wordt doorgesneden of uitgeschakeld.

    Als het secundair Raynaudfenomeen is vastgesteld, wordt indien mogelijk de onderliggende ziekte behandeld.



    Cfr. : http://projects.gw.utwente.nl/pi/CEA/Arts/Ziektebeelden/Hart_en_vaten/Raynaud/raynaud.html

    23-11-2005 om 23:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anonieme Alcoholisten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Anonieme Alcoholisten

    AA-Vlaanderen : http://www.aavlaanderen.org/ 
    AA-Nederland :
    http://www.aa-nederland.nl/ 

    "Anonieme Alcoholisten is een gemeenschap van mannen en vrouwen die hun ervaring, kracht en hoop met elkaar delen om hun gemeenschappelijk probleem op te lossen en anderen te helpen bij het herstel van hun alcoholisme."
    De enige vereiste voor lidmaatschap is een verlangen op te houden met drinken. Er zijn geen geldelijke verplichtingen voor het AA lidmaatschap. Wij voorzien in onze behoeften door eigen bijdragen. AA is niet gebonden aan enige sekte, genootschap, politieke partij, organisatie of instelling, wenst zich niet te mengen in enig geschil, steunt of bestrijdt geen enkel doel. Ons hoofddoel is nuchter blijven en andere alcoholisten helpen nuchterheid te bereiken.

    "Wij erkenden dat wij machteloos stonden tegenover de alcohol Ė dat ons leven stuurloos was geworden"
    Uit de 'Twaalf Stappen en Twaalf TraditiesĒ - ISBN 90-800365-2-8 Ė cfr. : http://www.twaalfstappen.be/aa12en12.htm
    © 1996 Stichting Publiciteit AA Nederland


    I. - Geschiedenis

    AA internationaal -
    AA (anonieme alcoholisten) is ontstaan op 10 juni 1935 in Amerika. De dag dat Dr. Bob, een chirurg uit Ohio, zijn laatste glas dronk, geldt als geboortedatum van AA.
    Samen met een New Yorkse effectenmakelaar Bill heeft hij AA opgericht. Zij zijn gestart in een poging om anderen, die aan de ziekte van alcoholisme leden, te helpen en om zo zelf nuchter te blijven. AA groeide door het vormen van autonome groepen, eerst in de Verenigde Staten en later over de hele wereld.

    AA BelgiŽ - In BelgiŽ zien wij een gelijkaardige start.  Jean, een alcoholist die totaal aan de grond zit, verblijft in het Brugman instituut te Brussel. Hij wordt door een verpleegkundige aangemoedigd zich met andere alcoholisten bezig te houden om op die manier weer zin te krijgen in het leven. Op NCA (nationaal comitť tegen alcoholisme) vindt hij het boek "Alcholics Anonymous".

    • 1954 - Op 4 maart belegt Jean met drie vrienden de eerste infovergadering. De groepen verspreiden zich op korte tijd vanuit Brussel naar Antwerpen iin 1956, Hasselt in 1957 en Gent in 1958.

    • 1961 - De Vlaamse groepen stichten een intergroep bestaande uit tien leden (twee afgevaardigden per provincie). Er wordt ook een Raad van Advies opgericht bestaande uit zes niet-alcoholisten en vijf AA leden, allen op democratische wijze aangesteld.
      Er wordt een algemeen dienstenbureau in het leven geroepen. Er is ťťn lange aanloopperiode en veel geld nodig om in 1985 een vast secretariaat met bediende uit te bouwen
      De telefoonpermanentie met 7d/7d en 24u/24u bereikbaarheid wordt geÔnstalleerd.
      Het "Big Book" of "AA boek"
      Er is regelmatige uitwisseling met andere landen in Europa en de wereld.
      De structuur wordt vastgelegd in het "Handboek van de Vlaamse AA."
      De uitbouw van deze structuur was zeker nooit geworden wat ze nu is zonder de "niet-alcoholisten" van het eerste uur, die nog steeds actief zijn, Meester Beernaert en Meester Van Staen.

    • 1961 - Eerst landdag van de Vlaamse AA te Brussel.

    • 1969 - Afgevaardigden van de Vlaamse AA naar de 1ste Werelddienstontmoeting.

    • 1975 - Eerste nationale COI (Comitť Openbare Informatie) te Strombeek Bever

    • 1976 - Eerste algemene dienstenconferentie van de Vlaamse AA te Averbode.

    • 1981 - Afgevaardigden van de Vlaamse AA naar de 1ste Europese dienstenontmoeting

    • 1985 - 1 oktober oprichting AVDB te Antwerpen - later het ADB - algemeen dienstenbureau.

    • 1986 - Waarnemer van de Vlaamse AA naar de ADC van Duitsland.

    • 1988 - Viering van 35 jaar AA in BelgiŽ te Brussel

    • 1993 - Viering 40 jaar AA in BelgiŽ te Aalst

    • 1999 - De Vlaamse AA op internet

    • 2003 - Viering 50 jaar AA in BelgiŽ te Jodoigne


    II. - Alcoholisme

    Alcoholisten zijn patiŽnten die niet beseffen hoe ernstig ziek ze zijn.
    Men heeft hen wel gezegd, dat ze de alcohol moeten laten staan en zelf vinden zij echt ook wel dat het beter zou zijn om dit te doen, maar het lukt eenvoudig niet. Het kan ook niet zonder meer lukken, want de aard van de ziekte maakt dat de zucht naar drank onoverkomelijk wordt, zodra de eerste kleine hoeveelheid alcohol is geproefd of soms alleen maar geroken. van dat ogenblik af kunnen zij zich niet langer verzetten tegen het verlangen naar drank : zij moeten drinken. Het is geen gebrek aan wilskracht, het is ook geen zwakte die men als oorzaken zou kunnen aanmerken. Nee, het komt door de kwaal, door het alcoholisme.
    Alcoholisme tast wel niet iedereen aan die alcohol gebruikt, maar grijpt toch om zich heen zonder aanzien des persoons. De patiŽnt kan ongeschoold arbeider zijn, de moeder van een gezin dat maar met moeite kan rondkomen, doch het kan net zo goed iemand zijn met een lange academische opleiding, een arts, een professor of een zakenman of -vrouw. Maar het kan net zo goed een vertegenwoordiger van een klein bedrijf overkomen of een verpleegster of een kantoorbediende of iemand die met handenarbeid de kost verdient.
    De ziekte grijpt langzaam doch onafwendbaar haar prooi. En het is heel erg, wanneer dat gebeurt, want dan begint de lijdensgeschiedenis, die een mensenleven verbittert. De getroffene zelf, zijn of haar gezin, werkkring en familie gaan eronder gebukt.
    Telkens weer mislukken alle pogingen om van de drank af te komen. Maar erger is het, als noch het slachtoffer, noch de naaste omgeving beseffen dat hier sprake is van een veel voorkomende, zij het zeer ernstige ziekte.
    Herstel is onmogelijk, zolang de patiŽnten zelf niet weten, dat zij ziek zijn en dus niet alles op alles kunnen zetten om te herstellen, zoals een suikerzieke, een nierpatiŽnt, een hartlijder weten dat zij ziek zijn en dus de leefregels volgen die hun dokter voorschrijft.

    Een ziekte...

    Oplossing
    Alcoholisme blijkt meervoudige oorzaken te hebben.
    Allereerst is de patiŽnt, hoe vreemd dat ook klinkt, overgevoelig voor alcohol. Die overgevoeligheid kan ontstaan door organische gebreken maar ook door langdurig en intensief alcoholgebruik. Maar bovendien heeft alcoholisme vrijwel altijd ook een psychische oorzaak. Op de een of andere manier is het evenwicht tussen lichamelijk en geestelijk welzijn van een patiŽnt verstoord. Een psychische oorzaak brengt hem tot drinken en het lichaam reageert daarop door overgevoelig te worden.
    Zodra dit het geval is, doen zich symptomen voor, die men bij elke alcoholpatiŽnt onmiddellijk kan waarnemen. Wij noemen er enkele :

    • zij hebben hun drinken niet meer onder controle en blijven drinken, ook al valt er niets meer te "vieren" of nergens meer over te treuren

    • zij drinken "schielijker" dan anderen in hun gezelschap

    • vaak weten zij, als zij weer nuchter zijn, niet meer wat zij in dronken toestand hebben gedaan

    • zij hebben 's morgens drank nodig om aan het werk te kunnen gaan

    • zij "snakken" naar alcohol lang voor "de avond"

    • zij worden stuurloos, verbitterd, eenzaam.

    Zulke patiŽnten biedt AA als herstelmethode de twaalf stappen.
    Niet een of twee stappen, maar twaalf ! En die twaalf stappen zijn als spaken in een wiel. Gezamenlijk maken zij het wiel sterk en geven zij stabiliteit. Elk afzonderlijk hebben zij praktisch geen nut, men moet deze stappen dus zien als een geheel. Zij vormen tezamen de gedachtewereld van waaruit een alcoholpatiŽnt zich een nieuw leven kan opbouwen, als die stappen een voor een worden gedaan.

    Twaalf Stappen
    De Twaalf Stappen van AA zijn een ideale handleiding voor een nuchter leven.
    Deze stappen vormen de leidraad voor de Anonieme Alcoholisten en vormen de basis van het herstelprogramma.
    Het relatieve succes van het AA-programma lijkt veroorzaakt te worden doordat alcoholisten, die niet meer drinken, een uitzonderlijke gave hebben om andere alcoholisten, die hun drinken nog niet onder controle hebben, te bereiken en te helpen.
    In zijn eenvoudigste vorm werkt het AA-programma als een herstelde alcoholist(e) vertelt over zijn of haar problematisch drinken, als hij of zij de nuchterheid beschrijft die hij of zij vond in AA en als hij of zij de nieuwkomer uitnodigt om kennis te maken met deze informele vriendenkring.
    De kern van het gesuggereerde herstelprogramma is samengevat in 'Twaalf Stappen'.
    Die beschrijven de ervaringen van de AA-leden van het eerste uur.
    Deze eerste leden waren tamelijk religieus geÔnspireerd en daarom geloofden zij sterk in een goddelijke macht die de kracht gaf om te herstellen.
    De hedendaagse AA-gemeenschap tracht een herstelprogramma aan te bieden waarin iedereen zich kan terugvinden, ongeacht zijn of haar overtuiging, levensbeschouwing, ideologie...

    De Twaalf Stappen :

    • Eerste Stap - "Wij hebben toegegeven dat wij machteloos stonden tegenover de alcohol - dat ons leven stuurloos was geworden."
    • Tweede Stap - "Wij zijn gaan geloven dat een Macht groter dan wijzelf ons weer geestelijk gezond kon maken".
    • Derde Stap - "Wij hebben het besluit genomen onze wil en ons leven toe te vertrouwen aan de hoede van God, zoals wij persoonlijk Hem opvatten".
    • Vierde Stap - "We hebben een diepgaande en onbevreesde morele inventaris van onszelf opgemaakt".
    • Vijfde Stap - "Wij hebben tegenover God, tegenover onszelf en tegenover een ander mens de juiste aard van onze misstappen toegegeven".
    • Zesde Stap - "We waren volkomen bereid om God al deze karaktergebreken te laten wegnemen".
    • Zevende Stap - "Wij hebben Hem nederig gevraagd onze tekortkomingen weg te nemen".
    • Achtste Stap - "Wij hebben een lijst gemaakt van allen die wij hadden gekwetst en zijn bereidwillig geworden het bij allen weer goed te maken".
    • Negende Stap - "Wij hebben waar mogelijk het rechtstreeks bij deze mensen weer goedgemaakt, tenzij dit hen of anderen zou krenken".
    • Tiende Stap - "We zijn doorgegaan met het opmaken van onze persoonlijke inventaris en als wij fout waren hebben wij dat meteen toegegeven".
    • Elfde Stap - "Wij hebben ernaar gestreefd door gebed en bezinning ons bewuste contact met God, zoals wij persoonlijk Hem opvatten, te verbeteren, biddend om Zijn wil jegens ons te kennen en om de kracht die uit te voeren".
    • Twaalfde Stap - "Bij het geestelijk ontwaken als gevolg van deze stappen hebben wij getracht deze boodschap aan alcoholisten door te geven en deze principes bij al ons doen en laten toe te passen".

