NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • good post
  • thanks
  • thanks
  • Discounted UGG Boots
  • Discounted UGG Boots

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • CKII (scott yancey review)
        op Graag meer informatie over Prof. Dr. Johann Bauer...
  • Villas (Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • Bali Luxury Villas (Tropical Bali Villas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • illuminati (illuminati)
        op Fibromyalgie in het kort
  • sadas (asdASD)
        op Vermoeidheid overwinnen
  • sadas (asdASD)
        op (FES) organiseert - op 17-09-2008 - bijeenkomst in MMC
  • sadas (asdASD)
        op Chronische pijn en de rol van acupunctuur - Deel II
  • sadas (asdASD)
        op Als je een helpende hand zoekt...
  • sadas (asdASD)
        op Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • sadas (asdASD)
        op ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    meike
    blog.seniorennet.be/meike
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    lovingme
    blog.seniorennet.be/lovingm
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    amaryllis
    blog.seniorennet.be/amaryll
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    camillefox_antiek
    blog.seniorennet.be/camille
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    charcotvoet
    blog.seniorennet.be/charcot
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    03-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Artsen vinden behandeling fibromyalgie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  













     

    Artsen vinden behandeling fibromyalgie

    De Telegraaf, 14 jul 2007
    © 1996-2007 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam


    NIJMEGEN - Fibromyalgie, ook wel bekend als wekedelenreuma, is succesvol te behandelen met

    een combinatie van
    fysiotherapie en cognitieve gedragstherapie
    .

    PatiŽnten ervaren na zestien sessies minder pijn en minder beperkingen.
    Sommigen zeggen zelfs genezen te zijn.

    Dat blijkt uit een onderzoek van de Sint Maartenskliniek en het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen.

    Fibromyalgie is vooral onder vrouwen een veel voorkomende aandoening, waarvoor echter tot nu toe geen aanwijsbare oorzaak kan worden gevonden.
    PatiŽnten hebben pijn in de weke delen rondom gewrichten, maar bloed- of rŲntgenonderzoek tonen geen afwijkingen aan.
    Toch komen sommigen zelfs in een rolstoel terecht, aldus onderzoekspsycholoog Wim van Lankveld.

    Tot nu toe was de enige behandeling voor fibromyalgie oefeningen doen en medicijnen slikken, maar geen enkel medicijn had blijvend resultaat, volgens de onderzoekers.
    Veel patiŽnten kregen dan ook uiteindelijk te horen dat de pijn tussen hun oren zat en dat ze er maar mee moesten leren leven.

    Van Lankveld benadrukt dat fibromyalgie geen hersenspinsel is.
    ĄOok al is er geen oorzaak : de pijn die de patiŽnt voelt is altijd een belemmering. De gedragstherapie zorgt er voor dat mensen weer vertrouwen in hun lichaam krijgen en dat ze leren omgaan met stress. Regel ťťn is dat we in de groep niet praten over pijn. Want dat ze pijn hebben, weet iedereen nu wel. Nu moeten ze uit de neerwaartse spiraal weer naar boven. Bij fysiotherapie leren ze dat ze best kunnen bewegenĒ, aldus de psycholoog.

    Volgens Van Lankveld is er nooit eerder een behandeling tegen fibromyalgie gevonden waarbij patiŽnten zelf meldden dat ze genezen waren.
    Dit positieve effect blijkt ook een half jaar na de behandeling nog aan te houden.

    Cfr. :
    http://www.telegraaf.nl/binnenland/67436491/Artsen_vinden_behandeling_fibromyalgie.html
     

    03-08-2007 om 19:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inspuitingen met groeihormoon - Oproep !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     

    Oproep !


    De Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten (V.L.F.P.)

    doet een oproep aan iedereen
    die ervaring heeft met

    Inspuitingen met groeihormoon

    Alle reacties
    - zowel positief als negatief -
    zijn welkom !

    Bel, schrijf, fax of mail naar het V.L.F.P. - secretariaat

    Impulsstaart 6 C
    2220 Heist-op-den-Berg
    Tel. en fax : 015 25 33 19
    E-mail :
    info@vlfp.be

    Webstie : http://www.fibromyalgie.be/


    Dank je !


    03-08-2007 om 10:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


































     

    Prof. Dr. Kenny De Meirleir


    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel I


    De meest belangrijke theorieŽn rond CVS

    Op http://www.hetalternatief.org/Samenhang%20Belangrijke%20Theorieen.htm - vind je een schema (© F.N.M. Twisk 2007) waarin de samenhang tussen enkele van de meest belangrijke theorieŽn rond CVS grafisch wordt voorgesteld.

    Als je op de plaatjes klikt krijg een uitgebreidere beschrijving van elke theorie :


    De behandeling van ME

    Op het schema http://www.hetalternatief.org/OverzichtTherapie.gif - op http://www.hetalternatief.org/TherapieHoofdlijnen.htm Ė wordt grafisch voorgesteld hoe de behandeling die logischerwijs voortvloeit uit een onderbouwde verklaring voor ME (cfr. kaders hierboven) er in hoofdlijnen uitziet.

    De primaire oorzaak van het chronische karakter van ME is zeer waarschijnlijk een vicieuze cirkel van een sterk ontregeld afweersysteem (verzwakt : Th1-stand / overaktief : Th2-stand) en chronische infekties.

    Het is zaak om het probleem bij de bron aan te pakken en de oorzaak-gevolg-verbanden serieus te nemen.

    Als je dat niet doet, als je bijvoorbeeld antioxidanten inneemt voor het bestrijden van de oxidatieve stress en de infekties zijn nog aktief, heeft dat vaak geen blijvend effekt.
    Het afweersysteem blijft namelijk vrije radikalen aanmaken om de infekties te bestrijden.
    Die aanpak lijkt sterk op dweilen met de kraan open.

    De eerste stap in het proces is het bestrijden van de verschillende infekties (vooral intracellulaire infekties die het afweersysteem ontregelen) en het opkrikken, dempen en "terugzetten" van het afweersysteem.

    Omdat de meeste antibiotika de bakteria/mycoplasma niet doden, maar uitsluitend de tegenstander tegen- houden (voeding wegnemen etc.), zal het afweersysteem de tegenstander definitief moeten uitschakelen.

    Probleem is dat het afweersysteem vaak in de verkeerde stand (Th2-stand) overaktief is, maar juist in de goede stand (Th1-stand, nodig voor het opruimen van geÔnfekteerde cellen en tumoren) verzwakt is.

    Het "Brusselse model"

    Op de ťťn of andere manier (naar mijn mening een infektie) wordt het afweersysteem geaktiveerd.
    Dat afweer-systeem produceert o.m. RNAse-L en proteasen (enzymen die in staat zijn eiwitten te splitsen) en stikstofoxide.
    Om de ťťn of andere reden valt het ene deel van het afweersysteem (proteasen, zoals elastase) het andere deel van het afweersysteem (RNAse-L) aan.
    Hieruit ontstaan RNAse-L-fragmenten ("verknipt"' RNAse-L).
    De RNAse-L-fragmentatie-theorie is beschreven en uitgewerkt door Suhadolnik, McGregor, Peterson, Cheney, de Meirleir e.a.
    Omdat de RNAse-L-stukjes precies passen op de "deurtjes" van een cel, kunnen voedingsstoffen niet aangevoerd en afvalstoffen / overschotten niet afgevoerd worden.
    Cellen kunnen hierdoor niet goed funktioneren, bijv. op stress reageren.
    Dit verschijnsel wordt aangeduid als channelopathie (channel staat hier voor "celdeurtje").
    Op http://www.hetalternatief.org/SamenvattingBrusselseModel.htm (geaktualiseerd : juli 2007) wordt dit schematisch voorgesteld Ė cfr. : http://www.hetalternatief.org/BrusselseTheorie.jpg - met toelichting op de vicieuze cirkel [slecht werkend afweersysteem <-> chronische infekties].

    Een beknopte samenvatting van de RNAse-L-channelopathie-theorie van Prof. Dr. De Meirleir (en anderen)

    De theorie van de Meirleir is met zwart aangegeven, aanvullende konklusies die voortvloeien uit de mycoplasma-hypothese oranje.

    Stap 1 Ė Infektie
    Een ziekteverwekker aktiveert het immuunsysteem.
    Een mogelijke ziekteverwekker is Mycoplasma (fermentans etc).

    Stap 2 - Reaktie van het afweersysteem
    Het afweersysteem gaat reageren, onder meer door het produceren van :

        • RNAse-L (enzym dat het genetisch materiaal van de ziekteverwekker ďverteertĒ)
        • Elastase (enzym dat de ziekteverwekker moet ďdodenĒ)
        • Caspase (enzym dat geinfekteerde cellen tot zelfmoord aanzet).

    Stap 3 - De infektie wordt niet volledig uitgeschakeld, delen van het afweersysteem worden verminkt
    Het resultaat van stap 1 en 2 is :

        • a. - Pathogenen (bijv. mycoplasmaís) die door het afweersysteem uitgeschakeld zijn,
        • b. - Mycoplasmaís die het afweersysteem blijven aktiveren, mede omdat zij onherkenbaar zijn en
        • c. - RNAse-L-fragmenten: omdat proteasen (eiwitsplitsende enzymen) het gewone, essentiŽle RNAse-L-eiwit opsplitst: het ene deel van het afweersysteem, proteasen (bijv. elastase), valt een ander deel van het afweersysteem, het RNAse-L-enzym, aan.

    Stap 4 Ė Channelopathie
    Aangezien de RNAse-L-fragmenten kwa samenstelling sterk overeenkomen met de "vervoersmiddelen" voor voedings- en afvalstoffen van een cel (ABC-transporters) worden specifieke toegangs- en uitvalswegen geblokkeerd.
    De RNAse-L-fragmenten "
    pikken" de ABC-transporters "in".
    Hierdoor kan de cel bepaalde voedingsstoffen niet aanvullen (bijv. magnesium) en bepaalde afvalstoffen niet afvoeren.
    Door deze blokkade wordt de cel ernstig belemmerd in zijn funktioneren (= '
    channelopathie').
    (Bron : VPRO/Noorderlicht)
    Voor een grafische toelichting over wat channelopathie moet klik je : http://www.hetalternatief.org/RNAse%20en%20Channelopathy.jpg -

    Cfr. : http://www.hetalternatief.org/Channelopathie.htm

    Een tweede probleem als gevolg van de RNAse-L-fragmentatie is een slecht funktionerend afweersysteem.
    Met als gevolg dat oude infekties opleven en nieuwe infekties gemakkelijker kunnen toeslaan.

    En daarmee is de vicieuze cirkel rond : pathogenen ū reaktie afweersysteem, echter: proteasen vernielen RNAse-L ū afweersysteem werkt onvoldoende !

    Sommige ziekteverwekkers, zoals mycoplasma's, zijn door het verzwakte afweersysteem in staat om ook de witte bloed- cellen (afweersysteem) te infekteren.
    Hierdoor ontstaan weer twee nieuwe problemen: het afweersysteem valt het afweersysteem aan (auto-immuunziekte) en het afweersysteem wordt nog verder verzwakt enzovoorts.

    Omdat het afweersysteem permanent of chronisch aktief is, worden stoffen aangemaakt die een mens ziek maken (een koortsgevoel geven).
    Bij een kortdurende infektie is die aanvalstaktiek, bijv. stikstofoxide (NO) aanmaken om de tegenstander uit te schakelen, geen probleem. Probleem is echter dat de infekties vaak jaren stand houden.

    Als het lichaam jaren lang bijv. stikstof aanmaakt zullen er veel vrije radikalen en een groot zuurstoftekort ontstaan (oxidatieve stress).
    Dit deel van het model is "uitgewerkt" door dr. Martin Pall. Belangrijke gevolgen van oxidatieve stress (veel stikstofoxide) is pijn/hoofdpijn, stemmingswisselingen en prikkeling van het zenuwstelsel.
    Cfr. :
    http://www.hetalternatief.org/SamenvattingBrusselseModel.htm


    Dit is een van de redenen waarom een korte antibiotika-kuur niet volstaat.
    Dus naast het nemen van maat-regelen om de schadelijke effekten van langdurig antibiotika-gebruik te beperken (bijv. probiotika, soorten antibiotika wisselen, regelmatig stoppen) moet ook het afweersysteem "
    opgekrikt" en afgeremd worden.

    Daartoe zijn diverse medicijnen en supplementen beschikbaar.
    Omega-3 bijvoorbeeld helpt het afweer-systeem af te remmen.
    Glutathione is niet alleen een prima antioxidant en ondersteunt het afweersysteem.
    Ampligen (erg duur en niet geschikt voor alle ME-patiŽnten) en Kutrapressin zijn niet alleen antivirale middelen, maar ook immuun-modulatoren : zetten het afweersysteem terug in de goede stand (Th1-stand).

    Als de infekties bestreden zijn en het afweersysteem weer redelijk funktioneert, kan de gevolgschade opgeruimd worden: de vrije radikalen en de schade die daaruit voortvloeit.
    Daarbij moet U onder meer denken aan beschadigde mitochondria (energiefabriekjes) en de afbraak van essentiŽle eiwitten en vetten.

    Belangrijk in dit kader zijn antioxidanten: glutathione, superoxide dismutase, vitamine B12, vitamine C etc.

    Model dr. Martin Pall
    - Het peroxynitriet-model -

    Explaining Unexplained Illnesses, 2007
    (plaatjes: © F.N.M. Twisk 2007)

    De vijf principes

    De (pathofysiologische) verklaring van dr. Martin Pall voor ME, MCS en andere ziekten is gebaseerd op de volgende vijf samenhangende principes :

    • Verschillende stressoren zetten de ziekte (de NO/ONOO-cirkel) in gang
      • De NO/ONOO-cirkel is een vicieuze cirkel, die zichzelf in stand houdt
      • Alle symptomen en klachten worden verklaard door de elementen uit de cirkel
      • De NO/ONOO-cirkel vindt lokaal, dat wil zeggen: in de cel, plaats en
      • Behandeling van ME en andere ziekten vereist een kombinatie van supplementen.

    We zullen op elk van de 5 principes wat dieper ingaan.

    Principe 1 - Verschillende stressoren zetten de ziekte (de NO/ONOO-cirkel) in gang

    Volgens Pall is de stressor alleen aan het begin nodig om de zaak in gang te zetten.
    De stressor is voor elke ziekte anders. Pall onderkent voor ME/CVS 9 stressoren :

    • virale infekties*
      • bakteriŽle infekties*
      • infekties met protozoa (eencellige mikroorganismen), toxoplasma
      • blootstelling aan koolmonoxide
      • fysieke trauma's
      • blootstelling aan organofosfaten
      • grote psychische stress
      • ciguatoxine-vergiftiging en
      • blootstelling aan straling.

    Andere ziekten hebben vaak weer andere stressoren (aanleidingen) :

      • MCS
        - b
        lootstelling aan vluchtige organische stoffen* of
        - bestrijdingsmiddelen pesticiden/insekticiden* (organofosfaten*, carbamaten*, organochloriden, pyrethroiden etc.)
      • Fibromyalgie
        - fysiek trauma (met name aan het hoofd en nek)*
        - virale infekties*, bakteriŽle infekties,
        - grote psychische stress
      • Post-traumatisch stresssyndroom
        -
        grote psychische stress*,
        - fysiek trauma aan het hoofd

    (*) geeft de meest voorkomende oorzaak aan

    In totaal onderkent Pall minstens 12 stressoren.
    Ze hebben echter ťťn ding gemeen : ze leiden tot een toename van de hoeveelheid stikstofoxide (en zetten de NO/ONOO-cirkel in werking).


