NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • make anime website
  • Optical Express
  • Optical Express
  • APKBaru.NET
  • TsEN

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • panda (angga)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • panda (angga)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • panda (angga)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • panda (angga)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • panda (angga)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • panda (angga)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • panda (angga)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • panda (angga)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • panda (angga)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • panda (angga)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    maarten1955
    blog.seniorennet.be/maarten
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    riet2005
    blog.seniorennet.be/riet200
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fredvanfons
    blog.seniorennet.be/fredvan
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    wizard2
    blog.seniorennet.be/wizard2
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    maydee30
    blog.seniorennet.be/maydee3
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie Patiënten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    20-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een bore-out - Ziek van het nietsdoen - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







    Een bore-out
    Ziek van het nietsdoen

    Deel II 


    IX. - Te simpel werk kan je slopen

    DAG, 20-08-2008

    Nieuw : de bore-out, het fenomeen dat iemand zich kapot verveelt op het werk.

    Ik begin al te hyperventileren bij het idee dat ik weer naar mijn werk moet en ‘s avonds kom ik volledig uitgeput thuis’ Jordy Verheij (23) is bang dat hij een bore-out heeft.
    En dat is geen spelfout, maar de nieuwe tegenhanger van de welbekende 'burn-out'.

    Bore-out lijkt een nieuwe term, maar het fenomeen bestaat al langer,' zo weet Dirk Gorthuis, directeur van het Nederlands Psychologen en Coaching Bureau - (cfr. : http://www.npcb.nl/ -).
    Dat slaat op een medewerker die jarenlang onder niveau werkt of alleen routinematig en daardoor lusteloos wordt op de werkplek.
    De symptomen zijn dezelfde als bij een burn-out : vermoeid, geagiteerd en soms zelfs depressief (cfr. :
    http://www.dag.nl/Termen-pagina.htm?dbid=13130&typeofpage=66493 -).

    Voor het management een drama, want hoe motiveer je een lusteloze grijze muis ?

    Maar liefst 15 procent van de werknemers loopt met deze vervelingsziekte rond.
    Zo blijkt uit onderzoek van de Zwitserse organisatieadviseurs Peter Werder en Philippe Rothlin.
    De resultaten zijn gebundeld in het boek '
    Boreout ! - Overcoming Workplace Demotivation' (Philippe Rothlin & Peter R. Werder, Kogan Page, November 28, 2008 – ISBN-10 : 0749453397 / ISBN-13 : 978-0749453398 - cfr. : http://www.amazon.com/Boreout-Overcoming-Demotivation-Philippe-Rothlin/dp/0749453397 -) dat in oktober uitkomt.

    Stress is de norm

    Volgens Peter Werder is stress de norm op de werkvloer (cfr. : http://www.dag.nl/Termen-pagina.htm?dbid=5234&typeofpage=66493 -).
    Als je het niet druk hebt dan ben je dus ook niet belangrijk. Mensen die zich eigenlijk vervelen, willen dit verbergen en doen dan maar alsof ze het druk hebben. Ze voeren privégesprekken, staren uren naar een dossier of computerscherm en schrijven tijdens de vergadering driftig mee.
    Het zijn vaak ook de mensen die als eerste op het werk zijn en als laatste de deur uit gaan. En ondertussen roepen ze de hele tijd: ‘ik heb het zo ontzettend druk !’

    Volgens Werder gaat het hier zeker niet om luie mensen : ‘
    Het zijn juist ambitieuze mensen die meer uit hun werk willen halen.

    Verheij werkt als woonbegeleider in de psychiatrie en is naarstig op zoek naar een nieuwe uitdaging : ‘De eerste maanden waren nog spannend maar toen ik het werk eenmaal onder de knie had, begon ik me al snel te vervelen.’
    Hij stapte naar zijn leidinggevende en legde uit wat hem dwars zat.
    Ik werd toen gekoppeld aan iemand die meer ervaring had en zou na die interne stage een paar taken van mijn begeleider kunnen overnemen. Maar ook dat leverde weinig extra werk op. Ik zat al snel weer uren te kletsen met mijn collega’s.

    Werder : ‘De eerste weken lummelen ervaar je nog als prettig. Zo kun je op je werk alvast wat privézaken regelen die je anders in het weekend had moeten doen. Maar na een tijdje kak je in en kun je zelfs in een depressie raken.
    Gorthuis ziet een bore-out met name bij veertigplussers met een kantoorfunctie en mensen die onder hun niveau werken : ‘De kern zit hem in het management. Door reorganisaties ontstaan er tussenafdelingen. Op de ene afdeling werken mensen keihard, terwijl een andere afdeling bijna geen werk heeft.

    Vervelen kost energie

    IBM deed met denktank Human Capital Institute (HCI) (cfr. : http://www.humancapitalinstitute.org/hci/hci.home -) een onderzoek naar talentmanagement.
    Terwijl 84 procent van de 1900 ondervraagde werkgevers (cfr. :
    http://www.dag.nl/Termen-pagina.htm?dbid=5734&typeofpage=66493 -) weet dat een effectieve bezetting op het werk goed is voor de bedrijfsresultaten, geeft 42 procent van de managers toe te weinig tijd te besteden aan people management.
    Bijna de helft van de werkgevers lukt het niet ervoor te zorgen dat personeelsleden zich in de juiste richting ontwikkelen.

    Als de werkgever niks doet aan de ontwikkeling van de werknemer (cfr. : http://www.dag.nl/Termen-pagina.htm?dbid=5235&typeofpage=66493 -), creëert hij een perfect klimaat voor een bore-out, denkt Gorthuis : ‘Een groot probleem van een bore-out is dat mensen zich gaan aanpassen aan de trage werkmodus. En vergis je niet; je vervelen kost vreselijk veel energie.

    Om te voorkomen dat een werknemer jaren uit de roulatie raakt, moet de leidinggevende volgens Gorthuis actie ondernemen : ‘Het management zal er tijd en dus geld in moeten steken door bijvoorbeeld vaker functioneringsgesprekken te voeren. En je kan iemand met een bore-out niet zomaar ineens stapels werk geven. Het zijn vaak types die daarvan in de stress schieten. Dat moet langzaam opgebouwd worden.

    Managementuitvinding

    Volgens Paul de Bruijn, psycholoog bij Promind (cfr. : http://www.promind.nl/ -), is de term bore-out een hype en een managementuitvinding : ‘Het heeft ook niks met een burn-out te maken, want daar is een psychologisch probleem de oorzaak. Vervelen op het werk is juist goed voor je creativiteit. Ieder kind verveelt zich wel eens, dat is alleen maar goed voor zijn ontwikkeling. Het kind gaat dan nadenken over alternatieven en wordt inventief. Zo krijg ik zelf de beste ideeën als ik een spelletje op mijn computer speel. Als iemand zich op zijn werk verveelt, heeft hij een schop onder zijn kont nodig. Mensen met een bore-out zijn als je het mij vraagt vooral verveeld met zichzelf.

    Maar volgens Werder is die schop onder de kont helemaal niet zo gemakkelijk : ‘Mensen die zich vervelen, kunnen natuurlijk op zoek gaan naar een nieuwe baan. Maar veel mensen zijn afhankelijk van hun inkomen of werken in een bedrijfstak waar veel werkloosheid heerst. Ze hebben bijvoorbeeld net een nieuw huis gekocht en het derde kind is op komst. Probeer jezelf er dan maar eens van te overtuigen dat het oké is om uit verveling ontslag te nemen.

    Cfr. : http://www.dag.nl/1094880/NIEUWS/Artikelpagina-Nieuws/Te-simpel-werk-kan-je-slopen.htm



    X. - Vakantieperiode leidt tot verveling op werkvloer
    Komkommertijd slecht voor productiviteit

    Managersonline.nl, 13-08-2007 - © 2000-2008 UFE Media

    De verminderde bedrijvigheid tijdens de vakantieperiode zorgt voor verveling op het werk en heeft een negatieve invloed op de arbeidsproductiviteit.
    Dat blijkt uit een opiniepeiling van GemeenteBanen.nl (cfr. :
    http://www.gemeentebanen.nl -).
    Op de vraag : '
    Het is komkommertijd en veel mensen zijn op vakantie. Heeft dit invloed op je arbeidsproductiviteit ?' antwoordde 25 procent van de ondervraagden zich uit verveling door de dag heen te slepen.

    Rustig
    Maar liefst 61 procent van de werknemers geeft aan het rustiger te hebben dan anders.
    Een groot gedeelte grijpt deze periode aan om achterstallig werk in te halen.
    Opvallend is dat slechts 21 procent aangeeft dat de afwezigheid van collega's juist meer drukte geeft.
    De komkommertijd blijkt bij achttien procent van de personen geen enkele invloed te hebben op de werkzaamheden.

    Geld
    Verminderde arbeidsproductiviteit kost geld.
    Het lijkt er dan ook op dat de overheid en het bedrijfsleven nog een behoorlijke financiële slag kun maken door het efficiënter inplannen van werkzaamheden tijdens de vakantieperiode.

    Cfr. : http://www.managersonline.nl/nieuws/6107/vakantieperiode-leidt-tot-verveling-op-werkvloer.html



    XI. - Tien tips tegen verveling op het werk
    Pak de verveling op uw werk aan of stap op

    Managersonline.nl, 26-07-2007 - © 2000-2008 UFE Media

    Verveling is verschrikkelijk, thuis maar zeker op het werk.
    Misschien is die baan toch niet zo uitdagend als u gehoopt had.
    Misschien laat die promotie wel erg lang op zich wachten.
    Zorg echter dat de verveling niet de overhand krijg en ga de situatie te lijf.

    Hieronder tien tips die u helpen de verveling te verdrijven en leiden naar uitdagender werk :

    1. - Maak vrienden
    Blijf uw netwerk van zakelijke en persoonlijke contacten uitbreiden en onderhouden.

    2. - Blijf alert
    Houd uw oren en ogen open voor veranderingen in uw onderneming en branche.
    Wie weet doet zich een kans voor u of uw afdeling in de kijker te werken.

    3. - Houd uw baas tevreden
    Zorg dat uw werk af is.
    Geef uw baas niet de kans u eruit te werken voor u daar aan toe bent.

    4. - Inventariseer
    U heeft toch niets beters te doen, dus maak eens een overzicht van uw sterke en zwakke punten.
    Kijk of er mogelijkheden zijn uw slechtere kanten om te buigen naar goede.

    5. -Deel uw kennis
    Maak van de gelegenheid gebruik anderen te leren wat u weet.
    Doe het wel subtiel, zodat ze zich niet aangevallen voelen.

    6. - Leer iets nieuws
    In plaats van te dagdromen of u te irriteren nu u zich verveelt, kunt u ook een cursus volgen of u verdiepen in interessante onderwerpen.

    7. - Richt u op details
    Nu u niet al uw tijd en aandacht nodig heeft voor uw werk, kunt u zich eindelijk eens gaan verdiepen in details.
    Wie weet levert het u iets op.

    8. - Maak lijstjes voor anderen
    Werkt uw afdeling of team aan een bepaald project, stel dan handige lijstjes op.
    Pas wel op dat u niet te betweterig overkomt.

    9. - Verbeter uw team
    Als u zorgt dat uw team op een positieve manier onder de aandacht komt, levert u dat vanzelf interessantere projecten op.
    Laat uw collega’s weten dat u bestaat.

    10. - Neem uw verlies
    Is er niets dat de verveling verdrijft ?
    Neem uw verlies dan en vertrek.
    Soms kunt u eenvoudigweg niets doen om de zaken te verbeteren.
    Maak u niet druk en kijk uit naar uitdagender werk.

    Cfr. : http://www.managersonline.nl/nieuws/6049/tien-tips-tegen-verveling-op-het-werk.html



    XII. - Zes manieren om uw saaie baan weer interessant te maken
    Pimp uw saaie werk met deze tips

    Managersonline.nl, 18-09-2008 - Bron : Infoworld : http://www.infoworld.nl/ - © 2000-2008 UFE Media

    Ze leek zo leuk, die nieuwe baan.
    Maar inmiddels sleept u zich dagelijks met heel veel moeite naar uw werkplek.
    Uitdagingen zijn vervangen door verveling en sleur.
    Weggaan is een optie… maar u kunt ook eerst deze zes tips van Infoworld toepassen (cfr. :
    http://www.infoworld.nl/web/Artikel/Pimp-uw-saaie-baan-6-tips.htm -).

    1. - Zet de leuke zaken op een rij
    Schrijf op wat leuk aan uw baan is en kijk hoe u uw talenten optimaal kunt benutten en uw interesses zo goed mogelijk kunt bevredigen.
    Probeer dingen die u niet leuk vindt in het werk zoveel mogelijk te vermijden of te delegeren.

    2. - Stel een doel
    Formuleer duidelijke doelstellingen, bijvoorbeeld wat de volgende stap in uw carrière moet zijn.
    Degelijk duidelijk geformuleerde doelstelling geven meer 'zin' aan uw baan.
    Dit zorgt er als vanzelf ook voor dat u weer meer plezier krijgt in het werk.
    Breng ook goed in beeld wat er nodig is om de beoogde doelstelling te bereiken of u bijvoorbeeld een cursus moet volgen.
    Slaagt u, dan brengt dit weer meer voldoening.

    3. - Leg contacten
    Praat wat vaker met collega's op de werkvloer.
    Zo komt u er bijvoorbeeld achter wat zij doen om het werk leuk, interessant en uitdagend te houden.

    4. - Hou op met stressen
    Maak u niet druk om dingen die u toch niet kunt veranderen.
    Ga moeilijke onderwerpen en klussen ook niet uit de weg.
    Hoe sneller u aan de slag gaat, des te vlugger is de klus immers geklaard.
    Zorg er ten slotte voor dat u voldoende pauzes inlast, ook als u het druk heeft.
    Na de pauze kunt u vaak weer met een frisse blik naar een moeilijk onderwerp kijken.

    5. - Neem risico’s
    Niet geschoten is altijd mis.
    Vraag bijvoorbeeld gewoon om die loonsverhoging.
    Of biedt aan de leiding van een project op u te nemen.
    Ga er niet vanuit dat u dat wel niet zult kunnen omdat dat te moeilijk is.

    6. - Praat
    Praat met collega's of anderen over uw ontevredenheid.
    Andere mensen, die mogelijk met dezelfde problemen te maken hebben (gehad), kunnen u misschien feedback geven.
    Bovendien kan een goed gesprek u het idee geven er niet helemaal alleen voor te staan.
    Ook dat kan kracht geven.

    Cfr. : http://www.managersonline.nl/nieuws/7555/zes-manieren-om-uw-saaie-baan-weer-interessant-te-maken.html


    Cfr. ook :

    1. Bore-out - Verveling op het werk
      Lifestyleagent.nl, 22-09-2008
      15 procent van de werknemers lijdt aan een bore-out, dat wil zegen dat ze lusteloos worden van hun eigen verveling en zelfs kans hebben op een depressie.
      Zo blijkt uit een Zwitsers onderzoek.
      Het vreemde is dat degenen die lijden aan een bore-out er alles aan doen om het geheim te houden, zo schrijft GoedGevoel.be (cfr. '
      Na burn-out, heeft 15 procent van werknemers bore-out' : http://www.goedgevoel.be/gg/nl/628/Burn-out/article/detail/406448/2008/09/05/Na-burn-out-heeft-15-procent-van-werknemers-bore-out.dhtml -).
      Zo zitten ze bijvoorbeeld veel aan de telefoon maar ze bellen dan met vrouw of vrienden.
      Ook schrijven ze bij vergaderingen fanatiek mee, maar niet omdat ze het nou allemaal zo nuttig vinden, puur om de indruk te wekken dat ze hard werken.
      De onderzoekers kwamen erachter dat de mensen met een bore-out in de meeste gevallen als eerste op het werk zijn en als laatste vertrekken, wederom om het te verbergen door te roepen dat ze het verschrikkelijk druk hebben.
      Echter, mensen met een bore-out zijn alles behalve lui te noemen, het zijn juist ambitieuze mensen met een goede drive.
      Maar zodra zo iemand dan voor langere tijd onder zijn of haar niveau werkt ontstaat al gauw een bore-out.
      Het blijkt dat vooral veertigplussers met een kantoorbaan ónder hun niveau er vaak mee te maken krijgen.
      Daarbij komt dan dat uit eerder onderzoek naar voren is gekomen dat 42 procent van de werkgevers toegeeft te weinig tijd te besteden aan personeelsbeleid.
      Dat is dus bijna de helft van alle werkgevers die er niet in slagen hun werknemers zich in de goede richting te laten ontwikkelen !
      Zorg er dus voor dat je niet onder je niveau werkt, het is simpelweg zonde van de talenten die je bezit en bovendien blijkt het dus ook nog eens ongezond te zijn.
      Cfr. : http://www.lifestyleagent.nl/2008/09/22/Bore-out-verveling-op-het-werk/

    2. Boreout ! - Overcoming Workplace Demotivation
      Philippe Rothlin & Peter R. Werder - Kogan Page, November 28, 2008 – ISBN-10 : 0749453397 / ISBN-13 : 978-0749453398
      Philippe Rothlin and Peter Werder estimate that 15 per cent of office staff are on the way to “
      boreout” – chronic boredom and demotivation in the workplace.
      They’re underchallenged, uninterested and spend hours each day simulating work.
      These employees have given up and become resigned to their situation, suffering what is effectively the opposite of office burnout.
      Boreout lowers morale, productivity and profits.
      In this new book, Rothlin and Werder bring to light this phenomenon which, though prevalent, has only recently been recognized.
      They show employees and employers how to recognize boreout and avoid its consequences, which can include dissatisfaction, weariness and loss of zest for life – not to mention the economic problems caused by bored employees spending hours of company time surfing the net.
      In conclusion, they offer solutions to help companies and workers find their way out of boreout.
      Cfr. :
      http://www.amazon.com/Boreout-Overcoming-Demotivation-Philippe-Rothlin/dp/0749453397

    3. Burn-out ? Bore-out !
      Josjaspers.nl, 06-10-2008
      Vandaag lees ik een interessant artikel over bore-out. Net zoals RSI is burn-out niet meer hot en bore-out is de nieuwe trend op kantoor.
      Cfr. :
      http://www.josjaspers.nl/homepage/2008/10/6/burn-out-bore-out.htm l

    4. Een bore-out
      Studio Brussel, 17-09-2007
      Iedereen kent een burn-out, maar er bestaat ook zoiets als een bore-out...
      Verveling alom !
      Het komt vooral voor bij kantoorfuncties, en door een gebrek aan uitdaging.
      Peter belt naar Geertrui Dumoulin, bedrijfsarts in Gent. W
      ant het is een beetje dubbel natuurlijk... als je iemand met een bore-out meer werk en verantwoordelijkheid geeft, krijgt ie misschien een burn-out.
      Cfr. :
      http://internetradio.vrt.be/radiospeler/v2_prod/wmp.html?qsbrand=41&qsODfile=/internetradio_master/productiesysteem2/programma_od/41_od_
      070917_boreout.xml

    5. Ik verveel me....
      Sietske Veen – 11-09-2008 (laatst gewijzigd op 24-09-2008
      Sietske Veen (1971) is loopbaancoach en freelance docent op de Hogeschool Utrecht.
      Ze blogt twee keer per week op
      http://www.nrcnext.nl/ over trends, ontwikkelingen en de actualiteit op de arbeidsmarkt.

      Een tijdje rustig op kantoor ?
      Heerlijk, geniet van een rustige periode zodat je bureau eens goed opruimen en op tijd naar huis kunt.
      Maar uit onderzoek van de Zwitserse organisatieadviseurs Peter Werder en Philippe Rothlin blijkt dat 15% van de medewerkers zich verveelt op zijn werk.
      Wanneer dit zich structureel (gedurende langere tijd) voordoet ontstaat de kans op bore out.
      Cfr. :
      http://www.nrcnext.nl/geldenwerk/loopbaancoach/article1979949.ece/Ik_verveel_me....

    6. Na burn-out, heeft 15 procent van werknemers bore-out
      Goedgevoel.be, 05-09-08
      15 procent van de van de werknemers lijdt aan een bore-out op kantoor. Ze vervelen zich zo op het werk dat ze lusteloos worden en zelfs gevaar lopen op een depressie. Dat blijkt uit een Zwitsers onderzoek.
      Cfr. :
      http://www.goedgevoel.be/gg/nl/628/Burn-out/article/detail/406448/2008/09/05/Na-burn-out-heeft-15-procent-van-werknemers-bore-out.dhtml

    7. Naast burn-out kan ook bore-out ontstaan
      Jojoclub, 06-09-2008
      15 procent van de van de werknemers lijdt aan een bore-out op kantoor.
      Ze vervelen zich zo op het werk dat ze lusteloos worden en zelfs gevaar lopen op een depressie.
      Dat blijkt uit een Zwitsers onderzoek.
      Depressie
      Wanneer een werknemer zich verveelt, voelt hij zich niet belangrijk.
      Hij wil het verbergen door te doen alsof hij werkt.
      Ze bellen met vrouw of vrienden, staren lang naar papieren of het computerscherm en schrijven tijdens de vergadering driftig mee.
      "
      De bore-out lijkt een nieuwe term, maar de aandoening bestaat al langer," aldus Dirk Gorthuis, directeur van het Nederlands Psychologen en Coaching Bureau : "Het gaat over medewerkers die onder hun niveau of routinematig werken. Het gevolg is dat ze hierdoor lusteloos worden. De symptomen kun je vergelijken met die van een burn-out: slachtoffers voelen zich moe, geagiteerd en soms zelfs depressief. En dat is slecht voor de werkgever. Want hoe kan je nu een lusteloze werknemer motiveren ?
      "
      Geen luieriken
      Volgens de onderzoekers zijn mensen met een bore-out vaak als eerste op het werk en vertrekken ze als laatste.
      Ze roepen voordurend dat ze het druk hebben.
      Het zijn geen luieriken, maar juist ambitieuze mensen die meer uit hun werk willen halen.
      Die eerste weken vinden ze de rust nog wel aangenaam.
      Ze hebben tijd om wat persoonlijke dingen te regelen, die ze anders in hun vrije tijd deden.
      Maar na een tijdje raken ze echt in de put en kan het zelfs tot een depressie leiden.
      Kantoor
      Voornamelijk veertigplussers met een bureaujob die onder hun niveau werken, zouden ermee te maken krijgen.
      Uit eerder onderzoek bleek dat 42 procent wel toegeeft te weinig tijd te besteden aan personeelsbeleid.
      Bijna de helft van de werkgevers slaagt er niet in ervoor te zorgen dat personeelsleden zich in de juiste richting ontwikkelen.
      Wanneer dit gebeurt, creëert de werknemer volgens de onderzoekers een perfect klimaat voor een bore-out.
      Cfr. :
      http://www.jojoclub-afslanken.com/news/131/ARTICLE/2678/2008-09-06.html

    8. Nieuw op het werk - De bore-out !
      Gerard van der Waal, 01-09-2008 – Bronnen : Intermediair en Dag
      Werknemers kunnen niet langer ongestraft lummelen op het werk ‘
      omdat ze anders een burn-out krijgen’.
      Van ontzettende verveling kan je namelijk net zo ziek worden als van te veel werken.
      De Zwitserse organisatieadviseurs Peter Werder en Philippe Rothlin hebben dit fenomeen de ‘
      bore-out
      ’ genoemd.
      De bore-out is de tegenhanger van de burn-out.
      Niets doen op het werk levert net zoveel stress op als te hard werken.
      Net als bij een burn-out lopen de symptomen dan ook uiteen van moeheid, irritatie, lusteloosheid tot zelfs depressies.
      De twee Zwitsers stuitten op het fenomeen tijdens een onderzoek naar tijdsverspilling onder ruim honderd managers, bankiers, pr- en communicatie-executieves.
      Uit het onderzoek blijkt onder meer dat zo’n 15 procent van de kantoorwerknemers zich zo erg vereelt dat ze een bore-out oplopen.
      Verder blijkt dat een derde van de respondenten twee uur van hun werkdag besteden aan privé-zaken.
      Cfr. :
      http://www.margriet.nl/werk_en_vrije_tijd/_artikelen/RedactioneelArtikel_01.htm?NRMODE=Published&NRNODEGUID=%7b6A9F0D6D-F639-4D6A-89E5-B1B9E24DF625%7d&NRORIGINALURL=%2fwerk_en_vrije_tijd%2f_artikelen%2fRedactioneelArtikel_01.htm%3fartikelen%3d%257bBB153C4C-5E6E-43B6-8BD9-7DB6CF974E56%257d&NRCACHEHINT=Guest&artikelen=%7bBB153C4C-5E6E-43B6-8BD9-7DB6CF974E56%7d&AutoReturn=true

    9. Onderbelaste werknemer krijgt last van bore-out
      Dominique Haijtema – Het Financiëel Dagblad, 05-03-2008
      De hele dag patience spelen op de computer of uitgebreid e-mailen met vrienden en bekenden.
      Het leven op kantoor kan behoorlijk stressvol zijn.
      Een bore-out ligt op de loer.
      Over overspannenheid en stressstoornissen zijn al boekenkasten volgeschreven.
      Drukte en stress zijn tegenwoordig bijna een statussymbool.
      Ondertussen hoor je bijna nooit iemand vertellen hoe saai zijn baan is of hoe weinig hij te doen heeft.
      Onderbelasting hoort blijkbaar niet bij een goede werknemer.
      Dat betekent tenslotte weinig presteren en in feite toegeven dat je overbodig bent.
      Doelijst op postzegel
      Een goede vriend van mij had ooit een baan waarin hij effectief per dag een uur moest werken, de rest van de tijd zat hij op internet naar nieuwe banen te zoeken en koffie te drinken.
      Zijn to-do lijst paste op een postzegel.
      Hij werd er gek van en vroeg zijn leidinggevende om advies en vooral om meer werk.
      Maar die was daar niet van gediend en wilde liever alles zelf doen.
      Deze manager wilde geen verantwoordelijkheid delen en zo vertrok de gefrustreerde werknemer na een paar maanden.
      Last van bore-out

      Verveling is wellicht niet sexy, maar als we onderzoek van de universiteit van München mogen geloven, is zowat elke tweede werknemer onderbelast.
      Volgens organisatieadviesbureau Proudfoot wordt bovendien een derde van de werktijd doorgebracht met privézaken.
      En een vierde van werknemers valt zelfs tijdens het werk in slaap, aldus slaaponderzoeker Jürgen Zulley.
      In plaats van een burn-out, hebben medewerkers die te weinig te doen hebben of onder hun niveau moeten werken in feite last van een '
      bore-out', aldus de Zwitserse organisatieadviseurs Philippe Rothlin en Peter Werder.
      Net als bij burn-out zijn de gevolgen ingrijpend.
      Onvoldoende belaste medewerkers zijn geagiteerd, moe en depressief.
      Onderbelasting verhoogt bovendien de kans op hartinfarcten, infecties en kanker.
      Sjouwen met papier

      Slechts weinig medewerkers zijn daadwerkelijk lui, het betreft vaak kantoorbanen waarvan niet geheel duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en het werk net zo goed morgen of overmorgen gedaan kan worden.
      Om niet voor lui te worden aangezien, doen medewerkers alsof zij druk aan het werk zijn en sjouwen met stapels papieren of kijken geconcentreerd op hun beeldscherm.
      Corinne Maier schreef een paar jaar geleden nog een lofzang over luiheid op het werk.
      Zij meende dat het geen enkele zin heeft om je al te druk te maken op kantoor : '
      Het bedrijfsleven is een leugenachtig circus en de meeste jobs zijn overbodig en saai. Wie het slim speelt, laat zich niet betalen om te werken maar om te doen alsóf hij werkt. De meeste baantjes zijn routine, iedereen met de juiste vooropleiding is overgekwalificeerd. Als mensen van hun werk hielden, deden ze het wel voor niets. Haast iedereen voert privételefoongesprekken, surft op het internet, maakt gratis fotokopieën of leest de krant.'
      Slapen

      Wie minder cynisch is ingesteld en uitdagender of meer werk wenst, doet er goed aan te kijken wat de oorzaak is van de onderbelasting.
      Heb je inhoudelijk wel het juiste werk gekozen ?
      Of is het tijd voor een nieuwe opleiding ?
      Ligt de lage werkdruk aan de werkgever of aan de direct leidinggevende ?
      Dan zit er vaak niets anders op dan je verveling bespreekbaar te maken.
      Of nog een dagje te slapen.
      Cfr. :
      http://www.fd.nl/artikel/8568114/onderbelaste-werknemer-krijgt-last-bore-out

    10. The Living Dead : Switched Off, Zoned Out - The Shocking Truth About Office Life
      David Bolchover - Capstone Publishing Ltd., 16 Sep 2005 (new title edition) – ISBN-10 : 184112656X – ISBN-13 : 978-1841126562
      About the author
      - David Bolchover writes frequently on business and management issues for the Times and The Sunday Times as well as a number of other national newspapers and specialist publications.
      His first book, '
      The 90-Minute Manager
      ' (cfr. : http://www.amazon.co.uk/90-Minute-Manager-Lessons-Sharp-Management/dp/0273708309/ref=sr_1_2?ie=UTF8&s=books&qid=1223405419&sr=1-2 -), outlines the lessons that business managers can learn from football managers.
      Previously, he was employed for several years in a large office.
      But now he wants to do something with his life.
      From the back cover
      Switch on the business news and you will probably be bombarded with yet more workplace experts telling you that everyone nowadays is grossly overworked, madly juggling their work–life balance until they finally keel over and die from the sheer stress of it all.
      We all know that’s right, don’t we ?
      The real truth is that there are millions upon millions of people who are actively disengaged from their jobs, who spend months and years sitting in offices doing next to nothing, lost in the cracks of laughably inefficient and abysmally managed large organizations, their talents wasted and long forgotten.
      '
      The Living Dead' unmasks the myth of the workplace for the first time.
      '
      The Living Dead
      ' reveals the shocking truth about office life.
      It will captivate anyone anywhere in the world who has ever worked in a large office environment or those who have a genuine desire to make people’s working lives more productive and enjoyable.
      C
      fr. : http://www.amazon.co.uk/Living-Dead-Switched-Shocking-Office/dp/184112656X

    11. Verveling, de nieuwe kantoorziekte - Ziek van het nietsdoen
      Stephanie Bakker, Intermediair.nl, 19-08-2008
      Vijftien procent van de werknemers verveelt zich. Nietsdoen levert net zoveel stress op als te veel moeten verzetten.
      Moeheid, irritatie en lusteloosheid slaan toe : symptomen van een boreout.
      Cfr. :
      http://www.intermediair.nl/artikel.jsp?id=1551664

    12. Wasted time at work costing companies billions
      Dan Malachowski – © 2000-2005 © Salary.com, Inc.
      American workers are wasting more than twice the time Human Resource managers expect.
      Cfr. :
      http://www.salary.com/careers/layouthtmls/crel_display_nocat_Ser374_Par555.html

    Lees verder : Deel III

    20-10-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rumors of Gulf War Syndrome
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




























              Reviving the Broken Marionette
    - Treatments for CFS/ME and Fibromyalgia -

    Maija Haavisto – CFS-verkko, May 12, 2008 – ISBN : 978-1-4092-0335-3
    Cfr. : http://www.brokenmarionettebook.com/?main

     

    Rumors of Gulf War Syndrome

    Bruce Bower, October 17th, 2008

    Informal communication among British veterans of the first Iraq war may have shaped the vets' characterization of Gulf War Syndrome.

    After the bullets stopped flying, the rumors took off among British veterans of the 1991 Gulf War.
    Early accounts of physical and emotional reactions to wartime experiences spread from one person to another through networks of veterans.
    Within a few years, these former soldiers had decided among themselves that many of them suffered from the controversial illness known as Gulf War Syndrome, a new study concludes.

    Simon Wessely of King’s College London and his colleagues analyzed extensive written accounts provided in 1996, five years after the Gulf War, by 1,100 British Gulf War vets participating in a larger survey of veterans’ health.
    Vets described their wartime experiences and related what had happened in the conflict to their later health and illness.

    The research team doesn’t regard rumor as necessarily untrue or misleading.
    Rumor proved to be critical among the British Gulf War vets because it counteracted a lack of communication from military and government authorities regarding possible wartime health risks, Wessely says.

    Scared and confused vets turned to their own social grapevine for answers, Wessely’s group reports in an upcoming Social Science & Medicine.
    Out of their shared stories and explanations grew a collective conviction that Gulf War Syndrome existed as a unitary illness with elusive causes.

    The nature of Gulf War Syndrome in the years after the conflict was keenly shaped by these early rumors, which entangled specific ideas about the illness with feelings of betrayal, distrust and ambiguity,” Wessely says.

    Symptoms attributed to Gulf War Syndrome include joint and muscle pain, bouts of depression or violent behavior and cancers of various types.
    Some researchers regard the condition as a psychological disorder related to the stress of combat.
    Others, as well as many vets, contend that it’s a physical disorder caused by exposure to toxic substances shortly before or during the war.

    By 2001, an estimated 15 percent to 20 percent of those who served in the Gulf War believed that they suffered from Gulf War Syndrome.

    Current medical consensus holds that Gulf War veterans indeed display unusually high rates of various health problems, but that these conditions don’t constitute a discrete illness or syndrome, Wessely says.

    Research on this issue remains contentious.
    In a commentary slated to be published with the new study, Thomas Shriver of Oklahoma State University in Stillwater and Sherry Cable of the University of Tennessee in Knoxville say that Wessely’s team appears to regard veterans’ symptoms as purely psychological and perhaps partly invented out of rumor.
    The authors come perilously close to blaming the victims,” the two sociologists contend.

    U.S. Gulf War vets used rumors early after their return to define collective grievances and develop a plan to press authorities for medical treatment and compensation, Shriver and Cable say.

    But, Wessely responds, “Far from blaming vets, we are shifting the spotlight to the role of governments in allowing an information vacuum to develop regarding potential health risks, which allowed rumors to spread and gain currency after the war.

    Military authorities in the United States and England have learned a hard lesson from that experience, he says.

    Consider that the anthrax vaccine was administered to U.S. and British soldiers entering the Gulf War, but that the vaccine was given under a code name.
    Rumors about the vaccine spread quickly, including one that soldiers were being injected with an experimental AIDS vaccine.
    Before the 2003 invasion of Iraq, U.S and British soldiers were told upfront that they were receiving the anthrax vaccine.

    The new study confirms that rumors about health risks, especially from vaccinations and pills, spread rapidly among troops just before, during and after the war.

    About 90 percent of the survey participants listed one or more personal problems, including anger, depression, forgetfulness, lumps, rashes, seizures, post-traumatic stress disorder, brain lesions, incontinence and self-enforced isolation.

    More than one-third of vets worried about unknown pollutants that had somehow entered their bodies.
    Concern focused on exposure to depleted uranium used during the war by U.S. and British forces, tablets and vaccinations provided to protect against Iraqi biological and chemical warfare and smoke from oil fires set by Iraqi forces as they retreated from Kuwait.

    About two-thirds of vets said that they did not, at the time of the survey, suffer from any full-blown illness but still felt susceptible to developing Gulf War Syndrome.

    Most participants also cited a lack of confidence in their leaders, from commanders of military units to government officials. Frustration over military secrecy and over not knowing whom to trust was common.

    After the war, rumors reaffirmed the social bond among returning vets and helped them to shape a bewildering array of physical and psychological symptoms into the common burden of Gulf War Syndrome, the scientists propose.


    Cfr. : http://www.sciencenews.org/view/generic/id/37761/title/Rumors_of_Gulf_War_Syndrome

    19-10-2008 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anxiety and physical illness - Part I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  































       Anxiety in health behaviors and physical illness
       Jasper A. J. Smits, Michael J. Zvolensky
       Springer Verlag, 11/07/2007 - ISBN : 9780387747521
       Cfr. :
    http://www.keenzo.com/showproduct.asp?ID=2059008



    Anxiety and physical illness

    Part I

     

    The link between anxiety and physical illness

    Research on the physiology of anxiety-related illness is still young, but evidence continues to grow of the mutual influence between emotions and physical functioning.
    An estimated 57 million adults suffer from anxiety disorders.
    They share an unwarranted fear or distress that interferes with daily life.
    Now, anxiety has been implicated in several chronic physical illnesses, including heart disease, chronic respiratory disorders and gastrointestinal conditions.
    When people with these disorders have untreated anxiety, the physical disease is more difficult to treat, symptoms often become worse and in some cases they die sooner.

    Cfr. : http://www.health.harvard.edu/healthbeat/HEALTHbeat_080508.htm




    Disability associated with comorbid anxiety disorders in women with chronic physical illness in Ontario, Canada

    Tahany M. Gadalla PhD, Faculty of Social Work, University of Toronto, Toronto, Ontario, Canada : tahany.gadalla@utoronto.ca - Women Health. 2008;48(1):1-20, 07/15/2008 - PMID: 18843837 – ISSN : 0363-0242 - © Haworth Press, Inc. 2006


    Anxiety disorders are more prevalent in individuals with chronic physical illness compared to individuals with no such illness and about twice as prevalent in women as in men.

    This study used data collected in the 2005 Canadian Community Health Survey (21,198 women and 20,478 men) to examine factors associated with comorbid anxiety disorders and to assess the relation of these disorders on short-term disability and suicidal ideation.

    Comorbid anxiety disorders were more prevalent among women who were young, single, poor and Canadian-born and among women with chronic fatigue syndrome, fibromyalgia, bowel disorder or stomach or intestinal ulcers or bronchitis had the highest rates of anxiety disorders.

    The presence of comorbid anxiety disorders was significantly associated with short-term disability, requiring help with instrumental daily activities and suicidal ideation.

    Our findings underscore the importance of early detection and treatment of anxiety disorders in the physically ill, especially those who also suffer from mood disorders.


    Cfr. : http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?ID=112214




    Physical illness as an outcome of chronic anxiety disorders

    Bowen RC, Senthilselvan A, Barale A, Department of Psychiatry, University of Saskatchewan, Saskatoon : bowen@duke.usask.ca - Can J Psychiatry. 2000 Jun;45(5):459-64 - PMID: 10900526


    Background
    The literature indicates increased rates of some medical conditions in patients with anxiety disorders.
    We used the Saskatchewan Health databases to examine the development of nonpsychiatric medical diseases in patients with anxiety disorders.
    This study has a large population base, and the Saskatchewan health plan does not limit the provision of services to this population.

    Method
    We observed the annual incidence of specified medical conditions in patients with anxiety disorders and in control subjects over a 10-year period.
    Subjects in both groups had not been treated for the specified medical conditions before the start of the observation period.

    Results
    The anxiety cohort had a significantly higher relative risk of developing medical diseases compared with the control group.
    The highest relative risk, indicated by the hazard ratio, was for cerebrovascular disease (hazard ratio 2, 95% CI 1.09-3.65).
    Hazard ratios were significant for cerebrovascular disease and atherosclerosis as well as for ischemic heart, gastrointestinal, hypertensive and respiratory diseases.