    Nieuwelingen hoeven deze Twaalf Stappen niet in hun geheel te volgen als zij dat nog niet willen of als zij zich daartoe nog niet bekwaam voelen.
    Het enige wat AA vraagt is dat deze mensen hun geest willen openstellen, dat zij bijeenkomsten willen bijwonen waarop herstelde alcoholisten hun persoonlijke ervaringen vertellen hoe zij nuchterheid bereikten en dat zij AA-literatuur willen lezen waarin het AA-programma wordt beschreven en geÔnterpreteerd.
    AA-leden zullen de nieuwkomers meestal ook op het hart drukken dat enkel de  probleemdrinkers zelf - Ťn zij alleen - kunnen bepalen of zij al dan niet alcoholisten zijn.
    Ook dient aangestipt te worden, mee gesteund door medische bevindingen, dat alcoholisme een voortschrijdende ziekte is die niet kan genezen worden in de gangbare betekenis van het woord, maar die enkel tot staan kan gebracht worden door totale onthouding van alcohol in elke vorm.



    III. - De Eerste Stap

    Wie geeft er graag zijn totale nederlaag toe ?

    Praktisch niemand, uiteraard. Ieder natuurlijk instinct verzet zich tegen het idee van persoonlijke machteloosheid. Het is echt vreselijk te moeten toegeven dat we - het glas binnen handbereik - onze geesten misvormd hebben en dat we zodanig in de ban raakten van een destructieve drankzucht dat alleen een daad van de Voorzienigheid deze van ons weg kan nemen.
    Geen enkel ander bankroet is hiermee te vergelijken. Alcohol wordt nu de schraperige schuldeiser, die al ons zelfvertrouwen en elke wil om zijn eisen te weerstaan, opslorpt. Als dit harde feit eenmaal is aanvaard, is het bankroet van ons menselijk bestaan compleet.

    Als we echter bij AA komen, krijgen we al gauw een heel andere kijk op deze absolute vernedering.
    We merken dat we alleen door een totale nederlaag in staat zijn onze Eerste Stappen te zetten naar bevrijding en kracht. De aanvaarding van onze persoonlijke machteloosheid wordt uiteindelijk de basis waarop we een nieuw, gelukkig en zinvol leven kunnen bouwen. We weten dat er weinig terecht komt van een alcoholist die zich bij AA aansluit, als hij niet eerst zijn verwoestende zwakheid en alle gevolgen ervan heeft aanvaard. Zolang hij zichzelf niet nederig maakt, zal zijn nuchterheid - als die al bestond - zeer onzeker zijn.

    Het ware geluk zal hij nooit vinden.
    Dit is een van de feiten uit het bestaan van AA die boven alle twijfel verheven zijn, omdat ze op een rijke ervaring steunen. Het principe dat we geen blijvende kracht zullen vinden voordat we onze volledige nederlaag hebben toegegeven, vormt de voornaamste wortel waaruit onze hele gemeenschap is ontsproten en voortbloeit.

    Toen we voor het eerst werden uitgedaagd om onze nederlaag te erkennen, kwamen de meesten van ons in opstand.
    Wij hadden AA benaderd in de verwachting op onszelf te leren vertrouwen. Toen kregen we te horen dat, wat alcohol betreft, zelfvertrouwen uit den boze was; feitelijk een waar blok aan het been. Onze sponsors vertelden dat we het slachtoffer waren van een dwangvoorstelling, die zo indringend was dat geen enkele menselijke wilskracht deze kon doorbreken. Zonder steun, zo zeiden ze, bestond er niet zoiets als een persoonlijke overwinning op deze dwang. Onze sponsors tekenden haarscherp ons dilemma door ons ongenadig te wijzen op onze gevoeligheid voor alcohol die in de loop der tijd toegenomen was : een allergie noemden ze het.
    De dwingeland alcohol zwaaide een tweesnijdend zwaard boven ons : aan de ene kant werden wij getroffen door een waanzinnige drang om te drinken en aan de andere kant door een overgevoeligheid van ons lichaam die ons uiteindelijk tot zelfvernietiging zou brengen.
    Op deze wijze aangevallen, zouden slechts enkelen er in slagen op eigen kracht de strijd te winnen. Het was een statistisch feit dat alcoholisten bijna nooit herstelden op eigen kracht. En dit is kennelijk zo geweest vanaf het moment dat de mens voor het eerst druiven perste.

    In de beginperiode van AA konden slechts de meest hopeloze gevallen deze onverteerbare waarheid slikken.
    Zelfs deze 'laatste-snik-gevallen' hadden vaak moeite zich te realiseren hoe hopeloos ze er eigenlijk aan toe waren. Slechts enkelen zagen dit in en wanneer zij, met alle kracht waarmee een drenkeling een reddingsboei grijpt, zich aan de AA-principes vastklampten, ging het vrijwel zeker goed met hen. Daarom ging de eerste uitgave van het boek Alcoholics Anonymous, gepubliceerd toen ons ledental (nog) klein was, alleen over de ergste gevallen. Vele minder wanhopigen probeerden AA, maar mislukten omdat ze het hopeloze van hun toestand niet konden toegeven.

    Het geeft een geweldige voldoening vast te kunnen stellen dat dit in de jaren daarna veranderde.
    Alcoholisten die hun gezondheid, hun gezin en hun werk nog steeds bezaten en in welstand leefden, werden zich bewust van hun alcoholisme. Toen deze trend toenam, sloten ook jongeren zich aan, die nauwelijks meer dan potentiŽle alcoholisten waren. Hen werden die laatste tien of vijftien, letterlijk helse, jaren bespaard die de rest van ons had doorgemaakt. Hoe konden mensen als zij deze Eerste Stap zetten, die immers van ons vereist toe te geven dat ons leven stuurloos was geworden ? Het was toch een duidelijke zaak dat zij net zo diep zouden moeten zinken als wij om de Stap te laten aanslaan.
    Door in ons drankverleden te duiken, konden we aantonen dat ons drinken, jaren voordat we ons realiseerden dat we de controle verloren hadden, al niet louter een gewoonte was, maar in feite het begin van een fataal voortschrijdend proces. Tegen de twijfelaars konden we zeggen : "Misschien ben je wel helemaal geen alcoholist. Waarom probeer je niet wat gematigder te drinken, terwijl je ondertussen in gedachte houdt wat we je over alcoholisme hebben verteld ?"

    Deze houding leverde directe en praktische resultaten op.
    We ontdekten toen dat, wanneer de ene alcoholist de ware aard van zijn kwaal tot de andere kon laten doordringen, die persoon nooit meer dezelfde zou zijn. Na elk drinkgelag zou hij zich afvragen : "Misschien hadden die AAíers toch wel gelijk... Na een paar van zulke ervaringen, vaak jaren voor de allerergste moeilijkheden zouden beginnen, zou hij overtuigd naar ons terugkeren. Hij was feitelijk net zo diep gezonken als wij. De drank zelf was onze beste advocaat geworden.

    Waarom beklemtonen wij zo dat elke AAíer eerst in de put moet zitten ?
    Het antwoord is, dat de meeste mensen het AA-programma pas echt in de praktijk proberen te brengen als ze in de put zitten. Want de elf resterende Stappen van de AA in de praktijk brengen, betekent het aannemen van een denkwijze en gedragslijn, waarvan vrijwel geen alcoholist die nog drinkt ook maar zou kunnen dromen. Wie wenst strikt oprecht en verdraagzaam te zijn ? Wie wenst zijn fouten te bekennen en de aangerichte schade te herstellen ? Wie trekt er zich iets aan van een Hogere Macht, laat staan van gebed en meditatie ? Wie wil er tijd en energie opofferen om de boodschap van AA door te geven aan een volgende alcoholist ? Nee, de gemiddelde alcoholist, egocentrisch tot en met, bedankt voor dit vooruitzicht, tenzij hij deze dingen moet doen om zelf in leven te blijven.
    Door de gesel van het alcoholisme worden we naar AA gedreven en daar ontdekken we de noodlottige aard van onze toestand. Pas dan en dan alleen, kunnen we genoeg open staan en zijn we bereid om te luisteren zoals alleen stervenden dat kunnen. We zijn bereid om alles te doen wat de meedogenloze dwanggedachte van ons wegneemt.



    IV. - 44 Vragen & antwoorden betreffende het AA-programma tot herstel van alcoholisme

    Oorspronkelijke uitgever : VZW ALDINEA-BEL © AA Vlaanderen

    Alcoholisme en alcohol
    Nog niet zo lang geleden werd alcoholisme aangezien als een moreel probleem. Tegenwoordig beschouwen velen het in de eerste plaats als een gezondheidsprobleem. Voor de probleemdrinker zelf zal het altijd een intens persoonlijke zaak blijven. De alcoholist die hulp zoekt bij AA stelt vaak vragen die betrekking hebben op zijn eigen ervaring, zijn eigen angsten en zijn eigen hoop op een betere manier van leven.

    Een nieuwe levenswijze
    De Anonieme Alcoholisten vormen een genootschap van mannen en vrouwen die hun ervaring, sterkte en hoop delen, met als doel hun gemeenschappelijk probleem op te lossen, alsmede anderen van alcoholisme te helpen herstellen.
    De enige vereiste om lid te worden is de eerlijke wens op te houden met drinken. AA-lidmaatschap is vrij van contributie of honoraria; onze onafhankelijkheid is te danken aan onze eigen bijdragen.
    De AA is geenszins verbonden met enige sekte, kerkgenootschap, politieke strekking, organisatie of instelling; wenst niet in geschillen betrokken te worden; verleent geen steun of doet geen afbreuk aan gelijk welk standpunt dan ook.
    Onze enige doelstelling is nuchter te blijven en andere alcoholisten helpen hetzelfde te bereiken.
    Een levenswijze kan niet echt beschreven worden; ze wordt beleefd.
    Het is onvermijdelijk dat beschrijvende literatuur, die afhangt van brede, geÔnspireerde algemeenheden, vele vragen onbeantwoord laat en vele lezers in twijfel laat of ze nu eindelijk gevonden hebben wat ze werkelijk zochten.
    AA is een programma voor een nieuwe levenswijze zonder alcohol, een programma dat succesvol blijkt voor honderdduizenden mannen en vrouwen die het oprecht en eerlijk benaderen en toepassen.
    Het werkt over de gehele wereld ťn voor mannen ťn voor vrouwen van alle mogelijke leeftijden en standen.
    Indien U meer vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met een nabijgelegen AA-groep of met :

    Een greep uit de 44 vragen

    Vraag 1 - Wat is Alcoholisme ?
    Er zijn meerdere ideeŽn verspreid over wat alcoholisme werkelijk is.
    De meest zinvolle verklaring voor de overgrote meerderheid van de AA-leden is dat alcoholisme een ziekte is, een progressieve ziekte, die nooit kan genezen, maar die zoals sommige andere ziekten wel gestabiliseerd kan worden.
    Als we het nog verder uitdiepen blijkt dat vele AA'ers menen dat deze ziekte een combinatie vormt van een fysieke overgevoeligheid voor alcohol plus een geestelijke obsessie voor de drank, die ongeacht de gevolgen ervan, niet door wilskracht alleen kan gebroken worden.
    Eens het alcoholisme op gang gebracht, is er moreel gezien niets verkeerds door het feit dat men ziek is. In dit stadium is er geen sprake meer van vrije wil, omdat het slachtoffer zijn controle over de alcohol kwijt is.
    Het belangrijkste punt is echter dat men inziet dat men ziek is en gebruik maakt van de hulp die geboden wordt. De wil om "beter te worden" mag echter niet ontbreken.
    Uit ervaring blijkt dat het AA-programma succesvol is voor iedere alcoholist die eerlijk is in zijn verlangen om de drank op te geven; het is niet effectief voor hen die niet absoluut willen ophouden met drinken.