    Principe 2 - De NO/ONOO-cirkel is een vicieuze cirkel, die zichzelf in stand houdt

    Verhoogde hoeveelheden stikstofoxide (NO) leiden, samen met superoxide, tot toename van de hoeveelheden van de hoeveelheid peroxynitriet (ONOO) : een zeer schadelijke, vrije radikaal.
    Dit leidt weer (via diverse stappen) tot toename van de hoeveelheid stikstofoxide en peroxynitriet.
    En zo is en vicieuze, zichzelf versterkende cirkel geboren: met zeer verstrekkende gevolgen !

    Voor de echte liefhebbers - De kern van het NO-ONOO-model (de vicieuze cirkel) kun je vinden op : http://www.hetalternatief.org/NO-ONOO-model%20Martin%20Pall.gif


    Principe 3  - Alle symptomen en klachten worden verklaard door de elementen uit de cirkel

    Het voert in dit kader te ver om alle symptomen op basis van dit model toe te lichten.
    Ik zal volstaan met enkele voorbeelden :

      • Vermoeidheid
        Energietekort als gevolg van verminderde omzetting van zuurstof in energie, op haar beurt veroorzaakt door schade aan de mitochondria (energiecentrales)
      • Spierpijn
        Melkzuur : bijprodukt anaerobe verbranding als gevolg van afgenomen zuurstofopname, die veroorzaakt wordt door schade aan de mitochondria
      • Geheugen- en koncentratie-problemen
        - e
        xcessief togenomen hoeveelheden stikstofoxide
        - verminderde energieproduktie en verstoorde stofwisseling in de hersenen
      • Verzwakte afweer
        - afname van het aantal en de werking van NK-cellen
        - s
        chade aan de NK-cellen door vrije radikalen (m.n. schade door superoxide).


    Principe 4 - De NO/ONOO-cirkel vindt lokaal - d.w.z. in de cel - plaats

    De ziekte wordt veroorzaakt door problemen Ūn de cellen.
    Bij de nu bekende ziektemechanismen worden de problemen vaak buiten de cellen veroorzaakt.

    Er zijn twee redenen waarom dit aannemelijk klinkt :

      • De klachten, zoals spier- of gewrichtpijn, fluktueren van plaats tot plaats : als iets permanent defekt is (bijv. een kniegewricht), heeft iemand pijn op ťťn bepaalde plek.
      • De klachten, zoals geheugen- en koncentratieproblemen, fluktueren in de tijd : als de hersenen permanent beschadigd zijn, zouden er geen "heldere" perioden zijn.


    Principe 5 - Behandeling gericht op het opheffen van de NO-/ONOO-cirkel 
    vereist een kombinatie van supplementen/geneesmiddelen

    Dr. Pall stelt een kombinatie voor van de behandelplannen van onder meer :

      • Dr. Paul Cheney
      • Dr. Garth Nicolson
      • Dr. Noboysa (Nash) Petrovic
      • Dr. Jacob Teitelbaum
      • Dr. Grace Ziem (met wie hij samenwerkt bij het ontwikkelen van een behandelprotokol).

    Dr. Pall stelt dat de cirkel op verschillende wijzen/plekken tot staan gebracht moet worden : ťťn geneesmiddel/supplement zal daarvoor waarschijnlijk niet volstaan, de oplossing ligt in een kombinatie van geneesmiddelen/supplementen.

    Een niet volledige lijst van supplementen die de NO/ONOO-cirkel zouden kunnen stoppen :

      • tocopherolen/tocotrienolen
      • ascorbaat (vitamine C-variant)
      • coenzyme Q10
      • selenium
      • carotenoÔden
      • flavonoÔden
      • TMG, choline, SAMe
      • carnitine/acetylcarnitine
      • fosfolipiden
      • hydroxocobalamine (B12)
      • pyridoxalfosfaat (aktieve vorm van vitamine V6, co-enzym)
      • riboflavine (vitamine B2)
      • riboflavine-5-fosfaat (gele kleurstof, E106: co-enzym)
      • andere B-vitaminen
      • glutathione (in gereduceerde vorm) en grondstoffen (zoals NAC: cysteÔne)
      • alfa-lipon zuur
      • magnesium (Mg2+)
      • zink (Zn2+), mangaan (Mn2+), koper (Cu2+)
      • riluzole (merknaam Riolutek, geneesmiddel voor ALS)
      • taurine
      • NMDA-remmers, zoals
            - gabapentine (merknaam: Neurontin) en
            - memantine (ontwikkeld voor Alzheimer)
      • lange keten omega 3-vetzuren
      • geneesmiddelen en supplementen die de NF-kB aktiviteit afremmen
      • kurkuma (kruid/gele kleurstof voor Indiase recepten)
      • supplementen op basis van algen
      • hyperbare zuurstof-behandeling (duikerskompartiment)
      • minocycline en tetracyclines (antibiotika)
      • creatine
      • panax ginseng (?)
      • guaifenesin (?)
      • carnosine
      • TRH:  thyrothropine vrijmakend hormoon
      • D-ribose

    Voor een beschrijving van enkele supplementen/geneesmiddelen lees je 'Antioxidant Suggestions For Down-regulation of the NO/ONOO- Cycle'  van Dr. Martin Pall, PhD (12-06-07) - cfr. : http://www.immunesupport.com/library/showarticle.cfm?id=8075&T=CFIDS_FM -.


    Slotopmerkingen

    De theorie van de Pall is een theorie die een groot deel van de ziekte verklaart.
    Echter de theorie lijkt niet het hele probleem te verklaren (bijv. channelopathie).
    Samen met enkele andere theorieŽn, die direkt aansluiten bij/overlap[pen met het model van Pall, kan wat er fout gaat bij ME/CVS-patiŽnten in grote lijnen verklaard worden.
    Lees daarvoor 'Samenhang tussen enkele van de meest belangrijke theorieŽn' op :
    http://www.hetalternatief.org/Samenhang%20Belangrijke%20Theorieen.htm -.

    Dr. Pall stelt - en het bewijs daarvoor is (nog) niet erg overtuigend - dat de stressoren (zoals infekties) alleen in het begin, als 'aansteker' aanwezig zijn.
    Persisterende infekties, mede als gevolg van een ontregeld afweersysteem, lijken ook een voorname rol in de (pathofysiologische) verklaring te spelen.

    Het NO/ONOO-model lijkt van toepassing op een scala aan ziekten :

      • ME/CVS,
      • MCS,
      • fibromyalgie
      • post-traumatisch stressyndroom,
      • MS (Multiple Sclerose),
      • tinnitus (oorsuizen),
      • Alzheimer,
      • Parkinson,
      • ALS (Amyotrofe laterale sclerose),
      • astma
      • et cetera.

    Als de anti-oxidanten tekort schieten/uitgeput zijn is inspanning schadelijk voor patiŽnten.

    Het bijprodukt van energieproduktie is superoxide, dat de vicieuze cirkel verder voedt...

     

    Het boek

    Explaining Unexplained Illnesses
    Potential Paradigm for Chronic Fatigue Syndrome, Multiple Chemical Sensitivity, Fibromyalgia, Post-Traumatic Stress Disorder and Gulf War Syndrome

    Martin L. Pall, PhD, BA
    Harrington Park Press, 1 edition, May 15, 2007
    ISBN-10 : 078902389X - ISBN-13 : 978-0789023896

    Discover the answer to the mysteries of these debilitating illnesses.

    Explaining "Unexplained Illnesses" provides long-sought explanations for the properties of chronic fatigue syndrome (CFS), multiple chemical sensitivity (MCS), fibromyalgia, and posttraumatic stress disorder.
    This groundbreaking book examines common symptoms and signs; short-term stressors such as infection, chemical exposure, physical trauma and severe psychological stress; why people are often diagnosed as having more than one of these illnesses, and approaches for treating the cause of each disease, rather than the symptoms.
    The book presents a detailed and well-supported mechanism (the NO/ONOO- cycle) that provides consistent explanations for many of the puzzling elements of these diseases.

    At least a dozen scientists have proposed that chronic fatigue syndrome, multiple chemical sensitivity and fibromyalgia must share a common mechanism; others have suggested posttraumatic stress disorder may belong to this group as well.
    This unique book provides explanations for their previously unexplained properties with more than 1,500 references to scientific literature, creating a whole new approach to therapy and treatment of these illnesses.

    Explaining "Unexplained Illnesses" provides answers to these questions :

      • How do short-term stressors initiate chronic illness ?
      • How does the biochemistry of the NO/ONOO- cycle produce chronic illness ?
      • How can the diverse symptoms and signs of these illnesses be generated as a Consequence of their common biochemistry ?
      • Why is there so much variation in symptoms from one sufferer to another ?
      • What are the principles underlying the NO/ONOO- cycle mechanism ?
      • How does the NO/ONOO- cycle provide explanations for a dozen previously Unexplained properties of these illnesses ?
      • How might 14 additional illnesses/diseases also be caused by the NO/ONOO- cycle etiology ?
      • and many more...

    Explaining "Unexplained Illnesses" is a must-read for physicians and scientists and for anyone who suffers from-or knows someone who suffers from--these previously puzzling illnesses.

    Inhoudsopgave

      • Acknowledgements
      • Hoofsdstuk 1. - The NO/ONOO-Cycle and the Cause of Chronic Fatigue Syndrome, Multiple Chemical Sensitivity, Fibromyalgia and Post-traumatic Stress Disorder
      • Hoofsdstuk 2. - Important Components and Their Properties
      • Hoofsdstuk 3. - Generation of Symptoms and Signs of Multisystem Illness
      • Hoofsdstuk 4. - The Local versus Systemic Nature of the NO/ONOO- Cycle Mechanism and Its Implications for Nomenclature and Treatment
      • Hoofsdstuk 5. - Chronic Fatigue Syndrome
      • Hoofsdstuk 6. - Agents That Lower Nitric Oxide Levels Are Useful in the Treatment of Multisystem Illnesses
      • Hoofsdstuk 7. - Multiple Chemical Sensitivity
      • Hoofsdstuk 8. - Fibromyalgia
      • Hoofsdstuk 9. - Post-traumatic Stress Disorder
      • Hoofsdstuk 10. - Gulf War Syndrome - A Combination of All Four
      • Hoofsdstuk 11. - The Toll of Multisystem Illnesses
      • Hoofsdstuk 12. - Overall Evidence - What Else Is Needed ?
      • Hoofsdstuk 13. - What About Those Who Say It Is All in  Your Head ?
      • Hoofsdstuk 14. - A Major New Paradigm of Human Disease ?
      • Hoofsdstuk 15. - Therapy
      • Hoofsdstuk 16. - Conclusions
      • References
      • Index

    Cfr. :
    -
    http://www.hetalternatief.org/Theorie%20Pall.htm
    -
    http://www.haworthpress.com/store/SampleText/5139.pdf

    Cfr. ook :

    Als de mitochondria van een cel beschadigd is, zal die cel onvoldoende energie produceren en kan deze niet goed funktioneren.
    Als dit probleem bijv. cellen van de hartspier betreft, zal het hart niet goed werken.

    Het hart zal in dat geval minder goed "pompen": de hoeveelheid doorgepompt bloed (Q) is onvoldoende.

    Voor een toelichting op het doorbloedingsprobleem en de gevolgen (model Cheney) : 

    • The Heart of the Matter - CFS & Cardiac Issues
      Carol Sieverling - CFS & FM Support Goup of DFW, Apr 05

    The CFS/FM Support Group of DFW, a 501(c)(3) nonprofit organization, exists to provide education and support for those living with chronic fatigue syndrome (CFS), also known as chronic fatigue and immune dysfunction syndrome (CFIDS); fibromyalgia (FM) and other related illnesses.

    The group formed in 1988 under the leadership of Dave Lovelace.
    In keeping with the understanding of the time, it was called the Chronic Epstein-Barr Support Group.
    It evolved into the Ft. Worth and Mid-Cities CFIDS Support Group, led by Bob and Jennifer Fix.
    In 1998, Carol Sieverling assumed leadership of the group and the name was changed to reflect the fact that a great many of our members have fibromyalgia syndrome and come from all over the metroplex.
    Carvi Shamsid-Deen became support group leader in 2005.

    The clinical overlap between CFIDS and FM is so great that a patient's diagnosis may depend on what type of doctor you see and how you describe your symptoms on that particular day.
    Many have only FM and some have only CFIDS; however, some research shows that a majority of chronic fatigue syndrome patients also develop fibromyalgia.

    Both syndromes share similar profiles, including but not limited to pain and fatigue, poor sleep, cognitive difficulties, endocrine abnormalities and abnormal blood flow in and to the brain.
    Other chronic conditions shared by some members of our group include multiple chemical sensitivities, restless legs syndrome and irritable bowel syndrome.

    The CFS/FM Support Group of DFW presents the information on this website as a service to our members and other Internet users.
    We attempt to provide the most accurate information whenever possible.
    However, because of our reliance on information provided by outside sources, we make no warranty or guarantee concerning the accuracy or reliability of the content at this site or other sites to which we link.
    The listing of products, services or service providers and links to herein does not constitute an endorsement by The CFS/FM Support Group of DFW.
    Judgment regarding the use of these listings must be made by the individual user only.

    The CFS/FM Support Group of DFW is staffed by volunteers, most of whom are persons with CFIDS (PWCs) also seeking help and support in their daily struggle with this disease.
    We have no membership fees or dues and are supported by donations.
    Gifts are tax deductible and we are extremely grateful for the support from all of our donors.

    Cfr. : http://www.dfwcfids.org/medical/cheney/heart04.htm


    Er zijn mogelijkheden om het bloedvolume en de zuurstofopname iets te verhogen (symptoombestrijding).
    Omdat het
    lichaam voortdurend celen vernieuwd, zal dit probleem zich waarschijnlijk vanzelf oplossen.


    Cfr. :
    http://www.hetalternatief.org/TherapieHoofdlijnen.htm


    Lees verder : Deel II

     

    02-08-2007 om 11:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dr. Elke Van Hoof






    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel II



    Een openhartig gesprek met... Prof. dr. Kenny de Meirleir

    De onderwerpen

    De onderwerpen die tijdens dit 3 uur durende interview aan de orde kwamen zijn :

    1. Prof. dr. Kenny de Meirleir - De persoon en zijn werk

    2. De ziekte
      M.E. en CVS, AIDS-II, het overlijden aan M.E., erkenning etc.

    3. De diagnose
      Diagnosekriteria en wetenschappelijke kriteria, bloedonderzoek, infekties, markers (genenmarkers, RNAse-L) en hun rol, inspanningsonderzoek etc.

    4. De verklaring (oorzaak/oorzaken en gevolgen)
      Ziekmakende biologische afwijkingen bij M.E.-patiŽnten :
      - het Brusselse model (RNAse-L, PKR, channelopathie, 3 typen patiŽnten)
      - andere theorieŽn (met name dat van dr. Pall en doorbloedingsproblemen) en
      - dť primaire oorzaak - Aanleg en/of overdraagbaarheid ?