    Conclusions
    This study provides additional evidence for an association between anxiety disorder and the later development of medical morbidity.


    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10900526




    Anxiety disorders
    Comorbidity

    Brainexplorer.org


    Anxiety disorder
    A disorder where sufferers usually experience constant or repeated and exaggerated worry and tension for no appropriate reason.
    This can be accompanied by physical symptoms such as fatigue, trembling, muscle tension, headache and nausea.
    Anxiety disorders include generalised anxiety disorder, panic disorder, phobias, obsessive-compulsive disorder and post-traumatic stress disorder.

    Comorbidity
    In medicine, comorbidity (literally "additional morbidity") is either :
    - the presence of one or more disorders (or diseases) in addition to a primary disease or disorder or
    - the effect of such additional disorders or diseases.


    1. - Depression

    Depression
    A mood disorder characterised by persistent feelings of sadness for several weeks or more.
    Depression is associated with feelings of worthlessness, helplessness and guilt and can lead to appetite and sleep disorders.
    Depression can occur in people who suffer from other brain disorders such as Parkinson's disease and Alzheimer's disease and usually occurs in people who have an anxiety disorder.
    People who have bipolar disorder experience cycles of depression and mania.

    Anxiety is a common symptom of depression and depression is often associated with anxiety.
    In fact, approximately 42% of people with depression reported symptoms of worry, psychic anxiety and somatic anxiety of at least moderate severity in a 1983 survey (Fawcett and Kravitz, 1983).

    Anxiety syndromes and their relationship to depressive illness
    Fawcett J, Kravitz HM - J Clin Psychiatry. 1983 Aug;44(8 Pt 2):8-11 - PMID: 6874657
    The DSM-III categories of anxiety disorder are reviewed and a study of anxiety symptoms in subjects with RDC-defined major depression is described.
    Anxiety appears to be common in major depression : 29% of the sample studied had a history of panic attacks and moderate psychic anxiety was reported in 62%.
    Analysis by depressive subtypes showed no differences for the bipolar/unipolar distinction.
    However, significant differences in anxiety symptoms were seen in the primary vs. secondary and, more strikingly, endogenous vs. nonendogenous categories.
    The presence/severity of anxiety symptoms thus appears to be an important factor in the clinical management of major depression and may eventually serve as a guide to choosing among the increasing number of available antidepressant medications.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/6874657

    Atypical depression – characterised by depression with significant anxiety, hyperphagia, hypersomnia, reverse diurnal variation and extreme reaction sensitivity – is particularly associated with anxiety in depression.

    Hyperphagia
    bnormally increased appetite for and consumption of food, thought to be associated with a lesion or injury in the hypothalamus.

    Hypersomnia
    The hypersomnias are a type of dyssomnia and are characterised by excessive deep sleep or a prolonged period of sleep.
    There are two main types of hypersomnia : sleep apnoea and narcolepsy.
    People with hypersomnias experience daytime sleepiness, irritability, headaches and impaired memory and concentration.

    The efficacy of the selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs) in the treatment of both mood and anxiety disorders clearly demonstrates an overlap between the two.

    Serotonin
    A neurotransmitter thought to be implicated in many brain disorders.
    The role of serotonin in depression and anxiety disorders is well established.
    Neurons containing serotonin are largely restricted to the midbrain although their axons branch out over much of the central nervous system.

    Selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs)
    Selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs) are a class of antidepressants used in the treatment of depression, anxiety disorders and some personality disorders.
    They are also typically effective and used in treating premature ejaculation problems as well as some cases of insomnia.
    SSRIs increase the extracellular level of the neurotransmitter serotonin by inhibiting its reuptake into the presynaptic cell, increasing the level of serotonin available to bind to the postsynaptic receptor.
    They have varying degrees of selectivity for the other monoamine transporters, having little binding affinity for the noradrenaline and dopamine transporters.
    The first class of psychotropic drugs to be rationally designed, SSRIs are the most widely prescribed antidepressants in many countries.

    Furthermore, a recent epidemiological study by the World Health Organization on the association between anxiety and depression (Sartorius et al, 1996) confirmed the association between the two disorders.

    Depression comorbid with anxiety - Results from the WHO study on psychological disorders in primary health care
    Sartorius N, Ustün TB, Lecrubier Y, Wittchen HU, Department of Psychiatry, University of Geneva, Switzerland - Br J Psychiatry Suppl. 1996 Jun;(30):38-43 - PMID: 8864147
    The World Health Organization collaborative study on "Psychological Problems in General Health Care" investigated the form, frequency, course and outcome of common psychological problems in primary care settings at 15 international sites.
    The research employed a two-stage case-finding procedure. GHQ-12 was administered to 25916 adults who consulted health-care services.
    The second-stage assessment (n = 5438) consisted of the Composite international Diagnostic Interview (CIDI), the Social Disability Schedule and questionnaires.
    Possible cases or borderline cases of mental disorder and a sample of known cases, were followed up at three months and one year.
    Using standard diagnostic algorithms (ICD-10), prevalence rates were calculated for current disorder (one-month) and lifetime experience disorder.
    Well-defined psychological problems are frequent in all the general health-care settings examined (median 24.0%).
    Among the most common were depression anxiety, alcohol misuse, somatoform disorders and neurasthenia.
    Nine per cent of patients suffered from a "subthreshold condition" that did not meet diagnostic criteria but had clinically significant symptoms and functional impairment.
    The most common co-occurrence was depression and anxiety.
    Comorbidity increases the likelihood of recognition of mental disorders in general health care and the likelihood of receiving treatment.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8864147

    Anxiety symptoms were more pronounced in the elderly and in patients with concomitant medical disease.
    Another authority (Liebowitz, 1993) confirms the co-occurrence of the two disorders and recommends that anxiety symptoms should be taken into account when assessing the most appropriate antidepressant agent for treating someone with depression, to optimise treatment outcome and recovery rate.

    Depression with anxiety and atypical depression
    Liebowitz MR, Department of Clinical Psychiatry, Columbia University College of Physicians and Surgeons, New York, N.Y. - J Clin Psychiatry. 1993 Feb;54 Suppl:10-4; discussion 15 - PMID: 8444829
    Some forms of anxiety and affective disorder, such as panic disorder and major depression, appear distinct, but frequently symptoms of depression and anxiety occur together.
    The comorbidity of anxiety and depression not only has implications for the differential diagnosis of the disorder but affects the severity and course of illness and its responsiveness to treatment.
    The results of studies of atypical depression suggest that this form of depressive illness responds better to monoamine oxidase inhibiting medications than to tricyclic antidepressant agents and this preferential responsiveness may in fact define the boundaries of atypical depression.
    The serotonin selective reuptake inhibitor paroxetine seems to have a beneficial effect on symptoms of anxiety and agitation in depressed patients.
    Further clinical research is needed, however, to determine the best way to manage depression with anxiety and atypical depression.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/8444829

    People with depression who have high anxiety levels take significantly longer to recover, have a higher rate of multiple drug treatments, a higher incidence of suicide and more frequent episodes of depression than people with depression who have no symptoms of anxiety (Joffe, 1993; Angst, 1997).

    Anxious and nonanxious depression
    RT Joffe, RM Bagby and A Levitt, Clarke Institute of Psychiatry, University of Toronto, Ont., Canada - Am J Psychiatry 1993; 150:1257-1258 - © 1993 by American Psychiatric Association
    The authors used the anxiety summary score described by Clayton and associates to assess anxious and nonanxious subtypes of depression in a group of 134 outpatients with major depression.
    Patients with anxious depression were only slightly less likely to respond to their first tricyclic antidepressant than patients with nonanxious depression.
    When functional severity or symptom severity was controlled for, this differential treatment response did not hold.
    Cfr. :
    http://www.ajp.psychiatryonline.org/cgi/content/abstract/150/8/1257

    Toward validation of atypical depression in the community - Results of the Zurich cohort study
    Jules Angst - Journal of Affective Disorders, Volume 72, Issue 2, Pages 125 – 138
    Aims - This paper (1) examines the validity of the atypical subtype of depression in a community-based longitudinal cohort study, (2) presents estimates of the prevalence and sex differences of DSM-IV atypical depression and a newly more broadly defined atypical syndrome in the community and (3) compares the clinical correlates and treatment patterns of those with atypical depression with other depressives.
    Methods - The Zurich cohort study is comprised of 591 subjects selected from a population-based cohort of young adults representative of the canton of Zurich in Switzerland, who were screened in 1978 with the Symptom Checklist 90-R [L.R. Derogatis (1977)] and followed prospectively with five interviews between 1979 and 1993. Atypical depression was defined on a spectrum ranging from atypical major to minor to atypical depressive symptoms alone.
    Results - The rate of DSM-IV atypical major depressive episodes in this community is 4.8% and for major atypical depression syndrome is 7.3%.
    Whereas there was no marked sex difference for nonatypical features, there was a significant female preponderance for DSM-IV and broadly defined atypical depressive subtypes.
    Systematic investigation of the diagnostic criteria for atypical depression revealed that a nonhierarchical definition of atypical depression with respect to mood reactivity yielded as valid a syndromic definition as the current hierarchy based on mood reactivity as an essential feature.
    Very high comorbidity (odd ratios>2.0) was found with seasonality, bipolar II, social phobia, binge eating, neurasthenia and sociopathy.
    Limitations - Atypical depression was not defined à priori, its criteria were derived from two sections of the Zurich interview.
    Conclusions - Atypical depression has high population prevalence and substantial significance in terms of clinical severity, impairment and service use.
    The intriguing finding that the sex difference in depression may be attributed to atypical features of depression will need further investigation.
    Overall, our data indicate that the atypical subtype of depression is a valid entity based on evidence from such traditional indicators of validity as inclusion criteria and indicators of course.
    However, there are some problems with discriminatory validity from other disorders.
    Although comorbidity with these disorders may in part reflect an operational artifact of symptom overlap, further work needs to be done in distinguishing atypical depression from bipolar II.
    Cfr. :
    http://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0165032702001696

    The precise relationship between depression and anxiety disorders is still to be fully established.
    Anxiety is not a requirement for the diagnosis of major depression (DSM-IV, 1994; ICD-10, 1992) and mood and anxiety disorders are recognised as distinctly separate diseases.

    Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders DSM-IV
    American Psychiatric Association, Washington, DC, 1994
    Cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/DSM-IV
    Cfr. also the text revision of this manual :
    Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders DSM-IV-TR
    American Psychiatric Association, Washington, DC (4th ed.), Janauary 2000
    Since the DSM-IV was published in 1994, we've seen many advances in our knowledge of psychiatric illness.
    This Text Revision incorporates information culled from a comprehensive literature review of research about mental disorders published since DSM-IV was completed in 1994.
    Updated information is included about the associated features, culture, age and gender features, prevalence, course and familial pattern of mental disorders.
    The DSM-IV-TR brings this essential diagnostic tool up-to-date, to promote effective diagnosis, treatment and quality of care.
    Now you can get all the essential diagnostic information you rely on from the DSM-IV along with important updates not found in the 1994 edition.
    Stay current with important updates to the DSM-IV-TR :
    -benefit from new research into Schizophrenia, Asperger's Disorder and other conditions
    - utilize additional information about the epidemiology and other facets of DSM conditions
    - update ICD-9-CM codes implemented since 1994 (including 'Conduct Disorder', 'Dementia' & 'Somatoform Disorders')
    Cfr. :
    http://www.bol.com/nl/p/boeken-engels/diagnostic-and-statistical-manual-of-mental-disorders-dsm-iv-tr/1001004001341827/index.html

    International Statistical Classification of Diseases (and Related Health Problems) – ICD-10
    The International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10) was endorsed by the Forty-third World Health Assembly in May 1990 and came into use in WHO Member States as from 1994.
    The classification is the latest in a series which has its origins in the 1850s.
    The first edition, known as the 'International List of Causes of Death', was adopted by the International Statistical Institute in 1893.
    WHO took over the responsibility for the ICD at its creation in 1948 when the Sixth Revision, which included causes of morbidity for the first time, was published.
    The World Health Assembly adopted in 1967 the WHO Nomenclature Regulations that stipulate use of ICD in its most current revision for mortality and morbidity statistics by all Member States.
    The ICD is the international standard diagnostic classification for all general epidemiological, many health management purposes and clinical use.
    These include the analysis of the general health situation of population groups and monitoring of the incidence and prevalence of diseases and other health problems in relation to other variables such as the characteristics and circumstances of the individuals affected, reimbursement, resource allocation, quality and guidelines.
    It is used to classify diseases and other health problems recorded on many types of health and vital records including death certificates and health records.
    In addition to enabling the storage and retrieval of diagnostic information for clinical, epidemiological and quality purposes, these records also provide the basis for the compilation of national mortality and morbidity statistics by WHO Member States.
    Cfr. :
    http://www.who.int/classifications/icd/en/
    Cfr. also :
    -
    History of the development of the ICD
    cfr. :
    http://www.who.int/classifications/icd/en/HistoryOfICD.pdf
    -
    International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems, 10th Revision - Version for 2007
    Cfr. : http://www.who.int/classifications/apps/icd/icd10online/
    -
    Implementation of ICD
    Cfr. : http://www.who.int/classifications/icd/implementation/en/index.html

    However, the question of a continuum has never been completely abandoned and a group of ‘in-between’ patients, with symptoms of both anxiety and depression, has been described (Angst, 1997).

    Depression–anxiety relationships with chronic physical conditions - Results from the World Mental Health surveys (cfr. above)


    2. - Bipolar Disorders

    Bipolar disorder
    Bipolar disorder is a type of mood disorder.
    It is also known as bipolar depression or manic depression.
    The illness is characterised by cycles of mania and depression which cause a person with bipolar disorder to experience severe mood swings.
    There are three types of bipolar disorder : type I, type II and cyclothymia.

    The Stanley Foundation Bipolar Network reports a high percentage of concomitant psychiatric conditions with bipolar disorder.
    Panic disorder, social phobia, post-traumatic stress disorder (PTSD), obsessive-compulsive disorder (OCD) and impulse control disorders (eg pathologic gambling, kleptomania) often present concurrently with bipolar disorder (NIMH, 2000; Suppes et al, 2000).

    Panic disorder
    People who suffer from panic disorder experience repeated episodes of intense fear that strike often and without warning.
    These are panic attacks.
    Physical symptoms include palpitations, sweating, trembling, chest pain, nausea, dizziness and hot flushes.

    Social phobia
    People with social phobia have an overwhelming and disabling fear of scrutiny, embarrassment or humiliation in social situations, which causes them to avoid many potentially pleasurable and important activities.

    Stress
    A series of physiological or behavioural responses to an environmental or perceived threat.
    These responses can include numbing of emotion, depression, anger, irritability and loss of concentration.
    The term 'stress' is also used to refer to the stimuli that elicit these reactions.

    Obsessive-compulsive disorder (OCD)
    A type of anxiety disorder causing the sufferer to experience repeated, unwanted thoughts or compulsive behaviours that seem impossible to stop or control.

    Goals for research on bipolar disorder - The view from the National Institute of Mental Health (NIMH)
    Hyman SE, National Institute of Mental Health, Bethesda, MD 20892-9669, USA - Biol Psychiatry. 2000 Sep 15;48(6):436-41 - PMID: 11018216
    We have much yet to accomplish in research on bipolar disorder.
    We must find vulnerability genes.
    We must identify the circuits that regulate mood, emotion, energy and other relevant functions that are affected in bipolar disorder and we must determine what goes wrong in those circuits during mania, depression and other aspects of this illness.
    We will need to translate findings in basic neuroscience, genetics and basic behavioral science into diverse clinical applications : novel treatments, diagnostic tools, epidemiologic approaches that could lead to preventive interventions and surrogate markers for clinical trials.
    We must develop improved psychosocial interventions and test both pharmacologic and psychosocial treatments in trials that, simultaneously, improve the quality of care available and convince insurers and employers that these treatments are of substantial benefit and cost effective.
    The agenda is ambitious, but entirely feasible, given the scientific tools and technologies that are currently available or on the horizon.
    The National Institute of Mental Health is newly recommitted to harnessing these tools and technologies for the benefit of people with bipolar disorder.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11018216

    The longitudinal course of bipolar disorder
    Suppes T, Dennehy EB, Gibbons EW, Department of Psychiatry, University of Texas, Southwestern Medical Center, Dallas 75390-9070, USA - J Clin Psychiatry. 2000;61 Suppl 9:23-30 - PMID: 10826657
    Course of illness is central to our focus on bipolar disorder due to the lifelong nature of this illness in the majority of patients.
    In this overview, we highlight areas of consensus and debate on factors that impact course of illness.
    Findings on age at onset, psychiatric comorbidity, frequency of episodes, cycle pattern, rapid cycling, mixed symptoms, and precipitants of episodes including use of substances and antidepressants and lithium discontinuation are discussed.
    The diversity and range of presentation and even course of illness become quickly apparent in this review.
    Highlighting these factors rather than seeking a unifying theory should be a productive way to refine our ability to identify additive factors contributing to course of illness for patients with bipolar disorder.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10826657?ordinalpos=18&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed
    _DefaultReportPanel.Pubmed_RVDocSum

    The National Institute of Mental Health (NTMH) recently reported an especially high incidence of PTSD and OCD in people with bipolar disorder, with 43% of people with bipolar disorder exhibiting symptoms of PTSD.


    3. - Suicide

    Severe anxiety may be a risk factor for suicide (Fawcett and Kravitz, 1983; Fawcett, 1997).

    Anxiety syndromes and their relationship to depressive illness
    Fawcett J, Kravitz HM - J Clin Psychiatry. 1983 Aug;44(8 Pt 2):8-11 - PMID: 6874657
    The DSM-III categories of anxiety disorder are reviewed and a study of anxiety symptoms in subjects with RDC-defined major depression is described.
    Anxiety appears to be common in major depression : 29% of the sample studied had a history of panic attacks and moderate psychic anxiety was reported in 62%.
    Analysis by depressive subtypes showed no differences for the bipolar/unipolar distinction.
    However, significant differences in anxiety symptoms were seen in the primary vs. secondary and, more strikingly, endogenous vs. nonendogenous categories.
    The presence/severity of anxiety symptoms thus appears to be an important factor in the clinical management of major depression and may eventually serve as a guide to choosing among the increasing number of available antidepressant medications.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/6874657?dopt=Abstract

    The detection and consequences of anxiety in clinical depression
    Fawcett J, Department of Psychiatry, Rush-Presbyterian-St. Luke's Medical Centre, Chicago, IL 60612-3824, USA J Clin Psychiatry. 1997;58 Suppl 8:35-40 - PMID: 9236734
    Anxiety symptoms and comorbid anxiety are common in depressive syndromes and there is evidence they are associated with increased severity of depression and a poorer outcome.
    Anxiety and agitation symptoms also appear to be an acute risk factor for suicide in patients who have major affective disorder, an observation that has been supported by a number of biological correlates.
    Rapid and aggressive treatment of these anxiety/agitation symptoms with suitable antidepressants or benzodiazepines should be considered in order to avoid the immediate risk of suicide and to permit successful treatment of the affective disorder.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9236734

    Studies have reported that a significant number of people who committed suicide were diagnosed as having an anxiety disorder (Allebeck, 1988) and a significantly increased suicide rate is seen in people with panic disorder (Coryell, 1988).

    Predictors of completed suicide in a cohort of 50,465 young men - Role of personality and deviant behaviour
    Allebeck P, Allgulander C, Fisher LD, Karolinska Institute, Huddinge University Hospital, Sweden - BMJ. 1988 Jul 16;297(6642):176-8 - PMID: 3408955
    Suicide seems to be increasing in young people in various countries and causes the greatest loss of years of life under the age of 65 in the Swedish population.
    Data from a national survey of 50,465 conscripts in Sweden were used in a prospective follow up study to assess personality and behavioural predictors of suicide in young men.
    Altogether 247 completed suicides occurred in the cohort during 13 years' follow up.
    Baseline data on social conditions, psychological assessments and psychiatric diagnoses of the conscripts were entered into a Cox regression model with suicide as the outcome variable.
    Several early indicators of antisocial personality (poor emotional control, contact with a child welfare authority or the police and lack of friends) were strongly predictive of suicide.
    None of the few conscripts who had a diagnosis of schizophrenia or affective psychosis committed suicide.
    A diagnosis of neurosis was associated with a twofold increase in the suicide rate and personality disorder with a threefold increase.
    Although the risk of suicide is difficult to assess in an unselected population owing to the low base rate of suicide, the predictors identified in the study may help to identify those at high risk in units where people with deviant behaviour and personality disorders cluster.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/3408955

    Panic disorder and mortality
    Coryell W, Department of Psychiatry, University of Iowa, Iowa City - Psychiatr Clin North Am. 1988 Jun;11(2):433-40 - PMID: 3047710
    Evidence so far indicates two sources for excess mortality in panic disorder--suicide and cardiovascular morbidity.
    The risk for eventual suicide may rival that for primary depression, but the predictors and the necessary antecedents probably differ.
    The lapse between diagnosis and suicide may be larger for panic disorder, and complications such as secondary depression and substance abuse may be necessary.
    There are few well-established predictors for primary depression despite many relevant studies.
    The risk for suicide in panic disorder is barely recognized and established predictors are accordingly remote.
    One study has demonstrated excess cardiovascular mortality among males with panic disorder and another from the same center has provided weak support.
    Only one additional study has provided the necessary detail as to sex and cause and those findings were quite supportive, although the subjects may have been mixed diagnostically.
    There are numerous feasible explanations for excess cardiovascular mortality in panic disorder and even some reason to believe that successful treatment might lessen it.
    To so advise patients would be not only premature at this point but unnecessary and countertherapeutic--unnecessary because these patients are motivated by discomfort to seek treatment and countertherapeutic because cardiovascular morbidity is what many of these patients pathologically fear.
    Rather, the findings suggest focus for future study.
    The initial findings of excess cardiovascular morbidity in males badly need replication, as do the more recent findings of Kahn et al. Likewise, animal models may reveal some of the pathophysiologic mechanisms at work.
    It is hoped that these efforts will converge in the not-too-distant future.

    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/3047710?dopt=Abstract

    A study in Finland investigating the role of anxiety as a comorbid diagnosis found that over a period of 1 year, 17% of people who committed suicide were diagnosed retrospectively as having depression with a comorbid anxiety disorder and 6% had bipolar disorder with a comorbid anxiety disorder (Isometsä, 1994).

    Suicide in major depression in different treatment settings
    Isometsa ET, Aro HM, Henriksson MM, Heikkinen ME, Lonnqvist JK, National public health inst., dep. mental health, 0300 Helsinki, Finlande - J Clin Psychiatry 1994;55:523-527 – ISSN 0160-6689 - © 2008 INIST-CNRS
    Background - Whether suicide victims having suffered from major depression differ in their characteristics and treatment of depression received in various settings prior to death has been unknown.
    Method - From a random sample representing all completed suicides in Finland within a 12-month period, cases with a best estimate diagnosis of current unipolar DSM-III-R major depression (N=71) were comprehensively analyzed using the method of psychological autopsy.
    Suicide victims with major depression were classified according to treatment setting and the victims in different settings-psychiatric care (N=32), medical care (N=27) and no contact with health care (N=12)-were compared.
    Results - The sex distribution of suicides who had major depression was equal within psychiatric care; but in medical care or without contact with health care, 77% (30 of 39) were men (p=.018).
    Significantly more victims in psychiatric than in medical care had communicated to attending personnel their intent to commit suicide (59% [19 of 32] vs. 19% [5 of 27], p=.004).
    Antidepressants were received by 60% of victims in psychiatric care but only 16% in medical care (p=.002).
    Conclusion - Suicide victims with major depression differ in sex distribution and communication of suicide intent among treatment settings, which may complicate the ability to generalize research findings, particularly from psychiatric to medical care.
    Promoting suicide prevention in major depressive disorders would seem to require improving not only the quality of treatment within psychiatric care, but also basic skills in recognizing and treating depression in medical care, especially for male patients.
    Cfr. :
    http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=3391578

    In a prospective study by Fawcett et al. (1990), also investigating the comorbidity of anxiety and suicide, the role of the anxiety symptoms in suicide was clarified.
    Fawcett et al concluded that suicidal ideation, a history of past suicide attempts and the severity of hopelessness did not correlate significantly with suicide, whereas the severity of psychic anxiety and the presence of panic attacks did show a significant correlation with suicide.

    Time-related predictors of suicide in major affective disorder
    J Fawcett, WA Scheftner, L Fogg, DC Clark, MA Young, D Hedeker and R Gibbons, Department of Psychiatry, Rush-Presbyterian-St. Luke's Medical Center, Chicago, IL 60612 - Am J Psychiatry 1990; 147:1189-1194 - © 1990 American Psychiatric Association
    The authors studied 954 psychiatric patients with major affective disorders and found that nine clinical features were associated with suicide.
    Six of these--panic attacks, severe psychic anxiety, diminished concentration, global insomnia, moderate alcohol abuse and severe loss of interest or pleasure (anhedonia)--were associated with suicide within 1 year and three others--severe hopelessness, suicidal ideation and history of previous suicide attempts--were associated with suicide occurring after 1 year.
    These findings draw attention to the importance of :
    1) standardized prospective data for studies of suicide
    2) assessment of short-term suicide risk factors and
    3) anxiety symptoms as modifiable suicide risk factors within a clinically relevant period.
    Cfr. :
    http://ajp.psychiatryonline.org/cgi/content/abstract/147/9/1189

    Further studies by this team confirmed the important role of severe psychic anxiety 1 week before suicide (Fawcett, 1997).

    The detection and consequences of anxiety in clinical depression (cfr. above)

    It is known that serotonin dysfunction has a role in both suicide and anxiety.
    Furthermore, a number of biological markers, such as markers of the hypothalamo–pituitary–adrenal axis and serotonin function, appear to be associated with both anxiety and suicide risk in depression.
    Dysfunction in the hypothalamo–pituitary–adrenal axis and the serotonin system may be associated with states of overwhelming anxiety-agitation and decisive treatment to correct the dysfunction seems to resolve this crisis and allow successful resolution of the episode.

    However, little attention is given to the role of anxiety in suicide in clinical practice and the potential for suicide is often not considered when planning treatment regimens for people with anxiety disorders.


    Cfr. : http://www.brainexplorer.org/anxiety/Anxiety_Comorbidity.shtml




    Anxiety and Physical Illness
    Understanding and treating anxiety can often improve the outcome of chronic disease

    Harvard Medical School - © 2008 Patient Education Center, L.L.C. & 2008 Harvard Health Publications


    With headlines warning us of international terrorism, global warming and economic slowdown, we're all likely to be a little more anxious these days.
    As an everyday emotion, anxiety — the "fight or flight" response — can be a good thing, prompting us to take extra precautions.
    But when anxiety persists in the absence of a need to fight or flee, it can not only interfere with our daily lives but also undermine our physical health.
    Evidence suggests that people with anxiety disorders are at greater risk for developing a number of chronic medical conditions.
    They may also have more severe symptoms and a greater risk of death when they become ill.


    The Anatomy of Anxiety

    Anxiety is a reaction to stress that has both psychological and physical features.
    The feeling is thought to arise in the amygdala, a brain region that governs many intense emotional responses.
    As neurotransmitters carry the impulse to the sympathetic nervous system, heart and breathing rates increase, muscles tense and blood flow is diverted from the abdominal organs to the brain.
    In the short term, anxiety prepares us to confront a crisis by putting the body on alert.
    But its physical effects can be counterproductive, causing light-headedness, nausea, diarrhea and frequent urination.
    And when it persists, anxiety can take a toll on our mental and physical health.


    Anxiety as Illness

    Research on the physiology of anxiety-related illness is still young, but there's growing evidence of mutual influence between emotions and physical functioning.
    Yet anxiety often goes unidentified as a source of other disorders, such as substance abuse or physical addiction, that can result from attempts to quell feelings of anxiety.
    And it's often overlooked in the myriad symptoms of chronic conditions like irritable bowel syndrome (IBS) or migraine headache.

    Nearly two-thirds of the estimated 57 million adults with anxiety disorders are women.
    What people with these disorders have in common is unwarranted fear or distress that interferes with daily life (cfr. below).
    Anxiety also plays a role in somatoform disorders, which are characterized by physical symptoms such as pain, nausea, weakness or dizziness that have no apparent physical cause.
    Somatoform disorders include hypochondriasis, body dysmorphic disorder, pain disorder and conversion disorder.

    Anxiety has now been implicated in several chronic physical illnesses, including heart disease, chronic respiratory disorders and gastrointestinal conditions.
    When people with these disorders have untreated anxiety, the disease itself is more difficult to treat, their physical symptoms often become worse and in some cases they die sooner.


    Anxiety disorders and their symptoms

    • Generalized anxiety disorder
      Exaggerated worry about health, safety, money and other aspects of daily life that lasts six months or more.
      Often accompanied by muscle pain, fatigue, headaches, nausea, breathlessness and insomnia.

    • Phobias
      Irrational fear of specific things or situations, such as spiders (arachnophobia), being in crowds (agoraphobia) or being in enclosed spaces (claustrophobia).

    • Social anxiety disorder (social phobia)
      Overwhelming self-consciousness in ordinary social encounters, heightened by a sense of being watched and judged by others and a fear of embarrassment.

    • Post-traumatic stress disorder (PTSD)
      Reliving an intense physical or emotional threat or injury (for example, childhood abuse, combat or an earthquake) in vivid dreams, flashbacks or tormented memories.
      Other symptoms include difficulty sleeping or concentrating, angry outbursts, emotional withdrawal and a heightened startle response.

    • Obsessive/compulsive disorder (OCD)
      Obsessive thoughts, such as an irrational fear of contamination, accompanied by compulsive acts, such as repetitive hand washing, that are undertaken to alleviate the anxiety generated by the thoughts.

    • Panic disorder
      Recurrent episodes of unprovoked feelings of terror or impending doom, accompanied by rapid heartbeat, sweating, dizziness or weakness.


    Anxiety and Gastrointestinal Disorders

    About 10% to 20% of Americans suffer from the two most common functional digestive disorders — IBS and functional dyspepsia (upset stomach).
    In these disorders, the nerves regulating digestion appear to be hypersensitive to stimulation.
    Because these conditions don't produce lesions like ulcers or tumors, they aren't considered life-threatening.
    But their symptoms — abdominal pain, bloating and diarrhea or constipation in IBS and pain, nausea and vomiting in functional dyspepsia — can be chronic and difficult to tolerate.

    There are no firm data on the prevalence of anxiety disorders in people with functional digestive disorders, but a 2007 New Zealand study of subjects with gastroenteritis (inflammation of the digestive tract) found an association between high anxiety levels and the development of IBS following a bowel infection.


    Chronic Respiratory Disorders

    In asthma, inflamed airways constrict spasmodically, reducing the flow of air through the lungs.
    In chronic obstructive pulmonary disease (COPD), inflammation of the airways is exacerbated by a loss of elasticity in the lungs : not only is it more difficult for air to reach the lungs, but the lungs neither fill nor expel air completely.

    Although results vary, most studies have found a high rate of anxiety symptoms and panic attacks in patients who have chronic respiratory disease, with women at greater risk than men.
    In several studies involving COPD patients, anxiety has been associated with more frequent hospitalization and with more severe distress at every level of lung function.
    So even if anxiety doesn't affect the progress of the disease, it takes a substantial toll on quality of life.


    Anxiety and Heart Disease

    Anxiety disorders have also been linked to the development of heart disease and to coronary events in people who already have heart disease.
    In the Nurses' Health Study, women with the highest levels of phobic anxiety were 59% more likely to have a heart attack and 31% more likely to die from one, than women with the lowest anxiety levels.
    Data from 3,300 postmenopausal women in the Women's Health Initiative showed that a history of full-blown panic attacks tripled the risk of a coronary event or stroke.

    Two studies — one involving Harvard Medical School and the Lown Cardiovascular Research Institute; the other, several Canadian medical colleges — concluded that among both men and women with established heart disease, those suffering from an anxiety disorder were twice as likely to have a heart attack as those with no history of anxiety disorders.


    Physical Benefits of Treating Anxiety

    Therapies that have been successful in treating anxiety disorders are now being used to ease the symptoms of chronic gastrointestinal and respiratory diseases.
    These therapies may have an important role in preventing and treating heart disease.
    These are the best-studied approaches :

    • Cognitive-behavioral therapy
      The cognitive component helps people identify and avoid thoughts that generate anxiety and the behavioral part helps them learn how to react differently to anxiety-provoking situations.
      The specifics of the treatment depend on the type of anxiety.
      For example, patients with generalized anxiety disorder or panic disorder may be asked to examine their lives for habits and patterns that foster a sense of dread.
      They may also be taught relaxation techniques to diminish anxiety.
      Patients with OCD characterized by excessive washing may be asked to dirty their hands and wait with a therapist for increasingly longer intervals before cleaning up.

    • Psychodynamic psychotherapy
      Anxiety is often triggered by a deep-seated emotional conflict or a traumatic experience that can sometimes be explored and resolved through psychotherapy.
      In the first randomized controlled clinical trial comparing relaxation therapy to psychodynamic psychotherapy (focused talk therapy), clinician-researchers at Columbia University in New York found that panic-disorder patients treated with psychodynamic therapy had significantly fewer symptoms and functioned better socially than those who underwent relaxation therapy (American Journal of Psychiatry, February 2007).
      Nearly three-quarters of the psychotherapy group responded to treatment compared with only 39% of the relaxation-therapy group.


    Drug Therapy

    Medications alone are less effective than psychotherapy over the long term; they may also have unpleasant side effects and interact with other medications.
    Still, they can be helpful when used in combination with psychotherapy.
    The most commonly used types of drugs include these :

    • Anti-anxiety drugs
      Benzodiazepines — clonazepam (Klonopin) and alprazolam (Xanax) — were developed to relieve anxiety.
      They act rapidly and have few side effects except occasional drowsiness.
      But they're not recommended for long-term use, because patients develop tolerance and require increasing doses.
      A newer drug, buspirone (BuSpar), needs two weeks to take effect but can be taken for longer periods than benzodiazepines.

    • Antidepressants
      Antidepressants, especially selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs) such as sertraline (Zoloft), have been replacing benzodiazepines in the long-term treatment of panic disorder and generalized anxiety.
      Antidepressants have the advantage of relieving depression as well as anxiety and they are believed to create less risk of dependence and abuse.
      However, patients sometimes prefer benzodiazepines to antidepressants because they act more quickly (antidepressants take two weeks to work) and don't cause weight gain or sexual problems.

    • Beta blockers
      These drugs can relieve acute anxiety by slowing the heart rate and reducing blood pressure; they are often used, for example, to treat stage fright.


    Seeking Help

    About 30% of people with anxiety disorders go through life untreated.
    If you think you might fall into this category — or if you have IBS, asthma, COPD or heart disease and haven't been evaluated for anxiety — you may want to consult your primary care clinician.
    You may also want to talk to your clinician if you have pain, dizziness, insomnia or other symptoms that persist after physical causes have been ruled out.
    Keep in mind that all symptoms are real — and treatable — whether they originate in the body or the brain.
    If you're just feeling a little more anxious than you once did, you might want to consider trying some relaxation techniques (for some examples, visit :
    www.health.harvard.edu/womenextra -).


    Cfr. : http://www.patienteducationcenter.org/aspx/HealthELibrary/HealthETopic.aspx?cid=W0708d




    Read more : Part II


    15-10-2008 om 22:24 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anxiety and physical illness - Part II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






    Anxiety and physical illness

    Part II



    Chronic physical illness, psychiatric disorder and disability in the workplace

    Dewa C. S. (1) & Lin E. (1), (1) Centre for Addiction and Mental Health, Clarke Site, Health Systems Research Unit, University of Toronto, Department of Psychiatry, 250 College Street, Toronto, Ont., M5T 1R8, Canada - Social science & medicine, 2000, vol. 51, no1, pp. 41-50 (27 ref.) - © Elsevier, Oxford, Royaume-Uni - ISSN 0277-9536


    While agreement is growing that mental illness burdens the North American economy, how it impacts productivity particularly compared to physical illness is unclear.
    Hypothesizing that lost work days are only the tip of the iceberg, we also examined the association of mental and chronic physical illness with partial work days and days requiring extra effort to function.
    Data from 4225 employed individuals, aged 18-54, were analyzed.
    These were a subset of respondents to the Ontario Health Survey's Mental Health Supplement, a 1990/91 epidemiologic survey of households across Ontario, Canada.
    Psychiatric disorder was assessed using the University of Michigan' modification of WHO's Composite International Diagnostic Interview (UM-CIDI).
    Similar to US reports, professional/managerial groups had lower rates of affective and anxiety disorders and fewer disability days compared to the rest of the workforce.
    However, no single occupational group was consistently at greater risk for either physical or psychiatric problems.
    Even after accounting for sociodemographic characteristics and work conditions, mental and physical status had clear, but different, impacts on productivity.
    Physical conditions alone had a fairly constant effect across all types of disability days and were the largest contributor to total work day loss.
    They also significantly impacted partial and extra effort days but were far less important than conditions involving a mental disorder.
    Respondents with mental health problems, either alone or in combination with physical illnesses, appeared more likely to go to work hut to require greater effort to function.
    WHO projects that mental illness will become the second most important cause of global disease burden in the next century.
    Our findings suggest that among working individuals, it affects productivity more subtly than does physical illness.
    However, with an estimated eight percent of Ontario's workforce experiencing more than two months annually of decreased productivity, it still incurs significant social and economic costs.


    Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=1326911




    Anxiety in Health Behaviors and Physical Illness

    Jasper A. J. Smits, Michael J. Zvolensky – Springer Verlag, 11/07/2007 – ISBN : 9780387747521


    Table of Contents

    Preface

    Contributors

    Part I. - Health Behaviors and Anxiety Disorders

    1. Tobacco Use and Panic Psychopathology - Current Status and Future Directions
      Michael J. Zvolensky, Theresa Leyro, Amit Bernstein, Matthew T. Feldner, Andrew R. Yartz, Kimberly Babson and Marcel O. Bonn-Miller

    2. Alcohol Use and Anxiety Disorders
      Brigitte C. Sabourin and Sherry H. Stewart

    3. Illicit Drug Use Across the Anxiety Disorders - Prevalence, Underlying Mechanisms and Treatment
      Matthew T. Tull, David E. Baruch, Michelle S. Duplinsky and C.W. Lejuez

    4. The Promise of Exercise Interventions for the Anxiety Disorders
      Jasper A. J. Smits, Angela C. Berry, Mark B. Powers, Tracy L. Greer and Michael W. Otto

    5. Anxiety and Insomnia - Theoretical Relationship and Future Research
      Thomas W. Uhde and Bernadette M. Cortese

    Part II. - Physical Conditions and Anxiety Disorders

    1. Anxiety Disorders and Physical Illness Comorbidity - An Overview
      Tanya Sala, Brian J. Cox and Mender Sareen

    2. The Relation Between Puberty and Adolescent Anxiety - Theory and Evidence
      Ellen W. Leen-Feldner, Laura E. Reardon, Chris Hayward and Rose C. Smith

    3. Anxiety, Anxiety Disorders and the Menstrual Cycle
      Sandra T. Sigmon and Janell G. Schartel

    4. Pain and Anxiety Disorders
      Gordon J.G. Asmundson, Murray P. Abrams and Kelsey C. Collimore

    5. Asthma in Anxiety and Its Disorders - Overview and Synthesis
      Lisa S. Elwood and Bunmi O. Olatunji

    6. Cardiovascular Disease and Anxiety
      Kamila S. White

    7. HIV and Anxiety
      Conall O'Cleirigh, Trevor A. Hart and Carolyn A. James

    8. Physical Illness and Treatment of Anxiety Disorders - A Review
      Norman B. Schmidt, Meghan E. Keough, Lora Rose Hunter and Ann P. Funk

    Index


    Cfr. : http://www.keenzo.com/showproduct.asp?ID=2059008



    Cfr. also :

    1. Anxiety in Health Behaviors and Physical Illness
      Michael J. Zvolensky, University of Vermont & Jasper A. J. Smits, Southern Methodist University - Series : Series in Anxiety and Related Disorders, 2008, XII – ISBN : 978-0-387-74752-1 - © Springer
      While the links between physical illness and depression have been well-documented and analyzed, little has been made of the data relating physical illness to anxiety—until now.
      Anxiety in Health Behavior and Physical Illness explores complex relationships between medical and anxiety pathology on the theoretical, research and practical fronts.
      Over forty experts examine reciprocal roles of anxiety and medical illness as causal or exacerbating factors in each other’s onset and development, describe forms of anxiety typical to major disease entities, discuss common health behaviors as they impact anxiety, recast anxiety disorders as chronic illness and identify patients for whom new forms of treatment may be warranted.
      Among the topics covered :
      - Anxiety in the context of specific illness : heart disease, asthma, HIV/AIDS.
      - Self-medication across the anxiety disorders : alcohol, tobacco, illegal drugs.
      - Possible links between anxiety and insomnia.
      - The relationship between puberty and adolescent anxiety.
      - Anxiety, anxiety disorders and the menstrual cycle.
      - Anxiety disorders and chronic pain.
      - Current and emerging treatments for anxiety disorders, from CBT to exercise-based interventions.
      Anxiety in Health Behavior and Physical Illness is a comprehensive resource to be read not only by clinical psychologists, psychiatrists and, other health professionals, but also by researchers and graduate students on the cutting edge of the field.
      Cfr. :
      http://www.springer.com/psychology/psychology+general/book/978-0-387-74752-1

    2. Association of Chronic Work Stress, Psychiatric Disorders and Chronic Physical Conditions With Disability Among Workers
      Carolyn S. Dewa, Ph.D., M.P.H., Elizabeth Lin, Ph.D., Mieke Kooehoorn, Ph.D. and Elliot Goldner, M.D., M.H.Sc. - Psychiatr Serv 58:652-658, May 2007 - © 2007 American Psychiatric Association
      Objective - There appear to be links between psychiatric disorders and work-related stress as well as between psychiatric disorders and physical conditions.
      This study explores the relationships between chronic work stress, psychiatric disorders and chronic physical conditions and disability among workers.
      By doing so, this study sought to understand how these factors are associated with worker disability when they are experienced alone versus in combination with one another.
      Methods - The study population was drawn from the Canadian Community Health Survey 1.2, a national population-based survey that gathered cross-sectional data on health status from 22,118 working respondents.
      The relationship between chronic work stress, chronic physical conditions and psychiatric disorders and disability in the past 14 days was examined for working respondents by using logistic regressions controlling for sociodemographic characteristics, region and occupation.
      Results - Thirty-one percent of respondents experienced chronic work stress either alone or in combination with a chronic physical condition, a psychiatric disorder or both.
      Forty-six percent reported at least one chronic physical condition either alone or in combination.
      Finally, 11% had a psychiatric disorder.
      Compared with the group with none of the factors, those with an increasing number of combined conditions had increasing odds of disability after the analysis controlled for sociodemographic characteristics, occupation and region.
      Conclusions - The presence of chronic work stress seems to amplify effects of psychiatric disorders and chronic physical conditions on disability.
      In addition, psychiatric disorders co-occurring with physical illness seem to be associated with significantly higher odds of disability.
      Cfr. :
      http://psychservices.psychiatryonline.org/cgi/content/full/58/5/652

    3. Co-occurrence of mental and physical illness in US Latinos
      Ortega Alexander N. (1), Feldman Jonathan M. (2), Canino Glorisa (3), Steinman Kenneth (4), Algeria Margarita (5) -- (1) University of California Los Angeles School of Public Health Dept. of Health Services Box 951772, Los Angeles (CA) 90095-1772, Etats-Unis _- (2) Yeshiva University Ferkauf Graduate School of Psychology, Bronx (NY), Etats-Unis -- (3) University of Puerto Rico Medical Sciences Campus Behavioral Sciences Research Institute, San Juan, Portoa Ricao -- (4) Ohio State University Division of Health Behavior & Health Promotion School of Public Health, Columbus (OH), Etats-Unis - (5) Cambridge Health Alliance and Harvard Medical School Center for Multicultural Mental Health Research Dept. of Psychiatry, Sommerville (MA), Etats-Unis - Social psychiatry and psychiatric epidemiology; 2006, vol. 41, no12, pp. 927-934 – ISSN 0933-7954 - ©2008 Springer, Heidelberg, Allemagne
      Background - This study describes the prevalence of comorbid physical and mental health problems in a national sample of US Latinos.
      We examined the co-occurrence of anxiety and depression with prevalent physical chronic illnesses in a representative sample of Latinos with national origins from Mexico, Cuba, Puerto Rico and other Latin American countries.
      Method - We used data on 2,554 Latinos (75.5% response rate) ages 18 years and older from the National Latino and Asian American Study (NLAAS).
      The NLAAS was based on a stratified area probability sample design, and the sample came from the 50 states and Washington, DC.
      Survey questionnaires were delivered both in person and over the telephone in English and Spanish.
      Psychiatric disorders were assessed using the World Mental Health Survey Initiative version of the World Health Organization Composite International Diagnostic Interview (WMH-CIDI).
      Physical chronic illness was assessed by self-reported history.
      Results - Puerto Ricans had the highest prevalence of meeting criteria for any comorbid psychiatric disorder (more than one disorder).
      Puerto Ricans had the highest prevalence (22%) of subject-reported asthma history, while Cubans had the highest prevalence (33%) of cardiovascular disease.
      After accounting for age, sex, household income, number of years in the US, immigrant status and anxiety or depression, anxiety was associated with diabetes and cardiovascular disease, in the entire sample.
      Depression and co-occurring anxiety and depression were positively associated with having a history of asthma but not with other physical diseases, in the entire sample.
      Interestingly, Puerto Ricans with a depressive disorder had a lower odds of having a history of cardiovascular disease than Puerto Ricans without a depressive disorder.
      The relationship between chronic physical and mental illness was not confounded by immigration status or number of years in the US.
      Discussion - Despite previous findings that link acculturation with both chronic physical and mental illness, this study does not find that number of years in the US nor nativity explain the prevalence of psychiatric-medical comorbidities.
      This study demonstrates the importance of considering psychiatric and medical comorbidity among specific ethnic groups, as different patterns emerge than when using aggregate ethnic measures.
      Research is needed on both the pathways and the mechanisms of comorbidity for the specific Latino groups.
      Cfr. :
      http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=18446689

    4. The relationship between anxiety disorders and physical disorders in the U.S. - National Comorbidity Survey
      Sareen J, Cox BJ, Clara I, Asmundson GJ.. Depress Anxiety 2005; 21(4): 193-202 - Wiley-Liss, New York, NY, Etats-Unis, (Revue), 1996 - Depression and anxiety, 2005, vol. 21, no4, pp. 193-202 – ISSN 1091-4269
      Although depression has clearly been shown to be associated with physical disorders, few studies have examined whether anxiety disorders are independently associated with medical conditions after adjusting for comorbid mental disorders.
      We examined the relationship between anxiety disorders and a wide range of physical disorders in a nationally representative sample.
      Data came from the National Comorbidity Survey (N=5,877, range=age 15-54 years, response rate=82.4%).
      The Composite International Diagnostic Interview [Kessler et al., 1998] was used to make DSM-III-R [American Psychiatric Association, 1987] mental disorder diagnoses.
      Physical disorders were assessed based on a list of several conditions shown to respondents.
      All analyses utilized multiple logistic regression to examine the relationship between past-year anxiety disorder diagnosis and past-year chronic physical disorder.
      Anxiety disorders were positively associated with physical disorders even after adjusting for mood disorders, substance-use disorders and sociodemographics.
      Among respondents with one or more physical disorders, a comorbid anxiety disorder diagnosis was associated with an increased likelihood of disability even after adjusting for severity of pain, comorbid mood and substance use disorders.
      Among specific anxiety disorders, posttraumatic stress disorder, panic attacks and agoraphobia were more likely to be associated with specific physical disorders than generalized anxiety disorder, social phobia or simple phobia.
      There is a strong and unique association between anxiety disorders and physical disorders.
      Clinically, the presence of an anxiety disorder among patients with physical disorders may confer a greater level of disability.
      Cfr. :
      http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=17029420



    15-10-2008 om 22:15 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meer geld voor chronische zieken...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  











    Ruim 400 miljoen
    voor koopkracht chronisch zieken

    de Volkskrant, 06-10-2008
     Bron : ANP


    Den Haag - Het kabinet steekt ruim 400 miljoen euro in de reparatie van de koopkracht voor chronisch zieken, gehandicapten en minima.
    Volgens ingewijden wordt er onder meer geld uitgetrokken voor een hogere zorgtoeslag voor alleenstaanden met een minimuminkomen.

    Dat is de uitkomst van overleg tussen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie en minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) en staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid) over de buitengewone zorgkosten.
    Aanleiding is de aangekondigde bezuiniging op de fiscale compensatieregeling voor buitengewone zorgkosten, waardoor vooral chronisch zieken en gehandicapten erop achteruit dreigen te gaan.

    Om de gevolgen voor hun portemonnee te verzachten gaan tegemoetkomingen waarop chronisch zieken straks recht hebben omhoog.
    Ook komt er een hogere toeslag voor arbeidsongeschikten.
    Chronisch zieken en gehandicapten mochten hun zorgkosten meer dan verdubbelen voor ze die gingen aftrekken.
    Het kabinet wilde hiervan af, maar laat dit toch deels in stand.
    Naast de hogere zorgtoeslag, steekt het kabinet ook nog geld in een ruimere ouderenkorting.

    Coalitiepartij PvdA is tevreden met de uitkomsten.
    Er zijn nog laatste berekeningen nodig, maar PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer zei maandag na overleg tussen de coalitiepartijen en het kabinet dat ‘het de goede kant uit gaat’.
    GroenLinks wil dinsdag in het wekelijkse vragenuur opheldering over het coalitieberaad.

    De aanpassingen waar het kabinet nu mee komt betreffen de nieuwe wet voor tegemoetkomingen voor chronisch zieken en gehandicapten.
    De bestaande fiscale compensatieregeling voor hoge zorgkosten wordt sterk afgeslankt.
    Deze wordt voor een groot deel vervangen door toeslagen voor chronisch zieken en gehandicapten, verlaging van eigen bijdragen voor AWBZ-zorg en een algemene compensatie voor ouderen en arbeidsongeschikten.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1074877.ece/Ruim_400_miljoen_voor_koopkracht_
    chronisch_zieken




    Chronisch zieken opnieuw gekort

    Douwe Douwes - de Volkskrant, 12-09-2008


    Den Haag - Voor de derde keer snijdt het kabinet in de tegemoetkoming voor kosten van chronisch zieken en gehandicapten.
    Een meevaller van 200 miljoen euro – gevolg van ingrepen in de fiscale tegemoetkoming voor designbrillen en verbanddozen – gaat niet terug naar chronisch zieken, maar wordt gebruikt om andere gaten op de begroting te dichten.

    Bij de kabinetsformatie werd al 400 miljoen euro per jaar aan bezuinigingen ingeboekt op de ‘tegemoetkoming buitengewone uitgaven’, een fiscale aftrekpost bedoeld voor bijkomende ziektekosten als taxivervoer of aanpassing van de woning.
    In de praktijk bleek die regeling steeds meer oneigenlijk te worden gebruikt.
    Miljoenen Nederlanders trokken ziektekostenpremie, Armanibrillen en steunzolen af van de belasting.

    Het kabinet besloot daarom tot een nieuwe regeling.
    Gehandicapten mochten er daarin niet op achteruitgaan.
    Tegelijkertijd moest een bezuiniging worden ingeboekt van 250 miljoen euro – die had het kabinet nodig voor gratis schoolboeken.

    Het voorstel dat het kabinet voor de zomer naar de Kamer stuurde, bleek echter ook de gehandicapten te raken voor wie de aftrekpost wel was bedoeld.
    Het Nibud rekende voor dat de koopkracht van sommige chronisch zieken met 9 procent zou dalen.
    En dus gaf de Kamer het kabinet opdracht de regeling zo aan te passen dat de ergste gevolgen werden teruggedraaid.
    Het lijkt er nu op dat dat niet is gelukt.
    Op Prinsjesdag worden de plannen bekendgemaakt.

    Directeur Ad Poppelaars van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad zegt ‘geschokt’ te zijn : ‘De zieken en gehandicapten draaien op voor het koopkrachtbehoud van de rest van Nederland.’
    Hij gaat het Nibud nogmaals vragen in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van de ingreep voor de koopkracht van mensen met een chronische aandoening.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1066380.ece/Chronisch_zieken_opnieuw_gekort




    Veel deels afgekeurden werken in de zorg

    Gijs Herderscheê - de Volkskrant, 15-10-2008


    Den Haag - Het grootste aantal werknemers dat gedeeltelijk wordt afgekeurd, werkt in de zorg.
    Omdat in de zorg veel mensen werken, wijkt het risico om arbeidsongeschikt te worden in de zorg niet af van het landelijk gemiddelde.
    Dit blijkt uit cijfers van het UWV :

    Hoe staat het met de WGA-instroom van mijn bedrijf ?
    - Instroomcijfers WGA 2007 -

    UWV, Voor Integratie en Tijdelijk Inkomen, oktober 2008
    Cfr. :
    http://www.uwv.nl/Images/Toelichting_WGA_instroom_grote_werkgevers_2007_AG110
    02567_tcm26-177815.pdf

    Landelijk is het risico om arbeidsongeschikt te worden voor werknemers in vaste dienst 0,13 procent.
    Dat betekent dat van elke tienduizend werknemers er dertien deels worden afgekeurd.

    In 2007 ging het om 9755 werknemers die deels werden afgekeurd.
    Daarnaast werden zevenduizend mensen afgekeurd die een tijdelijk contract hadden of werkloos waren.
    Vijfduizend werknemers zijn volledig afgekeurd, omdat zij geen uitzicht op herstel hebben.
    Het UWV geeft in de cijfers niet aan in welke sectoren zij werkten.


    Zorg

    In de zorg werden in 2007 1657 werknemers deels afgekeurd, bijna eenvijfde van het totaal, 9755.
    Omdat er ruim 1,2 miljoen mensen in de zorg werken, is het risico op arbeidsongeschiktheid daar gelijk aan het landelijk gemiddelde.

    Het risico op arbeidsongeschiktheid is het hoogst bij de reïntegratiebedrijven.
    Daar werden vorig jaar 352 mensen deels afgekeurd, ofwel 0,35 procent van de ruim honderdduizend werknemers.


    Grote bedrijven

    Het UWV publiceert ook een lijst met het risico op arbeidsongeschiktheid bij bedrijven met meer dan 250 werknemers.
    Bij de reïntegratiebedrijven springt daar de gemeente Enschede eruit.
    Daar is het risico op arbeidsongeschiktheid 2,6 procent.
    Dat is het twintigvoudige van het landelijk gemiddelde.

    Bij de grootwinkelbedrijven springt de Brilmij Groep eruit met een risico van 1,8 procent.
    Bij de overheid piekt de gemeente Lelystad met een risico voor ambtenaren op arbeidsongeschiktheid van 1,2 procent.

    Ook drie FNV-bonden staan in de lijst.
    Bij de Abvakabo FNV is het risico om arbeidsongeschikt te worden 0,2 procent, bij FNV Bouw 0,3 procent en bij FNV Bondgenoten 0,1 procent.


    Versobering

    Het risico op arbeidsongeschiktheid is sterk gedaald door de versobering van de arbeidsongeschiktheidswetten.
    Bij de oude arbeidsongeschiktheidswet WAO schommelde het risico afgekeurd te worden door de jaren heen rond 1,3 procent.
    Dat is door de strenge keuringseisen tot eentiende gedaald.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1078340.ece/Veel_deels_afgekeurden_werken_in_de_
    zorg




    ‘Groot verlof’ voor wie in de zorg werkt

    de Volkskrant, 08-10-2008 – Bron : ANP


    Den Haag - Wie in de zorg werkt maar daarmee stopt wegens kleine kinderen, moet ‘groot zorgverlof’ kunnen krijgen.
    Zoals vroeger, toen de dienstplicht nog bestond, militairen op herhaling geroepen konden worden, zouden verpleegsters op die manier een relatie met hun oude werkgever kunnen houden.
    Tussentijds zouden de (vooral vrouwelijke) werknemers bijscholing kunnen krijgen om snel weer aan de slag te kunnen als ze dat willen.

    PvdA-staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) zei woensdag dat hij dit idee voor groot verlof bekijkt met collega en partijgenoot Jet Bussemaker (Volksgezondheid).
    De bewindslieden hopen op deze manier zowel de personeelstekorten in de zorg aan te pakken als een blijvend verlies van veel goed opgeleide vrouwen voor de arbeidsmarkt tegen te gaan.


    Stoppen met werken begrijpelijk

    Aboutaleb heeft er begrip voor dat vrouwen helemaal stoppen met werken, zolang hun kinderen nog niet naar de basisschool gaan.
    Hij vindt dat ze na die circa vier jaar een soort terugkeerrecht moeten kunnen krijgen bij hun oude werkgever als zij hun bekwaamheden bijhouden tijdens het groot verlof.
    Nu stuiten herintreedsters vaak op problemen om weer aan de slag te komen, omdat hun kennis verouderd is.

    Groot verlof zou volgens Aboutaleb misschien ook een idee zijn voor het onderwijs.
    Hij wijst erop dat deze sector eveneens kampt met personeelstekorten en veel vrouwelijke werknemers kent.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/economie/article1075660.ece/Groot_verlof_voor_wie_in_de_zorg_werkt




    Balkenendenorm ver te zoeken in zorg

    Merijn Rengers & Xander van Uffelen – de Volkskrant, 28-08-2008


    Amsterdam - Twintig van de honderd grootste zorginstellingen van Nederland betalen hun directeur meer dan 220 duizend euro, het maximum jaarinkomen dat de branche zelf voor ogen heeft.
    Zestig van de honderd zorgdirecteuren ontvingen in 2007 een salaris dat hoger lag dan dan de Balkenendenorm van 176 duizend euro.
    Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant.

    De grootverdieners zijn vooral werkzaam bij ziekenhuizen.
    Maar ook in de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en bij verzorgingstehuizen betalen instellingen hun directeuren boven de Balkenendenorm.
    Elf van de honderd instellingen heeft geen gegevens beschikbaar over salarissen.


    Radboud

    Het Radboud Ziekenhuis uit Nijmegen betaalt zijn bestuursvoorzitter het hoogste bedrag.
    Emile Lohman, voorheen werkzaam bij het OLVG in Amsterdam, kreeg in 2007 een brutojaarsalaris van 290 duizend euro.
    De zorgsector lanceerde deze week een salarisnorm, waarbij zorginstellingen onder strikte voorwaarden maximaal 220 duizend euro bruto zouden mogen uitbetalen.

    Voor instellingen waar geen marktwerking is, mag het salaris niet hoger zijn dan de Balkenendenorm van 176 duizend euro.
    De vereniging van toezichthouders in de zorg, één van de initiatiefnemers van de nieuwe beloningsregels, wil niet zeggen of de salarissen van zorgdirecteuren op korte termijn om laag zullen gaan.
    De vereniging wil niet reageren zolang de code nog ‘in ontwikkeling’ is.


    Verplegers

    Verplegersvakbond NU91 vindt zelfs de Balkenendenorm voor zorginstellingen veel te hoog.
    Wat is er mis met de hoogste salarisschaal in de zorg van rond de 80 duizend euro ?’, zegt voorzitter Monique Kempff van NU91.
    Zij vindt het ‘geen argument’ dat voor dat salaris geen goede bestuurder is te vinden : ‘Voor de werkvloer zijn ook geen mensen te vinden. Krijgen die dan ook meer betaald ?

    Het gat tussen top en werkvloer is volgens Kempff veel te groot.
    De klachtenlijn van Nu91 staat roodgloeiend door telefoontjes van verontwaardigde thuiszorgmedewerkers.
    Het personeel staat op straat, terwijl de mensen die verantwoordelijk zijn voor de puinhopen met tonnen naar huis gaan. Voor die bedragen kun je veel problemen in de organisatie oplossen.


    Lijst met zorginstellingen

    Bekijk de complete lijst met zorginstellingen op : http://www.volkskrant.com/bijlagen/Zorginstellingen.pdf -.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/economie/article1061299.ece/Balkenendenorm_ver_te_zoeken_in_zorg




    Ziekenhuis - Temperen topsalaris is lastig

    Merijn Rengers & Xander van Uffelen – de Volkskrant, 28-08-2008


    Amsterdam - Het lijstje met naderende salarisverlagingen van bestuurders in de semi-publieke sector wordt gestaag langer.
    Na toezichthouder AFM, de Publieke Omroep en luchthaven Schiphol gaat nu ook een reeks van ziekenhuizen snijden in hun salarissen.

    Tenminste, dat is het geval als de sector zijn eigen voornemens serieus neemt.
    Twintig van de honderd grootste zorginstellingen betalen hun directeur op dit moment meer dan het voorgestelde maximum bruto jaarsalaris van 220 duizend euro, blijkt uit een inventarisatie door De Volkskrant.

    Als de nieuwe maximumnorm ingang vindt – daarover wordt volgende week in de Tweede Kamer gedebatteerd – zullen de zorginstellingen een groot aantal salarissen moeten inperken.
    Een deel van het parlement vindt dat de Balkenendenorm van 176 duizend euro voor álle zorginstellingen zou moeten gelden.
    Op dit moment krijgen zestig van de honderd directeuren meer betaald dan de premier.

    Neem Philadelphia Zorg. Frits Brink, de voorzitter van de Raad van Bestuur van deze landelijk opererende stichting voor gehandicaptenzorg verdiende in 2007 een bruto salaris van 243 duizend euro – 23 duizend euro meer dan het voorgestelde maximum en bijna 70 duizend euro boven ‘Balkenende.’

    Gaat Brink, die inmiddels ook zitting heeft genomen in de Raad van Bestuur van de overkoepelende zorggigant Espria salaris inleveren ?
    Het gemeenschappelijke voorstel van de branche-organisaties NVZD en NVTZ wordt voorgelegd aan de leden. Die zullen het bestuderen en dan pas kunnen we reageren,’ is alles wat een woordvoerder daarover kwijt wil.

    De leiding van Ipse De Bruggen, een andere, recent gefuseerde zorginstelling voor gehandicapten in Zuid-Holland is veel stelliger.
    In 2007 ontving interim-bestuursvoorzitter Adriaan van Belzen van het toen nog zelfstandige
    De Bruggen 287 duizend euro.
    Dat was een honorarium voor een tijdelijke klus,’ zegt een woordvoerster : ‘We zijn inmiddels gefuseerd. De huidige voorzitter is gewoon in dienst en houdt zich aan de normen. Daar hecht hij zeer aan.

    Veel zorginstellingen vinden dat een weinig aanlokkelijk perspectief.
    Het openbreken van bestaande arbeidscontracten is vrijwel onmogelijk, redeneren zij.
    En de salarissen die momenteel betaald worden, waren ooit noodzakelijk om geschikte kandidaten te vinden.

    Dat is ook het verhaal van het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Directeur Chiel Huffmeijer, die in 2007 bruto 235 duizend euro verdiende, kwam daar in dienst toen het gefuseerde ziekenhuis in de problemen zat.
    De zorgelijke situatie vroeg destijds om een zwaar gekwalificeerde bestuurder, voor wie een behoorlijk afbreukrisico gold. Een hogere honorering was dan ook alleszins te billijken. Het salaris is door de tijd geïndexeerd en het zou niet rechtvaardig dit nu terug te draaien,’ zegt een woordvoerder.

    Op de werkvloer heerst vaak een heel ander sentiment.
    Niet zozeer onder de doktoren en medisch specialisten, die in sommige gevallen meer verdienen dan de bestuursvoorzitter het ziekenhuis waar zij werken.
    Maar wel onder verplegers en het personeel in bijvoorbeeld de gehandicaptenzorg en de psychiatrie.
    Die spiegelen zich aan de situatie in de thuiszorg.
    Daar zijn de gevolg van de marktwerking in de gezondheidszorg vanuit het personeel bezien hoekig : de salarissen van de thuiszorgdirecteuren zijn fors gestegen, terwijl de arbeidsvoorwaarden van het thuiszorgpersoneel onder druk staan.


    Cfr. : http://www.volkskrant.nl/economie/article1061298.ece/Ziekenhuis_temperen_topsalaris_is_lastig


    15-10-2008 om 16:40 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The SHINE approach and treatment protocol
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

















     

    The SHINE approach and treatment protocol



    A chiropractic treatment flared her CFS

    Dr. Teitelbaum - © The Annapolis Chronic Fatigue and Fibromyalgia Research Center


    Question

    I had one spinal manipulation and now I feel I am having a CFS flair

    Joanne asks : Hello Dr. T, How are you ?
    I am a former patient of yours.
    I saw you in 2006.
    You saved me !
    Although I have yet to fully recover, I will say that I recovered about 75%.
    Which I'll gladly take !
    I'm just a little scared.
    I developed some back problems, which I wouldn't associate with my CFS, but more from having a 2 year-old son.
    I began massage therapy and my therapist recommended I see a chiropractor because of the abnormal spacing of my shoulders.
    I had one spinal manipulation about three days ago and now I feel I am having a CFS flair (brain fog, nausea, disorientation) !

    What are your thoughts on this ?


    Answer

    In your case, I would hold off and treat with SHINE instead

    Dear Joanne,
    It will pass.
    Sometimes spinal manipulation (especially in the neck) can flare autonomic dysfunction because of spinal cord stimulation if the space in the spinal cord is tight.
    I suspect the muscle tightness you were being treated for reflected that the CFS was beginning to act up again as well just a little—even before the manipulation.

    This is not a big deal and simply requires a tune up.
    Begin with taking (or continuing) the Energy Revitalization System vitamin powder

    End Fatigue Energy Revitalization (powder) & B-Complex (caps) Berry Splash
    Cfr. :
    http://www.endfatigue.com/store/products/supplements/berry-splash/

    and Ribose (Corvalen)

    CORvalen (D-Ribose)
    Cfr. :
    http://www.endfatigue.com/store/products/supplements/corvalen-d-ribose/

    and add natural remedies or medications (Ambien – cfr. : http://www.drugs.com/ambien.html -, Desyrel – cfr. : http://www.drugs.com/cdi/desyrel.html -, Klonopin – cfr. : http://www.drugs.com/cdi/klonopin.html -) as needed to get your eight hours sleep a night.
    Ask your doctor to increase your thyroid dose to see if it helps and if spastic colon or nasal congestion symptoms are present, re-treat for candida.
    Add in vitamin B6 at 200 mg a day for 6-12 weeks as it can help recovery from the chiropractic manipulation.

    Usually chiropractic can be very helpful—especially when combined with SHINE ('sleep-hormones-infection- nutritional supplements-exercise') – cfr. : http://www.endfatigue.com/treatment_options/Shine_treatment_protocol.html - to treat the metabolic issues (discussed in my book).
    In your case though, I would hold off and treat with SHINE instead.
    Also, ask your therapist or chiropractor to check to see if your hip heights are even.
    If not, a $15 heel lift can do wonders (if it is the right size heel lift, you'll feel better and more balanced immediately when you use it; if not, it is not the right size).

    Love & Blessings,
    Dr. Teitelbaum (-
    http://www.endfatigue.com/about-dr-t/Index.html -).


    Cfr. : http://www.endfatigue.com/qa/Questions_and_answers_0808.html



    The SHINE Approach and Treatment Protocol
    Understanding The SHINE Approach to CFS/FM Treatment


    In his 30 years of clinical experience and in his landmark study on Effective Treatment of CFS/FM, Dr. Teitelbaum has found that his SHINE approach to treating CFS/FM is successful in the vast majority of patients.

    The SHINE Treatment Protocol is a list of the more common treatments for CFS/FM.
    SHINE represents five areas of health issues that need to be addressed when creating a treatment program.
    These health issues and their roles in treating CFS/FM are as follows :

    • S = SLEEP
      Get adequate sleep, preferably eight to nine hours a night.
      Sleep replenishes the body's energy and heals its muscles.
      Inadequate sleep will leave you exhausted and in pain.

    • H = HORMONES
      Get tested for hormone deficiency and treated if needed.
      Hormone deficiencies can contribute to fibromyalgia and chronic fatigue syndrome.

    • I = INFECTIONS
      Get treatment when symptoms of infections occur.
      The lack of restorative sleep in CFS/FM leads to dysfunctional immune systems.
      Underlying viral, bacterial, bowel, sinus and yeast infections are common and can be a contributing cause or result of CFS/FM.

    • N = NUTRITONAL SUPPLEMENTS
      Optimal nutritional supplementation is essential.
      Many nutrients can be depleted as a result of CFS/FM. B-12, magnesium, Acetyl L Carnitine and glutathione, as well as your basic A, B, C and D vitamins need to be supplemented at a level that your average over the counter multivitamin cannot provide.

    • E = EXERCISE
      Exercise as able.

    After 10 weeks on the 4 steps above, you will be able to slowly increase your exercise-without being wiped out the next day !

    'SHINE Treatment Protocol for CFIDS/Fibromyalgia' that Dr. Teitelbaum used in his own practice and his study is available at : http://www.endfatigue.com/treatment_options/Shine_protocol_document.html -.
    This protocol is used worldwide by practitioners who want to effectively treat CFS/FM, as well as patients who want to start natural remedies on their own.
    You can download, print and use this as a guide with your practitioner to tailor your treatment regimen to your specific symptoms.



    Het protocol van dokter Teitelbaum
    Deel I & II

    Cfr. : www.jules.be – dd. 07-08-2007


    What to expect

    It takes an average of six weeks to begin to feel the benefits of your treatment.
    During this time, you should chart important information about your treatment progress, such as dates when you start or stop individual treatments and their effects.

    For most of you, CFS/FM took months to fully manifest.
    It can also take several months to get well.
    Although the SHINE protocol gives you the fastest path to healing, keep in mind that total recovery can take several months to over a year.
    You should remain on the treatment program until you are feeling consistently well for six months or more (with no back-sides).
    After that, you can taper off the program by discontinuing one treatment every one to two weeks.

    The gradual tapering is recommended so that you can make sure a particular treatment is no longer needed.
    Although it isn't usually necessary, any or all of the treatments can be used forever without harm.
    Many patients choose to continue several treatments long term after stopping the majority of them.
    Reading your body’s signals and taking your practitioner’s advice are your best tools in determining which treatments should be continued to remain well.

    Cfr. : http://www.endfatigue.com/treatment_options/Shine_treatment_protocol.html


    Read all about chronic fatigue syndrome and fibromyalgia at : http://www.endfatigue.com/resources/


    06-10-2008 om 13:20 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het eerste vermoeidheidscentrum van Nederland
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




































      Het eerste vermoeidheidscentrum van Nederland


     

    Symposium

    ' ME/CVS : Een andere benadering '

    Het vermoeidheidscentrum in Lelystad wordt

    op 9 oktober om 15.00 uur

    geopend met een symposium

    in het Agora Theater in Lelystad

    Het thema is

    ME/CVS : Een andere benadering

    PvdA-Kamerlid Marjo van Dijken – één van de vele sprekers – zal hierover een toespraak houden.

    De toegang is gratis.

    Er is een rustruimte aanwezig voor patiënten die het symposium willen bijwonen.

    Info

    VermoeidheidCentrum Nederland bv

    Botter 11-38
    8232 JM Lelystad
    Tel. : 0320-267768
    Om de contacten met onze patienten zo efficiënt mogelijk te kunnen doen, verzoeken wij u alleen tussen 10.30 en 13.30 uur te bellen.
    U kunt natuurlijk ook even e-mailen, dan bellen wij u snel terug.
    Voor spoedgevallen kunt u altijd 06-53930236 bellen.

    Fax : 0320-267765
    E-mail :
    info@vermoeidheidcentrum.nl
    Website :
    www.vermoeidheidscentrum.nl

    ME/CVS-Stichting

    Noordse Bosje 16
    1211 BG Hilversum
    Tel. : 035-621 12 90 (werkdagen tussen 10u en 12u30)
    Fax : 035 - 621 12 19
    E-mail :
    me-cvs-stichting@zonnet.nl
    Website :
    www.me-cvs-stichting.nl

    Aanmelden

    http://www.vermoeidheidscentrum.nl/258_aanmelden.html




    Inhoud :

    I. - Vermoeidheidscentrum opent in Lelystad

    II. - Leven in een pijnlijke stroop

    III. - Wim Mattijssen – Patiënt

    IV. - Pierre de Roy – Directeur

    V. - Theo Wijlhuizen – Internist

    VI. - Chronisch moe

    VII. - Het VermoeidheidCentrum in Lelystad



    I. - Het VermoeidheidCentrum in Lelystad

    Anne Boer – ME/CVS.Net, 03-10-2008

    Het eerste vermoeidheidscentrum van Nederland opent donderdag 9 oktober officieel de deuren in Lelystad.
    Het centrum is opgezet uit onvrede over de bestaande behandelmethoden en moet leiden tot betere behandeling, meer behandelingen en meer wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte ME/CVS.

    Volgens medeoprichter Pierre de Roy - zelf sinds 1994 patiënt - worden patiënten van het kastje naar de muur gestuurd : "De behandeling vanuit de psychologie is leidend, terwijl deze methode internationaal allang is achterhaald en door veel patiënten wordt verafschuwd. Er is te veel aandacht voor vermoeidheid en functionele beperkingen en niet voor andere symptomen. Een combinatie van behandelingsmethoden, afgestemd op de klachten die van patiënt tot patiënt verschillen, is veel effectiever. Dat gaan wij doen."

    Naast psychologische aspecten wordt daarbij bij voorbeeld gekeken naar virussen (medicijnen), hartfunctieafwijking, erfelijke aanleg en stofwisseling (voeding).
    Het centrum wil jaarlijks enkele honderden patiënten behandelen.
    Voor 2009 moeten dat er ongeveer 200 zijn en in 2010 al 400.
    Het Vermoeidheidscentrum werkt daarbij samen met tal van specialisten en de Universiteit Twente.
    Tot dusver was het Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid van het UMC St. Radboud in Nijmegen de enige plek waar wetenschappelijk onderzoek werd verricht naar ME/CVS.
    Het centrum in Lelystad is met eigen geld gerealiseerd.
    Er zijn nog geen contracten met zorgverzekeraars, maar daar wordt al wel over gesproken.
    "Het zal niet lang duren voordat het wordt vergoed. Maar we willen ook graag eerst onze aanpak bewijzen."
    Dat betekent dat patiënten zich vooralsnog voor eigen rekening aanmelden.
    Volgens De Roy is dat niet het grootste probleem : " Veel mensen zoeken nu ook voor eigen rekening hulp, bijvoorbeeld in België of uit pure nood in het alternatieve circuit."

    Patiëntenvereniging ME/CVS Stichting Nederland ziet in het vermoeidheidscentrum een teken van hoop.
    "Veel te veel mensen worden ten onrechte nog steeds naar huis gestuurd", zegt directeur Mary Rietdijk van de stichting.

    Cfr. : http://www.mecvs.net/module-ME_CVS_docs-viewpub-tid-1-pid-364.html



    II. - Leven in een pijnlijke stroop

    Anne Boer - BN-DeStem.nl, 03-10-2008

    Te moe om de krant uit de brievenbus te halen, om je kinderen te verzorgen, om uit bed te komen.
    En dat dag in dag uit, jaar in jaar uit.
    ME/CVS is een dramatische aandoening.
    Bij zeker 35.000 mensen is de ziekte vastgesteld en er komen jaarlijks zo'n 10.000 patiënten bij.
    In Lelystad opent volgende week donderdag het eerste vermoeidheidscentrum van Nederland de deuren.
    Het is een serieuze poging de kennis over de ziekte en de hulp aan de patiënt te verbeteren.
    ,,De behandeling die nu in Nederland wordt gegeven is volstrekt achterhaald. We lopen twintig jaar achter vergeleken met het buitenland."

    De initiatiefnemers van het vermoeidheidscentrum zijn Pierre de Roy (ondernemer en patiënt), Theo Wijlhuizen (internist) en Werner Asberg (manueel therapeut).
    Ze zijn op een of andere manier allemaal ervaringsdeskundige.
    De opening van het centrum betekent daardoor ook persoonlijk veel voor ze.
    Zoveel dat ze het met eigen geld opzetten in het pand van Asberg.

    ,,Het leed is echt met geen pijn te beschrijven", spreekt directeur Pierre de Roy uit ervaring.
    Hij is zelf patiënt.
    ,,Het begint ermee dat de diagnose vaak jaren op zich laat wachten. Dat kan door onwetendheid van de huisarts of specialist gebeuren, maar ook doordat die behandelaars niet geloven in ME/CVS."
    Gemiddeld zijn er 24 doorverwijzingen nodig.

    Veel patiënten zitten thuis zonder enige behandeling.
    Weten soms niet eens wat ze mankeren.
    In de meeste gevallen gaat het daar van kwaad tot erger.
    Familie en vrienden haken af, relaties lopen stuk, ze krijgen problemen op school of werk.
    ,,Veel patiënten verdwijnen naar de rand van de samenleving. Raken geïsoleerd. Echt extreem triest", zegt Theo Wijlhuizen, die al twintig jaar bezig is met onderzoek en behandeling van patiënten met aanhoudende vermoeidheidsklachten.

    Eén van zijn ontdekkingen is het voorschrijven van het vitamine B12.
    ,,In de meeste gevallen is geen genezing mogelijk. We moeten dus vooralsnog genoegen nemen met het draaglijker maken van het leven. Dan heb je het over een procentje hier en een procentje daar. B12 is in dat licht een grote vooruitgang."