    Vraag 2 - Hoe weet ik of ik werkelijk een alcoholist ben ?
    U alleen, en niemand anders, kan tot die vaststelling komen. Velen die nu AA-lid zijn kregen vroeger te horen dat ze geen alcoholisten waren, dat ze enkel wat meer wilskracht moesten opbrengen, verandering van omgeving nodig hadden, rust en wat hobby's om er terug bovenop te geraken. Diezelfde mensen hebben echter uiteindelijk toch een beroep gedaan op AA omdat ze in alle eerlijkheid moesten toegeven dat de alcohol hen de baas was en dat ze tot alles bereid waren om aan die drang naar alcohol te ontsnappen.
    Sommigen onder hen zijn omwille van die alcohol eerst door een hel gegaan alvorens ze wilden toegeven dat alcohol niets voor hen was. De drank bracht hen tot plichtsverzuim, diefstal, leugens en bedrog en zelfs moord. Zij profiteerden van hun werkgevers en misbruikten hun families. Zij waren niet meer te vertrouwen in hun contact met andere mensen. Zij verspeelden volledig hun materieel, geestelijk en intellectueel bezit.
    Vele anderen waarbij het niet zo tragisch afliep deden echter ook een beroep op AA. Zij belandden nooit in de gevangenis of in het hospitaal. Hun drankzucht is misschien nooit opgevallen bij hun naaste familie of vrienden. Doch zij wisten genoeg over alcoholisme als een progressieve ziekte om tijdig in te grijpen. Zij traden toe tot AA voordat de gevolgen te erg werden.
    Er is een gezegde in AA, nl. dat zoiets als in kleine mate alcoholist zijn niet bestaat. Ofwel is men het of is men het niet. En ieder kan slechts voor zichzelf uitmaken of alcohol voor hem al dan niet een stuurloos probleem is.

    Vraag 3 - Kan een alcoholist ooit terug "normaal" drinken ?
    Voor zover men weet geldt de stelregel : eens alcoholist altijd alcoholist. Het feit dat men alcohol maanden of zelfs jaren opgeeft, beduidt niet dat een alcoholist "normaal" of sociaal kan drinken. Wanneer deze persoon de grens van zwaar drinken overschreden heeft naar onverantwoord alcoholgebruik is er geen houden meer aan. Weinig alcoholisten wensen zich vrijwillig moeilijkheden op de hals te halen door de drank, doch deze moeilijkheden schijnen een onvermijdelijk gevolg te zijn van het alcoholisme.
    Na een droge periode zal hij het ongevaarlijk vinden een paar glazen bier of lichte wijn te drinken. Hij zal zichzelf misschien misleiden door enkel bij de maaltijden te drinken. En voor hij het beseft zit de alcoholist terug in zijn patroon van overdadig alcoholgebruik, ofschoon hij zichzelf zou willen beperken tot een gemodereerd sociaal drinker.
    Het antwoord. gebaseerd op AA-ervaring is, dat zo U een alcoholist bent, U nooit meer in staat zult zijn uw drankzucht te controleren. Dan blijven er slechts twee mogelijkheden over : steeds meer en meer toegeven aan de drank, met alle schadelijke gevolgen vandien of de drank volledig opgeven en een totaal nieuw nuchter, opbouwend leven beginnen.

    Vraag 4 - Kan een AA-lid zelfs geen bier meer drinken ?
    In het kader van de AA bestaat er vanzelfsprekend geen dwang en er zal ook nooit iemand controle uitoefenen op leden of zij al dan niet drinken. Het antwoord op deze vraag is dat, als iemand alcoholist is, hij gewoon het risico niet kan lopen alcohol, onder welke vorm dan ook, te gebruiken. Alcohol is alcohol of het nu gaat om een martini, whisky soda, grog, een glas champagne of een doodgewone glas bier. Daar valt maltbier of zogenaamd alcoholvrij bier ook onder.
    Voor een alcoholist kan ťťn glas alcohol, onder welke vorm dan ook, te veel zijn en twintig niet genoeg.
    Om zeker van zich zelf te kunnen zijn moet de alcoholist gewoonweg van alcohol afblijven, ongeacht de hoeveelheid, de mengeling of de concentratie die hij denkt baas te kunnen blijven.
    Vanzelfsprekend zullen er slechts weinigen dronken zijn van ťťn of twee glazen bier. De alcoholist weet dit net zo goed als wie dan ook. Hij kan zichzelf er wellicht toe brengen slechts twee of drie glazen te drinken en er dan voor de rest van de dag mee te stoppen. Soms kan hij dit zelfs meerdere dagen of weken volhouden. Op een gegeven moment vindt hij, nu hij toch aan 't drinken is, hij evengoed maar eens kan doordrinken. Meer bier of wijn dus. Desgewenst schakelt hij over op sterke drank.
    En zo staat hij weer terug aan zijn beginpunt.

    Vraag 5 - Ik kan lange tijd zonder drank tussen de aanvallen door... hoe weet ik nu of ik aan AA toe ben of niet ?
    De meeste AA-leden zullen U hetzelfde vertellen : niet hoe veel of hoe vaak U drinkt telt, maar wel van belang is hoe U drinkt om te weten of U alcoholist bent of niet. Vele probleemdrinkers kunnen weken, maanden of soms zelf jaren zonder drank blijven. Gedurende deze droge periodes interesseert alcohol hun niet in het minst.
    Zonder dat het hun geestelijk of emotioneel moeite kost is het hun mogelijk te drinken of niet, doch kiezen zij er voor geen drank aan te raken.
    En dan plots, om een onbelangrijke reden of gewoon zonder reden, vallen zij van het ene uiterste in het andere. Zij verwaarlozen hun werk, hun gezin en andere burgerlijke en sociale plichten. Zo'n aanval kan een avond en zelfs meerdere dagen of weken duren. Daarna is men verzwakt, vol berouw en vol overtuiging dit nooit meer te laten gebeuren. Doch het gebeurt wel weer.
    Dit type van "periodiek" drinken is zeer verwarrend, niet alleen voor hun omgeving, maar voor de drinker zelf ook. Hij begrijpt zelf niet waarom hij tussen zo'n periodes weinig of geen interesse heeft voor alcohol en zijn zelfcontrole volledig kwijt is, wanneer hij opnieuw begint te drinken.
    De periodieke drinker kan wťl of geen alcoholist zijn. Maar indien zijn drang naar drank oncontroleerbaar wordt of indien de periodes tussen twee aanvallen steeds korter worden, is het tijd het probleem aan te pakken.
    Eens hij kan toegeven dat hij alcoholist is en de eerste stap zetten naar een blijvende nuchterheid waar duizenden en duizenden AA'ers zo gelukkig mee zijn.

    Vraag 6 - Anderen zeggen dat ik geen alcoholist ben. Maar mijn drang naar alcohol verergert. Zou ik dan wel lid worden van AA ?
    Vele AA-leden werd tijdens hun drinken gezegd dat zij geen alcoholisten waren, hetzij door hun families hetzij door vrienden en dokters. En de alcoholist vergroot het probleem nog door het feit dat hij de gevolgen van zijn drankzucht niet realiseert. Door zijn oneerlijkheid maakt hij doktershulp zeer moeilijk. Het is verbazingwekkend dat er nog zoveel dokters in staat zijn geweest het bedrog van een typische probleemdrinker te doorzien en een correcte diagnose te stellen.
    Er kan niet genoeg op gewezen worden dat de belangrijke erkenning alcoholist te zijn, door de drinker zelf getroffen moet worden.
    Hij alleen kan dit en niet zijn dokter, familie of vrienden. Wanneer hij dit erkent, is de halve strijd gewonnen. Wanneer hij echter de beslissing aan anderen overlaat, kan hij zijn probleem met alle gevaren en ellende vandien, nutteloos laten aanslepen.

    Vraag 7 - Kan iemand, gewoon door AA-literatuur te lezen "alleen, zonder hulp" nuchter blijven ?
    Enkelen zijn gestopt met drinken na het lezen van het AA "Big Book" waarin de basisprincipes van het herstelprogramma zijn uiteengezet Ė cfr. : http://www.stoppen.be/np_big_book.htm & http://www.nokama.com/bigbook/ -
    Doch praktisch allen zochten andere alcoholisten op met wie ze hun nuchter zijn en hun ervaringen konden delen. Het AA-programma is het meest effectief voor het individu, als het erkend en aanvaard wordt als een programma waarbij anderen betrokken worden. Door het contact met andere alcoholisten in zijn plaatselijke AA-groep blijkt de alcoholist zijn eigen probleem gemakkelijker te doorzien, om het op deze wijze beter te kunnen oplossen. Hij is als het ware omringd door personen die zijn vroegere ervaringen, zijn huldigde problemen en hoop delen. Hij raakt dit gevoel van eenzaamheid kwijt, dat wellicht een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn drang naar alcohol.

    Vraag 8 - Zal iedereen er niet van op de hoogte zijn dat ik alcoholist ben, ingeval ik lid word van AA ?
    Anonimiteit was, is en blijft de basisregel van het AA-programma. Doch de meeste leden hebben er, na enige tijd bij AA te zijn, niets op tegen dat het gerucht de ronde doet dat zij lid zijn van een genootschap dat hen in staat stelt nuchter te blijven. Traditiegetrouw zullen AA-leden nooit hun lidmaatschap bekend maken, hetzij langs pers, radio of andere media. En niemand heeft het recht de anonimiteit van een ander lid prijs te geven.
    Dit betekent dus dat elke nieuwkomer kan toetreden tot AA met de zekerheid dat niemand van zijn nieuwe vrienden vertrouwelijke zaken in verband met zijn drankprobleem zal schenden. De andere leden van de groep weten maar al te goed hoe de nieuweling zich voelt. Zij herinneren zich best hun eigen vrees in het publiek te worden geÔdentificeerd met wat een afschrikwekkend woord lijkt: "alcoholist".
    Eens lid van AA zal de nieuwkomer enigszins geamuseerd terugdenken aan de tijd dat hij werkelijk bezorgd om was dat iemand zou ontdekken dat hij de drank had opgegeven. Tijdens de drinkperiodes van een alcoholist doen de geruchten over zijn eventuele escapades vlug de ronde. Sommige alcoholisten noemen zich zelfs "volleerde dronkaards" wanneer ze zich aansluiten bij AA. Hun drinken gaat zeker niet ongemerkt voorbij, op enkele gevallen na. In dit perspectief zou het dan ook eerder ongewoon zijn indien het goede nieuws van hun nuchter blijven geen commentaar zou verwekken.
    Niettemin kan de anonimiteit van een AA-lid, enkel worden onthuld door deze persoon zelf, en dan nog op een zodanige wijze dat het Genootschap er geen schade van ondervindt.

    Vraag 9 - Hoe moet ik mij gedragen in de zakenwereld, waar ik vele sociale contacten moet leggen, zonder te drinken ?
    Sociaal drinken is een vanzelfsprekend deel geworden van de zakenwereld. Vele contacten met klanten of eventuele toekomstige klanten worden met opzet gelegd met een cocktail, met sterke drank of wat dan ook aan de orde van de dag is. Vele AA'ers zullen de eersten zijn om toe te geven dat ze vaak belangrijke zaken hebben afgehandeld in bars, cafťs, hotelkamers of zelfs tijdens feestjes thuis.
    Het is daarentegen verbazingwekkend hoeveel belangrijke zaken geregeld worden zonder er alcohol aan te pas komt. En vele alcoholisten staan er ook verbaasd over hoeveel bekende figuren in de zakenwereld, de industries het beroepsleven en de kunsten succes oogsten zonder afhankelijk te zijn van alcohol.
    In feite komt het er op neer dat vele AA'ers vroeger "zakelijke contacten" aanvoerden als een excuus om te kunnen drinken. Nu ze niet meer drinken komen ze tot de vaststelling dat ze meer bereiken dan vroeger. Nuchterheid is voor hen zeker geen hinder in het maken van vrienden en het beÔnvloeden van mensen die zouden kunnen bijdragen tot hun economisch succes.
    Dit betekent niet dat alle AA'ers opeens al hun vrienden en zakenrelaties die drinken, mijden. Indien zijn vrienden voor hun maaltijd een paar drankjes wensen zal de AA'er een alcoholvrije drank bestellen. Indien hij uitgenodigd wordt op een zakendiner zal hij er in 't algemeen aarzelend naar toe gaan. Hij weet best uit ervaring dat de meeste andere gasten meer begaan zijn met hun eigen glas, dan met dat van hem en dat het hen weinig of niets kan schelen wat hij drinkt.
    Van het moment dat hij trots begint te worden over de kwaliteit en kwantiteit van zijn werk, zal de nieuwkomer in AA waarschijnlijk ontdekken dat in de meeste takken van de zakenwereld het resultaat grotendeels afhangt van de prestaties, wat hij zich niet realiseerde toen hij nog dronk. Toen dacht hij misschien dat charme, vernuft en gezelligheid de belangrijkste sleutels waren tot succes in zaken. Deze kwaliteiten kunnen ongetwijfeld een hulp zijn voor diegenen die controle hebben over hun drankgebruik. Dat geldt echter niet voor de alcoholist, omdat hij geneigd is er veel meer belang aan te hechten dan ze eigenlijk verdienen.