    5. De behandeling
      De eerste prioriteit, stappenplan, antibiotika, Ampligen, genezingskansen etc.

    6. De biopsychosociale school
      De enorme invloed van ď
      de psychische school
      Ē
      de Gezondheidsraad (in Nederland en BelgiŽ),
      inspanning, trainingseffekt en graduele inspanningstherapie (GET),
      de nieuwe psychische ď
      verklaringĒ : verminderde stressresponse etc.

    7. Over een aantal omstreden kwesties
      Kwakzalverij ?, Ampligen, het "Acclydine-schandaal", pseudo-experts etc.

    8. De toekomst
      Kliniek, medicijnen, onderzoek (prioriteiten), markers, samenwerking etc.

    9. Tot slot 

    Cfr. : http://www.hetalternatief.org/Interview.htm



    Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
    - Een biologische benadering -

    P. Englebienne en K. De Meirleir

    Tekst : Elke Van Hoof, Dr. Psychologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel

    Inleiding

    CVS verschilt van chronische vermoeidheid door het voorkomen, naast vermoeidheid, van andere klachten zoals hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn en gezwollen lymfeklieren maar ook door de ernst en duur van de symptomen.
    CVS kan erg variŽren.
    Sommige patiŽnten belanden in een rolstoel of zijn bedlegerig; de sociale, economische en maatschappelijke implicaties kunnen dan ook zeer zwaar zijn.

    Om de diagnose te stellen, worden alle andere mogelijkheden uitgesloten.
    De symptomen waarop men zich baseert komen ook voor bij verschillende andere aandoeningen zoals bij depressieve stoornissen.
    Het is dus van belang biologische markers te vinden die de differentiaaldiagnose tussen CVS en bijvoorbeeld depressieve stoornissen, vastleggen.


    Definitie CVS

    In totaal werden over de jaren vijf definities voor CVS ontwikkeld, elk met hun eigen specifieke kenmerken.
    De twee meest verspreide en meest gebruikte definities werden ontwikkeld in de ĎCenters for Disease Control and Preventioní (CDC) in Atlanta (USA) :

    1. Chronic fatigue syndrome - A working case definition
      Holmes GP, Kaplan JE, Gantz NM, Komaroff AL, Schonberger LB, Straus SE, Jones JF, Dubois RE, Cunningham-Rundles C, Pahwa S et al., Division of Viral Diseases, Centers for Disease Control, Atlanta, Georgia - Ann Intern Med. 1988 Mar;108(3):387-9 - PMID: 2829679
      The chronic Epstein-Barr virus syndrome is a poorly defined symptom complex characterized primarily by chronic or recurrent debilitating fatigue and various combinations of other symptoms, including sore throat, lymph node pain and tenderness, headache, myalgia and arthralgias.
      Although the syndrome has received recent attention and has been diagnosed in many patients, the chronic Epstein-Barr virus syndrome has not been defined consistently.
      Despite the name of the syndrome, both the diagnostic value of Epstein-Barr virus serologic tests and the proposed causal relationship between Epstein-Barr virus infection and patients who have been diagnosed with the chronic Epstein-Barr virus syndrome remain doubtful.
      We propose a new name for the chronic Epstein-Barr virus syndrome - the chronic fatigue syndrome - that more accurately describes this symptom complex as a syndrome of unknown cause characterized primarily by chronic fatigue.
      We also present a working definition for the chronic fatigue syndrome designed to improve the comparability and reproducibility of clinical research and epidemiologic studies and to provide a rational basis for evaluating patients who have chronic fatigue of undetermined cause.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=retrieve&db=pubmed&list_uids=2829679&dopt=AbstractPlus

    2. The chronic fatigue syndrome - A comprehensive approach to its definition and study
      International Chronic Fatigue Syndrome Study Group : Fukuda K, Straus SE, Hickie I, Sharpe MC, Dobbins JG, Komaroff A, Division of Viral and Rickettsial Diseases, National Center for Infectious Diseases, Centers for Disease Control and Prevention, Atlanta, GA 30333 - Ann Intern Med. 1994 Dec 15;121(12):953-9 - PMID: 7978722
      The complexities of the chronic fatigue syndrome and the methodologic problems associated with its study indicate the need for a comprehensive, systematic and integrated approach to the evaluation, classification and study of persons with this condition and other fatiguing illnesses.
      We propose a conceptual framework and a set of guidelines that provide such an approach.
      Our guidelines include recommendations for the clinical evaluation of fatigued persons, a revised case definition of the chronic fatigue syndrome and a strategy for subgrouping fatigued persons in formal investigations.
      Comment in :
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):74-5
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      -
      Ann Intern Med. 1995 Jul 1;123(1):75; author reply 76
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=7978722&ordinalpos=2&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum


    In tabel 1 staan de CDC criteria van 1994 beschreven.
    Deze onderzoeksdefinities hadden als belangrijkste doel een gelijke groep te onderscheiden waarop men wetenschappelijk onderzoek kon doen.


    Tabel 1 - Criteria van CVS naar Fukuda et al (1994)

    1. Chronische vermoeidheid wordt hier gedefinieerd als een zelfgerapporteerde, klinisch geŽvalueerde en lichamelijk onverklaarbare aanhoudende of terugkerende chronische vermoeidheid die meer dan zes maanden aanwezig is en die niet het resultaat is van voortdurende inspanning, een nieuw of duidelijk begin heeft, niet aanzienlijk verbeterd door rust en heeft geleid tot een sterke afname van vroegere niveaus van beroepsmatig, sociaal of persoonlijk functioneren.

    2. De chronische vermoeidheid wordt gekarakteriseerd door minstens 4 van de volgende symptomen :
      - zelfgerapporteerde beperkingen in korte termijn geheugen- of concentratieproblemen;
      - keelpijn;
      - gevoelige hals- of okselklieren;
      - spierpijn;
      - gewrichtspijn zonder zwelling of roodheid;
      - hoofdpijn van verschillende types, patronen of ernst;
      - niet herstellende slaap;
      - algemene malaiseklachten na een inspanning, die langer dan 24 uur aanhouden.


    Er zijn duidelijke verschillen tussen de definities.
    Als gevolg verschilt de prevalentie ook aanzienlijk naargelang de gebruikte criteria.
    De onderzoekscriteria zijn gericht op klachten en wetenschappelijk onderzoek wat direct ook de problemen van de definities aanduidt.
    Recent werden nieuwe criteria voorgesteld, de zogenaamde Canadese criteria die zich specifiek richten op klinisch werk, dus op artsen en andere medische hulpverleners.
    Deze laatste ontwikkelde criteria zijn niet gericht op onderzoek.


    Ontstaansmechanismen

    In de loop der jaren werd veel onderzoek gedaan naar de oorzakelijke verbanden tussen infecties en CVS. De studies gaven verschillende resultaten alhoewel sommige hypothesen werden weerhouden.

    Uit onderzoek blijkt de kans op een nieuwe infectie, verantwoordelijk voor het ontstaan van CVS, zeer onwaarschijnlijk en gaat het eerder om een reactivatie.

    Het niet kunnen aantonen van een virale infectie betekent niet noodzakelijk dat er geen infectie is geweest.
    Levy stelde het Ďhit and runí-effect voor waarbij een virus het lichaam besmet, immuunabnormaliteiten veroorzaakt en dan geŽlimineerd wordt waarbij de abnormaliteiten aanwezig blijven.
    Andere hypothesen stellen dat bacteriŽle infecties zoals Brucella en Chlamydia pneumoniae belangrijk kunnen zijn.
    Ook Mycoplasma-infecties worden vaak gevonden.
    Ongeveer 60% van de CVS-patiŽnten blijkt geÔnfecteerd met minstens ťťn van deze opportunistische infecties.

    In een bepaalde studie bleek dat 72% van de patiŽnten een infectie rapporteren bij het begin van hun CVS-symptomen en dit resultaat wordt bevestigd door andere wetenschappers.
    Bovendien toonden De Becker et al. (2002) aan dat de combinatie tussen een infectieuze factor en niet-infectieuze factor meestal het begin kenmerkt.

    Andere resultaten leidde tot de hypothese dat een langdurige stresstoestand veranderingen kan teweegbrengen in het stress-systeem van het lichaam (o.a. verhoogde cortisol) wat op zijn beurt ook immunologische gevolgen heeft.
    In deze toestand is men meer vatbaar voor infecties.

    Als men de wetenschappelijk literatuur bekijkt zijn is een zwak immuunsysteem [slecht verdedigingsmechanismen in de cellen en verhoogde immuunactiviteit] het meest consistent gerapporteerd bij CVS-patiŽnten.
    Bovendien is er een verhoogde kans op een allergie met een langdurige onevenwicht in het immuunsysteem.


    Biologische markers

    Reeds lange tijd werd gezocht naar biologische of objectieve kenmerken van CVS.
    Er werden een aantal biologische afwijkingen gevonden die niet aanwezig waren bij de controlegroepen.
    Toch waren geen van deze abnormaliteiten echt specifiek.
    Nochtans is het van groot belang dat eventuele biologische merkers worden gevonden aangezien ze de (h)erkenning bevorderen en ook de diagnosestelling.

    In 1997 werd aan de universiteit van Philadelphia (USA) een abnormale vorm van een bepaald eiwit (RNase L) gevonden.

    Deze resultaten werden bevestigd aan de Vrije Universiteit Brussel.
    Tot op heden is dit de enige effectieve, snel uitvoerbare test die beschikbaar is ter ondersteuning van de diagnose van CVS.

    Ribonuclease L (RNase L) is ťťn van de sleutelenzymes die geÔnduceerd worden door interferon.
    Interferon is een alarmsignaal dat afgaat bij een aanval van o.a. bacteriŽn en virussen.
    Het RNase L eiwit heeft normaal gesproken een moleculair gewicht van 83 kDa.
    Eens geactiveerd gedraagt RNase L zich als een schaar om aanvallers te vernietigen (en zo de infectie te stoppen) en op hetzelfde moment zet het de geÔnfecteerde cel aan tot spontane celdood (apoptose).
    Hierdoor wordt de infectie bestreden en geneest de persoon (Figuur 2. - RNase L-systeem in gezonde personen).

    In de immuuncellen van de CVS patiŽnten wordt het RNase L gesplitst door proteasen.
    Proteasen zijn afbrekers en behoren normaal gesproken bij de normale afbraakprocessen in het lichaam.

    Eens gesplitst ontstaat er een lagere gewichtsvorm van RNase L (LMW) maar deze vorm bezit echter onvoldoende goed werkende functies met als gevolg verhoging in het knippen van aanvallers (virussen en bacteriŽn).
    Bovendien zullen sommige van de LMW RNase L fragmenten zich binden aan verkeerde poorten en zo de channelopathy veroorzaken (Figuur 3. - RNase L-systeem in CVS).
    Normaal gesproken worden die poorten door andere stoffen bezet en verloopt alles in het lichaam zoals het hoort.
    Door het bezetten van de verkeerde poorten, kunnen een aantal lichaamsfuncties niet meer correct verlopen.

    De voorgaande bevindingen hebben geleid tot een coherente theorie die wordt gepresenteerd in het boek ĎChronic Fatigue Syndrome - A biological approachí door P. Englebienne en K. De Meirleir (2002 Ė cfr. : http://www.amazon.com/Chronic-Fatigue-Syndrome-Biological-Approach/dp/0849310466 -).

    De theorie maakt in de eerste plaats een onderscheid tussen voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren zoals ook al gesuggereerd door andere onderzoekers en wetenschappers.
    Dit deel zal zich toespitsen op het biologisch deel van de theorie zoals beschreven in het boek (Figuur 4. - Simpele weergave van de figuur 8.2 uit boek).

    De voorgestelde immuniteitsveranderingen kunnen veroorzaakt worden door ten minste 7 uitlokkende factoren :

    1. Stress in de lichaamscellen kan veroorzaakt worden door bloedtransfusies of langdurige blootstelling aan stralingen zoals ons team meermaals klinisch heeft vastgesteld.

    2. Verschillende toxinen zoals zware metalen, organofosfaten en PCP kunnen immuundysfuncties veroorzaken.

    3. Sommige acute virale infecties veroorzaken een zwakke immuniteit voor langere tijd.
      Dit geeft de mogelijkheid aan opportunistische infecties om (her) op te flakkeren.

    4. Langdurige fysieke of mentale stress heeft een negatieve impact op de immuniteit.

    5. Zwangerschap en fysiologisch/ pathologische situaties waarbij hoge oestrogenen niveaus aanwezig zijn, brengt de immuniteit in onevenwicht.
      Dit onevenwicht zorgt voor een verhoogde kans op allergieŽn.
      Lage niveauís oestrogeen verbeteren de immuniteit terwijl hogere dosissen (zoals gevonden tijdens een zwangerschap) de immuniteit onder druk zet.

    6. Infecties die moeilijk verdwijnen en dus langdurig het lichaam bezetten veroorzaken dezelfde verschuiving van de immuniteit balans.

    7. Een allergische persoon heeft meer kans om opportunistische infecties binnen te krijgen.

    Al deze uitlokkende factoren veroorzaken immunologische veranderingen zoals steeds terugkerende virale activiteit, activatie van de defensiemechanismen en abnormaliteiten die fluctueren in de tijd.
    De verhoogde activiteit van het RNase L systeem is een indicatie voor een slechtere algemene gezondheidstoestand.

    De steeds terugkerende virale activiteit is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de griep-achtige symptomen en de gevoelige lymfeklieren.
    Tezelfdertijd maken zwakke aanvallers het RNase L systeem kwetsbaar en veroorzaken ook een vermindering in RLI. Dit RLI is de ďuitĒ-knop van het defensiesysteem in het lichaam.
    Dit heeft als gevolg dat het RNase L systeem in een hogere versnelling gaat waardoor er meer poorten bezet worden door de verkeerde stoffen (channelopathy).
    Deze channelopathy is klinisch belangrijk want het kan verschillende symptomen, verklaren zoals nachtzweten en verlaging van de pijndrempel.

    Deze channelopathy veroorzaakt op zijn beurt natuurlijk een aantal veranderingen in het lichaam die leiden tot spierzwakte, centrale vermoeidheid en slaapproblemen (Figuur 5. Ė Channelopathy (Figuur 8.3 uit boek)).

    Door de vermindering van de ďuitĒ-knop (RLI) en verhoogde RNase L-activiteit worden een aantal andere processen vertraagd zoals de eiwitsynthese waardoor men traag recupereert na een inspanning.

    Uiteindelijk kom je in een vicieuze cirkel terecht waarbij niet alleen de defensie ontregelt is maar ook andere lichaamsprocessen aangetast worden.

    De visie van het team onder leiding van Prof. Dr. K. De Meirleir bestaat natuurlijk uit meer dan alleen de bovenvermelde biologische theorie.
    Zoals uit onderzoek van andere wetenschappers blijkt, vinden ook wij de achtergrond van de patiŽnt belangrijk.
    Voortbeschikkende factoren worden dan ook in rekening gebracht.
    Deze factoren kunnen genetisch van aard zijn, maar ook uit mentale uitdagingen bestaan.
    Bij langdurige mentale uitdagingen valt het evenwicht tussen draagkracht en draaglast uit balans.
    Allerlei factoren kunnen daarbij een rol spelen zoals perfectionisme, werkomstandigheden, privťproblemen en/ of ingrijpende levensgebeurtenissen.