    De meeste patiënten moesten het tot dusver doen met gedragstherapie, in combinatie met een strak schema waarin activiteit geleidelijk wordt opgebouwd.
    Internist Van Wijlhuizen : ,,Niet iedere patiënt heeft dezelfde klachten. Daarom is er maatwerk nodig. Die leveren wij door te beginnen met een uitgebreide intake waarbij we de patiënt nauwkeurig in kaart brengen. Dat leidt tot een aanpak die beter aansluit bij zowel de beleving als klachten van de patiënt. Stapje voor stapje zoeken we vervolgens naar mogelijkheden om de klachten te verminderen."

    Voor de hulp heeft het centrum de beschikking over een internist, fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog, specialist op het gebied van arbeid en inkomen en een oefentherapeut.
    Iedere patiënt krijgt een persoonlijke coach.

    Patiënten maken door onbegrip, foute inschattingen en halsstarrige instanties de meest dramatische situaties mee.
    Ze noemen het voorbeeld van een moeder die een twaalfjarige zoon heeft die zo moe is dat hij niet naar school kan.
    Het kind wordt door de Raad van de Kinderbescherming gedwongen uit huis geplaatst omdat de moeder het kind van school zou houden.
    Uiteindelijk stelt de rechter de moeder in het gelijk.
    Een ander voorbeeld is van een vrouwelijke patiënte die zo gebeten is op behandeling dat ze uiteindelijk met de diagnose waanideeën gedwongen wordt opgenomen in een inrichting.
    Theo Wijlhuizen zocht haar daar op en probeert de behandelaars te overtuigen dat deze patiënte ME/CVS heeft en dus een andere behandeling nodig heeft dan shocktherapie.

    De oorzaak van de ziekte is onduidelijk.
    En de ziekte is ook nog eens lastig aan te tonen.
    Wel is inmiddels duidelijk dat aanhoudende stress en ingrijpende gebeurtenissen als een scheiding, dood van een familielid of een operatie de balans zodanig kunnen verstoren dat het mis gaat.
    Internist Wijlhuizen : ,,Het lijkt wel of de patiënt in een soort overdrive komt, nog even een eindsprintje trekt en dan in een valkuil duikelt. Het wrange is alleen dat het eenrichtingsverkeer is. De weg terug is helaas afgesloten. Het is aan ons en de wetenschap daar een uitweg voor te vinden."

    Cfr. : http://www.bndestem.nl/extra/gezondheid/3811686/Leven-in-een-pijnlijke-stroop.ece



    III. - Wim Mattijssen – Patiënt

    BN-DeStem.nl, 03-10-2008

    Wim Mattijsen (46) uit Gendt is ME/CVS-patiënt.
    Hij had een schildersbedrijf met vijftien mensen op de loonlijst.

    Door zijn ziekte is daar weinig meer van over.
    Er zijn nog twee mensen in dienst.
    Hij kan niet meer dan drie uur per dag – verdeeld over de morgen en de middag – lichte arbeid verrichten.
    Hij kreeg in 2000 de eerste klachten.
    In 2004 ging het helemaal mis.
    Hij heeft van alles geprobeerd om de ziekte de baas te worden, zoals therapie en experimentele medicijnen, maar vooralsnog zonder succes.
    ,,Ik ga iedere jaar nog achteruit."

    Mattijssen is blij met het vermoeidheidscentrum, ook al is Lelystad voor hem ver weg.
    ,,Ze nemen je daar als patiënt serieus en dat is al heel wat waard."
    Hij hoopt dat het centrum de ziekte in Nederland beter op de kaart zet : ,,Er is zoveel onbegrip. Je denkt toch niet dat ik voor de lol ziek ben. Ik ben m'n bedrijf bijna kwijt. Vrienden kwijtgeraakt. Als je een been breekt, snappen mensen dat. Maar wat mensen niet begrijpen, is ook niet uit te leggen. "

    Cfr. : http://www.bndestem.nl/extra/gezondheid/3811684/Wim-Mattijssen--Patient.ece



    IV. - Pierre de Roy – Directeur

    BN-DeStem.nl, 03-10-2008

    Pierre de Roy (49) was directeur van een florerend softwarebedrijf en actief sporter toen de ziekte hem op 35-jarige leeftijd velde.

    Het begon met een operatie aan zijn knie.
    Revalidatie ging moeizaam, kostte hem steeds meer energie en uiteindelijk was hij te ziek om te werken.
    Maar niemand kon hem vertellen wat hij mankeerde : ,,Ik was heel actief met sport bezig. Toen dat niet meer ging, besloot ik wedstrijdjes te gaan fluiten. Eerst deed ik er drie op een dag. Dat werden er twee, toen een en op een dag haalde ik de rust van dat ene duel al niet meer. Ik kon uiteindelijk helemaal niets meer."
    Hij begon een zoektocht en kwam uit op ME/CVS.
    Pas in 2006 werd de diagnose bij hem officieel gesteld : ,,Door mijn ziekte heb ik veel geleerd over ME/CVS, ervaren hoe veel misstanden er nog zijn. Ik wil graag helpen daar een einde aan te maken."

    Cfr. : http://www.bndestem.nl/extra/gezondheid/3811689/Pierre-de-Roy--Directeur.ece



    V. - Theo Wijlhuizen – Internist

    BN-DeStem.nl, 03-10-2008

    Theo Wijlhuizen (49) is internist en de enige specialist in Nederland die zich uitsluitend met ernstige vermoeidheid bezighoudt.

    Hij werkte in diverse ziekenhuizen en had een fantastische carrière in het vooruitzicht toen in 1994 zijn vriendin van de ene op de andere dag ziek werd.
    Ze was in Nicaragua geweest en Theo dacht aan een infectie.
    Maar er bleek geen medische verklaring te vinden.
    Zijn vriendin werd zieker en zieker.
    Theo besloot van baan te veranderen om meer tijd te hebben voor de verzorging van zijn partner.
    Hij kwam in dienst bij een Arbodienst.
    Zag ook daar een eindeloze rij mensen voorbij komen met dezelfde problemen.
    Vanaf dat moment heeft ME/CSV hem nooit meer losgelaten : ,,Duizenden mensen heb ik behandeld. Ik zie het inmiddels als een roeping."
    Wijlhuizen is verbonden aan de Universiteit Twente.

    Cfr. : http://www.bndestem.nl/extra/gezondheid/3811683/Theo-Wijlhuizen--Internist.ece



    VI. - Chronisch moe

    BN-DeStem.nl, 03-10-2008

    Zo'n 100.000 Nederlanders hebben onverklaarbare, chronische, ernstige vermoeidheid.

    Bij 35.000 daarvan is ME/CVS geconstateerd. ME/CVS staat voor 'Myalgische Encephalomyelitis' of het 'Chronisch Vermoeidheid Syndroom'.
    De ziekte is sinds 1999 in Nederland officieel erkend.

    De aandoening wordt gekenmerkt door een ernstig invaliderende vermoeidheid die niet door een andere lichamelijke of psychologische oorzaak kan worden verklaard.
    Naast vermoeidheid kan er sprake zijn van symptomen als spierpijn, malaisegevoel na inspanning, gewrichtsklachten, maag- en darmklachten, concentratie- en of geheugenproblemen.

    ME/CVS Stichting Nederland is een patiëntenvereniging met 4.000 donateurs.
    Directeur Mary Rietdijk : ,,Dagelijks spreken wij mensen die pas na jaren de diagnose ME/CVS krijgen van een huisarts of specialist. Hopelijk helpt het centrum deze misstanden te verminderen."

    Cfr. : http://www.bndestem.nl/extra/gezondheid/3811687/Chronisch-moe.ece



    VII. - Het VermoeidheidCentrum in Lelystad

    VermoeidheidsCentrum.nl

    1. - Over ons

    Het VermoeidheidCentrum in Lelystad is er voor patiënten met aanhoudende vermoeidheidklachten en daarmee samenhangende problemen.
    Onze specialisatie is ernstige burnout en ME/CVS.
    De benadering vanuit het centrum is multidisciplinair, de patiënt staat centraal in de behandeling.
    Eerst voor een uitgebreide intake en daarna voor behandeling.
    De patiënt wordt begeleid door een persoonlijke coach die tevens de coördinator is van het behandelingsteam.


    2. - De cijfers zijn zorgwekkend

    Een derde van de Nederlandse bevolking klaagt over vermoeidheid.
    Van de huisartsbezoeken heeft 16% te maken met klachten over vermoeidheid.
    Zo’n 100.000 mensen hebben last van onverklaarbare chronische ernstige vermoeidheidklachten.
    Daarvan is bij minimaal 35.000 mensen ME/CVS gediagnosticeerd (Gezondheidsraad, 2005) en jaarlijks komen daar zo’n 10.000 patiënten bij.
    Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek treft burnout 10% van de mannelijke Nederlandse werknemers en 15% van de Nederlandse hoog opgeleide vrouwen.
    De verwachting is dat deze zorgwekkend hoge aantallen de komende jaren zullen stijgen.


    3. - Onze missie

    Wie lijdt aan niet direct duidelijke, aanhoudende, ernstige vermoeidheidklachten verblijft vaak te lang, zonder noodzaak en zonder aantoonbaar en ervaarbaar resultaat in het behandelcircuit.
    Een gerichte intake vanuit expertise op grond van ervaring en kennis leidt daarentegen tot een effectievere en snellere behandeling.

    Het VermoeidheidCentrum werkt op dit gebied oplossingsgericht en met een minimale belasting voor de zorgvrager.
    We nemen tijd voor de intake en het afnemen van de testen.
    Verschillende specialisten stellen met de patiënt een behandelplan op dat multidisciplinair wordt uitgevoerd.
    De patiënt wordt daarbij steeds door een persoonlijke coach begeleid.
    We werken voor en vanuit de patiënt.
    In onze optiek is niet de huisarts maar de patiënt zelf de regisseur van zijn of haar behandeling.

    Deze benadering luistert nauw en vraagt naast deskundigheid om inzet, betrokkenheid en inlevingsvermogen.
    Onze ondernemende aanpak is daarop gefundeerd.
    Met werken in multidisciplinaire teams, begeleiding van de patiënt, rustgevende inrichting en goede stoelen in wacht- en praktijkruimten en gunstige toegangstijden voor de zorgvrager.
    Daar waar het zorgsysteem beperkingen heeft voor de doelstellingen, durft het VermoeidheidCentrum nieuwe keuzes te maken.


    4. - Initiatiefnemers

    Werner Asberg, manueel therapeut met een succesvolle, gespecialiseerde praktijk in Lelystad met meerdere therapeuten.
    Hij werkt aan een steeds verder gaande specialisatie van zijn praktijk door toevoeging van andere vormen van fysiotherapie.

    Pierre de Roy, ondernemer, ervaringsdeskundige, bestuurder van de ME/CVS-Stichting Nederland en lid van de kerngroep Richtlijn ontwikkeling ME/CVS voor het kwaliteitsinstituut CBO.

    Theo Wijlhuizen is medisch specialist (internist) met een specialisatie op het gebied ernstige vermoeidheid.
    Daarnaast was hij bestuurslid medische zaken bij de ME/CVS-Stichting Nederland.
    Hij heeft zitting in de wetenschappelijke adviesraad van de fibromyalgievereniging, schreef een werkboek voor patiënten en hulpverleners en is verbonden aan de Faculteit Gedragswetenschappen, afdeling Psychologie en Communicatie van Gezondheid en Risico van de Universiteit Twente.

    In de Raad van Advies is de patiëntenvertegenwoordiging in handen van Mary Rietdijk van de ME/CVS-Stichting Nederland.


    5. - Contact

    VermoeidheidCentrum Nederland bv
    Botter 11-38
    8232 JM Lelystad
    Op http://www.vermoeidheidscentrum.nl/236 vindt u de routebeschrijving.
    Tel. : 0320-267768
    Om de contacten met onze patienten zo efficiënt mogelijk te kunnen doen, verzoeken wij u alleen tussen 10.30 en 13.30 uur te bellen.
    U kunt natuurlijk ook even e-mailen, dan bellen wij u snel terug.
    Voor spoedgevallen kunt u altijd 06-53930236 bellen.

    Fax : 0320-267765
    E-mail : info@vermoeidheidcentrum.nl
    Website : www.vermoeidheidscentrum.nl


    6. - Aanbod

    6.1 - Een multidisciplinaire intake - leidt tot patiëntprofiel en behandelplan
    Multidisciplinaire intake gebeurt op basis van de bestaande diagnose of is ondersteunend aan diagnosestelling.
    En omdat bepaalde klachtentypen niet met elkaar te vergelijken zijn, leidt de intake tot een patiëntprofiel (indeling in subgroep) en een voorstel tot behandelplan/team.

    6.2 - Multidisciplinaire behandeling - een gestructureerde behandelroute
    Een behandelplan wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team, samengesteld op basis van het patiëntprofiel.
    Uiteraard is er ruimte voor de persoonlijke situatie van de patiënt en de expertise van de behandelaar.

    Er is overleg tussen de verschillende behandelaars.
    Een multidisciplinair team kan bestaan uit een: internist, fysiotherapeut, persoonlijke coach; afhankelijk van het patiëntenprofiel aangevuld met een ergotherapeut, psycholoog, een specialist op het gebied van arbeid en inkomen en een oefentherapeut.

    6.3 - Vragenlijsten, fysieke- en mentale belastbaarheidtesten
    Alles begint altijd met het invullen van een aantal vragenlijsten.
    Deze kunnen worden aangevuld met fysieke en mentale belastbaarheidtesten.
    Want waar de vermoeidheid zit, is sinds kort meetbaar, zonder dat daarvoor fysieke inspanning nodig is.

    6.3.1 - Fysieke test : deze bestaat uit drie onderdelen, die géén lichamelijke inspanning vereisen !

    • het meten van maximale energieopname en energievoorraden, kortweg de fysieke conditie;

    • metingen aan het autonome zenuwstelsel die onder meer het acute stressniveau tonen;

    • metingen aan het centraal zenuwstelsel, hart-long functies, ontgiftingsystemen en de mate van uitputting van stresshormonensysteem.

    6.3.2 - Mentale test : een gecomputeriseerde neuropsychologische test van ongeveer een uur levert een cognitief prestatieprofiel op.

    6.3.3 - Laboratoriumonderzoek : daarnaast kan op aangeven van de internist (aanvullend) laboratoriumonderzoek worden uitgevoerd.

    6.4 - Mijn Gezondheidsgegevens
    Als patiënt vindt u vanaf najaar 2008 op deze website meer nieuws over ME/CVS, Burnout.
    Tevens kunt u gebruik maken van “Mijn GezondheidGegevens”.
    Dit nieuwe concept gaat uit van het zorgvraagperspectief en loopt vooruit op de gangbare initiatieven.


    7. - Vermoeidheid

    Een derde van de Nederlandse bevolking klaagt over vermoeidheid.
    Van de huisartsbezoeken heeft 16% te maken met klachten over vermoeidheid.
    Aandoeningen die hiermee verband houden zijn onder meer de ziekte van Pfeiffer, Burnout, ME/CVS, Fibromyalgie, Lyme; maar ook andere ernstige ziektes zoals Kanker en Multipele Sclerose.
    Wie lijdt aan niet direct duidelijke, aanhoudende, ernstige vermoeidheidklachten verblijft vaak te lang zonder noodzaak of resultaat in het behandelcircuit hangen.


    8. - ME/CVS

    ME/CVS staat voor : 'Myalgische Encephalomyelitis' of het 'Chronisch Vermoeidheid Syndroom'.
    Dit wordt gekenmerkt door een ernstige invaliderende vermoeidheid die niet door een andere lichamelijke of psychologische aandoening verklaard kan worden.
    Naast ernstige vermoeidheid kan er sprake zijn van symptomen als spierpijn, lang aanhoudend malaisegevoel na inspanning, gewrichtsklachten, hoofdpijn, slaapstoornissen, maag- en darmklachten, concentratie- en/of geheugenproblemen.
    Omdat er geen diagnostische tests beschikbaar zijn, wordt gewerkt met een internationaal erkende casusdefinitie.
    Daarin is aangegeven dat er minstens zes maanden sprake moet zijn van aanhoudende of steeds terugkerende vermoeidheid en van een aantal andere symptomen.
    Ook beschrijft de definitie een aantal exclusiecriteria.
    Door meningsverschil over wat onder ME/CVS verstaan wordt en over de mogelijke oorzaken ervan, is een grote variatie in het aanbod van de diagnostiek en de begeleiding van deze patiënten (bijvoorbeeld ten aanzien van arbeidsgeschiktheid) ontstaan.
    In 2008 is er een richtlijn afgerond die met name een meer uniforme benadering en werkwijze beoogt.

    Vooral bij patiënten over de hele wereld speelt onder meer de discussie hoe de aandoening moet heten : ME, CVS, ME/CVS om eigenlijk maar één reden : niet eens zo zeer de erkenning van de naam, maar erkenning van het feit dat er verschillende typen of subgroepen bestaan, die ieder een eigen behandeling vragen.
    Een voorbeeld van indeling in subgroepen, is die van Leonard Jason, de bekende ME/CVS onderzoeker uit de USA, die recent vier clusters heeft geïdentificeerd op de ernst van klachten :

    • vooral overgevoeligheid en infectieklachten (“meer ME”);

    • spier/gewricht, slaap en malaise na inspanning (“meest CVS”);

    • ernstigste neuro-cognitieve klachten;

    • met de lichtste klachten over de hele linie, nauwelijks neurocognitieve klachten.

    Huisartsen kunnen weliswaar in bepaalde gevallen een diagnose stellen, maar de behandeling zelf stuit in de praktijk op grote problemen.
    De psychologie in de eerste lijn is niet ingesteld op dergelijke vermoeidheidsgerelateerde aandoeningen.
    Ook in algemene ziekenhuizen is de arts vaak overvraagd.
    Revalidatiecentra zijn duur en meer geschikt voor klinische behandeling.
    Dat is een ernstig probleem, want de vraag om hulp en begeleiding is groot en neemt toe.

    Voor de behandeling is achtergrondkennis van de ziekte noodzakelijk.
    Een 100% effectieve behandeling voor iedereen is niet voorhanden.
    Daarom is aanpak van ME/CVS zeer specialistisch.
    Een multidisciplinaire behandeling sluit het meeste aan bij zowel beleving- als klachtenpatroon van de meeste patiënten.


    9. - Burnout

    9.1 - Chronische stress
    Chronische stress levert fysiek een aanslag op je gezondheid : je immuunsysteem raakt ontregeld, waardoor je vatbaar bent voor allerlei ziektes.
    Uiteindelijk kan dat leiden tot een verstoring van de neuro-immunologische en hormonale balans, wat veel klachten verklaart.
    Bepaalde werksituaties vormen een risico bij uitstek, maar ook de privésituatie speelt natuurlijk mee : ingrijpende gebeurtenissen zoals een scheiding, problemen met een kind of de dood van een familielid kunnen de balans negatief beïnvloeden.
    Gebrek aan wetenschappelijke kennis over klinische burnout heeft ook zijn weerslag op de behandeling van burnout.

    Cijfers zijn moeilijk te geven door de verschillen in definitie, meetmomenten en registratie en door onvoldoende verschil te maken met depressie.
    NWO heeft berekend dat 7,2 % van de Nederlandse beroepsbevolking een klinische Burnout heeft (490.000 mensen).
    Daarentegen heeft 16,1% tot 22% van de Nederlandse beroepsbevolking een verhoogd risico.
    Mensen kunnen ook deels-, of grotendeels een burnout hebben maar toch werken.

    9.2 - Stress en Vermoeidheid
    Burnoutexpert Frank Schaper gaat in zijn boek 'Eerste Hulp bij Stress en Vermoeidheid' (1) nog verder : “ons lichaam maakt geen onderscheid tussen werkstress en privéstress; verleden, karakter, levensfase, sexe, basisgezondheid en leefgewoonten spelen een belangrijke rol”.
    Hij schrijft verder : “Burnout is een dramatische afsluiting van een levensfase, gekenmerkt door een jarenlang volgehouden levensstrategie in een steeds ongezondere situatie. De Burnout kan in gang gezet worden door een enkele gebeurtenis of een samenloop van omstandigheden. Stress en vermoeidheid vormen een ingewikkeld onderwerp, dat vanuit diverse invalshoeken moet worden benaderd, geen enkele discipline mag het specialisme op dit gebied claimen. Uitputting zit evenzeer “tussen onze oren” als in de rest van ons lichaam. Herstel vergt een multidisciplinaire aanpak”.

    Maslach en Schaufeli hebben in 1993 vijf kerneigenschappen van Burnout afgeleid uit de vele verschillende wetenschappelijke definities :
    - vermoeidheid,
    - lichamelijke spanningsklachten
    - de klachten zijn verbonden met de werksituatie
    - de klachten worden ervaren door ‘normale’ mensen, dat wil zeggen niet door mensen die al met een psychische stoornis bekend waren
    - de werknemer met burnout ervaart dat hij/zij minder effectief kan werken door negatieve opvattingen en gedrag.


    10. - Intake

    10.1 – Multidisciplinair
    Wie kiest voor het VermoeidheidCentrum begint altijd met het invullen van een aantal vragenlijsten en maakt daarna kennis met de persoonlijke coach.
    In deze ontmoeting komen (on)mogelijkheden aan de orde.
    Op basis van dat gesprek kan worden besloten tot een intake en de precieze invulling daarvan.

    De intake is altijd multidisciplinair.
    De volgende disciplines maken er vast deel van uit : internist, fysiotherapeut, persoonlijke coach.

    Dit team kan worden aangevuld met een ergotherapeut, psycholoog, een specialist op het gebied van arbeid en inkomen of een oefentherapeut.
    De doelstelling is het verkrijgen van zoveel mogelijk informatie vanuit verschillend perspectief voor het stellen van een (voorlopige) diagnose.
    De resultaten worden besproken door het intaketeam en doorgegeven aan de patiënt.
    In het laatste geval volgt ook de indeling in een patiëntprofiel (subgroep) en vaststellen van een behandelplan.

    De resultaten van de intake en het kunnen voldoen aan een aantal voorwaarden die het VermoeidheidCentrum stelt, bepalen of een behandeling door het VermoeidheidCentrum kan plaatsvinden.

    10.2 – Abonnementsvormen
    Een intake wordt op maat samengesteld.
    Daarvoor zijn als uitgangspunt drie standaarden uitgewerkt, die de patiënt inzicht geven in mogelijkheden :

    • Uitgebreid : de patiënt wordt begeleid door de coach tijdens het doen van tests op basis van vragenlijsten en een voorbereidende anamnese.
      Daarna wordt hij gezien door verschillende behandelaars.

    • Extra Uitgebreid : geeft aanvullend op Uitgebreid meer tijd (en dus kwaliteit) en daarnaast een uitgebreide fysieke belastbaarheidtest (zonder dat daarvoor lichamelijke inspanning nodig is !).

    • Meest Uitgebreid : geeft aanvullend op Extra Uitgebreid de meeste tijd en als extra een zeer uitgebreide mentale belastbaarheidtest.


    11. - Behandeling

    De start van een behandeling vraagt altijd een voorafgaande intake, ook als de diagnose al eerder gesteld is.
    Er is geen kant en klare oplossing voor iedere patiënt en dus heeft de intakefase waarde als observatie en het levert dus een patiëntprofiel met een daarbij behorend behandelplan en multidisciplinair team.
    Het behandelteam bestaat inimaal uit de internist, fysiotherapeut, ergotherapeut en persoonlijke coach, aangevuld met bijvoorbeeld een oefentherapeut, psycholoog en diëtist.
    In een beperkt aantal gevallen wordt er nog tot een aanvullende intakeperiode besloten, voordat de behandeling aanvangt.

    Er is een vast overleg tussen de verschillende behandelaars.
    De coach heeft een belangrijke rol als contactpersoon tussen behandelaars en patiënt.
    Het VermoeidheidCentrum gaat ervan uit dat de patiënt de regie over zijn gezondheid voert.
    Dit betekent dat de de coach van het VermoeidheidCentrum ondersteunt waar mogelijk en nodig hierbij.
    In het laatste geval is het streven de patiënt zoveel mogelijk zelf te leren regie over de eigen gezondheid te laten voeren.

    Er is geen kant en klare oplossing voor iedere patiënt, dus verschilt de behandeling per patientprofiel.
    De kern van de behandeling is in feite de kunst van het probleem oplossen.
    Het behandelteam brengt de mogelijkheden, beperkingen, vaste meetpunten en een stappenplan naar concrete doelen in kaart.
    Het doel wordt samen met de patiënt bepaald.
    De behandeling werkt stapsgewijs.
    Binnen de kaders van het behandelplan moet er volop ruimte zijn voor de persoonlijke situatie van de patiënt en de expertise van de behandelaar.

    Het VermoeidheidCentrum gebruikt het beste uit diverse methodes bij de behandeling van patiënten, maar hanteert altijd reguliere, geaccepteerde behandelmethodieken en biedt geen alternatieve therapieën aan.
    Het centrum staat wel open voor door de patiënt gekozen externe alternatieve therapieën.
    Onze aanpak voldoet aan de geldende criteria van kwaliteit en professionaliteit, zoals in het geval van de gekozen belastbaarheidtesten.

    De behandeling van ernstige burnout stoelt daarnaast voor een deel op het burnoutmodel van Frank Schaper.
    Hij hield een internetenquête onder ruim 400 burnoutslachtoffers en schreef boeken over burnout.
    Zijn burnoutmodel geeft richting aan het denken van zowel patiënt als behandelaar.

    Frank Schaper over Burnout :
    Stress en vermoeidheid vormen een ingewikkeld onderwerp, dat vanuit diverse invalshoeken moet worden benaderd, geen enkele discipline mag het specialisme op dit gebied claimen.
    Uitputting zit evenzeer “tussen onze oren” als in de rest van ons lichaam.
    Herstel vergt een multidisciplinaire aanpak
    ”.

    Natuurlijk wordt een behandeling op maat samengesteld, maar gemakshalve zijn drie standaarden uitgewerkt, die de patiënt inzicht geven in mogelijkheden en die als basis kunnen dienen voor maatwerk :

    • Uitgebreid : de patiënt wordt begeleid door de coach en gezien door verschillende behandelaars.

    • Extra Uitgebreid : geeft aanvullend op Uitgebreid meer tijd (en dus kwaliteit) en daarnaast een herhaalde uitgebreide fysieke belastbaarheidtest (zonder dat daarvoor lichamelijke inspanning nodig is!).

    • Meest Uitgebreid : geeft aanvullend op Extra Uitgebreid het meeste tijd en als extra een herhaalde, zeer uitgebreide mentale belastbaarheidtest.


    12. - Na de behandeling

    Tijdens de behandeling vinden regelmatig meetmomenten plaats.
    Na de behandeling wordt een evaluatie van de behandeling gehouden en bepaald of vervolgbehandeling of nazorg in de vorm van bijvoorbeeld een terugkom moment nodig is.


    13. - Hoe werkt het ?

    13.1 - Eerste contact
    Alles begint altijd met het invullen van een aantal vragenlijsten.
    Daarna volgt de eerste kennismaking met het VermoeidheidCentrum, waarbij de patiënt de persoonlijke coach ontmoet.
    Deze professional begeleidt de patiënten en coördineert het team behandelaars.
    In dat gesprek vertelt de patiënt zijn/haar eigen verhaal.
    Op basis van dat gesprek kan worden besloten tot wel of geen een intake.
    Vooralsnog zijn aan deze kennismaking géén kosten verbonden.

    13.2 - Verwijzing huisarts
    Het is raadzaam dat de patiënt de mogelijkheid een eventuele intake op het VermoeidheidCentrum met de huisarts vooraf bespreekt zodat voor een verwijsbrief kan worden gezorgd.

    13.3 - Intake en behandeling
    De intake en behandeling in het VermoeidheidCentrum zijn dermate uitgebreid, dat ze maar ten dele worden vergoed door de zorgverzekeraar.
    De behandelaar declareert rechtstreeks aan de zorgverzekeraar.
    Is daarvoor geen dekking op uw polis, dan volgt declaratie aan de patiënt.
    Onderdelen als meer tijd besteden aan de patiënt, fysieke- en mentale belastbaarheidtesten worden (nog) niet vergoed.
    Het deel van de kosten die voor eigen rekening zijn, zetten we vooraf duidelijk op papier.

    We introduceren daarnaast een abonnementsysteem voor de eigen kosten met een vast maandbedrag dat de toegankelijkheid vergroot.
    Daarnaast zullen werkgevers soms bereid zijn (mee) te betalen aan de behandeling voor en een snelle terugkeer in het arbeidsproces van medewerkers.
    Omdat er altijd sprake is van maatwerk kunnen we hiervan geen exacte bedragen noemen.

    13.4 - Kortingsregeling ME/CVS Stichting Nederland
    Voor de leden van de ME/CVS Stichting Nederland geldt een kortingsregeling.
    Bij een standaardabonnement dat als voorbeeld is gebruikt, is dat minimaal € 35,00 !


    14. - Aanmelden

    14.1 - Eerste contact
    Telefonisch of per email wordt een afspraak voor een eerste kennismaking met het VermoeidheidCentrum gemaakt.
    De patiënt vult hiervoor een aantal vragenlijsten in en stuurt dat minimaal één week van tevoren per email, fax of post toe.

    Voorlopig zijn aan deze kennismaking géén kosten verbonden.

    14.2 - Verwijzing huisarts
    Uiterlijk als tot een intake wordt besloten, overlegt de patiënt dit met de huisarts die een verwijzing uitschrijft die aan het centrum wordt opgestuurd.

    14.3 - Intake en behandeling
    De afspraak voor de intake wordt in overleg door het VermoeidheidCentrum geregeld.


    15. - Symposium

    Op 9 oktober 2008 introduceert VermoeidheidCentrum Nederland zich met het symposium “ME/CVS : een andere benadering” in het Agora Theater in Lelystad.

    Programma

    • 15.00 u - Ontvangst met koffie/thee

    • 15.30 u - Start programma (dat wordt onderbroken met een ruime pauze)
      - Opening door Mw. M.J. van Dijken, 2e Kamerlid PvdA
      - Prof. dr. J. Nijs, bewegingswetenschapper Universiteit van Brussel
      - Dr. J.E.W.C. van Gemert-Pijnen, coördinator E-Health
      - Drs. T. Wijlhuizen, internist
      - Interview met patiënten : topsporters met ME/CVS
      - Optreden van Margriet Sjoerdsma en haar band.

    • 18.00u -19.00u - Luxe hapje en drankje.

    Vernieuwende aanpak en plannen

    VermoeidheidCentrum Nederland presenteert daarnaast kort zijn vernieuwende aanpak en plannen voor :

    • Mijn GezondheidGegevens” met onder meer online testen, inzicht in het dossier en coaching;

    • Verschillende nieuwe meetinstrumenten;

    • Een nieuwe psychologische aanpak, ondersteunend aan de behandeling;

    • Een nieuw voedingssupplement van zeer hoge zuiverheid en kwaliteit, met een in Nederland unieke samenstelling, onder meer met acetyl-L-carnitine;

    • De samenwerking met Universiteit Twente.

    Bezoek aan het symposium

    • Een bezoek aan het symposium is gratis.

    • Dichtbij het station Lelystad-Centrum is een pendelbusje beschikbaar en er is ruime parkeergelegenheid in de omgeving van het Agora Theater.

    • Er is een rustruimte beschikbaar (op verzoek ook voor de start van het programma).

    • U kunt gebruik maken van een speciaal overnachtings-arrangement bij het nabij gelegen Apollo Hotel City Center.
      De kosten voor een overnachting in een- of tweepersoons kamer bedragen € 55,=.
      Er is daarnaast een beperkt aantal suites beschikbaar met zeer comfortabele bedden, voor € 70,= per overnachting.
      U kunt uiteraard gebruik maken van het ontbijtbuffet (€ 13,50 per persoon).

    • Agora Theather - www.agora-lelystad.nl - Agorabaan 12 in Lelystad, telefoon 0320-239230 (algemeen) of 0320-239230 (events).
      Op http://maps.google.com/maps?f=q&hl=nl&geocode=&q=Agorabaan+12,+Lelystad&sll=52.571342,5.539856&sspn=
      1.135136,2.471924&ie=UTF8&t=h&z=16&iwloc=cent&iwstate1=dir
      – vindt u een routebeschrijving.

    Aanmelden

    Inschrijven kan via : http://www.vermoeidheidscentrum.nl/258_aanmelden.html


    Referentie

    (1) - Eerste hulp bij stress en vermoeidheid - 20 signalen om een burnout te herkennen, 51 tips om hem te voorkomen
    Frank Schaper (illustraties : P. de Wit) - Scriptum, februari 2007 – ISBN10 : 9055945072 / ISBN13 : 9789055945078
    Recensie van Drs. J.J.M. van der Heijden (NBD|Biblion recensie) : In dit zelfhulpboek wordt de invloed besproken van de vijftig meest voorkomende gezondheidsklachten op het ontstaan van stress en/of burn-out.
    Deze lijst van klachten is door de auteur samengesteld op grond van zijn ervaringen als personal coach met zijn clienten.
    Het is een soort checklist die gebruikt wordt bij de tips om (bij jezelf) vermoeidheid, stress en burn-out te herkennen en te voorkomen.
    De tips zijn verdeeld in zeven categorieen en de meeste zijn geillustreerd met een toepasselijk eenstrooks stripverhaal van de strippsychiater Sigmund.
    Uitgangspunt is het burn-outmodel dat de auteur heeft ontworpen.
    Vermoeidheid, stress en burn-out zijn daarin de in ernst oplopende gevolgen die leiden tot uitputting door een tekort aan energie, tijd etc.
    Dit wordt veroorzaakt door factoren op het werk en prive, die beinvloed worden door leeftijd en sekse.
    Karakter, leefgewoonten en basisgezondheid versterken of verzwakken de ernst van de klachten, of vervroegen of verlaten het optreden ervan.
    Voor meer tips met betrekking tot het karakter verwijst de auteur naar zijn boeken over het enneagram en naar internet.
    Vlot leesbaar.
    Cfr. : http://www.bol.com/nl/p/boeken/eerste-hulp-bij-stress-en-vermoeidheid/1001004004493063/index.html


    Cfr. : http://www.vermoeidheidscentrum.nl/


    05-10-2008 om 23:24 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Centra voor chronisch vermoeiden staan ter discussie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




















    Het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg
     (nochtans volk genoeg zo te zien ?!)




    Chronisch vermoeidheidssyndroom
    - Mededeling van het RIZIV -

    © RIZIV-INAMI 2004

    Naar aanleiding van de internationale CVS/ME dag op 12 mei 2004, wenst het RIZIV het volgende mee te delen :


    1. - In verband met de referentiecentra

    Op basis van een advies vanwege de Hoge Gezondheidsraad inzake de tenlasteneming van het Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) in ons land, heeft het RIZIV een overeenkomst afgesloten met vijf gespecialiseerde derdelijns referentiecentra voor patiënten die lijden aan het Chronisch vermoeidheidssyndroom.
    Deze overeenkomst regelt de financiering door de verplichte ziekteverzekering van een multidisciplinaire, diagnostische en therapeutische tenlasteneming ten behoeve van de patiënten die getroffen zijn door deze ernstige, invaliderende aandoening.

    Het RIZIV heeft deze overeenkomst tussen april en oktober 2002 afgesloten met al de Universitaire ziekenhuizen die daartoe een aanvraagdossier hebben ingediend, tussen alle Vlaamse universiteiten en één franstalige.

    Op jaarbasis kunnen de CVS-referentiecentra aan ongeveer 700 patiënten een volledig behandelingsprogramma aanbieden.
    Doordat de patiënten echter reeds vanaf het eerste contact in de centra, voorafgaand aan het eigenlijke behandelingsprogramma, begeleid en therapeutisch geadviseerd worden door de expert-clinici van de centra is het totaal aantal patiënten dat de CVS-referentiecentra jaarlijks behandelen ongetwijfeld veel groter.

    De eerste fase van de RIZIV-overeenkomsten met de CVS-referentiecentra loopt eind juni 2005 af.
    Een uitvoerige statistische evaluatiestudie met betrekking tot de werking van deze centra en de outcome van hun behandelingen moet tegen dan af zijn.
    Op basis van de bevindingen van deze studie en in het licht van de wetenschappelijke stand van zaken met betrekking tot het Chronisch vermoeidheidssyndroom op dat moment zal het beleid dat gevoerd is ten voordele van de CVS-patiënten kritisch getoetst en indien nodig bijgestuurd worden naar de toekomst.


    2. - In verband met de evaluatie van de arbeidsongeschiktheid

    Het RIZIV wenst te beklemtonen dat de gevolgen van CVS op de arbeidsgeschiktheid van een verzekerde steeds in concreto moeten worden beoordeeld.

    Gevolg gevend aan een weliswaar beperkt aantal klachten, kondigt het RIZIV een aantal initiatieven aan die tot doel hebben de communicatie tussen de controlerende geneesheren en de patiënten te verbeteren.

    Samen met de Hoge Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit zal een actieplan worden ontwikkeld met volgende elementen :

    • organisatie van een enquête bij de verzekerden die aan een lichamelijk onderzoek werden onderworpen;

    • contacten tussen de Hoge Commissie en patiëntenorganisaties;

    • algemene informatie aan de verzekerden over het verloop van het onderzoek.

    Deze engagementen zullen in de bestuursovereenkomst tussen de Regering en het RIZIV worden ingeschreven.

    Uit dit alles mag duidelijk blijken dat het RIZIV oog en oor heeft voor de vragen en bekommernissen van de CVS-patiënten.


    Cfr. : http://www.cvs-online.nl/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=313&mode=thread&order=0&thold=0




    Centra voor chronisch vermoeiden staan ter discussie

    Gazet van Antwerpen, 01-10-2008


    De werking van de vijf centra in ons land voor de behandeling van mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), moet worden bijgestuurd.
    De resultaten zijn teleurstellend en ze werken nauwelijks samen met huisartsen en regionale ziekenhuizen”, zegt arts-expert Marijke Eyssen van het Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg (KCE).
    De centra zelf ontkennen de beschuldigingen.

    In ons land hebben naar schatting tussen de 20.000 en 25.000 patiënten af te rekenen met een vorm van CVS, een aandoening gekenmerkt door aanhoudende vermoeidheid die geen aanwijsbare oorzaak heeft.
    De oorzaak van de ziekte is nog altijd niet bekend.
    Speciaal voor deze patiënten werden in 2002 vijf CVScentra opgericht, waarvan een in het UZ Antwerpen.

    We moeten nu vaststellen dat deze centra tot weinig concrete resultaten hebben geleid. In al die jaren is er niet één patiënt genezen verklaard”, zegt dokter Marijke Eyssen.
    Het Kenniscentrum Gezondsheidszorg tilt er ook zwaar aan dat de CVS-centra nauwelijks samenwerken met andere hulpverleners.


    Wél effectief

    Bij de CVS-centra reageren ze ontzet op het rapport.
    We boeken wel degelijk resultaten. Zowat 40% van de patiënten kan na gemiddeld vijf jaar weer deeltijds aan de slag. Heel wat meer kunnen hun sociaal leven weer oppikken. Genezen moet ruimer worden bekeken dan weer in staat zijn om buitenshuis te werken, zoals het Kenniscentrum doet”, zegt professor Greta Moorkens van het Antwerpse referentiecentrum.