    Vraag 10 - Is de AA effectief voor diegenen die werkelijk "aan de grond zitten" ?
    De geschiedenis heeft bewezen dat AA resultaat oplevert voor iedereen die werkelijk wenst te stoppen met drinken, ongeacht zijn economische of sociale achtergrond. Onder de huidige AA-leden zijn er velen die aan het dolen waren, in de gevangenis waren beland of in andere instellingen.
    Zij die bijna uitgeteld zijn; zullen er geen nadeel van ondervinden dat ze naar AA zijn gekomen. Hun basisprobleem, hetgeen hun leven totaal In de war heeft gebracht, is identiek aan het hoofdprobleem van leder ander AA-lid. De waarde van AA-lid wordt niet geschat op basis van zijn kleding, zijn taal of zijn bankrekening. Het enige dat telt In AA is of een nieuwkomer al dan niet wil ophouden met drinken. Zo ja, dan is hij welkom.
    Er is veel kans dat hij er nog versteld van zal staan hoeveel van de andere leden hem misschien nog overtreffen, als het op sociale achtergronden en vroegere ervaringen aankomt.

    Vraag 11 - Alcoholisten die reeds nuchter zijn, worden zij soms toch nog lid van AA ?
    De meeste mannen en vrouwen doen een beroep op AA, als zij totaal in de put zitten met hun drankprobleem. Dit is echter niet altijd het geval. Een aantal personen worden pas lid van de Genootschap lang nadat zij gestopt waren met drinken. Eťn bepaalde persoon, die er zich van bewust was dat hij geen controle had over alcohol, was reeds 6 of 7 jaar gestopt met drinken voordat hij lid werd. Zijn eigen opgelegd nuchter zijn was geen erg gelukkige ervaring. Langzaam werd hij meer en meer gespannen en zenuwachtig door kleine dagelijkse problemen. Hij stond op het punt terug aan de drank te gaan, toen een vriend hem voorstelde eens een beroep te doen op AA. Sindsdien is hij reeds vele jaren lid en volgens hem is er geen vergelijk mogelijk tussen het huidig gelukkig nuchter zijn en zijn vroegere nuchter zijn dat gepaard ging met een hoop zelfmedelijden.
    Anderen vertellen ons gelijkaardige ervaringen. Zij weten dat zij gedurende lange periodes een nuchter leven kunnen leiden dat echter steeds tekenen toont van ontevredenheid. Maar het valt hun veel gemakkelijker als ze van hun nuchterheid kunnen genieten en steun vinden tijdens hun vergaderingen en in het werken met andere alcoholisten in het kader van AA. Juist zoals de meeste andere mensen zien ze het nut er niet van in de dingen opzettelijk moeilijk te maken. Als men hen voor de keuze stelt tussen nuchter zijn met of zonder AA, kiezen zij vrijwillig voor AA.

    Vraag 12 - Waarom interesseert AA zich voor probleemdrinkers ?
    Leden van AA hebben er alle belang bij hulp te bieden aan andere alcoholisten die nog niet nuchter zijn. Ten eerste weten zij uit ervaring dat dit werk, gewoonlijk "Twaalf Stappen Werk" genaamd Ė cfr. : http://www.a2werkgroep.nl/documentatie/12stappen/main.html & http://www.aa-nederland.nl/ziekte.htm -, hen helpt nuchter te blijven. Hun leven wordt geleid door een grote, intense belangstelling en zeer waarschijnlijk zal iedere herinnering aan hun eigen vroegere ervaringen met alcohol hen helpen niet te zelfverzekerd te worden, wat gemakkelijk tot terugvallen zou kunnen leiden. Het maakt niet uit welke verklaring men er aan geeft, maar het is een feit dat AA'ers die zich vrijwillig tijd en moeite getroosten om andere alcoholisten te helpen, er zelden moeite mee hebben om zelf nuchter te blijven.
    De tweede reden dat AA'ers verlangen probleemdrinkers te helpen is, dat het hun de gelegenheid geeft hun schuld af te lossen tegenover degenen die hun hulp hebben geboden. Het is de enige praktische manier waarop ieder individueel lid zijn schuld aan AA kan terugbetalen. Een AA-lid weet dat nuchterheid niet te koop is en dat hij niet in de veronderstelling kan leven dat, wanneer hij droog is, hij een permanent contract op zak heeft. Hij weet echter wel dat een nieuw nuchter leven mogelijk is voor degenen die het oprecht wensen en bereid zijn het te delen met anderen die nog na hem komen.
    Traditiegetrouw zal AA nooit leden "aanwerven", noch mensen aanzetten tot lidmaatschap of fondsen van buitenaf vragen of aanvaarden.

    Vraag 31 - Wat zijn "De Twaalf Stappen" ?
    De "Twaalf Stappen" vormen de kern van het AA-programma voor persoonlijk herstel van alcoholisme. Het zijn geen abstracte theorieŽn; ze zijn gebaseerd op de slechte en goede ervaringen van vroegere AA-leden. Ze beschrijven de houding en de activiteiten die deze "oude" AA-leden belangrijk kunnen in hun streven naar nuchterheid. Het aanvaarden van deze "Twaalf Stappen" is in geen enkel opzicht vereist.
    De ervaring heeft echter uitgewezen dat die leden die ernstig proberen deze Stappen toe te passen in hun dagelijks leven veel meer hebben aan AA in tegenstelling tot diegenen die zich als bij toeval de Stappen herinneren. Velen zeggen dat het praktisch onmogelijk is al deze Stappen letterlijk dag in dag uit te volgen. Dit kan waar zijn, in die zin dat de Twaalf Stappen een levenshouding vertegenwoordigen die totaal nieuw is voor de meeste alcoholisten. Vele AA'ers ondervinden echter dat de Twaalf Stappen een praktische noodzaak zijn om nuchter te blijven.
    Hierna volgt de tekst van de Twaalf Stappen, tekst die het eerst verscheen in "Anonieme Alcoholisten" :

    • we gaven toe dat we machteloos stonden t.o.v. alcohol - dat ons leven stuurloos was geworden

    • we gingen geloven in een Macht groter dan wijzelf ons weer geestelijk gezond kon maken

    • wij hebben het besluit genomen onze wil en ons leven toe te vertrouwen aan de hoede van God, zoals wij persoonlijk Hem opvatten

    • wij hebben van ons zelf een diepgaande en onbevreesde morele inventaris opgemaakt

    • wij hebben tegenover God, tegenover onszelf en tegenover een ander mens de juiste aard van onze misstappen toegegeven

    • we waren volkomen bereid om God al deze karaktergebreken te laten wegnemen

    • we hebben hem nederig gevraagd onze tekortkomingen weg te nemen

    • wij hebben een lijst gemaakt van allen die wij hadden gekwetst en zij bereidwillig geworden het bij allen weer goed te maken

    • wij hebben het waar dit mogelijk was rechtstreeks bij deze mensen weer goed gemaakt, tenzij dit hen of anderen zou krenken

    • wij zij doorgegaan met het opmaken van onze persoonlijke inventaris en hebben terstond onze fouten toegegeven

    • wij hebben er naar gestreefd door gebed en bezinning ons bewuste contact met God, zoals wij persoonlijk hem opvatten, te verbeteren. Waarbij wij enkel baden om Zijn wil jegens ons te kennen en om de kracht die uit te voeren

    • bij het geestelijk ontwaken als gevolg van deze stappen hebben wij getracht deze boodschap aan alcoholisten door te geven en deze beginselen bij al ons doen en laten toe te passen.

    Vraag 35 - Hoe komt het dat AA voor sommige mensen geen oplossing biedt ?
    Het antwoord hierop is dat AA enkel resultaat oplevert bij mensen die toegeven alcoholist te zijn en eerlijk wensen te stoppen met drinken en die deze feiten steeds als belangrijk voor ogen houden.
    AA zal gewoonlijk niet werken bij mannen of vrouwen die er toch aan twijfelen of ze nu wel alcoholist zijn of die nog met de hoop leven ooit weer normaal "sociaal" te kunnen drinken.
    De meeste autoriteiten op medisch gebied zeggen dat geen enkele alcoholist ooit weer normaal kan drinken. Een alcoholist moet dit essentieel feit onder ogen zien en aanvaarden. Dit toegeven en aanvaarden en dan nog gekoppeld worden aan de wens op te houden met drinken.
    Nadat sommigen een tijdje droog waren dank zij AA, zijn ze geneigd te vergeten dat ze alcoholist zijn, met alles wat dit impliceert. Hun nuchterheid maakt hen overmoedig en ze gaan weer met alcohol experimenteren. Het resultaat via dit experiment is voor iedere alcoholist te voorspellen. Hun drankzucht zal in alle gevallen erger en erger worden.

    Vraag 36 - Zal AA mij financieel helpen ?
    Vele alcoholisten zullen tegen de tijd dat ze contact opnemen met AA voor hun drankprobleem, ook te kampen hebben met bijkomende financiŽle problemen. Het is normaal dat sommigen de stille hoop koesteren dat AA hen op de ťťn of andere manier kan helpen om hun meest dringende financiŽle verplichtingen na te komen.
    De AA-ervaring heeft al zeer vroeg uitgewezen dat geld of het gebrek hieraan, niets te maken heeft met het. vermogen van een nieuwkomer om nuchter te blijven en een oplossing te zoeken voor de vele problemen waarin hij of zij verstrikt is geraakt juist door dat overmatig alcoholgebruik.
    Het gebrek aan geld, ongeacht hoe groot de schulden ook zijn, is geen hinderpaal gebleken voor de alcoholist die oprecht een nieuw leven wenst te beginnen zonder alcohol. Eens het grote alcoholprobleem uit de weg geruimd, bleek er voor de andere problemen, financiele inbegrepen, ook wel een oplossing te bestaan. Sommige AA'ers hebben zelfs in een vrij korte periode een sensationele financiŽle come-back gekend. Voor anderen was de terugkeer lang en moeilijk. Het basisantwoord op deze vraag is dat AA maar ťťn uiteindelijk doel nastreeft en dit doel is op geen enkel punt gekoppeld aan materiŽle welstand.
    Niets weerhoudt enig lid van een groep er echter van een nieuwkomer een maaltijd aan te bieden, nieuwe kleren of zelfs een lening. Dit is een zuivere individuele beslissing. Het zou echter misleidend zijn een alcoholist de indruk te geven dat AA een soort van financiŽle liefdadigheidsinstelling is.

    Vraag 37 - Zal AA mij helpen problemen met mijn familie op te lossen ?
    Alcohol is vaak een kompillatie in het gezinsleven, in die zin dat kleine ergernissen grote problemen worden, dat de slechte karaktertrekjes nog eens extra in de verf gezet worden. Om nog maar te zwijgen van de financiŽle problemen. Sommige mannen en vrouwen hebben vůůr ze eindelijk naar AA toestappen een complete chaos van hun gezinsleven weten te maken.
    Sommige nieuwkomers in AA worden zich plots bewust van die chaos en zijn ongeduldig en enthousiast om alles in het werk te stellen teneinde terug een normaal leven te leiden met hun gezin en families. Anderen blijven met of zonder reden een bittere wrok koesteren t.o.v. hun families.
    Nieuwkomers die eerlijk staan t.o.v. het AA-herstelprogramma slagen er praktisch alleen in de band van hun familie te herstellen. En die band tussen een eerlijke alcoholist en zijn familie is dikwijls veel hechter dan ooit tevoren. Soms is het echter zo dat onherstelbaar kwaad geschied is en een totaal nieuwe benadering van de familie vereist is. In het algemeen loopt echter alles goed af.
    De ervaring bewijst wel dat een alcoholist die enkel naar AA komt om de vrede in huis te bewaren en niet omdat hij eerlijk wenst op de houden met drinken, moeilijkheden zal ondervinden om nuchter te blijven.
    De oprechte wens om nuchter te blijven dient voorop te staan. Eens nuchter zal de alcoholist ondervinden dat vele anderen dagelijkse problemen realistisch kunnen benaderd worden met een goede kans op succes.