    Als samenvatting kan men de theorie als volgt beschrijven :

    Voortbeschikkende factoren leiden tot kwetsbaarheid van lichaam op stress.
    Wanneer in de kwetsbare toestand uitlokkende factoren en dus extra stress wordt toegevoegd, kan het lichaam zijn veerkrachtigheid verliezen en CVS ontwikkelen.
    Dit leidt tot een aantal biologische veranderingen zoals uitgebreid beschreven in het boek van P. Englebienne en K. De Meirleir.
    Als volhardende factoren beschouwen we de opportunistische infectie en in de tweede plaats mogelijke psychologische fenomenen zoals ziektewinst.


    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/dinatje/DeMeirleir.doc


    Lees verder : Deel III

    02-08-2007 om 10:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel III
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dr. J. Kamsteeg








    De hoofdlijnen van de behandeling van ME
     
    Deel III




    Nieuwe theorie (stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese van Pall) voor het ontstaan van chronische vermoeidheid ?

    Dr. J. Kamsteeg
    Bron : College of Science, School of Molecular Biosciences, Washington State University, Pullman, WA 99164-4660 USA - Chronic Fatigue Syndrome as a NO/ONOO- Cycle Disease - Martin L. Pall, Professor :
    http://molecular.biosciences.wsu.edu/Faculty/pall/pall_cfs.htm


    Inleiding

    Er is een nieuwe theorie gepubliceerd die een verklaring geeft voor het ontstaan van het chronische vermoeidheidsyndroom (ME, CFS).
    Deze theorie wordt gestaafd met tal van biochemische en fysiologische waarnemingen waarvan er een aantal tot nu toe niet verklaard konden worden.
    Vijf van de meest belangrijkste vraagstukken binnen dit syndroom zijn nu verklaard.
    Deze theorie is gepubliceerd door Dr. Martin Pall, hoogleraar in de Biochemie en Medisch Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Washington, in een serie publicaties (1-4,9).
    Zijn theorie start met de waarneming dat infecties altijd voorafgaan aan het ontstaan van ME en het verwante fibromyalgie.
    Zij induceren een sterk verhoogde productie aan ontstekingen veroorzakende inflammatoire cytokinen, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase (iNOS) induceren.
    Dit enzym op zijn beurt maakt een grote hoeveelheid stikstofoxide vrij dat een reactie aangaat met superoxide om de zeer sterke oxidant peroxynitriet te vormen.

    Peroxynitriet werkt via zes bekende biochemische wegen die de hoeveelheid stikstofoxide en superoxide verder laten toenemen en nog meer peroxynitriet te laten vormen.
    Als op deze wijze de spiegel van peroxynitriet eenmaal verhoogd is, zal dit mechanisme deze spiegel verhoogd houden en op deze wijze een vicieuze cirkel in stand houden (1).
    Volgens de theorie moet deze reactieketen doorbroken kunnen worden om het chronische vermoeidheidsyndroom effectief te kunnen behandelen.

    Twaalf verschillende waarnemingen op het gebied van het chronische vermoeidheidsyndroom onderbouwen deze theorie :

    1. De concentratie van neopterin, een marker voor de inductie van het induceerbare stikstofoxidesynthase is verhoogd in CFS-patiŽnten (1).

    2. Mitochondria werken niet of heel slecht bij ME-patiŽnten.
      Het is bekend dat mitochondria door het peroxynitriet en stikstofoxide worden aangevallen en hun functie verliezen (1).

    3. Zowel het cis-aconitinezuur als barnsteenzuur zijn verhoogd in ME-patiŽnten.
      De enzymen die deze verbindingen moeten metaboliseren worden door peroxynitriet geÔnactiveerd (1).

    4. De vier ontstekingsreacties veroorzakende cytokinen die betrokken zijn bij deze reacties worden in tien verschillende CFS-studies genoemd (1,2).

    5. Deze zelfde cytokinen veroorzaken vermoeidheidsklachten indien ze bij mensen worden geÔnjecteerd (1).

    6. In een diermodel voor CFS kon vermoeidheid worden geÔnduceerd door het geven van een bacterie-extract dat zowel de productie van deze cytokinen als het stikstofoxide-synthase induceert.

    7. Voorraden van meervoudig onverzadigde vetzuren raken uitgeput bij patiŽnten met CFS.
      Deze meervoudig onverzadigde vetzuren worden geoxideerd door oxidanten zoals peroxynitriet.

    8. De anekdotische bewijzen waarbij vastgesteld is dat antioxidanten zoals coŽnzyme Q10, flavonoÔden en glutathion-voorlopers positief werken op de behandeling van CFS, onderbouwen dat de ziekte veroorzaakt kan worden door peroxynitriet.

    9. Het feit dat vrouwen meer stikstofoxide produceren dan mannen, verklaart het verschil in voorkomen van de ziekte tussen mannen en vrouwen.
      Een soortgelijk verschil is waar te nemen in het optreden van auto-immuunziekten die door een overschot aan peroxynitriet gekenmerkt worden zoals lupus, reumatische artritis ed.

    10. Bij een redelijk aantal gevallen van CFS worden grote hoeveelheden vrij mitochondriaal-DNA gevonden, hetgeen suggereert (maar niet bewijst) dat de disfunctie en/of afbraak van mitochondria een rol speelt bij het ontstaan van CFS symptomen (1).

    11. Er worden biochemische overeenkomsten gevonden in een daling van glutamine en cystine in CFS en in andere ziekten waarbij verhoogde peroxynitriet wordt gevonden.
      Dit suggereert een overeenkomstige biochemische oorzaak voor al deze ziekten (1).

    12. Aangezien peroxynitriet een zeer sterke oxidant is, zal de oxidatieve stress bij CFS hoog zijn.
      Op het moment dat de theorie gelanceerd werd was hiervoor nog geen bewijs, maar drie opeenvolgende publicaties hebben bewijs aangevoerd dat oxidatieve stress in CFS aanwezig is (5-7A).
      Deze resultaten mogen daarom beschouwd worden als een bevestiging voor de voorwaarden van de theorie.
      De onderzoekers waren op moment van publicatie nog niet op de hoogte van deze theorie.
      Veel van de puzzel wordt verklaart door de stikstofoxide/peroxynitriet van Pall.
      Vijf verschillende vragen over CFS worden beantwoord met bovenstaande theorie :
      * De eerste vraag : de chronische natuur van CFS wordt verklaard door de zelfonderhoudende vicieuze cirkel dat de basis vormt van deze theorie.
      * De tweede vraag is hoe infecties en andere stressfactoren die vooraf gingen aan CFS deze ziekte kunnen veroorzaken.
      De theorie voorspelt dat ieder op zich kan leiden tot een mechanisme dat resulteert in een verhoogd stikstofoxide.
      Infectie is niet de enige bron van stress die hierbij betrokken is : zowel fysieke trauma als psychologische trauma's zijn in staat om de productie van stikstofoxiden te laten toenemen (2).
      Ook weefselhypoxy (verlaagd histamine-gehalte) kunnen leiden tot verhoogde concentraties superoxide, de voorloper van peroxynitriet (2).
      * De derde vraag gaat over de vele biochemische en fysiologische overeenkomsten in CFS.
      Dit werd hierboven al bediscussieerd met de twaalf genoemde punten.
      * De vierde vraag is hoe de diverse symptomen van deze ziekte ontstaan.
      Het bleek dat een groot aantal factoren inclusief stikstofoxide, superoxide, oxidatieve stress en mitochrondriale energieproblemen een belangrijke functie hierbij hebben (2).
      Stikstofoxide, bijvoorbeeld stimuleert de nociceptoren die de waarneming van pijn genereren.
      Een verhoogde stikstofoxide concentratie zal een belangrijke rol spelen bij de multi-orgaan en spierpijn die met CFS geassocieerd wordt (2).
      Stikstofoxide speelt verder een centrale rol bij leer- en geheugenprocessen.
      De verhoogde stikstofoxiden leveren een verklaring voor de cognitieve stoornissen die karakteristiek zij voor CFS (2).
      Andere symptomen die zich laten verklaren zijn orthostatische intolerantie, immuunstoornissen, vermoeidheid en malaise na inspanning (2).
      De immuunstoornissen die gemeld worden bij CFS rapporteren vele opportunistische infecties zoals Mycoplasma of HHV6 infecties, die primaire CFS-mechanisme kunnen laten ontstaan alleen al vanwege de productie van ontsteking bevorderende cytokines.
      * De vijfde vraag betreft het ontstaan van de variabele symptomen en het verband met meervoudige chemische gevoeligheid (MCS, multiple chemical sensitivity), posttraumatische stress stoornis (PTSD) en fibromyalgie (FM).
      De theorie geeft een gedeeltelijke verklaring voor de verschillende symptomen van geval tot geval doordat de distributie van stikstofperoxide/peroxynitriet niet gelijkmatig over de weefsel verdeeld is.
      Een gemeenschappelijke etiologie voor CFS met MCS, PTSD en FM is door vele onderzoekers al verondersteld (bediscussieerd in 4,9).
      Een gemeenschappelijke oorzaak werd niet alleen verondersteld omdat er veel overlap is in de symptomen van de verschillende ziekten (voor discussie zie 4 en 9), maar ook bleken patiŽnten meestal door meer dan een van deze vier ziekten getroffen te zijn.
      Deze overlap tussen deze vier genoemde ziektebeelden laat de vraag reizen of deze ziekten niet allen veroorzaakt worden door overproductie aan stikstofoxide en peroxynitriet.
      Elke van deze vier ziekten gaat namelijk meestal vooraf door en worden mogelijk geÔnduceerd door blootstelling aan kortdurende stress die aanleiding geeft tot verhoogde stikstofoxide synthese.

    Pall en Satterlee (4) presenteerden een belangrijk bewijs voor de overproductie van stikstofoxide/peroxynitriet als oorzaak van MCS :

    Alle organische oplosmiddelen en pesticiden waarom MCS waren blootgesteld vooraf MCS optrad zijn stuk voor stuk in staat de aanmaak van stikstofoxide te stimuleren.
    Deze chemische verbindingen zijn ook in staat de productie van ontstekingsbevorderende cytokinen te stimuleren, die op hun beurt weer het stikstofoxide-synthase kunnen induceren.
    - Neopterin, een marker voor de inductie van induceerbaar stikstofoxide synthetase, is verhoogd bij MCS-patiŽnten.
    - Markers voor oxidatieve stress zijn verhoogd bij MCS, zoals voorspelbaar is wanneer een toename van de peroxynitriet productie erbij betrokken zou zijn.
    - In diermodellen voor MCS, is er een overtuigend bewijs voor een essentiŽle rol voor zowel een verhoogde NMDA activiteit (bekend is dat deze verhoogde productie leidt tot een verhoogde stikstofoxidenproductie) als een verhoogde stikstofoxide synthese zelf.
    Als men de verhoogde productie van stikstofoxide blokkeert in dit diermodel, dan is de karakteristieke biologische respons ook geblokkeerd.
    Dit en andere bewijzen tonden aan dat stikstofoxide een essentiŽle rol heeft (4).

    Een overeenkomstige beredenering kan worden toegepast voor het bewijs dat stikstofoxide een rol speelt bij zowel PTSD als FM (9).
    PTSD wordt verondersteld veroorzaakt te worden door een overmatige NMDA stimulatie, die zoals eerder werd verondersteld aanleiding geeft tot een overmatige stikstofoxide en peroxynitriet productie (9).
    Twee ontstekingsbevorderende cytokinen die in staat zijn de verhoogde synthese van stikstofoxide te induceren zijn verhoogd in PTSD-patiŽnten. PTSD diermodellen hebben een essentiŽle rol gemeld voor NMDA-stimulatie en stikstofoxide synthese bij het produceren van de karakteristieke biologische respons.

    Een recent onderzoek naar FM veronderstelde een verhoogde stikstofoxide productie en verhoogde NMDA-stimulatie (8).
    Bekend is dat NMDA-stimulatie de stikstofoxide synthese verhoogd.
    Zoals bij de andere verwante ziekten die hier bediscussieerd zijn, is er voldoende bewijs uit onderzoek naar FM, dat de stikstofoxide/peroxynitriet-hypothese ondersteund (9).

    De theorie dat verhoogde stikstofoxide productie verantwoordelijk is voor de etiologie van zowel CFS, MCS, PTSD en FM is de enige theorie die een verklaring geeft voor de overlap aan symptomen bij deze ziekten.
    Alhoewel nog niet alle bewijsstukken voor deze theorie nog niet goed zijn onderzocht, geven deze bewijzen uit verschillende disciplines aan dat deze theorie zeer aannemelijk is.


    Behandeling

    Wat leert dit mechanisme nu over de mogelijke behandeling van CFS ?
    Zoals bediscussieerd in referentie 1, zijn een aantal middelen die zinvol zijn bij de behandeling van CFS.
    Deze middelen zijn voornamelijk gebaseerd op anekdotische bewijzen, dat verwacht wordt dat deze de concentratie van stikstofoxide/peroxynitriet te verlagen.
    Mogelijk het meest intrigerende is dat van een van deze mogelijkheden al ruimschoots gebruik wordt gemaakt namelijk de injecties met vitamine B12 bij de behandeling van CFS.
    Er zijn twee vormen van vitamine B12 injecties die gebruikt worden namelijk hydroxocobalamine, hetwelk in staat is stikstofoxiden te binden en cyanocobalamine, dat eerst in hydroxocobalamin moet worden omgezet door zogenaamde Pall human cells (3).
    Deze waarnemingen veronderstellen dat het stikstofoxide/peroxynitriet mechanisme in deze theorie goede voorspellingen kan doen over de mogelijke behandeling van CFS.
    Het is te hopen dat dit mechanisme ons in staat stelt het gebruik van deze en andere middelen te optimaliseren voor de behandeling van CFS en verwante ziekten.


    Controverse met HPU ?

    De theorie van Pall lijkt in eerste instantie moeilijk in te passen in het HPU-beeld.
    Bij HPU is er sprake van een verminderde heemsymthese doordat drie van acht betrokken enzymen verminderd aanwezig zijn.
    Heem is ook de basisbouwsteen voor NOS.
    Nu zijn er twee vormen van NOS de induceerbare vorm (iNOS) en de niet-induceerbare vorm (NOS).
    Deze verlaagde productie van iNOS verklaarde samen met de verlaagde concentratie aan IgA-antistoffen de infectiegevoeligheid van HPU-patiŽnten.
    Binnen HPU komt chronische vermoeidheid erg veel voor.
    We zien daarin meestal nogal relatief lage HPL-waarden.
    Deze vermoeidheid wordt natuurlijk mede veroorzaakt door de daling van het histaminegehalte, de onderactiviteit van de bijnieren, de storingen in de mineralenbalans onder meer door een daling van het picolinezuur e.d.
    Ook als deze tekorten allemaal aangevuld worden blijven er voldoende patiŽnten over met chronische vermoeidheidsklachten.
    Wat dat betreft zouden we deze theorie willen omarmen.

    Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat binnen HPU door het tekortschieten van de iNOS er een hogere concentratie NOS aangehouden wordt.
    Bij chronische infecties zou dit fataal kunnen uitpakken doordat er uiteindelijk teveel stikstofoxide en/of peroxynitriet wordt gevormd.
    We zullen in de toekomst bij deze patiŽntengroep neopterine bepalen om hier achter te komen.


    Literatuur

    1. Elevated, sustained peroxynitrite levels as the cause of chronic fatigue syndrome
      Pall ML, Department of Biochemistry/Biophysics and Program in Basic Medical Sciences, Washington State University, Pullman 99164-4660, USA :
      pall@mail.wsu.edu - Med Hypotheses. 2000 Jan;54(1):115-25 - PMID: 10790736
      The etiology of chronic fatigue syndrome (CFS) has been both obscure and highly contentious, leading to substantial barriers to both clear diagnosis and effective treatment.
      I propose here a novel hypothesis of CFS in which either viral or bacterial infection induces one or more cytokines, IL-1beta IL-6, TNF-alpha and IFN-gamma.
      These induce nitric oxide synthase (iNOS), leading to increased nitric oxide levels.
      Nitric oxide, in turn, reacts with superoxide radical to generate the potent oxidant peroxynitrite.
      Multiple amplification and positive feedback mechanisms are proposed by which once peroxynitrite levels are elevated, they tend to be sustained at a high level.
      This proposed mechanism may lower the HPA axis activity and be maintained by consequent lowered glucocorticoid levels.
      Similarities are discussed among CFS and autoimmune and other diseases previously shown to be associated with elevated peroxynitrite.
      Multiple pharmacological approaches to the treatment of CFS are suggested by this hypothesis.
      Comment in :
      Med Hypotheses. 2005;65(3):631-3
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10790736&dopt=AbstractPlus

    2. Elevated peroxynitrite as the cause of chronic fatigue syndrome - Other inducers and mechanisms of symptom generation
      Pall ML, Multidisciplinary Innovations in Research, Theory and Clinical Practice - Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 2000;7:45-58.
      In an earlier paper, I proposed that chronic fatigue syndrome (CFS) is caused by a response to infection, involving the induction of inflammatory cytokines which induce, in turn, the inducible nitric oxide synthase, producing elevated nitric oxide.
      Nitric oxide reacts with superoxide to form the potent oxidant, peroxynitrite.
      Six positive feedback loops were proposed by which peroxynitrite may stay elevated, acting to increase levels of both nitric oxide and superoxide, which react to form more peroxynitrite.
      This vicious cycle based on known biochemistry is proposed to be the central cause of CFS.
      The current paper discusses additional inducers which may act by increasing nitric oxide (physical or psychological trauma) or increasing superoxide (hypoxia) and the role of orthostatic intolerance, Ehlers-Danlos syndrome, excessive exercise, exercise intolerance and carbon monoxide in inducing hypoxia and consequently superoxide and peroxynitrite.
      The major symptoms of CFS can all be interpreted as relatively direct consequences of the pathophysiology predicted by the elevated peroxynitrite theory of CFS.
      Attractive mechanisms are proposed by which elevated peroxynitrite, nitric oxide and/or related physiological changes may induce CFS symptoms including fatigue, immune dysfunction, learning and memory dysfunction, multi-organ pain, exercise intolerance/ postexertional malaise and orthostatic intolerance.
      Roles are discussed for six factors likely to influence the frequency of CFS induction in response to infection or other inducing events.

      Cfr. :
      -
      http://listserv.nodak.edu/scripts/wa.exe?A2=ind0103C&L=co-cure&P=R1753
      -
      http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?sid=VXU2541RSCH48KE4APQAT26XG7839F0B&ID=9159

    3. Cobalamin Used in CFS Therapy is a Nitric Oxide Scavenger
      Martin L. Pall, Ph.D. - ChronicFatigue.com, 10-10-2001 - ©2007 ProHealth, Inc.
      Editor's Note : Dr. Martin L. Pall, Ph.D., received his Ph.D. in Biochemistry and Genetics from Caltech after receiving his B.A. degree at Johns Hopkins University.
      He is a professor of Biochemistry and Basic Medical Sciences at Washington State University.
      He teaches medical students and is the chief instructor at Washington State University in the medical biochemistry course for first-year medical students.
      The following review discusses the possible beneficial role of cobalamin (vitamin B12) in CFS treatment functioning as a nitric oxide scavenger and suggests a useful perspective for confirming and optimizing such a treatment.

      Hydroxocobalamin is the injectible form of vitamin B12.
      Methylcobalamin (the only form of vitamin B12 found in the brain), is the form of vitamin B12 taken orally, and is the preferred source of vitamin B12.
      Cobalamin (vitamin B12) injections in the form of hydroxocobalamin or cyanocobalamin, have been used to treat Chronic Fatigue Syndrome (CFS) in the United States, Canada and several European countries.
      While an early review of this practice questioned the efficacy of this treatment, more recent reports have suggested that extensive clinical experience provides support for the usefulness of such injections in CFS treatment.
      No placebo-controlled clinical trials have been performed with hydroxocobalamin or cyanocobalamin injections in CFS to follow up on the clinical observations.
      The mechanism of action of cobalamin in CFS treatment, if any, is not known, although it has been suggested that it may act to remove a vitamin B12 deficiency.
      The current paper is focused on an alternative interpretation, suggesting that cobalamin may be acting in CFS treatment primarily as a nitric oxide scavenger.
      Elevated nitric oxide and its potent oxidant product, peroxynitrite, has been suggested to be central in the etiology of CFS and nitric oxide, peroxynitrite and related mechanisms, have been proposed to generate the symptoms of CFS.
      The most direct evidence supporting the view that nitric oxide levels are elevated in CFS is that levels of neoterin, a marker of the induction of the inducible nitric oxide synthase, are elevated in CFS.
      In addition, the levels of several inflammatory cytokines known to induce the inducible nitric oxide synthase are also reported to show elevation in CFS.
      This proposed mechanism of CFS etiology predicts that scavengers of nitric oxide may be useful in CFS treatment.
      It may be of interest, therefore, that hydroxocobalamin has been found to be a nitric oxide scavenger, both in vitro [developed or maintained in a controlled, non-living environment] and in vivo [occurring within a living organism].
      Hydroxocobalamin is a Nitric Oxide Scavenger
      Hydroxocobalamin was reported to be a potent scavenger of nitric oxide in a report of in vitro studies and has subsequently been reported to act in this manner in vivo.
      Animal studies have shown that it is sufficiently active to antagonize the action of nitric oxide in vivo.
      This action of hydroxocobalamin is sufficiently well documented that it has been used as an analytical tool to test the role of nitric oxide in several additional biological responses.
      It should be noted, that the properties of hydroxocobalamin are relevant to therapy using either hydroxocobalamin or cyanocobalamin, because humans contain an enzyme that releases cyanide from cyanocobalamin, thus converting it to hydroxocobalamin.
      Is There a Vitamin B12 Deficiency in CFS ?
      While there is no evidence of any systemic vitamin B12 deficiency as characteristic of CFS, Regland et al., report that B12 levels are low in the central nervous system (CNS) in CFS patients, as shown by low B12 and high homocysteine levels in the cerebrospinal fluid.
      This report suggests two questions : (1) 'How might such a deficiency be generated ?' and (2) 'Is it responsible for the central symptoms of CFS ?'.
      There is evidence that reactive nitrogen species, because of their reaction with cobalamin, may lead to a B12 deficiency.
      Nicolau et al., reported that nitric oxide inactivated methionine synthase, a cobalamin (B12) dependent enzyme, suggesting that the reaction of nitric oxide with vitamin B12 may lead to loss of coenzyme activity.
      Nitrous oxide, a different reactive nitrogen species, is known to produce a vitamin B12 deficiency in vivo.
      Thus, it is possible that nitric oxide or one of its reactive nitrogen products, such as nitrite, which is also known to react with hydroxocobalamin, might produce a vitamin B12 deficiency in the CNS or CFS patients.
      Is it likely that such a CNS vitamin B12 deficiency might lead to symptoms of CFS, such as fatigue or cognitive/learning and memory dysfunction ?
      It is known that B12 deficiency in pernicious anemia, for example, leads to neurological dysfunction.
      However, the symptoms here are quite different from the characteristic CNS-related symptoms of CFS.
      It seems likely, therefore, that vitamin B12 deficiency does not lead to the major CNS-related symptoms of CFS.
      I suggest, therefore, that the action of cobalamin injections in scavenging nitric oxide may be a more plausible mechanism of action in CFS treatment than that of reversing a CNS B12 deficiency and that this may provide support, therefore, for the proposed elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism for CFS.
      The possible role of cobalamin acting as a nitric oxide scavenger in CFS treatment provides possible confirmation of a prediction of the elevated nitric oxide/peroxynitrite theory of CFS, by showing that a known nitric oxide scavenger may be useful in CFS treatment.
      Development of a strategy to optimize such treatment may be influenced by this possible mode of action of cobalamin.
      This new interpretation for the relationship between cobalamin and CFS may also provide an additional incentive for initiation of a placebo-controlled clinical trial using cobalamin injections to treat CFS.
      Cfr. :
      http://www.chronicfatiguesyndromesupport.com/library/showarticle.cfm/ID/3137/T/CFIDS
      /searchtext/Cognitive

    4. Elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism for the common etiology of multiple chemical sensitivity, chronic fatigue syndrome and posttraumatic stress disorder
      Pall ML & Satterlee JD, School of Molecular Biosciences, Washington State University, Pullman 99164-4660, USA :
      martin_pall@wsu.edu - Ann N Y Acad Sci. 2001 Mar;933:323-9 - PMID: 12000033
      Various types of evidence implicate nitric oxide and an oxidant, possibly peroxynitrite, in MCS and chemical intolerance (CI).
      The positive feedback loops proposed earlier for CFS may explain the chronic nature of MCS (CI) as well as several of its other reported properties.
      These observations raise the possibility that this proposed elevated nitric oxide/peroxynitrite mechanism may be the mechanism of a new disease paradigm, answering the question raised by Miller earlier : "Are we on the threshold of a new theory of disease ?"
      Cfr. :
      -
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=12000033&ordinalpos=1&itool=
      EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

      -
      http://listserv.nodak.edu/scripts/wa.exe?A2=ind0205B&L=co-cure&P=R2378

    5. Investigation of erythrocyte oxidative damage in rheumatoid arthritis and chronic fatigue syndrome
      R. S. Richards - T. K. Roberts, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Gallaghan, NSW, Australia - R. H. Dunstan, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Callaghan NSW 2308, Australia - N. R. McGregor, Department of Biological Sciences, The University of Newcastle, Callaghan, NSW 2308, Australia - Journal of Chronic Fatigue Syndrome : Multidisciplinary Innovations in Research, Theory and Clinical Practice 2000;6:37-46 Ė ISSN : 1057-3321- Pub Date : 01/01/1998
      A role of free radical scavenging for erythrocytes has previously been demonstrated, which is additional to their established role of gas exchange.
      In carrying out this role, erythrocytes become damaged by oxidation, which consumes endogenous reducing substances.
      It was therefore proposed that there exists a link between erythrocyte metabolism (particularly redox metabolism) and erythrocyte shape and that both of these should be related to erythrocyte deformability.
      To look for evidence of oxidative damage in vivo, the erythrocytes were assessed for reduced glutathione (GSH), malondialdehyde (MDA), methaemoglobin (metHb) and 2,3-diphosphoglyceric acid (2,3-DPG) in patients suffering from rheumatoid arthritis (RA), chronic fatigue syndrome (CFS) and healthy control subjects.
      Full blood counts, serum vitamin B12, erythrocyte folate, serum ferritin, serum iron, serum iron binding capacity and erythrocyte magnesium were also performed on all samples.
      Patients with RA had increased 2,3-DPG, GSH and metHb when compared with the control group as well as the expected decreased haemoglobin, haematocrit, and serum iron.
      There was evidence of oxidative damage in CFS with 2,3-DPG metHb and MDA increased in this group.
      An increase in GSH could also be demonstrated in a sub-group of the CFS patients.
      This damage may explain the shape changes (presumably accompanied by increased rigidity) that have been reported in erythrocytes in patients suffering from CFS and suggests a role for free radicals in the pathogenesis of CFS.
      Cfr. :
      http://www.haworthpress.com/store/ArticleAbstract.asp?sid=VXU2541RSCH48KE4APQAT26XG7839F0B&ID=9165

    6. Blood parameters indicative of oxidative stress are associated with symptom expression in chronic fatigue syndrome
      Richards RS, Roberts TK, McGregor NR, Dunstan RH, Butt HL, Department of Biological Sciences, University of Newcastle, Australia - Redox Rep. 2000;5(1):35-41 - PMID: 10905542
      Full blood counts, ESR, CRP, haematinics and markers for oxidative stress were measured for 33 patients diagnosed with chronic fatigue syndrome (CFS) and 27 age and sex matched controls.
      All participants also completed symptom questionnaires.
      CFS patients had increases in malondialdehyde (P <0.006), methaemoglobin (P <0.02), mean erythrocyte volume (P <0.02) and 2,3-diphosphoglycerate (P <0.04) compared with controls.
      Multiple regression analysis found methaemoglobin to be the principal component that differentiated between CFS patients and control subjects.
      Methaemoglobin was found to be the major component associated with variation in symptom expression in CFS patients (R(2) = 0.99, P <0.00001), which included fatigue, musculoskeletal symptoms, pain and sleep disturbance.
      Variation in levels of malondialdehyde and 2,3-diphosphoglycerate were associated with variations in cognitive symptoms and sleep disturbance (R(2) = 0.99, P <0.00001).
      These data suggest that oxidative stress due to excess free radical formation is a contributor to the pathology of CFS and was associated with symptom presentation.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez


    Lees verder : Deel IV

    02-08-2007 om 10:36 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hoofdlijnen van de behandeling van ME - Deel IV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     Prof. Dr. Greta Moorkens


     





    De hoofdlijnen van de behandeling van ME

    Deel IV


    1. Specific oxidative alterations in vastus lateralis muscle of patients with the diagnosis of chronic fatigue syndrome
      Fulle S, Mecocci P, Fanů G, Vecchiet I, Vecchini A, Racciotti D, Cherubini A, Pizzigallo E, Vecchiet L, Senin U, Beal MF, Lab. Interuniversitario di Miologia, Dip. Biologia Cellulare e Molecolare, UniversitŠ di PerugiŠ, Perugia, Italy - Free Radic Biol Med. 2000 Dec 15;29(12):1252 - 9 PMID: 11118815
      Chronic fatigue syndrome (CFS) is a poorly understood disease characterized by mental and physical fatigue, most often observed in young white females.
      Muscle pain at rest, exacerbated by exercise, is a common symptom.
      Although a specific defect in muscle metabolism has not been clearly defined, yet several studies report altered oxidative metabolism.
      In this study, we detected oxidative damage to DNA and lipids in muscle specimens of CFS patients as compared to age-matched controls, as well as increased activity of the antioxidant enzymes catalase, glutathione peroxidase and transferase, and increases in total glutathione plasma levels.
      From these results we hypothesize that in CFS there is oxidative stress in muscle, which results in an increase in antioxidant defenses.
      Furthermore, in muscle membranes, fluidity and fatty acid composition are significantly different in specimens from CFS patients as compared to controls and to patients suffering from fibromyalgia.
      These data support an organic origin of CFS, in which muscle suffers oxidative damage.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11118815&dopt=AbstractPlus