    Cfr. : http://www.gva.be/nieuws/binnenland/default.asp?art=9B815460-FC8A-4500-8B32-5CAE97CBDCC5


    02-10-2008 om 23:26 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waarom heb ik nachtmerries ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     

     




    Dromen
    Herinneringen, betekenis en wat kun je er mee
    Dromen over geboorte, dood en erotiek
    Bekenden en onbekenden in je dromen

    Ada de Boer
     Uitgeverij het Spectrum, mei 2008


    Ada de Boer - www.droomnet.nl - is psychologe en al vijfentwintig jaar droomtherapeute.
    Zij schreef verschillende boeken en artikelen over dromen, geeft lezingen, workshops en heeft een eigen praktijk.

    Wat is dat eigenlijk precies : een droom ?
    Hoe vaak droom je per nacht ?
    Kun je voelen of ruiken in je droom ?
    En heeft elke droom een betekenis ?

    Iedereen droomt 's nachts, maar niet iedereen weet de volgende morgen wat hij of zij gedroomd heeft.
    Als je je dromen (beter) wilt leren herinneren en als je erachter wilt komen wat je dromen betekenen, lees dan dit boek.
    In 'Dromen' kun je al lezende op ideeën over je eigen dromen komen of je nu een dromer bent die alle dromen opschrijft, af en toe droomt of een tijdlang je dromen wilt volgen.
    Dit praktische, prettig leesbare boek laat zien hoe je je droom kunt vertalen naar je leven en levenspatronen overdag en doet suggesties om je droombeelden te begrijpen.
    Met onderzoek en feiten, dromen in andere tijden en culturen, tips, methodes om dromen te begrijpen, voorbeelden van dromen, veelvoorkomende droomthema's en dromen over geboorte, dood en erotiek.


    Cfr. : http://www.bol.com/nl/p/boeken/dromen/1001004005688478/index.html




    Waarom heb ik nachtmerries ?

    Gezondheidsnet.nl/


    Vraag van Iris

    Ik heb bij vlagen nachtmerries.
    Vroeger had ik ze nooit, maar tegenwoordig heb ik ze vaak een paar dagen achter elkaar.
    Ze lijken ook echt heel realistisch : dan word ik bijvoorbeeld in mijn voet geschoten en voel ik ook een heel erge pijn.
    Komt het door dingen die je overdag meemaakt of slaap ik niet genoeg ?


    Antwoord
    Anne van der Veen, psycholoog

    Overdag voel en denk je van alles.
    Soms zie je iets gebeuren, iets waarvan je bang wordt en je voelt je angstig.
    Of je ziet iets leuks en je voelt je vrolijk.
    Omdat je wakker bent kun je daar mee omgaan en zoek je bijvoorbeeld geruststelling bij anderen of ga je iets doen wat bij je vrolijke bui hoort.
    Je doet dus iets met je gevoel.

    's Nachts is dat anders.
    Ook 's nachts werkt je lichaam door en voel je van alles.
    Daar komen ook gedachten bij die we dromen noemen.
    Je dromen zijn dus een reactie op wat je lichaam voelt.
    Maar omdat je slaapt kun je niets met die gevoelens doen en droom je dus wat je doet of wat je overkomt.
    Als je gespannen bent 's nachts, je spieren spannen zich, je hart begint sneller te kloppen, je begint te zweten, komen daar als vanzelf heel heftige gedachten bij.
    Die gedachten zijn dromen, maar je kunt niets doen, behalve erover dromen.

    Dingen die je overdag meemaakt zorgen ervoor dat je 's nachts onrustig bent, ook in je slaap.
    Als vanzelf komen dan nare dromen waar je nog onrustiger van wordt wat er weer voor zorgt dat je nog engere dromen krijgt.

    Het is heel belangrijk dat je voor dat je gaat slapen tot rust komt.
    Vraag je af wat je ontspannen maakt.
    Voor de een is dat een glas warme melk, voor de ander een rustig muziekje of een praatprogramma op de radio.
    Soms is het goed een ontspanningsoefening te doen in je bed als je gaat slapen.
    Bij het tot rust komen vlak voor dat je gaat slapen is het belangrijk dat je je realiseert dat je mag slapen.
    Dat je recht hebt op rust, dat de volgende dag ervoor is om dingen te regelen, maar niet de nacht.

    Misschien zijn er dingen waar je je overdag druk over maakt, wat doorwerkt in je lichaam 's nachts.
    Deze komen misschien tot uiting in je dromen.
    Overdag heb je dus de tijd om daar wat aan te doen.

    Mocht je toch nare dromen krijgen en je wordt er wakker van, realiseer je dat het vooral je lichaam is die dromen maakt, niet je persoon.
    Je dromen zeggen veel over hoe gespannen of hoe ontspannen je lichaam is.


    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/geest/faq/8/waarom-heb-ik-nachtmerries#




    Nachtmerries

    Droomnet.nl


    Op het meest angstige moment van je droom wordt je wakker : bezweet, verschrikt.
    Vaak heb je dan even wat tijd nodig om te beseffen dat 'het maar een droom was'.
    En dan, ondanks jezelf, heb je misschien de neiging om even onder je bed kijken : zou die enge achtervolger misschien niet toch...


    Wat is een nachtmerrie ?

    We worden achtervolgd, we zitten in een brandend huis zonder uitgang, de grond zakt weg onder onze voeten, we zijn de weg kwijt, we worden bedreigd...
    Vaak voelen we ons in dit soort dromen volstrekt machteloos.
    Ook zijn we in dit soort dromen meestal volkomen alleen.
    Of we vóelen ons in ieder geval alleen.

    Een nachtmerrie is iets anders dan 'nachtschrik'.
    Bij nachtschrik, zoals het woord als zegt, schrik je wakker, echter zonder dat je je iets herinnert.
    Terwijl je je een nachtmerrie vaak heel erg goed herinnert.


    Wie heeft nachtmerries ?

    Iedereen heeft wel eens met nachtmerries te maken.
    Veel volwassen mensen herinneren zich nog dit soort dromen uit hun kindertijd.
    Zo in de leeftijd van vier tot zeven jaar hebben veel kinderen regelmatig nachtmerries.
    Soms komt hetzelfde thema steeds terug.

    Als vowassene hebben de meeste mensen veel minder nachtmerries.
    Maar wanneer we onder druk staan, of wanneer er grote veranderingen in ons leven plaatsvinden, dan opeens kunnen we weer een nachtmerrie krijgen.
    Sommige mensen hebben heel vaak nachtmerries.
    Soms wel een paar keer per week.
    Anderen hebben niet alleen nachtmerries, maar zijn ook aan het slaapwandelen.


    Oorzaken van nachtmerries

    • Een blokkade in je persoonlijkheid : iets waar je niet goed uitkomt en waar je steeds weer tegen aan loopt

    • Traumatische ervaringen : zoals een ongeluk of brand meemaken, verblijf in een concentratiekamp, verkrachting, mishandeling, oorlog meemaken of incest.
      * Als je de dood van een geliefde persoon niet goed hebt verwerkt

    • Soms gaan nachtmerries gepaard met een migraine- of astma aanval

    • Aanleg hebben voor nachtmerries

    • In tijden van stress kunnen tijdelijk meer nachtmerries voorkomen

    • Na langdurig gebruik van slaapmiddelen.


    Kun je er iets aan doen ?

    Ja, vrijwel altijd is er iets aan te doen voor mensen.
    In een paar therapeutische consulten onderzoek je de oorzaak en ga je aan het werk om je nachtmerries aan te pakken.
    Hoe ?
    Dat hangt af van jou, de soort nachtmerries en van je leefomstandigheden.

    In het eerste gesprek komt aan de orde :

    • achtergronden en oorzaak van uw nachtmerrie(s)

    • hoe zijn uw leefomstandigheden ?

    • wat zijn uw mogelijkheden en sterke kanten ?

    Wat kunt u verwachten ?

    Afhankelijk van u en uw leefomstandigheden :

    • adviezen over slaapgewoontes en inrichting slaapkamer

    • trainen van positieve droomvaardigheden

    • advies aan partner of familieleden

    • inzicht in de betekenis van de nachtmerrie(s)

    • inzicht in de relatie tussen de nachtmerrie met uw leven overdag

    • ontspanningsmethodes


    Cfr. : http://www.droomnet.nl/joomla/index.php?option=com_content&task=view&id=40&Itemid=68


     

    30-09-2008 om 20:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie - De puntjes op de i
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     
     












































    Fibromyalgie - De puntjes op de i

    Drs. Aty Van Galen
     Woerden, NIGZ, 2007 – ISBN10 : 9069282453 / ISBN13 : 9789069282459

    Fibromyalgie is een vervelende en pijnlijke aandoening, maar hoeft nog niet het einde van een gelukkig en zinvol leven te betekenen.
    Dit boek behandelt de achtergronden van fibromyalgie en laat vooral zien hoe u als patiënt met deze chronische aandoening kunt omgaan.
    De boodschap van het boek is dat mensen met fibromyalgie het heft in eigen handen moeten zien te houden en hun leven niet door de ziekte moeten laten beheersen.
    In het bijgevoegde pdf-bestand vindt u een uitgebreide inhoudsopgave van het boek.

    'De puntjes op de i' is een volledig geactualiseerde en uitgebreide versie van twee eerdere boeken die de auteur over dit onderwerp op haar naam heeft staan.
    Eén van de boeken - 'Geen dag zonder pijn' (cfr. :
    http://www.nigz.nl/index.cfm?act=winkel.detail&pid=176&ShopID= -)- is nog steeds verkrijgbaar en vooral bedoeld als handboek bij de cursus 'Fibromyalgie, hoe verder...' (cfr. : http://www.zuwe.nl/index.php?id=257&PHPSESSID=c11822c9999e41ac866da013fc91c27e -).
    In het boek wordt op de cursus ingegaan.

    Drs. Aty van Galen (1948), psycholoog, is auteur van twee eerder verschenen boeken over fibromyalgie alsook van het boek 'Beter leven met rugklachten' (Drs. A. Van Galen - Uitgeverij N.I.G.Z. - ISBN10 : 9069282321 | ISBN13 : 9789069282329 - cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004001829849&Section=BOOK -).
    Ze is momenteel werkzaam als journalist/tekstschrijver en hoofdredacteur van het FES-Magazine (cfr. :
    http://www.fesinfo.nl/magazine.php# -).


    Inhoud

    Wat is fibromyalgie ?
    Deel I - Een eerste verkenning
       
    Hoofdstuk 1 - De belangrijkste klachten
            1.1 Pijn
            1.2 Slaapstoornissen
            1.3 Vermoeidheid
            1.4 Stijfheid
            1.5 Urogenitale klachten
            1.6 Temperatuurgevoeligheid
            1.7 Depressie en angst
            1.8 Neurologische symptomen
            1.9 Cognitieve problemen
            1.10 Hoofdpijn of aangezichtspijn
            1.11 Overige klachten
       
    Hoofdstuk 2 - De diagnose
           
    2.1 Diagnose fibromyalgie te snel gesteld ?
            2.2 Fibromyalgie in Nederland niet erkend
            2.3 De oorzaak van fibromyalgie
            2.3 Diagnose betekent opluchting 
       
    Hoofdstuk 3 - Wat fibromyalgie niet is
           
    3.1 Fibromyalgie is geen progressieve aandoening
            3.2 Fibromyalgie is niet voorspelbaar
            3.3 Fibromyalgie is niet voor iedereen hetzelfde
            3.4 Fibromyalgie is geen griepje
            3.5 Fibromyalgie is geen psychische stoornis
       
    Hoofdstuk 4 - Andere (reumatische) aandoeningen
           
    4.1 Reumatoïde Artritis (RA)
            4.2 De ziekte van Bechterew
            4.3 Artrose
            4.4 Polymyalgia Rheumatica
            4.5 Arteriitis Temporalis
            4.6 (Systemische) Lupus Erythematosus
            4.7 Chronisch Vermoeidheidssyndroom
            4.8 Myofasciaal Pijnsyndroom
            4.9 Temporomandibulair gewrichtsdisfunctie
            4.10 Het Prikkelbare Darmsyndroom
            4.11 Het Restless Legs syndroom
       
    Hoofdstuk 5 - Een verklaringsmodel van fibromyalgie
           
    5.1 Neuro-endocriene ontregeling
            5.2 Chronische stress
            5.3 Pijn, stijfheid, vermoeidheid
            5.4 Slaapstoornissen
            5.5 Vermijding van activiteit
            5.6 Slechte lichamelijke conditie
       
    Hoofdstuk 6 - Persoonlijkheid, identiteit en fibromyalgie
           
    6.1 Persoonlijkheid
            6.2 Identiteit
    Deel II - De beleving van fibromyalgie
       
    Inleiding
       
    Hoofdstuk 7 - De emoties na de diagnose
            
    7.1 Het leven hapert
            7.2 Verwerking van verlies
            7.3 Afweermechanismen
            7.4 Acceptatie
            7.5 Het leven staat stil
            7.6 Onzichtbaar ziek
            7.7 Een nieuw zelfbeeld
            7.8 Nieuwe grenzen
       
    Hoofdstuk 8 - Ontspanning
           
    8.1 Warmte
            8.2 Mentaal ontspannen
            8.3 Ontspanningstechnieken
        
    Hoofdstuk 9 - Uw klachten in kaart brengen
           
    9.1 Pijn
            9.2 Pijn en activiteit
            9.3 Pijn, activiteit en spanning
            9.4 Een nieuwe start
       
    Hoofdstuk 10 - Fibromyalgie en relaties
           
    10.1 De relatie met uw partner
            10.2 De relatie met uw kinderen
            10.3 De relatie met uw ouders
            10.4 De relatie met andere familieleden
            10.5 De relatie met vrienden en kennissen
            10.6 Nieuwe contacten
    Deel III - Het heft in eigen hand
        
    Inleiding
        Hoofdstuk 11 - De fibromyalgiemanager
           
    11.1 De werkzaamheden van de fibromyalgiemanager
            11.2 Cursussen en programma's
            11.3 De werksituatie
            11.4 Lief zijn voor uzelf
       
    Hoofdstuk 12 - Bewegen
           
    12.1 Lopen
            12.2 Fietsen
            12.3 Tai Chi Tao
            12.4 Zwemmen en oefenen in warm water
            12.5 Aangepaste fitness
            12.6 Yoga
            12.7 Andere mogelijkheden
        
    Hoofdstuk 13 - Informatie
           
    13.1 Internet
            13.2 Boeken over fibromyalgie
            13.3. Lezingen en andere informatieve bijeenkomsten van de F.E.S. en van reumapatiëntenverenigingen
       
    Hoofdstuk 14 - Steun
            
    14.1 Informatieve steun
            14.2 Praktische steun
            14.3 Waarderingssteun
            14.4 Emotionele steun
            14.5 Steun vragen
            14.6 Steun weigeren
            14.7 Steun geven
    Deel IV - De behandeling van fibromyalgie
        
    Inleiding
        Hoofdstuk 15 - De reguliere geneeskunde
           
    15.1 Reguliere geneesmiddelen bij fibromyalgie
            15.2 Pijnbestrijding bij fibromyalgie
            15.3 Spierverslappers
            15.4 Antidepressiva
            15.5 Toekomstmuziek
            15.6 Overleg met arts
            15.7 Verwijzingsmogelijkheden
       
    Hoofdstuk 16 - Alternatieve geneeskunde
           
    16.1 Artsen voor klassieke homeopathie
            16.2 Artsen voor natuurgeneeskunde
            16.3 Arts-acupuncturisten
       
    Hoofdstuk 17 - Alternatieve therapieën
           
    17.1 Ademhalingstherapie
            17.2 Ayurveda
            17.3 Bioresonantietherapie
            17.4 Fytotherapie of kruidengeneeskunde
            17.5 Haptotherapie
            17.6 Hypnotherapie
            17.7 Magnetisme
            17.8 Orthomoleculaire therapie
            17.9 Reflexzonetherapie
            17.10 Shiatsu
    Bijlage I - Practische tips
        
    Algemeen
        Huishouding
        Keuken
        Woonkamer
        Slaapkamer
        Tuin
        Fiets
        Auto
        Zitten
    Bijlage II - Houdingen
        
    De lichaamshouding
        Stahouding
        Zithouding
        Lighoudingen
        Opstaan
        Bukken en tillen
    Cfr. :
    -
    http://www.nigz.nl/index.cfm?act=winkel.detail&pid=919&ShopID=
    -
    http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004005010750&Section=BOOK


    Geen dag zonder pijn – Leven met fibromyalgie

    Drs. Aty Van Galen
     Uitgeverij N.I.G.Z. - ISBN10 : 9069282240 / ISBN13 : 9789069282244


    De ene dag door pijn tot bijna niets komen en de volgende dag bergen verzetten : zo grillig kan fibromyalgie zijn.
    Fibromyalgie is een chronisch pijnsyndroom, waarbij de pijn in spieren en bindweefsel soms sluimerend en soms heftig is, maar altijd op de loer ligt.
    Voor de patiënte betekent dit dat hij daarmee tot op zekere hoogte rekening moet houden.
    Fibromyalgie stelt mensen voor de opgave een nieuwe balans in het leven te vinden en zich in veel opzichten aan te passen aan nieuwe grenzen.
    Dat is meestal niet gemakkelijk en maakt vaak nogal wat emoties los.

    De boodschap van dit boek is dat mensen met fibromyalgie zo veel mogelijk het heft in eigen handen moeten zien te houden waar het gaat om hun lijf en leven. Zij bepalen zo veel mogelijk zelf welke aanpassingen noodzakelijk zijn in praktische zaken zoals werk, huishouding, school en vrijetijdsbesteding.

    Leven met fibromyalgie heeft ook consequenties voor de omgeving. Niet alleen de patiënt moet leren leven met pijn en beperkingen; mensen in de omgeving moeten hieraan ook wennen. Partners, collega's, familie, vrienden, kennissen en anderen kunnen de pijn niet zien en weten niet altijd hoe daarop te reageren. Het grillige karakter van fibromyalgie maakt dit extra moeilijk. Communicatie speelt daarom een belangrijke rol in het leven met fibromyalgie. Communicatie om anderen duidelijk te maken wat er aan de hand is en om steun te kunnen vragen en weigeren.

    Naast belangrijke informatie over fibromyalgie biedt dit boek diverse handreikingen om zo prettig mogelijk te leren leven met fibromyalgie. Fibromyalgiepatiënten en belangrijke mensen in hun leven geven rond verschillende onderwerpen hun eigen ervaringen en meningen weer. Behalve voor patiënten is het boek ook voor deskundige die beroepsmatig betrokken zijn bij mensen met fibromyalgie.

    Aty van Galen (1948), psycholoog, is werkzaam als journalist/tekstschrijver en als eindredacteur van het FES-Magazine en heeft fibromyalgie.

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?Section=BOOK&BOL_OWNER_ID=666872074



    Beter leven met rugklachten

    Drs. Aty Van Galen
     Uitgeverij N.I.G.Z. - ISBN10: 9069282321 | ISBN13: 9789069282329

    Door 'Beter leven met rugklachten' krijgt u realistisch inzicht in de problematiek.
    U leert vooral hoe u ondanks uw rugklachten toch een zo aangenaam mogelijk leven kunt hebben.
    Niet alleen mensen die last hebben van rugklachten, ook hun omgeving kan veel baat hebben bij de informatie en tips in dit boek.

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004001829849&Section=BOOK


    26-09-2008 om 22:04 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    24-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fabels over virussen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










     Fabels over virussen

    Gezondheidsnet


    Vitaminepillen verhogen je weerstand

    Diverse vitamines, waaronder vitamine A, B6, E en C, spelen een rol bij het instandhouden van je afweersysteem.
    Hetzelfde geldt voor sporenelementen als zink en selenium.
    Wie gezond en gevarieerd eet, krijgt genoeg van deze stoffen binnen.
    Veel helpt het slikken van vitaminepillen een gezond, volwassen mens dan ook waarschijnlijk niet.

    Kleine kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en chronisch zieken kunnen wel enige baat hebben bij wat extra vitamines.

    Wat in ieder geval wel een fabeltje is, is dat je jezelf kunt beschermen door antibiotica te slikken.
    Dat is echt totaal zinloos.
    Die helpen namelijk alleen tegen bacteriële infecties, terwijl griep en verkoudheid door virussen worden verspreid.


    Je mag je neus niet ophalen

    Je neus ophalen is beter dan je neus snuiten.
    Het virus dat verkoudheid veroorzaakt, vermeerdert zich namelijk in je neusslijmvlies.
    Door je neus te snuiten oefen je veel druk uit op dat slijm en pers je het in de verschillende holtes in je hoofd.
    Het gevolg : een verhoogde kans op voorhoofdsholte, bijholte- of zelfs oorontsteking.

    Als je je neus ophaalt, zuig je het slijm (en dus ook de virussen) juist weg uit je hoofdholten.
    Minder aangenaam voor je omgeving wellicht, maar dus wel beter voor je zelf.
    Wil je toch liever je neus snuiten, doe het dan neusgat voor neusgat.
    Dan is de overdruk in je neus en dus het 'perseffect' een stuk minder.


    Neusdruppels kunnen geen kwaad

    Neusdruppels laten het neusslijmvlies slinken en zorgen ervoor dat je weer vrij kunt ademen.
    Dit effect wordt veroorzaakt door het stofje Xylometazoline.

    Nadeel van dit middel is dat als je het te lang gebruikt, je neusslijmvlies juist extra op gaat zwellen zodra de stof is uitgewerkt.
    Om weer lucht te krijgen, grijp je dan opnieuw naar je neusdruppels of neusspray en voor je het weet kun je niet meer zonder.
    Je raakt er als het ware aan 'verslaafd'.

    Het advies is om neusdruppels niet langer dan zeven dagen te gebruiken.
    Ook kun je kiezen voor een fysiologische zoutoplossing.
    Die helpen ook en hebben deze bijwerking niet.
    Stomen met kamille is een andere goede alternatieven.


    Doe je hand voor je mond als je niest

    Veel virussen verspreiden zich door de lucht.
    Bij het hoesten, niezen of praten komen piepkleine druppeltjes mét virus uit je neus of keel en als iemand anders die inademt, kan hij besmet raken.
    Je hand voor je mond houden bij niezen of hoesten is dus zeker een goede zaak.

    Bedenk echter wel dat al die uitgenieste virussen nu op je hand zitten en dat een paar daarvan al genoeg zijn om iemand te besmetten.
    Geef je dus vervolgens iemand een hand en wrijft die gedachteloos over zijn mond, dan is ook hij al gauw de pineut.
    Het is dus niet alleen belangrijk om je hand voor je mond te houden, maar ook om hem daarna goed te wassen.


    Na een griepprik krijg je geen griep meer

    Een griepvaccin biedt bescherming tegen ongeveer 80 procent van de griepvirussen die actief zijn.
    Het helpt dus niet tegen elk griepvirus.
    Bovendien duiken er continu nieuwe griepvirussen op.
    Omdat het vaccin maar één keer per jaar wordt aangepast, biedt het geen bescherming tegen de 'nieuwste' varianten.

    Als je denkt dat je met een simpele prik deze winter gegarandeerd griepvrij zal blijven, heb je het dus mis.
    Minder kans op griep heb je na zo'n inenting wel.
    En vaak verloopt de griep ook minder heftig als hij je toch te pakken krijgt.


    Ga niet op de tocht staan

    Veel mensen denken dat je letterlijk kou vat door tocht of winterkou, maar dat is niet waar.
    Een verkoudheid is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen.
    Dat heeft dus niets te maken met lage temperaturen, maar wel met een te lage weerstand.
    Verkoudheidsvirussen hebben dan vrij spel en voordat je het weet loop je te snotteren en te hoesten.


    Koorts moet je meteen onderdrukken

    Koorts is een signaal dat je lichaam aan het vechten is tegen ziekteverwekkers.
    Het is dus eigenlijk een goed teken.
    Koorts onderdrukken is meestal weinig zinvol.
    Het gevaar bestaat zelfs dat je je daardoor weer aardig goed voelen en vrolijk rond gaat lopen, terwijl je eigenlijk beter in je bed kan blijven liggen.
    Dan kan je lichaam tenminste al zijn energie in de 'oorlog' tegen het virus stoppen en ben je sneller weer helemaal beter.

    Bij zuigelingen en ouderen vereist koorts extra aandacht, vanwege het uitdrogingsgevaar.
    Ook bij chronisch zieken is het verstandig om de huisarts in te schakelen.
    In andere gevallen is dat meestal niet nodig.
    Alleen wanneer de koorts oploopt tot boven de veertig graden of langer dan vijf dagen aanhoudt, is het verstandig om je huisarts te raadplegen.


    Cfr. :
    -
    http://griep.blog.nl/griep/2007/11/14/fabels-over-virussen
    -
    http://www.gezondheidsnet.nl/grip-op-griep/artikelen/169/fabels-over-virussen


    24-09-2008 om 12:48 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een aanrader voor mensen met CVS en fybromyalgie !




    Een aanrader voor mensen met CVS en fybromyalgie !

    (cfr. Danielle Bernaerts in mijn dagboek dd. 22-09- 2008)

    Vermoeidheid


    Het chronisch vermoeidheidssyndroom – Fibromyalgie

    Waarom worden we moe ?
    Hoe kan men moeheid tegengaan ?
    Wat is er nodig om ons leven vol energie en geluk te gieten ?

    Adventures in Medicine, AIM, Homeopathy


    Dr. Patrick Quanten

    spreekt erover
    op
    19 oktober 2008
    in
    Halle Zoersel

    Zijn uiteenzetting, geeft een totaal andere kijk op de ziekte
    en
    op ziek zijn in het algemeen.

    Je moet wel
    vooraf inschrijven


    Surf ook eens naar de site van Dr. Patrick Quanten
    -
    www.actiefleven.be
    voor een andere kijk op gezondheid, ziekte en voeding.



    23-09-2008 om 16:09 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liefde voor een ongeboren kind
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    Liefde voor een ongeboren kind

    Little miracle baby
    The perfect life of Kennedy Jack

    Patrick Quanten
    Akasha, Uitgeverij, oktober 2008
    ISBN-10 : 9077247823
    ISBN-13: 9789077247822

    Gommers Sarah, 12-08-2008 

    Patrick Quanten is arts en houdt zich nu alleen nog bezig met natuurgeneeskunde.
    Door zijn intensieve studie van oude en nieuwe genezingsvormen heeft hij een uniek inzicht verkregen in de realiteit van het leven en de oorzaak van ziekte.
    Via voordrachten, cursussen en zijn website probeert Patrick Quanten oude zelf-kennis en het begrip van het leven zelf nieuw leven in te blazen.

    De zwangerschap van zijn dochter en het vooruitzicht op zijn eerste kleinkind zou normalerwijze de basis zijn voor een vreugdevolle tijd.
    Het bericht dat de baby geen kans heeft om levend geboren te worden, verandert echter alles.
    Dit boek vertelt het verhaal van deze uitzonderlijke zwangerschap en de geboorte en het overlijden van Kennedy, de baby die nooit geboren zou worden maar het toch deed.

    Wanneer mensen met harde waarheden geconfronteerd worden, nemen ze belangrijke beslissingen en dragen de consequenties daarvan.
    Dan heeft men de behoefte om beter te begrijpen hoe het leven echt in elkaar zit en begint men het wonder van het leven beter aan te voelen.
    Een voorbeeld van hoeveel kracht liefde en liefdevolle gedachten kunnen hebben en wat ermee te bereiken valt, vind je in dit verhaal, in het leven van Kennedy, een wonderbaarlijke baby.

    Dit boek zal in het najaar in de boekhandel liggen, maar is nú al te verkrijgen in ons Centrum :

    Centrum voor Actief Leven
    Patrick Quanten
    De Schiervellaan 2A bus 1
    3500 Hasselt
    Tel. : 011 42 50 15 - GSM : 0474 70 40 49
    E-mail :
    actief.leven@skynet.be
    Website :
    www.actiefleven.be

    Patrick Quanten studeerde af als huisarts in 1983 aan de Vlaamse Universiteit van Brussel.
    Hij vertrok onmiddellijk naar de Kanaaleilanden en nam een praktijk over op Alderney (grondgebied van Groot-Britannië).
    Hier verbleef hij 22 jaar en nu is hij terug in België.
    Zijn dokterslicentie heeft hij op vrijwillige basis ingetrokken in 2001.

    Zijn interesse in alternatieve geneeskunde groeide met dezelfde snelheid als zijn frustratie met de Westerse medische wereld.
    Niet alleen bestudeerde hij de meeste alternatieve technieken en filosofieën, maar hij heeft ze ook zelf uitgeprobeerd.
    Hij werd een gediplomeerde dokter in de Homeopathie en Ayurveda, de traditionele Indische Geneeskunde.
    Hij heeft diploma’s in Ozontherapie, Reiki en Traditionele Thai Massage.
    Gedurende vele jaren heeft hij artikels gepubliceerd in engelse magazines voor yoga, alternatieve geneeskunde en spirituele ontwikkeling.
    Ook geeft hij zijn eigen tweemaandelijks gezondheidsmagazine uit (in Engeland) waarin hij in elke uitgave een bepaald gezondheidsthema uit de doeken doet.

    Al zijn expertise en kennis is nu beschikbaar in het nederlands en het publiek zal er toegang tot hebben door publicaties, voordrachten en cursussen.
    Door persoonlijke ervaring met traditionele genezingsmethoden kan men zelf ondervinden hoe het lichaam werkt en hoe het te beïnvloeden.

    Individuele consultaties geven specifieke richtlijnen in individuele levens en alle methoden zijn natuurlijk en gebaseerd op traditie.
    Het aanleren hoe men zelf zorg kan dragen voor zijn eigen lichamelijk, geestelijk en spiritueel welzijn is het hart van het Centrum.

    De waarheden zoals we die in de natuur vinden blijven ons niet altijd bij.
    Heel dikwijls nemen we ze aan op het moment zelf, maar dan vergeten we ze al weer snel en vervallen we in de routine van het vergeten wat de waarheid is.

    Het Centrum gaat de informatie verzamelen en in een gemakkelijk begrijpbare vorm steken.
    Informatie die wetenschappelijk onderzoek en traditionele kennis verenigt, lost de verwarring op die de overheid veroorzaakt in hun poging om uit te leggen waarom onze gezondheid achteruit gaat.
    Alles wordt nu een heel stuk duidelijker.

    Het begrijpen van de natuur en van de wetten die de natuur ondersteunen, is essentieel om onze eigen gezondheid in evenwicht te kunnen houden.
    De wetenschappelijke uitslagen en bevindingen van onze moderne tijd beginnen de waarheden uit de oude culturen één voor één te bevestigen.
    Het is echt jammer dat de media hier weinig aandacht aan besteedt, maar het Centrum voor Actief Leven gaat dat dus zeker wel doen.

    Verder is het Centrum een plaats waar technieken kunnen worden aangeleerd die ons zullen helpen om meer controle in ons leven te gaan uitoefenen.
    Eenvoudige traditionele levenswijze-technieken, gebaseerd op de kennis van het leven, geven ons gereedschappen die we kunnen gebruiken om ons gezondheidsevenwicht te beïnvloeden.
    Al deze technieken worden al tienduizend jaar aangeleerd en komen voor in alle voorname culturen.

    En nu doen we het opnieuw: het aanleren van wat we eigenlijk al weten !

    Cfr. : http://www.actiefleven.be:80/

    Cfr. :
    -
    http://distributie.intersentia.be/upload/aanbiedingscatalogus_Akasha_najaar_2008.pdf
    -
    http://in4me.skynetblogs.be/post/6143039/little-miracle-baby



    Little miracle baby - The perfect life of Kennedy Jack

    Patrick P Quanten - iUniverse, Inc., October 4, 2007 – ISBN-10 : 0595472133 – ISBN-13 : 978-0595472130

    Dr Patrick Quanten
    Dr Quanten was born in Belgium in 1955 and qualified in Brussels as a medical practitioner in 1983.
    From there he went straight to the island of Alderney, in the Channel, where he ran his own single-handed practice for over 18 years.
    For the last ten years of that time, he struggled to integrate western medicine and the alternative therapies that he had come across.
    Frustration with the ineffectiveness of medicine had driven him to study everything he could find.
    In 2001, when it became clear that integration was a total impossibility, he gave up his practice and started dedicating his whole life to the teaching of a better understanding of health.
    In addition to lecturing and running courses, Dr Quanten writes articles and publishes his own bimonthly health magazine (cfr. : www.activehealthcare.co.uk -).
    He also advises people on an individual basis using solely natural clinical techniques.
    Besides his medical qualifications and the fact that he has studied and practiced most alternative therapies, Dr Quanten holds qualifications as a Doctor of Ayurveda, Doctor of Homeoapthy, Thai Traditional Massage and Reiki.
    Cfr. :
    http://www.adventuresinmedicine.org.uk/lecturers.htm

    The author

    'I am a medical doctor teaching and practising nothing else but Natural Health.
    Having studied ancient and modern healing arts, I have gained a great insight into the reality of life and what makes people ill.

    When my daughter was carrying my first grandchild and it became obvious the baby was not going to live, serious decisions needed to be made.
    Even more importantly, people needed to understand what life is about.
    The book is the story of how life can come about when it is deemed impossible.

    I work mainly in the United Kingdom and in my own Centre in Belgium.
    Through travelling a lot I endeavour to meet a lot of people at lectures, workshops and courses.
    At the same time, every day I learn a bit more about myself and life
    '.

    Underneath a picture of parents and baby should appear the following :

    'After Kennedy died and we had the photos done and footprints etc we were given some more time alone with him, which was when we said our final goodbye.
    I held him in my arms and kissed his forehead and told him that he didn’t have to be scared because Moeke would look after him and that I was so proud to be able to call him my son.
    I thanked him for the time he gave us and I said : “Sweet dreams my little angel... goodbye”.
    Brent took him from me and took him to the nurses station and they took him away.
    That was the last time I saw my baby boy.
    I still tell him every night before I go to bed how proud I am of him, how much I love him and I say to him : “Sweet dreams my little angel... good night”.
    These are the things that I specifically remember word for word and that I am willing to share with the world...
    My other memories are mine and I have to keep part of him to myself.
    I hope you understand.

    Cfr. : http://www.amazon.com/Little-Miracle-Baby-Perfect-Kennedy/dp/0595472133/ref=sr_1_10?ie=UTF8&s=books&qid=1222125525&sr=1-10 

     

    23-09-2008 om 16:03 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hebt u een klacht over de dienst verlening van het RIZIV ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








     Hebt u een klacht
    over de dienst verlening van
    het RIZIV ?


    Het klachtenmanagement en de ombudsdiensten in de overheidsdiensten - Bouwstenen van een kwaliteitsbenadering ?

    RIZIV

    I. - Inleiding

    In de huidige tijd waarin behoorlijk bestuur vooraan staat in diverse toespraken van managers en van politieke vertegenwoordigers, is het belangrijk dat de rol van klachtenmanagement en ombudsdiensten als katalysator en hefboom van verandering in overheidsdiensten benadrukt wordt.

    Het klachtenmanagement en de ombudsdiensten kunnen samen leiden tot diverse fenomenen : een aanpassing van de relaties met de burgers, een beperking van de geschillen, een weerspiegeling van verwachtingen (gerechtvaardigd of niet) en van de steeds toenemende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van bestaande rechten, een manier om te gaan managen voor sommigen of een motor van verandering en organisatorische ontwikkeling met het oog op een verbetering van de geleverde prestaties en van een beter kwaliteitsbeheer in de openbare diensten, … ?

    Dit zijn heel wat vragen waarop de studiedag een antwoord wil geven.
    De uitwisseling van ervaringen en van ’goede praktijken’ is dan ook fundamenteel.

    Deze studiedag heeft hoofdzakelijk als bedoeling om het klachtenmanagement en de ombudsdienst binnen de diverse organisaties te schetsen in een context van kwaliteitsbeheer in overheidsdiensten :

    • Vormen de klachten een betrouwbare en bruikbare vorm van identificatie van organisatorische problemen ?

    • Welke behandelingsprocedures voor de klachten moeten we invoeren ?

    • Voor wat betreft de uitvoering van aanbevelingen die de effectiviteit van de dienstverlening aan de burgers moet doen toenemen, hoe dient de relatie tussen de interne klachtendiensten en externe klachtendiensten zich te verhouden ?

    • Wat zijn hierbij de vastgestelde hindernissen ?

    • Wat zijn de uitdagingen naar de toekomst ?