    Vraag 40 - Wat is de mening van de medici over AA ?
    Sinds de start heeft AA kunnen rekenen op de medewerking en steun van dokters die vertrouwd waren met het programma tot herstel van alcoholisme. Dokters bevinden zich wellicht in een betere positie dan wie ook om te kunnen vaststellen hoe onbetrouwbaar andere pogingen tot herstel in het verleden bleken. AA werd nooit als enige oplossing voorgesteld.
    Maar het AA-herstelprogramma heeft zo dikwijls resultaat opgeleverd waar andere methodes faalden, dat sommige dokters soms als de hevigste voorstanders opkomen voor dat programma in hun lokaliteit.
    Enig idee van de werkelijke houding van de medici t.o.v. AA kreeg men in 1951 toen de American Public Health Association de Anonieme Alcoholisten de beroemde Lasker Prijs toekenden als "erkenning van het succes van AA in de behandeling van het alcoholisme als ziekte en het op die wijze te ontdoen van zijn maatschappelijke schandvlek. Ziek zijn is geen schande.
    Hierna volgen echter uittreksels van commentaren op AA van vooraanstaande medici :

    In 1967 verklaarde de Amerikaanse Kamer van Geneesheren dat lidmaatschap van AA nog steeds de meest effectieve manier was om alcoholisme te behandelen en Dr. Ruth Fox, een erkende autoriteit op gebied van alcoholisme en toen medisch directeur van de Algemene Raad voor alcoholisme zei : "Met zijn duizenden groepen en 300.000 herstelde alcoholisten (nu meer dan 2.000.000) heeft AA ongetwijfeld meer gevallen bereikt dan wij allemaal tezamen. Voor patiŽnten die het kunnen en willen aanvaarden, kan AA wellicht de enige noodzakelijke vorm van therapie zijn".
    Karl Menninger, M.D., Menninger Foundation : ,,Ik heb het hoogste respect voor het werk dat AA levert, voor de geest ervan, voor hun essentiŽle filosofie van wederzijdse hulp. En ik neem elke gelegenheid te baat Om mijn goedkeuring publiek of privť te laten blijken als het te pas komt".
    Marvin A. Block, M.D., Lid van American Medical Association's Committee of Alcoholism & Drug Dependence : ,,De meest effectieve behandeling ter herstel van een alcoholist is wellicht een levensfilosofie die leefbaar is voor het individu en zijn families een totaal vertrouwen in zichzelf dat maar mogelijk is nadat hij zichzelf heeft leren begrijpen en een hechte band met anderen die dezelfde ervaringen delen. De medewerking van de geneesheer met de Anonieme Alcoholisten is een manier om hun patiŽnten op die wijze te helpen".


    Cfr. : http://www.aa-nederland.nl/vragen.htm

    23-11-2005 om 23:12 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eens een alcoholist, altijd een alcoholist ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen     
      
      Eens een alcoholist,
          altijd een alcoholist ?

    Gezond nu : http://www.gezondnu.nl/new/gezondheid/index.php?url=http://www.gezondnu.nl/gezondnu.php3
    26 april 2005


    Alcoholisme wordt vaak gezien als een chronische ziekte.
    Echter, in de praktijk herstelt 65-85 procent van de alcoholisten. Slechts een klein gedeelte valt terug.
    Dit blijkt uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht waarbij ruim 7.000 Nederlanders uit de gehele bevolking waren betrokken.
    Van de mensen met alcoholmisbruik (de mildere diagnose), herstelde 80-85 procent en ook van de mensen met afhankelijkheid (de ernstigere diagnose) voldeed 65-75 procent niet meer aan de diagnose na respectievelijk ťťn en drie jaar. Van de mensen die hersteld waren, viel maar een klein gedeelte terug.

    Het beeld van de chronische alcoholist, die steeds weer terugvalt, blijkt in de meerderheid van de gevallen niet terecht.


    Cfr. : http://www.andersbeterworden.nl/zoek/

    23-11-2005 om 20:41 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ReumapatiŽnt heeft meer last van vocht dan kou
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    ReumapatiŽnt
    heeft meer last
    van vocht dan kou

    Rijksuniversiteit Groningen (RUG) : www.rug.nl
    02-03-2005


    Koud mistig weer zou slecht zijn voor reumapatiŽnten en een warme droge zomer goed.
    Deze volkswijsheid is maar ten dele waar : alleen de luchtvochtigheid vlak bij de huid is van belang (daarom hebben reumapatiŽnten juist in de warmste zomermaanden de meeste pijnklachten).

    Dat blijkt uit onderzoek van Wieb Patberg aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Patberg, die zelf reumatoÔde artritis heeft, deed de metingen voor een groot deel aan zijn eigen lichaam. Sinds 1983 houdt hij zijn gewrichtspijnscores bij, later ook de bloedbezinking (een maat voor de gewrichtsontsteking) en de hoeveelheid reumafactor in het bloed.
    Met deze unieke dataset kan hij nieuwe verbanden leggen tussen reuma en lokale weersomstandigheden als temperatuur en luchtvochtigheid.
    Een onderzoek onder 88 patiŽnten met reumatoÔde artritis bevestigt zijn bevindingen.

    Het vergelijkend onderzoek laat zien dat reumapatiŽnten aan het einde van de zomer de meeste pijnklachten hebben. In de wintermaanden januari en februari is de gewrichtspijn het minst. Volgens Patberg komt dat vooral door het vochtgehalte in de lucht. De relatieve vochtigheid is weliswaar het hoogst in de winter, maar omdat warme lucht veel meer vocht kan bevatten, zit er ís zomers toch veel meer water in de lucht.

    "Dat koud vochtig weer slecht zou zijn bij reuma klopt dus niet helemaal", aldus Patberg. "De stelling Ďdroog is goed, ook al is het koud; nat is slecht, ook al is het warmí is meer van toepassing."

    Door kleding, verblijf binnenshuis of airconditioning verschilt het microklimaat aan de huid vaak van het meteorologische weer.
    Dat verklaart volgens Patberg waarom verschillende onderzoeken soms tot tegengestelde conclusies komen.
    In zijn proefschrift weet hij deze tegenstrijdigheden terug te voeren op plaatselijke omstandigheden. Zo zou een Australisch onderzoek uitwijzen dat de gewrichtspijn in de loop van de zomer juist afneemt. "Dat is minder verrassend dan op het eerste gezicht lijkt", zegt Patberg. "In de warmste tijd van het jaar gebruiken veel AustraliŽrs ventilatoren en airconditioning. Daardoor is de vochtigheid vlak bij de huid zelfs lager dan in de winter."

    Patberg raadt reumapatiŽnten aan meer tijd buitenshuis door te brengen, bij voorkeur zonder jas.
    Bij hemzelf werden de gewrichtsklachten minder als hij langer dan 2,5 uur per dag buiten was. "Over het algemeen is het buiten kouder en droger dan in huis. Door minder kleding te dragen neemt de ventilatie aan de huid bovendien toe, waardoor de luchtvochtigheid daar nog verder daalt." Daarnaast geeft hij het advies om ís nachts het slaapkamerraam open te houden en geen pyjama aan te trekken.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2660

    23-11-2005 om 18:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het verhaal van een fibromyalgiepatiente
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Het verhaal
    van een fibromyalgiepatiente

    Sandra Van de Poel : s.vandepoel@pi.be
    22-03-2001 (bijgewerkt op : 09-02-2004)
    Uit de reeks ďPersoonlijke verhalenĒ : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=GZzoek&group_id=8&sort=datum


    Begin 1994. Alles leek perfect. Ik had mijn opleiding T.E.W. aan de Antwerpse universiteit UFSIA met onderscheiding afgesloten, ik had een goede functie op de Afdeling Aankoop bij BASF Antwerpen met gunstige carriŤrevooruitzichten, ik had een goed sociaal leven en deed veel aan sport.
    In 1995 verhuisde ik van BASF Antwerpen naar BASF AG Ludwigshafen (de hoofdzetel) als een verdere stap in mijn carriŤre.

    Ik was toen 25 jaar.

    16 oktober 1995, de dag waarop heel mijn leven radicaal en definitief veranderde. Vanaf toen is de helse lijdensweg begonnen...
    Die ochtend had ik op weg naar mijn werk een klapband waardoor ik met mijn wagen tegen de vangrails terechtkwam. Op dat moment was ik versuft maar lukte er nog in om tot op kantoor te geraken. In de loop van de voormiddag kreeg ik zoín helse pijn in de nek, dat ik naar een dokter werd gestuurd, die me een week rust, kinesitherapie en zware medicatie voorschreef.
    Ondanks zware pijn en verwardheid deed ik nadien toch terug een poging om te gaan werken. Ik was immers daar om aan mijn carriŤre te bouwen en niet om thuis in bed te liggen.
    Als ik thuiskwam, ging ik plat op de grond liggen en bleef daar liggen tot de volgende ochtend. Ik nam pijnstillers tot ik er ziek van werd.

    Op 13 november 1995 was ik aan het einde van mijn krachten en besloot dat ik beter naar BelgiŽ kon terugkeren, om me daar grondig te laten onderzoeken.

    Onderzoeken,onderzoeken...
    Van de ene dokter werd ik naar de andere gestuurd, van ziekenhuis naar ziekenhuis. Er werd bloed getrokken, er werden scans en RX-Fotoísgenomen, Ömaar niemand bleek de symptomen te kunnen plaatsen onder een ziekte. Er werd wel via een NMR een discus hernia in de nek vastgesteld.

    Intussen was ik sinds november1995 op ziekenkas en had de verzekeringsmaatschappij van BASF, Royal Belge, het ongeval als ďarbeidsongevalĒ erkend.
    Op 30 juni 1996, na 6 maanden, kreeg ik een brief van Royal Belge, dat ik van de ene dag op de andere dag van 100 % arbeidsongeschiktheid naar 0% ging en dus onmiddellijk terug moest gaan werken. En dat terwijl ik crepeerde van de pijn en nog steeds niet wist aan welke ziekte ik leed !

    Samen met mijn vriend (mijn huidige echtgenoot) besloot ik dat het toch opportuun was om een advokaat te raadplegen. Er werd een rechtszaak ingeleid en die is nu nog steeds lopende omdat Royal Belge de gevolgen van het ongeval niet wil erkennen (alhoewel nu in de medische literatuur ďPost Traumatic Fibromyalgia SyndromeĒ aanvaard en erkend wordt, vecht Royal Belge nog steeds aan dat dit bestaat en ik dat zou kunnen ontwikkeld hebben na het ongeval).

    Mijn klachten
    De klachten die ik had en heb zijn :

    • helse pijnen over heel het lichaam maar vooral en nek / schouders/ rug

    • gevoelloosheid, tintelingen (handen, tenen, armen, gezicht, rug)

    • stekende hoofdpijn

    • vermoeidheid

    • vergeetachtigheid en concentratiestoornissen

    • soms moeite om woorden te begrijpen en zinnen te maken

    • draainissen en gezichtsverlies

    • slaapproblemen

    • pijnlijke gewrichten: kaken, polsen , knieŽn

    • opstaan ís ochtends is een kwelling (gevoel dat je juist overreden bent door een vrachtwagen)

    • steken in de borststreek en moeilijkheden met ademen

    • haaruitval

    • chronische keelpijn

    • intolerantie voor koude

    • heb geen fysieke kracht meer

    • kan geen drukte of stress meer aan

    • zwarte stip voor ogen

    • gevoel van griep en reuma tegelijk

    Sommige dokters beweerden nog steeds dat het allemaal ďtussen de 2 orenĒ zou zitten.
    Ik had zelfs al een psychiater gecontacteerd, maar die bevestigde dat ik geestelijk volledig gezond was.

    Eindelijk,de diagnose...
    Met de moed der wanhoop en op aanraden van mijn huisarts liet ik me opnemen in het ziekenhuis Gasthuisberg, op de afdeling Inwendige Geneeskunde, bij Prof. dr. Blockmans. Na 5 volledige dagen van onderzoeken stelde hij de volgende diagnose : Fibromyalgie, Chronische Vermoeidheid, Raynaudfenomeen Ė cfr. : http://www.hartstichting.nl/go/default.asp?mID=5562&rID=120 & http://projects.gw.utwente.nl/pi/CEA/Arts/Ziektebeelden/Hart_en_vaten/Raynaud/raynaud.html -, Hyperventilatie en Glasvochtfloater Ė cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Menselijk_oog & http://www.mstwente.nl/oogheelkunde/ons_oog/9glasvocht.doc/ - in linkeroog.

    Enerzijds was ik opgelucht dat mijn pijnen en klachten eindelijk een naam kregen, maar anderzijds was ik met verstomming verslagen.

    Wat in godsnaam is Fibromyalgie (FS) ?
    De dokter gaf me een korte omschrijving, nl. dat het een soort spierziekte was, dat het ongeneeslijk is, maar dat ik er niet aan zou doodgaan.
    In zijn medisch rapport stelde ook dat ik vermoedelijk aan een geval van Reactieve Fibromyalgie leed, d.w.z. een fibromyalgie uitgelokt door een trauma (ongeval), operatie of ziekte.