    2. Antioxidant strotus and lipoprotein oxidation in chronic fatigue syndrome
      7A. Keenoy BM, Moorkens G, Vertommen J, DeLeeuw I.. Life Sciences 2001;68:2037-2049
      Cfr. :
      - Novel chronic fatigue syndrome (CFS) theory finally produces detailed explanations for many CFS observations
      Cfr. :
      http://uk.geocities.com/me_not_cfs/A_Cause_of_CFS_by_Dr_Martin_L_Pall.html
      - Productie van Peroxynitriet binnen het menselijk lichaam
      Cfr. :
      http://www.xs4all.nl/~jvancan/articles/Martin_Pall.html

    3. Changes in the concentrations of amino acids in the cerebrospinal fluid that correlate with pain in patients with fibromyalgia - Implications for nitric oxide pathways
      Larson AA, Giovengo SL, Russell IJ, Michalek JE, Graduate Program in Neuroscience, 295 Animal Science/Veterinary Medicine Building, University of Minnesota, 1988 Fitch Avenue, St. Paul, MN 55108, USA :
      larso011@tc.umn.edu - Pain. 2000 Aug;87(2):201-11 - PMID: 10924813
      Substance P (SP), a putative nociceptive transmitter, is increased in the CSF of patients with fibromyalgia syndrome (FMS).
      Because excitatory amino acids (EAAs) also appear to transmit pain, we hypothesized that CSF EAAs may be similarly involved in this syndrome.
      We found that the mean concentrations of most amino acids in the CSF did not differ amongst groups of subjects with primary FMS (PFMS), fibromyalgia associated with other conditions (SFMS), other painful conditions not exhibiting fibromyalgia (OTHER) or age-matched, healthy normal controls (HNC).
      However, in SFMS patients, individual measures of pain intensity, determined using an examination-based measure of pain intensity, the tender point index (TPI), covaried with their respective concentrations of glutamine and asparagine, metabolites of glutamate and aspartate, respectively.
      This suggests that re-uptake and biotransformation mask pain-related increases in EAAs.
      Individual concentrations of glycine and taurine also correlated with their respective TPI values in patients with PFMS.
      While taurine is affected by a variety of excitatory manipulations, glycine is an inhibitory transmitter as well as a positive modulator of the N-methyl-D-asparate (NMDA) receptor.
      In both PFMS and SFMS patients, TPI covaried with arginine, the precursor to nitric oxide (NO), whose concentrations, in turn, correlated with those of citrulline, a byproduct of NO synthesis.
      These events predict involvement of NO, a potent signaling molecule thought to be involved in pain processing.
      Together these metabolic changes that covary with the intensity of pain in patients with FMS may reflect increased EAA release and a positive modulation of NMDA receptors by glycine, perhaps resulting in enhanced synthesis of NO.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    4. Common etiology of posttraumatic stress disorder, fibromyalgia, chronic fatigue syndrome and multiple chemical sensitivity via elevated nitric oxide/peroxynitrite
      Pall ML, School of Molecular Biosciences and Program in Medical Sciences, Washington State University, Pullman, 99164-4660, USA :
      pall@mail.wsu.edu - Med Hypotheses. 2001 Aug;57(2):139-45 - PMID: 11461161 - Copyright 2001 Harcourt Publishers Ltd.
      Three types of overlap occur among the disease states chronic fatigue syndrome (CFS), fibromyalgia (FM), multiple chemical sensitivity (MCS) and posttraumatic stress disorder (PTSD).
      They share common symptoms.
      Many patients meet the criteria for diagnosis for two or more of these disorders and each disorder appears to be often induced by a relatively short-term stress which is followed by a chronic pathology, suggesting that the stress may act by inducing a self-perpetuating vicious cycle.
      Such a vicious cycle mechanism has been proposed to explain the etiology of CFS and MCS, based on elevated levels of nitric oxide and its potent oxidant product, peroxynitrite.
      Six positive feedback loops were proposed to act such that when peroxynitrite levels are elevated, they may remain elevated.
      The biochemistry involved is not highly tissue-specific, so that variation in symptoms may be explained by a variation in nitric oxide/peroxynitrite tissue distribution.
      The evidence for the same biochemical mechanism in the etiology of PTSD and FM is discussed here and while less extensive than in the case of CFS and MCS, it is nevertheless suggestive.
      Evidence supporting the role of elevated nitric oxide/peroxynitrite in these four disease states is summarized, including induction of nitric oxide by common apparent inducers of these disease states, markers of elevated nitric oxide/peroxynitrite in patients and evidence for an inductive role of elevated nitric oxide in animal models.
      This theory appears to be the first to provide a mechanistic explanation for the multiple overlaps of these disease states and it also explains the origin of many of their common symptoms and similarity to both Gulf War syndrome and chronic sequelae of carbon monoxide toxicity.
      This theory suggests multiple studies that should be performed to further test this proposed mechanism.
      If this mechanism proves central to the etiology of these four conditions, it may also be involved in other conditions of currently obscure etiology and criteria are suggested for identifying such conditions.
      Comment in :
      Med Hypotheses. 2005;65(3):631-3 -.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11461161&dopt=Abstract


    Cfr. :
    http://www.keac.nl/nieuws4.htm 

    02-08-2007 om 10:14 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psychosociale vaardigheden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










     





    Psychosociale vaardigheden

    Rapport van de Hoge Gezondheidsraad
    (HRG dossiernimmer : 8108 - Validatiedatum: 06-12-06)


    • "De psychosociale vaardigheden zijn het vermogen van een persoon om efficiŽnt in te spelen op de eisen en de beproevingen van het dagelijks leven.
      Het is de bekwaamheid van een persoon om een toestand van geestelijk welzijn te behouden, door een gepast en positief gedrag aan te nemen in zijn relaties met de anderen, zijn eigen cultuur en zijn omgeving.
      De psychosociale vaardigheden spelen een belangrijke rol in de bevordering van de gezondheid in de ruimste zin, in termen van fysiek, mentaal en sociaal welzijn.
      Meer bepaald, als de gezondheidsproblemen verbonden zijn aan een gedrag en als het gedrag verbonden is aan een onmogelijkheid om efficiŽnt te reageren op stress en op de druk van het leven, zou de verbetering van het psychosociaal vermogen een belangrijk element kunnen zijn in de bevordering van de gezondheid en het welzijn, aangezien het gedrag een steeds belangrijkere rol speelt in de oorsprong van de gezondheidsproblemen.Ľ

      (WGO, 1993)

    • ę Ö Het is cruciaal de mensen in staat te stellen om te gaan met alle stadia van hun leven en zich voor te bereiden om traumaís en chronische ziektes het hoofd te bieden.
      Dat werk moet mogelijk gemaakt worden in de schoolomgeving, het gezin, de werkomgeving en de gemeenschap en er moet actie worden ondernomen door tussenkomst van de educatieve, professionele, commerciŽle en vrijwilligersorganisaties en in de instellingen zelfÖĽ

      (WGO, Verdrag van Ottawa, 1986).


       

    In : 'Depressie, depressiviteit en zelfmoord' - Rapport van de Hoge Gezondheidsraad (HRG dossiernimmer : 8108 - Validatiedatum: 06-12-06)

    Cfr. :
    http://www.zorg-en-gezondheid.be/uploadedFiles/NLsite/Preventie/Ziekten_en_aandoeningen/Depressie_en_zelfdoding/actie
    plan/GGZ_VAS_notakab_2007_bijlage%208%20rapport%20hoge%20gezondheidsraad_december2006.doc

    01-08-2007 om 14:34 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    30-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Darmflora en uw gezondheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Het Gouden Boekje voor de Gewrichten
    - Eerst voeding, dan medicijnen -


    Cfr. :
    http://www.drogisterij.net/Het_gouden_boekje
    _gewrichten/P/724193?Drogisterij_Session
    =69ab648230e6b314e3180fb077323e58







     


     

    Darmflora en uw gezondheid

    Marijke de Waal Malefijt : http://www.gottswaal.nl/level2.php?id=194&page=87&groep=overg
    © 2007 Natuur DiŽtisten Nederland

    De darmen geven een weerspiegeling van de gezondheid.
    Voor een goed werkend immuunsysteem is een gezonde spijsvertering noodzakelijk.
    Verkeerde eetgewoonten, antibioticabehandelingen, infecties, erfelijke aanleg etc. kunnen de darmflora en hierdoor het immuunsysteem verstoren.
    Het begin van een stofwisselingsblokkade, een allergie, een gebrek aan vitamines, mineralen en sporenelementen is daarom vaak te vinden in de darmen.
    Cfr. ook het kleurrijke boekje 'Darmflora - Samenleven met bacterien' van de Stichting BWM Ė cfr. :
    http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOA_6YMKGP?Opendocument - (voor Ä 7 te bestellen bij : info@natuurdietisten.nl -.

    Goed inzicht krijgen in het ecologische systeem van de darmen kan door speciale ontlastingsonderzoeken.
    Dit geeft o.a. informatie over de zuurtegraad van de darmen, het aantal aŽrobe- en anaŽrobe darmflora, het aantal soorten schimmels en het verloop van de spijsvertering.
    Dankzij deze onderzoeken wordt het voorschrijven van de juiste voedingsadviezen makkelijker.
    Bijvoorbeeld door het geven van een eiwitbeperking bij een teveel aan proteolytische darmkiemen (bacteriŽn die leven van eiwitten).
    Of een vetbeperking bij een teveel aan lipolytische darmkiemen (bacteriŽn die leven van vetten) en een koolhydraatbeperking bij een teveel aan schimmels (deze leven van suikers).


    Elke bacterie zijn eigen groeivoorwaarden

    In het algemeen verdeelt men de darmflora -dat zijn de micro-organismen die in de darm leven - in op hun groeivoorwaarden.
    Er zijn aŽrobe, anaŽrobe en microaerophile flora.
    AŽrobe bacteriŽn groeien in aanwezigheid van zuurstof, anaŽrobe bacteriŽn groeien in zuurstofvrije omstandigheden en microaerophile bacteriŽn hebben zuurstofarme omstandigheden nodig.

    Residente en transiŽnte flora
    Er bestaat nog een verschil en dat is het verschil tussen wat heet de residente en transiŽnte flora.
    De residente flora zijn onmisbaar voor de fysiologische processen in de darmen.
    Dit zijn zogenaamde 'obligaat bacteriŽn'.
    Het is afgeleid van het woord 'obligaat' dat 'verplicht', 'noodzakelijk' betekent.
    De transiŽnte flora, ook wel 'passerende kiemen' genoemd, zijn permanent in de darm aanwezig.
    Ze komen simpelweg door de voeding binnen.
    Ze worden tot op zekere hoogte verdragen en hebben in het algemeen geen nut.
    Wťl hebben ze een schadelijke invloed op de darmen.
    Daarom worden in de uitslagen van ontlastingsonderzoeken zogeheten getolereerde waarden aangegeven (bijv. <10.4).


    De juiste onderlinge verhoudingen

    Een negatieve verschuiving tussen residente aŽrobe, anaŽrobe, microaerophile bacteriŽn en een toename van de transiŽnte flora (ook schimmels), leidt tot een beschadiging van de darmen.
    Dat kan tot een beschadiging van de stofwisseling (metabolisme) leiden.
    De hierboven genoemde 'residente flora' geven een stimulerend effect.
    Deze goede werking die ervan uitgaat, is afhankelijk van de ontwikkeling van het darmslijmvlies en het functioneren van het immuunsysteem.

    Een extra 'veiligheidsklep'
    De ruime verspreiding en receptorblokkade van die flora vormt een barriŤre tegenover lichaamsvreemde kiemen (een receptorblokkade is een specifiek mogelijkheid van het lichaam om ongewenste en/of schadelijke stoffen te signaleren, deze de weg te versperren en daarmee de doorgang te belemmeren).
    Zoín barriŤre ontstaat door een gezonde strijd om voedingsstoffen te creŽren en door het aanmaken van groeiremmende (z.g. microbiocide) stofwisselingsproducten.
    Samen met de anatomische indeling van de darm draagt deze (residente) flora bij aan het weerstandsvermogen tegen passerende (transiŽnte) kiemen (hieronder vallen ook schimmels).
    Naast het vormen van deze barriŤrefunctie nemen de (residente) flora vooral deel aan de stofwisseling van het darmslijmvlies.
    Zo kunnen ze vetzuren aanmaken.
    De door deze flora geproduceerde vetzuren met een korte moleculaire keten verzorgen ca. 40% van de energiebehoefte voor de epitheelcellen van de dikke darm.
    Enkele kiemen van de darmflora, zoals BifidobacteriŽn-stammen en E.coli. maken de vitaminen B1, B2, B6,B12, foliumzuur, biotine, niacine en pantotheenzuur aan.
    Stuk voor stuk belangrijke onderdelen voor uw gezondheid.


    PH-waarde

    De pH-waarde - ook zuurtegraad genoemd - van de ontlasting is een eenvoudige, maar belangrijke maatstaf voor de beoordeling van de in de darm aanwezige darmflora.
    Deze waarde geeft het resultaat weer van alle microbiŽle stofwisselingsprocessen in de dikke darm.
    De pH-waarde van de ontlasting zegt niets over de pH-waarde Ūn de andere lichaamsweefsels.
    Het gaat hier vooral om de samenstelling van de darmflora en vooral de afzonderlijke verhoudingen tussen de nutriŽnten die de pH-waarde beÔnvloeden.
    Koolhydraten die u eet worden door de koolhydraatbacteriŽn (de saccharolytische bacteriŽnflora) in de dikke darm omgezet in vetzuren.
    Daardoor ontstaat een verzuring van de darmflora, wat een pH-verlagende werking geeft.
    Eiwitten die u eet worden omgezet door de eiwit-actieve darmflora, de proteolytisch actieve darmkiemen.
    Deze produceren ammonia en andere stofwisselingsproducten, dat alkalische effecten geven.
    Dat wil zeggen ze hebben een pH-verhogende werking.

    Saccharolytische darmkiemen
    Deze zijn zuurvormend (dus pH verlagend) en leven van koolhydraten/vezels.
    Enkele heten :
    - Enterococcus sp.
    - Lactobacillus sp,
    - Bifidobacterium sp.
    - E.coli / E.coli varianten
    - Bacteroides
    Proteolytische darmkiemen
    Deze zijn alkaliserend (dus pH verhogend) en leven van eiwitten.
    Enkele heten :
    - E.coli/E.coli varianten
    - Eneterobacterien
    - Bacteroide stammen
    - Clostridien sp. (ook lypolytisch: wat wil zeggen het leeft van vet)
    - Pseudomonas
    - Proteus Klebsiella


    Een gezonde darm : een goede pH-waarde

    Bij een Europese omnivoor (dit is een alleseter, waaronder o.a. de mens valt) met gezonde darmen ligt de pH-waarde tussen 6,0 - 7,0.
    Eenzijdige voeding of een niet goed werkende vertering leidt tot een onjuiste darmflora (koolhydraten zijn pH verlagend, eiwitten zijn pH verhogend).
    Dat geeft op zijn beurt een ongewenste verschuiving van de pH-waarde.