    II. - Documenten

    2.1 - Het organiserend comité

    • Frédéric BOVESSE, Médiateur de la Région Wallonne
    • Marianne DE BOECK, Médiatrice de la Communauté Française
    • Catherine DE BRUECKER, Médiatrice fédérale
    • Arsène DECLERC, Professeur invité de management public à la Haute Ecole Francisco Ferrer
    • Christian de VISSCHER, Professeur de management public à l’Université Catholique de Louvain, Directeur de l’Association Universitaire de Recherche en Administration Publique
    • Thibaut DUVILLIER, Expert en management public à l’Institut National d’Assurance Maladie-Invalidité, Chargé d'enseignement en gestion des ressources humaines à l’Université libre de Bruxelles, Collaborateur scientifique à l’Institut Européen de Management Public de la Solvay Business School
    • Alain ERALY, Professeur de sociologie et de management public à l’Université libre de Bruxelles, Président-Directeur de l’Institut Européen de Management Public, Président de la Solvay Business School
    • Jean Marie HANNESSE, Médiateur fédéral pour les Pensions, Coordinateur de la Concertation permanente des médiateurs et ombudsmans / Permanent Overleg Ombudsliden
    • Bernard HUBEAU, Vlaams Ombudsman
    • Jean-Luc LABBE , Médiateur de la Ville de Charleroi
    • Truus LOSTRIE, Ombudsvrouw voor de Postsector
    • Rita PASSEMIERS, Ombudsvrouw Stad en OCMW Gent
    • Frankie SCHRAM, Gastprofessor Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen Universiteit Antwerpen en Gastprofessor Instituut voor de Overheid K.U.Leuven, Medewerker Instituut voor Administratief Recht K.U.Leuven, Secretaris van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten
    • Guido SCHUERMANS, Federaal Ombudsman
    • Nick THIJS, Researcher in the Unit on Public Management and Comparative Public Administration – European Institute of Public Administration (Maastricht)
    • Elisabeth VOLCKRICK, Professeur au Département de communication de l’Université Catholique de Louvain.
      Cfr. :
      http://www.riziv.fgov.be/information/nl/studies/study-20080227/pdf/organisation.pdf

    2.2 - Folder
    Cfr. :
    http://www.riziv.fgov.be/information/nl/studies/study-20080227/pdf/folder.pdf

    2.3 - Verslagen van de studiedag 'Plainte et médiation, ou comment rencontrer les impératifs de qualité des services publics ?'
    Uitgeverij Larcie
    Sous la coordination de : Thibaut Duvillier
    La revue rassemble les contributions de : Robert Andersen, Karla Blomme, Frédéric Bovesse, Catherine De Bruecker, Arsène Declerc, Erwin De Pue, Christian De Visscher, Jean-Marc Dochot, Thibaut Duvillier, Dave Gelders, Jean-Marie Hannesse, Bernard Hubeau, Jean-Luc Labbé, Rita Passemiers, Frankie Schram, Guido Schuermans, Ben Smeets, Nick Thijs, Elisabeth Volckrick - Revue : Les cahiers des sciences administratives

    2.3.1 - Introduction générale

    • 'Plainte et médiation ou comment rencontrer les impératifs de qualité des services publics'
      Thibaut Duvillier.
    • 'Les fonctions sociales de l’institution de la médiation dans les services publics'
      Elisabeth Volckrick
    • 'De maatschappelijke functie van de ombudsman'
      Guido Schuermans

    2.3.2 - Klachtrecht : een huis met vele kamers

    • 'Een status quaestionis van het belgische «klachtrechtlandschap» - Waarover hebben we het, hoe is het georganiseerd en waar willen we naartoe ?'
      Bernard Hubeau en Nick Yhijs
    • 'Klachtenmanagement als hefboom voor kwaliteitsverbetering van overheidsoptreden – Vereisten, mogelijkheden,beperkingen'
      Frankie Schram

    2.3.3 - Kwaliteitsmanagement in lokale besturen

    • 'Rol van de ombudsman en -vrouw in kwaliteitsbeleid op lokaal niveau'
      Rita Passemiers
    • 'La gestion des plaintes et la médiation dans une perspective «qualité» des services publics - Outils efficaces et pertinents de diagnostic du fonctionnement d’une organisation et de son amélioration ? - Introduction générale'
      Frédéric Bovesse
    • 'La gestion des plaintes et la médiation dans une perspective «qualité» des services publics - Outils efficaces et pertinents de diagnostic du fonctionnement d’une organisation et de son amélioration ? '
      Arsène Declerc
    • 'Klachtenmanagement en het Charter van de gebruiker van de openbare diensten'
      Catherine De Bruecker en Ben Smeets
    • 'Gestion des plaintes et instruments de la qualité'
      Karla BLomme et Jean-Marc Dochot
    • 'Gestion des plaintes et communication publique'
      Dave Gelders et Jean-Luc Labbé
    • 'Klachtenmanagement en administratieve vereenvoudiging'
      Jean Marie Hannesse en Erwin De Pue

    2.3.4 - Conclusions de la journée d’études du 27 février 2008


    Cfr. : http://www.riziv.fgov.be/information/nl/studies/study-20080227/index.htm




    Klachtenbeheersysteem

    Persbericht, Brussel, 27-08-2008

    Personen die instaan voor de contacten met de pers :
    - Nederlandstalig
    Ludwig Moens
    Tel. : 02 739 72 12 – Fax : 02 739 78 49
    E-mail :
    communication@riziv.fgov.be
    - Franstalig
    Geneviève Speltincx
    Tel. : 02 739 72 16 - Fax : 02 739 78 49
    E-mail :
    communication@inami.fgov.be

    Het RIZIV stelt een nieuwe dienst voor aan de burgers die contact hebben met zijn diensten : het beheer van klachten over de werking van het RIZIV.

    Vanaf 1 september 2008 zal het nieuwe klachtenbeheersysteem het RIZIV nog beter in staat stellen om een luisterend oor te bieden aan de burgers en zo te zorgen voor een betere dienstverlening.

    Politieke context

    De Minister van ambtenarenzaken, Inge Vervotte, heeft de oprichting van klachtenbeheersystemen gedefinieerd als een sterke strategische pijler van haar beleid.
    Zij heeft alle openbare instellingen opgeroepen om aan dit project mee te werken.
    Het RIZIV, dat veel aandacht besteedt aan de kwaliteit van zijn diensten, heeft beslist om er concreet aan mee te werken.

    Doelstellingen van het nieuwe systeem voor klachtenbeheer

    Door middel van een gestandaardiseerd en gestructureerd klachtenbeheer wil het RIZIV :

    • De kwaliteit van zijn diensten en zijn werking verbeteren

    • De aandacht van zijn medewerkers vestigen op de verwachtingen van de « burgers », de rechthebbenden van de verzekering en van de partners, in het raam van een optimale dienstverlening aan het publiek.

    Klachten als instrument voor verbetering

    Het RIZIV zal en kwantitatief (aantal, frequentie, soort klachten) en kwalitatief (verbeteringsvoorstellen / aanbevelingen) evaluatieverslag opstellen zodat eventueel de nodige correctiemaatregelen kunnen worden genomen.

    Wie kan een klacht indienen ?

    Elke persoon of organisatie die contacten heeft met de diensten van het RIZIV.

    Welke klachten kunnen worden ingediend ?

    Alle klachten betreffende de werking van het RIZIV en de kwaliteit van de dienstverlening.

    Voorbeelden :

    • geen informatie of reactie van een dienst bij de behandeling van een dossier

    • probleem in verband met door het RIZIV verrichte betalingen

    • onvolledige of onduidelijke informatie (brochures, omzendbrieven, RIZIV-website,…)

    • fout in een interactieve informaticatoepassing op deRIZIV- website

    • gedrag van een RIZIV-medewerker (telefonisch onthaal, medisch onderzoek,…)

    Dit systeem behandelt dus niet de klachten met betrekking tot de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, de inhoud van de dossiers en de door de organen van het RIZIV genomen beslissingen.
    Voor dát type klachten bestaan er andere beroepen (o.m. bij de Arbeidsrechtbank).

    Meer informatie ?

    Raadpleeg het klachtenformulier en een meer gedetailleerde informatiefolder op de website van het RIZIV : www.riziv.be -.

    Cfr. : http://www.riziv.fgov.be/news/nl/press/pdf/press20080827_2.pdf




    Hebt u een klacht over de dienst verlening van het RIZIV ?

    I. - Inleiding

    Vanaf 1 september 2008 start het RIZIV met een gecentraliseerd klachtenbeheersysteem.
    Het RIZIV wil nog meer een luisterend oor zijn voor zijn gebruikers en partners.
    Het RIZIV zal zo de kwaliteit van zijn dienstverlening en werking kunnen verbeteren.

    II. - Wie kan een klacht indienen ?

    Elke persoon of organisatie die in contact staat met de diensten van het RIZIV.

    III. - Met welke klachten kan u hier terecht ?

    Alle klachten die betrekking hebben op de werking van het RIZIV en de kwaliteit van zijn dienstverlening.
    Voorbeelden :

    • geen informatie of reactie van een dienst bij de behandeling van een dossier

    • probleem in verband met door het RIZIV verrichte betalingen

    • onvolledige of onduidelijke informatie (brochures, omzendbrieven, website : www.riziv.be -)

    • fout in een interactieve informaticatoepassing op de website : www.riziv.be

    • gedrag van een RIZIV-medewerker (telefonisch onthaal, medisch onderzoek, …).

    IV. - Welke klachten zullen in dit systeem niet in aanmerking worden genomen ?

    • Klachten met betrekking tot de inhoud van uw dossier en/of een beslissing die door een orgaan van het RIZIV is genomen

    • Klachten met betrekking tot een zorgverlener of uw ziekenfonds en die tot de bevoegdheid behoren van de inspectiediensten van het RIZIV.

    Deze klachten zullen niet in de gestandaardiseerde en gecentraliseerde procedure volgen. Ze zullen echter wel door de bevoegde dienst van het RIZIV worden behandeld.

    V. - Procedure van klacht

    5.1 - Hoe verloopt de klachtenprocedure ?

    U wil een klacht indienen.
    U gaat na of de klacht binnen het toepassingsgebied valt : de klacht betreft de werking van het RIZIV of de kwaliteit van zijn dienstverlening ?

    5.1.1 - Binnen toepassingsgebied

    • Stap 1 - U vult het standaard-klachtenformulier in en zendt het naar het RIZIV

    • Stap 2 - Het RIZIV stuurt u een ontvangstbewijs

    • Stap 3 - De betrokken dienst behandelt de klacht

    • Stap 4 : U ontvangt een antwoord op uw klacht.

    5.1.2 - Buiten toepassingsgebied

    Dan zijn er verschillende mogelijkheden :

    • Gaat de klacht over feiten die ouder zijn dan 1 jaar of wilt u een anonieme klacht indienen ?
      U kan het RIZIV aanschrijven maar enkel ter informatie.
      U zal dan geen antwoord ontvangen.

    • De klacht betreft de inhoud van een dossier of een beslissing van een RIZIV-orgaan ?
      U moet de contactpersoon die vermeld is in de briefwisseling contacteren voor verdere hulp.

    • De klacht betreft een zorgverlener of een ziekenfonds ?
      U zendt de klacht aan het RIZIV en de inspectiediensten zullen de klacht onderzoeken.
      Let op : geen gebruik maken van het klachtenformulier in dit geval.

    5.2 - Schema van de procedure

    U vindt een schema van deze procedure op : http://www.riziv.fgov.be/nl/complaint/pdf/complaint.pdf

    VI. - Hoe een klacht indienen ?

    Vul bij voorkeur het klachtenformulier in.

    6.1 – Elektronisch

    U vindt het op : http://www.riziv.fgov.be/nl/complaint/pdf/form_complaint.pdf -.
    U kan dit formulier elektronisch invullen, bewaren en

    • via e-mail opsturen naar : complaints@riziv.fgov.be of

    • afdrukken en versturen
      - per brief aan Johan De Cock, Administrateur-generaal van het RIZIV, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel of
      - per fax naar : 02 739 70 05.

    6.2 - Op papier

    Dat formulier is ook op papier beschikbaar

    • aan het onthaal van het RIZIV : Tervurenlaan 211, 1150 Brussel of

    • via het telefoonnummer : 02 739 70 95.

    U kan dit formulier dan invullen en versturen (hou een kopietje voor jezelf)
    - per brief aan Johan De Cock, Administrateur-generaal van het RIZIV, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel of
    - per fax naar : 02 739 70 05.

    7. - Meer info ?

    Bedankt
    voor uw bijdrage tot het permanent verbeteren van onze werking en kwaliteit !

    Cfr. : http://www.riziv.fgov.be/nl/complaint/index.htm


     

    23-09-2008 om 00:46 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CM promoot gezondheidsbibliotheek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


     

    CM promoot gezondheidsbibliotheek

    HulpOrganisaties.be, Jaargang 7 – nr. : 290 - 25-09-2008


    De CM-ziekenfondsen - http://www.cm.be - willen met hun 'Infocentra voor Gezondheid' een objectief aanspreekpunt zijn voor al wie op zoek is naar betrouwbare informatie rond gezondheid.

    De gezondheidsbib bestaat uit boeken, video's, dvd’s, lespakketten,folders en spelmateriaal over gezondheidsonderwerpen”, zegt Lien Vanhecke van de gezondheidsbib.

    De algemene thema's zijn: verslaving, voeding, beweging, gezondheidsrisico’s, veiligheid, mentale gezondheid, leefmilieu, gezondheidszorg en -beleid, gezondheidsvoorlichting en levensfasen.
    Of meer specifiek: pesten, opvoeding, faalangst, euthanasie, verdriet en rouw, pijn, een verkwikkende slaap, patiëntgestuurde zorg, zwangerschap, cholesterolvriendelijke recepten…
    Gezondheid is dus echt veel ruimer dan je denkt !

    Net zoals in een gewone bib kan het meeste materiaal ontleend worden.


    Wie komt hier zoal over de vloer ?

    Iedereen die informatie zoekt over gezondheid of ziekte.
    Jong of oud, ziek of gezond, CM-lid of niet, iedereen is welkom en kan vrij in en uit.

    Onze bezoekersgroep is heel divers.
    Sommigen komen beroepshalve : gezondheidswerkers die een tijdschrift raadplegen of leerkrachten die met een dvd hun lessen boeiender maken.

    Ook studenten vinden vlot de weg.
    Of mensen die op zoek zijn naar informatie over ‘hun’ aandoening : de dokter heeft soms te weinig tijd voor veel uitleg, vragen komen meestal achteraf en ‘dokter Google’ is niet altijd even betrouwbaar.

    Meer en meer mensen springen ook regelmatig eens binnen om de nieuwigheden te bekijken.
    Klasgroepen en verenigingen zijn ook welkom op afspraak.


    Waarin verschillen jullie van een gewone bibliotheek ?

    De invalshoek is natuurlijk specifiek.
    Het aanbod spitst zich toe op gezondheid.
    Maar je vindt hier ook didactisch materiaal : een demonstratiemodel van een gebit met tandenborstel, zul je in een gewone bib niet vinden.

    Ook ons aanbod van spelmateriaal en lespakketten is toch wel uniek.

    Naast het te ontlenen materiaal, beschikken we ook over een ruim aanbod van gratis folders over gezondheidsthema’s.


    Hebben jullie ook een online catalogus ?

    Inderdaad, van bij je thuis kun je ons een virtueel bezoekje brengen.
    Via onze site zoek je via trefwoord of auteur de materialen die je bij ons kunt ontlenen.
    Met een eenvoudige druk op de knop kun je onmiddellijk reserveren.


    Waar vind ik die Infocentra voor Gezondheid ?


    Cfr. : http://www.hulporganisaties.be/pages/details.asp?lng=NL&Id=3552


     

    21-09-2008 om 21:28 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronic fatigue syndrome - A hormonal origin ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  







































    Chronic fatigue syndrome - A hormonal origin ?
     


    Contents

    1. Chronic fatigue syndrome - A hormonal origin ? - A rare case of dysmenorrhea membranacea

    2. Scientists find hormonal deficit in chronic fatigue sufferers

    3. Treatment for chronic fatigue syndrome hormonal imbalance

    4. Treating hormonal deficiencies in fibromyalgia and chronic fatigue syndrome - Part 1. - The importance of treating hormonal deficiencies despite normal blood tests - Highly Effective Treatments for Pain and Fatigue



    I. - Chronic fatigue syndrome - A hormonal origin ?
    A rare case of dysmenorrhea membranacea

    Joan Veldman, Boudewijn Van Houdenhove, Jasper Verguts - Archives of Gynecology and Obstetrics, September 12, 2008

    Background - Membranous dysmenorrhea is a rare entity involving expulsion of fragments of endometrium retaining the shape of the uterus.
    The condition is often linked to high progesterone levels.
    An association with a chronic fatigue syndrome was never described.
    Case - A 44-year-old woman with a chronic fatigue syndrome (CFS), presented with membranous dysmenorrhea after taking an oral contraceptive pill containing ethinylestradiol 0.02 mg and desogestrel 0.15 mg for 3 months in a continuous regimen as treatment for dysfunctional bleeding.
    Oral contraception was discontinued and she resumed normal menstruations.
    Remarkably, she mentioned complete disappearance of the CFS since expulsion of the tissue and started working again.
    Conclusion - The occurrence of membranous dysmenorrhea with a dissolving chronic fatigue syndrome is very rare and was never described before.
    This case suggests a hormonal dysfunction as a possible cause of chronic fatigue syndrome.
    A review of the literature on membranous dysmenorrhea is presented.

    Cfr. : http://www.citeulike.org/group/5070/article/3268984
    Full text at :
    http://www.springerlink.com/content/9l38424513651423/



    II. - Scientists find hormonal deficit in chronic fatigue sufferers

    Lawrence K. Altman - The New York Times, December 2, 1991

    Federal scientists reported today that they had detected low amounts of hormones in the brains and endocrine glands of people with chronic fatigue syndrome.

    The findings could advance the search for the underlying cause of the debilitating ailment and could lead to new treatments for it, scientists from the National Institutes of Health said.

    Tens of thousands of Americans suffer many symptoms of the syndrome.
    The scientist said they did not know yet whether the hormonal deficit was a cause or a result of the ailment.

    It is too early to know whether the syndrome can be corrected by hormonal replacement therapy like insulin for diabetes, the scientists reported in the December issue of the Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism.


    Search for drugs

    Rather, the current emphasis is on a search for drugs that can stimulate the brain to restore the hormone levels to normal and allay the symptoms, Dr. Mark A. Demitrack, the head of the research team, said in an interview from the University of Michigan Medical School in Ann Arbor.

    The syndrome produces unexplained fatigue that lasts at least six months and even years.
    It can cause nonspecific flu-like symptoms, including headaches, sore throats, swollen lymph glands, mild fever, pain in the muscles and joints.
    It can also cause an inability to think clearly and concentrate, memory loss, confusion, irritability, sleep disturbance and depression.

    What is known as chronic fatigue syndrome came to attention in the mid-1980's after reports of about 100 cases in the Lake Tahoe region of California.
    A century ago, the syndrome was apparently known as neurasthenia.

    But throughout history, most doctors dismissed the ailment as little more than a figment of the imagination or misdiagnosed depression.

    Many called it 'yuppie hypochondria' or 'yuppie flu' because it primarily affects young adults.
    Women seem to be affected more often than men.
    But chronic fatigue syndrome can strike anyone at any age.
    Because no laboratory test exists to diagnose chronic fatigue syndrome, no one knows precisely how many people have it.

    The new study adds to the evidence that biochemical and immunological factors produce the symptoms.

    Last year a team led by Dr. Jay Levy at the University of California at San Francisco reported that patients with the syndrome had evidence of an overcharged immune system.

    Of the many theories about chronic fatigue syndrome that researchers are investigating in several medical centers, persistent viral infection heads the list.
    A virus could infect brain cells to impair hormone production.
    But there are several other possible causes like chemicals and long-term stress.

    And the causes may turn out to be multiple.
    If so, it would be much like high blood pressure, which doctors believe is caused by various structural and biochemical conditions.

    Production of hormones is regulated by a complex feedback process that starts in the brain and involves glands throughout the body.
    Hormones produced in one area of the brain can stimulate production of a second hormone elsewhere in the brain.
    In turn, the second hormone can signal glands in the body to produce a third hormone.

    In the latest study, Dr. Demitrack's team measured a number of hormones in 18 women and 12 men with chronic fatigue syndrome and 72 unaffected healthy volunteers.

    None of the participants were allowed to use any drugs, alcohol, tobacco or caffeine for at least two weeks before the study began.
    For some, the study lasted up to three months.
    All agreed to undergo a number of tests to determine the amount of several hormones in the blood and urine.

    Normally, the hypothalamus in the brain produces corticotropin releasing hormone or CRH, which stimulates the pituitary gland in the brain to produce adrenocorticotropin hormone or ACTH.
    ACTH, in turn, stimulates production of cortisol in the adrenal gland, which is next to the kidney.

    But the normal chain of hormonal production was impaired in the brain and adrenal glands of those with chronic fatigue syndrome.
    In the study, a deficit of CRH led the adrenal glands to produce low levels of cortisol.

    Each hormonal deficit could cause some of the symptoms and affect the course of chronic fatigue syndrome.
    The body produces cortisol in response to stress, and doctors have long linked deficits of cortisol to lethargy and fatigue.
    Because CRH acts on the brain to help increase energy levels, a deficiency could contribute to the lethargy in chronic fatigue syndrome.

    The amounts of cortisol, CRH and other hormones were in the normal range in volunteers with and without chronic fatigue syndrome.
    Although there were clear differences in the amount of hormone produced by each of the two groups, the groups' production patterns could be distinguished only by statistical analyses.

    Thus, standard hormonal tests are not useful in diagnosing chronic fatigue syndrome in an individual patient, Dr. Demitrack said.

    In one part of the study, the scientists gave injections to stimulate production of certain hormones; from the amounts produced, the scientists determined how well the hormonal system was functioning.

    All four ways that were used to test hormone function pointed to a deficiency of CRH in the hypothalamus.

    But the study did not definitively prove that the low levels of hormones produce the symptoms of chronic fatigue syndrome.
    To do that, the scientists are continuing to test the patients to determine whether the hormone levels become normal when the chronic fatigue syndrome improves with time.

    The scientists warned that replacement therapy with cortisol could be hazardous because it could signal the hypothalamus not to produce CRH, thus worsening the CRH deficiency.

    Chronic fatigue syndrome has improved in some patients after treatment with some anti-depressant drugs.
    Dr. Demitrack said he hoped that such clues might lead to drugs that could help in the production of CRH.

    Cfr. : http://query.nytimes.com/gst/fullpage.html?res=9D0CE4DD173FF931A35751C1A967958260



    III. - Treatment for chronic fatigue syndrome hormonal imbalance

    John W. Addington – ImmuneSupport.com, 09-25-2000 - ©2008 ProHealth, Inc.

    Medications to counter hormonal imbalances found in many CFS patients are currently being used by doctors around the world with success.
    Even researchers who feel this therapy may be premature will usually admit that soon such treatments will likely be standard medical care for at least a subset of CFS sufferers.

    Endocrine system Understanding more about the body’s hormone producing organs, otherwise known as the endocrine system and how the brain orchestrates this system helps to see its connection to CFS.

    Prime organs of the endocrine system are the two adrenal glands, one sitting above each kidney.
    Among the hormones produced by the outer portion of the adrenal glands is cortisol, essential in controlling proper levels of glucose by stimulating liver synthesis of this blood sugar.
    Cortisol also ensures that glucose is readily available for proper brain functioning by restricting glucose uptake by body tissues.
    Another benefit of this hormone is that it breaks down fat for use as energy.

    Cortisol’s ability to manage blood sugar levels is important in mobilizing energy to deal with physical or emotional stress.
    While the adrenal glands have a normal cycle of cortisol production, this cycle is interrupted when a particular stressor comes along and cortisol production is increased to provide the necessary response.

    This adrenal gland stimulated response to stress works in tandem with the nervous system’s fight-flight response.
    Hormones, including adrenaline, produced from the inner portion of the adrenals govern the fight-flight reaction.
    These hormones regulate carbohydrate metabolism when we are excited or stressed.
    They also increase heartbeat and respiration, preparing the body for either flight to escape from the danger or to fight in defense.

    Hormone Imbalance in CFS The adrenal gland secretions of hormones are controlled through a delicate balance with other hormones produced by the hypothalamus and pituitary glands located in the lower part of the brain.

    What researchers are finding is that there appears to be reduced production of hormones of these controlling glands as well as reduced cortisol production in CFS patients.
    There also appears to be an improper response of these hormones to each other.

    Mark Demitrack, M.D. s a leading U.S. researcher on improper hormone function in CFS patients.
    In his studies of persons with CFS, he has found significant reduction in both blood and urine levels of important adrenal hormones including cortisol.

    Demitrack’s investigations, however, have led him to believe the fault is not so much in the adrenal glands as with the nervous system’s interplay and control of these glands.
    Because malfunctions in this regard negatively impact the body’s ability to cope with stress and because CFS patients’ symptoms often worsen in reaction to physical and emotional response, he feels CFS should be viewed as a stress-related disorder.

    Two Irish doctors, Lucinda Scott, MB, MRCPsych and Timothy Dinan, MD, PhD, have also extensively researched neuroendocrine dysfunction, the medical description for abnormal interactions between the nervous system and the hormones of the endocrine system.
    The doctors’ studies have confirmed much of Demitrack’s findings.

    What is more, in the first study of its kind, these doctors discovered the actual size of the adrenal glands in a small group of CFS patients was half that of normal persons.
    However, like Demitrack, they feel the origin of this problem may not be with adrenals themselves.

    Interestingly, immune system problems often seen in CFS correlate with neuroendocrine imbalance since adrenal hormones including cortisol regulate various aspects of immune activity.
    Under-functioning of the adrenal glands, called hypoadrenalism, could “encourage a state of chronic immunological activation” according to Anthony Komaroff M.D. of Harvard’s School of Medicine.
    Thus a Dutch study published earlier this year found that ‘the interaction between neuroendocrine system and the immune system is disturbed in CFS.’

    Treatment Jacob Teitelbaum, M.D., in his book 'From Fatigued to Fantastic' ('From Fatigued to Fantastic - A Clinically Proven Program to Regain Vibrant Health and Overcome Chronic Fatigue and Fibromyalgia' - Avery (3rd edition), October 4, 2007 - ISBN-10: 1583332898 – ISBN-13 : 978-1583332894 – cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004005646947&Section=BOOK_EN -), discusses the significance of hormone imbalance in CFS patients.
    He states that : “If the cortisol level is low, the person has fatigue, low blood pressure, hypoglycemia, poor immune function, an increased tendency to allergies and environmental sensitivity and an inability to deal with stress.”
    Thankfully for some CFS sufferers who have such symptoms and who have medically confirmed adrenal hormone insufficiency, medical management is possible.

    Dr. Teitelbaum explains that in his experience and that of an endocrinologist, persons “with either low hormone production or a low reserve often respond dramatically to treatment with a low dose of adrenal hormone.”
    Although he acknowledges that some use adrenal glandulars from health food stores, he is concerned that variance in the quality and strength of such supplements could lead to overdosing and toxicity.

    Thus he prefers using a prescription hydrocortisone (therapeutic cortisol) such as Cortef.
    And while many are concerned about use of steroids such as hydrocortisone, Dr. Teitelbaum reassures that the key to avoiding side affects is to avoid the higher dosages, in the range of 25 mg. to 35 mg., used in some trials.

    Confirming Dr. Teitelbaum’s conclusions is a British study published in the Lancet in 1999, where doctors from England report using 5-10 mg. daily for one month in persons with CFS.
    The results were that “about a third of the patients had a clinically significant reduction in fatigue, most to a level at or below that of the general population, with accompanying reductions in disability.
    Riccardo Baschetti, M.D., in Italy has also published his favorable results from the use of hydrocortisone in low dosages (10-15mg.) in CFS patients.

    Another often recommended treatment for hormone imbalance is carefully graded exercise (exercise started at very modest levels and gradually increased in duration and rigor, is necessary to limit the negative consequences of overexertion in CFS patients).
    This is because exercise is one of the most potent activators of the adrenal function.
    Such activity can actually increase cortisol output and alleviate a degree of symptoms.

    Much research is currently ongoing in the field of hormone imbalance in CFS patients.
    However, enough research and evidence has been accumulated to cause many doctors to feel it is now appropriate to treat certain CFS patients with hormone replacement therapy.
    For some with CFS, this therapy is already bringing greatly needed relief.

    Cfr. : http://www.immunesupport.com/Library/showarticle.cfm/ID/2823



    IV. - Treating hormonal deficiencies in fibromyalgia and chronic fatigue syndrome
    Part 1. - The importance of treating hormonal deficiencies despite normal blood tests
    Highly Effective Treatments for Pain and Fatigue

    Jacob Teitelbaum
    The Townsend Letter Group / Gale Group - July, 2003

    In the last five issues we talked about hypothalamic dysfunction in chronic fatigue syndrome and fibromyalgia (CFS/Fibromyalgia).
    The hypothalamus acts as a circuit breaker in the face of severe stress (both physical and/or situational), which can help to protect the body.
    Unfortunately, just as when a circuit trigger goes off, this drastically decreases function.
    In moderately stressful situations, most people sometimes develop transient fatigue, pain or insomnia as this circuit breaker begins to be suppressed.
    In CFS/fibromyalgia, however, the circuit breaker no longer turns back on with rest.
    Our research shows, fortunately, that the circuit breaker can be turned back on and function can be restored by treating the nutritional and hormonal deficiencies, getting eight to nine hours of deep sleep a night, and treating the opportunistic infections.
    The last four issues discussed how to approach the nutritional deficiencies.
    To summarize, using one scoop a day of the Daily Energy Enfusion Powder by PhytoPhar mica replaces the need for 25 to 35 tablets of supplements daily.
    If the patient has dry eyes and dry mouth or hard earwax, these are suggestive of essential fatty acid deficiencies and can be treated with fish oil.
    I like to use Eskimo 3 fish oil by Tyler as it has no mercury and, unlike most fish oils, is not rancid and therefore it has little taste and does not "repeat" on people.
    Most patients with CFS and fibromyalgia need to avoid sugar and increase their water and salt intake.
    On the whole, they tend to feel best with a high-protein and low carbohydrate diet.
    Milk and wheat allergies are common as well.
    If indigestion and bowel problems are present, consider adding plant based digestive enzymes with meals.
    This approach is fairly simple for patients and can be easily summarized for them :

    1. take Daily Energy Enfusion Powder - 1/2-1 scoop a day mixed with water,

    2. drink enough water so that your mouth and lips are moist.
      Avoid sweets/sugar and increase salt intake.
      Consider a high-protein, low carbohydrate diet.
      Otherwise, eat what makes you feel the best (which is not always the same as what you crave).

    3. if you have dry mouth and dry eyes, take 1-2 teaspoons a day of Eskimo 3 fish oil and

    4. if you have poor digestion, take plant based digestive enzymes (e.g. - CompleteGest by PhytoPharmica) with each meal.

    Most patients find this fairly easy to do and maintain.


    Why do these patients have hormonal deficiencies ?

    Many studies are confirming that hypothalamic dysfunction is prominent in CFS/fibromyalgia.
    Our placebo-controlled study shows that 91% of patients improved (P. < .0001 vs. placebo) when the hypothalamic dysfunction was treated (full text can be seen at :
    www.endfatigue.com -).
    As the pituitary controls the body's hormonal systems and is controlled by the hypothalamus, widespread hormonal deficiencies are more the rule than the exception in these syndromes.

    But the hormonal blood tests are usually normal !
    This is true, but normal and healthy are not the same thing.
    To explore this critical concept further, let's look at thyroid blood testing.

    The thyroid gland is the body's gas pedal, regulating the body's metabolic speed.
    Sub- clinical hypothyroidism is one of the causes of the average 32-pound weight gain seen in CFS/Fibromyalgia.
    Other symptoms of hypothyroidism include intolerance to cold, fatigue, achiness and confusion - symptoms present in most CFS/FMS patients.
    Despite this, most of these patients have normal thyroid blood tests.


    The problem with thyroid tests

    Many years ago, while I was in medical school, we were taught to diagnose hypothyroidism by using the newly discovered method of measuring the metabolic rate while the patient ran on a treadmill.
    We were taught that this wonderful new test would identify all patients with underactive thyroid.
    We congratulated ourselves on being so clever.
    But then a new test came out.
    The new test measured protein-bound iodide (PBI).
    When we began using the PBI test, we realized : "Oh, we missed diagnosing so many people with a low thyroid, but this new test will now pick up everybody who has a problem."
    We patted ourselves on the back and told all our newly discovered thyroid patients that it turned out that they were not crazy - they just had a low thyroid.
    We were comfortable that we could then determine with certainty when someone had a thyroid problem.

    Then the T4-level thyroid test was developed and we said : "Oh, that silly old PBI test. It missed so many people with a low thyroid, but this new test will find everyone."
    Then the T7 test, which adjusts for protein binding of thyroid hormone, came out, followed by many generations of the thyroid-stimulating hormone (TSH) test.
    We are now using so-called "ultra-sensitive" TSH tests.
    Recently, it was recommended that the upper limit of normal for TSH is now 3 instead of 5. I suspect this will still continue to change !

    With each new test, doctors realized that we had missed many people with under-active thyroid with all the old tests, but time after time continued to believe that the new test was somehow infallible.
    To make matters more difficult, if the thyroid is underactive because the hypothalamus is suppressed, the TSH test is almost useless and may appear to be normal or even suggest an overactive thyroid in a hypothyroid patient.
    Fortunately more doctors are finally starting to catch on.

    In two studies done by Dr. G.R. Skinner and his associates in the United Kingdom, patients who were felt to have hypothyroidism because of their symptoms had their blood levels of thyroid hormone checked.
    The vast majority of them had technically normal thyroid blood tests.
    Dr. Skinner then did another study in which the patients with normal blood tests who had symptoms of an underactive thyroid were treated with thyroid hormone.
    A remarkable thing happened when this was done (well, maybe we're not surprised !).
    The large majority of patients, despite being considered to have a normal thyroid on blood testing, had their symptoms improve upon taking thyroid hormone.

    These two studies, plus another one showing that thyroid blood tests are only low in about 3% of patients whose doctors sent blood tests in (and this is at an HMO -- where the doctor really suspected that the patient had thyroid problems), confirm what we have been saying all along.
    Our current thyroid testing will miss most patients with an underactive thyroid.
    If your patient suffers from chronic fatigue, pain, heavy menstrual periods, infertility, constipation, easy weight gain, cold intolerance, dry skin, thin hair or a body temperature that tends to be on the low side of normal, you should consider recommending a therapeutic trial with a low dose of thyroid hormone.

    Our current blood testing is equally unreliable in determining when patients need adrenal, ovarian, testicular or growth hormone support. In upcoming issues we will discuss, in-depth, how to diagnose and treat hormonal dysfunction using both prescription and non-prescription natural therapies.
    Doctors of decades ago were on target when they knew that one has to treat the patient and not the blood test.

    Jacob Teitelbaum MD is director of the Annapolis Research Center for Effective CFS/Fibromyalgia Therapies (410-573-5389 - www.EndFatigue.com -) and author of the best selling book 'From Fatigued to Fantastic !' ('From Fatigued to Fantastic ! - A Proven Program to Regain Vibrant Health, Based on a New Scientific Study Showing Effective Treatment for Chronic Fatigue and Fibromyalgia' - Jacob Teitelbaum - Avery; Rev Upd edition, August 6, 2001 – ISBN-10 : 1583330976 – ISBN-13 : 978-1583330975 : http://www.amazon.com/Fatigued-Fantastic-Scientific-Effective-Fibromyalgia/dp/1583330976 -)
    His newest book 'Three Steps To Happiness ! - Healing Through Joy' ('Three Steps to Happiness ! - Healing Through Joy' - Jacob E Teitelbaum - Deva Pr, January 10, 2003 – ISBN-10 : 0964759977 – ISBN-13 : 978-0964759978 - fr. : http://www.amazon.com/Three-Steps-Happiness-Healing-Through/dp/0964759977 -)has just been released.
    He gives 2-day workshops on effective CFS/Fibromyalgia therapies for both prescribing and non-prescribing practitioners.
    He accepts no money from any company whose products he recommends and 100% of his royalty for products he makes is donated to charity.


    Cfr. : http://findarticles.com/p/articles/mi_m0ISW/is_/ai_104259165 


     

    21-09-2008 om 19:14 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hypothesis : Chronic fatigue syndrome is caused by dysregulation of hydrogen sulfide metabolism
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




















    Hypothesis
     Chronic fatigue syndrome is caused by dysregulation of hydrogen sulfide metabolism

    Marian Dix Lemle, Washington, DC 20008, United States, Fax : +1 202 775 0045 - Med Hypotheses. 2008 Sep 15 – PMID : 18799269


    Chronic fatigue syndrome (CFS), which is also known as myalgic encephalomyelitis (ME), is a debilitating, multi-system disease whose etiology is unclear and for which there are as yet no reliable treatments.
    Here the hypothesis is advanced that the multi-system disturbances in CFS/ME are caused by disturbances in the homeostasis of endogenous hydrogen sulfide (H2S) and result in mitochondrial dysfunction.

    Research on H2S - the gas that causes the characteristic smell of rotten eggs - dates to the 1700s and has shown a remarkable range of effects in both animals and humans.
    At high concentrations, H2S has a variety of biological toxicities including being instantaneously deadly; at low concentrations some evidence suggests that H2S has beneficial effects and can act as an endogenous biological mediator (the third such gaseous mediator discovered after nitric oxide and carbon monoxide).
    The brain, pancreas and the gastrointestinal tract produce H2S.
    Endogenous H2S plays a role in regulating blood pressure, body temperature, vascular smooth muscle, cardiac function, cerebral ischemia and in modulating the hypothalamus/pituitary/adrenal axis.
    It even has been called a "master metabolic regulator".

    Recent research has demonstrated that at low, non-toxic doses, exogenous H2S produces a reversible state of hibernation-like deanimation in mice, causing a decrease in core body temperature, an apnea-like sleep state, reduced heart and respiration rates and a severe metabolic drop [1].
    These characteristics are not unlike the symptoms and extreme "de-animation" experienced by CFS/ME patients.
    Moreover, H2S affects biological networks that are disrupted by CFS including neurologic, endocrine and immunologic systems.
    Therefore, a plausible etiology of CFS is an increase in the activity of endogenous H2S, thereby inhibiting mitochondrial oxygen utilization.


    H2S and Mitochondria

    In this view, fatigue and the other CFS/ME symptoms could be due to diminished physiological and cellular energy due to reduction in the capacity of mitochondria to utilize oxygen and synthesize ATP.
    Specifically, H2S binds to the mitochondrial enzyme cytochrome c oxidase, which is part of Complex IV of the electron transport chain, and attenuates oxidative phosphorylation and ATP production.

    Consistent with this finding, recent research on low levelH2S toxicity points to increased formation of free radicals and depolarization of the mitochondrial membrane, a condition that would decrease ATP synthesis [2].
    If poisoning renders mitochondria inefficient, one would expect cells to shift to anaerobic mechanisms, a shift that has been reported for CFS patients.
    Also consistent with this hypothesis is the fact that mitochondria are organelles descended from ancient eukaryotic sulfur-utilizing microbes.
    Thus, it is not surprising that they show a very high affinity for sulfide.
    Of course, H2S or sulfide may not directly affect mitochondria by binding to them.
    Genomic changes could mediate some of the effects of H2S.
    Some studies have found evidence for the involvement of the cytochrome c oxidase gene in CFS/ME.
    Also, investigators have found CFS abnormalities in genes related to fatty acid metabolism, apoptosis, mitochondrial membrane function and protein production in mitochondria.
    Given a predisposing genetic background, H2S may lead to genomic instability or cumulative mutations in the mitochondrial DNA [3].

    Alternatively, the effects of H2S could be initially mediated by changes in the redox potential of cells or changes in their sulfur metabolism, especially in glutathione.
    Another possible mechanism is a direct effect of H2S on the immune system.
    Recent research indicates that exogenous hydrogen sulfide induces functional inhibition and cell death of cytotoxic lymphocyte subsets of CD8 (+) T cells and NK cells.

    Finally, H2S plays a pivotal role in both aerobic and non-anaerobic organisms as a signaling molecule.
    Bacteria in the gut both produce H2S and utilize it as a substrate alternative to oxygen.
    This is of particular relevance in the gastrointestinal tract, where unusually high levels of gram-negative bacteria, which increase intestinal permeability, have been found in patients with CFS/ME [4].
    In addition to bacteria, yeast, mold and other fungi also emit H2S.
    CFS/ME is a model disease for multisystem disturbance.
    It is my hypothesis that mitochondria, organelles required by every cell to sustain life, are unable to adequately utilize oxygen.
    This mitochondrial disturbance could be due to the combined effects of anaerobic conditions known to occur in CFS and associated low-level H2S toxicity.
    This increase in H2S alters fine signaling necessary for body homeostasis and causes CFS.
    Understanding the role of H2S in the body and, in particular, in mitochondrial function, may provide a unifying lens through which to view the diverse manifestations of this complex disease.