    Mijn vriend schafte onmiddellijk internet aan om meer te weten te komen over deze voor ons onbekende aandoening.
    De informatie die we daar vonden, was helemaal niet bemoedigend.
    Vooral Amerikaanse onderzoekers hielden zich bezig met het zoeken naar het ďhoeĒ en ďwaaromĒ van fibromyalgie en via het net kon ik een boek bestellen in Amerika ďThe Fibromyalgia Help BookĒ - cfr. : http://www.amazon.com/gp/product/0961522143/103-8588299-5196649?v=glance&n=283155&v=glance .

    Hierin wordt Fibromyalgie beschreven als : een erge en levensverwoestende , invaliderende ziekte met als meest frustrerend aspect, dat het ďonzichtbaarĒ is voor de buitenwereld, terwijl het voor de FS-patient een verschrikkelijke hel is om mee te leven.
    FS veroorzaakt : continue pijn in alle spieren en alle omliggende organen en beenderen, chronische vermoeidheid en futloosheid, slaapstoornissen, erge migrainachtige hoofdpijnen, ongevoeligheid en tintelingen in armen en benen, gewrichtspijn, concentratiestoornissen, vergeetachtigheid en gevoel van onwezenlijkheid, evenwichtsstoornissen, maagpijn en constipatie, keelpijn, pijn in de borststreek, urineblaasontsteking, overgevoeligheid voor koude, niet meer functioneren van het afweersysteem, ochtendstijfheid, neiging tot depressie, droge mond en ogen, ademhalingsproblemen, bewegingsproblemen.
    Bijverschijnselen of gelijkaardige symptomen zijn : Raynaudfenomeen, hyperventilatie, restless legs, chronisch vermoeidheid, artritis,...
    De pijn is brandend stekend, golvend en verspreid over het hele lichaam. Dit verergert met stress, koude vochtigheid en inspanningen. De pijn kan tijdelijk een beetje verzacht worden door warmte, rust, lichte oefeningen, massage, ontspanning en de juiste medikatie.
    ďNormaal ďleven is praktisch onmogelijk, het is een kwestie van overleven en zich aanpassen aan de ziekte. Gewone dingen kunnen niet meer gedaan worden of zijn uiterst pijnlijk zoals aankleden, wassen, haar drogen, stofzuigen, winkelen, autorijden, in dezelfde positie staan of zittenÖ De levenskwaliteit verminderd sterk. Ook andere dingen vallen weg zoals werk, sport, hobbyís, sociaal levenÖ
    De oorsprong ligt in het centraal zenuwstelsel. FS-patienten hebben een tekort aan groeihormonen, zodat het herstel van het spierstelsel niet meer gebeurt. Kleine scheurtjes die in de spieren ontstaan,worden niet meer hersteld en de spieren breken af.
    De bloedsomloop loopt mank, waardoor er onvoldoende bloed en zuurstof in bepaalde lichaamsdelen komt, alsook in de hersenen. De neurotransmitters in de hersenen functioneren niet goed meer. FS-patienten bereiken fase IV van de slaap niet meer waardoor de vermoeidheid verergert en het herstel van het lichaam niet gebeurt. Deze wisselwerking veroorzaakt een vicieuze cirkel waardoor de situatie verergert.
    FS kan ontstaan door emotionele traumaís, door een virus of door een auto-ongeval.
    FS is ongeneeslijkĒ.

    Dat was duidelijk.
    Ik had inderdaad Fibromyalgie en de toekomst zag er niet rooskleurig uit. Ik was nuchter genoeg om te beseffen dat mijn carriere voorbij was en dat ik het sporten wel kon vergeten.

    En dan In november 1996 werd ik +66% invalide verklaard door de ziekenkas.
    Op 1 september 1997 werd ik door BASF ontslagen.

    Toch wilde ik het niet opgeven en zocht naar andere medische opinies of mogelijkheden om van mijn ziekte af te raken. Maar keer op keer liep ik met mijn kop tegen de muur omdat ik telkens hoopte op de verlossende woorden ďdat het wel zou genezenĒ.

    Een slaaponderzoek in 1997 bevestigde de slaapstoornissen en hyperventilatie. Dr. Gillard bevestigde de diagnose van FS en stuurde mij door naar Dr. De Meirleir, die na een aantal onderzoeken opnieuw de diagnose Chronische Vermoeidheid en Fibromyalgie stelde.
    Dr.Lechat stelde eveneens de diagnose Fibromyalgie en Chronisch Vermoeidheid en verwees naar het verband tussen een opgelopen cervikaal trauma (Whiplash) en FS/CVS, dat tegenwoordig veelvuldig in de medische literatuur beschreven wordt. Er werd opnieuw een NMR van de nek gedaan en opnieuw werd de discus hernia bevestigd.

    Ik bleef (en blijf nog steeds) op zoek gaan naar recentere medische informatie omtrent deze vreselijke ziekte. Ik werd lid van de Vlaamse Liga voor Fibromyalgiepatienten en later ook van de ME-vereniging(CVS).

    Hoe meer informatie ik las, des te duidelijker dat het werd dat ik inderdaad aan een specifieke vorm van Fibromyalgie lijd, nl. Post-traumatic Fibromyalgia Syndrome (PTFS) of zoals ook genoemd wordt ďReactieve FibromyalgieĒ. Dit wordt o.a. beschreven in ďReactive Fibromyalgia Syndrome by Greenfield S, Fitzcharles MA, Esdaile JM; Rheumatic Disease Unit, McGill University, Montreal, Quebec - Arthritis & Rheumatism, Vol. 35 (6), 1992, p. 678-681ď en in de talrijke publicaties van Marc J. Pellegrino, M.D. ďPost Ėtraumatic Fibromyalgia Ė a special type of fybromyalgia caused by traumaĒ (cfr. : http://www.anadem.com/fibro.html -).

    Ik was boos, woedend eigenlijk, gefrustreerd en verdrietig. Waarom ik, waarom nu, wat kan ik doen, ik wil van die pijn af !

    Jarenlang heb ik tegen mijn lichaam gevochten i.p.v. de situatie te aanvaarden zoals ze is. Ik probeerde dingen te doen die ik absoluut fysisch niet afkon en de prijs die ik daarvoor betaalde was drie dagen gedwongen platte rust en ondraaglijk veel pijn.
    Ik kon het niet aanvaarden dat mijn vroegere leven, mijn carriŤre, mijn sport,Ö definitief voorbij waren. Aan kinderen krijgen, moest ik ook niet meer denken, omdat ik het fysisch en psychisch niet verantwoord vond in mijn toestand. De medici zijn er trouwens nog niet uit of het erfelijk kan zijn of niet.Ik kon zelfs mijn honden niet meer uitlatenÖ

    Ik heb in de loop der jaren heel wat ďtherapieŽnĒ gevolgd , zoals acupunctuur, auriculo-therapie Ė (ooracupunctuur : http://auriculotherapie.startkabel.nl/ -, mobilisatie, zwemmen (maar dat was niet mogelijk omwille van Raynaud), sauna, cranio-sacrale therapie, yoga,Ö in de hoop op beterschap.

    Maar tevergeefs.

    Momenteel ga ik 2 ŗ 3 keer per week naar de kinesist (massage, TENS, ultrason, lymfedrainage), volg ik minimum 3 keer per week ďrevalidatie-fitnessĒ onder toezicht van een kinesist, en als medicatie neem ik Prozac, Contramal( pijnstiller) en Clozan (tranquillizer).
    Ik probeer naar mijn lichaam te luisteren en neem de dagen zoals ze komen. Plannen maken, dat doe ik niet meer.
    En ik blijf hopen, dat er ooit iets gevonden wordt zodat ik weer normaal kan leven.
    Maar echt aanvaarden, dat blijft moeilijk.
    Ik wil nog zoveel doen in mijn leven, maar mijn lichaam laat dat niet toe.

    Chronisch ziek Chronisch ziek zijn is niet alleen fysisch en psychisch moeilijk om dragen, maar het is ook een financiŽle aderlating. FS staat bijvoorbeeld niet op de lijst van 'Bijzondere PathologieŽn' en daardoor kan de patient slechts terugbetaling krijgen voor maximaal 60 kinesitherapiebeurten per jaar, terwijl regelmatige kinesitherapie de spieren enigszins soepel kan houden.

    Ondanks de vele medische literatuur zijn er bovendien nog steeds artsen die de ziekte niet herkennen en/of erkennen , met desastreuze gevolgen voor de patient. Het is nochtans belangrijk voor de patient dat hij weet dat zijn pijn een naam heeft en wat zijn aandoening inhoudt.

    Ook de omgeving is niet altijd even begrijpend. Uiterlijk kan je er wat moe uitzien, maar het echte lijden, zie je niet. De ene dag heb je minder pijn en kan je wel iets doen en de andere dag heb je zoveel pijn of ben je zo moe, dat zelfs opstaan te veel is. Je wordt bestempeld als comediant, lui en profiteur.

    Voor mijn echtgenoot was/is het niet altijd gemakkelijk. Hij kende mij ook in de periode vůůr mijn ziekte, toen ik nog zeer actief en sportief was. Hij, maar ook ik, vond het onbegrijpelijk dat ik plots zo verstrooid was, soms woorden niet meer begreep, moeite had om mij uit te drukken en uitgeput was na de minste inspanning of zelfs zonder inspanning te doen.
    Ik moest dikwijls afspraken afzeggen omdat het te vermoeiend was of omdat ik te veel pijn had. Hij had/heeft er soms moeite mee dat hij me niet kan helpen en lijdt er zelf onder als hij me dagelijks ziet pijn lijden. Geen wonder dat er zo veel relaties stukgaan bij koppels waarbij 1 van beide partners aan FS lijd. Mijn man weet nu wat FS inhoudt en houdt er rekening mee en steunt me waar hij kan, zoals ook mijn familie dat doet.

    Maar ik blijf vechten en vooral hopen...

    Sandra Van de Poel


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/INDEX.cfm?fuseaction=art&art_id=364

    23-11-2005 om 17:48 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (27 Stemmen)
    >> Reageer (9)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Behandeling van seksueel misbruik
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Behandeling van
    seksueel misbruik

    Nederlandse Gezondheidsraad, 24-03-2004
    (bijgewerkt op : 25-11-2004)


    De Nederlandse Gezondheidsraad heeft in januari 2004 een rapport gepubliceerd over het omgaan met en de behandeling van traumatische jeugdervaringen, vooral dan seksueel misbruik op jeugdige leeftijd.

    Traumatische jeugdervaringen zijn belangrijke risicofactoren
    Seksueel misbruik en andere traumatische ervaringen in de jeugd zijn belangrijke risicofactoren voor psychische problemen en psychopathologie bij volwassenen. Er is alle reden om in de hulpverlening alert te zijn op eventueel moeilijk bespreekbare herinneringen aan traumatische jeugdervaringen. Het is onmogelijk om op grond van een klinisch beeld conclusies te trekken over de aanwezigheid van specifieke traumatische gebeurtenissen in de voorgeschiedenis van een patiŽnt.

    Herinneringen zijn reconstructies met een functie in het heden
    Lange tijd is gedacht dat ervaringen integraal in het geheugen worden geregistreerd en als herinnering opgeslagen. Dit beeld is niet correct. Er is sprake van een meervoudig geheugen, wat wil zeggen dat de verschillende aspecten van een ervaring op verschillende plaatsen, verbonden door associaties, worden opgeslagen. Het ophalen van een herinnering impliceert altijd een reconstructie en niet een directe weergave. Deze reconstructie is gekoppeld aan de huidige situatie en wordt beÔnvloed door de sociale context: die kan bepaalde herinneringen zowel stimuleren als bemoeilijken. Een herinnering kan worden beleefd als een betrouwbare en authentieke weergave van een gebeurtenis in het verleden, maar de mate waarin hij daarvan afwijkt kan aanzienlijk zijn.