    Het teveel eten van eiwitten of vetten geeft een overschot ervan in de dikke darm en dat geeft een alkalisch (pH verhogend) darmmilieu.
    Dit geldt ook voor storingen in de eiwit- en vetvertering (zoals exocrine pancreasinsufficientie, verstoorde secretie van galzuren) en voor ontstekingen van het darmslijmvlies.

    De juiste zuurtegraad van uw darmen
    Een overwegend zuurvormende (saccharolytisch) actieve dikke darmflora door vezelrijke voeding en ook koolhydraatintolerantie leiden dus tot een verzuring van de ontlasting.
    Dat is juist goed, omdat bij een alkalische (dus pH-verhogend) pH-waarde veel bacteriŽle enzymsystemen met een schadelijke werking optimaal functioneren, wordt gestreefd naar een zure pH-waarde van de ontlasting tussen 5,8 - 6,8.
    Deze waarde kunt u bij een vezelrijke voeding verwachten.
    Bij zuigelingen bestaat de dikke darmflora bijna uitsluitend uit bifidobacteriŽn en lactobacillen, dus verzurende bacteriŽn, wat blijkt uit de typisch zuur ruikende ontlasting met een pH-waarde tussen 5,0 Ė 5,5.
    Een onjuiste zuurtegraad
    Bij een onjuiste zuurtegraad kunnen een voor de mens schadelijke, bacteriŽle stofwisselingsproducten (toxinen) geproduceerd worden zoals biogene aminen of precarcinogenen.
    Bovendien vestigen en vermeerderen allerlei ongewenste kiemen (ook enteropathogenen) zich beter in het alkalische (pH verhogend) milieu.
    Een pH-waarde hoger dan 7,0 is niet aan te raden.
    Daarom wordt deze waarde als bovengrens gehanteerd.
    Bij een pH-waarde van 7.0 of hoger moet een nauwkeurige voedingsanamnese en evt. verder onderzoek (verteringsparameter, aanwijzingen voor ontstekingen) gedaan worden.
    Gevolgd door een therapeutische behandeling ervan.


    Een goede vertering : het halve werk

    Winderigheid, onduidelijke klachten in de onderbuik, diarree, obstipatie en andere maag-darmstoringen, gaan vaak gepaard met min of meer duidelijke verschuivingen in de darmflora.
    Met als resultaat een onvoldoende werkende spijsvertering en/of onvoldoende opname van de voedingsstoffen.
    Met behulp van bepaalde testen is het mogelijk een gebrekkige vertering (spiervezels, zetmeel, neutrale vetten, vetzuren) in de ontlasting aan te tonen.
    Deze eenvoudige, snelle en goedkope methode is een eerste aanwijzing op verstoringen in uw vertering of in uw opname.
    Soms kan verder onderzoek nodig zijn.


    BacteriŽle dysbiose

    De darmflora beschermt uw lichaam tegen infecties, produceert belangrijke voedingsstoffen en speelt een belangrijke rol in uw immuunsysteem.
    Een goede balans in deze darmflora is dus essentieel.
    Als deze balans verstoord raakt spreken we van een 'bacteriŽle dysbiose'.
    Meestal betreft dit een teveel van een of meerdere soorten met minder gunstige eigenschappen, zoals een schimmelsoort of de bacterie Clostridium of Pseudomonas.
    Deze overgroei gaat ten koste van de goedaardige flora (bv. de Bifido en Lactobacillus).


    Het ontstaan van een dysbiose

    Een disbalans in de darmflora ontstaat door verschillende oorzaken.
    Hier noemen we er enkele.
    Zo bestaat er geen twijfel aan de onmisbaarheid van antibiotica.
    Het zijn echte levensredders in noodgevallen.
    Naast de ziekteverwekker die bestreden wordt, kan bij sommige antibioticabehandelingen (oraal, breedspectrum) helaas een zeer groot gedeelte van de goedaardige microflora in de darm verdwijnen.
    De zo ontstane Ďlegeí darm is zeer gevoelig voor infecties zowel van buitenaf als van binnenuit door bepaalde stoffen die zich nog in de darm bevinden.
    Twintig tot dertig procent van de mensen die behandeld zijn met breedspectrum antibioticatherapie krijgt diarree die bijna altijd het gevolg is van een infectie met Clostridium.
    Verder kunnen er ook andere infecties optreden zoals door Candida, E-coli en gistschimmels.
    Niet alleen antibiotica kan een ongewenste bijwerking op de goedaardige microflora geven.
    Andere mogelijkheden zijn :
      

    • Langdurige of frequente obstipatie
    • Chloor en andere bacteroÔcide chemicaliŽn (zware metalen, medicijnen, fluor e.d) die zich in het drinkwater bevinden.
    • Vlees uit de bio-industrie met antibiotica
    • Overmatig alcohol gebruik/misbruik. Overmatig suiker-, vet- en dierlijk eiwitgebruik (bijvoorbeeld kaas, vlees, melk).
    • Eten van bedorven voedsel, voedselvergiftiging.

    • Langdurig vasten. Of niet eten, zoals bij eetstoornissen kan voorkomen.

    • Verteringsstoornissen (onvoldoende maagzuur, slechte galfunctie, slechte pancreasenzymen productie, slechte darmperistaltiek).

    • Infecties.

    • Darmoperatie, bestralingstherapie en chemokuur.

    • Medicijngebruik (bijvoorbeeld de NSAIDís, dit zijn ontstekingsremmers).

    • Emotionele en fysieke stress.


    Vertering en mineralen

    In de voeding zijn mineralen en spoorelementen meestal gebonden aan eiwitten of andere organische verbindingen.
    Sommigen kunnen in deze vorm worden opgenomen door de dunne darm.
    De meeste mineralen en spoorelementen kunnen slechts als ion worden opgenomen.
    Daartoe moeten ze eerst worden vrijgemaakt uit hun gebonden vorm door te kauwen en door een gedeeltelijke vertering van het voedsel.
    De vertering loopt in twee fasen :
     

    • Fase 1 betreft de vertering in de maag, waarbij het mineraal in ionische vorm vrijkomt.

    • Fase 2 betreft het inpakken (de chelatie) van het mineraal door aminozuren (aminozuurchelaat), waarna absorptie kan plaatsvinden.


    Makkelijke mineralen : in ion-vorm

    Klachten als dysbiose, verminderde enzymatische activiteit van de pancreas, verminderde maagzuurproductie, atrofie van de darmvlokken en malabsorptie syndroom, hebben negatieve gevolgen voor de spijsvertering.
    Er is een mogelijkheid om dan gesuppleerde mineralen in een ionische vorm te geven, zodat fase 1 van de vertering wordt omzeild.
    In de darm is er voldoende eiwit aanwezig uit afbraak van oude darmcellen voor de fase 2 : het inpakken (de chelatie) van de mineraal-ionen tot aminozuurcomplexen die nodig zijn voor goede opname (absorptie).


    Wat is een ion ?

    Een ion is een deeltje (een atoom of een groep atomen) dat een electrische lading draagt.
    Er zijn twee groepen ionen : positief geladen ionen, de kationen (+) en negatief geladen ionen, de anionen (-).
    Voorbeelden van belangrijke kationen in het lichaam zijn die van magnesium, natrium, kalium, calcium en waterstof.
    Belangrijke anionen zijn bicarbonaat, chloride en fosfaat.

    Katalytische oligotherapie
    Oligo- of spoorelementen zijn natuurlijke mineralen die in kleine dosis toegediend worden.
    Ze helpen als activator van enzymen en bij het opheffen van enzymblokkades.
    Ze spelen o.a een rol als : cofactor van enzymen, vitamines en van structurele stoffen en hormonen in het lichaam.
    Het speelt een rol als regulator bij ionfluxen door de membranen en als als regulator bij de DNA synthese.
    Oligo-elementen kunnen pas optimaal benut worden als ze in de geÔoniseerde vorm (de Ďniet-gebondení vorm of de zogenaamde voorverteerde vorm) toegediend worden.
    Tabletten zijn niťt geÔoniseerd omdat de lading van de mineralen door het tabletteren geneutraliseerd worden.
    Om diezelfde reden mag u vloeibare geÔoniseerde spoorelementen niťt in contact laten komen met een metalen lepel.
    Een betere opname
    De opname (absorptie) wordt door de geÔoniseerde vorm zeer effectief verhoogd.
    Oligo-elementen worden heel snel via het mondslijmvlies direct in het bloed opgenomen.
    Vandaar het advies de vloeistof dertig seconde onder de tong houden, bij voorkeur nuchter of voor de maaltijd.


    Kwalijke bacteriŽn en kwalijke werkingen

    De verkeerde bacteriŽn kunnen bij een overgroei in de darmflora schade aanrichten.
    Aan een kant ontstaat er schade door speciale enzymen die de vele schadelijke bacteriŽn afgeven.
    Aan de andere kant ontstaat er schade door de afvalstoffen van deze hoeveelheid schadelijke bacteriŽn.
    Van dit laatste hebben vooral de lever en de darmwand te lijden.
    We zetten het voor u even op een rijtje wat de nare gevolgen kunnen zijn.


    Schadelijke enzym-activiteiten

    Enzymen die geproduceerd worden bij een bacteriŽle overgroei kunnen teruggevonden worden in de ontlasting.
    De meest belangrijke enzymen zijn :

    • Urease (afkomstig van Bacteroides, Proteus, Klebsiella) wordt opgeroepen door het eten van veel vlees.
      Urease maakt ureum wateroplosbaar tot ammonia, waardoor de pH-waarde van de ontlasting toeneemt. Dit geeft meer kans op darmslijmvliesschade (mucosale schade) en uiteindelijk op darmkanker.

    • Decarboxylase levert vaso-actieve en neurotoxische amines op.
      Onder meer histamine, octopamine, tyramine) wat o.a. hoofdpijn, gedragsveranderingen en zenuwoverprikkelingen geeft.
    • Tryptofanase wordt opgeroepen door vlees en zorgt voor de afbraak van tryptofaan tot kankerverwekkende fenolen.

    • Beta Glucoronidase wordt opgeroepen door eiwitrijk voedsel en zorgt voor hydrolysatie (het in water oplosbaar maken) van geconjugeerde oestrogenen en galzouten (in de lever) waardoor ze de-conjugeren en daarmee weer in de circulatie terugkomen.
      Dit kan mogelijk een verhoogde kans op borstkanker geven door een overmaat aan de Ďverkeerdeí oestrogenen.
      Giftige (toxische) galzouten zorgen voor schade aan de darmwand.
      Dit kan een risico op het lekkende darmsyndroom geven en een toename van allergische reacties).

    • Azoreductase; hydrolyseren (het in water oplosbaar maken) ook galzouten.

    • Nitroreductase; hydrolyseren (het in water oplosbaar maken) de galzouten.

    • Pancreases; breken pancreasenzymen af en die van de intestinale brush border.
      Dit resulteert in een slechte pancreaswerking, slechte opname van nutriŽnten en darmslijmvliesschade ('mucosale schade').
      In het ergste geval kunnen de darmvlokken (viili) beschadigd raken en een pseudo-coeliakie ontstaan met een glutengevoeligheid als gevolg.


    Leverbelasting en ontstekingen aan de darmwand

    De exo- en endotoxines ('toxisch' = 'giftig') die ontstaan door een teveel aan schadelijke bacteriŽn lekken door de darmwand ('tight junctions').
    Dit veroorzaakt ontstekingsschade aan de darmwand en de lever.
    Als gevolg hiervan kunnen nutriŽnten uit de voeding niet goed meer worden opgenomen.
    Dit kan dan weer leiden tot andere vervelende effecten, zoals vermoeidheid, huidklachten, gewrichtsklachten enz.

    Extra werk voor de lever
    De lever moet een teveel aan schadelijke bacteriŽn 'overuren' maken om de gifstoffen die door de darmwand lekken te ontgiften.
    Veel vrije radicalen komen hierbij vrij, waardoor de gal vol gifstoffen komt.
    Wat op zijn beurt weer schade geeft aan de pancreas en een te grote doordringbaarheid (hyperpermeabiliteit) van de darm veroorzaakt.
    Giftige (toxische) stoffen en toxische galzouten geven een overprikkeling aan de darm (PDS; prikkelend darmsyndroom ) met als gevolg opgeblazen gevoel, pijnklachten, voedselintoleranties e.d.
    Lekkende antilichamen vanuit de darm kunnen zich hechten aan gewrichtsspleten en zo ontstekingsreacties geven in de gewrichten.
    De behandeling met ontstekingsremmers (NSAIDís) maakt in feite het probleem van de lekkende darm alleen maar erger door toename van de ontstekingsreacties van het darmslijmvlies.
    Het is bekend dat infecties in de darmen met bijvoorbeeld Klebsiella, Salmonella en Yersinia reactieve artritis (gewrichtsontsteking) kunnen veroorzaken.
    BacteriŽle antigenen kunnen dan de bloedstroom in lekken (translocatie) en veroorzaken zo (via immunosensitatie) ontstekingen in de gewrichten.


    Schimmels

    Een onderdeel van het ontlastingsonderzoek kan zijn of er sprake is van teveel aan schimmels in de darmflora.
    De meeste mensen kennen vooral de schimmel Candida albicans.
    Er zijn nog veel andere belangrijke schimmels, zoals :

    • Apathogene schimmels
      b.v. Candida utiles (bakkersgist)
      Cunninghamella elegans

    • Gistschimmels
      Candida albicans
      Var, stellatoidea
      Candida glabrata
      Candida guillermondii
      Candida krusei
      Candida parapsilosis
      Candida tropicalis
      Trichosporon cutaneum
      Sacharomyces cerviciae
      Cryptococcus neoformans
      Geotrichum candidum

    • Huidschimmels
      Mikrosporum nanum
      Mikrosporum mentagrophytes
      Mikrosporum gypseum
      Trichophyton tonsurans
      Trichophyton schoenleinii
      Trichophyton rubrum

    • Overige
      Aspergillus fumigatus
      Aspergillus niger
      Aspergillus flavus
      Alternaria alternata
      Mucor species
      Rhizomucor pusillus.


    De uitslag van een ontlastingsonderzoek

    Bij de beoordeling van het ontlastingsonderzoek moet met veel componenten rekening worden gehouden.
    Er kunnen bijvoorbeeld gelijktijdig verschillende verteringsstoornissen optreden.
    Het kan ook zijn dat er rekening moet worden gehouden met grote beschadigingen in het darmslijmvlies.
    Er wordt ook gekeken of er sprake is van een teveel aan schimmels.


    Darmflora opbouw

    Vandaar dat het opbouwen van de darmflora - zoals bijvoorbeeld het opheffen van een dysbiose - gepaard gaat met meerdere punten die tegelijkertijd aangepakt moeten worden.
    Die gelijktijdige aanpak op meerdere fronten zorgt dat de darmflora zo snel mogelijk op orde komt. (de kuur duurt gemiddeld 2 maanden).
    Na 6 tot 8 weken is een nieuwe controle voor de ontlasting nodig.