    References

    1. H2S induces a suspended animation-like state in mice
      Blackstone E, Morrison M, Roth MB, Molecular and Cellular Biology Program, University of Washington, Seattle, WA 98195, USA - Science. 2005 Apr 22;308(5721):518 - PMID: 15845845
      Mammals normally maintain their core body temperature (CBT) despite changes in environmental temperature.
      Exceptions to this norm include suspended animation-like states such as hibernation, torpor and estivation.
      These states are all characterized by marked decreases in metabolic rate, followed by a loss of homeothermic control in which the animal's CBT approaches that of the environment.
      We report that hydrogen sulfide can induce a suspended animation-like state in a nonhibernating species, the house mouse (Mus musculus).
      This state is readily reversible and does not appear to harm the animal.
      This suggests the possibility of inducing suspended animation-like states for medical applications.
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15845845

    2. H2S cytotoxicity mechanism involves reactive oxygen species formation and mitochondrial depolarisation
      Eghbal MA, Pennefather PS, O'Brien PJ, Department of Pharmaceutical Sciences, Faculty of Pharmacy, University of Toronto, Ontario, Canada M5S 2S2 - Toxicology. 2004 Oct 15;203(1-3):69-76 - PMID: 15363583
      A number of scavengers of reactive oxygen species (ROS) were found to be protective against cell death induced by hydrogen sulfide (H2S) in isolated hepatocytes.
      The H2O2 scavengers alpha-ketoglutarate and pyruvate, which also act as energy substrate metabolites, were more protective against H2S toxicity than lactate which is only an energy substrate metabolite.
      All of these results suggest that H2S toxicity is dependent on ROS production.
      We measured ROS formation directly in hepatocytes using the fluorogenic dichlorofluorescin method.
      H2S-induced ROS formation was dose dependent and pyruvate inhibited this ROS production.
      Non-toxic concentrations of H2S enhanced the cytotoxicity of H2O2 generated by glucose/glucose oxidase, which was inhibited by CYP450 inibitors.
      Furthermore, hepatocyte ROS formation induced by H2S was decreased by CYP450 inhibitors cimetidine and benzylimidazole.
      These results suggest that CYP450-dependant metabolism of H2S is responsible for inducing ROS production.
      H2S-induced cytotoxicity was preceded by mitochondrial depolarization as measured by rhodamine 123 fluorescence.
      Mitochondrial depolarization induced by H2S was prevented by zinc, methionine and pyruvate all of which decreased H2S-induced cell death.
      Treatment of H2S poisoning may benefit from interventions aimed at minimizing ROS-induced damage and reducing mitochondrial damage.
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15363583

    3. Hydrogen sulfide induces direct radical-associated DNA damage
      Attene-Ramos MS, Wagner ED, Gaskins HR, Plewa MJ, Department of Animal Sciences, Institute for Genomic Biology, University of Illinois at Urbana-Champaign, 364 NSRC, 1101 West Peabody Drive, Urbana, IL 61801, USA - Mol Cancer Res. 2007 May;5(5):455-9. Epub 2007 May 2 - PMID: 17475672
      Hydrogen sulfide (H(2)S) is produced by indigenous sulfate-reducing bacteria in the large intestine and represents an environmental insult to the colonic epithelium.
      Clinical studies have linked the presence of either sulfate-reducing bacteria or H(2)S in the colon with chronic disorders such as ulcerative colitis and colorectal cancer, although at this point, the evidence is circumstantial and underlying mechanisms remain undefined.
      We showed previously that sulfide at concentrations similar to those found in the human colon induced genomic DNA damage in mammalian cells.
      The present study addressed the nature of the DNA damage by determining if sulfide is directly genotoxic or if genotoxicity requires cellular metabolism.
      We also questioned if sulfide genotoxicity is mediated by free radicals and if DNA base oxidation is involved.
      Naked nuclei from untreated Chinese hamster ovary cells were treated with sulfide; DNA damage was induced by concentrations as low as 1 micromol/L.
      This damage was effectively quenched by cotreatment with butylhydroxyanisole.
      Furthermore, sulfide treatment increased the number of oxidized bases recognized by formamidopyrimidine [fapy]-DNA glycosylase.
      These results confirm the genotoxicity of sulfide and strongly implicate that this genotoxicity is mediated by free radicals.
      These observations highlight the possible role of sulfide as an environmental insult that, given a predisposing genetic background, may lead to genomic instability or the cumulative mutations characteristic of colorectal cancer.
      Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17475672

    4. Increased serum IgA and IgM against LPS of enterobacteria in chronic fatigue syndrome (CFS) - Indication for the involvement of gram-negative enterobacteria in the etiology of CFS and for the presence of an increased gut-intestinal permeability
      Maes Michael (1 2) ; Mihaylova Ivana (1) ; Leunis Jean-Claude (3) -- (1) MCare4U Outpatient Clinics, Belgique -- (2) Department of Psychiatry, Vanderbilt University Nashville, TN, Etats-Unis -- (3) Laboratory Ategis, Waver, Belgique - Journal of affective disorders, 2007, vol. 99, no1-3, pp. 237-240 [4 page(s) (article)] (1/2 p.) - Elsevier, Amsterdam, Pays-Bas (1979) (Revue) – ISSN 0165-0327 / CODEN JADID7 - © 2008 INIST-CNRS
      There is now evidence that chronic fatigue syndrome (CFS) is accompanied by immune disorders and by increased oxidative stress.
      The present study has been designed in order to examine the serum concentrations of IgA and IgM to LPS of gram-negative enterobacteria, i.e. Hafnia alvei; Pseudomonas aeruginosa, Morganella morganii, Proteus mirabilis, Pseudomonas putida, Citrobacter koseri and Klebsiella pneumoniae in CFS patients, patients with partial CFS and normal controls.
      We found that the prevalences and median values for serum IgA against the LPS of enterobacteria are significantly greater in patients with CFS than in normal volunteers and patients with partial CFS.
      Serum IgA levels were significantly correlated to the severity of illness, as measured by the FibroFatigue scale and to symptoms, such as irritable bowel, muscular tension, fatigue, concentration difficulties and failing memory.
      The results show that enterobacteria are involved in the etiology of CFS and that an increased gut-intestinal permeability has caused an immune response to the LPS of gram-negative enterobacteria.
      It is suggested that all patients with CFS should be checked by means of the IgA panel used in the present study and accordingly should be treated for increased gut permeability.
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=18572126


    Cfr. : http://listserv.nodak.edu/cgi-bin/wa.exe?A2=ind0809C&L=CO-CURE&P=R2505&I=-3



     

    21-09-2008 om 14:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leven aan de onderkant - De negatieve kantjes van de Sociale Zekerheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  







     












































    Leven aan de onderkant
    Het systeem dat de onderklasse in stand houdt
     -

    (Life At the Bottom - The Worldview That Makes the Underclass)

    Theodore Dalrymple
    Uitgeverij het Spectrum, 2004 - ISBN10 : 9027499179 | ISBN13 : 9789027499172

    Theodore Dalrymple : Er is een onzalig verbond ontstaan tussen degenen ter linkerzijde die menen dat de mens wel rechten, maar geen plichten heeft en liberalen van rechts die menen dat keuzevrijheid van de consument het antwoord is op alle sociale vraagstukken.”
    Liefdadigheid waarop men recht meent te hebben, haalt het motief voor menselijke solidariteit en plichtsgevoel onderuit.

    "Geen enkele beschaving die publiek gesanctioneerde genotzucht tot hoogste goed maakt, kan lang in stand blijven."

    "The idea that we can all rub along together, without the law having to discriminate in favor of one set of cultural values rather than another, is worse than merely false : it makes no sense whatever."


    .Culture & Society
    – Betrayed by the Elite ? -

    Gastspreker
    Theodore Dalrymple
    - http://nl.wikipedia.org/wiki/Theodore_Dalrymple -

    Leerstoel Louis Meerts

    3 mei 2007
    'Open seminaries & lezing'
    Antwerpen, Lessius Hogeschool
    4 mei 2007
    'Expert seminar'
    Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven - Overlegcentrum voor Ethiek – Associatie

    De Leerstoel Louis Meerts wordt georganiseerd door de Lessius Hogeschool samen met het Overlegcentrum voor Ethiek


    Over het tema

    De vanzelfsprekendheid waarmee men een onderscheid maakte tussen een beschaafde elite en een onbeschaafde massa is verdwenen.
    Niemand acht zich vandaag in staat om over de beschavende waarde van levensstijlen en preferenties een oordeel te vellen.
    We weten dat culturele opvattingen en gebruiken verschillen, maar geloven niet dat we ze in een hiërarchische ordening tegenover elkaar kunnen plaatsen.

    Elke discussie over smaakvoorkeuren en levensstijlen wordt dan ook geacht een vrijblijvend karakter te hebben.
    Het lijkt alsof we er op aansturen dat iedereen op het einde van een dergelijke discussie ervan overtuigd moet kunnen zijn zorgeloos om het even welke keuze te maken.
    Iedereen moet kunnen denken dat er met de manier waarop hij zijn leven vorm wil geven, in welke richting dan ook, niets aan de hand is.

    Ondanks het feit dat op deze manier de hiërarchische implicaties van klassenonderscheidingen irrelevant lijken, bestaan er in onze samenleving observeerbare verschillen tussen mensen met meer en mensen met minder economisch en cultureel kapitaal.

    Dat verschil vertaalt zich in eetgewoonten, vrijetijdsbesteding, muziekvoorkeur en allerhande particuliere interesses.
    Niet al deze omgangsvormen lijken even stijlvol en even beleefd en niet alle projecten bieden evenveel ruimte aan creativiteit en interactie.

    Sommige gedragspatronen lijken inspanning te dempen en sociale contacten tot een minimum te beperken.
    Intellectuelen en mensen die via klassieke of nieuwe communicatietechnieken grote groepen bereiken, laten desondanks uitschijnen dat alle voorkeuren en preferenties onderling uitwisselbaar zijn.

    Zelden voelt iemand zich geroepen om de meerwaarde van particuliere omgangsvormen of culturele engagementen te verdedigen.
    Kunnen we zeggen dat het redactieverantwoordelijken, productieverantwoordelijken van de omroep, leiders van politieke partijen of culturele verenigingen ontbreekt aan de moed om het onvoorwaardelijke karakter van specifieke culturele en humane waarden publiek te onderschrijven en andere te veroordelen ?

    Kunnen we zeggen dat de elite verraad pleegt ?
    Of wordt ze zelf gegijzeld door de actuele culturele verstandhouding die iedereen die voor meer menselijk respect, trouw, beleefdheid of vriendelijkheid pleit, de mond snoert ?
    Hoe kan ‘cultuur’ tot ontwikkeling komen in een homogeniserende context waarin geen hiërarchie mag gelden ?


    Onze gastspreker

    Theodore Dalrymple, pseudoniem van Anthony Daniels, werd in 1949 geboren te Londen.
    Jarenlang werkte hij als psychiater in een gevangenis en in achterstandswijken.
    Hij publiceerde een vijftiental boeken, waarvan er drie in het Nederlands werden vertaald :

    Leven aan de onderkant
    - Het systeem dat de onderklasse in stand houdt
    -

    Life At the Bottom - The Worldview That Makes the Underclass
    Theodore Dalrymple - Uitgeverij het Spectrum, 2004 - ISBN10 : 9027499179 | ISBN13 : 9789027499172
    'Leven aan de onderkant' is het relaas van een geëngageerd psychiater over het leven in de onderklasse en een felle aanklacht tegen de mentaliteit die mensen daarin gevangen houdt.

    Theodore Dalrymple werkt in een gevangenis en een ziekenhuis in een grote achterstandswijk.
    Hij baseert zijn analyse op de duizenden gesprekken die hij voerde met daders en slachtoffers van roof, drugsmisbruik, mishandeling en andere vormen van geweld.
    Het resultaat is een indringend portret van een wereld waarin relaties vluchtig en gewelddadig zijn, waarin vaders afwezig zijn, waarin zelfbeheersing en eigen verantwoordelijkheid niet of nauwelijks een rol spelen.
    Volgens Dalrymple wordt de onderklasse vooral instandgehouden door het waarderelativisme waarvan de westerse wereld sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw is doortrokken.

    Dat komt vooral tot uiting in het goedpraten van criminaliteit door die voor te stellen als een onontkoombaar gevolg van armoede of discriminatie, maar ook in het verdacht maken van prestatiedrang in het onderwijs.

    Aan de onderkant van de samenleving heeft dit geleid tot een slachtoffercultuur, die verhindert dat mensen hun lot in eigen handen nemen, met alle kwalijke gevolgen van dien.


    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004002124404&Section=BOOK




    Beschaving of wat ervan over is

    - Nieuwe essays van een spraakmakend cultuurcriticus -
    Theodore Dalrymple - Nieuw Amsterdam, 2005 – ISBN10 : 9046800040 | ISBN13 : 9789046800041
    Nieuwe essays van een spraakmakend cultuurcriticus.
    Het nieuwe boek van de auteur van Leven aan de onderkant draagt het onmiskenbare stempel van Theodore Dalrymples verfrissend scherpzinnige kijk op het menselijk bestaan.
    Dalrymple levert hierin onder meer kritiek op de cultuur van onmiddellijke behoeftebevrediging, op elk gemakzuchtig cultuurrelativisme en op het overboord gooien van een verantwoordelijkheidsbesef voor het welzijn van de samenleving waar je deel van uitmaakt.
    In vijfentwintig artikelen bestrijkt Dalrymple de wereld van literatuur en ideeën, van Shakespeare tot Marx, van de legalisering van drugs tot de crisis in de islam.
    Dit boek bevat onder meer 'De ineenstorting van de islam', volgens The New York Times het beste krantenartikel uit 2004.
    Net als in Leven aan de onderkant zijn Dalrymples essays vlijmscherp maar niet dogmatisch, schitterend opgebouwd en wars van jargon.
    'Beschaving of wat ervan over' is herstelt het geloof in de cruciale betekenis voor onze cultuur van literatuur en cultuurkritiek.

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004002598926&Section=BOOK


    Drugs
    - De mythes en de leugens -

    Theodore Dalrymple - Nieuw Amsterdam, 2006 – ISBN10 : 9046801489 | ISBN13 : 9789046801482

    Vrijwel alles wat u over heroïneverslaving weet is onmiskenbaar fout.

    Heroïne is niet bovenmatig verslavend; ontwenning van heroïne is medisch gezien niet ernstig; verslaafden worden niet crimineel om hun verslaving te onderhouden; verslaafden hebben geen medische hulp nodig om te stoppen met hun heroïnegebruik; en in tegenstelling tot de algemeen aanvaarde wijsheid is heroïneverslaving beslist wél een moreel of mentaal probleem.

    Puttend uit zijn rijke ervaring als gevangenisarts en als psychiater, stelt Theodore Dalrymple dat verslaving aan opiaten geen ziekte is en dat artsen die verslaving alleen nog maar verergeren.

    Ze houden zowel de verslaafden als zichzelf voor de gek door te doen alsof ze iets te bieden hebben.
    Dalrymple legt uit hoe een literaire traditie die teruggaat tot De Quincey en Coleridge de westerse samenlevingen generaties lang heeft misleid over de ware aard van verslaving aan opiaten.

    De opgeblazen verhalen van deze schrijvers over hun eigen verslaving zijn kritiekloos aanvaard en veel invloedrijker geweest dan de hele farmacologische wetenschap bij elkaar.
    En om het probleem aan te pakken werd een volstrekt nutteloze medische bureaucratie in het leven geroepen, die zichzelf dient en instandhoudt.

    Met bijtend esprit en onverbiddelijke logica stelt Dalrymple de mythes aan de kaak die de verslaving aan opiaten omgeven.

    Hij toont aan wat er gebeurt wanneer de aard van een sociaal probleem zo volkomen wordt misverstaan - wanneer mensen worden beschouwd als willoze objecten en niet als scheppers van hun eigen bestemming.
    Daarbij verbindt hij literatuur, farmacologie, geschiedenis en filosofie naadloos met elkaar.
    Zijn sprankelende, controversiële boek heeft een belang dat het directe onderwerp verre overstijgt.

    Cfr. : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start?BOL_OWNER_ID=1001004002910119&Section=BOOK

    Hij schreef ook diverse artikels voor tijdschriften en dagbladen.
    Sinds enkele van zijn columns verschenen in Trouw, NRC-Handelsblad, HP/De Tijd en Elsevier geniet zijn werk in Nederland een toenemende belangstelling.
    Stilaan sijpelen zijn ideeën ook in Vlaanderen door.

    Dalrymple betreurt het onvermogen van de elite om een beschavingsideaal te definiëren.

    De consequenties van hun 'rush from judgment' zijn volgens hem tragisch.
    De liberale adoratie voor de individuele vrijheid heeft ertoe geleid dat elk ‘oordelen’ als een ‘veroordelen’ wordt gezien.
    Daardoor is een mentaliteit ontstaan waarin geen ‘beter’ of ‘slechter’ meer geldt, alleen een ‘anders’ zoals in de tango van Enrique Santos Discépolo : “Todo es igual, nada es mejor”.

    Mensen aan de onderkant van de samenleving zouden niet het gevoel mogen krijgen dat hun leven minderwaardig is en daarom verklaart men alle levensstijlen evenwaardig.

    Door deze geste legitimeert men echter de grofheden, de verwaarlozing en de agressie die zich aan de onderkant van de samenleving ontwikkelen.

    Door de weigering bepaalde praktijken moreel en cultureel verwerpelijk te noemen kan men niet duidelijk maken hoe men een leven interessanter kan maken, behalve dan met meer bier, seks en televisie.
    Door zich neutraal en tolerant op te stellen, pleegt de elite verraad aan de eigen cultuur.
    Ze heeft niet meer de moed om zich te verheffen, want ze is uiteindelijk zelf het vertrouwen in een ‘beter’ verloren.
    Anderzijds weet de elite maar al te goed dat een betekenisvol leven inspanning en toewijding vereist en zal zij zichzelf nog steeds onderscheiden.
    Op die manier houdt ze zich in stand door deze impliciete 'savoir vivre' voor zichzelf te houden en er anderen niet ‘mee lastig te vallen’.
    De problemen worden pas manifest aan de onderkant van de samenleving.

    Dalrymple verwierf vooral naam met zijn boek 'Leven aan de onderkant' (2004) waarin hij scherp uithaalt naar wat hij ‘de onverantwoordelijkheid van de onderklasse’ noemt.

    Dalrymple vertelt er de verhalen van zijn patiënten uit buurten gekenmerkt door geweld en extreme verwaarlozing.

    De criminelen die hij als gevangenisarts leerde kennen omschreven zichzelf niet als dader maar juist als slachtoffer.
    Ze vertelden hem bijvoorbeeld dat ze ‘buiten zichzelf’ waren, dat het hun ‘zwart voor de ogen werd’ en dat ‘het mes zijn werk deed’.
    Het noodlot had zich voltrokken en had zich van hen meester gemaakt.
    Ze gaan uit van een ‘oneerlijk fatalisme’ of nestelen zich in een verontschuldigende hulpeloosheid.

    Volgens Darlymple wordt deze schrijnende situatie veroorzaakt door een specifieke ideologie.
    De onderklasse omhelst een sociaal determinisme : ze voelt zich gevangen in armzalige omstandigheden waaraan ze onmogelijk op eigen kracht kan ontsnappen.

    Proberen heeft dan ook geen zin.
    De agressor heeft hulp nodig en wanneer die hulp niet komt – ja, dan kan hij niet meer instaan voor de gevolgen.

    Dit excuus werd niet door henzelf verzonnen, maar werd aangereikt door de sociale wetenschappers die zochten naar ‘verklaringen’ voor bepaalde sociale misstanden.
    Volgens hen zijn de factoren die aan de grondslag liggen van het geweld, de uitbuiting en de verwaarlozing, genetisch, psychologisch of socio-economisch van aard.

    Romancing Opiates
    - Pharmacological Lies and the Addiction Bureaucracy -

    Theodore Dalrymple - Encounter Books (1 edition), April 25, 2006 – ISBN-10 : 1594030871 / ISBN-13 : 978-1594030871
    Cfr. :
    http://www.manhattan-institute.org/romancingopiates/ 

    Als mensen geen kansen krijgen, dan raken ze gefrustreerd en dan doen ze domme dingen.
    De sociale omkadering die in het verlengde van deze politiek correcte hypothesen tot stand is gekomen, heeft het omgekeerde effect van wat men ermee beoogde.

    De welvaartsstaat heeft er voor gezorgd dat de onderklasse zich steeds meer kan permitteren.
    Het sociale vangnet geeft haar een zekerheid waar ze steeds op kan terugvallen en die zekerheid wordt als een recht geclaimd.
    Anders dan in werkelijk arme gebieden (Oost-Afrika) of landen waar de overheid veel minder betrouwbaar is (Italië), is de zorg voor het eigen bestaan geen bijzondere verdienste meer in een verzorgingsstaat.
    Daar voorziet de overheid immers ruimschoots in de primaire noden (inkomen, onderdak, onderwijs).

    Dalrymple wijst ons op de nefaste gevolgen die deze politiek voor de onderklasse heeft.
    Waar een Afrikaanse hut nog de trots en het zelfrespect van de bewoners uitstraalt, is dit zelfrespect ver te zoeken in de uitgewoonde sociale woningbouw.

    Ook de Italiaan, met zijn sterke familiebanden, is beter af dan de Brit, van wie de overheid die banden stelselmatig ondermijnt.
    Uitkeringen en zorgvoorzieningen maken partners, ouders en kinderen onafhankelijk van elkaar, een onafhankelijkheid die zich uitdrukt in de achteloosheid waarmee buitenechtelijke kinderen ter wereld worden gebracht.

    In 'Beschaving of wat er van over is' (2005) richt Dalrymple zijn pijlen op het gebrek aan beschaving in het algemeen.
    Waar het tegenwoordig om draait is ‘authenticiteit’.
    De keuzes die men maakt zijn om het even, zolang men ze maar ‘authentiek’ kan noemen.
    De mens zou het meest authentiek zijn wanneer hij spontaan en impulsief zijn verlangens vervult.
    Controle uitoefenen op die verlangens is een teken van verkramping, van preutsheid, van verdringing.
    Echt vrij zijn betekent ongeremd ‘zijn ding kunnen doen’.
    In de kunst komt dit tot uiting in het voortdurend doorbreken van conventies en taboes, want het zijn net die ‘regels’ die het authentieke individu aan banden leggen.

    In de maatschappij laat hetzelfde vrijheidsstreven zich gelden in de verheerlijking van de jongerencultuur, van het snelle genot en de bandeloosheid.

    Sommige onderzoekers stellen zich vragen over de relevantie van Dalrymples hypothesen.
    Geldt zijn analyse van de onderklasse alleen in Groot-Brittannië of ook elders ?
    En op basis van welke gegevens kan men dat afleiden ?

    In zijn publicaties put Dalrymple voortdurend uit zijn rijke professionele ervaring.
    Zijn verhalen spreken tot de verbeelding.

    Volstaat het echter een kritiek uit te oefenen die grotendeels steunt op voorbeelden en anekdotes ?
    Is casuïstiek niet te beperkt, te particulier en te geïsoleerd om er algemene lessen uit te trekken ?
    Deze en andere vragen zullen we ongetwijfeld aan onze gastspreker kunnen voorleggen.

    Dalrymples kritiek kan worden bestempeld als conservatief.
    Maar ze kan ook door radicaal-rechts worden omarmd om een ‘Law and Order’-principe te recupereren.
    Dalrymple heeft echter helemaal geen fascistische sympathieën.
    Herhaaldelijk stelt hij dat een positionering in een politiek conservatief/progressief veld hem weinig interesseert.

    Dalrymples kritiek is inderdaad subtieler.

    Zonder veel pretentie wijst hij op de bouwval van onze moderne ideologische habitat : onze egalitaire, liberale verstandhouding waarin morele oordelen worden opgeschort en hiërarchische cultuurverschillen worden miskend.
    Hij wil ons wijzen op allerhande barsten, breuken en verzakkingen, terwijl hij toegeeft dat hij ons geen plan voor een noodzakelijke verbouwing kan voorleggen.
    Hij besteedt aandacht aan de agressie en de misstanden die zich aan de onderkant van de moderne samenlevingen lijken te ontwikkelen en die schrikwekkende proporties aannemen, in de hoop dat de klassieke humanistische beschavingsidealen opnieuw een verschil zullen kunnen maken.


    Over de LouisMeertsLezing

    Met de Leerstoel Louis Meerts wil de Lessius Hogeschool in samenwerking met de leden van de Associatie K.U.Leuven en het Overlegcentrum voor Ethiek het debat over gemeenschap, ethiek, politiek en media in Vlaanderen stimuleren.
    De leerstoel biedt aan internationaal gewaardeerde sprekers de gelegenheid om met scherpe analyses en innoverende inzichten een visie op een goede samenleving uit te bouwen.
    De leerstoel werd genoemd naar Louis Meerts (°1920), hoofdredacteur van Gazet van Antwerpen tussen 1949 en 1985, gewezen covoorzitter van de Lessius Hogeschool en emeritus hoogleraar Communicatiewetenschap (cfr. :
    http://www.lessius.eu/nieuwsbrief/2_7/lho_meerts.aspx -) .

    Samenlevingen zijn in evolutie.
    Er dienen zich steeds nieuwe mensen, nieuwe gewoonten en nieuwe technieken aan en er worden steeds nieuwe ideeën in de bloedbaan van onze gemeenschap opgenomen.
    Daardoor verschuiven betekenissen en posities en vormen zich steeds nieuwe allianties.
    In die evoluerende configuraties worden de doelstellingen van allerhande instellingen – soms nefast, soms onmerkbaar – verlegd en veranderen de brandpunten van de gemeenschappelijke aandacht.
    Idealen, waarden en behoeften evolueren echter niet blind.
    Ze zijn de vrucht van historisch gegroeide overtuigingen, religieus geïnspireerde opvattingen of reacties op culturele en economische ontwikkelingen.
    Die evoluties interpreteren is een humaniserende opgave.
    Inzicht kan ons genezen van misleidende vooronderstellingen, onkritische ideologieën en retorisch geweld.
    Het draagt bij tot meer begrip en constructief overleg.
    Het maakt het mogelijk om de samenleving constructief uit te bouwen en de ethische, sociale en humane verworvenheden uit het verleden voor de toekomstige generaties te vrijwaren.

    In de actuele context houden de kernvragen, die bij het interpreteren van de maatschappelijke evoluties aan bod komen, verband met vragen over de rol van de media, de ethische implicaties van de nieuwe technologieën, de impact van de individualisering en de consequenties van de confrontatie tussen religieuze tradities.

    De 'Leerstoel Louis Meerts' moet het mogelijk maken om het kritische potentieel van de publieke opinie met relevante interpretaties aan te scherpen.


    Programma

    .../...

    Cfr. :
    -
    http://ceder.cdenv.be/nieuwsbrief/pdf/Theodore_Dalrymple.pdf
    -
    http://www.lessius.eu/leerstoelmeerts/default.aspx



    Leven aan de onderkant
    - Het systeem dat de onderklasse in stand houdt -

    T. Dalrymple - 11e druk - ISBN : 90-274-9917-9


    Een vernieuwende en confronterende visie op het systeem dat de onderklasse instandhoudt.
    'Leven aan de onderkant' is het relaas van een geëngageerd psychiater over het leven in de onderklasse en een felle aanklacht tegen de mentaliteit die mensen daarin gevangen houdt.

    Dalrymple werkt in een gevangenis en een ziekenhuis in een grote achterstandswijk.

    Hij baseert zijn analyse op de duizenden gesprekken die hij voerde met daders en slachtoffers van roof, drugsmisbruik, mishandeling en andere vormen van geweld.
    Het resultaat is een indringend portret van een wereld waarin relaties vluchtig en gewelddadig zijn, waarin vaders afwezig zijn, waarin zelfbeheersing en eigen verantwoordelijkheid niet of nauwelijks een rol spelen.

    Volgens Dalrymple wordt de onderklasse vooral instandgehouden door het waarderelativisme waarvan de westerse wereld sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw is doortrokken.

    Dat komt vooral tot uiting in het goedpraten van criminaliteit door die voor te stellen als een onontkoombaar gevolg van armoede of discriminatie, maar ook in het verdacht maken van prestatiedrang in het onderwijs.
    Aan de onderkant van de samenleving heeft dit geleid tot een slachtoffercultuur, die verhindert dat mensen hun lot in eigen handen nemen, met alle kwalijke gevolgen van dien.

    Theodore Dalrymple (1949) is een Britse arts, psychiater en schrijver.
    Artikelen van zijn hand verschenen in periodieken over de hele wereld.


    Cfr. : http://www.spectrum.nl/book/book.ngp?isbn=9027499179



    Leven aan de onderkant

    Luc Vanneste - Samenleving en politiek - Jaargang 12, nummer 8 (oktober 2005), blz. 39 – 43


    De aanleiding voor deze bijdrage is het boek 'Leven aan de onderkant' van Theodore Dalrymple.
    Boekbesprekingen zijn nooit lang in 'Samenleving en politiek' maar dit is dan ook meer dan een gewone boekbespreking.

    Ik wil van bij het begin duidelijk stellen dat ik 'Leven aan de onderkant' een passionerend boek vind.

    De auteur is conservatief, hij komt ervoor uit.
    Ik behoor tot een generatie die progressiviteit vanzelfsprekend vindt en daarenboven progressiviteit gelijk stelt aan links zijn.
    Wie zichzelf conservatief noemt, kan moeilijk ernstig genomen worden.

    Ja ik weet het, ik word oud.

    En ik geef toe dat ik die vanzelfsprekendheid minder en minder tegenkom.
    Maar ik heb ze nog.
    En toch heb ik het boek met grote belangstelling, in elk geval met een duidelijk gevoel van herkenning, gelezen.
    Je komt maar af en toe een publicatie tegen die je zo aangrijpt.
    Ik wil dan ook niet reageren met : zijn steekproef zal wel verkeerd zijn (p. 251).
    Ik besef dat iedereen zijn ervaringen op een beperkte steekproef ent en ik ben absoluut niet zeker dat die van mij zo overtuigend representatief is.
    Ik zal dus niet met statistische tegenargumentatie aanzeulen.
    De idee van verantwoordelijkheid spreekt mij gewoon aan.

    Ik was dertig jaar geleden al een bewonderaar van Jean-Paul Sartre.
    Dalrymple verwijst maar een tweetal keer naar hem en een keer is dat weinig flatterend, maar zijn idee van vrijheid als verantwoordelijkheid en zijn idee van kwade trouw zijn duidelijk aanwezig.
    Ik kwam zelfs even de uitdrukking ‘existentiële keuze’ tegen.
    Sartre kwam echter slechts op het eind van zijn leven met arbeiders in aanraking.
    De groep waar Dalrymple het over heeft, de onderklasse van dompelaars, heeft hij nooit ontmoet.
    Hen verantwoordelijk noemen is voor progressieven minder vanzelfsprekend.

    En dat is precies wat Dalrymple doet : hij weet hen gevangen in een systeem, een wereldbeeld.
    Maar zoals Marx het had over godsdienst als opium van het volk, zo noemt Dalrymple de onderkant verslaafd aan een wereldbeeld dat die klasse of liever kaste maar wat graag in stand houdt.
    Maar in afwijking van Marx, die intellectuelen geen belangrijke maatschappelijke rol toekende, vindt Dalrymple dat deze toch ook wel een eigen verantwoordelijkheid dragen.
    En in tegenstrijd met Marx vindt hij dat de maatschappelijke omstandigheden totaal ondergeschikt zijn aan het bewustzijn van mensen.
    Als dit zo zou zijn, dan zouden mensen nog steeds in holen leven’ (p. 34).
    Je moet dus ermee beginnen het bewustzijn aan te pakken.


    Cfr. : http://users.telenet.be/samenleving-en-politiek/archief/2005jrg12nr8VannesteLuc.htm



    Een Vaderloze cultuur vol losbandigheid

    Unity, 22-03-2006 - Bron : Reformatorisch Dagblad

    Beschaving of wat ervan over is
    Theodore Dalrymple - Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2005 - ISBN 90 4680 004 0


    Britse psychiater en schrijver Theodore Dalrymple houdt Westen onverbiddelijke spiegel voor : ”Beschaving of wat ervan over is”.
     
    Egoïsme, normloosheid, het uiteenvallen van gezinnen, seksuele losbandigheid, geweld.
    De Britse psychiater en schrijver Theodore Dalrymple houdt het Westen, in het bijzonder Engeland, een onthutsende spiegel voor.
    Voor het verlies aan hogere cultuur en beschaving houdt hij niet alleen de onderklasse verantwoordelijk, maar evenzeer de Britse intellectuele elite.
    Ze koketteerden met de teloorgang van de moraal en goede smaak, onder het mom van ”alles moet kunnen”.
     
    Dalrymple werkte als arts in een gevangenis en in een ziekenhuis van een Engelse sloppenwijk.
    Wat hij daar dagelijks waarnam aan geestelijke armoede was schrijnender dan de ergste fysieke armoede die hij in Afrika en Azië als arts van dichtbij had gezien.
    Ik werkte in een ziekenhuis waar 1200 zelfmoordpogingen per jaar werden gedaan.”
    Gedurende dertien jaar was hij ook columnist voor de Londense Spectator en schreef hij voor het Amerikaanse City Journal.

    Dalrymple (pseudoniem van Anthony Daniels) heeft zich al eerder intensief beziggehouden met de uitzichtloze situatie van de maatschappelijke onderklasse.
    In het boek ”Leven aan de onderkant - Het systeem dat de onderklasse in stand houdt” (2004) levert hij kritiek op gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef in deze kringen.
    Want deskundigen menen dat misdaad en wangedrag voortvloeien uit de sociale omstandigheden waarin de dader leeft. Als iemand zijn inkomen besteedt aan drank of drugs, spreek er dan geen kwaad van, want hij is het product van sociale omstandigheden.
    Je mag zeker niet over hem oordelen.
    Door de onderklasse te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid, kan die groep volgens Dalrymple weer uitzicht krijgen op verbetering van het leven.
    Zij moet worden afgebracht van het idee van slachtofferschap.


    Teloorgang gezin

    Het nieuwe boek borduurt verder op dit spoor.
    Dalrymple levert een fundamentele cultuurkritiek, met name op het punt van de seksuele losbandigheid, de teloorgang van het gezin, de criminaliteit, het volstrekte egoïsme.
    Volgens Dalrymple ontbreekt het de mensen die in de onderklasse leven niet aan materiële welvaart.

    Ze hebben genoeg geld om te eten en te drinken, maar zij haten een geregeld burgerlijk leven.

    Hun levens zijn leeg en doelloos, zij leven voor de kick van het moment: spanning, seksueel geweld, drank- en drugsgebruik.
    Vooral funest is het ontbreken van stabiele gezinnen : de meeste kinderen worden geboren in gezinnen waarin het woord ”vader” geen betekenis meer heeft, behalve dan in strikt biologische zin.

    Veertig procent van de kinderen in Groot-Britannië wordt buiten het huwelijk geboren.
    Echtscheiding is eerder norm dan uitzondering.

    Dalrymple constateert dat meer dan de helft van de Engelse huizen geen eettafel meer heeft.
    Schokkend citaat :

    Ik vroeg de jongeman of zijn moeder ooit voor hem gekookt had.
    Niet sinds mijn stiefvader verscheen. Zij kookte voor hem, weet je, maar niet voor ons kinderen.”
    Ik vroeg  hem wat zij -hij en zijn broertjes en zusjes- gegeten hadden en hoe ze het gegeten hadden.
    We aten gewoon wat er was,” zei hij : ”We gingen naar iets op zoek als we honger hadden.”
    En wat was er dan ?
    Brood, cornflakes, chocola, dat soort dingen.”
    Dus je zat nooit aan tafel om samen te eten ?
    Nee.”
    Hij vertelde me zelfs dat hij de laatste vijftien jaar nooit met anderen aan tafel had gegeten.
    Eten was voor hem een noodzakelijk kwaad, iets wat je bijna stiekem deed, waar geen plezier in zat en zeker geen sociaal gebeuren was.
    De straat was zijn voornaamste eetkamer en ook zijn vuilnisemmer : wat voedsel betrof was hij eerder een jager-verzamelaar dan iemand die in een hoogontwikkelde samenleving leefde.”

    Dalrymple ziet een nauw verband tussen vitaminegebrek en asociaal gedrag en hij verwijst naar een experiment in de gevangenis van Birmingham waar hij werkte.
    Ondervoede gevangenen die geregeld vitaminen kregen, gedroegen zich socialer en minder gewelddadig.

    De Britse schrijver legt de schuld van de teloorgang van moraal en beschaving bij het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef in de verzorgingsstaat.
    Veertig procent van de Britten is afhankelijk van overheidssubsidies.
    De staat is een vader voor het kind.

    Er is een onzalig verbond ontstaan tussen degenen ter linkerzijde die menen dat de mens wel rechten, maar geen plichten heeft en liberalen van rechts die menen dat keuzevrijheid van de consument het antwoord is op alle sociale vraagstukken.”

    Liefdadigheid waarop men recht meent te hebben, haalt het motief voor menselijke solidariteit en plichtsgevoel onderuit.


    Ook hogere cultuur

    In 25 artikelen kritiseert Dalrymple niet alleen de lagere maar ook de hogere cultuur.
    Intellectuelen als de schrijfster Virginia Woolf (1882-1941) ondermijnden volgens hem de traditionele waarden van gezin en burgerlijkheid en de klassieke deugden van de westerse cultuur.

    Woolf legt hij de volgende uitspraak in de mond : „De beschaving mag ten onder gaan als mijn ego maar bevredigd wordt !
    In haar drang tot literaire vernieuwingen haatte Woolf alleen maar alles wat zich vóór haar tijd had afgespeeld, aldus Dalrymple.

    Schrijvers als D. H. Lawrence en Marilyn Manson verheerlijkten de seksuele drang van de mens boven alle normen en waarden.

    Schokkend is Lawrences boek, getiteld ”Lady Chatterley’s Lover”.
    Dalrymple geeft een beschrijving van de inhoud.
    Seksuele obsceniteit is tot norm verheven en openlijk wordt de draak gestoken met kuisheid.
    Het boek werd razend populair onder Britten.

    Een kwart van alle huishoudens kreeg het in bezit.
    De geest was helemaal uit de fles, het aanbod had een vraag gecreëerd en al etende kreeg men trek.”

    Dalrymple beschrijft ook de shockerende expositie ”Sensation” die in de Royal Academy in Londen werd gehouden.
    Daarin was een levensgroot portret van de kindermoordenares Myra Hindley te zien.
    Het protest van demonstrerende moeders buiten het museum mocht niet baten.
    De tentoonstelling belichaamde ten volle het meest wezenlijke kenmerk van de moderne Britse beschaving : extreme vulgariteit.