    Vergeten en hervinden zijn normale verschijnselen
    Wat niet is opgeslagen in het geheugen, kan niet herinnerd, vergeten of hervonden worden. Als een opgeslagen herinnering moeilijk toegankelijk wordt, raakt hij vergeten. Een vergeten herinnering kan worden opgehaald als zich de juiste factoren (cues) voordoen : geheugensteuntjes of zoektermen die de juiste associaties oproepen en als er geen processen optreden die de bewuste beleving van de opgeroepen herinnering tegengaan. Vergeten en hervinden zijn gewone, functionele verschijnselen, waarbij verschillende mechanismen een rol kunnen spelen.
    Belangrijke emotionele of traumatische ervaringen worden sterker opgeslagen dan gewone ervaringen. Ze worden daardoor in het algemeen goed, zij het soms fragmentarisch, herinnerd. Ook deze herinneringen kunnen geheel of gedeeltelijk - tijdelijk of context-afhankelijk - ontoegankelijk raken en eventueel weer worden hervonden. In welke mate dat voorkomt, is niet duidelijk. Het is aangetoond dat overmatige angst en stress de geheugenfunctie sterk beÔnvloeden, zowel wat betreft de codering, de opslag als het ophalen. De precieze mechanismen achter het vergeten van traumatische ervaringen bij mensen zijn niet bekend.

    Niet-melden, ontkennen en zelfrapportages van vergeten en hervinden zijn lastig te interpreteren
    Niet-melden of ontkennen van het ervaren hebben van seksueel misbruik komt vrij geregeld voor. Dit hangt niet noodzakelijk samen met vergeten of speciale geheugenmechanismen. Als iemand rapporteert dat hij een herinnering aan een traumatische ervaring eerst is vergeten en vervolgens heeft hervonden, is de interpretatie daarvan bijzonder lastig: het is niet altijd duidelijk wat met vergeten wordt bedoeld en in hoeverre herinneringen ook werkelijk ontoegankelijk waren. Het onderscheid tussen niet vertellen, niet willen herinneren en niet kunnen herinneren is in de praktijk niet altijd scherp te maken.

    Ingebeelde herinneringen komen in sommige omstandigheden mťťr voor
    Ingebeelde herinneringen komen bij iedereen voor. Dit wordt vooral verklaard door het verwarren van de verschillende bronnen van opkomende beelden en gedachten: fantasie, voorstellingsvermogen, dromen, verhalen van anderen en eigen belevenissen. Ook kan de betekenis van een herinnering veranderen door herinterpretatie, hertaxatie of herattributie. Het blijkt ook mogelijk ingebeelde, fictieve herinneringen aan ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen te ervaren. De kans hierop is groter dan gemiddeld bij een combinatie van bepaalde persoonlijkheidskenmerken of psychiatrische stoornissen en bij suggestieve beÔnvloeding door een belangrijk persoon of vanuit een belangrijke andere bron.

    Psychotherapie kan het toelaten en ophalen van herinneringen mogelijk maken
    Er zijn vele redenen waarom sommige patiŽnten voor het eerst over bepaalde gevoelens en herinneringen praten in het kader van psychotherapie. De setting biedt, als het goed is, veiligheid en acceptatie van negatieve gevoelens van angst, agressie, ambivalentie, schuld, schaamte, wraak en ongeoorloofde lust. Deze veiligheid kan ruimte bieden om pijnlijke herinneringen onder woorden te brengen; niet zelden wordt het daarna ook mogelijk om met anderen over zo'n herinnering te praten.
    In psychotherapie wordt altijd gesproken over bepaalde aspecten van het functioneren van de patiŽnt. Dit vergemakkelijkt het ophalen van herinneringen. In therapeutische situaties kunnen zich ook bijzondere factoren (cues) voordoen, die voorheen moeilijk toegankelijke details of gebeurtenissen oproepen.

    Psychotherapie stimuleert herinterpretatie van herinneringen
    Vrijwel alle vormen van psychotherapie richten zich in enige mate op het veranderen van de betekenis van klachten voor de patiŽnt, zodat deze er minder door gehinderd wordt in het dagelijks functioneren. Deze betekenisverandering gaat gepaard met een veranderde kijk op aspecten uit de voorgeschiedenis en met een herinterpretatie van herinneringen. De nieuwe interpretatie is in de eerste plaats ťťn waarmee de patiŽnt beter uit de voeten kan en is niet altijd een meer accurate weerspiegeling van de werkelijkheid. Het bespreken van het verleden is niet gericht op het vinden van de waarheid, maar op het toekennen van een betekenis aan herinneringen.
    Herinterpretatie van herinneringen geeft nieuwe inhoud aan de levensgeschiedenis en daarmee mogelijk aan de relatie met belangrijke personen uit die levensgeschiedenis. De gevolgen hiervan kunnen zowel positief als negatief gewaardeerd worden: de relatie kan verbeteren of afstandelijker worden en de nieuwe geschiedenis.

    Suggestieve beÔnvloeding van herinneringen moet vermeden worden
    Een suggestieve werkwijze van de therapeut als de patiŽnt herinneringen ophaalt, vormt door haar sturende werking het grootste risico voor het ontstaan van fictieve herinneringen met een aan de suggestie gerelateerde inhoud. Dit speelt met name een rol als een verklaring voor klachten wordt gezocht, bijvoorbeeld in een verondersteld traumatisch verleden. Het risico is groter bij patiŽnten met bepaalde persoonlijkheidskenmerken en met bepaalde psychiatrische stoornissen, bij therapeuten die hun overtuiging sterk kunnen overbrengen, bij vage herinneringen en bij moeilijk verklaarbare klachten. De kans op fictieve herinneringen wordt vergroot door het gebruik van bepaalde methoden om herinneringen te stimuleren.

    Een authentiek beleefde herinnering is een gegeven in therapie
    Een authentiek beleefde herinnering is een gegeven in therapie, maar is niet altijd historisch juist. Een authentiek beleefde herinnering wordt als 'waar' beleefd. Het gevoel van authenticiteit wordt onder meer versterkt door zintuiglijke details en begeleidende emoties. Ook fictieve herinneringen kunnen als authentiek worden beleefd en dezelfde intensiteit hebben als ware herinneringen. In therapie is het verhaal van de hulpvrager een belangrijk gegeven, maar de therapeut kan in principe niet weten of het verhaal historisch juist is, tenzij hij de historische feiten kent.
    Een behandelaar dient de patiŽnt te informeren over relevante aspecten van de voorgestelde behandeling. Vooral wanneer het bespreken van emotionele herinneringen een belangrijke rol kan gaan spelen, past hierin informatie over de functie van het bespreken van herinneringen in therapie: gericht op de huidige betekenis en niet op het vinden van de ware toedracht. Ook kan hierbij worden aangegeven dat zonder verdere concrete aanwijzingen uit herinneringen niet betrouwbaar is af te leiden wat werkelijk gebeurd is.

    Therapie kan botsen met de juridische procesgang
    Seksueel misbruik kan in juridische zin een onrechtmatige daad of misdrijf opleveren. In therapie opgekomen herinneringen aan een dergelijke ervaring leiden soms tot schadevergoedingsvorderingen of aangiftes bij de politie met mogelijk strafvervolging.
    Een herinnering, ook als hij als authentiek beleefd wordt, kan echter niet gelden als maatschappelijk of juridisch feit. Juridische waarheidsvinding is geen taak van de behandelend therapeut en een behandelaar dient zich - zowel op wetenschappelijke gronden als om redenen van beroepsethiek - te onthouden van uitspraken over de betrouwbaarheid van een verklaring van een patiŽnt. Bij opgekomen herinneringen aan mogelijk onrechtmatige daden en strafbare feiten, dient de behandelaar de relatie tussen therapeutische en juridische processen zo enigszins mogelijk aan de orde te stellen in zijn gesprek met de patiŽnt. Hij dient een patiŽnt niet aan te zetten tot juridische stappen en hem er op te wijzen dat therapie en rechtsspraak elkaar soms (tijdelijk) kunnen uitsluiten.



    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2063

    23-11-2005 om 15:43 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neppijnstiller werkt echt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Neppijnstiller werkt echt

    Science vol. 303 p. 1162-1167, 20 februari 2004
    Verschenen op : 19-05-2005


    In het tijdschrift Science beschrijven onderzoekers van de universiteit van Michigan en van Princeton twee studies naar het effect van een nepmiddeltje (placebo) bij pijn. De proefpersonen kregen een elektrisch schokje of een heet voorwerp tegen hun onderarm. Bij een deel van de proefpersonen smeerden ze een zalfje op de arm dat de pijn zou verminderen.

    Proefpersonen met het zalfje rapporteerden effectief minder pijn. Ook bleek de registratie van hersenimpulsen op de pijn gunstig beÔnvloed te worden door het zalfje.

    Artsen zouden dat effect moeten uitbuiten, stellen de onderzoekers, ook als ze een echt geneesmiddel voorschrijven. Het is belangrijk dat patiŽnten een steekhoudend verhaal horen over het effect dat ze kunnen verwachten. Zo versterk je het effect.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2763

    23-11-2005 om 15:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rustig op uw rug denkt u het best
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
       Rustig op uw rug 
       denkt u het best

        Gazet van Antwerpen, 12-05-2005


    Denk niet te snel dat iemand die naast je op de sofa zit of hangt een luierik is. In werkelijkheid is die persoon misschien diep aan het denken. Want, zo weet de Sunday Times te melden, denken doe je het best horizontaal.

    Rodin liet zijn 'denker' zitten, met een hand onder de kin. Churchill dacht naar eigen zeggen het best in bad en ook de kreet 'eureka' werd geslaakt vanuit liggende positie.

    Maar volgens wetenschappers van de Australian National University in Canberra denkt de mens toch het best als hij of zij ligt. Want in die houding worden vraagstukken het best en het snelst opgelost, zo blijkt uit testen die de AustraliŽrs deden.

    Het draait allemaal rond noradrenaline, een natuurlijk hormoon dat door de hersenen wordt aangemaakt in stresssituaties. Het heeft invloed op de hersencellen en vermindert zowel onze aandacht voor details als ons rationaal denken. Als mensen rechtop gaan staan, veroorzaakt dat een chemische reactie waardoor meer noradrenaline wordt aangemaakt. Maar als we liggen, vermindert de aanwezigheid van dat hormoon, met als gevolg dat we beter en helderder denken.

    Noradrenaline (nordepinefrine)

    Stof die in bepaalde delen van de hersenen nodig is voor het overbrengen van impulsen van de ene zenuw op de andere en waarvan een tekort onder meer kan leiden tot een depressie. Noradrenaline wordt ook gemaakt in het bijniermerg en bepaalde zenuwen en werkt ondermeer bloedvatvernauwend en bloeddrukverhogend.
    Noradrenaline heeft een sterk opwekkende werking en in vergelijk tot adrenaline leidt het eerder tot agressie dan tot angst. Drugs als amfetamine en cocaÔne verhogen de hoeveelheid noradrenaline, de eerste door het stimuleren van de productie ervan, de tweede door het belemmeren van de afbraak. Ze veroorzaken daarmee een alerte, hyperactieve toestand. Noradrenaline speelt ook een rol bij het omgaan met pijn en bij sexueel gedrag. Noradrenaline wordt gevormd door de stof dopamine, die zelf ook een neurotransmitter is. CaffeÔne uit koffie, theobromine uit cacao, theophylline uit thee behoren allen tot de famillie van de methylxanthines, die de receptoren voor noradrenaline versterken en aldus een opwekkend effekt teweeg brengen. Depressieve mensen hebben te weinig noradrenaline, euforische mensen een teveel. Reboxetine, adrafinil en modafinil zijn allen geneesmiddelen die de heropname van noradrenaline bij depressieve mensen verlagen. Een normaal niveau aan noradrenaline geeft een normaal opgewekt, alert gevoel, net als bij dopamine.

    Dat bleek toen psychologen aan 20 proefpersonen een 30-tal anagrammen voorlegden om te zien hoe snel ze die konden oplossen. Die woorden werden op een scherm geprojecteerd en de deelnemers aan het experiment moesten ze eerst rechtstaand en vervolgens liggend oplossen. "En toen bleek dat de mensen in liggende houding gemiddeld 3.1 seconden per anagram minder nodig hadden dan wanneer ze stonden", aldus professor Dan Byrne die het onderzoek leidde.
    En net nu er weer volop wordt gediscussieerd over de vraag of er al dan niet verschillen zijn tussen het geestelijke capaciteiten van vrouwen en mannen, geeft dit onderzoek aan dat er wat noradrenaline betreft in elk geval gelijkheid is tussen M en V, want de scores lagen precies gelijk.



    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2809

    23-11-2005 om 13:59 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibro te genezen ? - TranceBalansTraining
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dit is reclame,
    maar toch wil ik jullie deze informatie niet onthouden...

    Fibro te genezen ?
                   