    Enkele onderdelen van deze opbouw zijn :

    1. Bestrijding van de 'overall flora depressie' en/of het teveel aan schimmels
      'Overall flora depressie' is het verschijnsel dat de darmflora over de gehele linie tekortkomingen vertoont.
      Een voedingsbodem maken voor goede aerobe en anaerobe darmbacteriŽn en het aanvullen van meerdere van deze goede bacteriŽn.
      U kunt denken aan het eten van voldoende vezels (groente, fruit) en het innemen van Inuline (cfr. hierover verderop) en aan het aanvullen van Probiotica (met een samenstelling van die bacteriŽn die bij u ontbreken dan wel verlaagd zijn).

    2. pH-Herstel of -behoud
      Door de juiste zuurtegraadwaarden (pH-waarden) in de darm wordt de groei van vooral lichaamseigen anaerobe darmflora gestimuleerd.
      Daardoor wordt de immunologische rol van de darmflora ondersteund.
      De spijsverteringsenzymen kunnen hierdoor ook beter gaan werken.
      Tevens wordt het herstel van het darmslijmvlies bereikt.
      U kunt denken aan speciale voedingsadviezen die nodig zijn voor het bevorderen van de goede aanhechting van de juiste bacteriŽn en aan preparaten die voor een goede aanhechting van de bacteriŽn zorgen of een preparaat met enterococcen en/of escheria coli.

    3. Vertering ondersteunen
      Met speciale voedingsadviezen die de vertering ondersteunen of preparaten die dit doen kunt u de vertering verbeteren.
      Afhankelijk van het teveel van de bacteriesoort(en) kunt u als advies krijgen :
      - bij de lipolytische soort (bv. Clostridium) : hiervoor geldt een vetbeperking
      - bij de proteolytische soort (bv. Pseudomonas) : hiervoor geldt een eiwitbeperking (voornamelijk dierlijke eiwitten).
      - bij de saccharolytische soort (bv. bij verlaging van de Bifido en aanwezigheid van schimmels) : hiervoor geldt een strenge koolhydraatbeperking.

    4. Prebiotica
      De in de darm levende bacteriŽn zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van voedingsvezels.
      Er zijn twee soorten vezels : wateroplosbare en niet-wateroplosbare.
      Onder de wateroplosbare vezels vallen onder andere : inuline, pectine en (haver)zemelen.
      Onder de niet-wateroplosbare cellulose.
      De wateroplosbare vezels noemt men gezien hun chemische structuur 'niet-zetmeel polysacchariden' (NSP's).
      De dunne darm kan deze groep stoffen niet opnemen (resorberen).
      Daardoor staan ze volledig ter beschikking van de darmflora in de dikke darm.


    Inuline en de relatie met bifidobacteriŽn

    Inuline is in de groep NSPís een uitgebreid onderzochte stof.
    Van bifidobacteriŽn is bekend dat ze over enzymen beschikken die geschikt zijn voor de hydrolyse (het in water oplosbaar maken) van inuline.
    Inuline komt voor in artisjokken, cichorei, aard-peer, zoete aardappelen en bananen.
    De bifidobacterie en andere groepen gezondheidsbevorderende bacteriŽn worden gestimuleerd door NSP.

    BifidobacteriŽn : voor uw gezondheid
    De bifidobacteriŽn (melkzuur bacteriŽn) hebben de volgende positieve effecten op de gezondheid : 

    • Ze produceren B-vitamines.

    • Ze gaan allergieŽn tegen.
      De microbiŽle stofwisseling in de dikke darm zet inuline om in onder andere kortketenige vetzuren zoals acetaat, propionaat en butyraat.
      Deze stoffen komen de rode bloedlichaampjes (erytrocyten) in de dikke darm ten goede.
      Door een tekort aan erytrocyten, neemt de doorgangbaarheid van de darmen (darmpermeabiliteit) toe, wat allergieŽn en voedingsintoleranties uitlokt.

    • Ze belemmeren de groei van Clostridium en andere ongewenste micro-organismen.
      Door een te eenzijdige voeding met gebrek aan ballaststoffen loopt het aantal bifidobacteriŽn terug.
      Deze groep is namelijk sterk afhankelijk van NSPís als voedingsbron.
      Via ontlastingsonderzoek is dit effect aan te tonen.
      Het gevolg hiervan is dat Clostridium bacteriŽn zich kunnen vermenigvuldigen.
      De stofwisselingsproducten van deze bacteriŽn hebben zoals eerder al beschreven een negatief effect op het darmmilieu.
      De ontlasting wordt basisch en er ontstaat ammoniak (dat de lever belast) bij de eiwitstofwisseling.
      Daarbij worden voorwaarden gecreŽerd die de huisvesting van ziekmakende (pathogene) bacteriŽn bevordert.
      Ook de galzouten worden dan ontoereikend opgenomen waardoor de galproductie ter compensatie moet toenemen.
      Dit maakt de kans op galsteenvorming groter.
      NÚg dramatischer zijn de veranderingen die onder invloed van de NDH-clostridiumgroep (Nuclear Dehydrogenetaing Clostridia) optreden.
      Deze bacteriŽn zijn in staat galzuren om te zetten in kankerverwekkende (carcinogene) stoffen.
      Dit proces kan op de langere termijn darmkanker (coloncarcinomen) veroorzaken.

    • Ze geven minder belasting voor nieren en lever.
      Door een verhoogd aantal bifidobacteriŽn in het lichaam (dankzij de inname van inuline) ontstaat er een grotere bacteriŽle omzetting van stikstof.
      De bacteriŽle binding aan stikstofmetabolieten levert een hogere stikstofuitscheiding op, waardoor er minder ammoniak gevormd kan worden.
      Een teveel aan ammoniak geeft o.a. hoofdpijn, vermoeidheid, suffigheid, jeuk.
      Het toegenomen aantal melkzuurbacteriŽn zorgt voor aanzuring van de darmlumen.
      De verhouding ammoniak-ammonium verschuift daardoor naar ammonium.
      Ammonium is nauwelijks opneembaar en verlaat via de ontlasting het lichaam.
      De lever en de nieren profiteren hiervan en worden minder belast.

    • Het geeft een daling van cholesterol.
      De aanzuring van de darmlumen door de melkzuur producerende bifidobacteriŽn verklaart ook de cholesterolverlaging door het gebruik van inuline.
      Daarbij bindt inuline triglyceriden, fosfolipiden, vrije vetzuren en cholesterol aan zich, waardoor deze stoffen gebonden via de ontlasting het lichaam verlaten.
      U merkt dit door een afname van vermoeidheid en een verbeterd prestatievermogen.

    • Inuline zet de darmen in beweging.
      Inuline is niet alleen een weldaad voor de darmbacteriŽn.
      Ook bij overgewicht is de inname van inuline aan te bevelen.
      Door de waterbindende capaciteit van inuline neemt het verzadigingsgevoel toe en de maaglediging wordt vertraagd.
      Inuline stabiliseert glucoseschommelingen in het bloed, waardoor vetopslag en hongergevoelens worden geremd.
      Bij obstipatie biedt inuline een veilige en effectieve oplossing.
      Antrachinonderivaten zoals Senna producten zijn op de lange termijn schadelijk voor de darmen en de darmlumen.
      Ook is een steeds hogere dosering nodig om resultaat op te leveren.
      Inuline heeft deze effecten niet en kan langdurig ingenomen worden.
      Bij het gebruik van inuline neemt het volume van de ontlasting toe.
      Door de volumevergroting neemt de darmperistaltiek toe.
      Ook wordt de ontlasting zachter.
      Inuline kan bepaalde verteringsenzymen binden, waardoor de voedingsstoffen optimaal beschikbaar komen.
      De verbeterde efficiŽntie van de spijsverteringsenzymen ontlasten de pancreas en de gal.
      Een aangesterkte Ďmelkzuurfloraí verbetert de tolerantie van lactose.
      Door het gebruik van pre- en of probiotica is het vaak mogelijk een lactose intolerantie af te bouwen.
      Door het gebruik van inuline neemt de snelheid van de passage van de voeding toe.
      Hoe hoger het gewicht van de ontlasting, hoe korter deze in de darmen verblijft.
      Door de kortere passagetijd is het contact met giftige (toxische) en kankerverwekkende (carcinogene) stoffen minimaal, het maakt hierbij niet uit of deze stoffen in de voeding zitten of ontstaan als bijproduct van de stofwisseling.
      Daarbij hebben wateroplosbare ballaststoffen door hun grote oppervlakte een hoog bindingsvermogen aan kationen.
      Belasting door zware metalen wordt hierdoor verminderd.
      Inuline inname bij diabetici zorgt voor een vertraagde afgifte van de in de voeding aanwezige koolhydraten.
      Onderzoek geeft aan dat de glucosetolerantie verbetert, de glucose uitscheiding via de nieren vermindert en er een afname van de HbA1 waarde optreedt.

    • Het remt bacteriŽn die in staat zijn nitraten om te zetten in potentieel gevaarlijke nitrieten.

    Een verbetering van de darmfunctie kan bij ernstige ontregelde darmen pas na 8 tot 16 weken optreden.


    Probiotica

    Naast inuline en probiotica zijn ook de lactobacillen van groot belang.
    Kort samengevat hebben ze de volgende eigenschappen :

    • Ze gaan de aanhechting of groei van ziekmakende (pathogene) bacteriŽn in de ingewanden tegen, wat hun vermogen om het maag-darmkanaal te koloniseren reduceert.

    • Ze produceren bacteriedodende metabolieten waaronder H2O2.

    • Ze belemmeren de verplaatsing van ziekmakende bacteriŽn langs de darmwanden. 

    • Ze bevorderen de afbraak van de door ziekmakende bacteriŽn geproduceerde giften (zoals carcinogene amines).

    • Ze zorgen voor de opname van nitriet, waardoor de vorming van schadelijke amines voorkomen wordt.

    • De schadelijke enzymactiviteit (zie boven) van de bacteriŽn neemt af.

    • Met name de bifido is in staat moeilijk verteerbare koolhydraten (oligosacharides) te fermenteren waardoor korte ketenvetzuren ontstaan die de darmperistaltiek bevorderen.

    • Lactobacillen hebben het vermogen om de inwerking van microbiele toxinen te verhinderen door de toxinereceptoren van de gastheer enzymatisch te veranderen.
      Competitie om plaatsen op het darmepitheel en beschikbare voedingsstoffen spelen hierbij een rol.

    • Lactobacillen geven een verlaging aan Enterococcen overgroei en Clostridium overgroei.

    • Lactobacillen completeren de afbraak van voedselallergenen (bv. Koemelk-caseÔnen).
      Hierdoor worden immuunreacties tegen voedselallergenen onderdrukt en dat geeft ook een vermindering van ontstekingsreacties (down-regulatie van een immuunrespons).

    • Lactobacillen verlagen de urease-activiteit in de darmen (geeft verbeteringen bij artritis).

    • Lactobacillen hebben een hoge Beta-galactosidase-activiteit die de aanwezige lactose in de melk of yoghurt kunnen omzetten in glucose en galactose. (meting hoeveelheid geproduceerd waterstofgas geeft aan hoeveel lactose er omgezet kan worden.
      Hoge metingen geven lactose-intolerantie aan).

    • Ze geven een verhoogde IgA -immuunrespons, waardoor de immunologische barriŤre toeneemt.

    • Ze produceren antilichamen en verhogen ook de stimulatie van fagocyten die essentieel zijn voor het goed functioneren van het immuunsysteem.

    • Ze helpen bij de assimilatie van cholesterol.

    • Ze maken lactase vrij, het enzym dat voor de afbraak van melklactose zorgt.

    • Ze vertonen uitgesproken anti-microbische activiteiten tegen organismen zoals C. difficile, Candida albicans, E. colli, Pseudomonas aeruginosa, Salmonella typhimurium, Staphylococcus aureus, Heliobacter pylori.

    • De her-kolonisatie van de juiste microflora verloopt vlotter na het gebruik van een antibioticakuur waardoor het risico voor overgroei van de schadelijke wordt voorkomen.


    Tumor M2-PK-Test in de ontlasting

    Deze test uit de faeces is om vroegtijdige darmkanker op te sporen.
    Met 30.000 patiŽnten jaarlijks die overlijden aan darmkanker staat deze op de tweede plaats als soort carcinoom met fatale afloop .
    Bij een tijdige herkenning en behandeling is het genezingspercentage groot.
    De meting van tumor M2-Pk is niet afhankelijk van het aantonen van occult bloed in de ontlasting.


    Calprotectinetest in de ontlasting

    Calprotectine is een eiwitcomplex met antibacteriŽle eigenschappen.
    Calprotectine ontneemt de bacteriŽn de moelijkheid om zich te ontwikkelen.
    Calprotectine wordt uitgescheiden bij ontstekingsreacties van neutrofiele granulocyten, macrofagen en keratincyten.
    Het is een test die kan differentiŽren tussen een chronische ontsteking, intenstinale ziekten en geÔrriteerd colon syndroom.
    Deze test heeft ook eenhoge sensitiviteit in het detecteren van colon-rectale carcinomen en poliepen.
    Calprotectine en M2-PK kunnen beÔnvloed worden door parasieten.
    Calprotectine is een ontstekingsmarker voor de darmen.
    Het is logisch dat deze parameter verhoogd wordt bij parasitaire infecties.
    De M2-PK kan ook verhoogd aanwezig zijn in het geval van een gluten-enteropathie.
    Vroegdiagnostiek geeft de mogelijkheid om de voedingsadviezen nog meer op maat te maken.
    De natuurdiŽtisten kunnen u hierbij helpen.


    Literatuur en links

    • Voor meer informatie over onderzoeken
      - RP Vitamino Analytic :
      http://www.rp-vitamino.com/site/1491616238961630/niederlaendisch/consumer/
      - Laboratorium Pro Health B.V. :
      www.prohealth.nl

    • Zoekt u een boekje over darmflora ?
      - Darmflora - Samenleven met bacterien (Stichting BWM)
      - De afslankclub (Patty Harpenau)
      - De natuurlijke gezondheidswijzer (Henny de Lint)
      - Eerste hulp bij eetbuien (Joanna Kortink)
      - Eten voor de kleintjes - Van borst tot boterham (Stefan Kleintjes)
      - Feiten over vetten (Mary G. Enig Ph.)
      - Gouden boekje voor de gewrichten (Gert Schuitemaker)
      - Gouden boekje voor de gezondheid (Gert Schuitemaker)
      - Gouden boekje voor het Hart (Gert Schuitemaker)
      - Het lichaam is perfect (Annemarie Postma)
      - Honger naar geweld (Gert Schuitemaker)
      - Ken je eigen hoofdmenu - Afvallen zonder dieet (Patty Harpenau)
      - Schizofrenie (Dr. Harold Foster)
      - Uit de ban van eetbuien (Joanna Kortink)
      - Uit de ban van eetbuien (Luister-CD) (Joanna Kortink)
      - 't Went zo'n element (Tessa Gottschal & Marijke de Waal Malefijt)
      - Wat je eet ben je zelf (Gillian McKeith)
      - Wat je eet ben je zelf kookboek (Gillian McKeith)
      - Wat je eet ben je zelf maaltijdplanner (Gillian McKeith)
      Cfr. :
      http://www.natuurdietisten.nl/detail.php?cod=400&page=9#enig


    Cfr. : http://www.natuurdietisten.nl/detail.php?cod=103&id=373&page=9

    30-07-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    kilowatt
    blog.seniorennet.be/kilowat
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!