    Dalrymple is vooral fel naar de intellectuelen en de media die alles maar goedkeuren en een knieval doen voor de slechte smaak.
    Ze hebben voortdurend de neiging om steeds maar te provoceren, taboes te doorbreken en af te geven op zogenaamde kleinburgerlijke deugden.
    Dalrymple zegt dat de verloedering nergens zo ver is voortgeschreden als in Engeland : „Een natie die nog niet zo lang geleden bekendstond om haar beheerste manieren, is nu berucht vanwege haar grove smaak en de asociale activiteiten om haar lusten te bevredigen. De massale dronkenschap die in de weekenden in de centra van de Britse steden te zien is, gaat hand in hand met de schrikbarend ruwe, gewelddadige en oppervlakkige betrekkingen tussen de beide seksen.”


    Kwaad in de mens

    Dalrymple is geen christen, maar hij weet van het kwaad in de mens.
    Hij komt dicht bij het christelijke zondebesef : „Er moet wel iets mis zijn met het hart van de mensen dat zij zich op zo’n ontaarde manier gedragen - - de erfenis van de erfzonde om een beeldspraak te gebruiken.”
    Hij leert van Shakespeare, Toergenjev en Stefan Zweig dat de mens niet van nature geneigd is tot het goede.

    Vooral Shakespeare is voor Dalrymple een gids voor het kennen van de driften en slechte begeerten in de mens.
    Deze belangrijke Engelse schrijver zou de huidige seksuele vrijheid hebben verafschuwd.
    Shakespeare is geen aanhanger van de edele wilde die louter instinctmatig leeft : het wilde in de mens vreest en verafschuwt hij eerder.”
    Het kwaad zit in elk mensenhart, zo leert Dalrymple van Shakespeare, waarbij beschaving nodig is om driften te beteugelen en in vrijheid te leven.
    Waarden als gezin, moraal en verantwoordelijkheid zijn onmisbaar om de leegte en innerlijke uitholling tegen te gaan.

    Onder beschaving verstaat Dalrymple „de som van alle activiteiten waardoor mensen hun louter biologische bestaan kunnen overstijgen en reiken naar een rijker geestelijk, esthetisch, materieel en spiritueel leven.
    En : „Een eerste vereiste voor beschaving is dat mensen bereid zijn hun laagste instincten en begeerten te onderdrukken : als ze daar niet in slagen, dan worden ze, vanwege hun intelligentie, veel erger dan dieren.”

    Met een parafrasering op de Britse filosoof Edmund Burke zegt Dalrymple dat de beschaafde mensen de laatste tientallen jaren niet alleen de barbaren hebben laten begaan, maar ermee zijn gaan heulen.
    Zij hebben het primaat ontkend van grootse culturele prestaties van de mens boven het meest kortstondige en vulgaire vermaak.”
    En : „Geluk en een goed leven worden voorgesteld als een soort verlengde sensuele extase en niets anders.”


    Ondeelbaar gezag

    Het boek bevat onder meer het artikel ”De ineenstorting van de islam”, door The New York Times tot het beste krantenartikel uit 2004 itgeroepen.
    Daarin beschrijft Dalrymple onthutsende verhalen over uitgehuwelijkte of uitgestoten moslimmeisjes, die voorwerp van eerwraak werden.
    Het probleem van de islam is volgens hem dat er een ondeelbaar gezag is, zonder onderscheid tussen wereldlijk en religieus gezag.
    De islam bleef daardoor hopeloos achter in de moderne tijd.

    Toch gelooft Dalrymple in de ineenstorting van de islam.
    De Britse gevangenissen puilen uit van de jonge moslimmannen, maar ze zijn volledig geseculariseerd.
    Als ze zich bekeren tot de radicale islam, is dat puur uit haat tegen de westerse maatschappij.
    De fundamentalistische islam zal nog wel een tijdje gevaarlijk zijn, maar zal verdwijnen, is Dalrymples overtuiging : „De fanatici en bommenleggers vertegenwoordigen geen heropleving van de niet-hervormde, fundamentalistische islam, maar de doodsreutel.

    Dalrymples boek prikkelt tot nadenken over onze cultuur, die steeds verder wegzinkt in normloosheid, afkeer van beschaving en moreel besef.
    Het feit dat Dalrymple geen christen is, doet niets af van de waarde van de diagnose die hij stelt.
    Hoe je het wendt of keert : we zitten nu met de gevolgen van de bevrijdingsideologie van de jaren zestig en zeventig.
    Geen enkele beschaving die publiek gesanctioneerde genotzucht tot hoogste goed maakt, kan lang in stand blijven”, stelt Dalrymple terecht.

    Erg populair is hij met zijn werken in Engeland niet geworden.
    Van hem geldt : een profeet wordt in zijn vaderland niet geëerd.
    Terwijl Engelse uitgevers weigerden zijn boek over het leven van de onderklasse uit te geven is het in Amerika en ook in Nederland een succes.
    Leven aan de onderkant” beleeft hier inmiddels zijn derde druk.


    Cfr. : http://www.unitydrugs.nl/home_news.php?id=314&show=-3



    Cfr. ook :

    1. Dr. Theodore Dampryle's speech at a meeting organized by Pro Flandria on 16th September 2006
      WorkForAll
      Cfr. :
      http://www.workforall.org/assets/Dr.%20Theodore%20Dampryle.pdf

    2. Ik beschrijf hoe mensen echt zijn' - Intervieuw met Theodore Dalrymple, de vlijmscherpe Engelse cultuurcriticus
      Yoram Stein - Dagblad Trouw "de Verdieping"
      Cfr. :
      http://members.chello.nl/~g.schuurman1/m5.html

    3. Interview with Theodore Dalrymple
      Association for Medical and Therapeutic Self-Determination (MeTZelf)
      Cfr. :
      http://www.metzelf.info/Reports/Dalrymple.html

    4. Leven aan de onderkant
      Jan Paalman, 13-05-2006 – De Gelderlander 'De discussie'
      Cfr. :
      http://www.janpaalman.nl/columns2005-2006/levenaandeonderkant.htm

    5. Leven aan de onderkant - De negatieve kantjes van de Sociale Zekerheid
      Eric Verhulst – WorkForAll, 02-10-2006
      Cfr. :
      http://www.workforall.org/drupal/?q=nl/node/23



    19-09-2008 om 17:30 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrouwen hebben vaker nachtmerries
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    Vrouwen hebben vaker nachtmerries

    Gezondheidsnet.nl – Bron : BBC – 12-09-2008


    Vrouwen hebben meer en vaker nachtmerries dan mannen.
    Dat blijkt uit een Brits onderzoek.

    Aan het onderzoek werkten 170 vrijwilligers mee.
    Zij moesten vertellen wat hun laatste droom was.
    Van de mannen bleek een op de vijf een angstige droom te hebben gehad.
    Bij de vrouwen had een op de drie een angstige droom.

    Volgens de onderzoekers zit het verschil in dromen waarschijnlijk in de wisselende lichaamstempratuur van vrouwen, die veroorzaakt wordt door de maandelijkse cyclus.

    Na de ovulatie en net voor de menstruatie stijgt de lichaamstempratuur en dat leidt tot sterkere en agressievere dromen.
    Of dat ook geldt voor vrouwen die de pil slikken, is niet duidelijk.

    Niet iedereen is het met de uitkomst van het onderzoek eens.
    Er zijn wetenschappers die beweren dat vrouwen helemaal niet meer nachtmerries hebben maar gewoon beter zijn in het onthouden van de nachtmerries en erover praten.


    Cfr. : http://www.gezondheidsnet.nl/geest/nieuws/2596/vrouwen-hebben-vaker-nachtmerries

     

    17-09-2008 om 00:22 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geen verband tussen stress en migraine - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



































     

     


    Cfr. :
    http://www.migrainerelief.co.uk/

     

    Inhoud :
    • Geen verband tussen stress en migraine
    • Migraine, stress, angst - Een vicieuze cirkel voor 67% van de migrainepatiënten
    • Is stress a migraine trigger or not ?
    • Dispelling migraine myths from fact
    • Stress a Migraine trigger ? - What's the deal ?
    • Is stress a migraine trigger ?
    • Je hoofdpijnweg
    • Cfr. ook :
        • Headaches & Migraines

        • Holidays with headaches and migraines - What's important ?

        • Learn about headaches & migraine

        • Marcia Cross and migraines - No longer desperate

        • Medications for headache and migraine prevention - Effective preventive regimens can be found for 95-98% of patients

        • Migraine

        • Migrainepatiënt heeft afwijkende hersenen

        • New neural theory of migraine

        • Overcoming the Invisible Crime

        • The International Classification of Headache Disorders (2nd edition)

          Deel II

        • The role of stress in migraine headache, serotonin dysfunction and the initiation of depression

        • Topamax (topiramate) – Full profile

        • Topamax (topiramate) approved for migraine prevention - Following clincial trials, Topamax has now received FDA approval

        • Topamax for prevention - Proper dosage and taper - How to best taper up to therapeutic dosage

        • Treatment of stress-induced migraine headache with a corticotropin releasing hormone blocker

        • Weer kan migraine uitlokken



    Geen verband tussen stress en migraine

    Dagblad De Pers, 12-09-2008


    Stress lokt geen migraineaanvallen uit.
    Dat concludeert arts en onderzoeker Guus Schoonman van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in een studie waarop hij vrijdag is gepromoveerd.

    Veel patiënten en artsen gaan er van uit dat er een verband is tussen stress en de ernstige hoofdpijn.
    Schoonman volgde 27 patiënten intensief.
    Ze moesten enkele keren per dag vragen beantwoorden over de mate van stress die ze ervoeren.
    Daarbij hielden onderzoekers dagelijks de bloeddruk bij en werden de stresshormonen van patiënten gemeten.

    Schoonman kon geen verband vinden, ook niet bij mensen die zelf zeiden dat ze migraine krijgen van stress.

    Eén op de tien Nederlanders heeft geregeld migraineaanvallen.
    De hoofdpijn kan dan gepaard gaan met misselijkheid, braken en overgevoeligheid voor licht en geluid.


    Cfr. : http://www.depers.nl/wetenschap/243750/Geen-verband-tussen-stress-en-migraine.html




    Migraine, stress, angst
    - Een vicieuze cirkel voor 67% van de migrainepatiënten -

    Isabelle Eustache – Gezondheid.be, 14-11-2006


    Stress die veroorzaakt wordt door angst voor een nieuwe crisis is een factor die een aanval van migraine kan uitlokken.

    Angst is een aandoening die vaak voorkomt bij migrainepatiënten.
    Na afloop van een migrainecrisis, gaat het lijden verder met de angst voor de volgende crisis.
    Dat anticiperen is een bron van stress en angst.
    Maar stress is een factor die een migrainecrisis kan uitlokken…


    Migraine - Lijden tijdens en na de crisissen

    Als het over migraine gaat, dan praat men vaak over de crisissen, de duur, de intensiteit en de frequentie ervan en ook over de belasting van die crisissen.
    Maar veel minder vaak gaat het over de stress en de angst die de crisissen veroorzaken.
    De angst wordt veroorzaakt door de vrees voor een nieuwe crisis.
    Migraine is een ziekte die het dagelijks leven behoorlijk bemoeilijkt, niet alleen door de pijn, maar ook door de angst tussen de crisissen door.
    Hoe sterk is het verband tussen migraine en angst ?
    Hoeveel mensen hebben er mee te kampen ?
    De resultaten van het observatieonderzoek SMILE bieden een aantal antwoorden.

    De studie is een initiatief van de Société française d'étude des migraines et céphalées (Sfemc) en werd uitgevoerd door TNS Healthcare.
    Meer dan vijfduizend (5.400) migrainepatiënten werden gevolgd door 1.550 artsen (vooral huisartsen, maar ook neurologen).
    Toen het onderzoek van start ging, kreeg niet één patiënt een onderhoudsbehandeling tegen migraine, de patiënten deden wel een beroep op geneesmiddelen om de crisissen te behandelen om zo de ziekte onder controle te krijgen.


    67% van de migrainepatiënten kampt met angst

    Crisisbehandelingen zijn niet heel doeltreffend en de gebruikte dosissen zijn vaak te hoog : gemiddeld 5,2 geneesmiddeleenheden per crisis, wat veel hoger is dan de aanbevelingen.
    De studie toont ook aan dat de meeste migrainepatiënten (67%) met angst kampen, terwijl 39% van de patiënten ook aan een depressie lijdt.
    Bij patiënten die zowel migraine als angst hebben, zijn de crisissen frequenter, intenser en duren ze langer.
    De consumptie van geneesmiddelen om de crisissen te behandelen is hoger, maar de doeltreffendheid is dat niet.
    Zo is de cirkel rond.
    Stress die veroorzaakt wordt door angst voor een nieuwe crisis is een factor die een aanval van migraine kan uitlokken.
    Hoe meer stress iemand heeft, hoe groter het risico op een crisis is en hoe vaker crisissen optreden, hoe groter het risico op angst.
    Deze patiënten hebben ook de neiging om op een negatieve manier te anticiperen op de pijn.
    Ze hebben ook een meer uitgesproken vermijdingsgedrag.


    De onderhoudsbehandeling van migraine

    Een doeltreffende behandeling van migraine kan er bij deze patiënten voor zorgen dat de vicieuze cirkel migraine-stress-angst doorbroken wordt.
    Mogelijk moeten verschillende soorten behandelingen uitgeprobeerd worden, vooraleer men die behandeling vindt die doeltreffend is, maar het is de moeite zeker waard.
    Dat blijkt ook uit dit onderzoek.
    Twee maanden na het instellen van een basisbehandeling daalt de stress en de angst aanzienlijk.

    Het besluit ?
    Migrainepatiënten moeten een arts raadplegen om een geschikte basisbehandeling te vinden die de crisissen doet verdwijnen of minstens de crisissen verzacht.


    Lees álles over migraine : http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_ziekten/migraine_stress_angst_vicieuze_
    cirkel_de_migrainepatienten-14010-662-art.htm




    Is stress a migraine trigger or not ?

    About.com, August 21, 2006


    Recently, the National Headache Foundation (NHF) - cfr. : http://www.headaches.org/ - sent out a press release regarding myths about migraine.
    One of their myths was, "
    Stress is not a migraine trigger."
    In other words, they're saying that stress is a migraine trigger.

    The Migraine Awareness Group - A National Understanding for Migraineurs (MAGNUM) – cfr. : http://www.migraines.org/ -, the International Headache Society (IHS) – cfr. : – cfr. : http://www.migraines.org/ - and I disagree with that statement.
    In their International Classification of Headache Disorders, 2nd Edition, the IHS actually moved stress from their list of "
    triggering factors" to their list of "aggravating factors."

    Stress alone doesn't trigger migraines but it does make us more susceptible to our triggers.
    An analogy is the best way I know to explain it.
    When we're stressed, we're more likely to "catch a cold."
    It's not stress that triggers the cold, it's the cold virus.
    The stress just made us more vulnerable to the virus.
    Stress and migraine have the same kind of relationship.
    Stress doesn't actually trigger a migraine, but makes us more susceptible to our triggers.

    In a way, I think categorizing stress as a trigger ovesimplifies the role it plays in migraine.
    It's my opinion that, in some ways, the role of stress in migraine is actually more complex than that of a "regular" trigger because it takes minor triggers that are rather impotent by themselves and gives them more power.
    It takes triggers that are capapble of triggering a migraine on their own and makes them downright brutal, ...

    This brings up some excellent questions :

    • If stress isn't a trigger, why do we see it listed as a trigger so often ?
      Good question, one that I've asked too.
      There are a number of reasons.
      Reducing stress can help reduce the frequency of migraines.
      Some people, including some doctors and even researchers, find it easier to list stress as a trigger than to try to explain the difference between a trigger and an aggravating factor, especially if it's in a short article or brief question and answer venue.
      Some also reason that triggers and aggravating factors both contribute to the frequency of Migraines, so they don't feel it's urgent to differentiate.

    • Why do I continue to differentiate and say that stress is not a trigger but an aggravating or exacerbating factor ?
      Trigger identification and management is a key part of managing migraine disease.
      Since stress by itself doesn't trigger a migraine, blaming a migraine attack on stress rather than trying to identify the trigger that combined with the stress can lead to not identifying some of our triggers, especially the milder triggers.
      Triggers are what Dr. Jan Brandes calls 'stackable'.
      Another way of putting it is to say that we have a trigger threshold.
      It's very common to have some triggers that won't trigger a migraine individually, but if encountered in combination with other triggers or an aggravating factor such as stress, will trigger a migraine.
      Identifying as many triggers as possible is important in order that if any can be avoided, we can do so to reduce the frequency of our migraines.

    • So, is the NHF wrong ?
      I wouldn't say that they're wrong, just that we have a difference in philosophies.
      That's not always bad and this isn't a black-and-white issue.
      As long as questions are asked and a healthy dialogue continues, differences in opinion and philosophy can spark very educational exchanges.

    There are still many myths about migraine disease that some people mistake for reality.
    What about you ?
    Do you know the difference ?
    Take our quiz to find out : http://headaches.about.com/od/migrainediseas1/a/miscon_quiz.htm -.

    We're discussing the role of stress in Migraine disease on our forum.
    Join the discussion : http://forums.about.com/ab-headaches/messages/?lgnF=y&msg=11913.1 -.


    Cfr. : http://headaches.about.com/b/2006/08/21/is-stress-a-migraine-trigger-or-not.htm




    Dispelling migraine myths from fact

    EmaxHealth, 28-26-2006 – Source : National Headache Foundation


    Although there are 29.5 million migraine sufferers in the US, many people who are not affected by this legitimate health condition continue to believe commonly-held myths about migraine.
    According to the National Headache Foundation (NHF), some of the more common myths are as follows :

    • Myth 1 : Caffeine cannot help relieve a migraine.
      Fact : For certain migraine sufferers, caffeine is a migraine inhibitor, for others it is a trigger.
      Keeping a headache diary can help determine whether caffeine helps or hurts your migraine.
      Caffeine is found naturally and as an additive in coffee, tea, chocolate, cola, certain soft drinks and some pain relieving and acute migraine medications.

    • Myth 2 : Migraines are not trigged by stress.
      Fact : Stress is a commonly recognized trigger of migraines.
      Stress can be physical or emotional.
      It can be good or bad.
      It is an unavoidable part of modern life.
      Events causing emotional stress can trigger a migraine headache.
      Migraine sufferers are thought to have highly sensitized brains.
      In times of emotional stress, certain chemicals are released that provoke the vascular changes that can cause a migraine headache.
      Factors related to stress include anxiety, worry, shock, depression, excitement and mental fatigue.
      After a stressful period there may be a letdown which can, in itself, trigger a migraine headache.

    • Myth 3 : Regular exercise may not help reduce migraine frequency.
      Fact : For those who suffer from chronic, recurring migraines, exercise can either provoke an attack or lessen the frequency and severity of these headaches.
      If exercise or physical strain induce a headache, it is important to see a healthcare provider.
      Maintaining a regular exercise program can reduce the number of headaches and contribute to overall good health.

    • Myth 4 : Dietary supplements cannot be helpful in migraine treatment.
      Fact : Those suffering from frequent migraines may have a low magnesium level.
      Magnesium has a relaxant effect on smooth muscle, such as in blood vessels.
      Daily supplementation of 500 - 750 mg increases the body's magnesium level.
      Riboflavin (Vitamin B2) assists nerve cells in the production of ATP, an energy producing substance, which is essential for many chemical reactions to occur in the body.
      High doses of riboflavin (400 mg. is recommended) may reverse cells' "energy crisis" during migraine attacks.

    • Myth 5 : Migraines are not triggered by a lack of sleep.
      Fact : Migraine can be triggered by lack of sleep.
      Go to sleep at the same time every night and wake up the same time each morning, including on weekends.
      This maintains the body's natural circadian rhythm.

    • Myth 6 : Migraines cannot be trigged by exposure to smoke, odors or perfume.
      Fact : Certain fumes and vapors can initiate a migraine headache.
      Perfumes are also often a culprit.
      Being in public places which are smoke-filled or poorly ventilated can result in the onset of a migraine.

    • Myth 7 : Migraines do not run in families.
      Fact : Migraines can be hereditary.
      If one parent has migraine, the child has a 50 percent chance of having them.
      If both parents have them, there is a 75 percent chance the child will develop migraine and if even a distant relative has migraines, there is a 20 percent chance the child will also experience them.

    "Because migraine is an often misunderstood disease, it is important to dispel myths that may contribute to the confusion," said National Headache Foundation Executive Director Suzanne Simons : "It is our hope that this effort will further the understanding that migraine is neuro-biologic disease."

    The National Headache Foundation, founded in 1970 is a nonprofit organization dedicated to
    - serving headache sufferers, their families and the healthcare providers who treat them
    - promoting research into headache causes and treatments and
    - educating the public to the fact that headaches are a legitimate biological disease and that sufferers should receive understanding and continuity of care.

    For more information on headache causes and treatments, visit www.headaches.org or call 1-888-NHF-5552.


    Cfr. : http://www.emaxhealth.com/110/7203.html




    Stress a Migraine trigger ?
    What's the deal ?

    Abi's Migrainous Wanderings (wandering the vast reaches of the internet to discover the truth about Migraine disease and expose the misconceptions), September 10, 2006


    There are some issues, even in medicine, on which even the best of the best disagree.
    Seldom are such issues black and white.
    There are often points to support both sides.
    The issue of whether or not stress is a migraine trigger is one of those.

    For much of my life, I was told to relax, that stress was bringing on my migraines.
    Consulting my migraine journal, I could never make sense of that statement because I could find no correlation between times of stress and my migraine patterns.
    Of course, some of the people who told me to relax, were also the same uniformed, patronizing fools who told me to have a hysterectomy to stop my migraines.

    What disturbs me about the disagreement over stress as a Migraine trigger is the way in which the NHF (National Headache Foundation) chose fairly recently to express their disagreement with those who say stress is not a trigger.
    Two of the top Migraine sites on the Internet, MAGNUM and About Headaches / Migraine, have had Migraine myths on their sites for years, literally.
    The NHF has not and still does not.
    However, on July 31, the issued a press release, "
    Dispelling migraine myths from fact" (cfr. : http://www.emaxhealth.com/110/7203.html -).
    Their stated myth #2 is, "
    Migraines are not triggered by stress."

    Myth : Migraines are not trigged by stress.
    Fact : Stress is a commonly recognized trigger of migraines.
    Stress can be physical or emotional.
    It can be good or bad.
    It is an unavoidable part of modern life.
    Events causing emotional stress can trigger a migraine headache.
    Migraine sufferers are thought to have highly sensitized brains.
    In times of emotional stress, certain chemicals are released that provoke the vascular changes that can cause a migraine headache.
    Factors related to stress include anxiety, worry, shock, depression, excitement and mental fatigue.
    After a stressful period there may be a letdown which can, in itself, trigger a migraine headache.

    This statement is directly contradictory to the myth sections on both the MAGNUM and About sites.

    You may wonder why this disturbs me.
    Allow me to explain.
    By issuing a press release in this fashion, the NHF prompted a series of articles all over the Internet.
    These articles, for the most part, simply regurgitated the press release, accepting everything in it as undisputed fact.
    So, who in the hell are we supposed to believe ?
    MAGNUM has nothing on their site addressing the NHF release.
    On About.com, I found this :

    Is stress a Migraine trigger or not ?
    Recently, the National Headache Foundation (NHF) sent out a press release regarding myths about Migraine.
    One of their myths was, "Stress is not a Migraine trigger."
    In other words, they're saying that stress is a migraine trigger.

    MAGNUM, the International Headache Society (IHS) and I disagree with that statement.
    In their '
    International Classification of Headache Disorders' (2nd edition) – cfr. : http://216.25.100.131/ihscommon/guidelines/pdfs/ihc_II_main_no_print.pdf -, the IHS actually moved stress from their list of "triggering factors" to their list of "aggravating factors."

    You can read the rest of this article at : http://headaches.about.com/b/2006/08/21/is-stress-a-migraine-trigger-or-not.htm -.

    What I respect about Mrs. Robert's article is found in this question and answer :

    So, is the NHF wrong ?
    I wouldn't say that they're wrong, just that we have a difference in philosophies.
    That's not always bad, and this isn't a black-and-white issue.
    As long as questions are asked and a healthy dialogue continues, differences in opinion and philosophy can spark very educational exchanges.
    Cfr. : http://headaches.about.com/b/2006/08/21/is-stress-a-migraine-trigger-or-not.htm

    That is a reasonable, respectful and classy response.
    It's also one that tends to make me look at things more from her point of view than that of the NHF.
    Perhaps Ms. Simons at the NHF should give this some consideration.


    Cfr. : http://abimigraines.blogspot.com/2006/09/stress-migraine-trigger-whats-deal.html




    Is stress a migraine trigger ?

    Teri Robert, 2007 – MyMigraineConnection.com, MigraineCast, August 04, 2007


    The first component of effective Migraine disease management is the identification and management of triggers.
    Triggers are very individual.
    What's a trigger for one migraineur isn't necessarily a trigger for all migraineurs.

    There is some controversy as to whether stress is an actual trigger.
    The International Headache Society has moved it from their list of triggers to their list of exacerbating factors on the premise that it doesn't by itself trigger migraines but it does make us more susceptible to our triggers.

    An analogy is the best way I know to explain it.
    When we're stressed, we're more likely to "catch a cold."
    It's not stress that causes the cold; it's the cold virus.
    The stress just made us more vulnerable to the virus.

    Many believe that stress and migraine have the same kind of relationship. Stress doesn't actually trigger a migraine, but makes us more susceptible to our triggers.

    So, what does it matter if stress is an actual trigger or an exacerbating factor that makes us more susceptible to our triggers ?
    It matters because if we accept stress as a trigger, we may not fully embrace that first component of effective migraine management -- the identification and management of triggers.
    If we accept stress as a trigger, we stop looking for other triggers we may be encountering during stressful situations.
    We may well do ourselves a great disservice if we accept stress as a trigger rather than looking for triggers in how we react to stress, triggers that might be avoidable and manageable.

    I'll use myself as an example.
    It would be easy for me to assume stress is a trigger because I tend to be more likely to develop a migraine during periods of stress.
    But, when I kept a detailed Migraine diary, I discovered these triggers that I tend to encounter at such times :

    • skipping meals

    • crying

    • not drinking enough water

    • clenching my teeth

    • too little sleep or disrupted sleep.

    When considering stress and its role in migraines, we need to look at the different kinds of stress as well.
    We usually think of the negative mental or emotional stress, but there are other kinds as well.
    The negative stress is more accurately called "distress".
    There's stress in good situations as well - new jobs, getting married, the birth of a child, a great date.
    That's called "eustress" (a pleasant or curative stress which is very important for a person to generate maximum performance and output; sometimes we don't want to get away from stress because it is actually Eustress; the opposite of eustress is distress which can be quite distructive for you).

    Stress en eustress
    Lifebuilding.nl
    Bij het woord stress wordt vaak alleen gedacht aan de negatieve variant.
    Maar stress helpt je ook in alledaagse dingen.
    Een schrikreactie waarbij je in een reflex gevaar afwent is een voorbeeld hiervan.
    Daarnaast kan het je ook stimuleren tot hogere prestaties.
    Deze positieve vorm van stress wordt eustress genoemd, naar het Griekse '
    eu' wat 'goed' betekent (denk aan 'euforie').
    Je kunt het ook positieve stress of gezonde spanning noemen.
    Voorbeelden hiervan zijn snel adequaat handelen in noodsituaties, snel en goed gefocust denken tijdens een sollicitatiegesprek of even harder doorwerken om een deadline te halen.
    Niet alleen ongezonde, maar ook gezonde stress vraagt meer van je lichaam dan het normaal gewend is.
    Hierdoor heeft het ook bij eustress een herstelperiode nodig.
    Wanneer het herstel te kort duurt, bouwt de stress zich steeds op en kunnen er klachten optreden.
    Dan gaat het dus over in negatieve stress.
    Dit zal vooral gebeuren wanneer de stressperiode te lang is, te vaak voorkomt of te heftig is.
    Bij eustress wordt er adrenaline aangemaakt waardoor de stress ook een lekker gevoel kan geven.
    Het nadeel hiervan is dat het verslavend kan zijn.
    Workaholics kunnen hier bijvoorbeeld last van hebben.
    Zorg dus altijd voor een goede rust na een stressperiode.
    Te veel stress kan leiden tot overspannenheid en zelfs depressie.
    Je prestatievermogen gaat niet almaar omhoog door het toe laten nemen van de stress.
    Er is een punt waarop meer stress deze juist laat afnemen.
    Het handigst is om over het algemeen geen stress te ervaren, maar op korte piekmomenten deze te accepteren.
    Uiteraard verschilt het per persoon hoeveel stress bepaalde situaties opleveren.
    Spiegel jezelf dus niet aan anderen maar luister naar je eigen lichaam.
    Cfr. : http://www.lifebuilding.nl/stress_en_eustress.aspx

    We need also to consider not only emotional stress, but physical as well.
    We may not feel stressed when, in fact, our bodies are stressed and when our bodies are stressed, we're more susceptible to our triggers.
    Ever wonder why we seem to have more migraines when we're ill ?
    We have a cold or the flu and to add insult to injury, we get a nasty
    Migraine on top of everything else.
    It's because the stress on our bodies make us more susceptible to our triggers.
    Things that might not be enough to trigger a migraine when we're well can be strong enough when our bodies are stressed.

    What's the bottom line here ?
    In a way, it doesn't really matter if stress is a trigger or an exacerbating factor.
    It doesn't matter until you stop to consider that if we accept it as a trigger and don't look for other triggers, we may lose the opportunity to avoid some migraines.
    Remember the triggers I discovered in stressful situations ?
    Knowing those has helped me avoid many migraine attacks.
    If you think stress is a migraine trigger for you, I encourage you to keep a good migraine diary and look for other, possibly avoidable triggers that you may not have noticed before in stressful times.
    We owe ourselves that much - to be kind to ourselves and avoid as many migraines as possible.

    Coping with severe headaches and migraine disease for over 40 years has brought me to the realization that learning about migraine disease and headaches can allow us to work with our doctors as treatment partners to gain control over headaches and migraines rather than them controlling us.
    Please join us at MyMigraineConnection.com – cfr. : http://www.bio-medicine.org/medicine-news-1/MyMigraineConnection-com-and-Migraine-Expert-Teri-Robert-Announce-Seventh-Annual-Migraine-and-Headache-Poetry-Contest-15120-1/ - for information and support or for a transcript of this podcast.
    From MyMigraineConnection.com and the HealthCentral Network – cfr. : http://www.thehealthcentralnetwork.com/ -, this is Teri Robert reminding you that you can indeed live well, even with migraine disease and headaches.


    Cfr. : http://www.healthcentral.com/migraine/c/8937/12001/stress-trigger/




    Je hoofdpijnweg

    Jaap van de Weg
    Uitgeverij Christofoor - ISBN: 90 6038 475X
    Recensie door de Belgische Vereniging voor Hoofdpijn-Patiënten, 16-03-2008


    Hoofdpijn, migraine, psychosomatiek, oefeningen

    Hoofdpijn is een erg veel voorkomende klacht.
    Iedereen kent in zijn omgeving mensen die af en toe of chronisch met deze kwaal te kampen hebben !
    Naast moeheid en slapeloosheid is hoofdpijn in allerlei verschijningsvormen een van de meest voorkomende lichamelijke ongemakken.
    Wie alleen al kijkt op bijvoorbeeld de HoofdpijnStartpagina.nl – cfr. : www.hoofdpijn.pagina.nl - ziet hoe vaak hoofdpijn een rol speelt in onze maatschappij.

    In dit praktische boek gaat de arts Jaap van de Weg in op verschillende aspecten van hoofdpijn vanuit meerdere perspectieven.
    Vanuit het perspectief van de reguliere geneeskunde wordt gekeken naar de verschillende soorten van hoofdpijn.
    De manier waarop die tot stand komen wordt beschreven, evenals de behandeling.
    Medicijnen en andere leefregels tegen hoofdpijn worden genoemd.

    In het tweede deel wordt naar de hoofdpijn gekeken vanuit het perspectief van alternatieve geneeswijzen.
    Daarbij staat centraal hoe eenzijdigheden in de energiehuishouding zich in hoofdpijn kunnen uiten.
    Ook vanuit dat perspectief worden geneesmiddelen en andere therapeutische mogelijkheden genoemd.

    Het accent ligt op de benadering vanuit het perspectief van de psychosomatiek.
    In de psychosomatiek wordt onderzocht hoe psychische invloeden werken op het ontstaan van klachten, in dit geval van hoofdpijn.
    Wat voor invloeden kunnen bij ieder persoonlijk hoofdpijn veroorzaken of verergeren ?

    Ten slotte wordt uitgaande van de psychosomatische benadering een nog diepere laag van het onbewuste toegevoegd : de beeldende of mythologische laag.
    Hierin wordt beschreven hoe je een beeldverhaal over jezelf kunt maken, waarin niet alleen de hoofdpijn een rol speelt, maar ook de oplossing daarvoor.

    Op alle niveaus worden praktische oefeningen gegeven, die bij het eigen onderzoek naar de voor iedereen specifieke hoofdpijn een rol kunnen spelen.


    Cfr. : http://www.hoofdpijnen.be/wp/?p=87




    Cfr. ook :

    1. Headaches & Migraines
      Teri Robert - About.com, November 1, 2006
      Of the many conditions that overlap with fibromyalgia and chronic fatigue syndrome, headaches and/or migraines are among the most common.
      Cfr. : http://chronicfatigue.about.com/b/2006/11/01/headaches-migraines.htm
      Read more at '
      Headache & Migraine' at : http://www.emaxhealth.com/110

    2. Holidays with headaches and migraines - What's important ?
      Teri Robert – About.com, November 21, 2006
      It's not important to have the perfect gift or the perfect home-cooked holiday feast.
      What is important is being available to the special people in our lives.
      Cfr. : http://headaches.about.com/b/2006/11/21/holidays-with-headaches-and-migraines-whats-important.htm

    3. Learn about headaches & migraine
      Teri Robert - About.com, August 22, 2006
      Headaches and migraine are among the conditions that most frequently overlap both fibromyalgia and chronic fatigue syndrome.
      Cfr. : http://chronicfatigue.about.com/b/2006/08/22/learn-about-headaches-migraine.htm

    4. Marcia Cross and migraines - No longer desperate - "I would just say not to be a victim and to be your own health advocate..."
      Teri Robert speaking with Marcia Cross on migraines – About.com, (updated) January 9, 2008
      Actress Marcia Cross is enjoying life, marriage and a successful career.
      Today, she's probably best known for the role of Bree Van De Kamp on "Desperate Housewives".
      Marcia is also a migraineur.
      This morning, Marcia was kind enough to spend some time talking with me about migraine disease, how she handles her migraines and why she thinks it's important to be properly diagnosed and treated.
      Cfr. : http://headaches.about.com/od/migraine101/a/Marcia_Cross_In.htm

    5. Medications for headache and migraine prevention - Effective preventive regimens can be found for 95-98% of patients
      About.com, (updated) April 15, 2006
      For those of us with frequent headaches or migraine attacks, preventive medications, dietary supplements and even medical devices are often a good option.
      There are over 100 medications that can be used and nearly endless combinations of them.
      The list is ever-evolving and will this one will be updated regularly.
      Cfr. : http://headaches.about.com/od/medsarticlesandinfo/a/preventive_meds.htm

    6. Migraine
      Cfr. :
      - http://abimigraines.blogspot.com/search/label/Migraine%20Disease
      - http://www.cephalee.be/index.html
      - http://www.medicinfo.nl/%7Bd1b0fa24-60e9-46ca-812b-c80831f6c890%7D
      - http://www.mindovermigraine.com/mindovermigraine/
      - http://www.ruginfo.be/productssimple54.html

    7. Migrainepatiënt heeft afwijkende hersenen
      Nu.nl, 20-11-2007 – Bron : (c) gezondheidsnet.nl
      Wetenschappers hebben een afwijking ontdekt in de hersenen van mensen met migraine : een bepaald deel van de hersenen is bij hen dikker.
      Het is nog niet duidelijk of de verdikking een oorzaak is van de migraine of een gevolg ervan.
      Het is voor het eerst dat er een afwijking in de hersenen is aangetroffen bij migrainepatiënten.
      De kwab die lichamelijke pijn registreert is bij hen ruim 21 procent groter dan bij mensen die nooit migraine hebben.
      Die verdikking maakt mensen extra gevoelig voor pijn.
      De wetenschappers onderzochten 24 migrainepatiënten en 12 mensen die de aandoening niet hebben.
      De migrainepatiënten hadden al last van migraine in hun jeugd.
      Cfr. : http://www.nu.nl/news/1322937/151/Migrainepati%EBnt_heeft_afwijkende_hersenen.html

    8. New neural theory of migraine
      A. E. Eggers, Suny-Health Science Center at Brooklyn, NY, Etats-Unis - Medical hypotheses, 2001, vol. 56, no3, pp. 360-363 (32 ref.) - ISSN 0306-9877 - Elsevier, Kidlington, Royaume-Uni, 1975
      Insufficient attention has been given to reports in the literature describing patients with symptomatic migraine who, in addition to or instead of, the well-recognized zones of hypofusion, have zones of hyperperfusion, which can be interpreted as hypermetabolism due to neuronal activation.
      A new neural theory of migraine is proposed in which it is hypothesized that migraine is an electrical disease of the brain in which abnormally-functioning serotonergic pacemaker cells in the raphe nuclei inappropriately activate and inhibit wide areas of the brain.
      Excessive neuronal activation could cause migraine stroke by excitotoxicity and could explain the association of migraine with epilepsy.
      The serotonergic nuclei are positioned to mediate stress-induced migraine.
      Cfr. : http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=1081077

    9. Overcoming the Invisible Crime
      Yinka Vidal - Lara Pubns, January 1994 – ISBN-10 : 0964081806 / ISBN-13 : 978-0964081802
      'Overcoming the Invisible Crime' is the painful story of a laboratory supervisor, abused and violated by an unstable departmental head who almost forces him to commit murder.
      The author was very angry with the evil and the hate with which he was treated.
      In his emotional recovery, he learned to hurt, learned to heal and learned to overcome his emotional pain.
      He re-channeled his talent to another successful profession as a journalist.
      The story was very painful to write and the reader will find the book very interesting.
      It also exposes the unpredictable nature of human behavior.
      From reading about other people's tragedies, we learn to draw strength from their painful experiences.
      Cfr. :
      - http://www.amazon.ca/Overcoming-Invisible-Crime-Yinka-Vidal/dp/0964081806
      - http://www.smallbusinesses.com/reviews5.htm

    10. The International Classification of Headache Disorders (2nd edition)
      Headache Classification Subcommittee of the International Headache Society - Cephalalgia. 2004;24 Suppl 1:9-160 - PMID: 14979299
      Cfr. : http://216.25.100.131/ihscommon/guidelines/pdfs/ihc_II_main_no_print.pdf



    16-09-2008 om 16:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eén op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La bête noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    welkom_bij_lovergirl
    blog.seniorennet.be/welkom_
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!