    TranceBalansTraining

    Rob Giesbers,
    energetisch therapeut, gespecialiseerd in blokkadebehandelingen, emotieverwerking en pijnbestrijding


    Wat kan ik voor u betekenen ?
    Hebt u onder andere ťťn van onderstaande diagnoses :

    • Fibromyalgie (Reuma van de weke delen),

    • PMR (Polymyalgia Rheumatica),

    • RSI-complexen (Repetitive Strain Injury),

    • CVS/ME (Chronische VermoeidheidSyndroom / Myalgische encefalomyelitis ),

    • Burnout,

    • Alle chronische pijnklachten zonder aanwijsbare oorzaak,

    • Ziekte van Raynaud ( zonder onderliggende oorzaak ),

    • Spastisch colon of het prikkelbare darmsyndroom,

    • Slaapstoornissen, zoals een niet verkwikkende slaap,

    • Overspannenheid, depressiviteit en alle stressgerelateerde aandoeningen.

    dan is uw kans zeer groot dat met onze TBT-methode uw klachten verminderen of zelfs geheel verdwijnen.


    Wat houdt deze TBT-methode precies in ?
    TBT staat voor TranceBalansTraining.
    Via een speciale zachte acupressuur gecombineerd met een ontspanningsmassage worden uw ruggenwervels soepel gemaakt. Dit kan een gevoel geven net alsof u ís ochtends wakker wordt.
    De diepe uitwerking van deze techniek in uw lichaam activeert het zelfherstellend vermogen in het zoeken naar balans en werkt door op mentaal niveau. Dit resulteert onder andere weer in vermindering van diverse pijnklachten, betere energiestromen en een betere afvoer van afvalstoffen.
    Er wordt tijdens deze methode ook ruim aandacht besteed aan een goede buikademhaling.
    Tijdens of na de sessies kunnen er door de diepe ontspanning nog niet goed verwerkte emoties vrijkomen.
    Deze worden, indien u dat wenst, besproken en als gevolg van uw ontspanning op een goede manier meteen mentaal verwerkt.

    Deze TBT-methode geeft zeer goede resultaten en heeft de belangstelling van diverse huisartsen, specialisten, patiŽntenverenigingen en lotgenotencontactgroepen.


    Voordelen van de TranceBalansTrainingmethode :

    • grote kans op snel resultaat. (al binnen enkele sessies)

    • het herstel gebeurt vanzelf.

    • verbetering van uw zelfbeeld.

    • verbetering immuunsysteem.

    • u wordt productiever.

    • u bent minder vermoeid na inspanning.

    • geen medicijngebruik.

    • uw slaappatroon verbetert aanzienlijk.

    • het piekeren wordt aanzienlijk minder.

    Het bovenstaande is maar een beperkte opsomming van de ervaringen van diverse cliŽnten.
    Op http://www.lotgenotenfibromyalgie.nl/ vindt u een verslag van 6 sessies van ťťn van mijn cliŽnten.
    Het forum vindt u op : http://www.lotgenotenfibromyalgie.nl/Wil/_SMF/


    Contra-indicaties
    Hebt u elektronische implantaten, hartritmestoornissen of bent u minder dan drie maanden zwanger dan kan de methode niet bij u gebruikt worden en zal deze moeten worden aangepast.
    Het is incidenteel mogelijk dat uw klachten zich tijdens of/en na een sessie kort verergeren.


    Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot :

    Praktijkadres (alleen op afspraak) : Klipper 7 3263 NC Oud-Beijerland Telefoon 0186-627425
    E-mail : romarlinde@planet.nl Ė Web site : http://www.lotgenotenfibromyalgie.nl
    Rabo 109964829 KvK 24364780 Rotterdam.


    Enige reacties :

    • Mevr. T. van T. uit OB : ďHoe is het mogelijk dat ik na 15 jaren van iedere dag constant pijn, nu totaal niets meer voel. Ik ben ís ochtends geeneens meer stijf en n mijn zogenaamde chronische vermoeidheid is totaal verdwenen ! Het is onmogelijk !Ē

    • Mevr. Y. de R. te OB : ďIk ben weer alleen naar buiten geweest en kan weer zelfstandig de boodschappen van de band halen en mijn maag gaf vanmorgen een teken dat ik moest gaan eten ! Vreemd ! Ik heb mijn medicatie, voor een zeer traag werkende schildklier, nog niet ingenomen.Ē

    • Mevr. H. V. te OB : ďNa twee weken van bonkende hoofdpijn is deze al na ťťn sessie verdwenenĒ.

    • Mevr. L. B. te OB : ďIk kan na ruim zeven jaren weer dagen gewoon naar het toilet. Ik kon soms 5 dagen nietĒ.

    • Mevr. Y. V. te OB : ďIk kan weer echt goed slapen joh. Slapen dat ik kan !Ē.

    • Mevr. C. K. te R. : ďMet dit weer( dikke mist) heb ik altijd heel veel last. Ik voel nu totaal geen pijn !Ē.

    Graag tot spoedig ziens.
    Met vriendelijke groet,
    Rob Giesbers


    Cfr. : http://www.lotgenotenfibromyalgie.nl/Scriptie.html

    23-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verlegen zijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Verlegen zijn

    Vereniging voor Verlegen Mensen (VVM), 29-09-2004
    (bijgewerkt op : 25-02-2005)


    Je bloost nogal gemakkelijk... 
    Wanneer je op een feest of receptie binnenkomt, breekt het zweet je uit... Op je werk aan het fotokopieerapparaat moet je je beurt afwachten en je weet niet hoe je daarbij te gedragen... In de bibliotheek durf je niet te vragen om een boek, zelfs al gaat het niet eens over verlegenheid... Tijdens een vergadering moet of wil je iets zeggen, maar je durft niet... Bij het krijgen van kritiek reageer je agressief... Je durft zelden als eerste een restaurant binnenstappen...

    Ben je verlegen ?
    Verlegenheid komt meer voor dan we denken. In feite is elke mens in meer of mindere mate verlegen, elk op zijn manier. Wie bloost er eens niet ? Wie voelt zich eens niet onzeker ? Velen voelen verlegenheid echter als een last en willen er zo snel mogelijk van afgeraken.
    Verlegenheid is een sociale angst. Het is het onbehaaglijke gevoel en de geremdheid die je overkomt in het gezelschap van mensen. Verlegenheid komt in vele gradaties voor. Bijna iedereen voelt zich ongemakkelijk voor een grote zaal met mensen. Sommigen durven echter amper buiten komen.
    Uit onderzoek is gebleken dat 20 % van de bevolking verlegenheid als een last ervaart en er van af wil.
    Sommigen zijn sinds kun kindertijd al altijd verlegen geweest. Vele mensen weten verlegenheid door levenservaring en zonder speciale hulp te overwinnnen. Een aantal mensen krijgt plots meer last van verlegenheid, bv. na een scheiding of ingeval van werkloosheid. Leven met verlegenheid wordt vaak als een steeds zwaarder wordende last ervaren. Verlegen mensen zijn voortdurend onzeker. "Doe ik het wel goed ?" is de meest (inwendig) gestelde vraag. Als eerste je mening geven, doe je als verlegene niet. Eerst maar even afwachten wat een ander zegt. Geen vragen durven stellen. Steeds een ander voor laten gaan.

    Wat doe je eraan ?
    Je kan het verlegenheidsgevoel sterk verminderen. Allereerst moet je een andere manier van denken aanleren. Niet steeds veronderstellen dat anderen je dom zullen vinden, want in het algemeen denken mensen weinig na over anderen. Ook het feit dat iemand zichtbaar bloost, wordt direct weer vergeten. Want er zijn belangrijker dingen in het leven waar je aandacht aan te besteden hebt. Als je geleerd hebt waarom je niet verlegen hoeft te zijn, wordt het tijd om eens wat te gaan proberen. Stap voor stap moet je steeds meer durven doen. Je zal zelf merken dat het best meevalt om aandacht te krijgen. Je zal inzien dat je je al heel vreemd dient te gedragen om langdurig bekeken te worden. Nu denk je dat je overal waar je voorbij komt in de gaten gehouden wordt. Het zijn echter vooral verlegen mensen die anderen vaak nauwgezet bestuderen uit angst voor negatieve oordelen.

    Waar kan je hulp vinden ?
    Voor verlegenen is de weg naar hulpverlening niet gemakkelijk. Ze verbergen hun onbehagen rond hun eigen verlegenheid vaak zo goed dat zelfs huisartsen de ernst en de last ervan onderschatten. Assertiviteitstrainingen en cursussen "spreken in het openbaar" zijn niet specifiek gericht op verlegen mensen. Ze zijn eerder geschikt voor niet-verlegenen.

    De vereniging voor verlegen mensen
    De Vereniging voor Verlegen Mensen is een zelfhulpgroep waarbinnen uitsluitend vrijwilligers (zelf verlegen) actief meehelpen aan het verminderen van de verlegenheid van de leden. De meeste verlegenen voelen zich op de samenkomsten van de vereniging heel vlug op hun gemak. Verlegen mensen samenbrengen zodat ze ervaren dat ze niet alleen staan en elkaar tot steun kunnen zijn, is een van de doelstellingen van de vereniging. Het ontdekken dat andere mensen met dezelfde problemen kampen, is vaak al een hele opluchting. Je ontdekt dat je voortaan samen met anderen wat aan je verlegenheid kan doen.

    De meest effectieve manier om je verlegenheid te verminderen, is het meedoen aan de basiscursus. Dit houdt in dat je deelneemt aan 27 wekelijkse bijeenkomsten. Samen met een 15-tal andere verlegen mensen vorm je een vaste groep die mekaar aanmoedigt en steunt. Tijdens deze cursus leer je sociale vaardigheden, assertieve vaardigheden, rationeel denken en praktische toepassingen. Het verwerven van inzicht in je eigen situatie en eenvoudige oefeningen brengen je steeds een stapje dichter bij je doel.
    De groep wordt begeleid door 2 VVM-leden die deze weg reeds een heel eind hebben afgelegd.
    Jaarlijks (vanaf september-oktober) wordt deze cursus in verschillende regio's in Vlaanderen georganiseerd.


    Meer info

    VVM vzw, Postbus 187, 2200 Herentals
     Ė 03 322 83 80 Ė E-mail
    : info@vvm-vzw.be  Ė Web site : http://www.vvm-vzw.be



    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2396

    23-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (4)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.37 % van de chronische pijnlijders voelt zich ge√Įsoleerd
    Klik op de afbeelding om de link te volgen      
    37 % van de chronische pijnlijders
    voelt zich geÔsoleerd

    Pain Advisory Board, 12-11-2005


    Tijdens de Week van de Pijn Ė van 17 tot 21 oktober Ė werd een nationale enquÍte over pijn gehouden (via internet en telefonisch). Daarin werd bij chronische patiŽnten o.a. gepeild naar de frequentie van hun pijnbeleving, de aard van aandoening, bij wie men terecht kan of te rade gaat, hoe lang men al pijn lijdt etc.
    Het doel van de enquÍte was om kennis en inzicht te verzamelen, zodat behandelingen aangepast kunnen worden :

    Praten over pijn :

    •   8% van de ondervraagden verklaart nooit over hun pijn te praten

    • 20% praten er niet over met hun arts

    • 32% praat er maar weinig over.

    Waarom chronische patiŽnten niet over hun pijn spreken varieert :

    • 37% voelt zich geÔsoleerd (wordt niet geloofd, vindt geen gehoor...)

    • 31 % wil hun omgeving niet tot last zijn

    • 13% zegt dat de pijn banaal is geworden

    •   9% heeft angst voor de reactie van anderen

    •   9% zwijgt omwille van persoonlijke trots

    Uit de enquÍte blijkt voorts dat van de ondervraagden :

    • 70 % hun pijn als erg tot zeer erg omschrijft en

    • 28% ze omschrijft als middelmatig

    • niet minder dan 75% verklaart hun pijn dagelijks te moeten ondergaan

    • 55% bovendien al langer dan 5 jaar met hun pijn moet leven en

    • 38% al langer dan 10 jaar te lijdt !

    • 21% in zijn situatie berust.

    Nochtans heeft chronische pijn grote gevolgen voor de patiŽnt en zijn omgeving. Ze beinvloedt volgens :

    • 26 % de moraal

    • 24% de hobbyís

    • 19% het gevoelsleven

    • 16% de relaties met anderen en

    • 15% het werk.


    Cfr. : http://www.gezondheid.be/INDEX.cfm?fuseaction=art&art_id=3162

    23-11-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    teckeltje
    blog.seniorennet.be/teckelt
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!